Aardse problemen en spanningen

16 maart 1971

Inleiding

De Witte Broederschap is bezig een verdeelnet te vergroten, en dat net heeft eigenlijk ten doel om het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensen te beïnvloeden. U moet het zich ongeveer als volgt voorstellen: Wanneer een mens denkt, straalt hij iets uit. Wanneer honderd mensen iets denken, dan zullen de dingen die zij anders denken niet doordringen, maar gedachten die bij hen ongeveer gelijk bestaan worden zéér sterk en die kunnen dan misschien tienduizend anderen bereiken. Deze tienduizend worden hierdoor beïnvloed in hun eigen denken, en gaan ook een hele hoop toestanden zien op één bepaalde manier. Dat kan dus erg gunstig zijn, maar dat kan ook wel eens erg vervelend zijn, omdat op die manier een ver­valsing van de werkelijkheid ontstaat.

Laten wij bijvoorbeeld de toestand nemen op dit ogenblik. Er zijn heel veel landen waar de mensen eerlijk nog geloven dat men leeft in welvaart. Dat is niet waar, men leeft niet in welvaart, men leeft in een zich uitbreidende industriële maatschappij, die voor alles wat zij schijnbaar geeft aan producten en mogelijkheden, gelijktijdig enorm veel wegneemt zoals: bewegings­vrijheid, denkvrijheid, verbruiksvrijheid, milieuvrijheid. Denk maar eens aan de milieuverontreiniging bijvoorbeeld.

Wanneer wij dus proberen om de mensen te leren denken, dan is het eerste dat wij doen hen duidelijk maken, dat een groot gedeelte van wat rond hen is, niet helemaal is zoals het is. Er is begoocheling, er is Maya. Nu zegt de Witte Broedersohap: Wij kunnen daar eigenlijk niet genoeg mee bereiken, wij zijn niet in staat op korte termijn, wanneer er een probleem is, zoveel mensen nuchter en logisch te leren zien en denken, dat wij daarmee iets kunnen voorkomen. Maar wij kunnen misschien wel zorgen dat er, in dat gemeenschappelijk denken, een kleine afwijking ontstaat, waardoor de resultaten waar wij bang voor zijn net voorbij gaan. Voorbeeld: Wanneer u voor het eerst in uw leven op een fiets zit, dan ontdekt u misschien dat de dingen waar je naar kijkt de neiging hebben om je aan te trekken. Het gevolg is: Als er op een plein één boom staat en je kijkt ernaar, dat je ertegen aanrijdt. Wanneer je aandacht voor een ogenblik wordt afgeleid, bijvoorbeeld doordat iemand je roept, heb je grote kans dat je er net langsheen gaat. Dat is nu eigenlijk wat de Broederschap van plan is te doen. Wij zijn van plan om een aantal problemen – net op het kritieke moment – even af te buigen, zodat de gevolgen, die anders groot zouden zijn, vermeden kunnen worden. Wij werken er als Orde Der Verdraagzamen natuurlijk aan mee, en ik denk ook wel dat u zelf geneigd zult zijn om mee te werken. Het moeilijke echter is dat u niet in staat bent om zonder meer die juiste gedachten te vinden, want wanneer er nu eenmaal een illusie is, dan kunnen wij er een kleine illusie bijvoegen en het resultaat wordt totaal anders.

Maar, punt één, weet u wat illusie is? En punt twee, welke toegevoegde il­lusie belangrijk is om uit te stralen? Dat kunnen nu die grote Heren van de Witte Broederschap wel!

De situatie wordt interessant in de komende tijd. Ik weet niet of u zich bezig hebt gehouden met het verloop der dingen.

U leeft in een wereld waarin de denkwijzen met elkaar in botsing komen, waar mensen vaak bang zijn de waarheid te horen. Ik Geloof dat er niets zo erg is, voor sommige mensen, als geconfronteerd te worden met een feit. Heel veel mensen hebben “heilige huisjes”. En om een vriend van mij te citeren: “Iets wat werkelijk heilig is, kan niet beledigd worden. Iets wat beledigd wordt, door een uitspraak van anderen, bezit de heiligheid niet die het pretendeert te hebben”. De onaantastbaarheid van iets wordt door zijn kwaliteit bepaald, niet door de waardering die een ander daarvoor heeft. Daar ziet u dus het probleem rijzen, er zijn een hele hoop illusies, er zijn zekerheden die geen zekerheden zijn. En met al die dingen moet u als mens leven. Maar iemand die in zichzelf zo’n pseudo zekerheid heeft opgebouwd, is niet van plan om die prijs te geven. Wanneer hij gelooft dat de maan van geitenkaas is gemaakt, dan is hij druk bezig om een maatschappij tot exploitatie van de geitenkaas mijnen op de maan mogelijk te maken. En dan ver­tikt hij het om te luisteren als iemand hem zegt: “Hoor eens daar is slechts basalt, glas en wat poeder”, dat is begrijpelijk. Maar aan de andere kant, wanneer alle mensen denken dat de kaas van de maan gaat komen, dan zullen zij geen kaas voortbrengen op aarde – en nu wil ik niet zeggen dat het een levensbehoefte is misschien – maar zo valt er toch iets weg, dat op aarde ook belangrijk zou kunnen zijn. En zo heb je dat met een hele hoop dingen in de toekomst. Bijvoorbeeld, er is op het ogenblik een godsdienststrijd aan de gang. Daar merkt u niet veel van, de uitspraken zijn eerder: “Wij willen samenwerken”, maar in feite zijn de mensen druk bezig om een methode te vinden, waarbij zij hun eigen schijnzekerheidje kunnen verdedigen tegen de mogelijke aantasting door anderen. Er is op het ogenblik een enorme concurrentie aan de gang tussen verschillende geloven. In landen die – laat ons zeggen – minder beschaafd zijn, ontaardt dat in strijd. Die situatie zou op sommige punten kritiek kunnen worden, dat begrijpt u.

Wanneer wij nu vanuit de Orde daar wat aan willen doen, dan proberen wij de mensen te laten zien: Wat u denkt is niet zo waar als u denkt dat het is. Maar aan de andere kant kun je de mensen ook niet al te sterk aanvallen, want je moet gehoor afdwingen en dat betekent altijd weer een dilemma, de vraag: In hoeverre kan ik deze mensen schokken in hun overtuiging, zonder dat zij dichtklappen, dat zij niet meer luisteren?

De Witte Broederschap, met haar modulatie als het ware van bestaande waanbeelden, kan daarbij vaak veel betere resultaten bereiken. Wanneer je twee tegen­standers, die elkaar benijden, probeert te suggereren dat zij door samen te werken in feite hun meerwaardigheid over de ander kunnen bewijzen, dan zullen zij vaak tot een heel hechte samenwerking overgaan, alleen maar omdat zij daardoor dit gevoel van meerwaardigheid hebben. Zo kun je dus van tegenstanders nu niet direct vrienden, maar toch wel medewerkers, maken. In een chaos, zoals die op het ogenblik aan het ontstaan is, liggen nog heel wat meer problemen te wachten. Voor heel veel mensen komen er financiële problemen, en die mensen zitten vandaag of morgen wel in wanhoop. Maar kun je hen misschien duidelijk maken dat het niet zo belangrijk is, wat iets no­minaal waard is, dat het alleen maar belangrijk is, wat je er werkelijk mee kunt doen, wat je er mee kunt kopen. Koopkracht is dus wel iets anders dan feitelijke waarde, zoals die wordt aangegeven in de bankwaarde. Op deze manier moet je dus pro­beren om die mensen aan de ene kant te behoeden voor grote stommiteiten, en aan de andere kant toch ook zorgen dat de ontwikkeling niet wordt afgeremd.

Dit is werkelijk wel, wat wij noemen, een crisisjaar, dat wil zeggen dat een hele hoop tendensen bijzonder fel zullen zijn, en dat de reacties van de mensen daarop meestal ook nogal fel, en ook soms evenwichtig zullen zijn. Nu zijn er veel kleine oorzaken die, binnen enkele maanden zelfs, enorme veranderingen tot stand kunnen brengen.

En nu zegt de Witte Broederschap, daar moeten wij wat aan doen! Maar zij moet natuurlijk ook een functieverdeling hebben, dat begrijpt u wel. Nu is het typerende dat, zoals mensen verschillend denken, ook geesten een verschil­lende benadering kennen. Er zijn mensen die alles willen oplossen met het geloof. Dat gaat natuurlijk niet, maar daar kun je toch iets mee bereiken. Anderen zeggen, nee wij moeten dat economisch statistisch bepalen. Weer anderen zeggen, nee wij moeten dus eenvoudig uitvindingen doen, waardoor wij kunnen ontkomen aan de beperkingen die nu ontstaan.

En zo zijn er, binnen de Witte Broederschap, een aantal werkgroepen, die elk op hun eigen manier actief zijn. Er is één groep die zich bijvoorbeeld hoofdzakelijk bezighoudt met het stimuleren van de economie, met de juiste markt. Men noemt dat het vinden van een evenwicht-compensatie voor de maatschappelijke verandering.

Een andere groep houdt zich bezig met wat u geloof zou noemen, en die probeert enerzijds een geloofsverstarring te doorbreken, maar aan de andere kant ervoor te zorgen dat dat geloof niet helemaal verdwijnt, want de mensen heb­ben het nodig. Dan heb je nog enkele departementen die elk voor zich aan het werk zijn. Onder deze groeperingen krijg je dan te maken met kleinere groepen.

Wanneer wij dus zeggen: Het lidmaatschap van de Orde Der Verdraagzamen zal – geest en stof bij elkaar geteld – zoiets zijn van een half à driekwart miljoen misschien, een kleine groep dus, terwijl het aantal leden van de Witte Broederschap – los geschat – een paar miljard bedraagt. De ODV heeft een eigen manier van werken. Onze benadering is die van: Zie dat alle dingen te zeggen en te denken zijn, begrijp dat er veel verschillende meningen kunnen zijn, zoek je eigen mening! Andere groepen werken weer anders.

Maar dan komt er een ogenblik dat die Witte Broederschap dus zegt: Nu moeten wij gaan ingrijpen en dan komt het ogenblik voor “inspiratieve manipulatie”, zoals dat heet, die doet in een aantal mensen denkbeelden ontstaan en zorgt ervoor dat die denk­beelden op dat moment maatschappelijk belangrijk zijn. Dan is het heel begrij­pelijk dat die Witte Broederschap zegt: “Leen ons eens eventjes een paar honderd­duizend goede mensen daarvoor”. Het betekent wel dat de rest van ons eigen werk wat stil komt te liggen, maar er staat dus tegenover dat wij in een groter geheel, door samenwerking, toch wel heel veel bereiken.

Voor onszelf is dat niet altijd even prettig. Wij komen bijvoorbeeld ineens voor een sprekerstekort te staan, dat kunnen wij wel opvangen, maar wanneer je een expert nodig hebt en je moet volstaan met iemand die er met een spiekbriefje maar net iets over kan zeggen, dan wordt het wel moeilijk natuurlijk. Wij proberen ons werk zoveel mogelijk voort te zetten, maar er zijn storende invloeden bij, dat geef ik graag toe en dan wordt het wel eens moeilijk. Dat wij daarnaast veel tot stand kunnen brengen, is dus voor ons belangrijker. Het is vooral belangrij­ker om een paar honderdduizend mensen, of een paar miljoen misschien, te helpen een gevaar te vermijden, dan om voor een vijftigtal mensen de juiste lezing voor te goochelen, dat begrijpt u wel.

Nu is onze samenwerking met de Witte Broeder­schap de laatste tijd weer heel intens geworden. Er zitten voor ons wel wat moei­lijkheden aan vast. Wij hadden gehoopt, in deze periode, weer te kunnen werken met de leringen van de wereldleraar. Die leringen zijn inderdaad beschikbaar, maar, zo zegt men nu, die zijn nog te theoretisch, zij staan te ver af van de wer­kelijkheid. Wij moeten eerst zorgen dat de werkelijkheid door de mens anders be­leefd wordt, dan pas kunnen wij daaraan beginnen. Dan zeggen wij: Goed, hoe moet dat dan? En dan krijgen wij te maken met heel hoge entiteiten vaak, en elk van hen zegt ons dan: Doe nu dit, doe nu dat. En wij proberen die opdrachten te ver­delen.

De grote moeilijkheid van die Broederschap, als ik het goed door heb, is wel dat zij misschien over twintigduizend volledig bewuste contactpersonen op aar­de beschikken, en dan misschien nog eens honderdduizend halfbewuste of bijna onbe­wuste contactpersonen. Dat zijn hun directe contacten, daar kunnen zij rechtstreeks mee werken.

Maar nu hebben zij een tekort en hebben zij gezegd tegen ons: Hebben jul­lie kerngroepjes hier of daar, waar je wat mee kunt doen? Ja die hebben wij inder­daad, en daar zullen wij ook wel wat mee doen. Daar werken wij mee en die schakelen wij gewoon in. Dan zeggen zij: Maar dat is nog niet genoeg. Kun je de mensen misschien overtuigen. Dan zeg je: Dat kan ik niet. Ik kan niet helemaal duide­lijk maken wat die Witte Broederschap wil en waarom, ik zou het verkeerd kunnen zeggen, dus stuur zelf iemand. Het resultaat is geweest dat wij, in de laatste tijd, als ik het over de hele wereld reken, op het ogenblik zo een honderdveertig seances hebben gehad, waarin dergelijke gastsprekers op de voorgrond zijn getreden. Dat is voor het geheel natuurlijk niet veel. Maar je zou misschien weer mensen kunnen treffen die zich daardoor bewust worden van hun wereld, van hun mogelijkhe­den, vatbaar worden, en die door die vatbaarheid dus hun medemensen tot een ander denken kunnen brengen. Het is aardig om te zeggen: Mensen, blijf nu maar lekker door lachen en maak er een vrolijke boel van, want alles wat er gezegd wordt over gevaren is niet aanwezig.

De meeste mensen horen zoiets graag, het zou gemakke­lijk zijn. Maar die gevaren zijn concreet aanwezig en wanneer de mensen daarop niet reageren, dan worden zij zo groot dat niemand ze meer weren kan. Dus wat moe­ten wij doen? Wij moeten proberen enerzijds een zekere optimistische beleving van het bestaan mogelijk te maken, en aan de andere kant toch een denkbeeld scheppen: Hé er zijn gevaren. Er wordt gehoopt dat wij met vele verschillende groepen in staat zullen zijn op korte termijn nog eens een klein miljoen mensen op te leveren, die dus als volledig bewust, harmonisch punt kunnen dienen, waaruit die suggestie, die verandering in het bovenbewustzijn van de mensen, bereikbaar wordt. Ik vind dat zelf een zéér hoog gesteld doel, maar aan de andere kant: Er zijn al aardig wat resultaten behaald en missohien behalen wij er nog wel meer.

Ik zal u nog een paar punten proberen duidelijk te maken. Er is een werke­lijkheid. Deze werkelijkheid wordt door de mens geïnterpreteerd. De interpreta­tie maakt hem voor een deel van de werkelijkheid blind, en doet hem een deel van de betekenis van het waargenomene werkelijke overschatten. Het resultaat is dat de mens niet leeft in een reële wereld, maar in een zeer subjectieve vermenselijkte, en vanuit de menselijke geprojecteerde wereld. Hij ziet allerlei samenhangen niet meer juist, hij komt tot emoties die onjuist zijn, zijn reacties zijn onredelijk, gezien de werkelijkheid. Dit denken van de mens is inherent aan zijn streven naar bewustwording. Zekere vervreemding van de feiten is noodzakelijk, omdat men in staat is zo geconcentreerd te raken dat men de feiten ziet. Je kunt dus dit proces ook niet eenvoudig bestrijden, want dan zouden wij terugkeren tot een aan­tal wilden, die alleen nog maar materiële belangstelling hebben, en voor wie de persoonlijke ontwikkeling alleen maar een kwestie is van vechten met de wereld, en niet meer een kwestie van ook vechten met jezelf.

Wij proberen daarom om deze mensen gedachten te geven, hun oriëntatie te veranderen. En dan stuit je weer op een moeilijkheid. Er zijn een hoop mensen die graag willen meewerken, die zeggen: “Vrienden in de geest, wij zullen natuurlijk achter u staan, maar wilt u er dan wel voor zorgen dat mijn zaak goed blijft lopen.” Ja, daar kun je niet aan beginnen hè? Dan zou je ook allerhande onrecht scheppen en onevenwichtigheid. Dus je moet het proberen zo te doen, dat je alleen vrijwillige medewerkers hebt. Deze vrijwillige medewerkers hebben allemaal illusies, zij heb­ben dus allemaal denkbeelden, die niet met de werkelijkheid stroken. Maar wanneer die afwijking in hun subjectief beeld dus groot genoeg wordt, dan zullen zij anders gaan reageren dan de meeste mensen, want een groot gedeelte van de illusies hebben de mensen gemeenschappelijk. Deze verandering stoort de inwerking die deze illusie als geheel kan hebben, en op dat ogenblik kan de Witte Broederschap enorm veel doen.

Wanneer u zo dadelijk naar onze gastspreker luistert, vergeet u één ding niet: Gastsprekers hebben het vaak moeilijk, zij staan verder van de materie dan wij dat plegen te doen. Daardoor is de sfeer die zij meebrengen, voor het begrijpen van hun woorden, heel erg belangrijk. Probeert u die sfeer te ondergaan, dan zult u mis­schien daaruit iets proeven van een hogere werkelijkheid en misschien ook deze hogere werkelijkheid in uzelf kunnen herbeleven later.

Gastspreker

Ik ben dankbaar dat u iets van uw kostbare tijd wil afstaan aan mij, als vertegenwoordiger van de Witte Broederschap.

Wij streven naar de bewustwording, naar de rijping van de mensheid als geheel. Ons streven is niet zelfzuchtig. Wij strijden niet voor betere mogelijkheden in de geest alleen, maar voor een alomvat-tende bewustwording voor allen. Er zijn zeer vele perioden geweest in het menselijk bestaan, dat wij moesten ingrijpen en dit ook gedaan hebben. Zelfs in de laatste tijd waren wij verplicht om enkele mensen uit het stoffelijk leven weg te nemen, om te voorkomen dat zij onheil aan anderen zouden brengen.

Wij nemen aan dat dit ook nog meerdere malen noodzakelijk zal zijn in de nabije toekomst. Maar deze dingen gaan u slechts indirect aan. Niets kan belangrijker zijn, op dit ogenblik, dan het wegvallen van grenzen tussen mensen. De mensen zien elkaar niet voor wat zij zijn: Medemensen.

De mensheid is verdeeld in belangengroepen en er zijn groepen van dwazen, die zelfs in feite onbelangrijke stoffelijke dingen boven het heil van hun medemensen hebben gesteld. Wij hebben tot nu toe ingegrepen vanuit ons eigen kunnen. Maar nu komt er een ogenblik dat in die wereld de mogelijkheden tot onheil aanmerkelijk groeien. Er komt een ogenblik waarin het belangrijk is, dat de mensheid terugschrikt voor haar eigen gedachten, dat men voor één ogenblik andere wegen als de meest logische beschouwt.

Er is op dit moment een betrekkelijk groot gevaar voor direct ingrijpen en oorlogshandel­ingen vanuit China ten aanzien van, indirect, de Verenigde Staten, terwijl gelijk­tijdig een soortgelijk gevaar bestaat tussen Rusland en China, en, door ingrijpen van militairen die aan de macht zijn gekomen, tussen Rusland en de Verenigde Staten.

Dit gevaar is potentieel, het is aanwezig, het is nog niet concreet geworden. En de volkeren zelf kunnen, wanneer zij hun gedachten een ogenblik anders richten, zéér veel doen om een grote destructieve strijd, beperkt of misschien wel onbe­perkt, te voorkomen. U zult begrijpen dat wij niet alle strijd kunnen of willen voorkomen. Maar op dit moment is het nodig dat de mens even nadenkt, even re­delijk gaat denken.

Het is bijvoorbeeld noodzakelijk dat de mensen in Israël gaan begrijpen, dat zij niet het uitverkoren volk zijn dat recht heeft om ieder ander zijn rechten te ontzeggen. Zoals anderen moeten begrijpen dat Joden mensen zijn, van gelijke kwaliteit als zijzelf. Deze dingen kun je niet alleen van bovenaf berei­ken. In de mens zelf moet de wil tot het goede aanwezig zijn, maar daarnaast moet zijn denken, in de richting van het goede, sterk zijn. En hoeveel wij ook kunnen doen, vanuit de krachten van onze Witte Broederschap, er komen ogenblikken dat wij iemand nodig hebben op aarde, die met ons harmonisch is. De liefde, zelfs een God­delijke Liefde, kun je alleen op aarde kenbaar maken, wanneer er in een mens een harmonie leeft, waardoor hij, vanuit zich, ditzelfde kan ontvangen, ditzelfde van zich uit kan stralen. Niet met woord en gebaar, maar door het totaal van zijn le­ven en zijn. Wij kunnen de juiste gedachten geven, maar gedachten geven aan mensen, verondersteld harmonie, verondersteld een zekere ontspannenheid, verondersteld ook dat men bereid is positief te denken en te reageren. En dit is de reden van het beroep dat wij, in vele vormen, op de mensheid doen op dit ogenblik. Wat wij van u vragen is niets groots, geen wonderlijke openbaring, maar een eenvoudige veran­dering van uw eigen instelling. Dat daarvoor redenen zijn hoop ik u, in de mij korte toegestane tijd, te kunnen aantonen.

In de eerste plaats dan: Het kan u wel anders gaan, maar niet werkelijk slechter. Wanneer het u slecht gaat, veroorzaakt u dit ook zelf. Leef met de omstandig­heden van vandaag, beroep u niet op gisteren, reken niet te veel op morgen. Tracht elke dag weer voor uzelf ontspannen, gelukkig, optimistisch te zijn. Als u kijkt naar de vele goede dingen die er zijn in het leven, zal u dit zo zwaar niet vallen.

In de tweede plaats: Zoek in uzelf een zekere geestelijke rust te vinden. Ik zeg u niet: Maak uzelf leeg van gedachten, want dit is voor een mens bijna onmo­gelijk, maar denk aan de lieflijke dingen, denk aan de lente die komt, denk mis­schien aan een aangenaam contact met een medemens, denk aan de zaken die goed gelopen hebben, denk aan de dingen die u prettig en tevreden stemmen, en laat al de zor­gen voor een ogenblik ter zijde. Doe dit zo veel mogelijk. Door u zo positief te richten op uw eigen beleven en mogelijkheden, wordt u sterker harmonisch voor dat­gene dat onze Broederschap in zijn geheel tot uiting wil brengen.

In de derde plaats: Wees geestelijk centrum, en wees daarmee tevreden. Het enige teken dat u zelf daarvan ervaart is een kleine, maar vaak betekenisvolle, verandering in uw gedachten, soms gepaard gaande met kleine veranderingen ook in uw lichamelijk welzijn, maar dan altijd ten goede. Wees een geestelijk centrum doordat u de goede wil, de tevredenheid die u kent, voortdurend uitdraagt, niet met woorden, maar door uw bestaan zelf.

Indien u met ons samenwerkt, kunnen wij u daar­voor niet direct belonen. Wij kunnen u slechts de zekerheid geven dat alle krach­ten uit onze groep, die u oproept, in uzelf eveneens kracht gaan betekenen en niet alleen maar uitstraling gaan betekenen. Wij vragen u om de mensen te bezien met begrip, met liefde. Heb uw naasten lief, betekent niet dat u die ander moet be­heersen, het betekent wel dat u, al wat die ander doet, met een zekere welwillend­heid dient te beschouwen, zover u dat mogelijk is.

Schep geen verschillen maar overeenkomsten. U bent hier in een klein aantal, maar wanneer enkelen van u in staat zouden zijn deze harmonie te vinden, dan zou hierdoor wel degelijk een zeer grote inwerking, die vele mensen omvat, bereikbaar worden. U zult van buitenaf vele denk­beelden die onrust baren, of die u stimuleren in de riohting van een conflict, ont­vangen. Deze berichten zijn voor 999 op 1000 onjuist. Realiseer u dat u eenzijdig wordt voorgelicht, eenzijdig wordt benaderd. Dat al die conflicten, die stellingnamen, die u voortdurend worden voorgehouden, niet gebaseerd zijn op de feiten maar slechts op een benadering, een bedoeling van sommige groepen, ten aanzien van de feiten. Laat u niet misleiden, laat u niet opzwepen. Op deze wijze behoudt u eveneens rust.

En dan ten laatste: Wees niet bang. Voor velen van u zullen er in de komende tijd situaties zijn waarin u bevreesd bent. Tracht niet bevreesd te zijn, niets kan zo erg worden als u het denkt. En veel van wat u meent dat zal gebeuren, wordt niet waar. Wees ontspannen, ook wanneer mensen u schijnen te bedreigen. Reageer snel, maar zonder angst. Wanneer u geconfronteerd wordt met zakelijke of materiële moeilijkheden, wees niet bang.

Als u geen angst hebt zult u niet alleen een juistere uitweg vinden, maar u zult daarnaast iets van uw rust, uw vertrouwen, overdragen aan anderen, want waar angst bestaat, ligt deze in wezen meestal aan twee zijden, en angst is een van de gevaarlijkste dingen die op de wereld kunnen bestaan op dit ogenblik. Wees niet bang, laat u niet beïnvloeden. Het lijkt misschien weinig om te vragen, maar ik verzeker u dat dit werkelijk te leven, een grote eis is. Wij zijn ons daarvan bewust, maar wij nemen aan dat vele mensen met ons niet alleen willen zoeken naar een per­soonlijke bereiking, maar naar een werkelijke groei voor de mensheid.

De veranderingen die gaan komen zijn op dit moment reeds voor een deel in beginsel aanwezig. Het is niet belangrijk dat u uw normen opgeeft. Wel is het be­langrijk dat u ook leert om dat nieuwe te aanvaarden. Vele mensen zijn bang voor verandering, omdat zij een nieuwe conflictsituatie vrezen, omdat zij het gevoel heb­ben dat zij erop achteruit gaan.

Vrienden, deze gevoelens zijn mede aanleiding tot de problemen, die op dit moment uw wereld overspoelen. Als deze wegvallen dan is het mogelijk dat mensen met mensen samenleven in vrede. Dan is het mogelijk dat de velen, die op dit moment niet bewust zijn van hun werkelijke mogelijkheden in de geest, hun werkelijke noodzaak en behoefte in de stof, gaan beseffen waar voor hen de weg ligt.

Wij van de Witte Broedersohap houden er rekening mee dat een deel van onze voornemens pas bepaald zal worden door de resultaten van de komende Wessac-bijeenkomst. Maar de problemen die wij thans zien, gedogen geen uitstel, zelfs niet voor een korte tijd van een maand of vijf à zes weken. Wij moeten nu reageren en daarom doen wij reeds nu een beroep op u.

Wanneer wij ontdekken dat wij een redelijke medewerking krijgen dan zullen wij, ook in een openbare bijeenkomst, voor zover nood­zakelijk, u na deze bijeenkomst duidelijk maken wat wij feitelijk tot stand gaan brengen en dan zullen wij u ook proberen de tijden juister te noemen.

Er zijn veel dingen in de wereld die veranderen. Wanneer wij u deze veranderingen letterlijk noemen, zo voorziet u enorme gebeurtenissen, in feite is die verandering een ge­leidelijk en langzaam proces. Een groot deel van ons streven is er zelfs op ge­richt deze geleidelijkheid van ontwikkeling en verandering te vergroten. De mens moet tijd hebben om zich aan te passen, hij moet zich gewennen aan nieuwe denkbeelden. Hij moet langzaam maar zeker de oude gewoontes desnoods voor nieuwe kunnen ruilen. Het is een worsteling om tijd, die voor ons begonnen is.

Tot op heden zijn wij erin geslaagd veel terug te houden, wat onvermijdelijk leek. Maar dit is niet voldoende. Indien wij in staat zijn de verschillende crises, die zich op dit moment ontwikkelen, of reeds ontwikkeld hebben, verder te vertragen in hun ontwikkeling en uiting dan is hiermee, en niet alleen voor dit jaar, maar waarsohijnlijk voor meerdere jaren, een geleidelijke vernieuwing moge­lijk geworden. En dat is hetgeen waar wij naar streven.

Ik wil, voor ik afscheid van u neem, trachten u iets te doen gevoelen en zien van ons leven en onze werkelijkheid.

Er is een kosmische kracht. Deze kracht leeft voor ons als een tintelend Licht, soms geconcentreerd en gebundeld, tot uiting komende in bijzondere bijeenkomsten, of als een wonderlijk spel tussen hoge entiteiten, voor een ogenblik een net vormende van Licht, waarin wij menen waarheid te kunnen lezen. Wij weten dat ons krachten doortrillen, maar er zijn ogenblikken dat wij deze kracht zo sterk kunnen voelen vibreren, dat je ze, als een bundel in jezelf, kunt uitzenden en dat je met deze bundel door kunt dringen in vele werelden en sferen. Werelden en sferen zijn niet zo gemakkelijk te over­bruggen, want elke sfeer, die niet mee harmonisch vibreert, is een weerstand, een wegvallen van kracht. Het is onze taak om alle verschillende sferen, zeker die waarin mensen geestelijke voertuigen hebben, samen te smeden tot één geheel. Het is onze taak hiervoor elke sfeer mede actief te maken, en wij voelen deze werkelijk­heid voor onszelf, op dit moment, reeds aan.

Wanneer sfeer na sfeer zijn eigen kracht toevoegt bij datgene wat in ons leeft als een Goddelijke vibratie, dan komt er een kracht zó groot dat de mensheid zich daaraan niet zal kunnen onttrekken, dat het Licht, de vreugde, het gevoel van vrijheid en bevrijd zijn, dat zoveel van onze sferen in het bijzonder kenmerkt, voor de mens weer voelbaar wordt. Niet gedreven door een moeten of een norm, maar gedreven door een intense vreugde waardoor je, zoals wij dit kennen, je één voelt met medeschepselen, dit begrip van eenheid dan ook tot uiting brengt in de schoonheid die je gezamenlijk schept.

Er is Licht en er is kracht. Deze lichtende kracht, dit sterke Licht, wensen wij niet voor onszelf te behouden, maar naar uw wereld te brengen. Want overal waar schaduw een ogenblik wegvliedt, waar een ogenblik bewustzijn ons tegenstraalt, waar geest met geest verknoopt denkbeelden kan delen, de gevoelens van een wer­kelijkheid op kan bouwen, daar vrienden, daar leven wij pas werkelijk en daar wordt voor ons uit het geheel, duidelijker dan tevoren, de Goddelijke kracht en werkelijkheid uitgedrukt.

Daar spiegelt zich voor ons een ogenblik een deel van de eeuwige en onveranderlijke Godheid, in de vergankelijke wisselingen van zijn schepping. Ons leven is hard, omdat wij voortdurend actief zijn. Ons werk is zwaar, omdat wij zo vaak te maken hebben met werelden, waarvan wij ons de maatstaven ternauwernood kunnen herinneren. Ons leven is een voortdurende vreugde, omdat dit voortdurend zwoegen gelijktijdig is een steeds intenser verbonden zijn in een totaliteit. Wij voelen ons één met al wat eens mens was, een mens is, of een mens zal zijn. Wij weten dat deze eenheid het voor ons bereikbare beeld Gods omvat, en dat deze Godheid volledig geopenbaard zal zijn, weerspiegeld in Zijn schepping, op het ogenblik dat al deze schepselen met elkaar verbonden zijn door begrip, door de vredige harmonie, waarin het Licht zich ten volle openbaart.

Dit is wat ons drijft tot ons werk. Dit is wat ons sterk maakt, ook ten aan­zien van werelden waarin wij misschien niet alles meer volledig overzien. Dit is het wat ons ertoe brengt af te dalen tot in de diepste sferen, zo nodig, opdat zelfs vanuit het diepste duister het Licht gevoegd kan worden in de totaliteit die “mensheid” heet. Wij werken voor onszelf en voor u gelijkelijk. Ons bestaan is niet beperkt tot een sfeer, ook al is die tijdelijk onze wereld. Het heelal is ons bestaan, maar in dit heelal is voor ons de factor “mensheid” de uitdrukking van het kenbare, en daarvoor de werkelijke benadering tot onze God. Ons scheppen van invloeden op uw wereld heeft slechts ten doel haar totaliteit en haar erkenningsmogelijkheid te vergroten. Ik kan niet zeggen in menselijke termen: “Wij hebben u lief”, het is méér. Wij zijn deel van hetzelfde lichaam met u, één groot lichaam, dat de werkelijke mensheid vormt. Wij kunnen u niet verlaten, zonder zelf te gronde te gaan. U kunt niet ziek zijn, zonder dat uw ziekte ons treft, maar wanneer wij u genezen, genezen wij ook onszelf. Zo denken wij, zo leven wij.

Dit is het misschien voor u wat het mystieke beginsel van waaruit de Witte Broederschap werkzaam is. En het is die eenheid, die wij gevoelen, die ons de moed geeft een beroep te doen op u. U te vragen om, ondanks alles, optimist te zijn, om realist te blijven, ondanks alle beïnvloeding, om vrede in uzelf te zoeken en te hervinden, voortdurend, in een wereld die die vrede zou willen op de vlucht drijven. Het is daarom dat wij het gevoel hebben dat dit beroep gedaan mag, kan, ja, moet worden. Het is daaruit ook dat ik de moed geput heb een deel van uw bijeenkomst, die u misschien voor andere doeleinden had bestemd, in beslag te nemen.

Ik ben dankbaar dat u hebt toegehoord, ik ben dankbaar voor de vele gevoelens die mij zijn toegestroomd tijdens dit betoog.

Ik hoop echter dat ons harmonisch contact gebaseerd zal worden op uw nieuwe benadering van het leven, uw innerlijke vrede, opdat wij een ononderbroken samenwerken kunnen bereiken, opdat deze wereld aan werkelijke menselijke waarde en waardigheid wint, dat zij haar verdeeldheid vergeet en de bestaande, maar voor haar tot nog toe ondenkbare, oplossingen aanvaardt voor het geheel van de menselijke problematiek.

Nawoord

Vrienden, na deze gastspreker kom ik nog even terug om, aan wat voorafging, een klein commentaar te verbinden:

Dat wij hiervoor plaats maken zult u nu begrepen hebben. Dat wij dit belangrijk achten en stellen boven vele andere activiteiten, die bij onze eigen Orde behoren, dat zal u ook wel duidelijk zijn geworden.

Mag ik erbij voegen, en dat is toch wel heel erg belangrijk, dat de slagzin van de tijd is: “Het zal zo erg wel niet worden, maar laat ik zorgen dat ikzelf goed genoeg ben”. Ik geloof dat je daarmee een heel eind komt. Wanneer u iets geproefd hebt van de sfeer, van de spanning, die onze gastspreker met zich heeft gebracht, dan zult u waarschijnlijk ook wel gevoeld hebben hoe intens goed dit gemeend wordt. En dit is niet van één persoon uit, het is werkelijk vanuit al die hoge entiteiten, die gezamenlijk leidinggeven aan de Witte Broederschap. Uw reacties daarop zullen wij afwachten. Maar ik meen dat iemand, die luistert naar de Orde Der Verdraagzamen, minstens verdraagzaam genoeg moet zijn om de mogelijkheid dat dit werkt aan te nemen. Meer hoeft u niet te doen, neem aan dat het mogelijk kan werken en probeer het! Probeer eens een beetje harmonie te vinden, het kan u nooit schaden weet u, en het kan zo nuttig zijn.