Alchemisten en andere rare mensen

uit de cursus ‘Magie en magiërs’ – december 1970

Waarom een dergelijke titel? Wel, alchemisten waren rare mensen. Er zijn ook heel veel magiërs die nu niet direct onder de meer normale. burgers van deze wereld gerekend kunnen worden. U denkt misschien dat alchemisten mensen waren die alleen maar goud maakten. Heeft u wel eens van glauberzout gehoord? Dat is uitgevonden door een zekere mijnheer Glauber. Dat was een alchemist. Hij was ijverig op zoek naar de Steen der Wijzen, toen hij toevallig iets anders vond. Hij meende zelfs dat dit het begin van de Steen zou zijn. Want alchemisten zijn dan misschien mensen die in de hermetische leer geschoold zijn, het zijn ongetwijfeld goede chemici. Een van hen heeft bv. het eerst potassiumcyanide gemaakt. Er zijn ook heel veel andere chemische producten die zij hebben vervaardigd, maar altijd weer dachten ze dat ze de Steen der Wijzen hadden. Geen van hen schijnt daarvan wijzer te zijn geworden.

Een wonderlijk feit is overigens wel dat je bij het zoeken naar iets wat eigenlijk niet bestaat, althans niet zo bestaat, terechtkomt bij allerlei bestaande dingen die erg belangrijk zijn. Want het grootste deel van uw huidige chemische industrie heeft u eigenlijk te danken aan de alchemisten.

Er zijn er natuurlijk ook wel geweest die heel geheimzinnig waren en volgens de geschriften die ook aanwezig zijn in de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam, inderdaad goud hebben gemaakt. Een van de hofedelsmeden van het Hof van Oranje heeft zelfs een verhaal geschreven over een man die bij hem kwam die een soort rode steen had, dat was de Steen der Wijzen. Hij wilde er wat van kopen, maar de ander wilde niets verkopen. Na verloop van tijd kreeg hij toch een klein stukje los, zoals hij zelf zei “zo groot als past onder de nagel van een duim”. Gezien de prestatie van deze steen mogen wij aannemen, dat deze man nooit nagelbijter is geweest, het was een tamelijk stevig stukje. Hij beweerde daarmee zeer vele onsen zilver tot zuiver goud te hebben omgetoverd.

Dergelijke verhalen hoorde je meer. Het vreemde is echter dat van die goudmakerij weinig of niets is overgebleven. Maar er is heel veel overgebleven van alle bijproducten van dit streven, of je nu denkt aan de verschillende verbindingen van bv. arsenicum of aan heel veel verschillende zoutverbindingen (potassium), aan verschillende kwikverbindingen, als je teruggaat in de geschiedenis, kom je terecht bij een alchemist. En dat is het belangrijke punt waarover wij het vandaag hoofdzakelijk zullen hebben. Want alchemisten zijn misschien rare mensen geweest, maar ze hebben dingen tot stand gebracht die helemaal niet raar waren. Integendeel, ze hebben aan de moderne wetenschap en aan de moderne tijd enorm grote gaven geschonken

Ook in deze tijd zijn er alchemisten. Deze mensen zijn zoals alle hermetici langzaam maar zeker de richting uitgegaan van de theorie. Maar een theorie zonder praktijk baart over het algemeen niet veel an­ders dan holle leuzen. En ik geloof dat men dat voor het merendeel ook van deze mensen mag zeggen. Ze vertellen het heel erg mooi, maar je kunt er niets mee doen.

Datzelfde zou enigszins kunnen gelden voor andere magiërs en vreemde persoonlijkheden uit het verleden.

Er is een mens geweest, Simon Magus, die een hele leer in elkaar heeft gezet. De volgelingen daarvan heetten Ophieten. Deze mensen ge­loofden in de wijsheid (Sophia), die op aarde geboren was en vereerden daarnaast Maria Magdalena. Dan hadden ze nog een stelling en daardoor zijn ze praktisch uitgeroeid. Ze geloofden nl. dat Maria, de moeder van Jezus, lijfelijk weer op aarde was geïncarneerd en toen dingen had gedaan die kerkelijk niet helemaal toelaatbaar waren. Daarom was de leer dus zeker ontoelaatbaar.

Deze Simon Magus hield zich bezig met vele methoden om geesten op te roepen, om in mensen allerlei dingen wakker te roepen. Als wij hem goed bekijken, is hij een van de eerste psychologen geweest. Hij was iemand, die in staat was om bv. een mens in de herinnering te doen teruggaan. Dat is een trucje dat men tegenwoordig ook wel kent. Onder hypnose kun je een persoon ertoe brengen details terug te vinden van handelingen uit het verleden die hij allang vergeten is. Je kunt hem ertoe brengen dingen te beschrijven die hij slechts vluchtig heeft gezien en nooit be­wust heeft waargenomen. Simon Magus was een van degenen die zich daarmee bezighield (deze man is niet identiek met de Simon Magus waarover wordt gesproken in de Handelingen der Apostelen waar hij nl. opstijgt en Petrus en Paulus beneden staan en tot God bidden, waarop de man te pletter valt.) Deze Simon Magus had kennelijk zeer vaste denkbeelden omtrent de mens en de structuur van de mens, al zullen zijn stellingen tegenwoordig niet meer worden geciteerd. Het is een feit dat hij op denkers uit de 15e, 16e, 17e eeuw, ja zelfs nog tot de 19e eeuw toe grote invloed heeft ge­had. Hij heeft hen geconfronteerd met een innerlijke mens die verschilt van de uiterlijke mens, maar die het totaal van de uiterlijkheden in zich opneemt en fixeert.

Het bewustzijn al noemt Simon dat niet direct zo, is volgens hem niets anders dan een schil, een uiterlijkheid, waarin de werkelijkheid verborgen zit. Daarom is alles wat je denkt en doet onvolledig. De vol­ledigheid is gelegen in de wijsheid. En de wijsheid zo zegt hij schuilt in jezelf, indien je de totaliteit van je ervaringen maar kunt terugvin­den. Hij beweert dat je heel veel kwalen kunt genezen alleen door terug te gaan in jezelf. En dat betekent, dat hij het eens is met vele psycho­therapeuten van deze tijd.

Hij zegt; Een mens die angsten kent, moet terugkeren in zichzelf. En zo hij de waarheid in zichzelf erkent, zal hij van zijn angsten bevrijd zijn. Hij maakt er dan weliswaar geen seksuele vertoning van, zoals Freud doet met al zijn complexen, maar je zou hem toch als een voorloper van Freud kunnen zien in dit opzicht. Zijn magie baseert hij ook daarop en hij krijgt een groot aantal volgelingen. Een daarvan tamelijk onbekend is Bal­zassar de Elzasser.

De man is waarschijnlijk een tijd in een klooster geweest en op de een of andere manier eruit gelopen of eruit gesmeten. Hij zegt zelf dat hij eruit is gelopen, maar de geschiedenis doet het tweede toch waar­schijnlijker zijn. Een heel rare kerel. Aan de ene kant was hij zeer vroom en vierde hij zijn vroomheid met Wein, Weib und Gesang. Dat was waarschijn­lijk een Duitse invloed. Aan de andere kant was hij een bijzonder ijverig zoeker naar bezweringsformules. Hij kende zeer veel zegels. Hij maakte amuletten en vond ook een aantal stoffen uit die gelukkig tegenwoordig praktisch niet worden gebruikt. Namelijk stoffen waarmee je geesten kon verstoffelijken. Er gaat een verhaal dat hij zelfs bedreigd werd door een grote duivel. Als wij de beschrijvingen verder volgen, dan lijkt het eerder op een soort gorilla of oerang oetan, maar dan zou het wel een heel grote geweest moeten zijn.

Deze man komt met een aantal interessante stellingen. Hij zegt; “Rond ons is het leven. ” (Hij stal hier waarschijnlijk iets van zijn meester Simon de tovenaar), “En waar dit leven is, kunnen wij een werkelijkheid vinden. Indien wij de stoffen kennen, waardoor deze wer­kelijkheid zichtbaar wordt, vergroten wij onze wereld.” (Ik weet niet, of hij dat nog gezegd heeft na de verschijning van de gorilla. Ik neem aan dat dit uit zijn vroege werken stamt, want men zegt dat hij daarna veel vromer en ook veel voorzichtiger is geworden.)

Het interessante van deze man is, dat hij uitgaat van het stand­punt: vluchtige stoffen bijeengevoegd (hij gebruikte o.a. amber gris, wat tamelijk duur, was in die tijd), kunnen geesten de mogelijkheid ver­schaffen zich kenbaar te maken. En als je dat niet hebt, dan moet je aromatische reukwerken gebruiken in verbranding. Hij verbrandt bv. san­delhout met verschillende reukmerken en voegt daar kruiden en zelfs nat gras aan toe. “Want” zegt hij, “in de rook kan een geest zich manifeste­ren.” En degenen die erbij zijn geweest, vertellen dat zij hele landschap­pen hebben gezien. Zijn die landschappen werkelijk? Misschien. Het kan ook suggestie zijn geweest. Maar dat hij verschillende malen verschijnselen heeft veroorzaakt die de mensen een stevige schok bezorgden, is wel zeker.

Als je dat nu zo bekijkt, dan ga je je afvragen; Wat wilden deze mensen? Van de alchemisten weten we dat ze zochten naar het aqua vita, het aqua Toffana, het vloeibare goud, de Steen der Wijzen. Ze zochten naar iets bepaalds. Maar waarnaar zochten nu die andere mannen? Ik ge­loof in de eerste plaats naar een levensrechtvaardiging. Ze zochten naar een rechtvaardiging van hun bestaan. Maar in die tijd heeft men dat kennelijk ook gedaan en vermoedelijk juist in de richting van een grotere wereld. Want als er een grotere wereld is, dan is veel van wat we hier op aarde doen zo onvolledig dat het onbelangrijk wordt. Pas de dingen die we volledig zijn en die we volledig doen zijn belangrijk. En voor we het weten zitten we dan dicht bij de moderne tijd.

Hoe ziet u in deze tijd de mensen? Ergens zoeken ze ook naar een bestaansrechtvaardiging. Sommigen zoeken dat in de naam kunstenaar, anderen in politieke belangrijkheid en nog weer anderen in protesteren tegen alles waartegen protest mogelijk is. Het is een heel andere benadering van het probleem. Maar het probleem is kennelijk ongeveer toch wel gelijk. Ik wil iemand zijn ongeacht wat ik hier in de materie ben, ik ben belangrijk. En dat probleem van de belangrijkheid wordt dan door Balzassar, die kennelijk een mislukking was, gesteld. Deze man had dus de behoefte zich ergens te rechtvaardigen. Ik meen dat je een parallel kunt trek­ken met heel veel mensen in deze tijd.

Nu een heel eigenaardige man, die nog vroeger heeft geleefd. Ze noemden hem Isaak de kluizenaar, ofschoon hij waarschijnlijk geen jood is geweest. Hij was een heremiet, die leefde aan de Franse zijde van de Pyreneeën. Deze man heeft kennelijk veel gehoord van de Spaanse filoso­fie en de kabbalisten die vandaaruit ook hun invloed hebben gegeven. Hij ontvouwde een denkbeeld dat enerzijds magisch is, omdat het een uit­breiding van mogelijkheden bevatte die niet direct kenbaar is in de ge­wone wereld, maar anderzijds een rationalisatie is van eigenbelang, le­vensbegrip e.d.. Van hem wil ik u ook iets voorleggen.

Deze eigenaardige man at wat men hem bracht, maar dan ook dezelf­de dag, zodat hij soms barstte en soms verhongerde Hij filosofeert als volgt

“Ik, besta. Als ik mediteer, lijkt het mij alsof mijn bestaan groter is. Maar ik keer altijd tot mijn bestaan terug. Daarom moet ik proberen de illusie af te zweren van een morgen dat komt of een gisteren dat was.”

Heel modern, zoals u ziet. Misschien een beetje een relativiteit. En nu komt hij pas goed op dreef.

“Want zo ik vandaag alles ben en alles besef wat ik ben, zo is het niet belangrijk wat ik gisteren ben geweest, want dat ben ik niet meer. En met wat ik morgen zal zijn, daarmee moet ik mij niet bezighou­den, want ik ben het nog niet. Zodra ik mij bezighoud met de dingen die ik niet ben, hoe kan ik mij dan bezighouden met datgene wat ik wel ben?”

Hoe vreemd het ook klinkt, de man heeft ergens gelijk. En omdat hij een kluizenaar was en erg vroom, haalde hij God erbij,

“God is enig. Zoals God mij vandaag ziet, zal hij mij altijd zien. Waarom zou ik trachten mijzelf anders te zien dan God mij ziet?”

Dan komt hij met een juweeltje van wijsheid waar wij vandaag weleens over mogen nadenken

“Wie immers vandaag geniet wat vandaag geeft, zal genoten hebben. Maar wie vandaag datgene bewaart, wat hij genoten zou kunnen hebben op de dag die komt, hij zal altijd ontdekken dat hij minder heeft dan hij verwachtte en zo zal zijn vreugde hem tot gal worden. Ik zeg u: leef de­ze dag. Want deze dag kunt ge God ontmoeten. Deze dag kan de H. Geest in u ontwaken. Deze dag kunt ge vrolijk zijn. En wat andere dagen hebben gebracht of zullen brengen, is daarbij niet belangrijk,”

Wat moeten wij daar nu van denken? Maar zoals dat wel meer is bij kluizenaars, er kwamen mensen naar hem toe en die zeiden “Wilt u voor ons bidden.” (Vroeger dachten ze dat bidden heel erg belangrijk is) Deze mensen zeiden: “Kluizenaar, bid voor ons, opdat wij beter worden.” De ene dag zei hij: “Ach, duvel op.” (Ik vertaal dit op een beleefde manier. In de Franse taal klinkt het mooier, maar het was nog veel ge­mener.) Een andere dag maakte hij een enkel gebaar in de lucht en dan waren ze beter. U begrijpt dat sommigen zeiden: “Waarom doet u dat niet altijd?” Toen zei hij; “Kan ik het dan altijd? Vandaag ben ik geen genezer. Misschien ben ik er gisteren een geweest of zal ik er morgen een zijn, maar vandaag ben ik het niet.” Toen vroegen ze hem “Waarom maakt u dat gebaar?” En hij gaf deze oplos­sing “Als ik zie dat iemand ziek is, dan lijkt het mij soms alsof ik zijn naam boven hem geschreven zie. Als er dan een fout in die naam is, cor­rigeer ik dat even.” Begrijpelijk. De man kon waarschijnlijk niet schrijven, maar door dit te zeggen gaf hij de illusie dat hij kon schrijven. Ik neem aan dat dat ook een rol heeft gespeeld. Maar een feit is het, dat hij met symboolgebaren iets recht streek. Ik geloof, dat wij dat even moeten onthouden, omdat wij in de magie heel weinig van correcties tegenkomen.

Er zijn veel magiërs die als iets mislukt het neergooien en aan een geheel nieuwe procedure beginnen. Er zijn er maar heel weinig die kennelijk in staat zijn om met een enkel gebaar een foutje uit te wis­sen bij een mens of bij een gebeurtenis. Deze man doet dat wel.

Zijn methode van werken zou zelfs in deze tijd erg belangrijk kunnen zijn, indien wij ons zouden realiseren dat vandaag nog dezelfde feilen in de mens bestaan als in zijn dagen. Deze man zag de fout. Hij constateerde niet een kwaal, hij zag een fout in de persoonlijkheid. Hij ging niet ach­ter de fout in de persoonlijkheid aan, maar hij maakte een gebaar. Hij greep in, in de persoonlijkheid.

Nu maak ik even een sprong naar 187 in Srinagar. Daar woonde een man die beweerde dat de uitstraling van een mens soms door elkaar ligt. Nu is dat waarschijnlijk ook weer een kinderlijke voorstelling. Maar je zou je kunnen voorstellen dat er in de aura verschillende uitstralingen zijn en dat die op een gegeven ogenblik van elkaar gescheiden zijn waar ze eigenlijk met elkaar verbonden moeten zijn, of omgekeerde verdicht el­kaar kruisen op plaatsen waar het veel beter is, indien ze gescheiden zijn. Dan grijpt zo’n gebaar in (want ook deze Indiër deed dit met een enkel gebaar en natuurlijk met een plechtig woord erbij en dan was dat ook weer in orde. Het bleek dat hij hierdoor heel veel ziekten, zelfs vormen van bezetenheid wist te genezen, terwijl hij in andere gevallen delen van het organisme tijdelijk wist stil te zetten. Hierdoor zou hij o.m. verschillende slangenbeten genezen hebben en meer van deze vreem­de dingen hebben gedaan.

Als je vandaag een mens ontmoet, dan heb je soms ook het gevoel: die mens zit niet helemaal zuiver in elkaar er mankeert ergens iets. Indien je dat nu kunt voelen, dan zou je ook eens in die aura kunnen ingrijpen en er iets in kunnen verbeteren. Misschien kun je het ook niet, want je kunt zo’n persoon niet altijd bereiken. Maar dan zou je toch volgens mij kunnen zien waar een situatie niet deugt, waar de fout ligt. En misschien zou je, door je aandacht niet op de zg. feiten en vele fa­cetten van de zaak te richten, maar eerder op de erkende fout, kunnen proberen die fout anders te zien. Zo zou je heel veel ín orde kunnen maken,

Er zijn vele filosofen geweest waarvan je zegt; Het waren denkers, meer niet. Maar op een ander ogenblik lopen we tegen mensen aan als bv. Von Hohenheim (Paracelsus of in andere termen Theophrastus Rombastus). Deze man gebruikte niet alleen maar theorieën, hij deed er ook iets mee. Zeker, Von Hohenheim geeft veel recepten waarover men tegenwoordig de schouders ophaalt. Wat hij bv. vertelt over het plukken van de alruin, daarvan zegt iedereen: Dat is bijgeloof. Maar hij gaat ook uit van het corrigeren. Hij als medicus heeft er natuurlijk niet genoeg aan die cor­rectie alleen met een gebaar te maken. Hij legt deze correcties vast. Voor astrologen zou dat weleens erg interessant kunnen zijn. Want wat zegt hij;

“In deze mens zie ik een tekort aan Mars invloed en ik zie een te­veel aan Mercurius invloed. Als ik deze mens nu een stuk metaal geef, dat ik heb beïnvloed en ik schrijf daarop dat Mercurius onder de invloed van Mars valt, dan kan Mercurius zich alleen nog handhaven door Mars te versterken. Zo breng ik het lichaam ertoe zichzelf weer in orde te maken,” Hij heeft heel wat van die recepten gemaakt. Er zijn naar ik meen op het ogenblik nog een 150 verschillende amuletten voor genezing van ziekte en zwakte van hem aanwezig.

De methode om iets met een symbool te corrigeren betekent ook weer de rangorde veranderen. Dat doet mij denken aan een kleine Franciscaan ( hij heette om de een of andere reden Broeder Giorgio) die ook van die rare opvattingen had. Nu waren de meeste Franciscanen in de ogen van de goegemeente gek. Ze waren de kabouters van hun tijd. Ze zagen naaktheid als iets natuurlijks. Ze meenden dat je alle goede manieren maar opzij moest zetten om alleen te leven voor God, maar dan wel zonder bezit. Deze Giorgio had een eigenaardige methode ontdekt. Hij zei;

“Als ik in mezelf keer” (waarmee hij iets bedoelde wat men tegen­woordig waarschijnlijk een “trip” noemt, al zal hij er geen drugs voor heb­ben gebruikt), “dan kan ik monsters overwinnen, zodra ik weiger te vluch­ten. En zo ik, met Gods hulp, in mij de monsters die in mij leven kan over­winnen, zal ik de monsters buiten mij eveneens kunnen overwinnen.” Hij had waarschijnlijk iets gehoord van St. George en de draak, want hij ge­bruikte allerlei symbolen als draken en hellewezens in zijn betoog. Het komt hierop neer;

“Indien ik een misstand zie, zo heeft deze in de wereld van God vorm. Hij is een soort duivel of demon. Maar de demon ontleent zijn vorm aan de mens. Indien de mens een andere vorm aan de demon toekent, veran­dert hij van karakter en zal dus ook zijn betekenis en zijn werking veran­deren.” Raar? Zo raar is dat ook weer niet. U weet misschien dat ze in Engeland hebben besloten om via de gemeenschappelijke sociaal medische voorzienin­gen ook pruiken en zelfs plastische chirurgie te betalen voor de mensen, omdat ze zeggen dat iemand die lelijk is en daaronder lijdt, gemeen wordt tegen zijn medemensen. Hij is ongelukkig. Maar als je hem een mooi gezicht geeft of zijn kaalheid verbergt, dan heeft hij het gevoel dat hij weer meetelt en wordt hij een heel goed burger. Ik geloof dat die theorie niet zo gek is en dat ze ook wel gebruikt zou kunnen worden in de moderne tijd. Met gedachtenkracht natuurlijk, want het blijft magie en gedachten­kracht is magisch, niet redelijk.

Maar zo goed als de alchemist door het samenvoegen van allerlei elementen het edelste van alles, het levende goud, wil creëren, zo wil de mens steeds weer uit de vele verwerpelijkheden die in zijn leven be­staan, toch weer het edele goud of de bevrijde ziel of de verlossing voor zich creëren.

Waarom zou u die methode niet toepassen op de wereld? Als u ziet dat mensen dwaasheden begaan, dan moet u die mensen geen verwijt maken, want zij zijn nu eenmaal zo. U moet ook niet proberen de dwaasheid zelf weg te vagen, want dat zal u toch niet lukken. Maar u kunt de beteke­nis van de dwaasheid veranderen door er anders over te denken. Wijzig uw denken over de dingen en u wijzigt daarmede de betekenis van de din­gen in de wereld. Een zeer modern stukje magie, als ik dat mag opmer­ken. En als u niet gelooft dat het klopt, moet u eens nagaan wat men in de verschillende couranten tot stand brengt. Hoe men daar dingen, die gisteren nog zwart waren, vandaag tot wit maakt en iets wat giste­ren nog helemaal in was vandaag tot de grootste drop out aller tijden maakt. Men verbindt er eenvoudig andere denkbeelden aan. En die zijn dan van groot belang geworden. Daardoor wordt de betekenis van iets bepaald. Het blijft wel in de wereld bestaan, maar omdat het een ande­re betekenis heeft gekregen, heeft het een totaal andere uitwerking.

Dat kun je natuurlijk niet doen met een atoombom. Je kunt wel te­gen die atoombom zeggen; Breng vruchtbaarheid. Dan zegt die atoombom Goed, de vervaltijd van de meeste van mijn producten ligt tussen de 200 en 2000 jaar. Kom over 2000 jaar maar eens terug, dan zal je zien dat ik gelijk heb. Daar kun je als mens niet op wachten. Maar als er mensen zijn die lelijk doen, wier handelwijze je shockeert, dan kun je daaraan misschien een andere betekenis gaan verbinden, die dan zeer waarschijn­lijk en het gedrag en de betekenis van die andere mensen, maar ook je eigen beleving en zelfs de totale toestand in de wereld kunnen beïnvloeden.

De oudste magie is tegenwoordig natuurlijk ondenkbaar dwaas. Want je kunt nu eenmaal niet verwachten dat iemand, die op een steen klopt en daar dan zijn oor tegen houdt inderdaad voorouders hoort spre­ken. Toch is die praktijk toegepast. Andere mensen gooiden wat smeulen­de bladeren in een potje, bliezen er op en als er rook uit opsteeg, dan zeiden ze; Kijk, dat zijn de voorouders. Er zijn genoeg mensen die dat tegenwoordig ook doen. Die raadplegen niet hun voorouders maar de statistieken. Dan horen ze ook een stem, die precies vertelt hoe het zal worden en ze krijgen ook geen gelijk. Maar in die primitieve magie zitten elementen die u heden ook zou kunnen gebruiken. Daarom wil ik daar even aandacht aan wijden.

In de oudheid geloofde men nl. dat alle dingen met elkaar verbon­den waren. Het gebeuren dat mij overkomt, is geen afzonderlijk gebeuren. Als ik goed kijk naar wat er rond mij geschiedt, dan weet ik wat er aan de hand is. Dat was toen misschien een kwestie van het overvliegen van een vogel of het zien van een vreemd spoor op het pad of een boom die toevallig aangetast was door de een of andere ziekte. Als je dat op je pad vond, dan hadden ze betekenis. De wereld, zo zei men, spreekt in tekenen tot de mens. De mens die ze verstaat kan de gevaren van de we­reld vermijden.

Er zijn mensen geweest die alle tekenen eenvoudig hebben afgewe­zen. Die zijn meestal verkeerd terecht gekomen. Er zijn andere mensen ge­weest die de tekenen hebben overdreven en er een te grote betekenis aan gaven. Bijvoorbeeld als er een zwarte kat over je pad loopt, dan ga je naar huis en je komt je bed niet meer uit. Het resultaat was dan waarschijnlijk dat je bed in elkaar zakte en dan had je weer pech.

Er zijn ook mensen, die begrijpen dat een reeks tekenen in de wereld kan zeggen; er is een spanning. Kijk uit! Merkt u dat iedereen meer wil heb­ben, dan duidt dit als teken aan dat er ergens een tekort is. Indien er in de wereld een tekort is, kan ik ook tekort komen. Ik moet dus zorgen dat ik voldoende heb want dan zal het tekort dat die wereld gaat do­mineren, mij niet meer raken. Op die manier kunt u ook redeneren. Wat dit betreft moet ik een bekende figuur noemen, nl. de Comte de St. Germain, Dat was ook een magiër. De Graaf de St. Germain hield er in zijn Parijse tijd nogal van om wonderen te doen. Hij heeft de mensen (een knap stuk hypnose) midden in de winter in een tuin laten eten terwijl de bloemen bloeiden, de vogels zongen en de zon straalde en buiten de deur sneeuwde het. Met wat handigheid en wat kunstmiddelen kun je dat voor elkaar krijgen. Maar diezelfde St. Germain gaf vaak verrassend goede prognoses en daarmee had hij meest­al gelijk. Hij deed er zelf natuurlijk weleens wat aan om de dingen te la­ten uitkomen.

Hij zei eens tegen een van zijn gasten “Mijnheer de graaf, gij denkt dat u naar het land gaat, maar een bode zal u bereiken en u zult onmid­dellijk terugkeren.” Iedereen zei; “Dan kun je hem een bode nasturen,” Neen, er kwam hem een bode tegemoet. Dat was een heel eigenaardige ge­schiedenis. Deze graaf had nl. bezittingen in de buurt van Nîmes. Deze bezittingen waren aangetast door een buurman en daarom was het no­dig dat hij onmiddellijk terugkeerde om dat aan de koning voor te leggen. Want de koning kon een einde maken aan een dergelijke twist met een enkel besluit. En degene die het eerst tegen de koning sprak, had meestal het eerste gelijk.

Hoe kon de St. Germain dat zien? De verklaringen die hij zich een enkele keer verwaardigde te geven, werden door zijn tijdgenoten niet be­grepen. Hij sprak als volgt;

“Waar ik u zie, zie ik alle dingen die in u zijn. En zo ik in u gezien hebbende wat gij zijt, begrijp wat u beweegt, zo weet ik hoe gij zult handelen. En uw handelingen kennende, weet ik wat gij zult doen in de wereld, niet slechts nu maar vele dagen, ja vele jaren later.”

Hier wordt eenvoudig de stelling geponeerd. Ik moet de mens zien voor wat hij is. Ik moet zien wat hem beweegt. Indien ik iemand voldoen­de ken, kan ik zijn gedrag, zijn keuze, zijn reactie vaststellen, ik weet hoe dat gebeurt. De wereld heeft een vast patroon. En dat patroon, plus uw karakter leggen vast wat u in de wereld zult zijn.

De St. Germain schijnt in vele gevallen ook aan tovenarij te hebben gedaan. Hij heeft o.m. meegewerkt aan alchemistische experimenten. Hij was kennelijk ook astroloog. Het idee van een gefixeerd lot waarin je karakter bepaalt wat je zult beleven, was in zijn dagen zeker niet helemaal nieuw. De variant die hij er echter aan toevoert is deze;

“Maar zo u wilt dat hetgeen ik u heb gezegd niet waar zal zijn, zo wil ik u aanzien en u veranderen” Hypnose? Misschien. Maar een hypnose, zelfs een post-hypnotisch bevel, kan nooit zo’n lange tijd blijven gelden, waardoor een heel leven wordt veranderd. Tenzij je de suggestie zo geeft dat ze alleen bij een bepaal­de gelegenheid een rol speelt. Je kunt iemand niet beter maken dan hij is. Maar je kunt iemand wel een suggestie geven waardoor hij op een be­paald, misschien erg belangrijk moment, plotseling iets doet wat veel be­ter is dan hij ooit heeft gedaan.

Ik wil nu deze punten in een redelijker verband brengen;

Wij moeten goed onthouden Ook als mijn voorstelling die mij tot streven brengt niet juist is, kunnen er zeer rede resultaten uit mijn streven voortkomen. (Denkt u maar aan de Heer Glauber).

De wereld rond mij is vol tekenen. Elke mens heeft zijn eigen teken, zijn eigen uitstraling. Op het moment, dat ik die uitstraling voldoende besef, kan ik haar wijzigen door mijn denken door mijn kracht a.h.w. met een gebaar over te brengen in die ander. Dergelijke wijzigingen kunnen genezingen tot stand brengen.

Als de wereld zo gefixeerd is, kan ik ook vooruitzien in de tijd. Dat vooruitzien in de tijd is niet belangrijk. Wel be­langrijk is dat een mens door een suggestie kan komen tot een afwijken van zijn karakter. Wie op bepaalde momenten afwijkt van de karakteristiek van eigen wezen, verandert daarmee de gebeurtenissen, de loop van zijn leven.

Ik geloof dat als we die dingen bij elkaar nemen en daarbij ver­der nog stellen dat de tijd een eeuwigdurend nu is, waarin we vandaag moeten handelen en ageren volgens de waarden van vandaag; dat we dan een belangrijke conclusie voor deze dagen hebben getrokken.

Houdt u niet bezig met de problemen die morgen zullen komen, maar los vandaag uw problemen op zo goed u kunt.

Ga niet uit van het standpunt dat deskundigen iets moeten doen. Deskundigen zijn misschien niet onmiddellijk beschikbaar. Doe het liever zelf onvolledig dan dat u wacht op iemand die het misschien morgen zal doen, want morgen kan het te laat zijn.

Verwacht niet dat mensen plotseling anders zullen zijn. Verwacht niet dat mensen die vandaag zelfzuchtig zijn, morgen onzelf­zuchtig worden. Maar begrijp heel goed dat u hen op een bepaald ter­rein en bij een bepaalde gebeurtenis onzelfzuchtigheid zodanig kunt suggereren, dat ze tijdelijk afwijken van hun gedrag. Hierdoor veranderen ze hun eigen lot, maar ook vaak de gang van zaken in de wereld.

U weet misschien, dat de grote vraag van alle alchemisten altijd is geweest; Hoe bereiken wij de transmutatie? Zij wilden lood tot goud maken. Maar transmutatie kan ook iets anders zijn. Het is iets toevoegen (b.v. geestelijk) aan een bestaande situatie en daardoor de waarde en betekenis van die situatie verhogen. Je kunt van kwaad ook goed maken, indien je er de juiste gedachte bij brengt. Ik geef een voorbeeld om dui­delijk te maken wat ik bedoel.

Als u iemand ziet die bereid is om met een knuppel de eerste de beste neer te slaan, dan kunt u het met mij eens zijn dat een dergelijke houding kwaad is. Nu is er misschien iemand, die daar met een pistool staat om een ander neer te schieten. Indien wij nu de knuppelaar attent kunnen maken op de pistolero en hem bereid vinden die neer te slaan, dan heeft de knuppelaar zijn voldoening, de moord is voorkomen, maar de man wordt bovendien van een schurk een held en zal voortaan waarschijn­lijk als verdediger van de zwakken optreden in plaats van elke voorbij­ganger neer te knuppelen.

Als wij zien dat er jongelui zijn die alleen omwille van de rel allerlei dingen doen, zoals auto ‘s in brand steken, politieagenten be­kogelen e.d., dan kunnen wij begrijpen dat hier energie zit. Indien die energie juist wordt gericht, dan kun je met die energie wonderen doen. Als je ze laat zoals ze is, dan gebeurt er niets. Je kunt echter die energie niet omschakelen naar een dansavond, een beatfeestje of een meditatie in een kosmisch centrum, want daar zijn het de mensen niet voor. Je kunt hen niet omvormen. Je kunt een schoffie niet onmiddellijk in een goed padvindertje veranderen. Maar je kunt wel een uitlaat vin­den voor die energie, die lust om rellen te maken die op een bepaald moment goed is.

Als er ergens bv. een enorme luchtverontreiniging wordt veroorzaakt, dan zou je misschien daar eens een rel kunnen schoppen en dat zou wel wat uithalen. Op deze manier kunt u waardeloze impulsen uit de maatschappij en desnoods uit jezelf transmuteren tot iets hogers, iets beters.

We weten dat emoties voor de mens over het algemeen schadelijk zijn en in sommige gevallen daarnaast zeer bevredigend. Maar emoties die wor­den omgezet in geestelijke kracht zien wij heel weinig. Toch is het heel goed mogelijk, dat iemand juist door een emotie geestelijk heel ver komt.

Er was een heilige, een zekere Almarik. Hij was van Noorse origine en heeft een tijd in Ierland gewoond in een van de kloosters daar. Almarik had een enorme angst voor de zee. Hij woonde als boetedoening, zoals men dat meestal deed in die tijd in een klooster dat vlak aan de rand van een klip was gebouwde en daar beneden donderde en ruiste de zee de hele dag. Toen was er een scheepje dat in nood was. Niemand wist wat er gedaan moest worden. Almarik was zo bang, dat hij eenvoudig alles vergat en de gehele energie van zijn wonen naar de zee wierp en zei “wees stil”. En langs de brekende golven op de rotsen kwam toen naar die heel smalle aanlegplaats door het water gedreven volgens het verhaal het bootje en kon landen. De mensen konden eruit komen en nie­mand stierf, ook niet toen het scheepje later door de golven toch nog beschadigd schijnt te zijn geweest. Een dwaas verhaal uit de oudheid. Een vreemde vorm van gebedsmagie, waar­bij een persoon plotseling vergeet, wie hij eigenlijk is. Maar aan de andere kant een zeer reëel iets.

Als ik bang ben voor iets, dan kan ik die angst gebruiken om mijzelf daarmee te knevelen. Maar ik kan ook zeggen; Die angst in mij is een onderdrukte emotie ik kan er iets anders mee stillen. Ik projec­teer het uit mij. Niet meer als iets dat mij domineert, totdat ik als een sidderend beestje ergens in een hoekje zit, maar iets dat naar buiten komt en de krachten die zo gevaarlijk zijn, kalmeert, al is het maar voor een ogenblik. En zo zijn er meer van die emoties.

Je kunt iets heel erg begeren. Dan wil je het naar je toe halen.

Maar als je dat begeren omzet in een erkenning van het begeerde, zodat je het in jezelf gaat zien en beschrijven, dan ga je ook begrijpen waarvoor het bruikbaar is. En als je het idee van het juiste gebruik uit­straalt, zal je misschien niet de gebruiker worden, maar verzekert wel in de omgeving waarin die gedachte kracht wordt, een juister gebruik van het begeerde en daardoor over het algemeen een beter resultaat bij zeer vele mensen,

Wij weten dat in bepaalde landen de vruchtbaarheidsmagie nog bestaat. In die magie zien wij ook de overdrachtelijkheid, mensen uren met elkaar om de vruchtbaarheid uit te beelden en verwachten dan dat de wolkenregen zullen geven en de aarde rijke vrucht zal dragen. Op zichzelf lijkt het allemaal een beetje vreemd, zeker met uw westerse mentaliteit. Maar is hier ook weer niet iets, waarin de mens normaal zichzelf verliest? Een roesgevoel, een verbondenheidsgevoel dat in de kosmos toch ook moet bestaan op een ander niveau. Is het idee van het overdragen van die emotie op een hoger niveau werkelijk zo dwaas of zou het misschien kunnen worden beschouwd als een vorm van transmutatie? Ik kan niet ingaan op alle mogelijkheden van iets om te zetten in iets anders, maar de algemene regel kan ik u natuurlijk wel geven

Datgene wat in je bestaat, kun je onder omstandigheden aan de wereld buiten je opleggen. Je kunt echter niet aan hetgeen in je bestaat een willekeurige betekenis geven. Iemand die haat in zich kent, kan die haat misschien toch nog zo gebruiken dat er iets goeds uit voortkomt in de wereld buiten hem, maar hij kan er geen liefde van maken. Iemand die angst heeft, kan die angst tot een onderdrukking maken van bepaalde aspecten buiten hem, omdat de angst ook in hem bepaalde facetten van de redelijkheid en beheersing onderdrukt, maar hij kan er nooit vrede van maken.

Onthoudt u dit: bij elke transmutatie van krachten gaan wij uit van het basismateriaal. Wij kunnen dit naar buiten toe projecteren en door deze projectie en een mogelijke toevoeging van onze gerichtheid in de wereld buiten ons kenbare resultaten bereiken. Maar wij kunnen geen resultaten bereiken anders dan die gelegen zijn in de emotie, in de kracht, die wij vanuit onszelf projecteren.

Ik wil sluiten met een verhaal over een heel eigenaardige man; Ischa. Hij is een bekende figuur geweest in een deel van Duitsland van ongeveer 1850 tot 1902. Isccha was een magiër, die vooral onder de boe­ren veel invloed had. Hij wist met de gekste dingen in de natuur iets tot stand te brengen. Hij nam twee wilgentakjes en sloeg daarmee op een boom. Die boom werd mors, hij werd ziek.

Hij nam drie wilgentakjes en vlocht die in elkaar. Als hij zei, terwijl hij dit deed “Ik vlecht uw ziekte hierin,” dan werd de persoon beter. Hij deed het ook vaak voor vee.

Een van zijn grote krachttoeren was, toen hij op een gegeven ogenblik op handen en voeten ging zitten en een vreemd gekwaak uitstootte. Alle padden die in de buurt waren, kwamen toen naar hem toe. Hij deed dit niet alleen als demonstratie, maar ook omdat hij paddenzweet in bepaalde middelen gebruikte. Hij bracht dus een pad in een toestand van geprikkeldheid, waardoor het dier inderdaad wat vocht afscheidde, dat vocht heette dan paddenzweet.

Ischa is misschien de grootste dwaas geweest die u zich kunt voorstellen. De man had rijk kunnen zijn met al zijn begaafdheden. Hij prefereerde een soort duivel-god te zijn voor de boerenbevolking op het platteland,

Ischa maakte gebruik van alle natuurmagie en hekserij die je je maar kunt voorstellen en gelijktijdig was het een zeer belezen man en wist zeer veel af van de filosofie en de wetenschap van zijn tijd. Je zou zeggen een zeer gespleten figuur.

Een keer is het gebeurd, dat hij in Maagdenburg werd geroepen door een koetsier, omdat er een paard ziek was. Ischa kwam en haalde zijn vlechtkunst je uit. De heer kwam erbij, zoals dat gebruikelijk was om te zien wat er allemaal werd uitgespookt. Hij zag het verbranden van het vlechtwerk van drie takjes en informeerde wat dat was. Het paard zou beter worden, zei men hem. “Nu,” zei hij, “dan blijft die man hier, want dat wil ik wel eens zien en als het paard morgen niet beter is, krijgt hij zweepslagen. In het andere geval mag hij wat vragen. “Het paard werd beter en Ischa kreeg een goudstuk aangeboden. Toen zei hij “Heer, ik wil liever het recht hebben om op alle velden die u behoren vrijelijk te gaan, te staan en te jagen, zoals ik wil”. Dat was heel wat gevraagd! Toen zei de heer onmiddellijk “Ik wil je twee goudstukken geven.” “Neen, zei Ischa, “want “des Pudels kern” hij citeerde Goethe) is de vrijheid om te gaan, niet het goud dat het je moeilijker maakt om te gaan.”

Deze magiër in zijn vreemde gespletenheid wilde zwerver zijn, omdat hij niet de binding van bezit, van eer en roem wilde. Sommige mensen vertelden van hem dat hij erg slecht was, anderen dat hij erg goed was. Ik geloof dat hij een gewoon mens was die maar een ding had geleerd, nl. dat alle wetenschap, alle kennis en alle geleerdheid niets zijn, indien je ze niet kunt maken tot iets waaruit de relatie met de mens, met de wereld voortspruit. Zoals hij ongetwijfeld ook geleerd heeft dat het symbool vaak machtiger is dan de zaak zelf, omdat het symbool de macht in zich draagt die de mensen er aan toekennen. Misschien zou u dat, als u nadenkt over de magie en de magiërs van alle tijden, ook wel moeten onthouden.

De voorstellingen, de symbolen, zijn vaak machtiger dan de dingen die ze representeren. Want hun macht is gelegen in de onbeperkte aanvaarding, die de mens t.o.v. een symbool toont. Zodra je met de werkelijke zaak komt aandragen, is er altijd een terughoudendheid, een beperking. Dat is er niet tegenover een symbool. Wees daarom wantrouwend tegenover de symbolen die op u toekomen. Maar als u symbolen hanteert, besef dan wel dat als u de mensen zegt welke kracht eraan verbonden is, de werking van het symbool in hun ogen veel sterker en groter zal zijn dan die van de zaken zelf, als zij die zouden ontmoeten.