Balans van 2 wereldoorlogen

7 april 1986

We zijn niet alwetend of onfeilbaar. We hopen dat u zelf nadenkt. En deze keer zitten we een beetje aan de boekhoudkundige kant, dankzij het onderwerp dat u hebt gesteld, namelijk “De balans van twee wereldoorlogen”.

Nu is dat op zichzelf niet zo gek. Er zijn twee wereldoorlogen geweest, zeg maar, binnen vijfentwintig jaar. En beide wereldoorlogen hebben heel grote veranderingen veroorzaakt. Als we kijken naar de Eerste Wereldoorlog, dan is dat eigenlijk een oorlog die onder meer de vrouwenemancipatie op gang heeft gebracht en daarnaast grote veranderingen in de industrialisatie. Kijken we naar de Tweede Wereldoorlog, dan blijkt dat dat voornamelijk een technische oorlog is geweest. Het aantal technische ontwikkelingen in die periode is bijna onvoorstelbaar en daarnaast hebben we te maken met een dekolonisatieproces tot inzet; we krijgen te maken met een totale mentaliteitsveran­dering en indirect daardoor een verandering in bestuursvorm.

Laten we eens gaan kijken dan waar we mee te maken hebben vóór de Eerste Wereldoorlog. Zekere crisisverschijnselen worden eigenlijk onderdrukt. Er is een zeer grote arme onderlaag; daarbovenop ligt een wat gematigde middenstand; en daarboven hebben we een toplaag, die sedert de tachtiger jaren, 1880 dus, is samengesteld uit, zeg maar, industriëlen en adel. Dat is overal zo; uitzondering: U.S.A, daar is de geldadel de enige.

In deze periode is er een enorm machtsbesef bij de leidende figuren. En wanneer die wereldoorlog uitbreekt, dan is dat eigenlijk een Habsburgse familiekwestie, die meteen wordt uitgevochten. Want Duitsland had ongetwijfeld een andere houding aangenomen, als Wilhelm zich niet door zijn familie tekortgedaan gevoelde. En bovendien: de man had een klein beetje een Napoleoncomplex. Alleen noemde hij Friedrich Barbarossa, maar het kwam op hetzelfde neer.

In die oorlog was men eindelijk gewend en dacht men in de termen van de bewegende strategie: oprukkende troepen, ruiteraanvallen en er zijn verschillende fronten waar de cavalerie nog een heel grote rol heeft gespeeld. En de bereden artillerie was ongetwijfeld de praktisch enige die in het begin van die oorlog een rol speelde. Daarnaast kende men grote fortificaties, maar ook deze bleken uiteindelijk niet bestand tegen het geweld van steeds nieuwer wordende wapens. Er kwamen betere geweren, betere pistolen, betere en grotere kanonnen.

Er werden kanonnen ontwikkeld, spoorweggeschut onder meer, dat afstanden kon afleggen van honderdvijftig kilometer, met de juiste lading en de juiste granaten. Het was mogelijk om vanaf de Franse kust granaten te werpen naar Dover; dat is inderdaad gebeurd.

Het is duidelijk dat men krampachtig zocht naar een middel om op een of andere manier de zaak op te lossen. Maar van een werkelijk gemechaniseerd leger, gemotoriseerd etc. zoals tegenwoordig, was geen sprake. De ellende begint eigenlijk wanneer de grote slag begint aan de Saône. Legers zijn ingegraven, staan tegenover elkaar, kunnen wel eens een klein voordeel halen, raken het de volgende dag kwijt.

Aan beide kanten wordt gezocht naar een oplossing. De Engelse oplossing is bekend: de tank, oorspronkelijk moet ik erbij zeggen, een schuilnaam – het ding had een andere titel dus, die is vergeten. En de Duitsers waren bezig met hun chemische industrie; en die kwamen onder meer tot de ontwikkeling van verschillende gifgassen, waarvan het voornaamste en gevaarlijkste mosterdgas was.

U zult zeggen: ja, wat heeft dat te maken met een balans; ja, maar in die tijd is bijvoorbeeld de chemische industrie veel belangrijker geworden. In deze periode van de Eerste Wereldoorlog zijn een groot aantal nieuwe staallegeringen ontwikkeld, daarnaast nieuwe metaal verwerkingsprocessen. Een ander toch ook belangrijk punt: Voor het eerst werd gedacht aan vrouwenarbeid buiten het huishouden; tenminste, op grote schaal.

De wereld die overblijft, wanneer uiteindelijk Duitsland is verslagen, is een wereld waarin de adel eigenlijk haar macht verloren heeft. Alleen wanneer ze rijk is, kan ze zich handhaven. En voor de armeren, ach, het is een bekend en oud liedje: ‘arme gigolo, kleine gigolo!’ Dan wordt de kost wel op een andere manier verdiend.

Kijken we wat eruit voortkomt. Een enorme behoefte aan geld. Daardoor een grote neiging tot speculeren. Nou, dat is ook geen groot probleem uiteindelijk, want wat is er gebeurd? De generaals hebben eveneens gespeculeerd, in vele gevallen met mensenlevens. Nu speculeert men op de markt. Rusland is in een revolutie verzeild geraakt ondertussen, mede dankzij het u waarschijnlijk bekende feit, dat de man die later Lenin zou heten, met een trein door Duitsland, een geblindeerde trein, werd gevoerd om de opstand tegen de mensjewieken, die toch nog van plan waren om de eer van Rusland te redden, zelfs als de tsaar eraan moest geloven, als het ware te verslaan. Het resultaat is de geschiedenis van de bolsjewieken en daarmee gelijktijdig het begin van deze enorme spanning die op het ogenblik nog in de wereld bestaat. Want wat gebeurt er?

Er is in Rusland na de revolutie strijd tussen een groot aantal verschillende legertjes: wit-russen, kozakken en revolutionairen. Maar minder bekend is dat aan hun zijde hebben gestreden: Engelse korpsen vrijwilligers, Amerikaanse korpsen; dat Amerika oorspronkelijk via Siberië, later ook langs andere wegen, geprobeerd heeft om alle wit-Russische troepen van geld, wapens en goederen te voorzien. Dat is nog steeds niet vergeten.

In Rusland ontstaat er een proces, dat ik, zij met enige aarzeling, toch een enorme democratisering doormaakt. Gelijktijdig bij degenen die het buitenland gekend hebben, is er een groot minderwaardigheidscomplex. Er begint in Rusland een betrekkelijk wreed proces, waarbij iedereen moet worden aangepast, maar gelijktijdig de mensen moeten leren. Ze moeten eindelijk ophouden met analfabeet te zijn en in de grote steden leert men meer en meer ook vreemde talen.

In de Verenigde Staten heeft men een overwinning behaald; men is trots. Gelijktijdig voelt men zich nu als bevrijder ook enigszins verantwoordelijk voor Europa. Dat wil zeggen dat het isolationisme in de Verenigde Staten een beetje op zijn retour komt. De klap van Wall Street is natuurlijk ook voor de Verenigde Staten onvoorstelbaar.

Maar wat gebeurt er bijvoorbeeld in Duitsland? De mark wordt praktisch waardeloos. Er is een tijd geweest dat je een pakje sigaretten kon kopen met een biljet van 10.000 Mark. Maar na enige tijd moest je er vier miljoen voor neerleggen. Ik zeg dit maar om u een begrip te geven van de verhoudingen. In deze tijd ontstond in Duitsland een enorm ressentiment. Er zijn verschillende revoluties. Duitsland wil eigenlijk niet zoals onder meer Stresemann wil, proberen om met Oost en West goede vrienden te zijn. O nee. Duitsland wil zichzelf zijn.

De vrijkorpsen en dergelijke die ontstaan – de eerste poging tot revolutie stamt uit 1923 – is eigenlijk niets anders dan een verzet tegen een situatie waar men niet tegen op kan. Er is niets, zelfs geen werk. Er zijn grote industrieën, maar die worden voor een groot gedeelte door buitenlands kapitaal mede in stand gehouden en zijn niet bezig te denken aan de arbeider, ze denken alleen aan winst.

De politici zijn onderling aan het kiften en proberen om de Rijksdag uiteindelijk tot een werkelijke regering te maken.

Zelfs in België hebben ze, naar ik meen, een dergelijke veldslag gehad en het zou mij niet verbazen wanneer het in Nederland ook nog zo ver komt. Maar dat is waarschijnlijk pas over vijftig jaar.

Realiseer u wat er is gebeurd. Een totale omwenteling van industriële verhoudingen, industriële opzet, opkomst van vakbonden. Het verzet van de arbeider tegen een uitbuiting, een toch steeds verdergaand verlies van respect voor zowel de legermacht als voor de burgerlijke autoriteiten. Het is allemaal zo groot nog niet, maar overal is oproer. Als u dacht dat Amsterdam zich kenmerkt door relletjes, dan wil ik u eraan herinneren dat er ook nog eens een Palingoproer is geweest, omdat de werklozen een complete veldslag hebben gevoerd, toen er aardappelen ter verdeling werden aangevoerd en zij niets te eten hadden en moesten wachten tot er wat kwam. Toen hebben ze het maar genomen. Wanneer je al die dingen voor de geest haalt, dan kun je zien dat de manier van denken enorm veranderd is.

Gelijktijdig zijn er allerhande producten en legeringen gekomen, verwerkingsprocedés die in een oorlog voor wapens gebruikt worden. Maar als je nou een heel stel stanzen hebt en je weet niet wat je ermee moet doen, want er zijn geen granaathulzen meer te stanzen en daarna te slijpen. Je maakt blikken speelgoed. De Duitse industrie is er erg sterk in geweest.

De ommekeer naar het blikken speelgoed die we zien ongeveer in 1924, leert echter de mensen ook weer om op een andere manier te werk te gaan. Het handschilderen is er al snel uit. Men leert patronen te spuiten. Men leert processen te automatiseren; het moet goedkoop, goedkoop. En als je dan kijkt naar de Eerste Wereldoorlog, zeg je: er is een nieuwe manier van materiaalbehandeling ontstaan, industrieën richten zich steeds meer op het volk en niet hoofdzakelijk op de elite – iets wat Ford ook heeft gedaan, zoals u weet; en daarnaast de verhouding tussen gezag, regering, gekroond hoofd en volk is veranderd. En daarmee zitten we in een periode tussen deze twee oorlogen. Ja, als het u niet interesseert zegt u het maar, maar. U hebt een balans gevraagd en dat impliceert een historisch overzicht. Goed. De ontevredenen in Duitsland worden langzaam maar zeker samengebundeld in iets wat je SA leert noemen. In feite een soort particulier legertje, officieel bestemd voor ordediensten tijdens vergaderingen; in feite een groep van straatvechters, van oud-soldaten, kortom mensen die weten wat vechten is en die een enorme haat hebben tegen iedereen die ze in de steek heeft gelaten. Aan het hoofd daarvan een man die ze de Führer noemen.

Een man die enorm aan zichzelf getwijfeld heeft. En die eindelijk in zichzelf is gaan geloven, toen hij zag hoezeer hij de mensen kon opzwepen. Hitler wordt in deze periode langzaam maar zeker de schreeuwende demagoog met het snorretje. Er ontstaat een strijd om de macht. Men probeert om volgens de wet, zoals dat heet, in de Reichstag binnen te komen. Op dat ogenblik worden natuurlijk allerhande belangen in het geding gebracht. Maar gelukkig, er is een zekere Hindenburg, een generaal, die misschien van strategie verstand heeft, maar niet van politiek en die deze nieuwkomer dan wel onder zijn vleugels zal nemen, ‘want wij hebben toch ook deze sterke mannen nodig’.

Nu ja, en daarmee begint het verhaal wat u allemaal kent, het verhaal van het fascisme. In Nederland pogingen om de zaak een beetje te veranderen, de werkeloosheid voor een groot gedeelte te overwinnen. In die tijd had je, hoe heet dat ook alweer, dienst uitvoerende werken, geloof ik, hè, een Heidemaatschappij. Verschillende projecten, waarbij werklozen worden ingezet. Ze kunnen dan een maand werken, worden goed gevoed, hebben wat geld en kunnen dan weer in de steun. Men probeert het, maar er is nog steeds die mentaliteit van: ik heb mijn onderneming en ik moet eerst mijn winst maken. En dat was moeilijk in die jaren.

In de U.S.A. zien we allerhande projecten om eveneens daarvoor de komende werkeloosheid van grote omvang een beetje te bestrijden. Het is hier Roosevelt in zijn eerste periode die de grootste maatregelen neemt; een project ontwerpt voor onder meer stuwdammen, waterregulering, bestrijding van dust-bowl verschijnselen en wat dies meer is. Hij slaagt er aardig in, maar de grote latere internationals weten dat ze in Amerika alleen niet veel kunnen doen. Bovendien is Amerika te duur. Ze hebben daarom geleerd zich op bepaalde producten te gaan richten. Auto-industrie bijvoorbeeld, bepaalde luxeproducten worden in overmaat geëxporteerd, daarnaast massaproducten die men goedkoper kan maken zoals bijvoorbeeld tarwe. Hier ontstaat het gevoel dat je eigenlijk in Europa een afzetmarkt hebt. En de behoefte om daar enig gezag te laten gelden. Hetzelfde ontwikkelt zich in Zuid-Amerika, waar allerhande grote zaken als International Foods Consolidated en dan komen de Anaconda Copper en zo, dus bepaalde landen waar ze belangen hebben, in feite regeren.

Amerika voelt zich meer en meer het geweten, maar gelijktijdig ook de wet van de wereld. En daarin schuilen een aantal moeilijkheden. Gelukkig blijft het midden van de States nog steeds nog sterk isolationistisch gericht.

Wanneer dan uiteindelijk het conflict uitbreekt in Europa, zijn de Amerikanen niet onmiddellijk bereid om daar wat aan te doen. Alleen al het feit dat er een bondgenootschap bestaat tussen Japan, Rusland en Duitsland, Italië hoorde er ook bij, maar ja, dat was ‘duce, dolce, vita’, – dus houdt eigenlijk de mensen terug; ze zeggen: ja, maar dat zijn onze markten, daar kunnen we toch niet tegen gaan vechten. Pearl Harbour, dat is u bekend; maar ondertussen hadden de staatslieden allang begrepen dat Amerika betrokken zou worden in die oorlog, het kon haast niet anders. En dus was men bezig met de voorbereiding van allerhande technieken. Het was belangrijk bijvoorbeeld niet alleen radar te hebben, maar men moest radar hebben die transportabel was. Het nadeel van de overigens in Engeland eerst opgestelde radar in, ik meen 1942, was dat ze moeilijk zoal verplaatsbaar was.

De Amerikanen doen er wat aan en ontwerpen radarwagens. Dat impliceert weer geheel nieuwe technieken. Gelijktijdig gaan ze bezig zijn met de mogelijkheid om dingen en masse te fabriceren. In enkele gevallen zijn het voor normale doen krankzinnige projecten. Denk eens aan de Victoryschepen.

Toch gelukt het en er is vraag. De metaalverwerkende industrie maakt overuren. Heel Amerika is aan het werk. Munitie kan worden afgezet zoveel als u maar wilt, wapens moeten ontwikkeld worden, steeds nieuwere wapens, steeds nieuwer, sneller, grotere mondingsnelheid, grotere richtgetrouwheid. Er moeten luchtafweerkanonnen ontwikkeld worden die gemakkelijker te hanteren zijn.

Men ontwerpt totaal nieuwe op de gyroscoop gebaseerde kamwerken die op betrekkelijk eenvoudige wijze een kanon in de stoel kunnen zetten, waarna dat kanon door de schutter of zijn helper zelf voortdurend kan worden bijgericht in alle richtingen. Vliegtuigen – vliegtuigen waren wel ontwikkeld, maar men heeft behoefte aan meer laadvermogen, dus ontstaan er grotere vliegtuigen; DC-3 is het begin. Vliegtuigen moeten bewapend worden, er moeten nieuwe bewapeningstechnieken, maar ook communicatietechnieken ontwikkeld worden. Denk eens aan de vliegende forten. Zeker, een deel van de wereld valt in puin; dat is waar. Maar in tegenstelling met die Eerste Wereldoorlog is er eigenlijk geen grote euforie, geen gevoel van: en nu gaan we het even maken. Het is of de toespraak van Churchill: “Ik kan u niets anders beloven dan bloed, zweet en tranen”, nog doorklinkt in de naoorlogse jaren.

De heropbouw van Europa, medegefinancierd en door levering van goederen gestimuleerd vanuit de Verenigde Staten, brengt inderdaad zelfs Duitsland in betrekkelijk korte tijd op de been.

En er is in die tijd een zekere mate van armoede, maar niet meer de armoede van vóór de Eerste Wereldoorlog. De armen zijn georganiseerd, de werkers hebben aandeel aan het werk, aan de fabricage, aan het product, ze hebben aandeel aan alles, ze zoeken naar zeggenschap, hebben hun eigen partijen en daardoor wordt langzaam maar zeker ook het welvaartpeil van de arbeider aanmerkelijk hoger. Eenieder heeft het over de rechten van de mens. Uiteindelijk, als er een U.N.O. is vastgesteld.

Iedereen heeft het over de rechten van het individu. En is het een wonder dat het idee plichten daarbij langzaam maar zeker in het vergeetboek raakt. Wanneer we deze hele historische ontwikkeling nagaan, dan zien we dat met het toenemen van de gemiddelde welvaart eigenlijk twee dingen op gang komen. Enerzijds de steeds toenemende behoefte naar wat men schaalvergroting noemt. Met andere woorden, grotere bedrijven, grotere instellingen, grotere macht, en vergeet dat een olifant niet zo vlug kan springen als een vlo. Daardoor krijgen we te maken met een in feite geïnstitutionaliseerde wereld. Voor alles zijn instellingen. Bedrijven hebben allerhande dingen waar je vroeger nooit aan gedacht zou hebben, bijvoorbeeld een apart medisch centrum, een aparte sociale dienst, een apart kantinebedrijf compleet met catering soms. Het is onvoorstelbaar. Maar het snellere vervoer, dat de Tweede Wereldoorlog op gang heeft gebracht, wordt nu gebruikt voor de burgers. Grenzen worden steeds minder belangrijk, o ja, belastingtechnisch; wat betreft het nationaal gevoel zijn ze nog belangrijker als ooit. Maar voor de rest, vroeger was een Hollander die in Amsterdam woonde en naar Purmerend was geweest, een groot reiziger. Nu is iemand die in Amsterdam woont en die even naar Ibiza gaat, een vakantieganger. Men leert andere volkeren kennen.

En ook de technieken die in die tijd ontwikkeld zijn, krijgen langzaam maar zeker een ander gebruik, bijvoorbeeld ja, er is televisie geweest, onder andere een Nipkowschijf, iets wat dus op een grote tentoonstelling in Berlijn, ik meen in ’27 of ’28 al gedemonstreerd werd. Maar men heeft nu voor de radar in feite beeldbuizen moeten ontwikkelen. Niemand komt op het idee dat je er ook wat anders op kunt projecteren. Met veel moeite wordt een eenvoudige camera ontwikkeld. Die camera wordt aangesloten en ja, je kunt een beeld laten verschijnen op de beeldbuis.

Een paar jaar later komt de televisie. O ja, ze is nog steeds met een klein beeldje en een hele lange buis en nog steeds is het heel erg moeilijk om iets te ontvangen, maar ja, men gaapt al van bewondering als er een dame komt die zo nu en dan een prentbriefkaart laat zien. Ja, dat is wat anders dan tegenwoordig, hè. Tegenwoordig slaap je, tenzij er een oorlog is, dan zeg je: ‘zet het geluid af’. Maar realiseer u even, al die vooruitgang, telecommunicatie, grotendeels in haar aanleg verder ontwikkeld dankzij de Tweede Wereldoorlog, anders was het nog niet zo ver. Dan stond u nog steeds te zwengelen aan de telefoon. Elektronica, zeker; maar elektronica, zoals ze was voor de wereldoorlog, was in feite allemaal wat onbeholpen. Het was allemaal zwaar, erg degelijk, zeker, maar voor de rest, er waren nog geen ontwerpers aan te pas gekomen. De pogingen van mensen als Bauhaus bijvoorbeeld om bepaalde instrumenten een klein beetje meer vorm en gestalte te geven, waren de behoefte aan pluche en antimakassars op gestrand. Maar ja, de pluche was verbrand, de antimakassars, die waren gebruikt voor andere doeleinden of geruild bij de boer: dus vernieuwing, nieuwe vormgeving, nieuwe denkbeelden ten aanzien van woningen, meubileringen, onder meer komt die enorme flatneurose bij de architecten op. Ze schijnen niet meer te kunnen denken in andere termen dan stapelplaatsen voor mensen. En daarbij voelen ze zich genoopt om aan die mensen toch te denken. Het gevolg is een vormgeving die sterk utilitair is en waarbij – in Amsterdam heb je er bijvoorbeeld nog voorbeelden van – de bouw van arbeiderswoningen van eens, waarbij men zei: ‘ja, het moet een ontwerp zijn, de mensen moeten maar blij zijn dat ze erin kunnen wonen, ook als het niet ideaal is’, is voorbij.

Het spoorwegnet ligt praktisch in puin. Niet alleen hier, in de meeste landen, behalve in Engeland. Het gevolg is dat men begint na te denken over modernisering. Vergeet niet: elektrische treinen hebben er ook al gelopen vóór de Tweede Wereldoorlog, zelfs betrekkelijk veel. Maar nu is men vrij om bepaalde baanvakken die toch hersteld moeten worden al meteen aan te passen. De moderne mogelijkheden zijn mede te danken aan de ontwikkeling der laatste twee jaar van de oorlog, – vernietiging -, en de daar volgende vijf jaar-reconstructie. Dat nu bepaalde trajecten niet meer voldoen aan de eisen, omdat je er geen honderdzestig of honderdtachtig kunt rijden, nou ja, goed; overal waar men met grote afstanden heeft te maken, kan dat van belang zijn en bijvoorbeeld in Frankrijk legt men op het ogenblik speciaal daarvoor bestemde tracés aan. Maar elders, och, het maakt niet zoveel uit. En dan kijk ik naar wat er is gebeurd. En nu ga ik een balans opmaken. Ik hoop dat u het zover redelijk aanvaardbaar en interessant hebt gevonden.

Vrijer denken. In de Tweede Wereldoorlog zijn de mensen geconfronteerd met zoveel dingen, waar ze vroeger nooit over hadden gedacht, dat de schotjesgeest tussen bepaalde godsdiensten afbreekt; ook heel veel mensen zeggen: ‘ach, te spreken over een God die liefde is, is mooi; maar kijk eens wat ons gebeurd is’. Vrijer denken: helaas nog niet altijd kritischer denken. Daardoor een vrijere ontwikkeling in de sociale structuur. Grotere belangrijkheid voor het individu. Daardoor een voortdurende druk op de regentenmentaliteit, die altijd dus het bewind heeft gevoerd, niet alleen in Nederland, maar in praktisch alle landen, Maggie Thatcher is er nog een restant van.

Geestelijk vrijer geworden gaat men veel meer dan vroeger zich bezighouden met de werkelijke betekenis van bijvoorbeeld Oosterse filosofie. O, het was al vóór de Tweede Wereldoorlog ook. Denk aan de werken van bijvoorbeeld Nico van Suchtelen, een Nederlander. Maar nu gaat men zich er intens mee bezig houden. Er ontstaan als het ware nieuwe trends. De jeugd voelt zich niet meer geketend aan de oudere generatie en imiteert ze, nee, ze probeert juist zich daar tegenover op te stellen. Er is de revolutie van de jongeren, uitmondende in bijvoorbeeld Nederland in de Oranje vrijstaat, maar in andere landen als Duitsland, in verschillende jeugdbewegingen, die zich los proberen te maken van datgene wat eens in Duitsland de Wandervogels en de boyscouts in Engeland waren. Restanten blijven bestaan, maar er komt een vrije cultuur.

De jeugd krijgt beschikking over meer mogelijkheden, want in het begin is er werk genoeg. En ze vraagt naar vernieuwing. Industrieën worden uit de grond gestampt, die steeds nieuwe producten brengen. Er worden steeds nieuwe gimmicks en gags bedacht, maar ondertussen wordt daardoor wel de plooibaarheid groter, juist van de midden- en kleine bedrijven, want die kunnen daarop gemakkelijker inspelen dan de grote concerns, die weliswaar proberen om trendmakers te zijn, maar daarin niet altijd slagen.

De wetenschap is in de oorlog geconfronteerd met hele reeksen van nieuwe ervaringen. De medische wetenschap heeft bijvoorbeeld wat betreft chirurgie en dergelijke in beide wereldoorlogen reuze zeven mijlstappen vooruit gemaakt. Maar ook medicatie.

Wanneer u denkt dat een Duits product tegen infecties, hoe heet het, prontosil, op zwavelbasis overigens, eigenlijk ontworpen is, omdat men een medicament wilde hebben, dat in een oorlog algemeen bruikbaar zou zijn. Wanneer u zich realiseert hoe ook allerhande andere middelen tegen infectie tot penicilline toe eigenlijk mede onder druk van de situatie ontwikkeld zijn, dan zult u met mij eens zijn: er is heel wat gebeurd.

Dan kijken we naar – voor ons belangrijk – de ontwikkeling van geestelijke invloeden en bewegingen. In de oorlog was het kruishout een goede en eenvoudige vervanger van het ganzenbord, die bovendien de mogelijkheid verschafte om goede berichten over de toekomstige nederlaag van de Duitsers te vernemen. In Duitsland: kruis en bord, en mediums waren een goed middel om dan toch het een en ander te vernemen over degenen die aan het front waren. Helderzienden bloeien op, astrologen, ofschoon niet officieel, – in Duitsland gaat het allemaal sub rosa en in Nederland gaat het een beetje onder de toonbank nog – worden steeds belangrijker. Men gaat begrijpen dat het paranormale wel degelijk invloed heeft in het leven en we zien bijvoorbeeld een werkelijke studie van de parapsychologie pas goed ontstaan, – behalve in Engeland, waar ze al zeg vanaf 1909 bestaat -, zien we dus in alle landen ontstaan. Hierdoor krijgen ook andere denkbeelden, andere zienswijzen steeds meer nadruk. De maatschappij is minder dogmatisch aan het worden.

Dan moeten we daarnaast nog stellen: het scheppen van een solidariteitsgedachte, vroeger het eigendom van de arbeiders, maar langzaam maar zeker geworden tot een soort nationale plicht, heeft in vele landen ook bijgedragen tot een andere waardering voor het gebeuren in de maatschappij en heus niet altijd de meest gunstige.

Positief: beide wereldoorlogen hebben een vooruitgang veroorzaakt, die anders twee tot drie eeuwen ten minste gevergd zou hebben, zowel op sociaal, mentaal, wetenschappelijk gebied als ten aanzien van godsdienstige visie.

Maar ja, overal waar je een creditrekening opmaakt, staat er een debet kolom tegenover.

Men heeft nooit begrepen in deze oorlogen waar het werkelijk om ging: punt een. Punt twee: men heeft in deze jaren zich steeds meer beziggehouden met idealen, met droombeelden. En die gewoonte is men nog steeds niet afgewend. In de derde plaats: men voelde zich tijdens de oorlog aan alle kanten belangrijk door hetgeen men was, ofschoon men niet wist wat men deed. Deze neiging is in vele landen blijven bestaan.

Het gevoel van solidariteit was oorspronkelijk de zorg voor anderen; maar wanneer dat een gewoonte wordt, wordt dat het recht die je hebt om anderen met jouw problemen op te schepen.

Ten laatste: de industriële megalomanie, de behoefte om alles steeds groter, steeds sneller, steeds beter te doen, heeft niet alleen gevoerd tot nieuwe producten, ze heeft ook gevoerd tot een enorme verstarring. Ze heeft gevoerd tot overproductie op praktisch elk gebied. Dit is niet verantwoord en betekent een aantasting van de feitelijke economische structuur van alle grote industriestaten. Dit in de nabije toekomst.

Als ik de balans maak, dan zeg ik: mensen, jullie zouden nooit zover zijn gekomen als je nu bent zonder die oorlog. Maar gelijktijdig zou je misschien beter beseft hebben, dat jij het bent, niet als een manipuleerbaar deel van een gemeenschap, maar als een persoonlijkheid die in de gemeenschap zijn belangrijkheid zelf moet bewijzen en waarmaken.

Er is veel goeds, er is veel kwaads. Jules Verne’s reis naar de maan is nu een nachtprogramma van de televisie geworden, waarin u Amerikaanse astronauten voor het eerst onbeholpen kunt zien rondhuppelen rond een vlag die ze moeizaam proberen op te richten en die een stokje nodig heeft om hem vast te houden, omdat er geen atmosfeer is.

Een wereld waarin iedereen, zonder dat hij het helemaal beseft misschien, besmet is geraakt met fascistische ideeën; het denkbeeld dat als je hard genoeg schreeuwt, dat je gelijk krijgt; het denkbeeld dat alle middelen geoorloofd zijn om jouw denkbeelden door te zetten; het denkbeeld dat mensenlevens eigenlijk niet zo belangrijk zijn, als je maar gelijk krijgt; maar daardoor ook een aanstoot voor nieuwe ontwikkelingen.

Het denkbeeld van samenzijn, samenwerken, samendoen, zonder verplichtingen en contracten, maar gelijktijdig met een volledige inzet van je persoonlijkheid. Twee wereldoorlogen hebben een groot voordeel geschapen voor een mensheid, die op de drempel van Aquarius staat, dat is mijn conclusie. Hebt u vragen?

 Is het Aquariustijdperk wat later begonnen, als dit niet gepasseerd was geweest?

 

Nee, maar op het ogenblik rekenen we met een aanloopperiode naar een werkelijke verandering dus van ongeveer tweehonderd jaar. Wanneer die oorlogen er niet zouden zijn geweest, dan zou die periode waarschijnlijk zevenhonderd jaar bedragen.

Is er van de andere zijde uit deze oorlogen gepushed, om deze ontwikkelingen tot stand te brengen?

Nee, dat kun je zelfs niet doen. Wanneer je behoort tot het Licht, zoals je dat noemt dan, of de goede jongens, kun je ook zeggen, dan is één wet boven alles belangrijk: dat is, dat je niet mag ingrijpen in de vrije wil van anderen. Dat betekent dat je niet kunt pushen, dat je niet even kunt veroorzaken. Maar ongetwijfeld is er mede van onze zijde verschillende malen ingegrepen in die oorlog onder andere door weersveranderingen tijdig te veroorzaken, door inspiratie te geven aan verschillende personen en daarnaast: door duidelijk te maken wat iets is; en dat heeft het vertrouwen, het zelfvertrouwen van het Duitse volk, zeker evenveel ondermijnd als alle Amerikaanse bombardementen en Engelse bombardementen. We hebben dus wel iets gedaan; maar we hebben alleen maar feiten gegeven, geïnspireerd, laten zien, bepaalde natuurlijke zaken iets versneld of iets vertraagd, dat wel, meer hebben we niet gedaan; maar ja….

 Kunt u ontwikkelingen tegenhouden bij het ontwerpen van een atoombom?

Nee, dat kun je niet; omdat de ontwikkeling van de atoombom, zo vreemd het moge klinken, terug te volgen is tot ongeveer 2700 jaar voor Christus in China, waar het eerste denkbeeld over kleinste delen al ontstaat. En dan zouden we bij de Grieken hebben moeten ingrijpen; dus nee, dat kun je niet; dat is een deel van een ontwikkeling. Het enige wat je kunt proberen is: te zorgen dat een ontwikkeling niet verder gaat. Als u weet hoeveel strijdgassen er op het ogenblik beschikbaar zijn, maar ze worden niet gebruikt; enkele uitzonderingen: dat is bij mensen die eigenlijk pas uit de middeleeuwen ontwaken. Dat wil dus zeggen dat we dat ook met atoombommen denken te kunnen doen. Wat betreft atoomenergie; met de wijze waarop men thans probeert deze te exploiteren, zijn we over het algemeen niet eens. En wel omdat hier productie uiteindelijk toch een klein beetje belangrijker is dan veiligheid. Die veiligheid wordt alleen toegepast om het verkoopbaar te maken. En wij vinden dat het omgekeerd zou moeten zijn. Veiligheid, zekerheid zijn de eerste vereisten en pas daarna de energie. Maar goed, dat zijn allemaal zaken, dat duurt, nu ja, twintig jaar en dan hebben we eindelijk de eerste fusiereactor; en die heeft ook zijn gevaren, dat geef ik direct toe, maar het ziet er naar uit dat ze binnen een jaar of vijf een magnetische fles van voldoende omvang kunnen ontwikkelen, waarbinnen het fusieproces langere tijd kan duren.

 Is dat een ontwikkeling die gesteund wordt?

Dat is een ontwikkeling die gesteund wordt. Maar realiseer u dat een dergelijk iets voor de wereldoorlogen nog niet bestond, dat pas na de wereldoorlog de eerste pogingen tot recording, – en dat op metaaldraad -, zijn gedaan en uiteindelijk ook verkoopbaar geworden; onder meer een Italiaans procedé en een Amerikaans, maar goed.

Wat ik zeggen wil is dit: Wij kunnen niet bevorderen of afremmen. We kunnen alleen die inspiratie geven, waardoor een proces op gang kan komen, dat, wanneer het volledig ontwikkeld is, zoveel goedkoper en in zoveel verschillende maten bruikbaar is, dat de gevaarlijke vormen van atoomsplijting langzaam maar zeker vergeten worden tot ze niet veel meer zijn dan een tromp-geweer in de ogen van een modern mens. En we hopen dat dat betrekkelijk snel zal gebeuren.

 

Vrienden, we hebben op uw verzoek geprobeerd een beetje een balans op te maken over twee wereldoorlogen.

Je kunt natuurlijk nooit een balans opmaken op persoonlijke basis. Daarvoor zijn de dingen te anders, te massaal, te ingrijpend. Wat ik heb gedaan is eerder duidelijk te maken, welke positieve, en mijns inziens minder positieve ontwikkelingen door die oorlogen sterk geëntameerd zijn en daardoor mede uw huidig leefklimaat bepalen.

We hebben het daarbij niet gehad over slachtoffers. Slachtoffers vallen er dagelijks. Zoals men eens aan Moloch offerde, offert men nu aan het snelverkeer. Dat er miljoenen mensen sterven, lijkt erger dan het is; want je leeft verder. Wanneer je denkt aan de noodzaak van de mens om te komen tot een andere wijze van leven, je realiseert dat het voortbestaan van de mensheid zelf uiteindelijk berust op een begrip voor de ander en de behoefte tot samenwerking in plaats van overheersing, dan, vrienden, moeten we zeggen; twee wereldoorlogen hebben waarschijnlijk veel onheil voorkomen.

En degenen die gestorven zijn in die wereldoorlogen zullen kunnen incarneren in een wereld die anders, maar mijns inziens toch beter is en geestelijk meer mogelijkheden geeft.

En daarom wil ik deze balans afsluiten door te zeggen: Je kunt toch wat gebeurd is niet terugdraaien, want dat leeft in uw bewustzijn. Maar zelfs wanneer het mogelijk zou zijn, zouden wij van onze kant aarzelen om dit te doen. Want het lijden van miljoenen of de uitblussing van de mensheid als geheel is een moeilijke keuze. Maar wij kiezen dan voor het lijden van velen dat kort duurt, opdat de mensheid een ontwikkelingsmogelijkheid kan scheppen die nog zeer lang in de toekomst voortgaat.

Vragen

In uw lezing kwam de term ‘fascisme’ naar voren. Moeten wij hier ook denken aan de centrumpartij of is dit in werkelijkheid onder utiliteitsdenken te rangschikken?

Als we ‘fascisme’ willen omschrijven, dan kunnen we zeggen: het is gebaseerd op een dogma van eigen meerwaardigheid, op grond waarvan men zich gerechtigd acht anderen te onderdrukken. Ik geloof dat dit voor de centrumpartij ook het geval is, maar daarnaast zou ik willen opmerken dat er toch wel heel veel andere groepen zijn, die hun onvermogen om een democratische meerderheid te bereiken, proberen aan te vullen door demonstraties, geweldplegingen en in sommige gevallen zelfs terreur. En al dezen, zou ik, gezien hun gedragingen en de wijze waarop ze zich en hun stellingen verheven achten boven alle anderen, fascistisch willen noemen.

Wordt in oorlogssituaties, bijvoorbeeld de slag om Stalingrad, vanuit de geest meegestreden? Is het waar dat die partij, welke door de meest lichte krachten gesteund wordt, winnaar wordt, ongeacht de numerieke verhouding in de stof?

 

 ‘O, geest van Constantijn’, geen engelen en engelenleger in de hemel, dat neerwaarts gaat om u de overwinning te geven. Nee, mijne vrienden; hulp wordt er gegeven, meestal op persoonlijke basis, maar een dergelijke slag wordt door mensen uitgevochten. Ze is het product van mens-zijn, inclusief het dierlijke element erin. Het is een ervaring die voor de bewustwording van de mens belangrijk is. Dan kun je als geest niet zeggen: ‘ik zal het wel even in orde maken’. Als wij dat zouden doen, dan zouden wij fascistischer zijn dan de fascisten. Voldoende?

Was Wereldoorlog I te voorkomen geweest vanuit de geest; heeft de Witte Broederschap het wereldgebeuren altijd voldoende in de hand om al te ongewenste excessen, bijvoorbeeld algehele vernietiging van de wereld, te voorkomen?

 

Ja, nou vraagt u me iets wat de Raad van de Witte Broederschap kennelijk zelf niet weet. Je kunt heel veel doen. Maar wanneer je ingrijpt in het leven van de mens, dan laad je daarmee een enorme aansprakelijkheid op je. Maar men zal niet geneigd zijn om dat te doen, tenzij er geen enkele andere uitweg overblijft. Het is veel gemakkelijker om iemand een beetje dronken te laten worden en een paar dingen te laten zeggen waar de wereld van opkijkt; dat doet men ook wel eens een keer.

Of de Eerste Wereldoorlog voorkomen had kunnen worden? De aanslag op Ferdinand niet; Ferdinand was gewaarschuwd, tot driemaal toe. Hij wilde met alle geweld toch gaan. En wat betreft de aanslag van de student plus de vier anderen die er ook nog bij betrokken waren, die op andere punten klaarstonden, kunnen we alleen maar zeggen: nou ja, dat was dan toch wel gebeurd. Dus dat konden we niet voorkomen.

Het zou mogelijk zijn geweest om de keizer een hartverlamming te geven op dat ogenblik en dan was er waarschijnlijk geen wereldoorlog uitgekomen. Maar wanneer hij toen niet gekomen was, dan zou hij later toch gekomen zijn. Dat was onvermijdelijk. Dan laat je het beter in een natuurlijk geheel gebeuren dan dat je eigenlijk de zaak tijdelijk onderdrukt waardoor de uitbarstingen meestal nog heviger worden. Ik hoop dat het duidelijk is.

Als straks ongelimiteerde energie beschikbaar komt door beheersbare kernfusie en zonne-energie, en hopelijk voor iedereen, verdwijnt dan de noodzaak dat mensen elkaar dood gaan schieten om olievelden, grondstoffen enzovoort?

 

 Ja, ik geloof dat de noodzaak op het ogenblik nu ook niet zo dringend aanwezig is. Dan zullen ze wel wat anders vinden om elkaar dood te gaan schieten.

Zolang er mensen zijn die menen dat ze pas betekenis hebben, wanneer ze iets te zeggen hebben over anderen, zal er moord en doodslag blijven. Dat is onvermijdelijk. Een vriend van mij is eens een keer gevraagd: ‘En wanneer denkt u, zal er werkelijk vrede op aarde zijn?’ Weet u wat zijn antwoord was? “Wanneer bij de laatste twee mensen op aarde, de een de ander ter aarde bestelt”. (Inderdaad, ja, dat was inderdaad Henri, die dat gezegd heeft).

Ik wil maar zeggen: het ligt in de aard van de mens om zijn krachten met anderen te meten. Zelfs het huwelijk is uiteindelijk vaak een krachtmeting met zoete wapenstilstand. Dus als je eerlijk bent, dan moet je zeggen: het ligt in de aard van de mens.

De mens is een competitief wezen en strijd zal er dus altijd zijn. Alleen is de vraag of in een toekomst mensen zich zullen laten betrekken in de strijd van een ander. Ik kan mij geen betere wereld voorstellen dan die, waarin de staatshoofden die het niet met elkaar eens zijn, in de ring worden gestuurd, eventueel met bokshandschoenen aan, waarna de overlevende gelijk heeft. Dat is veel voordeliger dan oorlog voeren. Het zou bovendien voor vele staatslieden een reden zijn om af te treden, iets wat gezien de kwaliteit van sommigen op het ogenblik zeker niet te betreuren zou zijn.

Hoe komen de ontwikkelingslanden uit hun enorme schuldenlast en leidt deze schuldenlast niet tot nieuwe oorlogen?

Ach kijk, die schuldenlasten is een kwestie van de geldhandel. De geldhandel is windhandel. Ik hoop dat ik niemand beledig, wanneer ik zeg dat banken instellingen zijn, die paraplu’s verhuren tegen enorme hoge prijzen om ze in te nemen zodra het werkelijk stormt.

En het is duidelijk dat op een ogenblik dat geld zijn betekenis anders dan als eenvoudig ruilmiddel steeds meer gaat verliezen en geen machtsfactor wordt dat de schuldenlast van de Derde Wereldlanden als vanzelf verdwijnt. Want dan heeft niemand er belang meer bij om die schuldenlasten te boeken, te houden. Nou ja, hoe gaat het tegenwoordig? Noem eens wat: de moord op Kennedy, hè; de CIA weet heus wel beter dan wat ze allemaal heeft gezegd. Maar wanneer ze zegt wat ze allemaal geweten heeft en waarop ze niet heeft gereageerd in de tijd van die aanslag, dan zouden er een groot aantal mensen toch in grote moeilijkheden komen, die op het ogenblik betrekkelijk hoog zitten, directeur zijn of zo. Nou ja, dan zegt de directeur ook: dicht die dingen, praat er niet over.

En zo gaat het met legers ook. Ja, wanneer we zoveel wapens hebben en we moeten meer vragen, dan moeten we zorgen dat er meer wapens kapotgaan. En als we ze zelf niet kapot kunnen maken, een klein oorlogje helpt altijd, dat is gewoon de mentaliteit. Een jonge officier zegt: ‘ik hoop dat er oorlog komt, eindelijk eens wel een snellere bevorderingsmogelijkheid. Dat meent hij zo niet, maar hij denkt wel een klein beetje zo, in de hoop dat hij het overleeft’.

O ja, dat is heel eigenaardig. De meeste mensen hebben het gevoel, dat iedereen wel vallen zal, maar dat zij het zullen overleven. En ze komen aan onze kant aan en ze zijn nog niet overtuigd.

Kan en wil de politiek de wapenhandel ooit onder controle krijgen? Hoe moet of kan dit hopeloos lijkende probleem ooit aangepakt; ‘als wij het niet leveren doen anderen het’, redeneert men in die kringen en ‘zaken zijn zaken’. En is de politiek wel het geschikte middel om dit onder controle te krijgen?

Ja, is politiek een geschikt middel. Kijk, politiek is eigenlijk een methode om met heel veel woorden niet te doen, wat je hebt gezegd en belooft dat je zou doen. Dat is altijd het geval geweest. Politiek, dat is dus gewoon een spel. En in dat spel zijn economische factoren van groot belang, want men heeft te maken met de bevolking en bijvoorbeeld in de U.S.A.: wegvallen van de wapenindustrie of zelfs een vermindering van 50%, – laten we dat maar aannemen – zou waarschijnlijk een toename van het aantal werkelozen ten gevolge hebben van ongeveer 1 miljoen 270.000. In Nederland zou het stilvallen van de wapenindustrie een werkeloosheid betekenen van 50.000 mensen, aanleveringsbedrijven meegerekend. In België zou de werkeloosheid alleen in Wallonië waarschijnlijk verdubbelen. En zo kan ik doorgaan. Het is duidelijk, die mensen zijn ontevreden, die moeten wat anders te doen hebben. Maar als je ze wat anders te doen geeft, dan moet je een hele hoop dingen eigenlijk uit handen geven. En als je nou eenmaal zo’n mooi apparaat hebt dat alles in handen heeft, dan maak je liever maar wapens.

En dat is gewoon de normale zaak van de politiek.

We zijn op aarde om in Jezus’ naam broeders te zijn, maar per slot van rekening: je mag je broer ook op zijn donder geven, dus laten we die buurman maar kraken. Ik vind het allemaal heel mooi, maar politiek – let wel, ik heb het niet over politici -, er zijn mensen onder die volledig geloven in hetgeen ze doen, er volledig achter staan, die je toch erg moet respecteren.

Maar de politiek als zodanig is in feite de kunst om met dromen en leugens de werkelijkheid te beïnvloeden. En dat is iets wat ik niet op prijs kan stellen.

Hoe zullen oorlogen in de toekomst uitgevochten worden, welke middelen en wie beslist er dan?

Ja, dat kan alleen op betrekkelijk korte termijn gebeuren. Als dat gebeurt, zullen zeer waarschijnlijk die oorlogen inderdaad met atoomraketten worden uitgevochten. En als dat het geval is, dan hoeft u zich geen zorgen meer te maken; nietwaar, dan kunt u het aan onze kant verder uitzoeken.

Wanneer dat niet gebeurt, dan krijgen we zeer waarschijnlijk op korte termijn continentale blokken, dat wil zeggen dat per continent een machtsblok ontstaat, dat gelijktijdig een economisch blok is, en dan zal de oorlog zeer waarschijnlijk, voor zover er nog van oorlog gesproken kan worden, met economische middelen worden uitgevochten en eventueel met pogingen de ander te isoleren. En dan is er dus veel minder sprake van wapengeweld.

De huidige methoden geven aan dat binnenkort weerbeheersing mogelijk wordt en degene die dat geheim houdt als wapen, zou natuurlijk daardoor ervoor kunnen zorgen dat het bij een ander continu donderen is, hè, of temperatuursval enzovoorts, er zijn allerhande mogelijkheden. Er zijn voldoende virussen op het ogenblik op aarde om alles, behalve de goudvissen, uit te roeien, maar laten we die ook maar uitroeien, de amoebe blijft wel over. En dan kan de wereld weer opnieuw beginnen.

Dus als we eerlijk zijn, de middelen tot een totale uitroeiing van de mensheid zijn zodanig divers en zodanig groot, dat die wapens op zichzelf – en dat wordt gelukkig door steeds meer mensen ingezien – bij een gebruik ervan, zelfs het zogenaamd beheerst gebruik ervan – de ondergang van de wereld zouden inluiden.

Dat houdt in dat die wapens dan niet meer gebruikt kunnen worden. Maar als de kennis blijft bestaan, – het hoeft nog niet eens het wapen te zijn, alleen de kennis – dan betekent dit dat een oorlog met de huidige strijdmiddelen niet meer mogelijk is en dat een verschuiving daarvan naar een economisch vlak dus veel eenvoudiger is.

Wanneer je dan een economische crisis in een continent kunt uitlokken, die dermate groot is dat ze de regering afzetten, dan kun jíj ervoor zorgen dat je hulp verleent aan een bepaald iemand die ook regeerder zou kunnen worden en dan krijg je daarmee waarschijnlijk in vele opzichten je zin. Zo zal dat gaan.

Zijn er voor het samenvoegen van die grote continentale blokken, ook nog oorlogen te verwachten en zullen Europa, West-Europa en Rusland ook één zo’n blok worden, inclusief Siberië?

Zeer waarschijnlijk wel. Maar Rusland is op het ogenblik na de destalinisering, bezig met de omturning van het communisme tot een nieuwe vorm van sociaal verantwoord kapitalisme; zoals dat ook het geval is in China trouwens. En gelijktijdig is men op het ogenblik bezig in de meeste andere landen om het oorspronkelijke kapitalisme tot een sociaal verantwoord kapitaalbeheer om te vormen. En kijk, als die twee omvormingen gebeuren, dan werken ze samen en dan zijn ze hetzelfde.

Hadden de russen inderdaad, zoals de Amerikanen suggereren, ook al enige tijd een soort eigen SDI, in Krasnojarsk, en zullen deze waanzinnige geldverslindende projecten…

 

Wat is SDI?

Strategic Star wars, zeg maar.

O o o, ja, dat hadden ze inderdaad al, ja, ze zijn op het ogenblik zelfs bezig om dat ding uit te bouwen, hè, en de Amerikanen ook. Nou ja, kijk, dat is geld; geld is niks waard, nietwaar, maar als je een hele hoop mensen hebt die werken en je kunt een aantal mensen laten werken voor dingen die uiteindelijk weinig of geen betekenis hebben voor de wereld, dan kun je daardoor voorkomen dat er veel werklozen komen en dat voorkomt ontevredenheid. En bovendien als je weet dat ufo’s niet alleen maar de dromen zijn van gefrustreerde oude vrijers en vrijsters, maar dat ze reëel bestaan, wat de regeringen wel degelijk weten, dan denk je ook, nou ja, een klein fort in omloop kan geen kwaad.

Zullen deze geldverslindende projecten gestopt worden of juist niet?

Onthoudt u één ding: als een regering bezig is, dan zal ze alles stoppen, behalve geldverslindende projecten.

Is het zo dat er een hoop mensen die in bijvoorbeeld Wereldoorlog II gestorven of gesneuveld zijn, inmiddels weer geïncarneerd zijn?

 Nou, de haastige misschien, maar de meesten staan nog aan de garderobe.

 

Speelt het verleden in het volgende leven dan een directe rol?

 

Ja, wat noemt u een directe rol? Per slot van rekening: alles wat je hebt meegemaakt in het ene leven, dat is datgene wat je als basis en als motivering meebrengt in het volgende, dus dat speelt in die zin wel een rol, ja.

Wat kunnen de toekomstige gevolgen zijn?

Nou, misschien dat meer mensen elkaar gaan begrijpen. Vooral als er meer Russen in Amerika en Amerikanen in Rusland incarneren, dan verwacht ik toch wel een groter onderling begrip en waarschijnlijk een toenemend onbegrip voor de eigen situatie en opzet. Dat zou heel erg aardig zijn.

Ja, een kapitalist gaat incarneren in Rusland; dat zou …. (hilariteit)

Ja, kijk, een echte kapitalist die in Rusland incarneert, die wordt na korte tijd toch directeur van een staatsbedrijf.

Zou u iets willen vertellen over het zondebokprincipe? Sommige mensen komen als klein kind al in een zondebokrol en als ze niet oppassen, blijven ze die hun hele leven in steeds nieuwe situaties weer spelen. Wat is het in die mensen wat dit zou kunnen veroorzaken, en wat zouden ze eraan kunnen doen?

Laten we het zo zeggen: de zondebok zijn, dat wilde oorspronkelijk eigenlijk zeggen, de rol van bliksemafleider spelen. In de jeugdjaren kan dat inderdaad vaak voorkomen. Degenen die dan die rol aanvaarden, doen dat heel vaak, omdat ze het gevoel hebben, ik kan er toch niks tegen doen. Die mensen die verwachten dus de zondebok gemaakt te worden en scheppen daardoor de situatie waardoor ze steeds meer het gevoel krijgen, ‘ik ben de zondebok’. Maar wanneer je je daartegen leert verzetten en zegt: ik ben niet de zondebok, want ik heb ook goede kanten en jullie hebben daar geen rekening mee gehouden, het is jullie schuld, van zich afbijt en dat gefundeerd weet te doen, die is binnenkort geen zondebok meer. Hij moet alleen oppassen dat hij geen meerwaardigheidsbesef krijgt. Neem nou die kleine Corsicaan, die had ook een zondebokgevoel; later heeft hij heel wat veldslagen uitgevochten; zoveel dat hij er een maagzweer van over had of die andere man die zo graag kunstschilder zou worden; ja, het is hem niet gelukt, hij heeft alleen wat briefkaarten kunnen verkopen die hij zelf getekend had. Nu ja, toen heeft hij zijn dromen omgezet in wat anders en toen werd hij dus de tegenhanger van Charlie Chaplin, maar wel met een wereldrijk aan z’n voeten totdat hij het in puin had getrapt. Dat zijn van die dingen, daar kun je niks aan doen. Als je werkelijk het gevoel hebt dat je de zondebok bent, moet je je eens afvragen waarom. Dan zul je tot de conclusie komen dat je eigen gedrag, je eigen aanvaarden van de situatie ertoe gevoerd heeft dat men steeds meer meent dat jij wel geschikt bent. Verklaar je jezelf volkomen ongeschikt, maak je dit een paar keer volkomen duidelijk en je bent geen zondebok meer.

Dus denk positief, handel positief, laat u niets onrechtvaardig aanleunen en kom er aan de andere kant er ruiterlijk vooruit, als u iets hebt gedaan, als u een stommiteit hebt uitgehaald. Een beetje moeilijk in het begin misschien, maar het werkt.

Hoe zou u in enkele woorden de kern van de Franse revolutie en de Russische weergeven, opzet en resultaat?

De Franse revolutie: ‘We weten het beter, we zullen het beter doen, kap kop af, we hebben het beter gedaan’.

De Russische revolutie: ‘Wij weten het beter en wij zijn sterker; er zijn anderen die het beter weten; maak ze een kopje kleiner; nu weten wij het beter en nu wij het beter weten, doen wij het beter’. Dat laatste is inderdaad het geval. Tussen twee haakjes, ik ben helemaal niet pro-Russisch hoor, integendeel, ze hebben maar twee goede dingen: Krimwijn en kaviaar en de rest deugt niet, althans niet in mijn ogen, maar ja, het is ook lang geleden dat ik daar geweest ben.

Wat is de beste houding tegen overmacht, zowel voor naties of een bezetting door een militair sterk land, als privé, vooral oog in oog met een aanvaller?

Kijk, als je als vrouw tegenover een aanvaller staat, dan vraag ik mij af, wat voor vrouw bent u? Met een beetje judo en jiujitsu komt u een heel eind ver. Ik zou zeggen: wanneer ik tegenover een overmacht sta, die ik niet aankan, dan ga ik een stapje opzij en probeer toch in de richting te komen, waar ik heen wil.

Heb ik met een overmacht te maken die zeer beperkt is, dan vraag ik mij af over hoeveel macht ik zelf beschik om mijn weg te kunnen vervolgen. Maar denk erom, dames, als u dus in het gestelde geval zo’n aanvaller met een of andere heupzwaai ergens in de gracht hebt bevorderd, roep even naar beneden of hij kan zwemmen. Zonder haat, je verdedigen waar het noodzakelijk is, de strijd vermijden waar het mogelijk is. Dat is de meest juiste levenshouding.

Veel mensen, bijvoorbeeld kleine kinderen, lijken onschuldig te sterven in een wereldoorlog. Wat was de zin daarvan?

Voor de kinderen een ervaring en voor de mensen een demonstratie van hun eigen onbegrip en gewetenloosheid.

Door de chemische industrie zijn er veel nieuwe stoffen ontwikkeld met als gevolg milieuvervuiling, toeneming van allergieën, het enzymsysteem van mensen weet daar geen raad mee, meer chronische ziekten enzovoorts. Waar gaat dat heen? Is er nog herstel van de aarde mogelijk of zullen er enorme calamiteiten nodig zijn om de mensheid tot inzicht te brengen dat het zo niet verder kan?

Ik zou zeggen: er zijn twee dingen zeker. In de eerste plaats, dat zeer veel stoffen in feite overbodig zijn en gebruikt worden, omdat men daarmee bijvoorbeeld onverkoopbare zaken in grotere aantallen kan produceren en dat vind ik natuurlijk kolder.

Ik zou zeggen: wanneer men de commerciële aantrekkelijkheid daarvan minder maakt door ze minder te gebruiken, dan zal die chemische industrie wel vanzelf een beetje veranderen, nietwaar? En wat de rest betreft; ja, je kunt de aarde niet terugdraaien; maar wie weet, binnenkort komt er misschien een type mens op aarde die als kindermeel de giftigste producten van die Bayerische Chemie Gesellschaft naar binnen werkt. Als wij nou op het ogenblik eens kijken, deze vergiftigde natuur, moeten we eens kijken wat er wel opgroeit en bloeit en wat niet. Zeker, veel algen in de sloten, maar die algen zijn een oervorm, die zich ook muteert en die in kwaliteit verandert. Kijk naar de wijze waarop andere soorten bomen nu gaan opschieten, op gebieden waar de grond bijvoorbeeld te veel zuren heeft, en nu in zure regen zelfs bepaalde gewassen bijzonder goed gedijen, maar de oude geldende samenstelling van de wouden gaat daardoor teniet. Altijd heeft het leven op aarde zich moeten aanpassen aan wisselende omstandigheden. De gemiddelde noodzaak van geslaagde aanpassing is tegenwoordig natuurlijk veel groter en frequenter dan vroeger. Maar wanneer we er rekening mee houden dat een geslaagde aanpassing bij een gemiddelde levensduur van tien jaar tot zeven generaties kan vergen. En we kijken hoeveel mogelijkheden er op het ogenblik zijn om meer dan zeven generaties nog voort te bestaan, moeten we aannemen dat heel veel soorten die mutatie door zullen maken. Er zijn op het ogenblik zelfs muggen die dol zijn op DDT, waarom niet? Ook een aanpassing…

Er zijn al heel wat oorlogen en revoluties geweest. Ze hebben de mens in de grond innerlijk weinig veranderd, aldus Krishnamurti. Anderzijds lijkt zonder strijd en geweld geen verandering mogelijk. Wat is het meest waar?

 Ja, wat eenmaal in de grond ligt, verandert niet meer….

Dat is dus consumptiegoed geworden voor het kruipend gedierte. En wat er bovenop staat, dat kan wel degelijk veranderen. De mens ís veranderd; zijn visie op zichzelf is veranderd, zijn visie op de wereld is veranderd. Zijn visie op het zijn is veranderd. Dat kunnen we heel eenvoudig bekijken.

Ga terug naar het oude Egypte, de oude fellahin daar, boeren, die hadden maar twee begrippen: zorgen dat ze geen last kregen met de overheid en zorgen dat ze hun maag vol kregen, als het kon dan ook nog met bier, als ze nog een keer soldatenbier kregen, dan stonden ze helemaal op hun kop; aan priesterbier hoefden ze niet eens te denken. Kijk nu op het ogenblik naar de jongelui. Eén kruikje van het soldatenbier, daar zouden ze niet gek van worden, die hebben minstens twee kratten nodig. Die boer, die was eigenlijk erg gemeen, hij was erg op zelfbehoud ingesteld.

Kijk eens hoeveel mensen tegenwoordig méér letten eigenlijk op een gemeenschappelijk iets dan op hun eigen veiligheid.

Ik wil maar zeggen, er is veel veranderd. En als je dan kijkt hoe men vroeger nadacht over de waarden van een leven en hoe zeer velen althans dit tegenwoordig bekijken, dan geloof ik ook dat er veel veranderd is. Er is wel degelijk verandering.

Wat betreft de technische ontwikkelingen, moeten we toegeven dat zowel technische, economische en sociale veranderingen versneld worden door oorlog- of strijdprocessen; zeker wanneer die van niet al te lange duur zijn. Daaruit kunnen we concluderen dat de stoffelijke vooruitgang wel degelijk door oorlogen wordt bepaald. Maar we zijn op het ogenblik op een punt gekomen, waarbij de technische vooruitgang de geestelijke mogelijkheden van de mens zo ver te boven begint te gaan, dat hij langzaam maar zeker door de techniek wordt geleefd, en de techniek ophoudt zijn werktuig te zijn. Dat houdt in dat er nu een stilstand komt in ontwikkelingen, zeker in vernieuwing. Die stilstand zal waarschijnlijk binnen twintig, dertig jaar optreden. Vanaf dat ogenblik zal een mens bezig zijn aan het verkrijgen van die mentale mogelijkheden en ook die geestelijke en morele mogelijkheden, waardoor hij weer de meester kan worden van de techniek die hem nu beheerst. Dat is een normaal proces, het gebeurt regelmatig. Ik geloof dus dat je wat dat betreft kunt zeggen: We zijn zelfs heel dicht bij de wende, de ommekeer waarbij de techniek wel belangrijk blijft, maar haar overheersende belang begint te verliezen, omdat de mens zijn eigen denkbeelden belangrijker vindt.

Oorlogen zijn meestal dwaasheid; is iets een oorlog waard? Waar ligt volgens uw standpunt de grens tussen het aanvaarden van dictatuur, onderdrukking en verzet hiertegen met kans op sterven en marteling?

Ja, ik zou zeggen een oorlog tegen een dictator is altijd verkeerd, want een oorlog tegen een dictator impliceert dat vele onschuldigen moeten sterven, terwijl de dictator zichzelf wel in veiligheid brengt. Maar je kunt wel iets anders doen: Je kunt de macht van een dictator uithollen door zoveel mogelijk al datgene wat hij aan onjuiste dingen beslist, naast je neer te leggen.

En wanneer voldoende mensen dat doen, dan heeft een dictator niets meer te dicteren en dan vraagt hij wel de gewone mensen of zij hem dictee willen geven. Niet ‘van dik hout zaagt men planken’, daar houdt ook een dictator niet van. Dus het is eenvoudig dit: Wanneer mensen bereid zijn om u tot slachtoffer te maken, dan moet u uzelf kunnen en durven handhaven en tenzij u daardoor schuld tegenover heel veel anderen op u zou laden, door bijvoorbeeld hun dood te veroorzaken, dan zou u dus die mensen eenvoudig het hoekje om moeten helpen; dan kunnen ze aan onze kant kijken of ze het goed gedaan hebben. En wanneer iedereen de persoonlijke onderdrukker durft aanvallen, maar gelijktijdig niemand probeert iedereen aan te vallen of te domineren, dan krijgen we te maken met een oorlog in het luchtledige.

Dus als u mij vraagt: Wat is de oplossing tegen een dictator? Dan zou ik zeggen: een guerrilla, een strijd in feite van eenlingen die uit het verborgene voortdurend toeslaan op het ogenblik dat hun weg of hun bestaansmogelijkheden in gevaar komen. En wanneer dat regelmatig gebeurt, dan kun je daar met geen leger tegenop. En dan wil ik er nog aan toevoegen: en wanneer u een slachtoffer hebt gemaakt, omdat het onvermijdelijk was en u kunt dit op een redelijke wijze doen, zorg ervoor; laat merken dat u niet een mens haat, maar alleen zijn daden.

Zolang hongersnood en analfabetisme bestaan, lijkt oorlog onvermijdelijk. Wanneer zullen deze twee verleden tijd zijn?

Ja, tegenwoordig is dus een analfabeet kennelijk degene die de Kamer verslagen kan lezen. Want het zijn juist degenen die de theorieën van anderen lezen, die meer aansprakelijk zijn voor oorlogen en oorlogsvoering dan analfabeten. Dat zijn hoogstens de stommelingen die in de mooie woorden van anderen trappen. Neemt u mij niet kwalijk dat ik het zeg.

Wat betreft de honger in deze wereld, die is niet nodig. Maar wanneer u spreekt over honger, dan gaat u uit van uw standaard. En dan geeft u de mensen voedsel en ontneemt hen daardoor de noodzaak voor zichzelf te zorgen. Dat is absoluut verkeerd. Help een ander om beter voor zichzelf te zorgen, maar zorg niet voor een ander. Dan komt er geen oorlog van. Maar als je de mensen eraan went dat ze regelmatig op uw kosten redelijk kunnen eten en u kunt het dan een keer niet doen dan krijgt u oorlog, want ze zeggen: ‘dit wordt ons ten onrechte onthouden’, niet beseffende dat het een gift was en geen recht.

Hoeveel procent van de mensen houdt eigenlijk wel van oorlog en gelooft daarin?

Als u bedoelt in theoretische zin, dan zou ik zeggen: zestig procent. Als u bedoelt in werkelijke zin, praktische zin inclusief zelf ten strijde gaan ten hoogste vier procent.

Moeten sommige volkeren meer lijden dan anderen, bijvoorbeeld het joodse, het Russische, Duitsland eventueel. Is dit alles karmisch bepaald?

Nee, nee, nee. Dat zou erg leuk zijn, hè, allemaal karmisch bepaald. Dus als de Joden het slecht hebben, incarneer je de volgende keer als wat anders, dan heb je het goed, nietwaar.

Dat is een oude Indische theorie. Maar realiseer je nu eens wat anders. Er zijn volkeren die hoe dan ook tegenstellingen ten aanzien van anderen voortdurend tot stand brengen, heel vaak door zelfoverschatting. Het zijn deze volkeren die het meeste te lijden hebben. Dat geldt voor de Russen, dat geldt voor de Duitsers, dat geldt voor een bepaald deel van de Amerikanen, vooral zuidelijke staten, dat geldt voor een deel van de Fransen, en dat geldt ook voor een deel van de Nederlanders.

Je kunt dus niet zeggen: dat is alleen bijvoorbeeld het joodse volk of het zijn alleen de zigeuners, die lijden; nee, maar omdat zij een hechte gemeenschap zijn, lokken zij een vervolging uit. U moet één ding goed begrijpen: in mijn tijd was het gevaarlijk, wanneer een jongen uit de stad naar een dorp ging om met een meisje te vrijen. Dan werd hij eruit geslagen, want hij was anders. Zolang als de mensen datgene wat anders is niet willen begrijpen, maar vrezen en haten, ja, blijft er oorlog, dat is duidelijk. Maar hoe meer de mensen leren met elkaar samen te leven, hoe beter het zal gaan. Alleen is het jammer dat minderheden soms niet begrijpen dat zij hun geloof, hun wet, hun gebruiken niet zonder meer aan anderen kunnen opleggen of op grond daarvan in een totaal andere gemeenschap rechten kunnen eisen. Ik geloof dat daar eigenlijk het springende punt is.

Geldt dat ook voor indianen?

Voor indianen geldt dat in zekere zin. Het is namelijk zo dat er indianen zijn geweest, die betrekkelijk snel integreerden en die daardoor dus veel meer mogelijkheden hadden dan hun stamgenoten die mede op grond van hun geloof en leefwijze dus niet zich konden en wilden voegen in de zakelijke opzet van het leven van de blanken. En neem daar dan bovendien nog bij dat ze het beste land hadden, dat de blanken het wilden hebben en het is duidelijk waar de oorlogen vandaan komen, nietwaar. Er was zelfs Custard, nietwaar; als Custard indianen zag, maakte hij er custard vla van. Die man, die had gewoon het idee, ‘nou ja, die indianen horen hier niet, zijn anders dan wij hè, en als ze nog heel eerbiedig zijn, dan zal ik ze misschien nog dulden, maar ze zijn eigenlijk veel minder nog dan een neger’. Maar goed, ik wou alleen maar zeggen: dat geldt voor de indianen, dat geldt voor de Turken in Nederland, dat geldt voor het joodse volk, dat zich, laten we één ding goed begrijpen, een volk in een niet tolerante omgeving daardoor in getto’s tezamen kwam en uit een soort verweer een lange tijd de wet hanteerde – ‘tegen een jid moet je eerlijk zijn, maar wat je een goj aandoet, dat is alleen maar wraak nemen voor het onrecht dat ze de jidden aandoen’. En dat realiseert men zich te weinig, zoals men zich waarschijnlijk ook niet realiseerden – dat is toch waar – dat eigenlijk die hele Russische revolutie zou kunnen worden omschreven als een wraak die namens het joodse volk werd genomen op de zelfgerechtigdheid van het kapitalistisch denken. En zo zijn er meer van die dingen. Maar het is opvallend, er zijn ontzettend veel Joden die heel veel hebben betekend voor de mensheid. Maar daarmee hadden ze dan vaak wel zichzelf op de voorgrond gesteld op een wijze waarmee ze anderen in het nauw brachten. En dan vonden ze het heel onaangenaam dat deze mensen die geen ander wapen hadden, gingen roepen: ‘Jud’. Ik geloof dat het volk moet begrijpen dat het juist door zijn getrouwheid aan de wet en aan de traditie voor zich een situatie heeft geschapen, waarbij het in feite zeer oude regels en wetten probeerde in stand te houden in een wereld die al tot een totaal ander begrip was gekomen, of mag ik het anders zeggen: onder de Joden vindt je de grootste humanisten, de beste doctoren, de beste musici.

Zijn sommige volken van nature agressiever, strijdlustiger dan anderen, bijvoorbeeld de Arabieren? Kan dit in de genen zitten?

Er zijn tradities waarin strijdlust als een teken van mannelijkheid wordt gezien en in dergelijke gevallen is het optreden strijdlustiger zonder dat in feite de inborst zo strijdlustig is als men veronderstelt.

Zijn er eigenlijk geen onschuldige slachtoffers bij oorlogen en natuurrampen, oorzaak en gevolg meegerekend?

Schuld en onschuld kan alleen vanuit menselijk standpunt worden bepaald; in die zin zijn er zeer vele onschuldigen. Wanneer je het echter bekijkt uit de totaliteit van het leven en de betekenis ziet van een dergelijk gebeuren, dan valt op dat het heel weinig betekent in het geheel en dat men gezien zijn eigen gerichtheid en reactie mede schuld is aan datgene wat men moet dragen.

Zijn oorlogen niet ook in hoge mate een weerspiegeling van het karakter van volkeren en kan het als zodanig zinvol zijn de volksziel van landen te bestuderen?

Bestudeer je eigen ziel, bestudeer je eigen geest en probeer wat objectief je eigen gedrag te zien. Som je eigen fouten op en tolereer eenzelfde aantal fouten bij ieder ander die je ontmoet. Dat is een veel beter middel tegen oorlog dan het bestuderen van de volksziel. Mag ik het daarbij laten?

Ik dank u voor uw aandacht