Eenzaam in het duister

image_pdf

17 mei 1968

Allereerst herinner ik u eraan, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk dus zelfstandig na over alles wat wordt gezegd. Ons onderwerp voor heden gaf ik de titel: Eenzaam in het duister.

Dat lijkt misschien op iets van Anna Blaman, maar dat is toch niet de bedoeling. De mens van vandaag is meer eenzaam dan hij zelf pleegt te beseffen. Gemeenschap is gebaseerd op belangen, waarin je ook zelf bewust leeft en aandeel hebt. Liefde, genegenheid, geluk, zijn voor een zeer groot deel opgebouwd uit wat men participatie pleegt te noemen, dus een deelnemen. Alleen gelukkig zijn is erg moeilijk. Alleen tevreden zijn is eveneens erg moeilijk.

Men kan zich nu wel voorstellen dat de mens van vandaag ergens het goed heeft, ook dat hij in een welvaartsstaat leeft waarin voor zijn welzijn is gezorgd, maar ergens klopt dit niet. Vroeger had de mens in elke situatie die hem met de gemeenschap in conflict bracht, nog een eeuwige gezel: God. Met hem was altijd weer de God waarin hij geloofde, de heiligen, die hem bijstonden, de geesten en engelen, de engelbewaarders, die steeds met hem waren en een vervanging konden vormen voor het gevoel alleen te staan in de gemeenschap. Maar langzaam maar zeker zijn deze geloofswaarden vervaagd. De mens van vandaag gelooft misschien nog wel aan God, maar het is toch wel een vraag of hij deze God nog als een werkelijkheid beleeft, als een aanvulling van zijn dagelijks bestaan. Ook wat dit betreft is er dus zeker sprake van een toenemen van de eenzaamheid. Temidden van velen is de mens van heden voor eigen gevoel vaak alleen, en zelfs God kan daarin voor velen geen verandering betekenen.

En dan de kwestie van het duister. Duister is gebrek aan licht, gebrek aan licht zou je ook als aanduiding kunnen gebruiken voor de toestand, waarin heden de wereld zich bevindt. De atoombom dreigt. Steeds verschrikkelijker biologische wapens worden ontwikkeld. Er blijft steeds minder ruimte over voor menselijke vrijheid, en dictatuur, al dan niet openlijk geuit, neemt hand over hand toe. In de bedrijven is men steeds meer gebonden aan een vast productiepatroon en kan men zelden meer tot een voor het ik bevredigende arbeid komen. Er is weinig om voor te leven buiten het genoegen, dat in zich vaak geen genoegen meer is.

Het zijn deze beide punten, die mij als titel voor mijn betoogje van heden ‘Eenzaam in het duister’ deden kiezen. Want de moderne mens staat veelal ergens in het duister. Geestelijk is hij bereid alles te aanvaarden, waarvan hij meent dat het deze eenzaamheid zal kunnen doorbreken, dit gevoel van machteloosheid zal kunnen beperken, maar hij stelt daarbij eisen aan God en de wereld. Eens wilde de mens alles van het bovennatuurlijke aanvaarden, ook zonder bewijzen en resultaten, wanneer hij daarvan maar een zekere genoegdoening, een gevoel van verbondenheid kon verwachten. De mensen van heden eisen echter meer. Zij hebben geleerd zelf na te denken en willen een God beleven, die iets meer is dan een al dan niet welwillende beloner en straffer in een hiernamaals. Voor hen is alleen een God aanvaardbaar, die tevens een kracht is, welke ook vandaag, in hun eigen wereld, een rol kan spelen. Van de godsdienst verwacht de moderne mens steeds meer dat zij hem niet alleen geboden voor zal houden en vertellen zal wat te geloven en hoe te leven, maar bovendien en vaak vooral dat duidelijk zal worden gemaakt, wat leven en de zin van het leven is. En juist hierin falen de godsdiensten nog al te vaak.

Het geestelijke probleem, dat wij vooral ook bij vele jongeren zien, komt des te scherper tot uiting, omdat deze jongeren het stadium van lusteloze onverschilligheid deels reeds zijn ontgroeid. Er is een generatie geweest, die onverschillig werd en meende dat God een goede man kon zijn, maar dat zij zelf hun weg wel zouden vinden met desnoods een woorderkenning van God als macht, mensen die op hun eigen wijze wilden trachten uit het niet zo aangename leven dan toch nog wat opwinding en vreugde te persen. Maar de jongere generaties hebben de mogelijkheid zich middels ideëel verzet enzovoort te uiten eigenlijk niet eens meer. Er is te veel mogelijk. De jeugd kan zich uitleven in bezit en zich richten op het verwerven van een radio, bromfiets of auto en al die andere dingen, die voor jongeren tegenwoordig status zijn.

Het ideaal is meer materieel geworden, zelfs wanneer het zich blijkt te richten op grotere vrijheid van handelen en leven op allerlei terrein. Dit alles, hoe goed je het kunt betalen, hoe vrij je het ook doet, geeft nog geen inhoud aan het bestaan. Daarom richten zij zich meer en meer op in feite vaak niet zo belangrijke dingen en protesteren niet in de eerste plaats tegen de toestanden, maar tegen de wereld, de maatschappij, waarin zij leven. Het protest van velen is vandaag niet veel meer dan een kreet van een eenzame in het duister, de roep van iemand die verdwaald is in een moeras en geen uitweg meer weet te vinden. Het is de eis van iemand die, terwijl hij luidruchtig zich laat horen en lawaai maakt, tracht ergens een antwoord uit te lokken, al is het dan maar een ontkennend antwoord, van mens of God.

Deze eenzaamheid is voor u waarschijnlijk niet zo klaarblijkelijk. Deze duidelijkheid valt dan ook voor u weg, wanneer u de massa’s op ziet trekken ergens in Parijs, Londen, of Berlijn en in Bonn, Amsterdam of zelfs Den Haag alles op stelten ziet zetten. Bezie de massa echter eens nauwkeuriger. Dan zult u zien dat ook hier geen werkelijke eenheid en samenhang aanwezig is, dat ook hier velen te midden van de massa alleen schijnen te zijn. Wat zoeken dan deze jonge mensen? Velen zoeken een ideaal, waarin men kan geloven, waarvoor men kan vechten, iets wat inhoud aan het bestaan kan geven. De meesten zijn daarbij uiterst links georiënteerd.

Nu zie ik persoonlijk niet zo grote verschillen tussen uiterst links en uiterst recht. Uiterst links roept om alle dingen in naam van de gemeenschap om je zelf te krijgen, uiterst rechts zorgt eerst, dat hij ze zelf krijgt ten koste van de gemeenschap. Waaruit wel blijkt, dat het praktische verschil niet zo groot is, als men wel meent. De jongeren zoeken een gemeenschap te vinden, te vormen, waardoor hun alleen zijn in een vijandige wereld verbroken wordt. Hun  roepen om rechten of hun brullen van leuzen, is meer dan een roepen om materiële rechten en veranderingen alleen.

Het is een zoeken naar een gemeenschap, waar je werkelijk en zonder jezelf te moeten verloochenen, bij kunt behoren. Zij zoeken een isolement te verbreken, dat hen benauwt.

Maar ik meen dat vele ouderen in deze dagen, al demonstreren zij dan niet zo vaak en niet zo luid, met een soortgelijk gevoel van machteloosheid worden geconfronteerd. Waarom? Er is geen God meer die aan alles zin geeft, de mens moet zelf werken, zoeken, bereiken. Zeker gelooft men vaak nog in een God, maar dit is niet meer de God van vroeger, die je precies vertelt hoe te leven, die alles in je leven voor je bepaalt en via geboden in de bijbel, de evangeliën, verder middels de kerk en desnoods via een kerkenraad duidelijk maakt dat je alles precies krijgt zoals het voor je nodig is. Men klampt zich nog vast aan oude gebruiken, woorden en gewoonten, maar God zelf is een vage verte geworden, die je wel aanvaardt, maar die ergens toch niet meer de alles regelende en bepalende kracht in je leven is. God zou als het ware weer mens moeten worden om met de mensen samen te gaan, zonder daarbij zijn macht en glorie te verbergen. Dan misschien zou men God weer kunnen begrijpen en aanvaarden. Maar de mens van heden is veelal zozeer vervreemd van zijn innerlijke werkelijkheid, dat er maar weinig kans voor hem is om in zichzelf iets van God te ontmoeten.

Men aanvaardt en duldt dit dan maar. De ouderen gaan in de oude sleur verder en wensen geen veranderingen, ofschoon ook bij hen de angstig vermeden vraag ‘waarom’ meer en meer rijst in de gedachten.

Nu zou u misschien willen, dat ik er hier op zou wijzen dat er dan toch veel mensen zijn, die zich op geestelijk zeer nuttige wijze bezighouden in loges en verenigingen. Ik vrees echter dat zelfs dit voor velen niet de ware oplossing vormt en niet geheel bevredigend is. Je kunt nu wel suggereren dat je deel van een broederschap bent, maar ergens spreken de verschillen veel meer dan de factoren, waarop men die eenheid tracht te baseren. De problemen van de geest zijn in deze dagen wel in de eerste plaats kwesties van levenservaring en levensbenadering.

Het is eenvoudig genoeg op aarde een systeem op te bouwen, ook hier door mij, waardoor u allen zult zeggen: “Zo is het. God is ons nabij en God werkt voor ons, God zal ons helpen.” Met een dergelijke suggestie kan ik u huiswaarts zenden en u zult er misschien zelfs een dag lang werkelijk aan geloven. Maar daarna komt de twijfel weer. De werkelijkheid is veel minder mooi en minder vroom en waarschijnlijk zelfs minder aanvaardbaar voor u dan dergelijke stellingen. God is voor de mens een vlucht in het onbekende, een toevlucht wanneer al het andere faalt, meer niet. Ons leven als mens op aarde is voor de mens van heden niet in de eerste plaats een leven in God, maar een leven te midden van omstandigheden, die men eigenlijk niet kan aanvaarden, zoals zij werkelijk steeds weer blijken te zijn.

Juist omdat de mens in deze tijd zo veel tijd aan zichzelf kan gaan besteden en daarmede ook steeds meer aandacht gaat krijgen voor zichzelf, eist hij van alles steeds meer het beste. Men wil geen genoegen meer nemen met werkelijke genegenheid, maar eist de ware liefde, zelfs wanneer men zich niet voor kan stellen, wat deze in feite betekent en inhoudt. De mens van heden wil geen genoegen nemen met de zekerheid dat hij nuttig werk doet. Hij wil zeggingschap, hij wil belangrijker worden, hij wil eigenlijk zoiets als gelijktijdig directeur en arbeider zijn met de vreugden van beiden en zonder de lasten. De mens wil niet alleen lidmaat zijn van een bepaald genootschap of een zekere groep, maar gelijktijdig via zijn meningen en inzichten dit geheel dirigeren. Is hem dit niet mogelijk, dan beperkt hij zich tot een lauw volgen, een zo nu en dan welwillend kennisnemen van hetgeen genootschap, kerk, groep, al zo te bieden hebben. Wat het leven moeilijker maakt dan men beseft. Maar zo is het nu eenmaal. Wanneer ik los sta van alle dingen, wanneer ik alleen maar steeds meer wil hebben en zijn, geestelijk zowel als anderszins en dit steeds weer ook materieel erkend en uitgedrukt wil zien, terwijl ik gelijktijdig voor en volgens mijzelf de mogelijkheid niet bezit of meen te bezitten, mijn denken en idealen tot waarheid te maken, kan ik mijn leven niet de ondergrond geven, waardoor ik vol vertrouwen en met vreugde weet te leven en te werken. Dan faal ik.

Dat is het probleem van de jongeren, maar eveneens het probleem van vele ouderen. Er speelt meer mee dan alleen een angst over een rol in het heden, ook al zal de vrees werkeloos te worden, de angst invloed, geld te verliezen enzovoort van belang zijn. De grootste angst blijkt voor de mens van heden wel te zijn, overal buiten te komen te staan. Die angst is zelfs aanwezig wanneer men zich geen beeld kan maken van de dingen, waar men dan buiten zou komen te staan.

Geestelijk gezien is de mens een deel van een totaliteit, zoals de mens ook op aarde niet als eenling kan leven, maar slechts als mens en volgens menselijke normen kan leven als deel van een grotere of kleinere gemeenschap. Zonder contact met andere mensen kun je eenvoudig geen mens zijn. De totaliteit vraagt echter van u, van mij, ook een onderwerping aan de totaliteit, zoals ook een behoren tot een gemeenschap inhoudt dat men zich onderwerpt, dat men rechten prijsgeeft en verplichtingen op zich neemt, verhoudingen aanvaardt. Maar juist dit wil men vaak niet. De mens wil zichzelf blijven, wil eigen denkbeelden, gevoel van belangrijkheid enzovoorts, handhaven ten koste van alles. Zolang men dit wil doen, zal men alleen staan en, zelfs indien men verplichtingen gedwongen aanvaardt, zich niet werkelijk meer deel gevoelen van de gemeenschap. Een probleem waarover u misschien niet zo zwaar denkt. Maar laat ons even eens nagaan wat dit op het ogenblik betekenen kan.

Studentenonlusten. Op zich zijn zij begrijpelijk. Ik kan mij voorstellen dat een student zegt: Ik wil het beste, het modernst onderwijs onder de best denkbare omstandigheden ontvangen.

Anders tel ik zo dadelijk niet meer mee en zijn al die jaren van studie uiteindelijk ook werk, en vaak zelfs zeer zwaar werk, eenvoudig verknoeid. Aan de andere kant kan ik mij voorstellen dat de rest van de gemeenschap geneigd is om te zeggen: je krijgt iets voor niets of bijna voor niets. Wees blij daarmee en maak maximaal gebruik van hetgeen je geboden wordt. Zet geen grote mond op en stel geen eisen, maar gebruik de tijd en de middelen, die de gemeenschap je geeft voor die gemeenschap zo goed en nuttig als je onder de huidige omstandigheden maar kunt.

Beide zijden hebben ergens gelijk. Wat is de fout bij de student? Deze loopt in feite vooruit op een belangrijkheid, die hij later hoopt te bezitten en zal dit luider doen, naarmate hij minder bewust is van de belangrijkheid, die hij reeds nu voor het geheel bezit. De student ziet zichzelf eerst als belangrijk, als arrivé, wanneer hij afgestudeerd, ingeschakeld is in het maatschappelijke proces en ziet niet in hoe belangrijk hij is als deel van een zoekende, lerende en werkende mensheid. Daarom zoekt hij zeggingschap zonder daartoe in wezen geheel gerechtigd te zijn en protesteert hij, bemoeit hij zich met dingen, die hem als student in wezen nog niet aangaan. Zijn grijpen naar macht moet zijn eigen gevoel van onvermogen, van arm zijn, afhankelijk en onvrij zijn, compenseren. De ouderen maatschappij begrijpt echter op haar beurt niet, dat jonge mensen moeten leren leven in een eigen gemeenschap en daarin een eigen plaats moeten vinden, een eigen richting van denken zowel als van studie, moeten kiezen. Dit kan nu eenmaal niet bereikt worden met een dwangmatige harmonisatie, een kunstmatig gelijkrichten van alle toegestane uitingen.

Zeker, wanneer studenten onderling politieke debatten houden, zonder daarbij beperkt te worden, zullen zij vele dingen zeggen, die voor de gezagsdragers niet zo aangenaam zijn.

Misschien zeggen zelfs de studenten iets van de waarheid en dit zou vooral voor de politici wel buitengewoon onaangenaam kunnen zijn. Aan de andere kant zal al dit kletsen en debatteren hen een gevoel van gemeenschap geven en een vorm van communicatie scheppen, welke hen indirect steeds meer bewust deel maakt van de maatschappij, waarvan zij nu nog wel enigszins afzijdig staan, maar waarmee zij in wezen steeds meer verbonden zijn en zullen moeten zijn.

Juist langs deze weg kunnen de jongeren vertrouwen krijgen in eigen mogelijkheden en betekenis binnen de gemeenschap. Maar dan moeten zij in hun beperkte gemeenschap van studenten ook de kans hebben op eigen wijze te reageren op en zich bezig te houden met de dingen, die het geheel van de gehele mensheid en wereld zelfs betreffen. Met andere woorden, juist door het reageren op het geheel van de mensheid en de maatschappij zal men ook eigen verbondenheid met dit geheel meer gaan beseffen en bewuster gaan beleven. Voor jongeren betekent dit echter ook, dat zij een gestalte, een idee moeten hebben, die het geheel voor hen symboliseert. Of wij nu op ouderwetse wijze het symbool van Frankrijk Marianne noemen of het symbool van alles wat menszijn betekent ‘God’, maakt daarbij niet zoveel verschil uit. Wil men in de plaats daarvan bijvoorbeeld de Gaulle en Marx zetten, dan is ook dit niet zo  belangrijk, mits de verbondenheid met het geheel maar beseft wordt.

Voor de ouderen is dit gevoel van verbondenheid met de gehele mensheid niet geheel duidelijk en aanvaardbaar. Zij wensen nog dat zoals in hun dagen, de jeugd uitbarst in enthousiasme, wanneer bijvoorbeeld gesproken wordt over het vaderland. Zij beseffen niet dat met het wegsmelten van de grenzen van communicatie en het toenemen van contact tussen vele volkeren, het provincialisme, dat het denken van de groep beperkt tot een enkele natie, eveneens ten onder gaat, zodat het denken van mensen steeds meer de gehele wereld moet gaan omvatten.

Ook wat de eerlijke godsdienstigheid betreft, komen hierdoor vele problemen naar voren, die men vroeger niet zo kende. Hoe kan ik vandaag aan de dag nog aan een God van liefde geloven die alles ten goede regelt, wanneer ik gelijktijdig hoor van het uitwerpen van napalm in Vietnam, wapenleveranties naar bv. Nigeria of Biafra, discriminatie tegen rassen en huidskleuren, en onmenselijkheden in vele landen op de wereld? Ik kan niet gelijktijdig de mensheid liefhebben en een deel ervan verwerpen en haten. Ik kan niet gelijktijdig de mensheid als geheel op willen bouwen en toch een deel daarvan vernietigen. Hierdoor is het ideale beeld van God, zoals men dit eens kende, voor de jongeren van heden in feite onbereikbaar geworden en zullen vooral de jongeren steeds meer hun eigen verantwoordelijkheid tegenover de mensheid beseffen.

Door de wijze waarop landen en groepen tegenover elkander staan en ageren, is voor velen ook het ideaal van de mensheid, als een geheel, onbereikbaar geworden en verliest in de verbrokkeling van het menszijn als zodanig menig individu zichzelf. Zo iemand is dan een eenzame, die wel weet wat hij eigenlijk zou willen en misschien wel aanvoelt hoe het zou moeten zijn, maar omringd door anders reagerenden en denkenden, als door een machtig alle uitzicht wegnemend duister, zich dan maar neerlegt bij de feiten. Niet meer aan mensen en menswaardigheid wil denken, maar zichzelf uitleeft in het zoeken van bevrediging op elk terrein. Zo iemand tracht aan de eenzaamheid te ontvluchten door het uiten van kracht, het verwerven van bezit, het zichzelf opleggen aan anderen.

Het is eenvoudig een oordeel uit te spreken over de jongeren, die de roes zoeken via vele vormen van gif. Men kan natuurlijk kritiek hebben op jonge mensen die zich dan maar liever niet aan de regels van de gemeenschap houden, zoals je kritiek kunt hebben op mensen, die zichzelf (en mogelijk anderen) een soort roes aanpraten met vele mooi klinkende woorden, die geen werkelijke betekenis meer hebben, zoals sommige ouderen. Maar bereiken zul je met die kritiek weinig of niets. De man die in een redevoering tracht anderen te zeggen hoe het nu eigenlijk zou moeten zijn met de mensheid of de wereld, weet zelf ook wel ergens dat zijn argumenten niet geheel steekhoudend zijn, dat zijn leuzen onwaar zijn, maar ook zo iemand wil zich uiten. Ook hij moet trachten anderen te bereiken, zichzelf een zin in het leven aan te praten. Hij wenst reacties en heeft liever, dat men zich tegen zijn stellingen verzet en desnoods zegt dat zij niet deugen, dan dat men eenvoudig aan zijn in wezen vaak onzinnig gepraat voorbijgaat. Elke reactie is aanvaardbaar, zolang er maar een antwoord komt, dat het het eigen ik betreft, dat de eigen persoonlijkheid geldt. Zo is het ook met de jongeren. Zij zoeken heus niet alleen maar een roes in marihuana, LSD enzovoort, om eens even de werkelijkheid te vergeten. Zij zoeken in hun roes iets, waardoor eindelijk eens de scheiding weg kan vallen tussen het Ik en de totaliteit, waarvan ook zij gevoelen deel te zijn. Ik meen dat dit vaak krampachtig en wanhopig zoeken naar reactie, naar eenheid, naar contact, terwijl men deze gelijktijdig toch onmogelijk of tenminste onbereikbaar acht, de crisis is die op het ogenblik geestelijk bestaat.

Wat zou je daar tegenover moeten stellen? Het is eenvoudig genoeg te stellen, dat dan eenieder zijn gang maar moet gaan. De ervaring heeft echter geleerd, dat dit bij het huidige peil van bewustzijn en zelfbeheersing geen oplossing vormt. Mensen praten en praten over vrede, maar ondertussen verbranden ze andere mensen levend, worden mensen neergeschoten, verhongeren mensen. Mogelijk geeft het praten de praters een mogelijkheid iets meer van eenheid te vinden, tot begrip voor anderen te komen en zelf beter begrepen te worden. Maar tegen een dergelijke prijs is dit toch niet de juiste weg, dunkt mij. Mensen nemen middelen in om zich meer één te gevoelen met het geheel, om intenser te leven.

Anderen gaan naar de één of andere meester om zich te laten onderrichten in meditatie en oefeningen van stilte, maar daarmede verandert niets in de wereld. En daar men zich aan dit besef nimmer geheel kan onttrekken, lijkt mij ook dit geen goede oplossing, noch voor het ego, noch voor het geheel.

Volgens mij moeten de mensen allereerst terug tot een menselijk en materieel realisme.

Misschien acht u het een onjuiste kritiek, wanneer ik stel dat zeer weinig mensen in deze dagen nog in staat zijn in termen van de werkelijkheid te denken. Ik meen echter dat de meeste mensen leven met stellingen, geloofspunten, theorieën, en ben ervan overtuigd dat men bovenal eerst terug zal moeten keren tot een oprecht en eerlijk beschouwen van de feiten. Die feiten kun je bijvoorbeeld als volgt stellen:

  1. Ik weet niet of er een God is of niet, maar ik weet wel een ding: In mijzelf voel ik iets, wat toch meer is dan het één of andere dier, dat gedresseerd is door omstandigheden.
  1. Het is niet zo belangrijk of ik leef volgens de geldende wetten. Maar voor mij is het wel belangrijk dat ik zo leef, dat ik persoonlijk voel voor die gemeenschap betekenis te hebben.
  1. Alle verklaringen moeten herleid worden tot de grootst mogelijke eenvoud, zelfs wanneer mij dit minder nauwkeurig lijkt. Slechts dat, wat eenvoudig en duidelijk voor allen wordt gesteld, kan ooit in het geheel een werkelijke betekenis hebben.
  1. Alles wat ik doe om mijzelf te onderscheiden van anderen, zij dit door het gebruik van de taal, mijn kleding of iets anders, heeft gelijktijdig de neiging mij van het geheel meer te isoleren. Daarom moet ik mij bij het scheppen van een onderscheid tussen mij en de rest van de gemeenschap toch wel zeer voorzichtig gedragen.
  1. Mystieke en innerlijke belevingen hebben alleen zin, wanneer ik ze in mijn wereld kan beleven en uiten als deel van een waarheid, die voor mij en kenbaar ook voor die wereld van kracht is. Zelfs dan vormen zij een vergroting van de afgronden, die plegen te gapen tussen het ik en het geheel, maar zullen zij mij nader brengen tot de werkelijkheid, zonder mij van het geheel te vervreemden.

Dat zijn maar enkele punten. Er zijn meer van dergelijke regels te geven. Toch meen ik dat zelfs in deze enkele zinnen waarheden in verband met de geestelijke crisis van heden zijn gesteld, die kunnen voeren tot een juistere oriëntatie van de mens.

Eenzaamheid is niet alleen iets, wat u door anderen wordt opgelegd of door omstandigheden wordt veroorzaakt. Het is in de meeste gevallen iets, wat je zelf opbouwt. Naarmate je achterdochtiger, vijandiger, terughoudender of hoogmoediger tegenover anderen staat, zal immers de hiaat tussen het ik en de ander toenemen en het deel zijn van het geheel moeilijker worden. Dit kan men beter voorkomen, nietwaar? Naarmate ik mij meer beroep op onzichtbare krachten, zonder gelijktijdig die krachten innerlijk te beleven en vanuit zichzelf waar te maken, zal het ik een werkelijkheid voor zich gaan scheppen, die verschilt van de werkelijkheid, die voor het geheel geldt. En om geluk, de zin van het leven, vreugde te kennen in het leven, zal men juist contact met dit geheel, met alle anderen, moeten vinden.

Naarmate men voor zich aan het leven meer eisen gaat stellen, zal men ook meer geneigd zijn de rechten van anderen in dit leven te vergeten. Zolang men de eisen, die men aan het leven meent te mogen stellen, eenvoudig en eerlijk tot uitdrukking weet te brengen, zal men ook zelf zien wat men van het leven en de gemeenschap in wezen vraagt. Naarmate men echter meer termen van verklaring en zelfrechtvaardiging toevoegt, zal het beeld dat men verkrijgt, minder duidelijk worden. Men zal dan menen ten bate van het geheel te handelen en de rechten van anderen niet aan te tasten, terwijl men dit in wezen wel doet. Het gevolg is dat men zich op onrechtvaardige wijze beoordeeld, verworpen, belasterd zal gevoelen door anderen, die toch in wezen het recht aan hun kant hebben.

Wanneer men zich aanwent in specialistentaal te speken, zal men zich verwijderen van het geheel, van de gemeenschap. Men zal zelf minder begrip voor anderen opbrengen, die deze taal niet spreken, terwijl anderen uw werkelijke bedoelingen niet meer kunnen volgen. U zult het gevoel hebben steeds meer van de anderen geïsoleerd te geraken en zult op de duur het gevoel van onrechtvaardiger behandeld te worden, miskend te worden zien toenemen. Dit brengt toenemende onvrede en conflicten.

Misschien vindt u dat mijn benadering van dit alles maar zeer stoffelijk is. Dit is een verwijt, dat ons wel eens meer treft. Men zegt zelfs wel eens dat wij sprekers van deze groep te zeer vanuit de materie denken en ons te zeer bezighouden met de recente ontwikkelingen in die materie. Maar de geestelijke eenheid blijkt zelfs na de overgang voor velen niet bereikbaar te zijn en kan vaak eerst na veel moeite, lijden en pijn enigszins bereikt worden. Dat komt door het feit, dat die mensen op aarde verkeerd hebben gedacht. Het is niet zo dat het hiernamaals een soort bekroning van het aardse bestaan is, waarbij het Ik vele toevoegingen of gaven onmiddellijk en zonder moeite ontvangt. Het is de vrucht en de voortzetting van het aardse bestaan.

Daarom is het volgens mij niet mogelijk een geestelijke crisis op te lossen, of zelfs maar te bezweren, door alle materiële zaken terzijde te stellen. Ik meen aan de andere kant dat men door alleen maar materialistisch te denken, evenmin in staat zal zijn een geestelijke crisis te voorkomen of zelfs maar gunstiger te laten verlopen. Maar voor een mens, die in de materie leeft, moet je volgens mij je beelden putten uit die materie, moet je uitgaan van de materiële mogelijkheden, denkwijzen, wetenschappen, om zo te komen tot de dingen, die ook geestelijk van het allerhoogste belang zijn.

Het meest belangrijke in het leven van een mens of geest lijkt mij wel de overtuiging dat je bestaan zin heeft, dat je daarenboven deel uitmaakt of uit kunt maken van iets wat nog belangrijker is dan je zelf bent. In vele kosmische beelden treffen wij beelden die aan dit alles herinneren. Denk maar eens aan de Rode Adam, een symbolische mensfiguur of oerfiguur, waarvan wij allen een brokstuk zouden zijn. Een gestalte, die eens uiteenviel in vele delen en eerst tot zijn oorspronkelijke status terug zal kunnen keren, wanneer wij allen onze plaats als delen binnen dit geheel weer hervonden hebben. Misschien is de voorstelling wat overdreven.

Zeker is echter, dat wij geestelijk en als mens geen rust hebben, wanneer wij werkelijk en geheel alleen zijn of zelfs maar ons geheel alleen (verlaten) gevoelen. Wanneer dit enige tijd duurt, blijken zowel mens als geest alle begrip voor het andere, alle begrip voor mogelijkheden buiten het ik, alle werkelijkheden buiten het ik te verliezen. Het hervinden van het contact met de werkelijkheid blijkt dan voor de stoffelijke mens soms geheel onmogelijk en vergt voor de geest lange tijd, vele moeiten en de inspanningen van anderen. Daarom is het volgens mij ook niet juist alles buiten je te beoordelen en te veroordelen.

Het is opvallend hoeveel mensen in deze tijd een groot deel van hun tijd besteden aan het veroordelen van hetgeen anderen met hun tijd en leven doen. Dat verschillende politieke leiders elkaar veroordelen en beschuldigen, is nog normaal: Voor hen is dit eenvoudig deel van hun professie. Maar er zijn priesters, die elkander veroordelen en aanvallen. Er zijn eenvoudige mensen die het niet eens zijn met anderen en hen zonder meer veroordelen en aanvallen.

Mensen vallen soms zelfs elkaar lijfelijk aan, omdat zij het niet eens zijn met het tempo, waarin die anderen werken of omdat zij het niet eens zijn met hetgeen die anderen verdienen.

Ik voor mij zou zeggen: Zolang het jou geen arbeid kost of jijzelf niet betaalt, heb je daarmede toch niets te maken?

Waarom zoekt de mens toch altijd weer naar verschillen, leeft hij zich altijd weer uit in geschillen? Op zich zijn deze dingen meestal tijdverspilling en zelfs vaak waanzin. Neem bijvoorbeeld eens een kwestie zoals het boteroverschot. De kern van dit probleem is niet dat er zoveel boter meer is dan verbruikt zou kunnen worden, of de noodzaak melk duurder te verkopen. De kern van de zaak is eenvoudig, dat de producent de zaak alleen vanuit zijn producentenstandpunt benadert, dat de consument alleen vanuit zijn eigen standpunt de zaak wil zien en de regeringen alleen maar kijken naar degene, die hen het meeste zouden kunnen schaden in hun zoeken naar invloed en behoud van macht. Zou men bereid zijn te zien naar de gemeenschappelijke belangen, dan zou men moeten redeneren: Hoe kunnen wij de boter en de melk zo eenvoudig, snel en goed mogelijk maken en verdelen op een wijze, waarbij niemand het kind van de rekening is en niemand iets tekortkomt? De logische oplossing van het probleem zou hierbij zijn, neem alle boeren in staatsdienst en stel een prijs vast, waardoor het verbruik is aangepast aan de productie, dan wel, laat vraag en aanbod de prijs bepalen.

Maar deze oplossing durft men op het ogenblik niet aan.

Toch kan men stellen dat het overschot in feite de schuld is van de boer, die zodanige zekerheden heeft gekregen dat hij rendabel kon produceren en daarvan nu gebruik is gaan maken om meer te produceren dan de gemeenschap tegen de geldende prijzen bereid is (of zelfs kan) verbruiken. De boer voelt wel aan dat dit niet veel langer zo voort kan gaan. Hij is bang iets prijs te moeten geven en is dus ontevreden. De consument heeft het gevoel dat hij meer moet betalen dan noodzakelijk is voor producten, die hij noch wil, kan of moet verbruiken, omdat in de prijs berekend zit wat wel wordt geproduceerd, maar niet werkelijk verbruikt. Hij meent dat de boer ten onrechte profiteert van de omstandigheden. Wat de regeringen betreft: Welke beslissing zij ook nemen, altijd zullen beide partijen ontevreden blijven. Zij zoekt dus maar een oplossing, die haar zo weinig mogelijk last schijnt te bezorgen en begrijpt niet dat hierdoor velen haar beleid niet meer aanvaardbaar achten, waardoor de regeerders dan ontevreden zijn. De kern van de zaak is, dat ieder hierbij zichzelf stelt tegenover de anderen en alleen aan eigen belang denkt. Hierdoor ontstaat het conflict. Toch hebben de consumenten belang bij een voldoende en gestage productie door de boeren, hebben de boeren belang bij een voortdurend goede afzetmogelijkheid voor hun product en is de regering gebaat met een oplossing, waarvan beide groepen de redelijkheid inzien. Waarom zou men dan niet eens trachten samen te werken?

Bij geestelijke zaken geldt hetzelfde. Wanneer ik een geestelijk beeld, een ideaal, in mijzelf draag, dan zal ik mij toch niet in de eerste plaats moeten afvragen wat nu wel het verschil is tussen mijn beeld en de idealen of beelden van anderen, om dan de anderen te bestrijden vanwege die verschillen? Het is dan toch eerder de vraag: waar kunnen wij elkander aantreffen, waar kunnen wij samenwerken? Het gaat erom een punt te vinden, waarop wij eerlijk en zonder dwang kunnen samengaan en samenwerken. Belangrijk is niet het verschil, maar de vraag in hoeverre wij voor elkander ook geestelijk betekenis kunnen hebben. Het is niet werkelijk van belang of iemand anders nu jood, islamiet of christen is. Het gaat er eerder om, op welk punt wij tot een samenwerking kunnen komen en elkander kunnen leren waarderen, op welk punt wij voor elkander betekenis kunnen hebben. Steeds meer mensen voelen ergens aan, dat men niet meer gescheiden voor verschillen van denken, leven enzovoort door de wereld kan blijven gaan en daarbij die wereld geestelijk gezond houden.

Zoals je voor jezelf niet gelijktijdig je steeds meer van anderen kunt isoleren, steeds meer trachten kunt alleen eigen belangen te dienen en eigen wil door te drijven en gelijktijdig het gevoel van geluk en vrede nog in jezelf vinden.

In de moderne wereld is het mode te eisen, te eisen, te eisen. Men beseft wel dat dit niet geheel juist is, maar op het ogenblik dat men zijn eigen eisen ook maar iets matigt, heeft men het gevoel voor gek te staan, omdat anderen nu meer eisen. Deze dingen maken de mensen eenzaam, deze dingen doen staten en groepen steeds meer van elkander vervreemden en doen de wereld er duister uitzien. Toch is de wereld niet zo duister, als men wel eens schijnt te denken, te hopen en te vrezen gelijktijdig. Zeker, er zijn atoomwapens. Maar dankzij dezelfde atoomchemie heeft men vele nieuwe geneesmiddelen en methoden gevonden, kan men de nodige energie opwekken, wanneer dit op andere wijze niet meer goed mogelijk of niet rendabel zou zijn. De wijze waarop men in de biochemie op het ogenblik kunstmatig virussen van nieuwe kwalen ontwikkelt, is verschrikkelijk. Maar dezelfde kennis, die hier wordt opgedaan, geeft mogelijkheden vele kwalen te genezen en de mens zelfs geheel nieuwe voedingsbronnen te bieden. Dezelfde kennis en industrie, die het de Amerikanen in Vietnam mogelijk maakte de oogst te velde en vele andere planten te vernietigen, is aansprakelijk voor vele processen, waardoor men de opbrengst van gewassen verbeteren kan in kwantiteit en kwaliteit, terwijl ook de mogelijkheid, via algen en schimmels, tot nieuwe voedingsmiddelen en zelfs energiewinningen te komen, hier zijn oorsprong vindt.

Wat er in de wereld gebeurt is heus zo slecht en kwaad niet als het lijkt. De vraag is maar, waar je naar kijkt, op welke wijze je werkt met de nieuwe mogelijkheden. “Ban de bom” is een aardige leuze. Maar: “Meer atoomkrachtcentrales” is even nuttig en zal sneller gehoord worden. Hierdoor zal men immers aan de ene zijde de zogenaamde beperkte atoomoorlog als mogelijkheid steeds meer uitschakelen, terwijl aan de andere kant meer ervaring met de gevaren en mogelijke bestrijding ervan zal worden gevonden. Op deze wijze kan men meer doen voor het welzijn van de mensheid, dan door een voortdurend verzet, dat tevens de angst vergroot, die door de atoombomwedstrijd der naties op aarde wordt veroorzaakt. Zoals het misschien wel mooi lijkt precies te weten en te omschrijven waar de verschillen tussen katholiek, protestant en andere christengroepen is gelegen, maar het lijkt mij toch belangrijker na te gaan hoe men gezamenlijk betere christenen kan zijn. Het opsommen van verschillen kan misschien het ego wat meer op de voorgrond schuiven, schijnbaar belangrijker maken, maar allereerst zal men antwoord moeten geven op de vraag of het belangrijker is, wat men denkt, dan wel hetgeen men, mede door zijn denken, voor anderen kan zijn.

De jongeren voelen, zoals allen, deze problemen aan en zoeken, middels hun protest, hun verzet, hun geweld en schijnbare dwaasheden zelfs, naar een contact met de mensheid, waardoor men gezamenlijk meer kan zijn en betekenen. De ouderen doen dit niet meer. Zij zijn te zeer vastgeroest in hun gewoonten en opvattingen, zelfs al weten zij dat deze niet geheel juist kunnen zijn. De ouderen leggen zich bij erkende mistoestanden maar al te vaak neer, omdat zij menen dat het toch niet anders kan. De jongeren komen in opstand, helaas echter vaak tegen de conflictsituaties die door gebrek aan samenwerking en begrip ontstaan, in plaats van een verzet te creëren tegen de oorzaken van dit alles. Ook hier ziet men dat er vooral gestreden wordt over de juistheid van eigen opvattingen en niet in de eerste plaats gewerkt wordt aan het tot stand brengen van gezamenlijk erkende noodzaken. Vooral bij de oudere jeugd zien wij dit vaak, met als gevolg groepsvorming. Hierdoor blijven ook zij al te vaak eenzaam in het duister, daar hun leven voor hen te weinig inhoud en zin heeft. Inhoud aan het leven kan men alleen verkrijgen door volgens eigen besef en zo mogelijk ook de erkenning van anderen iets te doen voor en te betekenen voor anderen.

Ik zou nog veel kunnen zeggen over de mogelijkheid langs deze weg de vele grote grenzen van stand, vooroordeel enzovoort, uit de weg te ruimen. Ik zal mij daaraan voor deze avond echter niet wagen. Mij ging het erom voor u duidelijk te stellen: De ouderen zowel als de jongeren van heden bedriegen zichzelf, zodra zij menen dat zij met geweld hun belangrijkheid in de wereld kunnen bewijzen. Zij, die eigen denkbeelden, gevoelens, zekerheden menen te bezitten, doen er verkeerd aan deze aan anderen op te willen leggen. De vraag moet in het leven niet meer luiden: Wie is de ander, wie ben ik, waar liggen de verschillen tussen ons. Men zal zich moeten afvragen: Waar en in hoeverre kan ik met anderen nuttig samenwerken voor het geheel.

De werkelijke vraag van deze tijd zal voor eenieder, die een einde wil maken aan gevoelens van duisternis en eenzaamheid, moeten luiden: Hoe kan ik, eerlijk mijzelf beseffende en eerlijk handelende volgens eigen kunnen, vermogen en begrip, met anderen tot een eenheid, een samenwerking komen. Alleen op deze wijze zal de mensheid erin kunnen slagen de duisternis, die in deze jaren zo sterk rond de mensheid schijnt te hangen, te verdrijven en eindelijk weer vreugdig te leven in een wereld, die waarlijk zin heeft, een wereld, waarin je niet meer telt door wat je op anderen af kunt dwingen, maar door wat je bent. Alleen op deze wijze zal men ook het gevoel van eenzaamheid en onmacht teniet kunnen doen, waarin zo velen zich machteloos gebonden wanen aan een onontkoombaar noodlot, zich zonder mogelijkheid in zich, of voor zich, voortgestuwd waant door tijd en gemeenschap en zich daarom maar daadloos bij alles neerlegt.

Ik maakte mij misschien toch schuldig aan te veel retoriek. Daarom nog dit: Wanneer iemand u  een betoog houdt zoals ik, moet u het herleiden tot zijn eenvoudigste en meest zinrijke vorm. Vraag u af in hoeverre dit logisch, doenlijk is. Doe er iets aan wanneer u meent, dat er iets in ligt. Zeg in het andere geval rustig tegen de ander dat hij kletst. Indien de ander oprecht is, zal hij vanzelf trachten zijn mening duidelijker en beter uit te drukken, zodat samenwerking en begrip mogelijk worden.

Voorbeeld? Laat niemand u middels statistieken bewijzen dat u gelukkig bent of tevreden moet zijn. Ga uw gevoelens en uw praktijk na. Laat de ander in details en niet in gemiddelden, u duidelijk maken waarom hij zijn standpunt inneemt. U zult dan in staat zijn die ander te bewijzen waar de fout ligt, en ook voor uzelf beter kunnen beseffen waar voor uzelf geluk en vrede ontbreekt. Want eerst wanneer u deze dingen aan de anderen duidelijk kunt maken en tot een gezamenlijk streven kunt komen, waardoor de erkende gebreken of tekorten verminderen, is er een mogelijkheid, dat u geheel gelukkig of tevreden zult kunnen worden.

Zoek het in de eenvoudige feiten en begrippen. Menigeen meent dat middels retoriek en vele woorden alles bereikt en mogelijk gemaakt kan worden in een groep mensen. Daarbij vergeten zij dan, zoals zelfs wij wel eens vergeten, dat woorden geen zin hebben, tenzij zij voor allen, die erbij betrokken zijn of worden, duidelijk kunnen zijn. Men verwijt sprekers van deze groep (en misschien ook mij) wel eens dat zij zich te vaak herhalen. Het is beter de waarheid, die je ziet en wilt mededelen 5, desnoods 100 malen te herhalen, dan haar eenmaal te stellen en vervolgens haar waarde te ontnemen door haar te omspinnen met vele mooie, maar afleidende en daardoor misleidende woorden. Het “frappez, frappez toujours” van de Fransman wordt in deze dagen helaas niet gezien als: Herhaal tot alles door ieder begrepen kan worden, maar eerder als een, sla eenieder, die je niet begrijpt of het met jou niet eens is, op zijn kop.

Met als gevolg een strijd op de barricaden, in plaats van een samenwerking. Voor mijzelf kan ik zeggen, dat ik althans getracht heb zo duidelijk mogelijk te zijn.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Vragen

  • Maar er zijn toch altijd mensen geweest, die tevreden en gelukkig wisten te leven?

Inderdaad. En zij hebben zelfs voor de wereld vaak veel kunnen doen. Maar dit was hen alleen mogelijk door een grote onverschilligheid voor alles wat anderen zeiden omtrent de geldende gewoonten, wetten en regels van fatsoen, maatschappij enzovoort, terwijl zij zich hielden aan hetgeen zij innerlijk als juist ervoeren en probeerden hiermede en hierdoor voor anderen iets te betekenen. Zij werden daarvan soms zelfs het slachtoffer, zonder dat dit hun vrede en geluk blijvend kon verstoren. Deze mensen worden echter steeds zeldzamer, omdat steeds meer de mening schijnt te heersen, dat je voor de gemeenschap eerst iets kunt gaan doen wanneer je het recht hebt haar ook eisen te stellen. Men moet echter uitgaan van zichzelf, eigen kunnen en besef, niet van de reactie, goedkeuring van of onderwerping aan anderen, dit is de grote fout van uw tijd. Minstens 4 op de 5 mensen stellen eisen, voor zij zelf iets willen doen of offeren. Het voorstaande is mijn poging om niet alleen de oorzaak van deze houding, maar ook een remedie daartegen te geven. Indien u bij nadere beschouwing meent dat dit alles toch voor u misschien van belang zou kunnen zijn (zelfs indien u alleen meent dat dit voor anderen geldt) zo raad ik u aan eens na te gaan of u niet te veel in uw leven als vanzelfsprekend als een recht beschouwt. Of u niet, zonder het te beseffen, van anderen zeer veel pleegt te eisen. Overdenk dit eerlijk. Misschien kan het voor u een reden zijn om eigen gedrag enigszins te wijzigen. En, al zult u dit minder snel kunnen beseffen, ook uw geestelijke bewustwording en waarde, daar uw levenshouding een andere wordt.

  • Gehoord de andere betogen, die ik in deze groep mocht beleven, vraag ik mij af: Spitst de toestand zich nu steeds meer toe, of geven de gebeurtenissen een wending aan ?

De wereld bevindt zich in een tijd van veranderingen en omwentelingen. Dit neemt niet weg dat de door mij genoemde eenzaamheid, de gevoelens van machteloosheid, afgeslotenheid, onmacht in bijna alle gebeurtenissen en reacties van mensen op deze wereld een rol spelen. De wereld verandert inderdaad snel. Maar dat betekent nog niet dat wij nu ook van deze ernstige problemen automatisch verlost zullen worden. U meent misschien dat ook dit in de laatste 40 jaren heel wat had kunnen veranderen. Er is in die tijd meer veranderd dan u zelf, bij een terugblik, kunt beseffen. Zie daarbij echter niet over het hoofd dat veranderingen, die mede de mentaliteit en het besef van de mensheid als geheel betreffen, gemeenlijk tenminste meer van 300 jaren plegen te vergen. De stoffelijke ontwikkeling voltrekt zich echter steeds weer in ongeveer 100 jaren. Daarom is het noodzakelijk dat steeds meer mensen vooruit leren lopen op de algemene ontwikkeling en geestelijk reeds een beeld hebben van hetgeen mogelijk is. Er is in uw dagen wel steeds weer een zoeken in de richting van een vernieuwing, waarin de mens persoonlijk kan blijven leven en werken. Door gebrek aan begrip voor het werkelijk menselijk en geestelijk belangrijke voeren de stoffelijke ontwikkelingen ook in uw dagen steeds weer tot vormen van normering, ontpersoonlijking, zoals die in fascisme, communisme en bepaalde vormen van socialisme steeds weer op de voorgrond treden.

De mensen gaan in deze dagen steeds meer zoeken naar een mogelijkheid om vrij, om meer zichzelf te kunnen zijn. Men is minder geneigd zich aan de gemeenschap te onderwerpen en het recht op een eigen leven en beslissingen te delegeren aan de gemeenschap, dan bijvoorbeeld 40 jaren geleden. Hierdoor is het door mij aangesneden onderwerp juist nu actueel en zal een oplossing daarvan, hoe beperkt ook, voor de stoffelijke, zowel als de geestelijke gevolgen van de zich nu afspelende processen, van groot belang kunnen zijn. De problemen van onvrede, eenzaamheid en gevoel van machteloosheid uiten zich in een steeds toenemend verzet tegen het bestaande. Uit de onbewuste sfeer van bestaan komen deze dingen steeds sterker in de meer bewust beleefde waarden van het bestaan te verkeren. Dit is in zich een vooruitgang, maar maakt de problemen die daaraan verbonden zijn, ook meer acuut.

  • De mensheid is een grote eenheid volgens u. Toch acht u het fout, wanneer men haar met alle middelen op het goede spoor tracht te brengen?

Uw fout wordt duidelijk uit de term: “anderen met alle middelen op het goede spoor te brengen”. U hoort zelf goed te zijn, niet aan anderen dwingen uw kennis op te leggen enzovoort. U hoort slechts krachtens uw kennis, besef enzovoort, anderen te dienen. Dit is een gedachtegang, die u overigens niet geheel vreemd zou mogen zijn. Dit betekent immers dat wij door een groei van eigen besef niet een andere positie ten aanzien van de wereld in gaan nemen, maar dat wij juist zelfs hierdoor een andere verantwoordelijkheid gaan aanvaarden in de wereld. Met andere woorden, vernieuwing en bewustzijn kunnen, zover het onze plichten betreft, nimmer bepaald worden door de actie en denkwijze van de wereld, maar slechts door onze eigen actie in de wereld buiten ons.

  • Indien men aan eenzaamheid tracht te ontkomen door zich aan te passen tot uniformiteit met anderen, komt dan de persoonlijkheid niet in het gedrang?

 Alleen wanneer het conformisme van de massa ten gevolge heeft dat men de eigen werkelijke mogelijkheden en belangrijke geestelijke waarden van eigen persoonlijkheid onderdrukt of terzijde schuift. In de meeste gevallen blijkt het echter wel degelijk mogelijk zich in voor het ego in wezen onbelangrijke dingen aan de gemeenschap te conformeren, zonder dat het werkelijk ik en de persoonlijkheid hierdoor ook maar worden aangetast of beperkt.

Mijns inziens is een zich aanpassen aan anderen in alle onbelangrijke zaken voor de mens zelfs onvermijdelijk, indien hij wil komen tot de mogelijkheid van werken met de dingen, die hij belangrijk vindt. In mijn dagen leerde men wel: Beleefdheid en hoffelijkheid zijn de weg waarlangs wij, ten koste van weinig moeite, de mogelijkheid vinden geschillen met anderen te vermijden en meer waar te maken van hetgeen wij zelf werkelijk zijn en willen. Dit kan als voorbeeld dienen,

  • Zijn de tegenstellingen tussen de mensen het gevolg van de maatschappij of zijn de tegenstellingen in de maatschappij het gevolg van de mensen?

Mijn visie: Leven in de stoffelijke sfeer houdt een confrontatie in tussen het ego en de wereld buiten het ik. De onjuiste verwerking van deze tegenstellingen veroorzaakt isolement.

Naarmate dit geïsoleerd zijn voor meer mensen een voornaam deel van het beleven in de stof wordt, zal een meer massaal verzet tegen de massaliteit van de gemeenschap ontstaan, wat echter de eenzaamheid en de gevoelens van machteloosheid weer vergroot. Ofschoon er dus zekere tegenstellingen inherent zijn aan het bestaan in de stof, acht ik de oorzaak voor geschillen in de maatschappij dus in de eerste plaats iets, waarvoor de mens zelf aansprakelijk is.

De mens immers vormt zijn maatschappij middels zijn benadering van het materiële bestaan? Eenzaamheid enzovoort, zullen door de maatschappij eerst dan worden versterkt, wanneer de mens haar gaat beschouwen als middel om geschillen te constateren en eigen wil op te leggen, in plaats van een gemeenschappelijk zoeken naar de in elk aanwezige de gemeenschap aanvullende mogelijkheden en factoren. Kortom, het is in de eerste plaats een kwestie van besef, niet een maatschappelijke factor.

  • U bent zo zeer op de hoogte met de ontwikkelingen op aarde, dat het mij moeilijk is aan te nemen, dat u onstoffelijk bent.

Wie wil spreken met mensen op aarde in termen van eigen wereld of de vroeger op aarde beleefde tijd, zal nooit begrip bij hen vinden. Wie spreekt in de termen van de tijd, waarin deze mensen leven en zich informeert over alle daarin, zo mogelijk recente bestaande ontwikkelingen en problemen, zal een zodanig begrip kunnen krijgen voor zijn woorden en denkbeelden dat, al zijn verschillen van mening en inzicht nog steeds alles beheersende factoren, tenminste een communicatie, een wederzijds begrip mogelijk wordt. Wij achten het dan ook belangrijk dat iemand, die de mensen werkelijk wil bereiken en niet slechts eigen mening wil uitdrukken zonder meer, zich op de hoogte stelt van actuele ontwikkelingen op aarde, gebeurtenissen, die de aandacht vragen enzovoort, zowel geestelijk als anderszins. Van daaruit kan een spreker, al dan niet zijn kennis duidelijk etaleren, middels de problemen, die hij aansnijdt en de voorbeelden, die hij gebruikt, begrip krijgen voor hetgeen hij wil zeggen en de belangstelling van de mens wekken voor zijn feitelijke boodschap.

Ik dank u voor uw aandacht en hoop dat mijn gedachtegang u een aanleiding zal zijn tot persoonlijk nadenken.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

Esoterie: Veelheid en dierlijkheid

In de bijbelse geschiedenis treffen wij onder meer het verhaal van de ark van Noah. Ik heb mij wel eens afgevraagd hoe men in een zo klein schip (de afmetingen worden immers gegeven) zoveel dieren kon meenemen. Het daarin bergen van een in paren complete dierentuin lijkt mij haast onmogelijk. Maar Noah had zijn gehele familie aan boord. En dat zou de aanwezigheid van vele dierlijke kwaliteiten in kleine ruimte misschien toch wel kunnen verklaren: Zijn er geen mensen, die brullen als een leeuw, om net als de leeuw weg te lopen wanneer het te gevaarlijk wordt? Denk eens aan de typen, die elk probleem aan schijnen te durven, maar zich, zij het meestal waardig, terug weten te trekken, zodra zij ontdekken dat anderen zich door hun gebrul niet laten imponeren. Andere mensen vertrappen de gevoelens van medemensen even deugdelijk als een gehele kudde olifanten zou kunnen doen in een gevoel van eigen rechtvaardigheid, maar wanneer zij een muis zien, geconfronteerd worden met nog zo onbelangrijke onbekende feiten, schrikken zij zich dood en vluchten. Enzovoorts.

Waar ik naartoe wil? De mensheid, met al haar denkbeelden, filosofieën, geestelijke bereikingen, godsdiensten enzovoorts, doet mij steeds weer denken aan een soort ark.

Bovendien, al etaleert de mens die kant van zijn wezen nu niet bij voorkeur, toch heeft hij vele kwaliteiten in zich, die men gemeenlijk alleen aan dieren toeschrijft. Veelheid en dierlijkheid zijn dus beiden in de mensheid wel voldoende aanwezig. Snort het schijnbaar tevreden vrouwtje niet als een poes, kort voor zij de nagels van haar eisen uitslaat? Geldt niet onder de mensen menigeen als wijs, omdat hij als een uil schijnbaar meditatief de stilte bewaart, ofschoon hij, evenals de uil, geen diepzinnige gedachten koestert, maar eenvoudig op de loer ligt naar zijn kans, zoals de uil wacht op een muis? De mensen die zichzelf plegen te analyseren, lopen aan dergelijke eigenschappen graag voorbij. En wanneer zij ze wel moeten erkennen, denken zij er niet verder over na, maar beweren: Er staan bij mij zovele goede  dingen tegenover.

Het denken van de mens doet mij niet denken aan de ark, maar aan een kinderspeeltuin, waarin de draaimolen van zelfrechtvaardiging goed en kwaad dooreenschudt, tot niemand meer kan weten wat wat is, ofwel de goede en kwade eigenschappen van plaats schijnen te wisselen in een rijzen en dalen als kinderen op de wip. Daarbij ziet men aan de wezenlijke dingen maar al te graag ook verder voorbij. Want wat is het belangrijke van de Ark van Noah? Haar afmetingen…? Het feit dat zij alle dieren in paren zou hebben bevat? Of het feit dat ook na een grote ramp de aarde menselijk en dierlijk leven verder zou dragen? Ik meen dat de belangrijkste zaak in het verhaal het overleven is, meer dan alle andere en volgens de mens misschien meer curieuze delen van het verhaal. Zo meen ik ook dat het belangrijker is, dat wij met alle zogenaamd goed en kwaad in ons wezen iets doen, dan dat wij deze dingen afzonderlijk omschrijven, tegen elkander afwegen of zelfs middels filosofieën zozeer dooreen hutselen, dat men van louter bewondering voor zichzelf er niet meer toe komt in de werkelijkheid ook maar een enkele stap te zetten.

Ik heb dan ook altijd moeilijkheden, wanneer ik esoterische dingen moet bespreken. Ik weet niet precies hoe dat komt. Waarschijnlijk zweef ik niet voldoende boven de feiten. Vergeef mij dan ook dat ik de zaken praktisch bezie. Ik ben geneigd om te stellen dat geestelijk zowel als stoffelijk het belangrijkste van alle Zijn is, dat wij weten te overleven. Daarbij zal het overleven van de geest mijns inziens boven het overleven in de stof moeten worden gesteld.

Voortbestaan zonder einde is immers in de materie niet mogelijk. Altijd weer komt er een magere engel, die je vertelt dat het tijd wordt om in een andere wereld verder te gaan. Maar het werkelijke leven, dat voor mij het leven van de geest is, moet zoveel mogelijk een bewuste continuïteit vormen. Wat voor mij de vraag doet rijzen: Is het nu belangrijker dat wij overleven, dat wij in elke fase van het bestaan bewust kunnen blijven en in elke wereld waarin wij komen, de waarden van ons persoonlijk bestaan bewust kunnen beleven, of de vraag, wat nu eigenlijk goed en wat nu eigenlijk kwaad is? Mijn keuze staat vast. Overleven, bewust verder levend is het voornaamste.

Hoezeer ik ook eerbied heb voor al die hoogstaande geesten op aarde en elders, die zichzelf op de psychologische vivisectietafel plegen uit te strekken om zichzelf te ontleden, ik voel toch meer voor een mens of geest, die zijn levenskrachten niet aan dergelijke tijdelijke, het Ik vernietigende dingen, verspilt. Helaas geldt voor de meeste mensen dat levenskracht iets is, wat je wel bezit, maar waarvan je het bezit eerst gaat beseffen, wanneer je het niet meer in voldoende mate hebt. Wat een soort paradox is. Maar de gehele mens is in mijn ogen vaak paradoxaal. Want de mens is een wezen, dat steeds weer zichzelf en anderen wijsmaakt dat het als enige doel heeft naar het goede te streven, terwijl het zich gelijktijdig steeds weer specialiseert in hetgeen het zelf veroordeelt als kwaad.

De gelovigen en filosofen menen vaak, dat het doel van de mens het bereiken van een hemel (op aarde of elders) is. Maar dit wezen met zijn hoge bestemming blijkt het bekwaamste, wanneer het gaat om het vervaardigen van een hel voor anderen. Noem dit dan een paradox, als u wilt. De feiten zult zelfs u niet geheel kunnen ontkennen. Het gaat er kennelijk niet in de eerste plaats om, dat wij goed en kwaad uit elkander weten te houden. De eerst belangrijke zaak in ons Zijn is de levenskracht, hetgeen ons doet leven. Het is dan ook niet zo belangrijk dat men zich verzinkt in de archieven van de oude wijsheid, tenzij men daaruit iets weet te putten, wat men zelf en nu waar kan maken. Zoals het geen zin heeft voortdurend te spreken over broederschap, tenzij men ook bereid is de tussen sterk gebonden personen als broeders en zusters gebruikelijke geschillen en plagerijen te aanvaarden en desondanks, door genegenheid, alle verschillen van mening te overwinnen.

Is dit nu esoterie? Ik weet het eerlijk niet. Wat is esoterie eigenlijk? Het beschouwen van je innerlijk? Zonder meer toch niet. Want de mensen die zo druk hun innerlijk plegen te beschouwen, zijn meestal mensen die in suikerzoete prentjes de werkelijkheid voor zich en anderen trachten te vervalsen. Is esoterie een zoeken naar zelfkennis? Als dat het werkelijke resultaat zou zijn van deze discipline, zouden volgens mij heel wat meer esoterici in heden en verleden zich steeds weer halfdood moeten schrikken. Want als de waarheid van het ik wordt bezien, zijn het zeker niet altijd leuke dingen die je tegenkomt. Misschien is esoterie toch meer een leven met datgene wat je werkelijk bent, maar dan zo, dat je geen enkel deel van hetgeen je bent, ooit buiten beschouwing laat.

Voor mij lijkt de laatste uitleg wel de beste. Wanneer je als mens op aarde komt, beschik je over een zekere energie. Met deze energie moet je mens zijn, niet volgens een bepaalde norm, maar eenvoudig mens zijn, zoals je bent. De kern van het geheel is dan, naar ik meen, dat je met de kracht die je is gegeven, het mens zijn zozeer leert beleven, dat je de totaliteit, God, vanzelf tot een levende waarheid maakt, tot iets, wat je niet alleen stelt of erkent, maar ook beleeft.

Heden vraag ik mij nu eens niet af hoe u de zaken ziet of hoe u het zou moeten zien. Dat moet u nu maar eens zelf weten. Ik wil alleen maar stipuleren hoe ikzelf de zaak zie. Ik vraag u zelfs niet om aandachtig te luisteren. Want misschien interesseert het u geheel niet hoe ik over de dingen denk. Ik doe op het ogenblik op mijn wijze aan esoterie en moet daarom mijzelf (en zo mogelijk anderen) duidelijk maken wat ik ben en denk.

Ik stel dan dat volgens mij de mens, zowel als de geest, wezens zijn die de neiging vertonen eigen deformaties tot verdienste te verheffen. Indien men beseft dat men nimmer verdienste kan hebben, maar ten hoogste waar kan zijn, zal men door een gebrek aan door de behoefte aan verdienste ontstane zelfmisleiding, waarschijnlijk een toename van levenskracht en levensvreugde ondergaan.

Ik stel dan (vanuit mijzelf en voor eigen rekening) dat mens en geest het liefst schijnen te leven in eigen fantasieën, omdat men daarin de hoofdrol kan spelen. Wie beseft dat het ik nooit een hoofdrol zal kunnen spelen, zonder gelijktijdig alle verantwoordelijkheid voor het ik, zijn daden en gevolgen voor anderen te dragen, zal waarschijnlijk eerder leren, met een bijrolletje in het leven tevreden te zijn. Kun je dit, enkel dan zul je je plaats in het bestaan eerst waard zijn. Want geen hoofdrol, hoe goed ook vertolkt, zal op het toneel of in het leven zin hebben, tenzij er anderen zijn, schijnbaar minder belangrijk, maar geheel juist reagerende, om als achtergrond aan de hoofdrol een achtergrond en zo betekenis te geven.

Of wij het nu willen of niet, de hoofdrol in het stuk, dat wij het leven noemen, is God. Door in onze rol niet te proberen God te overspelen, maar wel zo juist mogelijk eigen taak te vervullen, zullen wij de hoofdrol eerst zijn ware betekenis kunnen geven voor onszelf en andere eventuele toeschouwers. Maar indien wij proberen ons te gedragen of wij de hoofdrol zijn, God zelf zijn, maken wij gelijktijdig onszelf belachelijk en verminderen wij de waarde van het geheel voor eenieder.

Een mens wil graag wijs zijn. Maar wijsheid is niet, zoals de mensen denken, een opeenstapeling van kennis, van feiten, die anderen onderzocht en erkend hebben, van stellingen, die anderen hebben opgebouwd. Ook al kun je die dingen allen zodanig samenvoegen, zodat het lijkt of je zelf denkt. Volgens mij is wijsheid niets anders dan een begrip voor alle dingen in het leven. Een gevoel dat de dingen duidelijk maakt, ook al kun je alleen de conclusies geven die hierdoor mogelijk worden en omtrent dit erkennen in het ik, dit gevoel maar weinig of niets zeggen.

Een mens die ernaar streeft wijs te worden door veel te leren alleen, zal over het algemeen weinig wijsheid bezitten. Hij beschikt wel over veel woorden en beelden, veel begrippen, maar zal over het algemeen weinig beseffen van hun werkelijke geestelijke en menselijke inhoud en samenhangen. De ware wijze is een mens, die zich geen moeite getroost, om alles uit te leggen en te verklaren, maar die alles beleeft en zo, door dit beleven, in staat is het overal in de betekenis, die het voor hem en eventueel anderen heeft, te erkennen.

Mensen willen graag iets betekenen. Maar dit betekenis hebben komt er voor hen veelal op neer dat zij op een schavotje willen gaan staan en eenieder willen laten zien, dat zij er zijn. Ik echter meen dat de betekenis van een mens niet is gelegen in het feit dat anderen zijn bestaan kennen of hem een bepaalde betekenis toekennen, maar in het feit dat hij voor zich weet, dat hij niets doet wat zinloos is vanuit zijn eigen standpunt.

Misschien een wat eigenaardige opbouw voor een betoog. Maar aan de andere kant wordt u nu misschien duidelijk waarom (volgens mij) wij zelf eigenlijk een soort ‘ark van Noah’ zijn. In de ark werden immers alle dieren meegenomen. In ons kan alles, wat in de schepping binnen de mensheid van belang is, voortbestaan. Ook al hebben wij het gevoel slechts een bundel van tegenstrijdigheden te zijn. In de ark waren leeuwen en lammeren, verscheurende dieren en hun normale prooi, maar in de ark was hun verhouding kennelijk anders dan in de vrije natuur. Op de een of andere wijze waren zij daar vrienden. Misschien wel omdat zij geen andere mogelijkheid zagen tot voortbestaan. Bij natuurrampen als bosbranden en overstromingen ziet men immers zelfs nu nog vele dieren, die normaal elkanders vijanden zijn, rustig bij elkaar zitten, zonder elkaar te schaden. In ons zijn dergelijke tegenstrijdigheden eveneens aanwezig. Maar wij beseffen niet dat alles noodzakelijk is, om te kunnen bestaan.

Met het gevolg dat onze innerlijke leeuw voortdurend bezig is onze innerlijke schapen te verslinden enzovoort. Wij kunnen innerlijk eenvoudig de vrede niet handhaven. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat wij niet beseffen hoezeer de innerlijke onvrede ons in gevaar brengt.

Wat wij in de eerste plaats tot stand moeten brengen is een soort godsvrede in onszelf.

Natuurlijk, nu eens komt het ene deel van het ik naar buiten, de volgende keer het andere. Op zich is dat niet ernstig wanneer wij beseffen dat alle delen van ons ik, inclusief de ‘verscheurende dieren’, deel van het ego zijn en noodzakelijk zijn voor het overleven van ons Zijn in de schepping als ego. Ik meen dat de esoterie zich niet in de eerste plaats bezig dient te houden met het opstellen van een lijstje van alle dieren die in onze ark leven, maar met het handhaven van de innerlijke rust en harmonie.

Bedenk maar eens wat er terecht zou zijn gekomen van de ark, wanneer vleeseters en planteneters elkander voortdurend belaagd zouden hebben. Zelfs de familie Noah zou het waarschijnlijk dan niet hebben overleefd en de aarde en hemel zouden niet alleen nieuw, maar ook leeg geweest zijn. Wanneer een mens in zich geen orde weet te houden tussen de vele verschillende dingen die hij is, zal hij naar mijn mening als mens voorlopig wel een mislukking zijn. Wij dragen te veel verschillende denkbeelden, waarderingen en eigenschappen in ons om alles juist te kunnen ontleden. Daarom zeg ik: Zorg eerst maar eens dat je tot een innerlijk evenwicht komt.

Of om het nog eens kort te zeggen: Voor mij is de ware esotericus niet degene, die zichzelf in delen weet te ontleden en dezen weet te erkennen, maar degene, die het geheel van zijn wezen tot harmonie weet te brengen en zo in staat is voort te gaan en verder te bestaan, bewust van het ik dat hij is, als geheel. Als geheel zichzelf levende vindt de mens een eigen waarheid, die volgens mij de magische formule is van het leven, het kosmische woord, en al die andere arcana bij elkaar. Want de waarheid van mijn wezen is (volgens mij) dat ik een deel ben van God, de totaliteit enzovoort. Alles wat in het geheel bestaat, moet ergens in mij een weerklank kunnen vinden. Zolang ik eerlijk mijzelf ben, zal ik ook, bewust of onbewust, deel zijn van het geheel en zal het woord, dat de bron is van het geheel en alle kracht daarin ook in mij een deel van mij zijn.

Zodra ik echter in mijzelf verdeeld ben en in mijzelf geen vrede kan vinden, zodat ik mijzelf begin te bedriegen, zullen wij geen contact meer hebben met de werkelijkheid van het geheel.

Het is of het wezen, dat dit geheel bepaalt, dan zegt: Laat die maar eens een tijdje met rust.

Die zullen wij pas helpen wanneer hij welgemeend en wanhopig om hulp gaat roepen en niet eerder.

Zo, misschien is dit volgens u geen esoterie. Ik echter meen dat het belangrijker is dat ik harmonisch leer zijn in mijzelf, dan het verkrijgen van alle kennis in de kosmos. Als eenheid kan ik het Zijn in zijn geheel ervaren. Met kennis kan ik het misschien omschrijven, maar verder kom ik niet, omdat elk nieuw besef een verklaring vergt en zo een gevaar oplevert. Als een drempel, waarover ik dan mijn nek dreig te breken. Dan zou elke nieuwe erkenning en stelling alleen via lijden en mislukkingen, via een worsteling bereikt kunnen worden. En juist in de noodzaak daarvan kan ik niet geloven.

Een God, die het ons zo lastig zou maken om iets te bereiken en gelijktijdig ons verwerpen zou wanneer wij daarin niet slagen, zoals vele systemen het uiteindelijk voorstellen, zou de grootste rotzak zijn, die ik mij voor kan stellen. Ik geloof in een God van liefde en rechtvaardigheid, beide, een God, die het ons mogelijk maakt op eenvoudige wijze zijn wezen en de zin van ons bestaan te beleven, wanneer wij Hem maar niet uit ons wezen verdrijven met onze theorieën.

image_pdf