Aspecten van harmonie

17 april 1983

Wij hebben vanavond zoals gebruikelijk een gastspreker voor u. Ik heb hem niet zelf uitgezocht en ik weet heel weinig van hem af. Het enige wat mij werd gezegd is: de man is een goeroe, een geestelijke leraar geweest en dit is hij kennelijk ook nog in de geest. Hij schijnt zich in het bijzonder op bepaalde aspecten van de harmonie te bepalen.

Ik heb als kind piston in de harmonie gespeeld. Dat brengt voor mij een reeks vrolijke associaties zodat ik aanneem, dat het voor u nog een aangename avond kan worden.

Het denkbeeld waarmee wij bezig zijn, is dat er een soort eenheid bestaat. Een enkele keer denk ik dat ik die eenheid beleef en als ik dan wakker schrik vraag ik me af: was ik dat nou of was ik even afwezig? Want de werkelijke eenheid schijnt te ontstaan door de afwezigheid van het ik‑besef. Maar aangezien ik mijzelf nog steeds besef, heb ik de eenheid nog niet bereikt. Maar ik vind het schitterend, dat de mens streeft naar die eenheid.

De meeste mensen beginnen in het klein met twee man. Ze werken dat misschien uit via een kerkkoor of een toneelvereniging, dan wordt het een politieke partij en daarna is het bal. Wanneer ik dat zo bekijk zeg ik: Mensen waar maken jullie je eigenlijk zo druk over?

Ik heb het gevoel, dat de meeste mensen, die druk bezig zijn om eenheid in de wereld te brengen, alles vernietigen wat tot eenheid zou kunnen voeren. Ik heb ook het gevoel, dat degenen, die de wereld zo ijverig aan het verbeteren zijn een soort project‑ondernemers zijn. Ze slopen de meest waardevolle dingen en wat daarvoor in de plaats komt, moet je maar afwachten.

Ik voor mij voel veel meer voor een wereld die wij niet proberen te verbeteren. Het is natuurlijk een enorme flater dat ik dat in deze moderne tijd durf zeggen. Maar als je druk bezig bent met het verbeteren van de wereld, heb je niet eens meer tijd om te kijken naar de wereld die je wilt verbeteren.

Wanneer je druk bezig bent anderen te overtuigen van het goede, dan heb je zelf niet genoeg tijd om het te doen. Het is opvallend dat de mensen, die het meest hebben willen doen voor hun land en hun volk, de meest wrede dictators zijn geweest die je je kunt voorstellen.

Zo zie je alweer waartoe het streven naar eenheid voert. Dat is al begonnen met Karel de Grote. Karel was groot – niet in figuur overigens, dat wil ik er bij zeggen – maar in zijn opvatting van wat toen al een soort UNO had moeten worden, een verenigd Europa. Maar hij ging uit van het standpunt dat dat alleen kon wanneer er één geloof was. Als je dus een ander geloof had, kon je kiezen tussen bekeren of scheren. Maar dat scheren was zodanig dat je geen kop meer over hield.

Zo is het vele malen gegaan. Of we nu kijken naar de Franse koningen, bepaalde Italiaanse vorsten of dat we ons bezighouden met Duitsland met zijn roomse koningen, zijn algemene koningen die keizer werden, ja zelfs als we kijken naar de verschillende Staten der Nederlanden, dan komt het altijd weer op hetzelfde neer: eenheid betekent gelijktijdig een toenemende disharmonie. En die heb je niet nodig, vind ik.

Je moet de wereld niet verbeteren. Laat de wereld maar zoals ze is. Verbeter de mensen en je verbetert de wereld. Maar verbeter de wereld en je bederft de mensen.

Misschien vindt u een dergelijke filosofie niet esoterisch genoeg. Maar wat wil je eigenlijk beginnen met esoterie als je alleen maar bezig bent met de wereld buiten je? Als je probeert jezelf te verbeteren en zo de mens te verbeteren dan moet je wel van binnen beginnen.

Nu heeft iemand eens gezegd: (ik weet niet meer wie het was, ik geloof dat het een filosoof was) “De mens is het enige wezen dat bewust de kosmos in zich draagt”. Nu, ik merk er niet veel van.

Als u esoterie wilt bedrijven (en we nemen dus aan dat u daarvoor hier bent samengekomen), dan mogen we de conclusie trekken dat u uw eigen innerlijke waarheid wilt kennen. Maar is uw innerlijke waarheid uit te drukken in termen van de wereld buiten u? Het is maar een vraag. Want wat in je bestaat dat blijft verder bestaan, dat is schijnbaar eindeloos. Het wordt steeds meer, maar het raakt ook steeds verder af van alles, wat je nog wereld kunt noemen of zelfs maar sfeer of wereldomschrijving.

Dus wanneer je werkelijk in jezelf probeert door te dringen dan denk ik, dat je toch gelijktijdig een beetje vervreemdt van de wereld en van de (mag ik het zeggen) normale mensen. Nu weten we allemaal dat “normale” mensen natuurlijk niet bestaan. Een normaal mens is een veronderstelling, waaraan men probeert elkaar af te meten zonder te letten op de afwijkingen, die men zelf daarbij vertoont.

Een normaal mens kan er niet zijn. Maar een bewust mens is ook niet een normaal mens.

Wanneer je bezig bent met de wereld buiten je; ben je bezig met een verdeeldheid. Die verdeeldheid kun je niet beheersen. Dientengevolge kun je haar niet werkelijk opheffen. Ben je echter bezig in jezelf dan kom je eveneens veel tegenstellingen tegen. Maar die tegenstellingen kun je opheffen door de beide uitersten daarvan gelijkelijk te aanvaarden.

Ik denk dat een groot gedeelte van die bewustwordingsgang zeker naar binnen toe allereerst bestaat uit aanvaarding. Een mens die zichzelf niet kan aanvaarden kan innerlijk ook niet verder komen.

Dan is er nog een punt dat mij is opgevallen. Wanneer wij beginnen met de innerlijke weg dan hebben wij het gevoel dat wij nogal alleen staan. We hopen dan maar dat net als bij een marathon er toejuichende toeschouwers staan langs de kanten van de weg om ons aan te moedigen.

Maar we zijn eigenlijk geïsoleerd, we zijn alleen. Pas wanneer we de eerste tegenstellingen ontmoeten en in die tegenstellingen een eenheid tot stand kunnen brengen, dan zijn we zo ver gekomen dat we ineens ontdekken dat we niet alleen zijn.

Zeker, het ik blijft nog geïsoleerd van de kosmos. Maar in het ik, juist door het opheffen van de tegenstelling, bestaat een soort kosmische waarde; iets wat tijdloos schijnt te zijn en in zekere zin zelfs grenzeloos. Deze grenzeloosheid heeft het nadeel dat je je er misschien in kunt verliezen. Wie dat doet komt niet verder.

Het is voorlopig voldoende om te constateren, dat je niet alleen bent en dat er al een grenzeloze waarde bereikt is. Dan moet je verder gaan naar de volgende tegenstelling en die moet je oplossen. Het lijkt misschien iets voor liefhebbers van cryptogrammen, want die tegenstellingen hebben allemaal wel één juist antwoord, maar ze lijken geformuleerd in termen van oorlog, dreiging, vernietiging en angst.

Wie iets vreest wat hij in zichzelf ontmoet, vlucht weg. Hij gaat naar de buitenwereld toe, hij zal zich daar misschien heel erg prettig en goed voelen, maar de angst in hemzelf zal hij niet teniet kunnen doen. Wie de angst kan begrijpen als een reactie en daar in zichzelf het licht en de kracht, die toch ook deel zijn van zijn eigen wezen, tegenover durft te plaatsen, zal zien, dat de angst een deel van het wezen van het licht wordt en dat daardoor de angst zijn betekenis als angst‑beleving verliest. Er gaat niets teloor, maar het krijgt een andere substantie. Het heeft andere consequenties voor degene die er mee in contact komt.

Veel verder ben ik nog niet gekomen. U zult me moeten vergeven dat ik hier niet verder op doorga. Maar als het met dat eerste stukje van de weg al zo is en je hebt al een paar eindeloze krachten en eindeloze mogelijkheden ontdekt, hoe moet je dan verder? Ik denk dat alles steeds meer oneindig wordt. Maar als het oneindig wordt, dan is het volgens mij ook veel moeilijker om je eigen eindigheid, je beperktheid nog te handhaven.

Ik heb het gevoel dat esoterische inwijding niet alleen hoog stijgen is. Het is eerder het langzaam maar zeker in contact komen met steeds meer onbegrensdheid. De uiteindelijke bereiking zou wel eens kunnen zijn dat je ook jezelf als onbegrensd leert kennen. Dus als een geheel en niet alleen maar als een reeks factoren.

Wanneer ik uw wereld bekijk (u moet me niet kwalijk nemen dat ik graag kijk, want ik lach ook graag), dan valt me altijd weer op, dat de mensen bezig zijn de dingen tegen elkaar af te wegen. Ze kijken nooit wat de beste mogelijkheid is. Het is of het één of het ander.

De beste oplossing die je innerlijk vindt, is in het begin zoiets als een compromis; een: “Nou ja, niet helemaal dit, maar dan ook niet helemaal dat”. In uw wereld schijnt dat heel erg moeilijk te zijn en het schijnt nog moeilijker te zijn om je aan een compromis te houden dan om er een te sluiten.

Dit tegen elkaar afwegen der dingen wordt in uw taal – of moet ik zeggen in uw ambtelijke taal – beschouwd als het stellen van prioriteiten. Maar wat is de prioriteit van de mens? De prioriteit van de mens is volgens mij te leven en gelukkig te zijn, niet onge­lukkig te maken.

Als u daar aan beantwoordt, is al het andere al opgelost. Waarom zou je het dan allemaal zo onmetelijk ingewikkeld maken? Ik denk dat ingewikkeldheid voor veel mensen noodzakelijk is, omdat ze die innerlijke eenheid niet durven of willen accepteren, omdat ze de samenvloeiing vrezen, waarin de schijn van eigen bijzonderheid langzaam maar zeker te gronde gaat.

Nu ben ik niet degene, die u gaat vertellen hoe het met u gesteld is. Als u het zelf nog niet weet gelooft u mij toch niet en als u het zelf wel weet ben ik te netjes om dat aan anderen te verraden. Dus ik ga u niet een ontleding bieden.

Maar ik wil wel iets anders daar tegenoverstellen. U gelooft allemaal in de kosmische kracht, neem ik aan. U hebt die kracht zo nu en dan in uzelf of u probeert ze in uzelf te voelen. Probeert soms die kracht te gebruiken, misschien ook voor anderen Wat is die kosmische kracht eigenlijk?

Ik denk dat de kosmische kracht identiek is aan de potentie van je eigen wezen zodra de grenzen daarvan wegvallen. Verder kom je volgens mij niet. Maar als ik kosmische kracht gebruik, dan moet ik toch ook accepteren dat het niet alleen van buitenaf komt. Het bestaat ook in mijzelf. En als het in mij bestaat, is het ook deel van mij.

Pas op het ogenblik, dat je als mens leert de zogenaamde kosmische krachten met alles wat daaraan verbonden is aan mogelijkheden en werkingen te zien als deel ook van wat jij bent, dan heb je volgens mij eindelijk de mogelijkheid gekregen om in plaats van in tegenstellingen eens te denken in termen van synthese.

Natuurlijk is dat moeilijk. Wij zijn zo graag wijzer dan anderen. Beter dan anderen. Verstandiger dan anderen. Bewuster dan anderen. En zo kan ik nog een tijd doorgaan, maar dan wordt het net een litanie van alle heiligen. Wij zoeken naar datgene wat ons onderscheidt. We zoeken naar de tegenstelling tussen onszelf en de wereld.

Maar zoeken we dan niet gelijktijdig naar een tegenstelling tussen hetgeen we als beeld omtrent onszelf vasthouden en datgene wat we werkelijk zijn? Het is maar een vraag.

Dat is inderdaad een grote vraag. Ben je werkelijk meer dan een ander? Weet je werkelijk meer dan een ander? Als je dit alleen op een bepaald gebied bedoelt dan wil ik het nog wel een beetje met u eens zijn. Maar als u het zo stelt: “Ik ben beter, ik ben meer geschikt dan een ander, enz.” dan ben ik geneigd te zeggen: “Dan deugt u niet, want dan hebt u één ding niet begrepen, nl. dat u niets kunt zijn wat u niet eerst volledig in uzelf hebt waargemaakt.”

Misschien kunt u het zo stellen – U hebt allemaal – hoe u ook bent en waar u ook bent – voorstellingen van de tegenstelling. Zodra er een tegenstelling is die tot u persoonlijk bestaat, moet u beginnen ze maar eens even weg te vagen. Er zijn geen tegenstellingen tussen u en het andere. Er is alleen grotere of minder grote mate van begrip. Maar in het andere en in u allemaal leeft de kosmische kracht.

Wanneer wij uitgaan van de tegenstelling dan proberen we kosmische kracht met kosmische kracht te bestrijden. Maar dat kunnen we beter laten, want kosmische kracht strijdt niet. Dat wil zeggen dat naarmate we meer krachten inzetten om te bestrijden, wij meer resultaten krijgen die in tegenstelling staan tot onze verwachtingen en misschien zelfs onze bedoelingen. Laten we liever kijken naar de overeenkomst, naar de kracht die samen kan gaan.

Ik vind het ook op uw wereld zo opvallend, dat iedereen weet wat er moet gebeuren. Je kunt praten met mensen die ternauwernood tot tien kunnen tellen. Als je hen vraagt wat ze denken van de landelijke politiek en van de werkeloosheid, dan komt er een betoog los waarvan je achteroverslaat. Dat is heel opvallend.

Zou het misschien, heel misschien zo zijn, dat iedereen voortdurend bezig is te bepalen wat anderen zouden moeten doen, zonder zich af te vragen wat hij zelf kan doen? Als dat het geval is, bevinden we ons dan niet in een bekritiseren, vooral wat geestelijk werk betreft, wat innerlijk bewust worden betreft?

Zodra wij zeggen wat een ander moet doen en niet eerst beseffen wat we zelf moeten zijn en moeten betekenen, geloof ik dat wij in feite alles vernietigen, zelfs terwijl wij doen alsof wij opbouwen.

Maar op het ogenblik dat wij bereid zijn in onszelf te zoeken naar synthese, naar de samenvoeging van waarden, wanneer we in onszelf eindelijk eens de moed hebben verder te gaan en ons niet te verliezen in de oneindigheid van een eerste bereiking alleen, dan geloof ik dat we vinden wat wijzelf zijn en dus ook wat wij kunnen zijn, kunnen betekenen, eventueel zelfs kunnen doen.

Dan verandert onze relatie met onze wereld en ook onze relatie met de oneindigheid. Het wordt een kwestie van samenvoegen, niet meer van verdelgen en bestrijden.

Als je de ondeugden van de wereld met een flitspuit te lijf gaat, krijg je zelf gasvergiftiging. Maar als je ziet wat de fouten van de wereld zijn alsmede je eigen fouten en je erkent beiden, dan kun je misschien die schijnbaar negatieve zaken omdraaien tot ze een positieve betekenis krijgen.

Ik meen dat daar het grote raadsel van uw wereld ligt. Bij u is het zo dat er mensen zijn die zeggen: “Het wordt tijd dat ik eens ga slapen; laten we de tv maar even aanzetten, misschien is er wel een politiek commentator”. Zo hebben wij dat ook. Ik weet dat er Nederlanders zijn, hoofdzakelijk in Zomerlandsfeer, die zeggen: “Het wordt tijd dat we eens tot rust komen, laten we de Tweede Kamer maar even afluisteren.”

Het is helemaal niet zo dat ze de Tweede Kamer verwerpen. Maar als er zo veel tegenstrijdigheden komen dat ze elkaar opheffen ontstaat er in feite een vacuüm. In dat vacuüm verzink je en daardoor verlies je even de beperkingen van het ogenblik en dan kun je misschien leringen opdoen die tot een ander niveau behoren.

Ik denk dat het voor u precies zo is. Als u geen raad meer weet met uw eigen wereld, droom dan maar een keer. Laat uzelf maar eens even in slaap sussen. Probeer in die slaap dan de eenheid te vinden, die buiten u kennelijk nog niet voor u bereikbaar of verstaanbaar is.

Esoterie is natuurlijk werken en streven. Maar met een variant op een bekend magisch gezegde zou ik willen zeggen: “Zo buiten, zo binnen; zo binnen en zo buiten.” Alles wat buiten ons voor ons kenbaar is, moet in ons bestaan. Maar alles wat in ons bestaat, zullen we buiten ons tot uitdrukking brengen. Het is de wisselwerking tussen innerlijk en uiterlijk waaruit de bewustwording, het steeds meer vinden van de synthese mogelijk wordt.

Nu we een gastspreker krijgen die uitgaat van de harmonie (het is helaas voor mij nog niet de tijd dat ik met de muziek meekan…) denk ik: het is allemaal zo mooi: harmonie, samenklank. Maar is samenklank eigenlijk niet iets anders dan gezamenlijk existeren? Ik meen dat het een aanpassing en een wisselwerking tegelijk is.

In een orkest zijn verschillende partijen. Bijna iedereen speelt iets anders. Het gebeurt maar heel zelden dat meerdere instrumenten unisono zijn. Maar doordat iedereen speelt in het ritme van het geheel ontstaat het muziekstuk, de klank die het orkest voortbrengt. Maar ook de mededeling die in de melodie ligt. Op het ogenblik dat je de samenhang wegneemt blijft er niets over. Als iedereen op eigen houtje en in zijn eigen tempo bezig is zijn eigen partij en muziekstuk te vertolken, dan blijft er slechts een oorverdovend stemgeweld over en meer niet.

Voor mij is harmonie niet alleen maar dat je je zo’n beetje aanpast. Ik geloof dat het juist zo is dat je jezelf opgeeft omdat je in jezelf het geheel aanvoelt. Er zijn orkesten die ook zonder dirigent heel goed kunnen spelen. Maar dat kan alleen wanneer ze opgaan in de muziek die ze voortbrengen. Op het ogenblik dat we dat verstrooid doen is er geen effect, dan loopt het mis.

We weten niet wie de dirigent is. Het zal wel een verre God zijn of zo. Wat we wel weten, is dat elk van ons zichzelf is. Maar als hij zichzelf is als een bewust deel van een eenheid, wanneer hij niet de tegenstellingen zoekt maar de synthese van alle waarden, dan zal zelfs wanneer er geen God is – let wel, dat neem ik niet aan, ik zeg het veronderstellenderwijze – de mensheid door haar samenvloeien iets voortbrengen, wat je dan een God kunt noemen.

Maar al is er de grootste en de machtigste God die je je maar denken kunt en eenieder zoekt in wezen alleen zichzelf, dan zal er nooit iets zijn wat die God waardig is. Daarom pleit ik een beetje meer voor deze synthese der dingen. De opheffing van de tegenstelling. In plaats daarvan de overeenkomst, het samengaan.

Misschien ben ik wel gek. Maar er zijn ook mensen die zeggen dat je gek bent om aan te nemen, dat ooit een P.v.d.A en een V.V.D. samen zouden kunnen regeren in Nederland. Toch zal dat heus nog wel gebeuren. Het onvoorstelbare is mogelijk. Maar het voorstelbare moet ontdaan worden van zijn kunstmatige instandhouding van tegenstellingen. Pas wanneer we dat doen ontstaat er iets in de mensheid.

Dus als het voor de mensheid geldt, geldt het voor onszelf. Microkosmos als wij zijn, zouden we de synthese moeten zoeken tussen al die schijnbare tegenstellingen in onze persoonlijkheid en zo komen tot een aanvaarding van de kernkracht en de kernwaarde die erin leeft.

Pas dan zullen wij bewust gebruik kunnen maken van de totale kracht, maar ook van een totaal weten dat mede in onszelf verankerd is. Ik denk dat alleen dan we kunnen waarmaken wat we pretenderen te zijn. Dan zijn we waarlijk mens. Niet alleen in de zin van een lichaam, van een bepaalde vorm, een bepaalde wereld, maar dan zijn we een bewust wezen dat denkend in staat is tot eenheid te komen met al het andere.

Daarmee vind ik dat ik voldoende ingeleid heb. Ik laat u met deze gedachten achter. Zo dadelijk komt de gastspreker. Men heeft mij verteld dat een gastspreker altijd veel beter is dan de inleider. Ik ben het daar niet mee eens. Ik wil ook niet zeggen dat ik beter ben dan een gastspreker.

Maar al weet ik weinig van de gast van deze avond af, ik heb iets opgevangen van zijn uitstraling en ik heb geprobeerd harmonisch te zijn met die uitstraling in alles wat ik heb gedaan en gezegd. Ik denk dat je dan het ideale beeld zou kunnen krijgen.

Een inleider en een gastspreker die in een versmelting tezamen een lering worden, die niet alleen grijpbaar en begrijpbaar is, maar die daarnaast ook een kracht kan zijn voor eenieder, die ze voor een ogenblik wil aanvaarden.

De Gastspreker

Ik zou u graag een klein verhaal vertellen.

De apen woonden in een grote boom midden in de jungle. Toen kwam er een tijger in de buurt, die ’s nachts nog wel eens van zich liet ho­ren. En de apen werden boos. “Want”, zo zeiden zij, “dat is burengerucht.”

Zo besloten zij de tijger te verdrijven door hem te bekogelen met al wat zij bij de hand hadden. Dat gelukte niet helemaal. Maar de tijger werd steeds bozer en dus greep hij een jonge aap. Toen waren de apen nog meer verontwaardigd en zij zetten hun strijd ook overdag voort.

Overal waar de tijger ging, gingen de apen. De jager hoorde dat en zei: “Ik ga op de tijger jagen.” Maar ook de slang hoorde dat en zei: “Waar de tijger brult, moet ik zijn want daar zijn apen.”

Zo gebeurde het, dat terwijl de jager sloop naar de tijger, de slang sloop naar de apen. De apen werden aangevallen en velen van hen werden het slachtoffer van de vraatzuchtige slang. De tijger werd het slachtoffer van de jager, want in zijn woede had hij alleen op de apen gelet. Maar toen de jager de volgevreten slang zag zei hij: “Gevaarlijk monster” en hij schoot nogmaals. Toen was ook de slang dood.

Als de apen begrepen hadden dat een tijger een tijger is en jagen moet, dan was er niets gebeurd. De slang had misschien sommigen van hen gegrepen, maar niet bijna allen uitgeroeid. De tijger had langer geleefd en er waren minder kreupele dieren in het bos geweest. De jager zelf was niet naar huis gegaan met een tijgerkop en tijgerhuiden en veel opschepperij, die hem uiteindelijk in de strijd om een vrouw het leven hebben gekost.

De mens zoekt de verdeeldheid. Mensen gedragen zich vaak als de apen. Zij ergeren zich. Ze vragen zich niet af waarom of hoe en besluiten iets te doen. Dan, wanneer het niet meteen lukt hun zin te krijgen, worden zij zo gefixeerd door dit ene doel, dat zij niet meer in staat zijn op te letten op andere gevaren.

Er zijn veel dwaze dingen in uw wereld gebeurd. Mensen kwamen in opstand tegen een dictatuur. Zij gingen zo op in de strijd tegen die dictator, dat zij niet beseften dat zij zelf alleen maar streden voor een andere dictator. Zij hebben daarvoor ruimschoots betaald.

De werkelijkheid van de wereld is er één waarin niet deze strijd en disharmonie van belang kan zijn. Wat de mens nodig heeft is de erkenning van de ander met zijn wezen.

De aap had moeten begrijpen wat een tijger is. Hij had zich ongetwijfeld voor de klauwen van de tijger moeten hoeden. Maar hij had hem niet moeten achtervolgen. De slang had niet alleen aan apen moeten denken. Als er een schot valt, is het ook voor slangen gevaarlijk. Hij had misschien iets minder moeten eten en iets voorzichtiger moeten zijn. Als hij gedacht had aan de jager, die op zijn manier probeerde zich waar te maken, dan zou hij ongetwijfeld niet zijn omgekomen.

Waarom willen mensen toch altijd zo graag strijden? Strijd is dwaasheid. Want ziet, wij strijden niet tegen zaken die wij werkelijk meester kunnen worden. Een mens strijdt altijd tegen het gebeuren in de tijd. En wie tegen de tijd probeert te strijden, strijdt tegen iets wat hij niet raken kan. Daarom zal hij altijd verliezen.

Maar de mens die bereid is om alles te aanvaarden, zelfs het gebeuren van de tijd zoals het zich manifesteert, zoals het is, en op eigen wijze daarmee samen te leven, die zal met de tijd verder gaan en niet door de tijd vernietigd worden.

Ons hele leven is niet gebaseerd op de tegenstelling maar op de eenheid. Wie leeft, zendt signalen uit naar de wereld. De wereld zendt ze terug. Wie geen vijand is, zal ook niet aangevallen worden. Maar wie vijand is of zelfs maar kan zijn, die hoede zich voor de verborgen gevaren.

Daarom zeg ik u: streef naar de eenheid, naar dit begrip. Alles wat u uitzendt naar de wereld buiten u keert tot u terug. Niet zoals het er heeft uitgezien, maar zoals het in wezen was.

Je kunt een vijand een mooi gerecht schenken, schitterend opgemaakt en opgediend door de fraaiste bedienden, maar waarin een korrel gif schuilt. Misschien zal je vijand daardoor omkomen. Maar zeker is, dat het gif tot jezelf terugkeert. Wees daarom voorzichtig met wat je naar de wereld zendt.

Begrijp wat je aan de wereld geeft. Want wat je aan de wereld geeft, geeft de wereld je terug. Zoek de harmonie en de eenheid; niet omdat zij zo mooi zijn of zo hoog, maar omdat zij de enige weg zijn waardoor je in het leven verbonden kunt blijven met alle leven.

Als een leerling komt en zegt: ”Heer, moet ik vasten?” dan zeg ik: “Waarom wil je vasten?” en als hij zegt: “Omdat ik dan mijzelf beter kan vinden”, dan zeg ik: “Ga heen en vast.” Maar als hij zegt: “Om verdiensten te vergaren”, dan zeg ik: “Dwaas. Vergaar verdiensten door te eten, dat zal u beter bekomen.”

Misschien vindt u dit alles te simpel en te kinderlijk. Maar de werkelijkheid is kinderlijk. Zij, die denken dat de kosmos ingewikkeld is, zenden alleen hun eigen verwarring uit naar de wereld die ze waarnemen. De wereld is één geheel. Een geheel dat niet beantwoordt aan uw vooroordelen of gevoelens, dat is waar. Maar zij is één geheel.

Wanneer men alles tezamen neemt, met alle sterren, met alle krachten, geestelijke en stoffelijke, die samenkomen, dan vormt het één geheel en niet een aantal strijdige waarden. Waarom zou u dan vanuit de strijdigheid willen werken?

U leeft. Uw leven kan goed zijn maar het heeft ook zijn nadelen. Desondanks kan het leven goed zijn. Zelfs wanneer je oud bent (en ik ben dat geweest), als alle botten je pijn doen, als de spieren stram zijn alsof zij niet meer weten hoe zij moeten werken, dan is het altijd nog een vreugde neer te zitten in de zon of je te koesteren in de schaduw terwijl de warmte van de dag voorbijgaat.

Leven kan altijd een vreugde zijn. Maar om de vreugde te kennen moet je vrede kennen. En vrede kun je alleen vinden door niet te bestrijden, maar door te aanvaarden.

Er werden in mijn dagen vele wonderen verteld. Men vertelde niet alleen over de dans van Indra of over de strijd met het watermonster. Maar men vertelde over heilige mannen die vriendschap sloten met de koningscobra. Ze vertelden over mensen die door de wouden gingen omringd door verscheurende dieren die hun vrienden waren. Men zei: “Dit is haast onmogelijk. Je moet heilig zijn om dit te bereiken”.

Ik heb enkele van deze heiligen gekend. Hun heiligheid bestond voornamelijk uit de eerbied van hun volgelingen. Maar één ding hadden zij: ze waren niet de vijand van het verscheurend dier. Zij waren niet bang voor de giftige cobra. Zij voelden zich verwant. Het was deze verwantschap waardoor zij schijnbaar zo ver boven alle anderen uitstegen.

Men moet ook wijs zijn op aarde. Men moet de dingen kunnen onderscheiden voor wat zij zijn. Er is een heel oud verhaal door mijn vroegere volk in vele versies verteld. Waarschijnlijk ook wel al eens vertaald en verteld in uw eigen woorden in uw eigen taal.

Dit is het verhaal van een man, die de macht had verkregen om tot in de hemelen te gaan. Toen men hem niet wilde geloven, greep hij een kat van de vorst, wierp haar omhoog en ziet, zij kwam in de hemelen terecht en na zeven dagen daalde zij neer uit de hemel. De man wilde de kat benaderen om haar te zeggen, dat hij het met goede bedoelingen had gedaan.

Maar wat riepen de burgers? “Ga weg, jij dwaas, hier is een heilige tot ons gekomen uit de hemelen.”

Zo denken mensen. Heiligheid is niets anders dan één‑zijn. Hemelen betreden wil alleen zeggen dat je de hemelen in jezelf even goed erkent als al het andere. Meer is niet nodig. Waarom zou je dan alleen kijken naar het uiterlijke verschijnsel?

Als ik spreek, zend ik u mijn gedachten. Want de gedachten van een meester zijn voor de leerling vaak de sleutel tot de waarheid, die de meester probeert te verkonden. Maar u kunt alleen mijn gedachten ontvangen, als uw gedachten niet de vijanden zijn van de mijne.

Waar de leerling denkt wijzer te zijn dan de meester, kan hij van de meester niets leren. Waar de meester denkt de meerdere te zijn van zijn leerling kan hij zijn leerling niets geven. Dat is het wezen van harmonie. Dat is het wezen van een werkelijkheid, die veel verder gaat dan alles wat u op aarde kent.

De meester is meester als functie, niet als wezen. De leerling is leerling als functie, niet als wezen. De leerling van vandaag kan de meester zijn van morgen; zoals de meester misschien weer leerling wordt.

Eeuwig draait het rad van het leven. Maar de kern van het leven is altijd weer vrede, het vredige zijn, de aanvaarding. Wie beseft hoezeer die vrede belangrijk is, zal haar in zichzelf zoeken. Hij zal trachten niets in zich te verwerpen. Hij zal trachten niets van zich te verloochenen. Hij zal erkennen dat rond hem eenieder zijn functie heeft.

Zelfs de dief en de moordenaar spelen hun rol in het geheel. Ergens zijn zij noodzakelijk. Wie dat erkent, hoeft de moord niet goed te keuren, behoeft de diefstal niet te verheerlijken. Maar wie weet ben je morgen misschien zelf een dief of een moordenaar.

Dit leven gaat voorbij. Er kan een volgend leven komen. Hij, die nu hoog boven de mensen staat en zijn heerlijkheid ten toon spreidt is, misschien morgen een krokodil in een rivier. Hij, die vandaag misschien alleen maar met woorden spreekt, is morgen de olifant, die het hout moet sjouwen en de lasten moet trekken. Wie zal het zeggen?

U denkt dat dit bijgeloof is. Ik weet wel dat een mens die bewust is niet zal incarneren als tijger of als olifant, als slang of als kaaiman. Ik weet het zeer goed Maar toch is het beeld niet zo dwaas. Wat de ander vandaag is, kun jij misschien morgen zijn. Verheerlijk daarom die ander niet en verwerp hem niet.

Dat, wat vandaag een zegen is en een genezing, is misschien het dodelijk element dat je morgen bedrijft of omgekeerd. Vergeet dat niet.

Leef vandaag zo veel je kunt in eenheid met de wereld die rond je is en laat morgen voor zichzelf zorgen. Als je denkt dat je de dag van morgen kunt beïnvloeden, vergeet je de tijd.

Wanneer langzaam maar zeker de jaren voorbijgaan, wanneer de statige dans van de planeten verdergaat, de sterren hun plaatsen gaan wisselen, wat ben jij dan nog, mens? Wat zal je zijn? Zal je één zijn met de eeuwig veranderende schoonheid? Of zal je de gevangene zijn van je eigen illusies? Gedreven door zaken die nu niet meer gelden? Want wat je bent, kun je niet veranderen.

Wanneer ik de eenheid predik, predik ik niet de eenheid zonder voorbehoud. De eenheid die schijnbaar alle verschillen terzijde zet. Ik spreek over een vrede, die de verschillen aanvaardt en uit de tegenstellingen de eenheid tot stand brengt. Ik spreek van het begrijpen, waardoor krachten die elkaar kunnen vernietigen nu elkaar in stand kunnen houden.

Woorden zijn gevaarlijk. Woorden kunnen mensen opwinden of ze kunnen hen in slaap sussen. Het is als het gekwetter der apen. De apen kwetteren en schreeuwen, zij dreigen en ze vechten. Zij weten niet eens dat zonder hun gezang het oerwoud niet hetzelfde is. Ze beseffen niet eens dat zij met hun dwaas zichzelf‑willen‑zijn, alleen maar eens te meer tot voeding en bouwstof worden voor al datgene wat tezamen de jungle uitmaakt.

U bent bouwstof, niet bouwer. U bent element, niet voltooiing. Alleen samen met anderen, alleen tezamen met al het andere, hebt u betekenis. Zonder het andere hebt u niets.

Wees niet zo dwaas als de sadhu die zegt: “Niets bezit ik en daarom ben ik meer dan jij”. Niets bezitten is goed, maar denken dat je meer bent, is kwaad. Beide heffen elkaar op. Hij wordt de vijand van zichzelf. Waarom zou je vijand worden van jezelf? Probeer eerder te beseffen dat ergens in alle vijanden een vriend kan schuilen.

Probeer te begrijpen dat wat je bent in je leven, bepaalt wat je moet doen in je leven, wat je moet zijn in je leven. Niet omdat het verdienste is, niet omdat je daardoor misschien fouten maakt, maar omdat je bent wat je bent.

Hij, die krijgsheer is en omkomt in een dappere strijd, heeft waargemaakt wat hij is. Hij, die krijgsheer is en anderen doet omkomen in dappere strijd om zelf te vluchten, heeft onwaar gemaakt wat hij is. Hij zal de gevolgen daarvan zien als een voortdurende vijandschap van de wereld om hem heen.

Het is vaak moeilijk te aanvaarden dat je bent wat je bent. Maar het is niet te ontkomen. Wat er in je leeft, wat je uiterlijk bent vloeit samen tot één deel van het geheel. Slechts wanneer je aanvaardt wat je bent, wat in je leeft en toch het andere niet ziet als iets wat daaraan onderworpen zou moeten worden, kun je de eenheid bereiken.

Er zijn mensen die zeggen: “Nu ben ik een bedelaar en zo verdienstelijk, dat ik zo dadelijk een vorst zal worden.” Maar wie wil een vorst worden, als hij beseft dat de vorst meer bedelaar is dan de bedelaar? Hij is meer afhankelijk van wat hij heeft, van wat anderen denken, dan de bedelaar.

Wie wijsheid zoekt, zoekt vrede.

Vrede kan niet bestaan zonder harmonie.

Harmonie kan niet bestaan zonder aanvaarding. Begin dan te aanvaarden. Bouw uit de aanvaarding een begrip waardoor het andere niet meer je vijand is. Leef je leven. Ervaar wat je ervaren moet. Dat verandert snel genoeg. Maar wees niet de vijand van iets of iemand.

Vanuit de aanvaarding ontstaat de harmonie; het begrip dat je terugvindt in al het andere. Beroep je niet op geestelijke krachten die niet waarlijk de jouwe zijn, maar beroep je op een eenheid, die in je leeft en buiten je bestaat. Dan alleen heb je werkelijke krachten.

Spreek niet te veel, o leerling, over je meester. Want je meester is voor jou alleen wat jij zelf in jezelf tot stand brengt. Als je meester bent, spreek niet te veel over je leerling. Want slechts indien de leerling een weerkaatsing is van wat in jou leeft, kun je er jezelf in vinden. Beroem je je er dan niet op dat je jezelf bent, want dat is je noodlot.

Mensen maken verschil tussen leven en dood. Maar kan zonder de dood het leven bestaan? Kan zonder het leven de dood bestaan? Ze zijn niet elkaars vijanden. Zij vullen elkaar aan, zijn tezamen het bestaan. Waarom dan het één verheerlijken en het andere vrezen? Waarom het één zoeken en het andere verwerpen?

Het is een kringloop, een eenheid. Verwerp de eenheid niet omdat je haar nog niet begrijpt. De kern van alle lering, van alle zoeken is het vanuit jezelf steeds meer eenheid beseffen. De kern van alle kracht en van alle zwakte is weten, wat er in je leeft en erkennen dat wat in jou leeft ook elders bestaat.

Het vervlechten tot en aanvaarden van alle dingen als eenheid is het geheim van de ware bewustwording. Wie weg wil gaan uit deze wereld, vergeet dat zij deel is van zijn wezen. Wie in wil gaan tot een andere wereld en daarnaar streeft, vergeet dat zij al deel is van zijn wezen. Niets kun je zijn wat je niet al bent. Niets kun je bereiken wat niet al deel van je is.

Daarom is het belangrijk vrede te hebben met jezelf, met alle vormen en omstandigheden waarin je jezelf erkent. Daarom is het belangrijk steeds weer jezelf te zien als deel van eenheid en deze eenheid belevende de eenheid te openbaren.

Harmonie is niet gelijkvormigheid, maar aanvaarding, besef van wederkerigheid. Kracht is niet méér zijn dan een ander, maar kunnen uiten wat leeft in jou en in die ander. Je lot vervullen is niet ontvluchten aan hetgeen je was, maar waarmaken wat je bent. Alleen wie op deze wijze zoekt naar de harmonie, de vrede, heeft de sleutel tot een werkelijkheid waarin geen strijd meer kan bestaan, waarin al tezamen de weerkaatsing is van de Scheppende Adem, Die met een eerste woord en gedachte al het zijnde in zijn verscheidenheid niet slechts voortbrengt, maar ook tot Zich terugroept.

Gesproken hebbend vraag ik mij af of ik gefaald heb. Te zeer grijpen oude gewoonten en herinneringen mij. Toch wilde ik voor u de eenheid uitdrukken die bestaat tussen allen, ook tussen u en mij. Als ik gefaald heb, zoek in uzelf, u zult dan het antwoord vinden dat ik u niet kon geven. Wanneer ik geslaagd ben, roemt mij niet, maar jubelt dat harmonie en waarheid reeds nu in uw wezen kunnen bestaan.

Hoe uw weg ook zij, hoe uw denken ook moge gaan, uiteindelijk zullen wij één zijn, zal er slechts één harmonie bestaan, waarin wij allen zoals wij zijn gelijktijdig het Ene zijn waaruit wij leven.

Moge het u gegeven zijn dit steeds meer in uzelf te beleven, te ontwaken met een nieuwe kracht en een eenheid, die voortvloeien uit de harmonische aanvaarding van alle werkelijkheden tezamen.