Aspecten van deze eigenaardige tijd

15 oktober 1963

Wij hebben op het ogenblik (zoals u ongetwijfeld reeds zult gemerkt hebben) een zeer eigenaardige tijd. En in die tijd komen bepaalde aspecten naar voren waarover ik zou willen spreken met u en die ik, zo mogelijk, wil toelichten aan de hand van meer recente voorbeelden.

In de eerste plaats moeten we ons dan eens afvragen wat op het ogenblik de factor is waarin de mensheid het meeste faalt. En dan hoef ik niet ver te gaan. Als ik u de naam noem van Lavarone, dan weet u waarschijnlijk al genoeg. Er is een bepaalde toestand, die toestand is niet geheel zoals die zou moeten zijn misschien, maar men meent dat men er iets mee kan doen. Dat is allemaal heel mooi, nu gaat men dus stellen: we zijn begonnen nu moeten wij doorzetten en dat is al gevaarlijker. Per slot van rekening toen men begon met de bouw van de dam toen waren er al bezwaren, terwijl men met de bouw van de dam bezig was, werden nog verschillende andere bezwaren kenbaar. Dat betekent dat men dus een begonnen werk niet in de steek wilde laten omdat men nu eenmaal had gesteld: dit is hier en zo mogelijk. Men keert dus klaarblijkelijk niet graag op zijn schreden terug. En daardoor vergroot men vaak fouten die al aanwezig zijn.

Een tweede punt. Zoals u bekend zal zijn, zijn ondertussen waarschuwingen gegeven voor die ramp die te gebeuren stond, ongeveer een 3 maanden voor het gebeurde, daarna 10 dagen ervoor en de laatste malen vanaf de middaguren voor de ramp. Elke keer weer werd er gesteld, er is gevaar. En nu heeft men dus zakelijk geredeneerd wel erg verstandelijk gedaan, men heeft er een kleine 100 man arbeiders vakmensen die men toch nodig had, het bedienend personeel uit het dal verwijderd, een waarde van 80-90.000.000 Fr. aan materiaal verwijderd. Men heeft nog andere dingen in veiligheid gebracht, maar men heeft dus niet gereageerd tegenover de mensen. Dat is allemaal erg verschrikkelijk maar het wijst ons weer op iets. Men ging uit van het standpunt, theoretisch kan dit nog niet gebeuren, dus zal het niet gebeuren. Men heeft zich dus vastgehouden aan een theorie die volgens de berekeningen wel heel erg verantwoord kan zijn geweest, maar die door de omstandigheden werd gelogenstraft.

De mens van vandaag heeft de neiging om dus ook op een soortgelijke manier te zeggen: ja maar we weten het nu wel, de feiten zijn er, er is misschien een klein gevaar, maar dat zal zo groot niet zijn. En dan hebben we hiermede heel kort, het belangrijkste punt aangeroerd.

  1. Er is geen volkomen betrouwbaarheid in alles wat uit mensen voortkomt. Onverschillig wat.
  2. Er is voor de mens een innerlijke kracht en een innerlijk weten, waarop hij wel kan betrouwen. Hij doet dit niet altijd omdat hij zich liever aan de redelijkheid houdt soms.
  3. De mens is geneigd om zijn aanzien, zijn prestige zijn reputatie, zijn kennis, zijn diploma’s vaak te stellen als een zelfstandige waarde die men moet verdedigen op elk terrein. Ook wanneer dit voor anderen grote risico’s inhoud. Niet aanvaardbaar zoals u zult begrijpen.
  4. Er wordt op het ogenblik hevig over getwist of de paus nu in zijn eentje wel onfeilbaar is, of dat hij het alleen is in samenwerking met de bisschoppen, of een bisschop deelheeft aan die onfeilbaarheid wanneer hij een uitspraak doet in zijn eigen diocees en in hoeverre. M.a.w. de mensen spreken over iets wat een geloofspunt is alsof het volledig reëel zou zijn. Dat is op zichzelf aanvaardbaar. Niet aanvaardbaar is echter dat zij deze op zich niet reële punten hanteren als basis niet alleen maar voor een geloofsformulering maar ook voor een wijziging van gezagsverhoudingen die daaruit voort zou vloeien en daarmee ook van politiek. Dus van het hanteren van een machtswapen ten opzichte van een groot gedeelte van de mensheid. Ook hier vinden we een verschijnsel dat in deze dagen meer en meer voortkomt. De mens houdt zich vast aan een bepaalde stelling. Die stelling is voor hem het enige. Hij wil die stelling veranderen, hij wil ze omkleden, hij wil ze wijzigen, maar een ding eist hij, en dat is dat iemand zijn stelling van tevoren als juist en vaststaand aanneemt.

Vb. Er is iemand die met u spreekt over het Christendom en die zegt; Er zijn een hele hoop dingen in het geloof en die hangen in de lucht, maar het bestaan van Jezus dat is uiteindelijk dan toch historisch bewezen. Dat is niet bewezen. 0, ik weet dat hij geleefd heeft en u weet het waarschijnlijk ook, maar het is niet historisch bewezen. Waarom dit gesteld? Men vervalst bewust of onbewust waarden door stellingen: innerlijke zekerheden in de plaats te stellen van uiterlijke zekerheden. Het resultaat? Een verwarring waardoor men langzaam maar zeker van de werkelijkheid afdrijft. De werkelijkheid echter is een kosmische en is dus niet onderdanig aan de menselijkheid die tot uitdrukking komt en wanneer de mens zichzelf een werkelijkheid bouwt die daarmee in strijd zou zijn, dan zal hij uiteindelijk zelf daarvan de onaangename gevolgen, disharmonieën moeten ondergaan.

In voorafgaande beide punten heb ik dus vastgesteld, vanuit mijn standpunt, dat hier de mensheid niet juist reageert op de wereld, op de feiten die rond haar bestaan.

Dan komen we tot het derde punt. Hoe kan een wereldvoorstelling bestaan als wij een eenzijdige gerichtheid aannemen? Licht kan niet bestaan zonder duister; duister kan niet bestaan zonder licht. Beiden zijn een contrast en alleen uit contrastwerking bestaan ze. Hetzelfde geldt voor goed en kwaad, voor edel en niet edel, aangenaam en onaangenaam. Elke waardering is een relatieve. Maar de waarden, ten opzichte waarvan wij ons relatief standpunt innemen, zijn feitelijk. Wij kunnen dingen duister noemen die voor een ander licht zijn. Maar dat er licht en duister zijn kunnen we niet ontkennen.

Velen proberen dat te doen. Zij trachten al wat duister is af te schuiven naar het verleden of naar anderen, en voor zich alleen het licht in aanspraak te nemen. We moeten goed onthouden dat een mens alleen een wezen kan zijn dat werkelijk leeft wanneer hij leeft tussen licht en duister, tussen stof en geest, tussen kracht en krachteloosheid, tussen de Goddelijke oneindigheid en zijn eigen tijdgebondenheid. Alleen op die manier is een werkelijk reëel bestaan mogelijk.

Daaruit kunt u weer de conclusie trekken dat alles wat in het Al bestaat en voor ons belangrijk is 2 polen kent, 2 waarden kent, waartussen zich het feitelijke leven afspeelt. Op het ogenblik dat we een van die polen trachten uit te schakelen, te ontkennen, of zelfs niet als deel van ons leven willen zien, treden wij uit een bestaande, werkelijkheid en treden binnen in een wereld die in onze gedachten bestaat, maar die wij over het algemeen door gebrek aan vertrouwen daarin tegenover de werkelijkheid buiten ons, niet waar kunnen maken.

En daarbij zijn de drie punten samen de aanleiding tot de conclusie dat de mens van deze dagen in de eerste plaats moet leren niet alleen van binnenuit te leven, maar om zijn eigen beperkingen, zijn eigen bevooroordeeldheid te erkennen. Dit behoeft hem nog niet te voeren tot een andere manier van denken of leven of handelen. Hoe u als mens leeft of handelt, is uw eigen zaak. Niemand zal u kwalijk nemen dat u datgene doet wat u zelf goed acht. Maar dan moet u het ook niemand kwalijk nemen dat hij het niet eens is met u en dat wat u zegt, door die ander als niet goed of als niet juist wordt aanvaard.

Hebben wij dan verder nog begrip voor de waarde “leven” zelf, “bestaan” dus, dan zullen we ook moeten toegeven dat het niet alleen de gerichtheid is van ons leven, de stellingen, al dan niet werkelijk waarop wij ons baseren: de begrenzingen al of niet werkelijk die wij erkennen, maar dat zeer belangrijk in ons leven altijd weer is, als geest en als mens, “het gebeuren”. Niet de toestand die is, maar elke verandering van toestand van mogelijkheid en van denken betekent voor ons een mogelijkheid tot vooruitgang. Je kunt niet lopen zonder het ene been voor het andere te zetten. Je kunt niet leven zonder steeds afwisselende ervaringen en emoties te ondergaan. Je kun niet geestelijk rijp worden zonder voortdurend geslingerd te zijn a.h.w. tussen duister en licht, licht en duister en alleen dan kun je de synthese van dit alles in jezelf vinden.

Dan ga ik verder eens uit van de gedachte dat de mens in zijn- wereld altijd een enkel bindend principe moet hebben. Je kunt nooit 2 of 3 principes tegelijk huldigen. Eén principe moet de dragende kracht van uw leven zijn. Dat kan een geloof zijn, dat kan een systeem zijn, dat kan een vorm van zelfvertrouwen zijn die heb je nodig. Niet eenieder zal dezelfde essentiële waarde kiezen. Er zijn dus altijd verschillen. Wanneer ik een weg kies echter dan moet ik er ook van verzekerd zijn, dat die weg voor mij voortdurend de juiste is, dat zij mij voortdurend de mogelijkheid geeft om verder te komen.

Op het ogenblik dat ik merk dat ik vastgelopen ben, dat ik geen resultaten krijg, dat er niet gebeurt wat er volgens mijn geloof mijn kennis en mijn weten zou moeten gebeuren, dan heb ik gefaald. Wanneer ik faal op een bepaalde weg dan moet ik de moed hebben om een andere weg te kiezen. Wanneer je een huis bouwt en je hebt dat huis half af en je ziet dat het gevaar oplevert, dat het dadelijk zal instorten, of dat het door de toestand van de grond, door vochtigheid, niet geschikt is om in te leven, ga je dan dat huis afmaken, omdat je er eenmaal aan begonnen bent? Of zul je de moed hebben om te zeggen, ik laat deze arbeid die ik verricht heb terzijde en ik begin opnieuw.

Voor de mensen van deze dagen lijkt het heel erg moeilijk want als je eenmaal zoveel tijd en zoveel moeite hebt besteed aan een bepaald iets, zoveel kosten hebt gemaakt misschien, dan is het heel erg vervelend om dat opzij te zetten en eenvoudigweg nu maar plompverloren helemaal opnieuw te beginnen.

Maar wanneer je voortgaat met datgene wat blijkens de resultaten niet goed is voor u, niet juist werd benaderd, niet goed werd gezien, dan bereik je helemaal niets. Dan bereik je alleen de ellende dat je dadelijk zit met een huis van gedachten, van geestelijke werkingen, waarin je niet past, dat disharmonisch is en dat je uiteindelijk het leven moeilijker maakt dan noodzakelijk is.

Heel veel mensen hebben in deze dagen zo hun eigen zienswijzen. Ik vraag me af of de mensen van tegenwoordig wel begrijpen wat ze daarmee eigenlijk doen. Op het ogenblik dat ik chantage een verantwoord middel vind om een ongewenste toestand uit de wereld te helpen, zo zal ik het morgen een aanvaardbaar middel vinden om een voor mij gewenste toestand in de wereld te helpen en dan zal het middel op de duur elke relatie met recht of rechtsverhouding verliezen en voor mij zal ze gebruikelijk worden. Er zijn heel veel middelen in het menselijk leven gebruikelijk geworden die in feite slecht zijn, onjuist zijn, demonisch zijn. Die toch eenvoudig worden beschouwd als een normaal deel van het dagelijks leven. Een mens moet terugkeren daarom in de eerste plaats tot de eerlijkheid. En dat is niet alleen maar de eerlijkheid van precies te zeggen wat je denkt. Dat is vooral de eerlijkheid tegenover uzelf. Toegeven waar je weg ergens faalt, waar je ergens vastloopt, toegeven waarom je hebt blijven steken, waarom je niet verder komt, waarom iets niet tot resultaten voert.

Wanneer je dat kunt doen nl. dan heb je de mogelijkheid om een nieuw begin te scheppen en zal heel vaak blijken dat veel van het oude bruikbaar is. Dat je niet alles voor niets hebt gedaan, maar dat je het in een andere groepering weer in je leven op kunt nemen met veel groter intensiteit en veel groter resultaten.

De mensen die dat niet doen, veroorzaken disharmonie die niet alleen henzelf maar ook hun wereld, hun omgeving raakt.

Nu we dit allemaal goed hebben gesteld, een begin hebben gemaakt met een bepaalde beschouwing van de mens van tegenwoordig, kunnen we misschien keren tot de mens zelf. Wat is een mens? De mens is een wezen dat niet alleen materie is en instinct, maar nog iets meer. Te spreken over geest en geestelijke voertuigen is aardig, ’t is een stelling, voor sommigen niet helemaal aanvaardbaar. Ieder heeft er zijn eigen denkbeeld over. Maar dat er meer is dan alleen de stof dat zult u moeten toegeven. Toch is de ontwikkeling van de mens zeer eenzijdig. Hij ontwikkelt nl. de materie en hij wil de geest alleen vanuit materie benaderen. Ja zijn eigen innerlijke wereld benadert hij niet zoals hij is, dus in haar wezen, maar vanuit zijn materieel opgebouwde opvattingen en standpunten. Zo hij dit doet, zal hij altijd ergens tekortschieten. Hoe wilt u een ijswoestijn beschrijven met te spreken over een oase in de Sahara. U kunt het niet. Hoe wilt u het leven op een andere planeet beschrijven aan de hand van datgene wat u alleen maar weet uit uw eigen stad of dorp. U kunt het niet. Hoe kunt u aan de hand van uw materiële wereld en al wat daarin plaats vindt alleen beschrijven wat uw geestelijke wereld is en wat erin plaats vindt? U kunt het niet.

En deze punten zijn voor u van groot belang. Er moet een afzonderlijke benadering en beleving bestaan voor al datgeen wat geestelijk is en al datgeen wat stoffelijk is. Wanneer wij deze twee binden aan een gemeenschappelijke maatstaf, aan een gemeenschappelijke waardering, kan die waardering nooit liggen in de wereld buiten ons, hij kan nooit alleen stammen uit de wereld van de geest. Ze kan alleen stammen uit onze persoonlijkheid. Onze persoonlijkheid is de band tussen de wereld van geest en de wereld van stof. Het ik kan, ofschoon op relatieve en zuiver persoonlijke wijze, de verbinding scheppen tussen de werkelijkheid van de geest en de werkelijkheid van de materie.

Wanneer deze krachten samenkomen in de mens zo zal hij ontdekken dat elk gebeuren in en rond hem een reactie heeft voor de geest door zijn persoonlijk leven en bestaan. Dat hij waarden uit de geest en uit de stof kan samenvatten in één begrip, in één werking, in één intensiteit. Hij zal ontdekken dat hij tekorten in de geest kan aanvullen in de stof en omgekeerd. Dat stoffelijke tekorten vanuit de geest kunnen worden aangevuld. De mens moet niet zijn: een stoffelijk wezen dat toch ergens droomt van een geestelijk bestaan, het moet een wezen zijn dat zijn geestelijk begrip niet baseert op zijn stoffelijke wereld, maar op zichzelf accepteert. Daarnaast de stoffelijke wereld volkomen reëel ziet en tussen deze beiden, door zijn eigen wezen plus de uitdrukking van beide werelden, van beide vlakken maakt tot een voor hem bestaand harmonisch geheel.

Dan komen we tot het volgende punt. De mensen van tegenwoordig spreken graag over 4e. dimensie. Ze hebben het over de geheimen verborgen in het diepst van het atoom en ze proberen de eigenlijke gestalte en structuur van een sterrenhemel te benaderen en na te gaan. Dat is allemaal heel erg aardig wat ze daar mee doen. Maar ze trachten daaruit analogieën te putten die niet altijd juist zijn. Wat heb ik aan de kennis van de structuur van een atoom, wanneer dit atoom in mijn leven geen onmiddellijke werking heeft. Alleen dan wanneer het deel is van mij, wanneer het leeft in mij en met mij, heeft het voor mij een werkelijk belang. De natuurkundige wet die de dode materie beheerst, is lang niet altijd gelijk aan de natuurkundige wet die de levende materie beheerst. Maar de levend materie kan over het algemeen pas werkelijk beseft worden en gezien, wanneer de levensprocessen zelf worden geregistreerd. Ten opzichte van planten heeft men dat gedaan door ze o.m. radioactieve voedingsstoffen toe te dienen zodat men kon zien wat er gebeurde. Voor de mens en voor hoger dierlijk leven is dat tot nog toe niet mogelijk gebleken. Wanneer wij beseffen dat een atoom in de mens iets anders is dan een atoom buiten de mens, dan komen we iets dichter bij een grote waarheid, de waarheid nl. dat menselijk leven en werken samenvloeit met een verandering van elke materiële structuur, dat is geen 4e dimensie, al praat de mens er graag over. Maar het is wel iets wat er heel dichtbij komt. Het is in de eerste plaats een mogelijkheid om tijdselementen te vertragen zover ze de mens zelf betreft. Je kunt niet alleen ouder worden. Als je de juiste kracht zou kennen, zou je de materie in jezelf kunnen dwingen om jonger te worden. Maar dat geheim komt niet alleen uit de kennis van uzelf, maar uit het feit dat de mens die volledig bewust is, een ingewijde bv., in staat is om elk deel materie dat in zijn wezen tegenwoordig is a.h.w. te erkennen en gelijktijdig te sturen. Er is een soort verkeersleiding in zo iemand. Hij kan met zijn bewuste gedachte bepalen wat de materie met hem doet en hij kan daarom die materie alle eigenschappen verlenen die noodzakelijk zijn zover ze niet met de grote wetten der natuur strijdig zijn. Om jonger te worden is het helemaal niet noodzakelijk dat er veel verandert er moet alleen een omzetting komen in de structuur van een paar cellen, er moet een verandering komen in de werking van bepaalde stoffen die u opneemt en de omzetting daarvan en u bent klaar, u wordt jonger.

Op dezelfde manier kan de mens tot op zekere hoogte krachten redigeren die minder stoffelijk zijn, gedachtenimpulsen bv. Ik kan een gedachtenimpuls dus versnellen, ik kan haar ook teruglezen. Men doet dit onbewust in vele dromen, waarbij men de eindconclusie die men dus zelf als natuurlijk einde ziet van de droom, in feite als beginpunt nemen en de rest zien als een afleiding. Je kunt uit het heden naar het verleden teruggaan. Maar als u dat kunt, ook al is dit niet stoffelijk, dan kun je daarin bepaalde conclusies wijzigen.

Nu is het natuurlijk moeilijk om dit te doen voor anderen. Maar wanneer ik in mijn eigen leven op een bepaald punt een fout maak en ik kan teruglezende uit mijn huidige verwarring, vinden waar mijn fout is begonnen, dan kan ik door het erkennen van die fout niet alleen maar in mijzelf die fout ongedaan maken, neen, ik kan ze opheffen. Ik ga mijn hele leven en handelen oriënteren volgens mijn beter weten. Ik kom dan in het heden te staan tegenover een toestand die niet meer aangepast is aan mijn eigen wezen, maar omdat ik in mij de geestelijke kracht draag + bewust of onbewust, een zekere beheersing van de materie zover ze in mij en in verband met mij leeft, krijg ik zeer snel een aanpassing in die andere toestand. Het is a.h.w. of je ontdekt dat je de verkeerde weg hebt en over een afscheiding springt; er is een zekere krachtsinspanning maar je kunt op die andere weg terechtkomen verdergaan.

Zo beheerst eigenlijk de geest dus heel veel mogelijkheden die de mens niet helemaal beseft en is een groot bewustzijn noodzakelijk om dit alles volledig in praktijk te brengen.

Wanneer de mensen van vandaag nu eens zouden beginnen met te beseffen dat het erkennen van een fout niet alleen inhoudt het herstellen daarvan, maar dat het vooral is, het erkennen van het ogenblik waarop de fout optrad + de verdere ontwikkeling die daardoor onjuist was, dan zullen zij ontdekken dat je een cumulatief effect hebt, je hebt dus vanuit de eerste fout, de belangrijke fout, heb je een aantal verdere kleinere fouten. Door dat geheel te overzien en niet alleen die ene fout, niet alleen die ene fout goed te maken a.h.w. maar alle fouten die daarmee samenhangen gelijktijdig zo goed mogelijk te herstellen, verkrijgt die een zeer grote beheersing over eigen leven en wezen en verder over alle krachten die daarin schuilen.

Laatste punt. Wanneer we verder stellen dat geen enkele waarde, ook geen menselijke waarde, vast is en dat alle waarden ten opzichte van elkander voortdurend in betekenis wisselen, kom ik op een heel moeilijk terrein. Ik kom op een punt waarop een rekenkundige formule niet opgaat. Op een punt waar natuurlijke volgorde van dag en nacht bv. niet meer hoeft te bestaan. Ik kom op een punt te staan waarin elke zekerheid van de stoffelijke wereld en het stoffelijk denken wegvalt.

Deze onzekerheid zal men voor zichzelf trachten te bemantelen. Men gaat automatisch trachten om toch maar langs de oude sporen voort te gaan. Men beroept zich op zijn eigen angsten, vrezen, voorbehoud, kortom alles wat men maar heeft om zijn eigen kennis, zijn positie zijn mogelijkheden om te ontwijken en niet te moeten erkennen: er is in en rond mij geen enkele vaste waarde aanwezig. Toch moet de mens van tegenwoordig daartoe komen. Hij moet zich realiseren dat niets vast is. Morgen kan een frank misschien 10 maal zoveel kopen als vandaag, maar misschien ook slechts een tiende. Die frank is geen vaste waarde. Wat vandaag rekenkundig juist is binnen een bepaald systeem, zal morgen bij het komen van een ander systeem onjuist zijn. Wat vandaag gezien wordt als belangrijk voor de gehele wereld is morgen maar een lokale toestand en omgekeerd kan een lokale toestand die onbelangrijk is uitgroeien tot iets wat de gehele wereld betreft.

Dan kunt u hieruit ook weer iets leren. Wanneer wij erkennen dat wij geen enkele vaste waarde bezitten maar dat elke waarde alleen geldt binnen haar eigen systeem, kunnen we eindelijk eens afstand doen van een opgelegde waardering of een opgelegde werkelijkheid. En dan blijft er ons alleen de gevoelsmatige werkelijkheid over. Die gevoelsmatige werkelijkheid is voor de meesten van ons ergens God.

Ergens in mij is het onbekende. Dit onbekende waarmee ik mij verbonden voel, hoe ik ook ben, waar ik ook ben, is voor mij de enige vaste waarde. Zolang als ik die vaste waarde tot uiting kan brengen onverschillig waar, hoe, dan is dit juist. Want ik heb dan het enige gehanteerd wat voor mij onveranderlijk is. Alles wat ik buiten mij meen te kennen, alles wat ik in mijzelf als maatstaf heb gesteld, is veranderlijk. Dat kan ten opzichte van elkaar wisselen. Positief kan negatief worden en omgekeerd.

Maar zolang ik dus uitga van het begrip “God in mij” dan heb Ik een maatstaf waarlangs ik handelen kan. Nu weet ik wel dat het een beetje dwaas klinkt wanneer ik zeg: mensen jullie moeten niet in een senaat gaan zitten praten over het een en ander, maar je moet elk voor zich je afvragen, wat het punt in jou zegt dat juist is en dan moet je je samenvoegen in groepen die zo harmonisch mogelijk zijn en elk voor zich trachten dat te verwerkelijken wat je innerlijk als juist erkend hebt. Dan zegt u dat is geen systeem, daar kun je niets mee doen. Maar ik zeg u, het is het enige systeem wat alle omstandigheden en mogelijkheden kent. Het is niet gebonden aan vaste maatstaven. Het laat geen ruimte voor de vergissingen waarover we zo-even reeds hebben gesproken, voor de valse trots misschien, de angst of de schaamte voor het verliezen van iets of het verminderen van eigen aanzien. Er blijft alleen nog maar dit ene over: de persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover het Hoogste.

Hoe meer mensen er zijn die alleen een persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover het hoogste erkennen, hoe meer mensen er zullen zijn die leren om juist te leven in deze tijd.

Van u kan ik moeilijk verwachten dat u onmiddellijk alles overboord gaat gooien. Trouwens al zou ik het vragen, u zou het toch niet doen, u zou hier ja knikken en uw zelfde wegen verder gaan. Laat ons elkaar wat dat betreft maar niet bedriegen en zeggen dat u allemaal zo goed bent dat u met het zien van een enkel punt van Licht en waarheid, dat u het verwerkelijken kunt. U praat toch net altijd zolang tot het weer past in uw ideeën. Maar ik kan u toch wel een paar punten vragen:

  1. Maak een onderscheid tussen een gevoelswereld (innerlijke wereld) en een redelijke wereld. Probeer te begrijpen dat die 2 dingen afzonderlijke werelden betekenen en dat niet 2 werelden alleen met elkaar harmonisch op de juiste manier worden uitgedrukt. Een daad zonder gevolg is niets waard. Een emotie die niet wordt gerationaliseerd in je eigen wereld, heeft weinig betekenis. Maar de basis van rationalisatie is nimmer: “wat is er” – “wat zegt men” of “wat meen ik te weten”, maar dat is: “wat erken ik innerlijk op dit ogenblik en alleen op dit ogenblik als waar”. Elk ogenblik opnieuw wordt een nieuwe maatstaf geboren uit het Goddelijke. Elk ogenblik opnieuw wijzigen zich onze mogelijkheden en omstandigheden. Elk ogenblik opnieuw erkennen wij nieuwe wegen. Wanneer wij echter de weg kiezen die ons langs innerlijke kracht getoond wordt, dan vermijden we de grote vergissingen van de ramp in Italië en vele andere dingen. We vermijden de strijd mens-natuur, die in andere gebieden zo sterk tot uiting is gekomen. Wij vermijden vooral ook de innerlijke strijd, de innerlijke onvrede, de innerlijke onverantwoordelijkheid waarmee de doorsnee mens leeft.

Wanneer we dit in kleine dingen doen, kunnen we veel bereiken. Probeer niet uw hele leven in een keer te veranderen, dat kun je toch niet. Begin eenvoudig met de kleine, de onbelangrijke dingen te zeggen: neen hier voel ik dat ik eigenlijk geen recht heb, neen hier voel ik dat ik verkeerd reageer. Dat ik een verkeerde stelling in mijzelf ken, laat ik mijzelf hier in het onbelangrijke nu eens beperken. Ik vraag niet eens dat u verandert, alleen dat u zich beperkt. Beperk eens al datgene waarin u niet 100% zeker bent dat u gelijk hebt en bovendien (als ik u een raad mag geven) probeer u te beperken in elke inmenging in het leven of lot van anderen. Maar wanneer u uitgaat van het standpunt dat anderen uw waarheid moeten erkennen, dan ontkent u gelijktijdig de volledige relativiteit van alle menselijke waardering en belevingen buiten dat ene punt: het Goddelijke. En dan zou u dus een ander dwingen tot een voor hem niet aanvaardbare of disharmonische toestand of weg.

  1. Heel eenvoudig: probeer eens uit te gaan van het standpunt dat u geen recht hebt om een ander tegen zijn wil iets op te dringen, zolang die persoon niet uw volledige verantwoordelijkheid en zonder eigen mogelijkheid tot beslissen is. Voor kinderen heb je een zekere dwang dus wel degelijk nodig. Maar zodra iemand in staat is, om als een normaal mens voor zichzelf in de maatschappij te denken, dan moet je zeggen: ik heb geen recht die mens aan te tasten, zijn lot is zijn zaak, niet de mijne; ik mag hem helpen waar ik kan; ik mag een afkeuring kenbaar maken over hetgeen hij doet misschien, maar ik heb geen recht dit te doen als een dwang. En voor alles onthoudt u van vormen van chantage. Als iemand tegen mij zegt wanneer je dit en dat doet, dan kom je in de hel, dan zeg ik: meneer u chanteert mij. U weet niet eens of er een hel is en hoe die hel is. U weet niet of wat ik doe werkelijk goed of kwaad is. U weet alleen dat het niet strookt met uw wezen en me te dwingen u te gehoorzamen, zegt u: dan kom je in de hel, of dan wordt je gek enz. Onthoudt u één ding dat is afpersing, u hebt niet het recht om het lot van een ander te vormen. U hebt de plicht om uw eigen lot te vormen tot een harmonisch geheel.
  2. Wil u er a.u.b. aan denken dat er voldoende disharmonie is op deze wereld; dat alles wat u doet om de harmonie te bevorderen ook al kost het misschien soms wel eens wat, niet alleen voor die anderen of omwille van die anderen maar voor uzelf goed is. Wilt u eraan denken dat werkelijke harmonie niet alleen bestaat uit woorden of uit een bepaalde houding, of zelfs uit een bepaalde steun of hulp die je aan anderen geeft. Maar aan een zo groot mogelijk respect voor die ander, begrip voor die ander en een poging om samen te werken met die ander op elk terrein, wat je in die ander erkent en wat in jezelf leeft. Dat is harmonie.
  • U spreekt dikwijls over persoonlijkheid, maar er zijn verschillende richtingen die die persoonlijkheid kan opvatten. De ene keer spreken we over een lagere persoonlijkheid en de andere over een Hogere persoonlijkheid.

Wanneer we onderscheid maken tussen hogere en lagere persoonlijkheid en daarbij mij richt tot een van deze, ontken ik een deel van mijn wezen en mijn bestaan nietwaar? M.a.w. ik schep in mijzelf een disharmonie. Wat ik dus moet doen is niet me alleen richten op het hogere wezen of op het lagere maar ik moet trachten deze op een juiste en harmonische wijze te doen samengaan. Nimmer omwille van het hogere het lagere ontkennen of omgekeerd, want alleen uit de harmonie van beiden is het werkelijk contact met God, met de kosmos, met de waarheid mogelijk. Ik heb u al gezegd, geen licht kan zonder duister bestaan en geen duister zonder licht, geen stof zonder geest en geen geest zonder stof. Ik zou haast kunnen zeggen geen ziel, geen werkelijk ik, kan bestaan zonder chaos. In uw wezen zijn die uitersten soms uitgedrukt als lagere zelf en hogere zelf, dat geef ik toe. Maar die beiden zijn de grenzen van uw leven, uw leven moet een geheel zijn, mag niet verdeeld worden door allerhande grenspaaltjes, laat staan dat u het recht hebt om een van die delen geheel te verwaarlozen of niet te ontwikkelen. Hoger ik en lager ik gezamenlijk groeien, het is a.h.w. een mijnbouwgebied dat delfstoffen aandraagt, waar een industriegebied zich uit ontwikkeld: “bewustzijn” en waaruit de mogelijkheid voortkomt voor een rijkere groei van de wereld: “hoger bewustzijn”.

Tweede spreker

Bij de vele lessen die je van uw vrienden, mijn broeders, krijgt zou ik graag de mijne voegen.

Alle leven is Goddelijke Kracht. Goddelijke Kracht is in alle leven en is alle leven. Wie God ontkent, ontkent het leven. Wie het kleinste deel van het leven ontkent, ontkent God. Want ziet, in Hem zijn alle dingen verenigd en uit zijn Liefde en Wet is de wereld geschapen waarin ge leeft.

Alle waarden die in U bestaan zijn voortgevloeid uit de mogelijkheden die de Schepper zelf voortdurend geeft. En zonder Hem zou niets, zelfs het geringste bewustzijn voor u mogelijk zijn. Erken dan zijn Kracht boven alle dingen en in alle dingen. En leef vanuit deze kracht opdat uw tijdelijke wereld, door het daarin erkende licht, voor u mogen worden een beleving waarin steeds weer de vreugde de levensaanvaarding op de voorgrond treedt.

Bedenk dat schaduw noodzakelijk is soms om de omtrek aan te geven van een voorwerp. Bedenk dat duister soms noodzakelijk is om de aanwezigheid van het Licht kenbaar te maken. Sommigen van u zullen de taak hebben om licht te scheppen, anderen zullen schaduw zijn. Ontken dan elkander niet maar besef dat licht en schaduw, elkaar aanvullend, het beeld van de Goddelijke Schepping voltooien. Erken dat uw wezen bestaat uit ongekend vele trillingen. Elk deel van uw wezen, elke cel, elke spier, elk orgaan is een trilling. Elk deel van uw geest is een trilling, die allen tezamen vormen dat grootse geheel dat ge “ik” noemt. Al deze trillingen bestaan in de eeuwige waarde Gods. En allen dienen harmonisch te zijn met die waarde Gods. Zo gijzelf de trillingen van uw wezen niet harmonisch kunt maken, zo kan de Schepper dit te allen tijde.

Indien de harmonie in u leeft, zo zal hij anderen uit disharmonie tot harmonie verheffen. Verwacht niet het wonder. Maar verwacht de harmonie die rijzen kan en rijzen zal.

Erken de macht die is gelegen in de trilling die voortgaat vanuit u, door uw spreken, uw denken en uw handelen. Laat deze trillingen met elkaar verklinken, dat het woord is als de daad, dat de gedachte is als daad en het woord tezamen. Want éénheid is de kracht van de schepping, éénheid is het wezen Gods, de kracht die allen in stand houdt, éénheid is de liefde waaruit al geboren wordt. Zo gij die éénheid voor uzelf wilt zoeken en aanvaarden, zo zeg ik u: hieruit wordt geboren de volledige erkenning en bewustwording. Hierin ligt de genezing van uw kwalen, de overwinning van uw strijd en dat gij één zijnde met het geheel, de kracht van het geheel zult kennen.

En zie dit is slechts mijn harmonie, onvolledig en onbelangrijk en toch een eenheid van denken en van wezen die de uwe nog overtreft. Want in mij is de Schepper, de Kracht en uit de Schepper is mijn kracht, zoals Hij is mijn wezen en mijn denken.

Moge het geheel van de in u strijdige trillingen de éénheid vinden die noodzakelijk is. Moge uw bewustzijn van de Enige kracht die waarlijk is en leeft, u brengen tot een erkenning daarvan, op elk vlak. Mogen dat wat ziek is in uw lichaam harmonie vinden die genezing heet. Moge de strijd in uw ziel doven. Dat de storm neervalle voor de harmonie van het licht dat met u is.

Harmonie dat zoete woord dat de eenheid omschrijft die God is. Harmonie is de kracht van het Goddelijke in ons wezen. Harmonie is de wet die wij moeten leren en willen wij bereiken en erkennen de waarheid, ze laat zij geen uitzondering toe. Daarom zeg ik u mijne vrienden, zoek deze harmonie, zoek deze eenheid, waarbij de trillingen van uw wezen een geheel vormen dat erkennen kan de kracht waarin zij trillend ontstaat. Zeg niet: “dit is niet mogelijk”, want zo gij zoekt in eenvoud en aanvaarding, ja zo gij zoekt in gehoorzaamheid, de kracht die in u leeft, zo zult gij bereiken en vervullen.

Meer heb ik u niet te zeggen en te brengen.

Maar ik wilde een kort ogenblik met u zijn opdat ge misschien iets zou kunnen beseffen van de grote kracht waaruit ik leef. Moge de Alkracht, deze band van eenheid en harmonie in u doen verstillen het oproer, in u verdrijven de onzekerheid, in u geboren doen worden de werkelijkheid. Opdat wij gezamenlijk kunnen zijn broeders en zusters van licht, omspannend licht en duister, omvattend de schepping en het beeld van de Schepper deel van Zijn adem waaruit is voortgekomen het geschapene.

Tweede deel

We nemen het leven allemaal wel eens heel erg ernstig. Maar ik vraag me af of je de dingen eigenlijk niet te ernstig neemt. De meeste mensen maken van het leven een zwaarwichtig iets. Het is zo buitengewoon belangrijk. Maar is het wel zo belangrijk als u denkt? Zijn al die dingen die u van zo groot belang acht nou werkelijk eeuwig van belang?

Wat voor u op het ogenblik een groot probleem is, waar u dagenlang mee worstelt, wie denkt er over 20 jaar nog aan? En al uw goeie voornemens al hetgeen wat u met alle geweld wilde bouwen, al voelde uzelf dat u het eigenlijk niet tot stand kon brengen, wat staat er nog van over 100 jaar?

Kosmisch gezien, zijn jullie allemaal eendagsvliegjes. Sommige zijn erg stevige eendagsvliegjes, maar ze zijn het. En die korte tijd dat je leeft, die is dus eigenlijk helemaal niet zo belangrijk met wat je voor die wereld doet.

Begrijp maar zo: wat belangrijk is, is wat je voor jezelf doet, hoe je jezelf uitdrukt; en hoe kan een mens die ongelukkig is nou een goeie uitdrukking voor zichzelf vinden in de wereld. Als je voortdurend loopt te mopperen, kom je nergens.

Ik zou het zo willen zeggen: iemand die voortdurend moppert in zijn leven, die voortdurend ongelukkig is, zich verzet tegen omstandigheden die zijn, is als iemand die voortdurend een rekening bij een leverancier laat oplopen, zonder er ooit aan te denken dat hij die ook nog moet betalen. Elke ontevredenheid in uw eigen leven is een schuld die u hebt aan de toekomst. Elk verzet tegen de feiten waarin je leeft, elke poging om meester te zijn van alles dat is doodgewoon een rekening die je moet betalen.

Hoe meer je meester wilt zijn, hoe meer je later knecht moet zijn. Evenwicht moet er toch blijven. Daarom zou ik zeggen vrienden, laten we het leven eens een heel klein beetje vrolijker en lichter opvatten, laten we rustig zeggen dat het goed is om te bidden, maar dat we eigenlijk de bekende woorden zouden moeten uitbreiden. De Duitsers zeggen “ims Leben Wein, Weib und Gesaug”. Ik zou willen zeggen: “God, Gebet und dann Gesang. Wein und Weib”. Weet u waarom? Omdat dat uiteindelijk de 5 factoren zijn waarrond uw leven draait. Het is het geluk dat je hebt. De vreugde, de vrolijkheid die je hebt, die je sterk maakt. Het is de wijze waarop je zonder geketend te zijn, zonder neerslachtigheid a.h.w. het leven aanvaardt zoals het is en waarmee je verder komt.

En dan komt er een ogenblik dat er een ander is die zorgen over u heeft. Goed, heb je altijd gehad. Vroeger was het moeder die op je vingers tikte. De zuster op school die je vertelde wat mocht en niet mocht, je baas, wie dan ook. Er is altijd wel iemand die aanmerkingen op je heeft. Er is altijd wel iemand die gezag heeft. Wanneer wij ons tegen dat gezag verzetten terwijl het in feite niet zo belangrijk is, dan maken we ons belachelijk en ongelukkig. Wanneer je valt, kun je dat op 2 manieren doen. Je kunt vallen met je hele lichaam stijf en stram en strak en dan wordt er dus later gezegd, dat hij nou van zo één tree is gevallen en zijn ruggegraat gebroken. Maar je kunt ook vallen en meerollen. En zo moet je nou in het leven zijn. Je moet leren om te rollen met de feiten a.h.w. mee te geven, is er gezag, goed, accepteer dat gezag zolang het aanvaardbaar is. Zolang als het kan, maar kan het niet, dan ook helemaal niet meer. Dan kan dat gezag voor een ander goed zijn, maar dan moet ik het helemaal ontkennen. Ik wil vrij zijn. Ik wil blij zijn. Maar vrijheid betekent ook gezag aanvaarden. Vrij betekent ook op een gegeven ogenblik, de minste kunnen zijn. Vrijheid kortom betekent voor een mens, het geluk in het leven vinden, terwijl hij tegenover zichzelf kan zeggen: “ik ben verantwoord in wat ik doe, want uit het weinige wat ik ben en de korte tijd dat ik op aarde besta, heb ik het beste naar voren kunnen brengen”.

Je moet leren de kleinigheden a.h.w. een beetje weg te raden. Je bent soms in het leven zover dat je denkt ik begin oud te worden. Dan ga je zo denken, wat heb ik nou allemaal gemist in het leven? Wat heb ik allemaal verkeerd gedaan en wat heb ik allemaal aan tekortkomingen? Dat zijn mensen die maken zich doodongelukkig. En dan heb ik er maar een oplossing voor: stel je voor dat je vandaag opnieuw geboren bent, maar een beetje ouder dan gebruikelijk is. Begin opnieuw. Laat nu al dat ouwe zeer, dat oude zeer. Wat was, daar kun je niets meer aan doen. Aan wat je nu bent en wat je nu leeft, daar kun je wat aan doen. Leef of je nu jong bent of oud, zo blij als een kind dat voor het eerst de zon in mag om te spelen. Wees voor jezelf zo blij dat alles voor je toch weer nieuw is. Probeer het met nieuwe ogen te zien. Probeer het anders te zien.

De wereld is rijk, het leven is rijk, het is kort, maar het is rijk en de rijkdom die je eruit vergaart dat is wat je in jezelf opneemt en wat je leeft a.h.w. naar buiten toe, naar het Hogere toe. Niet wat je doet, niet wat je bent en wat je weet, is van belang. Maar wat je bij elkaar hebt gebracht aan werkelijke vreugde aan werkelijke levensaanvaarding, aan werkelijke vrijheid waarbij je ook niet de slaaf bent van jezelf en je eigen ideeën. Wat je gewonnen hebt aan spontaniteit van leven, dat is hetgeen waar je in de geest het meeste aan hebt. En al dat andere dat is maar een middel om onze krachten te laten werken. We leren veel op aarde misschien, maar we kunnen nooit meer leren dan dit ene: voor onszelf lichtend te zijn. Wat je bent in het leven dat trek je in het leven. Wat je bent in de geest dat trek je in de geest, dat is de kracht, dat is je leven.