Alchemie

20 april 1970

Wij hebben vanavond weer een gastspreker voor u. Het zal wel een wat meer abstracter kant uitgaan. Mogelijk krijgen wij er nog enkele magische elementen bij, dat weet ik niet zeker. De man zelf is alchemist geweest in de 15 de eeuw. Hetgeen daaruit voort zal komen, kan ik beter maar niet bespreken. Ik geloof dat wij verstandiger doen om wat te gaan praten over de alchemie.

Alchemie is eigenlijk een woord dat van later oorsprong is, dan de wetenschap zelf. De eerste natuuronderzoekers hielden zich bezig met de chemie en ook met de alchemie en wisten daarbij dus o.m. bepaalde kleurstoffen te vervaardigen. Er werd z.g. schijngoud of vals goud ‑ een vorm van verguldsel ‑ gemaakt. Er werden bepaalde inktsoorten gemaakt en wat dies meer zij. En niet te vergeten: schoonheidsmiddelen. Deze mensen zochten dus in de eerste plaats naar praktische dingen. Ze hebben allerlei kleine uitvindingen gedaan. Het bekende altaarheiligdom in Memphis, dat opendraaide, wanneer op het altaar vuur werd aangestoken d.m.v. stoomdruk, is ook een uitvinding van deze vroege alchemisten. Verschillende uitvindingen en naar men zegt, zelfs de ontwikkeling vanuit een glyphenschrift naar een lettergrepenschrift in Egypte, is mede aan hen te danken geweest. Ze waren priesters en vanuit deze priesters komen wij haast onwillekeurig naar die leer, die men later als de leer van Toth heeft willen beschouwen. Dit was dus een filosofie omtrent het heelal. En deze filosofie omtrent het heelal bepaalt niet alleen de mens en de plaats van alle dingen plus de combinaties die mogelijk zijn tussen de dingen, zij bepaalt eigenlijk vóór alles de samenhang der dingen, waardoor de mens zichzelf kan oriënteren. Er is dus niet alleen maar in die alchemie sprake van een proefondervindelijk systeem of van een chemisch experiment, er is in feite sprake van een levensexperiment, waarbij de kracht en de waarde van het leven voor een zeer groot gedeelte worden teruggezocht in praktische combinaties met de elementen. De elementen moet u hier verstaan als de oude elementen de bekende, plus eventueel ‑ maar dat is pas later ‑ de wereld-ether.

De wetenschap van deze mensen was betrekkelijk groot en er zijn aanwijzingen te vinden in de Pythagoreïsche filosofie dat ook daar de denkwijze van de alchemisten wel degelijk invloed heeft gehad. Dat blijkt vooral uit de trillingsleer, die, zoals u weet, gaat over snaren, over weerkaatsingshoeken. De geschiedenis wordt een beetje somberder bij de brand in de grote bibliotheek van Alexandrië. De vernietiging van een groot gedeelte van die geschriften maakt het bijna onmogelijk precies te reconstrueren wat die alchemie kent. Het resultaat is, dat een groot aantal afzonderlijke mensen overblijven en kleine groepen, die elk voor zich experimenteren en zoeken.

Ze proberen een denkwijze te vinden die nog net aanvaardbaar is. Wij zien dus vormen van christelijke alchemie, we zien daarnaast ook zelfs Judaïsche alchemie en nog wat later krijgen wij te maken met de Moors‑Arabische alchemie.

In al deze gevallen gaat het om een systeem van denken in de eerste plaats en pas in de tweede plaats om de experimenten. Het experiment zelf wordt een soort geheimtaal. U weet dat men vertelt van de Rota of de Tarot dat ze eigenlijk een soort combinatieboekje is voor ingewijden, waarbij een oneindig aantal combinaties gemaakt kunnen worden om een aantal overwegingen te stellen. Op dezelfde manier zijn de experimenten van de alchemisten gegoten in chemische terminologie, maar daarnaast bedoelen ze heel vaak bepaalde levenskrachten. Om u een paar voorbeelden te geven het element zwavel. Zwavel kan staan voor:

  • Menselijke levenskracht
  • Levenskracht van een offer
  • Menselijke zielenkracht
  • Voor harmonie in beperkte of in kosmische zin.

Er zijn onder de term zwavel een groot aantal verschillende begrippen verborgen en dan zien wij daarnaast nog termen als bv. de rode draak, die dan vrij vertaald wordt als het vuur. Maar het is iets anders. De rode draak is een positief of een krachtselement in een bepaalde vorm van oosterse magie. Ik vermoede dat het uit China is voortgekomen. En die rode draak gaat langzaam maar zeker staan voor wat wij het kundalini‑vuur of slangenvuur noemen. Het is het opwekken van bijzondere levenskrachten in de mens zelf. Je hebt het ook over het witte, het rode en het zwarte poeder. Dit zijn geheimzinnige mengsels. Maar ze staan gelijktijdig weer voor iets anders. Het witte poeder staat voor mentaliteit plus mentale kennis, het rode poeder staat voor emotie plus mystieke erkenning, terwijl het z.g. zwarte poeder staat voor neutraliteit, voor absorptie. En door deze begrippen op de juiste wijze te combineren, krijg je dus een leesbare filosofie, die achter chemische termen verborgen voor elke niet‑ingewijde alleen maar een receptenboekje lijkt. U zou u misschien kunnen voorstellen dat een aantal mensen enorm veel van koken weten, dat ze bepaalde termen daarvan een andere betekenis gaan geven en dat je op een gegeven ogenblik een kookboek krijgt, dat voor iedereen een tamelijk slecht kookboek is, behalve voor degene die het lezen kan. Voor hen is het een excellent, mystiek, esoterisch of magisch werk. Degenen die daar in de 14e, 15e of 16e eeuw vooral mee bezig waren, waren ernstige onderzoekers. Hun contacten met elkaar waren vaak summier en er bestonden veel onderlinge geheimen. Maar wat ze wel gemeen hadden is dit: ze kenden allen op de achtergrond een filosofie. De meesten van hen waren eigenlijk –  al bestond dat woord in hun tijd nog niet ‑ mede een soort van spiritisten. Ze werkten dus met de geest en met geesten. Het merendeel van hen kende bepaalde plechtigheden en rituelen van eigenlijk godsdienstige geaardheid. En daarmee heb ik u een kleine voorgeschiedenis gegeven.

Wanneer wij dus te maken krijgen met een alchemist, dan hebben wij te maken met een filosoof, die probeert om zijn filosofieën ook in de praktijk ergens aan te duiden. Het recept is aan de ene kant een op aarde bruikbare waarde, maar daarnaast een reeks ideeën, meestal met het resultaat van de proef op aarde verwant, waarin je dus een groter denken terug kunt vinden. En de basis van dat alles zal ik proberen uiteen te zetten.

Wij leven; maar wij zijn in dit leven niet alleen maar een levend wezen. Wij zijn een bijzonder recept. Wij zijn een samenwerking van allerlei stoffen. In die stoffen zitten fijne of etherische stoffen en krachten verborgen en deze stoffen en krachten kunnen daaruit soms geabstraheerd worden. Het distillatieproces door de alchemist veel gebruikt, is dan ook filosofisch gezien het proces van het elimineren van het ongewenste. Het denken moet tot zijn zuivere essentie worden herleid. Het moet ontdaan worden van alle menselijke bijbedoelingen, het moet van de onzuiverheden ‑ ontstaan misschien omdat je jezelf op de voorgrond wilt schuiven ‑ ontdaan worden en wat er dan overblijft is een begrip dat kosmisch is. Dat kosmische begrip beheerst dus een deel van de elementen. Het geeft de verhoudingen aan die moeten bestaan tussen de elementen op aarde, maar ook tussen de evenbeelden, zeg maar die er in de geest bestaan.

Men gaat daarbij zover dat men aan bepaalde stoffen, grondstoffen bv. zout, (natrium) niet alleen verbindt het begrip van chemische combinatie, maar dat men er ook vaak een engelennaam aan geeft. Dat men stoffen als kwikzilver niet alleen beschouwt als vloeibaar metaal of als een wonderlijk iets, maar dat men wel degelijk verdergaat en zegt dat kwik de vermenging is tussen twee vormen, die wij normaal niet kennen. Als zodanig is het de mens die enerzijds zichzelf blijft (zoals kwik de neiging heeft om voortdurend weer tot één en dezelfde plas samen te smelten, die vloeibaar is ‑ het kan zich dus ontzettend goed aanpassen) maar het kan daarnaast absorberen. Er zijn stoffen die speciaal het doel hebben, om bij bepaalde proeven de reacties te doen beginnen, zonder dat zij er zelf door veranderen. Hun aanwezigheid is dan beslissend.

De alchemist redeneert: wanneer ik in mijzelf de neutrale elementen op de juiste wijze weet te groeperen, dan kan ik daardoor vanuit mijzelf een reactie tot stand brengen en deze reactie zal dan plaatsvinden tussen mijn geestelijke, mijn zielsubstantie – men gaat nog van een zielsubstantie uit naast een meer gevormde geestelijke substantie ‑ en de materie. Ik kan mijzelf omvormen.

De geheimen van de steen der wijzen, levenswater e.d. staan daarmede in verband. Men zegt nl.: wanneer ik in staat ben de perfecte synthese te bereiken tussen alle delen van mijn wezen en mijn leven, dan heb ik daarmede alles uitgeschakeld wat vergankelijk is. Want wanneer het eeuwige, het niet‑eeuwige doortrekt, ontstaat voor de totale vorm eeuwigheid, daar steeds alle stervende bestanddelen voortdurend vernieuwd worden. En dat is helemaal niet zo gek als men weet, dat ouderdom in wezen vaak een verschijnsel is dat ontstaat door het niet meer zich hernieuwen van cellen.

De denkbeelden zijn niet dwaas. Ze zijn wetenschappelijk ook wel aanvaardbaar. Datgene, wat u van de alchemie kent, is waarschijnlijk hoofdzakelijk de goudmakerij. De meeste goudmakerij was in feite geldmakerij, want goud werd er niet gemaakt, maar men verdiende er wel vaak aan door te doen alsof. Die goudmakerij op zichzelf is eigenlijk kolder. Daarachter schuilt iets heel anders. Goud werd beschouwd als edel. Het is een zacht, bijna kneedbaar metaal, dat door niets wordt aangetast. Men neemt dus aan dat het tegen alles bestand is. Dat dat niet waar is, weten wij nu, maar men dacht dat toen. In mijzelf bestaat het geestelijk goud. Om het geestelijk goud te bereiken, moet ik bij de inhoud van het vat dat ik zelf ben ‑ ik beschouw mijzelf dus als een alchemistisch vat ‑ voegen bepaalde vormen van besef ‑ wit poeder ‑ bepaalde vormen van beleven, geëmotioneerd zijn ‑ het rode poeder ‑ maar het belangrijkste hierbij is mijn wilskracht en mijn levenskracht. Zij zijn eigenlijk het vuur, waardoor de verhitting ontstaat, waardoor de synthese kan ontstaan, waardoor uit het onedele het edele wordt gemaakt. Die filosofie is in zekere zin nog bewaard in deze dagen en er zullen wel mensen zijn, die de uiteenzetting, die ik nu geef, zien als bekend materiaal.

Wanneer u de gastspreker van vanavond wilt begrijpen en u wilt kunnen invoegen in zijn manier van denken, dan is het erg belangrijk dat u begrijpt dat het veredelingsproces voor hem de essentie is van het bestaan.

Je hebt mensen die denken aan een verlost worden. Er zijn mensen die denken aan een zich verlossen, een zich vrij maken. Maar er bestaat nog een andere denkwijze en dat is nl. het mijzelf veredelen, dus niet mijzelf veranderen of losmaken, maar eenvoudig mijzelf zodanig omvormen dat ik de essentie van het eeuwige dat ik ben, in mijzelf terugvind en dus mijzelf a.h.w. maak tot deel van die totaliteit. God heeft in de alchemie heel wat verschillende rollen gespeeld, soms is Hij de Verschaffer van de kracht, die echter door de mens zelf in de mens zelf moet worden gebruikt. Zoals de alchemist zegt het vuur bestaat, maar wij moeten de brandstof aandragen, waardoor het voor ons kan herontstaan. Dus God bestaat wel, maar wij moeten in onszelf eerst de essentie vormen waaruit wij die God zelf kunnen laten herontstaan voor onszelf, als een werkzame kracht. De gehele systematiek is natuurlijk langzaam maar zeker verwaterd; men is gekomen met allerlei symbolen, die men erbij gebruikte, er zijn kinderlijke overleveringen bij te pas gekomen.

Paracelsus was in zekere zin ook alchemist. Daarnaast was hij ook nog magiër. De man maakte gebruik van geneesmiddelen, die voor zijn tijd buitengewoon interessant zijn. Hij geneest de mensen op een manier, waarvan je je nu zelfs op het ogenblik nog afvraagt: hoe is die man daarop gekomen in zijn dagen. Niet alleen maar kruiden. Hij maakt op een zeker ogenblik ook gebruik van kalk en andere dingen. En daarbij doet hij niet hetzelfde wat de meeste geneesheren doen, die werken nl. ook met het evenwicht der elementen. Die zeggen: vuur moet je met water bestrijden of vuur met vuur, voor de rest een clysteer en een aderlating. Maar Paracelsus zegt: waar een ziekte is, is een tekort en daarnaast kan er ook een teveel zijn. Die twee krachten moet ik dus elimineren, tot de norm terugbrengen en dat doe ik door mijn mengsels van kruiden en stoffen, maar daarnaast door mijn gebruik van magische kracht. En daarvoor gebruikt hij ook heel vaak een soort amuletten, hij gebruikt er bezweringen voor. Hij is a.h.w. de psychosomaticus van zijn tijd. Hij bereikt enorm veel daarmee en hij kan dat omdat er bij hem op de achtergrond ligt de eenheid van het geheel. Degene, die zijn boek over metalen ooit heeft gelezen, zal weten wat ik daarmee bedoel. Hij ziet wel verschillen, maar die verschillen zijn een uiting van eenheid. En met die uiting van eenheid op de achtergrond kun je alle verschillen veranderen en hergroeperen, zonder dat je het totaal stoort. Dit denken, wat hij dus half magisch met die metalen doet, doet hij met de mens. En daarbij is hij dus een voorbeeld van de alchemist. Aan de andere kant is hij helemaal niet zo systeemvast. Hij is niet vast in de leer, hij is ook bijgelovig ‑ denk maar aan hetgeen hij zegt omtrent het plukken van de alruin – dat is zuiver volksbijgeloof en alles bij elkaar genomen zeg je: deze man is aan de ene kant net zo bijgelovig en misschien net zo dom vanuit het moderne denken als zijn medemens, maar hij heeft ergens de mogelijkheid gevonden tot een synthese van waarden, waardoor hij méér wordt dan zijn tijdgenoten. De meeste mensen hebben dat nooit begrepen, vandaar, dat ze niet spraken over Paracelsus als een groot man, maar als een mijnheer Theofrastus Bombastus ‑ daar is ook het woord bombast van afgeleid ‑ waarbij men dus zegt heel veel gedoe en verder niet.

De situatie, waarin hij verkeert, is enigszins, maar niet geheel, te vergelijken met onze gastspreker van vanavond. Ik neem aan dat de spreker u niet zal voorzien van recepten, dat deden ze onder elkaar al niet graag en er is dus geen reden om aan te nemen dat hij dat voor u vanavond wel zal doen. Maar hij zal ongetwijfeld wel proberen zijn denkwijze bij te brengen. Hoe? En daarbij is het dus heel vaak mogelijk dat zo’n spreker onduidelijk is, want iemand, die een bepaalde denkwijze kent, is zo geneigd aan te nemen dat anderen dat wel zullen begrijpen dat hij soms heel vitale delen weglaat, doodgewoon omdat hij aanneemt, dat iedereen dat weet. Daarom geef ik u nog een heel korte schets van wat men dacht en geloofde.

“Er is één God” ‑ invloed van het christendom. Deze God is de ene, totale kracht, die echter in vele verschillende vormen tot uiting komt. Elke geestelijke of Goddelijke kracht, die als uiting afzonderlijk bestaat, vindt zijn counterpart in de aarde, bestanddelen op en rond die aarde. De mens is, zoals alles in de schepping, een mengsel van oerkracht, de verschijningsvorm daarvan in één aspect plus een aantal van de materiële delen. Om als mens of als geest bewust te worden, zal je dus moeten uitgaan van het mengsel dat je zelf bent. Maar je zult dat mengsel voortdurend moeten extraheren. Men moet daar voortdurend de zaak uithalen die belangrijk is, tot de zuivere essentie overblijft. Deze zuivere essentie is onsterfelijk, zij heeft absolute macht over alle elementen omdat ze in zich het geestelijk counterpart van alle elementen bevat.

De geestelijke waarde daarvan is ook een sleutel tot alle werelden en sferen. Er is geen enkele wereld voor je gesloten, omdat je deel bent van de totaliteit en dus elke deeluiting van die totaliteit voor jezelf waar kunt maken en beleven. De denkwijze, die hieruit volgt, is niet de erkenning van de waarheid, maar zij is het probleem, dat je stelt, opdat de beleving van de essentie van de waarheid: een veelvuldige beantwoording mogelijk maakt, nl. in elk afzonderlijk aspect van het leven.

Eén vraag kan dus tienduizend antwoorden hebben. Het hoogste antwoord is het Goddelijk antwoord en geldt voor alles. Daarvoor komt er een reeks van antwoorden die een deel van de schepping omvatten, maar niet alles (het wordt ook weleens voorgesteld als de poort of trap der filosofen).

Er zijn vele benaderingen van de waarheid, maar voor elke mens is er maar één waarheid, omdat hij als wezen één afzonderlijk mengsel is. Dit afzonderlijke mengsel met zijn specifieke eigenschappen kan door distilleren en extraheren ‑ dus werken aan jezelf ‑ komen tot de totale waarheid, maar slechts langs één weg, die door de geaardheid van het mengsel wordt bepaald.

En dan ten laatste. Het is niet mogelijk om geestelijk te werken zonder dit in je eigen wereld mede tot uitdrukking te brengen. Het materiële experiment impliceert het geestelijke experiment met de geestelijke mogelijkheden en omgekeerd. Je kunt nooit alleen bidden zonder te werken, maar werken en bidden tezamen geven een eenheid die hoger ligt dan één van beide ooit kan voortbrengend een waarheid. Je kunt studeren en je kunt experimenteren. Beide hebben een eigen betekenis en waarde. Maar de totaal Goddelijke waarde is alleen mogelijk, wanneer beide samenvloeien. Het gehele leven bestaat uit het juist mengen van de verschillende elementen en het juist in jezelf verwezenlijken en verwerken daarvan. Dit is de filosofische achtergrond van de alchimisten.

Als iemand termen gebruikt, die men niet kent, kan het weleens moeilijk lijken. Wanneer er met begrippen gegoocheld wordt, waaraan je niet gewend bent, dan zeg je al heel vlug: wat is dat ingewikkeld en moeilijk, of, zoals men hier wel zegt “hoog”. Het is gewoon een andere manier om iets te zeggen en daar onze spreker zich naast de alchemie bezighield met bepaalde vormen van magie, kunnen wij ook rekening houden met de poging u op de één of andere manier te beïnvloeden. Die beïnvloedingen zijn in de alchemie weer gebaseerd op de bestanddelen. Ik kan één en dezelfde kracht gebruiken ‑ bv. één zuur ‑ en elk metaal reageert different. Op diezelfde manier zegt de magiër in de alchemie: ik gebruik één kracht, maar ieder reageert op zijn wijze. En dat kan ook interessant zijn, omdat je dan te maken krijgt met een veelheid van reacties, die kunnen lopen van een absolute afwijzing tot een absolute aanvaarding of zelfs een innerlijk mystieke verheerlijking. Ik denk niet dat het zover kan komen, maar houd er rekening mee. De magie van een alchemist onderscheidt zich dus van de recept‑ of formulemagie, die wij in de rituele vorm overal aantreffen. De magie is het product van het ogenblik, de erkenning van een toestand en het werken met de oerkracht. De resultaten van de magie worden niet bepaald door degene die experimenteert, ofschoon hij wel naar iets streeft, maar hij leert uit het resultaat van zijn experiment en zal dus tot een nieuw besef gekomen; een nieuw experiment beginnen.

In deze zin is het bedrijven van magie voor de alchemist eigenlijk niets meer of minder dan het werken met de onzichtbare krachten, die voor hem net zo reëel zijn als de chemische stoffen die hij bijeenvoegt in zijn retorten. Hij probeert daar ook precies dezelfde dingen mee te bereiken. Ook daar probeert hij fusies, bijzondere eigenschappen te krijgen, hij probeert aan de andere kant daardoor ook bepaalde invloeden en werkingen te neutraliseren.

Het is voor u de moeite waard na te gaan hoe u reageert op deze spreker. Wat zegt hij tegen uw gevoel? Maar het is ook belangrijk dat u hem redelijk volgt. Het gevoel merkt u later zelf wel. Laat u ook niet te veel overrompelen. Wij hebben hier verder te maken met iemand, die niet zonder humor is. Hij kent het kloosterleven, het is iemand met een zekere milde humor. Dat is ook in zijn magisch streven vaak tot uiting gekomen. Verder is een experiment mogelijk en als dat zou plaatsvinden, dan heeft het voor u alleen betekenis, wanneer u ziet op welke verschillende wijzen u reageert.

De gastspreker

 

Men heeft mij gevraagd u vanavond iets te vertellen over dat, wat ik belangrijk vind. Dat is tamelijk moeilijk in een taal, die ik alleen maar door associaties ken en tegenover een gezelschap dat mijn terminologie misschien ook niet helemaal verstaat. Ik zal mijn best doen er althans een beeld van te geven en iets te laten merken van hetgeen voor mij het meest belangrijk is. ­

De kosmos, het leven, zijn één geheel. Er zijn wel allerlei afzonderlijke stukjes, maar het is één geheel en wij kunnen dat geheel dus ook leren kennen. Dat kennen is geen geloof. Er wordt zo vaak gezegd: mens, geloof nu maar, dan komt alles wel in orde. Maar als ik iets geloof, weet ik niets en door mijn geloof zal ik heel vaak vergeten om naar weten te streven.

Weten is erg belangrijk. Je kunt zeggen dat een orkest muziek speelt. Dat is een geheel. Maar elk instrument heeft niet alleen zijn eigen kwaliteiten, zijn eigen rol en klank, maar ook nog een eigen maat a.h.w. Er is wel een ritme dat het geheel domineert, maar instrumenten kunnen dat ritme nooit helemaal volgen. Ze zijn wat vlugger of wat trager, ze rusten terwijl de tijd doorgaat of ze proberen ineens in een maat i.p.v. 4 bv. 16 noten te persen.

Zo zijn wij en zo zijn de andere dingen in de kosmos. Deel van de kosmische melodie. D.w.z. dat elk van ons een ander ritme heeft, een ander timbre van klank, een andere inhoud. En die inhoud is bepalend. Wanneer ik een viool ben en ik wil de partij van een trompet gaan spelen, dan heb ik kans dat het geheel in het honderd loopt en in ieder geval val ik als viool uit de toon. En dat is nu eigenlijk overal zo. Wanneer ik wijn wil drinken en ik doe daar suiker in, dan is het smakelijk. Doe ik er zout in, dan is het onsmakelijk. Doe ik er soda in, dan is het niet alleen onsmakelijk, maar ontzettend.

Op dezelfde manier gaat dat met onszelf met de combinaties, die wij in het leven maken. Er zijn dingen, waarvan je zegt: daar pas ik bij. Andere, waarvan je zeker weet: daar pas ik niet bij. En er zijn heel veel waarden en dingen in het leven, waar je eigenlijk bij zou kunnen passen, zonder dat het noodzakelijk is; waarbij dit “passen bij” bepaald wordt door een doel. Wanneer ik bij wijze van spreken water heb, dan is dat een goede drank. Meng ik het met mosterd, dan is het een goed braakmiddel. Wanneer iemand wil drinken, dan moet hij er dus geen mosterd in doen. Wanneer ik in mijzelf vrede zoek of ik zoek vrede in de wereld en er zijn bepaalde elementen van onrust, die ik niet aanvaardbaar vind, dan kan ik proberen die te elimineren, maar ik moet wel oppassen dat ik mijzelf niet besmet. Wanneer ik zeg: ik wil een braakmiddel worden, dan blijf ik dat. U kunt niet zeggen: oh, nu halen wij even de mosterd uit het water. Zo kan ik ook niet zeggen wanneer ik werk of experimenteer: ik wil nu dit bereiken, dus maak ik mij tot agens, tot werkzame factor, en dan zal ik dit later ongedaan maken. Het is dus erg belangrijk dat je in het leven weet, wat past en wat niet past. Alles wat harmonisch is, verandert je waarde wel en je betekenis, maar het maakt je alleen beter. En al hetgeen je zoekt te bereiken, waardoor je jezelf verandert in iets wat niet goed is, dat maakt je slechter. Wanneer iemand met de beste bedoelingen zegt: nu ga ik er eens op los slaan als vredestichter, dan kan het zijn dat dit nu werkelijk noodzakelijk is. Maar hij mag niet vergeten dat de reactie die hij eenmaal heeft geschapen, blijft bestaan. Een volgende maal zal slaan niet nodig zijn, zal een andere benadering beter zijn, maar hij blijft slaan.

Van hieruit moet u vertrekken. Ik ben u voorgesteld als alche­mist. Men heeft mij gevraagd niet te veel over alchemie te ver­tellen, maar iets over de achtergronden daarvan. Nu heb ik u iets gezegd over de verschillen in maat. Men zou kunnen zeggen: de mens heeft zijn eigen golflengte. Die golflengte kun je vermengen met bepaalde andere golflengten. Je hebt je eigen harmonische mogelijk­heid en deze mogelijkheden zijn afhankelijk van je persoonlijkheid.

Maar wat is die persoonlijkheid? Om te weten, wat wij kunnen doen in combinatie naar buiten toe, moeten wij ook weten wat wij zijn naar binnen toe. En nu werken daar een paar dingen samen. U hebt een lichaam en dat lichaam heeft eigenschappen. Maar die eigenschappen worden bepaald door dingen die in dat lichaam gebeuren. Er zijn omstandigheden, waarbij je koorts hebt. Maar die koorts betekent dat je anders bent tegenover de wereld. Het kan zijn dat je het koud hebt en dan reageer je ook anders. Dat lichaam heeft een eigen reeks van reacties, maar dat lichaam is afhankelijk van een onzichtbaar deel van je wezen, u zegt: de geest. Die geest heeft ook haar eigen­schappen, maar die ontleent ze niet meer aan haar eigen toestand, maar aan de manier waarop ze de wereld buiten haar kan voelen.

Nu zou u kunnen zeggen dat onze wisselwerking met de wereld – dat wat wij voor de wereld zijn en de wereld voor ons – wordt bepaald door die geest. De stof, dat lichaam is a.h.w. een soort vlies, waardoor een osmose plaatsvindt. Aan de ene kant kan de geest zich mengen met de wereld, aan de ander kant kan die wereld doordringen in de geest. Die vermenging is ongelimiteerd, zolang de eigenschappen van het vlies, van het lichaam dus, gelijk blijven. U zult zeggen: dan is er eigenlijk geen verschil aan beide kanten. Is er ook niet. Het verschil tussen stof en geest is, dat aan de ene kant de geest de werkelijkheid bepaalt en dat aan de ander kant de stof de werkelijkheid bepaalt. En normalerwijze zullen wij niet voldoende van de materie in de geest kunnen laten doordringen en omgekeerd, omdat dat niet mogelijk is door dat vlies, door dat lichaam, die afscherming die tussen beide staat. En zo kom je dan vanzelf tot een oplossing van materie ‑ wij noemen het begrip van materie in de geest ‑ en omgekeerd ‑ de essentie van geest ergens ook vanuit ons in die materie. Doordat die essentie van geest in harmonieën ook een rol speelt, moet je dus zeggen dat de kwaliteit van het lichaam, plus de neiging van de geest, bepalen wat er aan waarde kan bestaan voor jou in die wereld. Je golflengte, je ritme, hoe je het noemen wilt, wordt bepaald door de mate waarin de geest door kan dringen door de materie. En dan ben je er nog niet, want wij hebben God. Het universum. Het universum als een persoonlijkheid. In dat universum is de materie, zijn geesten, zijn vormen van leven, maar buiten dit alles is er de kracht van het leven. Die kracht van het leven werkt in de geest van de mens. Die kracht van het leven werkt in het lichaam van de mens. Die is overal. Maar die kracht, die essentie van kracht is overal gelijkmatig verdeeld. Maar dat is niet noodzakelijk. Nu kan ik met mijn geest iets meer van die essentie van het leven a.h.w. samenbrengen binnen mijn persoonlijkheid. Dat is een kwestie van willen en het geestelijk besef. Maar ik heb een lichaam. Dat lichaam kan niet onbeperkt die energie dragen. Ik moet dus altijd zorgen, dat ik nooit meer kracht, geestelijk, opbreng, dan ik in een lichaam kan uiten. Zodra ik dat wel doe, dan brandt dat lichaam uit, dan verteert het zichzelf. Ik kan natuurlijk ook proberen om die kracht in mijn lichaam te vergaren en iets te doen, dat eigenlijk niet thuishoort hij mijn wezen. Dan kan ik die kracht niet juist verwerken. Dan slaat ze terug en nu kan die geest die energie niet meer vasthouden. Er ontstaat een soort gaswolk, een verdampingswolk van die energie in de geest en de geest verliest tijdelijk haar beheersing over het lichaam en haar mogelijkheid via dat lichaam met de wereld in contact te treden.

Dat zijn zo’n paar dingen die mogelijk zijn. Nu begrijpt u wel, dat wanneer u energie hebt opgenomen in uzelf, dat u ze niet onbeperkt kunt vasthouden. En hier speelt eenzelfde soort proces, de osmose, waarover ik u vertelde, een rol. De kracht, die ik heb, kan ik ontladen op de materie. Maar alleen op een element dat daarmee harmonisch is. Wanneer ik in mijzelf dus het element draag van vuur en ik laad die kracht op in mijzelf en ik zou haar op water willen werpen, dan gaat dat niet. Dan ontstaat er weer een soort explosie. Dat water kan niet aanvaarden, het werpt terug. Het onjuiste mengsel kan dodelijk zijn. En daarom is het in het leven en in de kosmos zo uitermate belangrijk, dat je de juiste combinaties vindt. Er zijn vele combinaties mogelijk. Maar nooit alle. En daarom zoeken wij iets te vinden, waardoor wij onze mogelijkheden kunnen vergroten. Nu weet u allemaal dat je bepaalde stoffen op een bepaalde manier kunt concentreren. Maak er een distillaat van. Daar heb ik voor nodig: warmte. Maar die warmte moet zijn afgestemd op de ketel, waarmee ik distilleer en hetgeen ik wil distilleren. Die afkoeling komt a.h.w. vanzelf tot stand. Nu is mijn wilskracht, dat heb ik u al gezegd, mede datgene, waardoor ik a.h.w. het vuur kan ontsteken. Maar dat vuur op zichzelf is alleen maar goed, wanneer het is aangepast aan hetgeen ik wil doen. Dus wanneer ik uit mijzelf een meer kosmische waarde wil gaan trekken, dan moet ik met mijn wilskracht werken. Ik moet het vuur concentreren a.h.w. en ik moet zorgen dat dit vuur in overeenstemming is met hetgeen ik zoek. En wil ik mijzelf distilleren, dan moet ik dus zorgen dat ik het vuur, het licht, dat ik samenbal met mijn wil, uit de totaliteit van het universum voortdurend als aangenaam blijf ervaren. Het distillatieproces van het ego is een samentreffen van de wilskracht, de Goddelijke kracht en het welbehagen waardoor steeds méér van de werkelijk belangrijke delen van ons ego vrijkomen. Die komen dan in de geest terecht. Ze komt dus niet in de materie, ofschoon wel een deel van de geest a.h.w. wordt mee ontleed. In de geest ontstaat nu wat je kunt noemen de essentie, zoals brandewijn of cognac, bij wijze van spreken. Een gestookt iets dus. Het is altijd sterker. Ik heb dus een geestelijke essentie, die sterker is. Die geestelijke essentie zal dus ook het lichaam veel makkelijker doordringen en beheersen en de uitwisseling met de wereld zal eveneens veel sterker zijn.

Hierdoor kan ik een proces krijgen, dat een beetje lijkt op eeuwig leven. Het is het niet. Maar ik vind in mijzelf zodanige kracht dat ik, zolang die wereld belangrijk is, ik ervoor kan zorgen, dat mijn contactmogelijkheid met die wereld blijft bestaan. Want ik beheers haar nu. Dat kan ik nooit doen als ik de bijkomstigheden heb. Wanneer het ego van een mens in de distilleerkolf komt, dan blijkt dat ongeveer 3/4 daarvan bestaat uit onzuiverheden, verontreinigingen en in feite niet‑essentiële dingen. Wat overblijft, is een beleving, maar ook een godserkenning. Het is een harmonische erkenning van de grondwaarde van het universum en daardoor kan ik mijn beeld van de wereld, zoals het tot mij in de geest doordringt, beter formuleren. Ik erken uit het experiment van het distillaat de mogelijkheden voor een verdere verwerking. En dan kun je na enige tijd de zaak opnieuw distilleren. Je haalt er steeds meer uit wat belangrijk is. In de essentie van het ik is dan een besef, dat gelijkwaardig is, niet gelijk, aan de overal verdeelde oerkracht. Het is niet zo uitgebreid als de oerkracht, maar ik kan met alle delen daarvan één zijn.

En nu zult u begrijpen, dat, wanneer ik één ben met de oerkracht, ik door die oerkracht één kan zijn met alles, wat voor mij harmonisch ‑ dus op dezelfde of corresponderende golflengte ‑ aanvaardbaar is. Dat klinkt misschien nog steeds kinderlijk en misschien waren wij ook wel enigszins kinderlijk. Toch moet ik toegeven dat voor mijzelf deze zeer eenvoudig gestelde theorie het begin is geweest van een innerlijk veranderingsproces. Oh, ik heb zelfs een keer een steen der wijzen gemaakt. Toen ik wist dat het kon, had ik geen interesse meer. De werkelijke steen der wijzen is de volheid van het ik, de werkelijke essence ervan, vermengd met de kracht van het universum. En ik heb misschien ook weleens in het begin geprobeerd een levenselixer te brouwen. Oh, ik heb mij ook eens beziggehouden met het bouwen van een homunculus. Dat is gelukkig niet geslaagd. Weet u, wanneer je zo’n ding hebt, weet je niet wat je ermee moet beginnen. Maar zonder dat alles werd mij steeds duidelijker, waarom het gaat in het bestaan. De meeste mensen denken: Het gaat om het gebeuren. Neen, het gaat erom, wat ik van het gebeuren geestelijk opneem. De meeste mensen denken: dat het gaat over een begrip van wat je bent of moet doen. Neen, het gaat erom waar je bij past.

Je kunt op die manier heel veel wonderlijke dingen beleven. Je kunt, bij wijze van spreken, een toon zingen en kunt een resonantie rond je horen in alle toonaarden. Je kunt een eeuwige kracht vanuit jezelf nemen en die voor een ogenblik laten werken en je zult zien dat dat één en dezelfde kracht is ‑ zeg dat het een licht is, een licht voor een spiegel, sterk geconcentreerd – dat dat voor de één lichtrood is en voor de ander blauw of groen. Ieder ziet het in zijn eigen kleur. En dan begrijp je dus hoe het zit met die kosmische, deze universele kracht, waar ik het over heb. Die kracht vertoont zich aan eenieder in de vorm die past bij diens wezen. Als u haat voelt voor iets, dan maakt u zelf uit de universele kracht haat. Wanneer u liefde ziet, dan maakt u uit dezelfde universele kracht liefde. Het zijn voorstellingen van die kracht en meer niet.

Wanneer u werken wilt aan uzelf en u zoekt uzelf te vinden, dan ziet u uzelf in een bepaald licht. Uw wezen is in werkelijkheid deel van de universele kracht, het kan alle dingen zijn en om­vatten, maar dat kunt u niet vinden. U ziet uzelf in één bepaalde vorm. Dat is het eerste wat je moet weten. De werkelijke kracht verschijnt in elke vorm die wij eraan geven. Het is ons wezen plus onze wil en ons besef die bepalen hoe de eeuwige krachten zich manifesteren in onze wereld. En dat moeten we weten. Wij moeten weten wat we willen, wat we zoeken, wat waar is. Maar wij zien niet precies wat we weten, willen, zoals het is. Wanneer ik verschillende stoffen bijeenvoeg, kan ik een wonderlijk resultaat krijgen en zeggen: dus dat krijg ik altijd zo maar. Dan blijkt later, dat er een onzuiverheid in één van de chemicaliën is inge­slopen, of dat er een verontreiniging ergens in de eigenlijke urn is blijven zitten, waarin ik het smeltproces liet verlopen. Ik kan het niet allemaal overzien, maar ik kan het later allemaal terug­ vinden.

Mensen zijn precies als chemicaliën. Engelen, duivelen, heiligen of als u het anders ziet, de geesten die er zijn, de bezielde wezens, die bestaan buiten uw wereld, zijn als chemicaliën. En wanneer ik een experiment doe met geesten, met mensen, ben ik ergens zelf altijd de smeltkroes. Ik kan de dingen alleen mengen in mijzelf. En als ik met krachten wil werken, die zuiver moeten zijn, moet ik zelf zuiver zijn. Wanneer ik werken wil met krachten, die ik overzien en controleren kan, moet ik zorgen dat er niets in mij bestaat dat daarmee strijdig is. En ik mag bovenal geen krachten aantrekken of in mijzelf opwekken, die niet passen bij datgene wat ik ben. Die van een andere golflengte zijn.

Het is niet belangrijk wat ik doe. Belangrijk is, dat ik zoek. Het is niet belangrijk wat de juiste omschrijving is van de universele kracht of zelfs van mijn wezen. Belangrijk is, dat ik de juiste samenstellingen vind. Daaruit vloeit het andere voort. Ons bestaan is misschien het experiment van een kosmisch magiër, een kosmisch alchemist. Dat is voor ons niet belangrijk. Maar wij weten dat wij alleen verder kunnen gaan door het voortdurend werken van de geest en het werkzaam zijn van die geest door de stof. Het materieel experiment is de noodzakelijke uitdrukking van datgene, wat wij in de geest bezitten en wat door ons moet, tot het in de stof komt. En in de stof pas wijzigt het, de materie keert terug en wij beseffen opnieuw. Dat is het proces van leren. En het bestaan ontleent zijn belangrijkheid aan dit leren. Leren niet op één niveau, niet op één enkel wereldje, maar leren door de samenwerking van werelden, die wij in wezen zijn. Kracht is niet belangrijk op zichzelf. Ze is er. Kracht wordt pas belangrijk, wanneer wij haar een vorm en een taak gaan geven. Het is het daadwerkelijk vatten van de kracht en vormen tot iets wat voor ons belangrijk is. Wat waarde geeft aan die kracht voor ons.

Wij moeten de wereld levend maken door ons leven. Wij moeten de werelden van geest en stof vermengen tot één onscheidbare, ondeelbare eenheid. Tot een werkelijke steen der wijzen. Een werkelijk elixer des levens. Tot het vloeibaar goud dat al doordringt. En dat kunnen wij alleen, wanneer wij uitgaan van onszelf. Van ons geestelijk besef. Van ons stoffelijk experiment tot wij zelf zijn geworden de perfecte smeltkroes, waarin elk deel van de kosmos versmolten kan worden tot een nieuw geheel, door één en dezelfde kracht. Tot wij, scheppende vanuit experiment, erkennen en denken, hervormen datgene wat waardevol is, vormgeven voor onszelf, aan datgene wat omgevormd universeel bestaat, totdat wij, eindelijk doorgedrongen tot de diepste kern van ons eigen zijn, weten wat die universele kracht is. Want wij zijn in, door, van die universele kracht. En zo vervormend die kracht tot een weerbeeld van die kracht in de spiegeling van de hoge werkelijkheid, een uitdrukking vormen daarvoor in elke wereld en elk bestaan.

Belangrijk is, dat je je wereld en jezelf voortdurend de vragen stelt. Wie juist vraagt, vindt antwoord, want hij weet het antwoord. Zoek geen antwoorden, zoek de juiste vragen. Zoek niet de kracht zonder meer, maar zoek de universele kracht die past bij jou en jouw wezen. Maak jezelf niet wijs dat je het wel kunt stellen zonder de geest of zonder materie, maar als één geheel versmolten tot werkelijkheid omvat je de lichtende steen van wijsheid.

Het is allemaal kinderlijk eenvoudig. Het is zo eenvoudig, wanneer je het eenmaal beleeft en voelt, dat er geen verdere uitleg nodig is. Je vindt het zelf. Universele kracht, ook in u, te verzamelen, te richten door uw wil, door u, in u, vanuit u. Zolang er een overeenstemming bestaat tussen uw doel en uw wezen zal de kracht vervullen. Is er geen overeenstemming, dan gaat u eraan ten gronde. Naarmate u meer experimenteert en overdenkt, naarmate u meer leert uzelf in het leven de juiste vragen te stellen, vindt u meer de werkelijkheid, kunt u uit uzelf de essence extraheren, die uw zijn betekent en daarmee voortdurend weer alle dingen erkennen, reageren op, en werken met alle dingen en zo de waarheid tot stand brengen.

Ik geloof, dat ik het redelijk duidelijk heb gezegd. Ergens hebben wij zo hier en daar elkaar een beetje ontmoet. U zult ontdekken dat wie rekening houdt met die krachten in de alchemie, beter contact heeft met anderen. Beter begrijpt, wat goed is voor hemzelf, geestelijk, materieel, maar ook voor anderen materieel en geestelijk. De stellingen lijken ingewikkeld, de praktijk is langdurig. Het is het eeuwige experiment, het eeuwige denken, maar het is de verrukking van het bestaan. Het is de bewustwording, waarover men altijd spreekt bij u. De bewustwording van de grote werkelijkheid, waarin wij misschien ingrediënten zijn in het experiment van de onbekende experimentator, die wij Schepper noemen.

Moge het experiment van het leven voor u de essentie van eigen wezen bereikbaar maken, zodat u uw eigen levend goud, uw eigen steen der wijzen kunt vinden.