Alchemie

Dinsdag, 23 mei 1979

 Als ik spreek over alchemie – El Kimaya – moet ik wel een eindje in het verleden terug. U moet zich voorstellen, dat in de tijd tussen 700 en 800 in de Arabische wereld een enorme wetenschap ontstond. Ze werd grotendeels vastgelegd. Een groot aantal boekdelen werd door een groot geleerde vastgelegd onder de naam El Kimaya, wat wil zeggen: de chemie. Zijn chemie is natuurlijk niet datgene, wat men er vandaag de dag onder verstaat.

Er zaten recepten bij volgens welke men schijngoud kon maken bijvoorbeeld, iets wat in Egypte al gebruikt werd. Er zaten recepten bij voor de bewerking van obsidiaan, maar ook voor het maken van allerlei watertjes, elixirtjes, smeerseltjes, die tegenwoordig zo veel mensen rijk maken, omdat de dames denken, dat ze er mooier van worden. Neemt u mij niet kwalijk, dames, maar heus u hebt ze meestal niet nodig. Uw natuurlijke schoonheid is ook wat waard.

Dus daar beginnen we eigenlijk mee. Voor die tijd bestaat er wel een soort esoterie, die geestelijke waarde van transmutatie verenigt met natuurkundige proeven. Je hebt bijvoorbeeld een Griekse dame, die schrijft onder de naam Maria de Jodin en die is de uitvindster van de verwarming in waterbad. U kookt tegenwoordig ook nog wel eens au bain Marie, dat komt daar vandaan.

Er zijn mensen bij, die eigenlijk uit de Alexandrijnse school komen en die hele boekwerken schrijven over de stoffelijke alchemie, maar daarnaast ook vaak over de filosofie, die eerder te maken heeft met de oude elementen en de wijze waarop die in de mens een rol spelen, dan iets anders. Er is een man, die daar een hele tijd aan bezig is. Hij probeert het allemaal in overeenstemming te brengen met de christelijke leer bijvoorbeeld. Dit is uw eerste achtergrond. Pas na het verschijnen van de El Kimaya wordt voor dergelijke bestrevingen het woord alchemie algemeen.

De alchemist is iemand, die experimenteert. Maar het experimenteren is voor de alchemist niet alleen maar zoeken naar wetenschappelijke mogelijkheden.

Hij probeert de evenwichten te beproeven van alle krachten en daardoor de ether, de bezielende kracht, als het ware voor zichzelf te ervaren. U hebt dus te maken met een praktische chemie, die echter aanleiding wordt tot bespiegeling waarbij de proeven worden omgezet in filosofie en waarbij de filosofie weer gebruikt wordt voor een esoterische benadering van de eigen werkelijkheid.

Daarmee heb ik eigenlijk een van de vragen al beantwoord;in de werkelijke alchemie zijn het experimenteren en de bezinning onverbrekelijk met elkaar verbonden.

Wanneer die chemie wat ouder wordt en dan moeten we denken aan het jaar 900, komt met de golf van Moren, die naar Spanje vertrekken ook een reeks kabbalistische denkers en filosofen mee. Ze brengen een Joodse kabbala. De kabbala heeft in zichzelf ook weer elementen, die veel ouder zijn en die zeer waarschijnlijk stammen uit Babylon en Egypte. Het is een soort magische leer en gelijktijdig bestemmingsleer. Het is duidelijk, dat de alchemie hierdoor beïnvloed wordt. Men komt langzaam maar zeker tot een samenvoeging van verschillende begrippen. Een alchemist in 1100 – een Italiaan – schrijft dan ook, dat de mens de engelen in zijn wezen moet kennen, waarbij hij kennelijk de kosmische ordening, zoals die bestaat in de kabbala, overbrengt op de eigen persoonlijkheid. Men gaat dan zelfs verder en zegt dus, dat in de mens de geestelijke krachten zijn van de strijd, de geestelijke krachten van de erkenning, de geestelijke krachten van de omvorming om het nu maar eens simpel te houden. Heel vaak worden die in latere geschriften omschreven als sulfur (dus als een soort zwavel, de gele zwavel, de rode zwavel, etc.). Dat aanduiden van bepaalde geestelijke innerlijke waarden met in feite chemische termen, is kenmerkend voor de alchemie zo rond 1400. Van daaruit blijft dat gebruik ook wel gehandhaafd. Nu moet u niet denken, dat een alchemist alleen maar filosoof is. Hij probeert de geheimen van het leven te achterhalen, ofschoon ik betwijfel of er ooit een filosoof is, die een homunculus heeft gemaakt, hoe mooi Goethe die van de tweede, de klassieke Faust, de klassieke Walpurgisnacht beschrijft. Ik geloof niet, dat ze ooit echt zijn gemaakt. Men heeft proeven gedaan om leven te scheppen. Men heeft gezocht naar de achtergrond van het leven. Nu moeten we weer voorzichtig worden, want we krijgen te maken met het aqua tofana. Het aqua tofana is in feite een sterk verdunde arsenicum oplossing. Het witte arsenicum is een van de dingen, die de alchemisten het eerste vonden. Het is gek, maar als de mensen beginnen …… er was ook eerst een atoombom voor ze dachten aan een atoomcentrale, bij wijze van spreken. Ze zijn allebei gevaarlijk, maar ze hebben toch een verschillend doel. Dit watertje werd gebruikt om mensen, die vergiftigingsgevaar liepen dus, daarvoor te vrijwaren door ze voortdurend een dosis te geven om hun resistentie te verhogen. Dit is waarschijnlijk aanleiding geweest om het levenswater te noemen in de kringen van de slechtere alchemisten. We kunnen dan – als we de hele historie nagaan, komen we nooit klaar vanavond – langzaam maar zeker twee scholen onderscheiden. Er is de school, die we de voorloper van de chemici kunnen noemen, die dus in de eerste plaats zoeken naar materiële producten. Voor hen is bespiegeling alleen maar nodig om tot betere proefnemingen te komen.

We hebben de tweede richting, waarbij proeven in het laboratorium alleen maar een bevestiging moeten zijn van een innerlijk bereiken. Daartussen in zweven dan ook nog weer magiërs, alchemisten, kabbalisten en vaak ook nog spiritisten, die eigenlijk zelf de weg niet helemaal weten. Aan de ene kant bereiken zij ontzettend veel, maar aan de andere kant verknoeien ze alias. De bekende Jean Tilly is een voorbeeld van dit soort mensen.

Gezien de stelling van het onderwerp, geloof ik, dat we de zuiver chemisch strevenden en ook de magiërs voorlopig even kunnen laten rusten. Wanneer je terecht komt bij de filosoof, gaat hij uit van het idee oerkracht. Oerkracht zou kunnen resulteren in oermaterie. De oermaterie, die in vele gestalten op kan treden, wordt dan de steen der wijzen. Maar de steen der wijzen wordt dan de steen der wijzen niet omdat ze bepaalde eigenschappen heeft. Je kunt er inderdaad bepaalde metalen mee transmuteren. In Nederland, ik meen in ong. 1690, is er een man geweest, die nog eens aan een zilversmid heeft gedemonstreerd hoe hij van lood zilver en goud kon maken. Alleen door een klein stukje van de substantie van de steen der wijzen erbij te doen. Dat is eigenlijk de bijkomstigheid en daar vergissen de mensen zich in. De steen der wijzen is niet het resultaat, dat ik heb, maar het is het inzicht dat ik nodig heb om tot het resultaat te komen. Wanneer ik in mijzelf iets waarmaak of iets bereik, dan is dat voor een mens op aarde zinloos wanneer je dat niet ook kunt demonstreren, dat wil zeggen op je eigen stoffelijk niveau tot uitdrukking kunt brengen. Er zijn heel wat mensen geweest, o.a. de bisschop van Canterbury, die werkten met het zwarte en het rode poeder. Die mensen zoeken dus naar oerrecensies en komen dan terecht in een wereld, die wij interatomair zouden nomen. Ruimte tussen de atomen. Ruimte van de kleinste delen van de microkosmos. De wetten daarvan kunnen worden overgedragen op de gehele kosmos. Ofschoon het een oude Egyptische wijsheid is – het behoort tot de hermetische wijsheden Tabulas Smaragdis zo boven zo beneden en omgekeerd bij wijze van spreken – zo gaat men toch uit van de vergelijkbaarheid der dingen. In deze alchemie is heel duidelijk van alles te vinden. We zien bijvoorbeeld hoe het gnostisch christendom van 400-1100 op zijn sterkst is, een groot gedeelte van zijn symbolen overdraagt, juist aan die alchemie.

Wij zien het voorbeeld van de slang, die zichzelf in de staart bijt. Niet alleen een eeuwigheidssymbool, maar ook de materie verteert zichzelf en wordt tot de essentiekracht, die zij in zich omsluit zonder haar te kennen. Dus op die manier kom je in de alchemie ontzettend veel symbolen tegen, die hieraan zijn ontleend. Een groep mensen, die later in Zwitserland voornamelijk hun hoofdzetel hebben, maken zelfs een hele reeks kaarten met sym­bolen. Er zijn zo’n 600 hoofdsymbolen plus nog een aantal bijtekens. Elk van die symbolen is eigenlijk een soort mantra of mutra. Het is iets waarin je het ritme moet aanvoelen van de werkelijkheid en dan om moet kunnen zetten in de klank en het magische gebaar, waarmee de mens innerlijke krachten kan projecteren op de materie en ook – dat is belangrijk – op zijn geestelijke wereld. Hij kan grenzen slechten. Hij kan werelden veranderen. Deze totale ontwikkeling gaat dan nog verder. We hebben dan nog de Hamburgse school ook. Dat is heel aardig. Je hebt namelijk in die tijd in Hamburg twee scholen zitten. De een is een kabbalistische, overigens nogal vrijzinnig. De tweede is een alchemistische. Die heeft bepaalde tonen, die we ook in de Russische magie terugvinden, zonder dat ze Baba Yaga erbij halen. U weet toch wie dat is, hé, dat is die heks op kippenpoten. Die woont in een hutje, dat staat op kippenpoten en draait met de zon mee.

Ze is een natuursymbool, dat de relatie aarde-zon weergeeft. Ze is een zeer kwaadaardig heks, maar ze kan bedrogen worden. Wat dat betreft is ze niet beter dan de duivel in de christelijke mythe, die ook altijd op zijn neus mag kijken.  Er zit een zekere zwaarmoedigheid in. Deze vorm van alchemie is zeer sterk beschouwend. Deze vorm van alchemistisch denken komt in Duitsland en in de Oostzeelanden terecht en beïnvloedt ondermeer de tempeliersorde, die daar ook haar vestigingen heeft, zoals u misschien weet. Zeer waarschijnlijk is dit ook aanleiding tot de grote geschillen, die ze later met de koning van Frankrijk hebben. Wanneer ik dit alles samenvoeg, dan moet ik zeggen, dat bezinnelijke benadering van de alchemie voor de meeste mensen de overhand heeft – althans in deze tijd.

Dan zijn we in de hedendaagse periode gekomen. Alchemie zonder laboratorium is – laat me dat uitdrukkelijk stellen – geen alchemie. Alchemie is en blijft gebaseerd op de wisselwerking van het experiment, de bezinning en zo de ervaring. Maar de belangrijke bestanddelen, die je gebruikt in het experiment zijn niet alleen materieel, ze zijn krachten die je in jezelf weet te wekken. De rode leeuw is niet alleen maar het vuur. De rode leeuw is wel degelijk een deel van je eigen levenskracht. Een soort emenatie, die sterk gericht dan terecht komt in de smeltkroes.

Het experiment is nodig omdat alleen de mens, die voortdurend zijn eigen denken probeert te toetsen aan een werkelijkheid, die hij nog benaderen kan en aan de hand van de resultaten kan zien of hij werkelijk iets bereikt. Zonder dit zou de alchemie aanleiding zijn tot wegdromen naar een innerlijke grootsheid, omgeven door fabelachtige symbolen, vol van fantastische mystieke welluidendheid, maar zonder zin.

Alchemie is dus altijd, ook in deze dagen, gebonden aan het experiment. Dat experiment behoeft nog niet direct het maken van goud te zijn. Trouwens, als u dat wilt doen zonder dat u alchemist bent, kan ik u het geheim van sommige van die alchemisten wel vertellen. Men neme een roerijzer, waarin men een loden prop aanbrengt. Daarin brengt men korrel- of stofgoud aan, als men dit krijgen kan. Anders neemt men kleingemaakte gouden munten. Hierna roere men het lood onder het uitspreken van de nodige spreuken. De lengte van die staf moet ongeveer een meter zijn. Op het ogenblik, dat die oven zo heet wordt, dat u hem niet meer vast kunt houden is de loodprop gesmolten en het goud is terecht gekomen in het lood. Wanneer u het dan rustig laat staan en alleen van boven het schuim wegneemt, komt het goud erop.

Daar hebben ze indertijd Wallenstein heel aardig mee te pakken genomen. Dit was een generaal in de tachtigjarige oorlog in Duitsland. Tilly heeft het ook geprobeerd, maar die wou niet genoeg betalen voor de experimenten, dus die kreeg nooit resultaten. De alchemist had meestal niet genoeg goud van zichzelf om dat eerst in de proef te steken. Trouwens, zelfs Franz Josef in Oostenrijk heeft zich er ook nog mee bezig gehouden. Dat is heel gek. Die man stond op zijn eer, had ontzettend starre opvattingen, maar had toch wel een astroloog in dienst, die overigens een opgeleide Jezuïet was. Tevens was er een alchemist, die de Jezuïet niet kon uitstaan, maar die man was – althans officieel – rooms katholiek en bovendien heeft hij inderdaad wel eens gekke dingen gepresteerd.

Mat is de essentie van de alchemie, zoals ze in deze dagen bestaat? In de eerste plaats, alles is ontstaan uit een en dezelfde kracht. Wanneer deze kracht vorm krijgt, is dit een vorm, die in alle elementen kan worden omgezet. Noem het oermaterie. De kracht waaruit alles voortkomt is dezelfde kracht,die in de mens berust. Zij is mede aanwezig in de gehele kosmos. De oermaterie is datgene wat ontstaat na de ontbinding van een bestaand element of tot stand kan worden gebracht door een enorme concentratie, waarbij kracht wordt omgezet in materie.

Hierdoor is het dus de alchemist mogelijk krachten uit zichzelf op te roepen, waarmee hij zijn materiële wereld inderdaad kan beïnvloeden. Dit kan hij slechts wanneer hij in staat is de grenzen in zijn eigen bewustzijn te overwinnen en innerlijk door te dringen in de oerkracht, die in hem bestaat.

Nu weet u al wat meer, hopelijk. Als het u niet duidelijk is mag u het zeggen.

*  Doet de alchemist dat bewust?

Dat moet hij bewust kunnen doen. Een alchemist is iemand, die probeert het geheel van de in hem onbewuste waarden door overpeinzing, experiment, gebed, tot zijn bewustzijn te doen doordringen, totdat hij in zichzelf de beheersing krijgt over de krachten, die niet materialistisch tot zijn geest behorend, eigenlijk in hem aanwezig zijn. Het is dus de discipline, die je nodig hebt. Nu gebeurt er iets vreemds. Op het ogenblik, dat ik leer om materie om te vormen, dat begint met hele simpele procedures, en besef heb van de kracht, die in mijzelf bestaat, weet ik, dat ik ook die kracht om kan vormen. Dat is interessant. Ik kan dus mijzelf veranderen. Nu weet ik wel, dat dat heel deftig transmutatie van krachten genoemd wordt. Dan komen er bij, die zeggen, dat je bijvoorbeeld seksualiteit om kunt zetten in welsprekendheid. Jammer, dat het omgekeerde zo nu en dan niet gebeurt. Dan zou de wereld gezonder zijn, maar dat is niet de transmutatie, die ik op het oog heb. Transmutatie is het vermogen om het niveau te veranderen. Innerlijk heb je kracht. Die kracht is een oerkracht, maar komt maar op een bepaald niveau tot uiting. U zoudt kunnen zeggen, dat de mens een transformator is. Hij is wel aangesloten op 220 V, maar wat de meeste mensen er uit halen is 1½ V. Wanneer je nu leert hoe je die aftakking moet maken naar die krachten in je, kun je een deel van je eigen wezen overslaan. Dan kun je er misschien 9 V of 12 V uithalen. Als je het helemaal gaat beseffen, dan weet je misschien hoe je verschillende krachten gelijktijdig uit jezelf kunt aftappen.

Hierdoor verandert het beeld, dat je van jezelf hebt. Dat is het belangrijkste deel van de transmutatie en gelijktijdig de energie, die voor jou beschikbaar is. Om dat nu nog duidelijker te zeggen, zou ik graag een meer Oosterse benadering gebruiken, die we zo goed kennen. Wanneer we een chakra hebben, dat volledig is geopend, dan kan dat chakra bijvoorbeeld 8 of 16-bladig zijn. Dat wil zeggen, dat we een bepaald deel beheersen. We kunnen ontvangen of uitwisselen van de krachten, die rondom ons zijn. Wanneer het hier bestaat, bestaat het ook daar of elders. De kracht, die ik dus kan ontvangen en uitwisselen is overal gelijk aanwezig. Wanneer ik alleen met dit ontplooide chakra bezig blijf, dan heb ik nog niets, want ik ontwikkel ver hier (wijst plaats aan) heel weinig. Wanneer ik diezelfde krachten ga gebruiken op een hoger niveau, bijvoorbeeld hier of daar (wijst aan) dan blijkt, dat ik een veel groter aantal “platen” heb (dat zijn in feite krachtvarianten). Door het gebruik van dat chakra zal blijken, dat er ergens een hiaat is. Dat hiaat kan je opvullen. Daarom ontplooit dat hoger gelegen chakra zich vollediger. Maar ben je hier (wijst aan) zo ver, dat je geen hiaten vindt, dan moet je niet blijven werken met deze kracht, dan moet je transmuteren. Je gaat weer naar het volgende toe tot je uiteindelijk het 144 bladig chakra hebt gevonden en volledig hebt ontplooid.

Transmutatie is dus niet, zoals vele mensen denken, de plotselinge verandering. Nee, transmutatie is de toepassing van hetgeen ik reeds bezit op een hoger niveau, dat ik nog niet beheers om hierdoor de kennis en de beheersing van dit hogere niveau te bereiken. Is dat duidelijk? Als je dit nu in de gaten houdt, dan zal het u duidelijk worden, dat de alchemist op de duur steeds meer gaat werken met krachten, die minder stoffelijk zijn. Hij zal nog altijd, let wel, de resultaten van zijn innerlijke erkenning willen proberen. Misschien zal hij dan niet meer bezig zijn met goud maken, maar bijvoorbeeld met telekinese. Hij zal misschien bezig zijn met het uittreden uit de normale wereld, waarbij je jezelf veel groter voelt en een enorm overzicht hebt, niet alleen maar over de mensenwereld, maar over de krachten, die in die wereld een rol spelen. Dat is een toepassing. Wanneer je echter dit laatste doet, moet je toch de conclusies op de een of andere manier vastleggen. Pas door de vastlegging bestaat de bewijsbaarheid. Door de bewijsbaarheid ontstaat de zekerheid, dat je verder kunt gaan. Je weet dat je dat bereikt hebt.

Het is dus erg duidelijk een geestelijk proces. Een poging om jezelf te sublimeren tot de hoogste waarde. Het is niet alleen een transmutatie, maar ook een sublimatie. Het is in feite het neerslaan van de eeuwigheid, die in jou berust op een zodanige wijze, dat het besef van die eeuwigheid groeit en gelijktijdig de beheersbaarheid van de tijd groter wordt. De alchemist zal daarbij gebruik maken van riten. Die riten kunnen velerlei gestalten krijgen. Je zoudt kunnen zeggen, dat bepaalde kerkelijke riten, sommige zegeningen en aanroepingen eigenlijk een bijna alchemistisch karakter hebben. Datzelfde kun je zeggen voor bijvoorbeeld sommige maçonnieke plechtigheden, vooral daar waar een gemeenschapsverdeling is en een soort beurtwerking of wisselwerking ontstaat. Je kunt het terugvinden in magische rituelen. Ook je emblemen, die je gebruikt kunnen daar een grote rol bij spelen. Wanneer we denken aan Theofrastus Bombastus Paracelcus (hij heette Bombastus, maar was een groot man. Nu zijn er velen, die grote mensen heten te zijn, maar die je beter Bombastus zoudt kunnen noemen). Deze man was ondermeer alchemist. Hij heeft een verhandeling geschreven over de waarde en werking van metalen en stenen, die, gelezen met de kennis van een ingewijd alchemist, eenvoudig een handleiding is. Niet alleen voor transmutaties, maar ook voor het oproepen en wekken van bepaalde krachten, waarmee stoffelijke werking mogelijk wordt. Diezelfde man gebruikt voor de genezing van ziekte allerlei magische tabletten. Hij doet dat niet omdat hij gelooft, dat die tekening werkzaam is, maar in de tekening zitten symbolen van de krachten. Wanneer hij de kracht kan overdragen aan een patiënt of iemand in zijn omgeving en hij kan die binden aan dit symbool, zal het symbool die krachten langere tijd in stand houden. Daardoor zijn zijn amuletten ter genezing eigenlijk niet alleen maar bijgeloof. Ze werken. De man werkt met de meest krankzinnige middelen. Hij werkt met metaalsporen bijvoorbeeld. Tegenwoordig is dat niets bijzonders meer. Iedereen weet, dat hij een beetje ijzer nodig heeft op zijn tijd. In die tijd was dat iets bijzonders. Hij gaf ook sporen van goud. Hij gaf sommige mensen sporen zink, zilver. Hij gaf sporen van Jodium, heel vaak uit de as van zeeplanten. Hij maakte ook gebruik van kruiden. Kruiden zijn op zichzelf ook een soort machines, die een bepaalde reeks chemicaliën oplossen, omzetten in een bijna levende substantie. Die substantie is door het lichaam makkelijk op te nemen. De werkzame stoffen zijn er in. Hij voegde zit allemaal samen.

Dit nu, is de werkwijze, die eigenlijk alle goede alchemisten zouden moeten toepassen. Je moet werken met de krachten van de geest. Je kunt hoge krachten aan- en oproepen. Bij menig alchemistisch werken wordt ook inderdaad een oproep gedaan o.a. aan de engel van het uur, de engel van de dag. Op zichzelf magisch bijgeloof. Het is een je richten op een hogere kracht; Je instellen op die energieën, zoals die op dit moment naar je beste weten aanwezig zijn.

De magiër maakt iets anders tot brandpunt. Hij is niet zelf het brandpunt, hij is alleen de oorzaak. De magiër werkt dus buiten zichzelf, de alchemist werkt in zichzelf. Dat is een groot verschil. Voor de rest gebruiken ze vaak dingen, die vergelijkbaar zijn. De kern van een alchemistisch werken zou ik als volgt willen definiëren: Grijp in jezelf tot je het innerlijk licht vindt. In de ontketendheid, die daaruit ontstaat, grijp je naar de kracht. Je dwingt de kracht volgens het besef, dat je behouden hebt, in de ideale vorm, waarin zij op aarde kan werken.

Dan neem je deze ongevormde kracht en maakt haar werkzaam, hetzij in of buiten jezelf. Je kunt haar toevoegen aan materie, maar de mogelijkheid tot werkelijke beheerste transmutatie kan eerst ontstaan wanneer het eigen besef naar een hoger niveau is verheven en als zodanig een innerlijke transmutatie heeft plaatsgevonden.

Nu moet ik voorzichtig worden. Als ik veel verder ga, moet ik geheimen verraden, dat is nu ook weer niet de bedoeling. Als u die weg wilt gaan, moet u het toch zelf doen. Het is zo, dat er alchemistische geheimen bestaan, die onschatbaar zijn wanneer je ze zelf kunt vinden, maar die hun waarde verliezen zodra ze uitgesproken worden. Dat klinkt weer gek, maar je moet ze in je innerlijke wereld bewaren, dan behoren ze bij je innerlijke hoge niveau. Breng je ze naar buiten, dan geef je ze substantie in je eigen wereld. Door ze daar te substantiëren, ontneem je ze een deel van hun werkingsmogelijkheid in jezelf. Daar berust het op. U zult wel zeggen, dat het allemaal bijgeloof is.

*  Hoe komt dat?

Dat is eigenlijk heel eenvoudig. Een beeld, dat ik in mijzelf draag, een geheim, is niet alleen het uitgedrukte geheim, maar het is deel van een hele reeks geestelijke concepten, gevoelens, noem maar op, die niet uitdrukbaar zijn. Het concept wat ik heb, is datgene wat ik gebruik om dat andere op te wekken. Op het ogenblik, dat ik het losmaak daarvan en het buiten me heb geplaatst, moet ik eerst weer al die verbindingen en associaties in mijzelf weer tot stand brengen, voor het weer geactiveerd is. Daarom zegt men, dat het waardeloos is geworden.

Je verandert de zaak. Misschien kan ik het zo zeggen, wanneer je een fotorolletje hebt kan je er schitterende foto’s mee maken. Als je nu eerst wilt kijken op er wat op staat, dan hoeft het al niet meer. Zo is dat hier ook. Het kan alleen wanneer het op de juiste wijze belicht en ontwikkeld wordt.

Als ik samenvat, want dat moet ik nu toch werkelijk gaan doen, is de alchemie in feite een samenvoeging van zeer oude wetenschappen en omvat allerlei zaken, die tegenwoordig doodnormaal zijn, zelfs het openen van tempeldeuren door stofdruk. Het heilige der heiligen gaat langzaam open wanneer er vuur wordt gestookt. Er zit een waterketel in het altaar. Hierin zitten twee zuigers, onbeholpen als ze waren gemaakt, die de deuren doen opendraaien. Dat is een oud Egyptisch ding, maar het hoort er bij. De echowerking, waarmee je op een grote afstand kunt fluisteren en het beeld kunt laten ….. (onverstaanbaar), hoort ook bij de alchemie. De magische overleveringen van priesters, ondermeer van Toth, behoren bij de alchemie. Een deel van de Griekse filosofie behoort bij de alchemie. Een aanmerkelijk deel van de filosofie van de Alexandrijnse school tot de mathematica toe behoren tot de alchemie. Alchemie is ontzettend veel omvattend. Ze is langzaam maar zeker toegespitst in het denken van de gewone mensen voor het maken van het levend water (water waardoor je bijna eeuwig zoudt kunnen leven), het vloeibaar goud, het transmuteren van onedele metalen naar edele metalen en ook het vinden van de bron van alle macht en kennis, de steen der wijzen, die de macht geeft al het andere zonder meer tot stand te brengen.

Dit is een middeleeuws concept. Het is symbool, maar het is de magische buitenkant, want in werkelijkheid staan al deze dingen voor zaken in onszelf. Wanneer ik spreek over de rode leeuw, dan kan ik heel dicht in de buurt komen als ik spreek over het slangenvuur.

Wanneer ik spreek over de groene draak, dan kan ik net zo goed spreken over een suggestieve emanatie. Zo zijn er meer. Ik kan het allemaal vertalen, maar de vertaling op zichzelf is niet eens voldoende. Alchemie is het bereiken van een innerlijke erkenning, die zonder een volledige uitdrukking altijd stoffelijke resultaten mogelijk maakt, maar die gelijktijdig op een versluierde wijze de innerlijke kennis naar buiten kan brengen. Er zijn verhandelingen te vinden over alchemie, waarin het woord sulfur in bijna 26 betekenissen wordt gebruikt. Dat is misschien voldoende om duidelijk te maken, dat je verhuld moet blijven. Je kunt het wel aan een ander mededelen, maar alleen wanneer een ander in zich voldoende waarde heeft om het symbool te vervangen door een innerlijke werkelijkheid. Omdat we in de alchemie voortdurend zoeken naar de oerkracht, zeg God, en naar de oermaterie, zeg het scheppende, de scheppende mogelijkheid, is zij in wezen een esoterisch systeem met geestelijke belangrijkheid en is zij stoffelijk alleen volledig te beleven wanneer de innerlijke bereiking getoetst wordt aan uiterlijke werkelijkheid.

Heeft iemand wat te zeggen?

*  Bestaat de hedendaagse alchemie?

Oh Ja. Er zijn er zovelen. Er zijn loges, die alchemistisch zijn. In de Rozenkruisers heb je een bepaalde richting, die zuiver alchemistisch is. Je hebt hier in de buurt de Goldkreuzers bijvoorbeeld, die ook alchemistische achtergronden heeft. Er zijn zelfs in kerken bepaalde gebruiken, die nog alchemistisch zijn; mystieke orden, die bepaalde alchemistische procedures naar buiten toe gebruiken en gelijktijdig bespiegelingen en experimenten samenvoegen, zodat ze – al heten ze dan een geestelijke orde te zijn – alchemisten zijn.

Dat vindt je zowel in het christendom als bij de islam, daar zijn ze ook. Je kunt ze zelfs vinden in sommige delen van zuidelijk Azië. Voldoende?  Ik dacht van wel.

Ik ben in ieder geval dankbaar voor uw aandacht. Ik hoop, dat u de zin van de alchemie iets beter hebt begrepen. De praktijk mag u wat mij betreft naast u neer leggen, want elke mens, die in zichzelf leert werken met zijn eigen kracht, het evenwicht van zijn eigen levensstromen leert beheersen en daarbij zijn innerlijk besef leert omvormen in waarden, begrippen of krachten, die hij in zijn stoffelijke wereld kan gebruiken, is een alchemist, al gebruikt hij geen enkel symbool en heeft hij nog nooit van de steen der wijzen gehoord.

Ik hoop voor u, dat u allemaal in meerdere of mindere mate iets van die alchemie in uw leven zult kunnen invoegen.