Achter het Witte Licht

Het onderwerp dat voor deze avond was afgesproken, draagt als titel: Achter het witte licht. Een titel die voor sommigen misschien enige verduidelijking nodig heeft.

Wanneer je door de sferen gaat kom je in gebieden terecht, waarin steeds meer dingen samensmelten, d.w.z. dat menselijk constateerbare verschillen en tegenstellingen op den duur wegvallen. We komen dan uiteindelijk terecht in de wereld van het Goddelijke, zegt men dan en dat is dus de wereld van het witte licht, dat, wanneer je er verder in doordringt, het verblindende licht wordt; het licht waarin waarneming onmogelijk is.

Ons onderwerp vandaag kan zich niet bezig houden met de vraag: wat is God of wat zijn goden. We weten uiteindelijk dat telkens wanneer er een nieuwe godsdienst komt, de goden van de voorgaande tot demonen worden verklaard. Dat is alleen maar menselijk. Voor ons is de vraag: wat is het witte licht en wat bevindt zich daarachter? Want dat het bestaan ophoudt op het ogenblik dat je het witte licht binnengaat, is kennelijk een legende. Er zijn machtige zielen die uit het witte licht komen en dan toch weer een zekere mate van vorm en gestalte aannemen, en leringen geven of afdalen naar planeten om daar een bijzondere taak te vervullen.

Het witte licht dus. Wanneer je een vormenwereld hebt en op een gegeven ogenblik ontleed je die te ver, dan krijg je een warreling. Wanneer je een elektronenmicroscoop neemt en je vergroot een beeld, dan komt er een ogenblik dat de samenhangen van het geheel eigenlijk worden vervangen door een soort raster, een patroon, waarin zich punten verplaatsen. Wanneer je uit een vormwereld komt, kom je in een wereld terecht die wij dan wel eens geluid en kleur en zo plegen te noemen, omdat daarin trillingen zijn van een lagere aard. (De vormsamenhang is in zichzelf eigenlijk een bedrog, omdat ze de substantie een vorm geeft op basis van de ledigheid die ze omvat). Dan is er een grotere reeks contrasten maar ze zijn niet meer vormgebonden. Wij spreken over deze werelden als werelden van denken. Want hier is het de reactie van je eigen wezen op al wat buiten je bestaat waardoor je voor jezelf een verbondenheid gaat vinden met alle zaken die in dat schijnbaar onkenbare, warrelende geheel van kleuren en tonen zijn opgelost.

Ga je nog verder dan bereik je de grenzen van wat men het witte licht noemt. Er is geen duister meer, geen schaduw, maar er is ook geen breking. Al datgene wat in het witte licht beleefd wordt, wordt beleefd als een geheel, en niet alleen in fasen. Laat me u een voorbeeld geven om het te verhelderen: wanneer je te maken hebt met iemand in Zomerland dan zal hij zeggen: dat ben ik, zo heb ik geleefd en misschien als hij wat wijzer is geworden en Laag-Zomerland heeft bereikt, zegt hij: en daarvóór heb ik deze en gene incarnatie gehad, maar dáár zijn al die incarnaties één geheel. In het witte licht is er geen tijd, er is alleen essentie.

Wanneer je eenmaal zover bent gekomen is er natuurlijk niet meer de mogelijkheid iets uit te drukken in menselijke termen, en datgene wat ik er van weet, heb ik vernomen van degenen die daar wél in leven, en die voor ons begrip meesters zijn. In het witte licht smelt alles samen en er is een emotie die gelijk een bepaling van functie inhoudt. Je bent a.h.w. zozeer verbonden met alle dingen, dat je zelfs een deel van jezelf kunt ondergaan terwijl je gelijktijdig beseft deel te zijn van andere dingen. Er is dus een verwevenheid van bestaan, waarbij je eigen functie, je eigen wezen en inhoud, alleen maar een bijdrage is die je levert aan de mogelijkheden van anderen. Nu schijnt het dat dit witte licht, langzaam maar zeker, zelfs déze verschillen uitblust. Men spreekt dan wel over het verblindende licht, een toestand waarin eigenlijk zelfs emotie geen juiste term meer is. Het is een vervuld zijn door de volledigheid van het bestaan, en een gelijktijdig omvamen van al het bestaande.

Daarachter echter – en let wel, ik kan dit niet uit eigen ervaring zeggen, ik kan alleen herhalen wat mij gezegd is – achter dit witte licht bevindt zich nu een totaal andere vorm van Zijn. Het is alsof je tot nu toe alles in spiegelbeeld hebt gezien. Er ontstaat een nieuw begrijpen – als dat de juiste term is – waardoor de zin van de eenheid waarvan je deel uit bent gaan maken voor je eigen besef, afleesbaar wordt.

Iemand die wat meer religieus is in zijn formuleringen, zei het als volgt: in het witte licht aanschouw je God, in het verblindende licht onderga je God, maar zodra je achter het witte licht komt, ben je déél van God. Een ander zei het een beetje – hoe moet ik zeggen – gevarieerder misschien en zei: wanneer Brahma’s werk ten einde gaat dan doven de laatste sterren. Entropie omvangt alles, maar achter dit alles is de geest, waaruit het bestaan voortkomt, het wezen dat alle kracht omvat. Brahman die in zich altijd gelijk blijft, en toch voortdurend scheppingen voortbrengt die door delen van zijn wezen zijn bedacht en worden gevormd. Het is achter de scheppende kracht de werkelijkheid, het onbepaalde, zien.

Wanneer je leeft, droom je. Zeker, het is een beperkte droom en je deelt hem met velen. Voor jou is het een werkelijkheid. Maar het zijn beelden die elkaar opvolgen en die bepaald worden door krachten die je lang niet allen kunt overzien. Maar op een gegeven ogenblik ben je deel van die krachten. En het op het ogenblik dat die krachten zichzelf zijn en daardoor zich openbaren, ben je achter het witte licht. Ik weet dat er heel wat geloofsvormen zijn die zoiets eigenlijk een ketterij zouden noemen. We hebben ook altijd geleerd, en daar is ook niet iedereen het mee eens: kijk, elke mens is in feite een deel van God, zonder de kracht van God zou je niet bestaan, dus woont de kracht van God in jou, dus ben je deel van God. Jij bent God, alleen: niet in de volledigheid maar in een atoom daarvan.

En op dezelfde manier zou je misschien moeten zeggen: alle voorstellingen van sferen, van hemel en hel die we kennen, vloeien uiteindelijk uit onszelf voort. Ze zijn je weerkaatsing van datgene wat ín ons bestaat, de wijze waarop we onszelf beoordelen en zelfs de verwachtingen die we koesteren. Maar op het ogenblik dat het ik‑begrip wordt aangetast, dan kúnnen dergelijke dingen niet bestaan.

Een hemel is een dagdroom van een geest. Een hel, de dagdroom van een geest die zichzelf bestraft voor datgene wat hij in zichzelf niet kan aanvaarden. Een sfeer is een speelplaats waarin je went aan een andere vorm van bestaan, maar op het ogenblik dat het bestaan zelf het enig belangrijke wordt, heb je geen speelplaats, heb je geen droom nodig, geen voorstellingen meer, geen tegenstellingen, want alle dingen zijn één. Een mens die spreekt over goed en kwaad is als iemand die een munt in handen heeft en zegt: ja, maar dit is de beeldenaar, en daar moet je niet naar kijken, dat is de avers. Wat dwaasheid is, want beiden zijn nodig. Zonder dat is het geen munt.

Een schepping omvat alle dingen, alle dingen die geuit zijn. Ze omvat niet alleen één ogenblik, ze omvat alle tijd. Wanneer je daar even verder over nadenkt, dan wordt misschien duidelijk wat ik probeer te zeggen over een wereld die in feite onomschrijfbaar is. De wereld achter het witte licht ís de werkelijkheid, maar het is een werkelijkheid die niet meer bepaald wordt door een persoonlijk voelen, een persoonlijk denken of een persoonlijk beoordelen. Het is een werkelijkheid die eenvoudig je absorbeert totdat je een deel bent geworden van een onveranderlijk geheel.

Vanuit die wereld schijnt ook weer een andere scheppende werking plaats te vinden. Ik zal proberen om het u duidelijk te maken, weer eigenlijk met een voorbeeld. Er bestaat in uw wereld een voortdurend verlies van energie. Energie gaat van de ene vorm in de andere over, dat is waar, maar als je dan alles precies na zou meten, dan zul je zien dat een heel klein breukdeel daarvan verloren gaat, en je weet niet hoe. Stel nu dat er ergens een ruimtelijke situatie is, een leegte, een kromming – hoe moet je het zeggen –  waarin die energie terecht komt, dan ontstaat op den duur daar een zeer hoog geladen veld. Wanneer dat veld sterk genoeg is, is dan kan het ophouden van een gelijkmatige vloed van energie in zichzelf al betekenen dat daar verschillen van dichtheid ontstaan. Waar die verschillen ontstaan, ontstaat werking, een vervloeien van energie van het ene punt naar het andere. En wanneer dan helemaal geen toevoer meer plaatsvindt dan hebben we hier een entropisch heelal. Er is geen beweging meer, er is geen licht meer, er is alleen nog misschien materie, maar zelfs die heeft zich in haar samenhangen voor een groot gedeelte reeds ontbonden.

Op dat ogenblik ontstaat in dat andere heelal met een, zeg maar Big Bang, met een enorme reeks van wervelingen die bijna explosief aandoen, de eerste vormen van materie, die dan weer onderlinge bindingen aangaan. Er ontstaat a.h.w. een nieuw stoffelijk heelal.

Stel u nu voor dat we dit beeld kunnen overdragen op het bestaan in die eeuwige werkelijkheid, achter het witte licht. Er komt een ogenblik dat de werking van het witte licht a.h.w. scheppend wordt. Zij deelt zich, zij veroorzaakt tegenstellingen en daardoor werkingen. Wat nu deel is geweest van die wereld achter het witte licht, is het creatieve element, het scheppende element dus in dat herontstaan van een ander zijn, van een andere wereld.

Een beetje moeilijk om je dat voor te stellen. Wat is een heelal? Sommige mensen hebben gezegd; het is een bubbel van leegte in het onbestemde, en dan komen ze er dicht bij. Maar als je gaat kijken dan blijkt dat er ook nog velden bestaan die door mensen niet meetbaar zijn. De vorm van energie die eigenlijk niet eens meer constateerbaar of afleesbaar is, zeker niet vanuit menselijk standpunt. En als je die beschouwt, dan gedraagt ze zich als een enigszins amorfe massa, waarin dan leegten voorkomen en die leegten zijn dan weer heelallen.

Er is bij ons een theorie dat rond één onzichtbare kern, die dan de werkelijkheid achter het witte licht zou representeren, 63 heelallen rondtollen a.h.w., elk met hun eigen sterrennevels, met hun eigen mogelijkheden levensvormen voort te brengen, en al wat aan een Al eigen is. Wanneer u zich realiseert dat dit wel eens waar zou kunnen zijn. Let wel: zou kunnen zijn, dan moet u daar al uit duidelijk worden dat menselijke opvattingen en menselijke benaderingen zozeer beperkt zijn, dat ze eenvoudig niet kunnen oordelen over een grotere werkelijkheid.

In die toestand bevinden we ons ook als geest. Wij kunnen een grotere werkelijkheid niet beoordelen, ook al maken we er deel vanuit en ondergaan we de werkingen en eigenschappen daarvan als iets wat ons eigen bestaan en onze wereld misschien beroert. In het witte licht vallen de tegenstellingen weg. Je raakt verbonden met het andere, maar pas wanneer die verbondenheid de gescheidenheid niet meer bevat, kom je door het verblindende licht in de wereld achter het witte licht, de wereld waarin de volledige eenheid niet zonder meer, geloof ik, de oplossing inhoudt van het persoonlijk bestaan, maar waarin het persoonlijk bestaan een totaal andere inhoud krijgt. Een functioneel zijn – misschien zoiets als een cel in een lichaam – een bloedlichaampje dat door de aderen heengaat.

We hebben een functie, maar wij kunnen alleen bestaan als deel van het grote geheel wanneer daaruit een schepping voortkomt, dan kunnen we het bestanddeel zijn waaruit deze uiting van de totaliteit wordt opgebouwd. Maar we kunnen daar zelfs niet meer tot een lagere vorm komen als bv. een zonnegeest of een wereldgeest. Ik zeg in dit verband ‘lager’, want vanuit het standpunt van mijn huidig bestaan zijn ze onmetelijk groot en totaal anders. Maar wij zijn dan de materie, wij zijn misschien dat spanningsveld, wat een heelal mogelijk maakt, en daardoor verbonden met al wat er zich in beweegt, al wat er in kan bestaan en zich kan ontwikkelen.

Nu zijn er ook nog andere punten aan verbonden, ik zal het niet te lang maken met de inleiding, u hebt ongetwijfeld vragen dadelijk. U hebt wel eens gehoord van waarschijnlijkheidswerelden, neem ik aan. Anderen spreken wel over parallelle werelden, maar dat is alleen maar een naam. Het heelal, zoals wij het beleven, omvat voor ons een groter aantal mogelijkheden, dan we ooit tot deel van ons persoonlijk beleven kunnen maken. Op elk punt waarop we een keuze doen die een groot aantal verdere belevingen vastlegt, ontstaat a.h.w. een aftakking. Er is ook een deel waarin iets wat op ons lijkt, misschien alleen een potentie, wie zal het zeggen, die andere keuze met al haar mogelijkheden doormaakt, en misschien zijn er wel vier of vijf vertakkingen mogelijk op één punt. De mogelijkheden alle tezamen zijn de uitdrukkingen van de werkelijkheid, niet alleen datgene wat wij persoonlijk waarmaken door leven; beleven.

Achter het witte licht bestaat geen waarschijnlijkheid en ook geen keuze, er is alleen totaliteit en dat impliceert dan als vanzelf dat daarin alle mogelijkheidswerelden weer samen moeten vloeien. Maar als ze een reële waarde zijn, dan zullen zij in het verblindende licht zelf mee geabsorbeerd zijn en ze zullen daardoor deel zijn geworden van al wat achter het witte licht als eenheid bestaat. Het is een samenvloeiing, niet alleen van al het denkbare, maar van al het kosmisch mogelijke, al hetgeen geestelijk mogelijk is, al wat bestaanbaar zou zijn. Het is deze volledigheid waaruit de nieuwe schepping met allerhande variaties en variëteiten steeds opnieuw kan ontstaan en herontstaan, terwijl het geheel daaraan deel heeft en in alle delen daarvan alleen zichzelf herkent.

En wanneer de delen, die zijn uitgegaan, terugkeren tot de totaliteit, beseffen ze dat ze niets anders hebben gedaan dan het wezen uitdrukken waarvan ze al deel waren. Wij geesten, mensen, die nog niet zover zijn gekomen, willen graag een reden hebben voor dit alles. Misschien dat de beste uitdrukking deze is: de God spiegelt zich in zijn schepping, de schepping maakt de God opnieuw bewust van zichzelf maar gelijktijdig beeldt daardoor de schepping deel voor deel het oneindige uit dat uiteindelijk de Godheid uitmaakt.

Het zijn deze denkbeelden die ik u wilde voorleggen. Er is natuurlijk veel meer over te denken en over te praten, maar ik heb geprobeerd om u alle belangrijke benaderingspunten aan te reiken.

Nabeschouwing:

Verblindend licht en duisternis zijn één. Leven en dood zijn één. Kleur en kleurloosheid zijn één. Want één zijn alle dingen en uit eenheid is geboren het onbegrensde.

Maar waar verdeeldheid oordeel spreekt

daar breekt het werkelijk zijn tot waan

waarin het eigen niet verstaan

vervormd wordt tot een nieuwe leer

tot nieuw gelijk of zelfs meer:

het recht om méér te zijn, dan anderen ooit waren.

Het witte licht dat al omvangt

het schijnbaar duister zijn

waar het in zijn verblindheid

het eigen wezen weer omreikt

is juist het teken van het zijn

dat in ons wezen prijkt, dat zegt:

bestaan heeft zin, en zijn is waarheid onbeschreven.

En daarom mens, zoek het begrip

van het eigen ik, niet van het Leven

want leven is de kracht waaruit je wel bestaat

maar het ik-begrip bepaalt hoe ’t ik het leven ondergaat

en uit het leven voor zich bouwt

een nieuw besef, een ander streven

zodat het door zich te geven

de vrede schept waarin het besef

langzaam verkwijnt tot als verblindend licht

de schijn van weten dooft

en het werkelijk zijn verschijnt.

Eén is de kracht. Eén is het licht. Eén is de werkelijkheid

Eén is de waarheid van het zijn

niet meer verdeeld door tijd, door strijd, door onbegrip.

Zo denk, en ga uzelve na

tot iets in u u helpt uw eigen wezen te verstaan

en die in u ook te beleven.

dan eerst kunt ge het aanzijn geven

aan iets dat waarheid heet een door uw wezen leeft,

dan zijt ge eerst bewust en deel van de ene kracht

die alles leven geeft.

Omschrijf het licht, omschrijf de kracht.

geen woord, geen klank heeft zin

iewakonemo-wagathé-òhawokanatie-mowa-ikaho-reetosè

dat is een melodie, die niemand hier verstaat

en toch is in die zinloosheid

een kracht gelegen

waardoor je soms de waarheid ondergaat.

Zo heb ik op mijn manier de wereld achter het licht voor u beschreven. Geen sprookjes maar een werkelijkheid, die in uw leven zijn eigen webben weeft en daardoor eerst aan al het bestaan zijn ware inhoud geeft. Het zijn denkbeelden, overweeg ze, weeg ze – de weegschaal van uw gevoel en van uw reden – en kies dan uw eigen weg, stel uw eigen prioriteiten.