Begeleiding bij overgang

 28 juni 2005

Ik zou u willen onderhouden over hoe u het best een overgang kunt begeleiden. Ik hoop dat niemand daar iets op tegen heeft?

We werken met krachten.  Wel, wanneer u met krachten wilt werken, is het ook van belang dat u beseft hoe zaken functioneren. Iedereen weet hoe een incarnatie gebeurt? De geest die op zoek is naar een stoffelijke ervaringswereld en als dusdanig een lichaam kiest om zich daar gedurende een tijd aan te binden. Dat stoffelijk leven is voor de geest eigenlijk maar een zeer beperkt gegeven, een leerschool die, wanneer ze vervuld is, liefst zo rap mogelijk achter zich wordt gelaten en met het geleerde verder gaat.

Nu, voor de mens is dit wel iets anders. De mens heeft in zich de neiging om het leven in stand te houden, dat is een biologisch feit. Van daaruit is het soms ook voor veel mensen, zeker wanneer zij geestelijk minder ver staan, zeer moeilijk om afscheid te nemen of een lichaam los te laten. Nu komen we in een periode, dat velen onder u gaan geconfronteerd worden met overgang van bekenden, van mensen rondom u. Om dit gemakkelijker te kunnen aanvaarden, en zeker om te kunnen helpen, willen we u enkele tips geven die ertoe kunnen bijdragen dat de overgang voor de medemens toch gemakkelijker wordt wanneer u erbij kunt zijn of wanneer u er kort na de overgang bij bent.

Wat we zeker niet willen, is u de idee geven dat u pastoor mag spelen en dat u de mens op die wijze kunt helpen. Dit is in de meeste gevallen zeker niet de juiste manier.

Om te beginnen is het zeer boeiend wanneer iemand aan het overgaan is en er is nog leven en nog contact met de persoon zelf. Bewust contact. Dat u met deze persoon spreekt over aangename zaken; zaken die de persoon in zijn of haar leven goed heeft gedaan, goed heeft gevonden, geluk heeft gekend. In vele gevallen zal dit voor de persoon rustgevend zijn waardoor de geest ook gemakkelijker verder kan gaan. Er zal minder een blokkering zijn. Wanneer de persoon zich zorgen maakt over zaken die hij niet heeft kunnen volvoeren, niet heeft kunnen afwerken en waar hij veel belang aan hecht, dan is het best dat u gewoon zegt dat de zaken zich verder allemaal wel zullen oplossen en dat hij of zij daar geen zorgen om hoeft te hebben. Het is essentieel dat u, wanneer u bij iemand bent die stervende is, onder welke conditie ook – is dit door een ongeval, door een ziekte of gewoon door ouderdom – dat u deze personen gerust stelt, dat u deze personen de idee geeft dat hun leven zinvol is geweest. Wie het ook is, maakt niet uit. Zelfs wanneer u zou geconfronteerd worden met iemand waarvan u denkt dat die man of die vrouw zijn of haar ganse leven niets anders dan crapuul is geweest, niets dan slecht heeft gedaan, toch zou het fout zijn om op het ogenblik dat deze stervende zijn, hen daarmee te confronteren. U weet niet wat de leerscholen zijn die daarachter zitten. Dus is het van belang dat u steeds probeert de personen in kwestie gerust te stellen op een heel rustige manier. Het is zelfs ook zo dat u best niet begint te weeklagen of dat u begint van: “Het is nu toch erg …” enz. Laat zulke zaken volledig achterwege.

Nu kan het dat personen stervende zijn, of de overgang is bezig, dat zij naar stoffelijke normen niet meer kunnen praten of dat u denkt dat zij u niet horen. Dit is een totaal foute interpretatie van de stofmens. Iemand die zich in een overgangsfase bevindt, zelfs wanneer de organische functies zijn weggevallen, hoort veel beter, neemt veel sterker waar dan de ‘gewone’ stervende patiënt die alles nog kan zeggen en die zogezegd nog stoffelijk kan horen.  Maar om terug te komen op deze eerste die zogezegd stoffelijk niet meer hoort, niet meer kan spreken, daar is het van belang dat u zich ook normaal gedraagt. U kan tegen zo’n persoon gewoon praten. Wanneer dit innerlijk zou zijn, wanneer anderen erbij zijn die dit niet appreciëren, is het voldoende om gewoon via gedachtekracht gedachten van tevredenheid, van positiviteit te richten op de persoon.

Wees ervan overtuigd dat iemand die op dat punt is, deze gedachte zeer sterk zal waarnemen en zelfs eerder zal ontvangen dan de klaagzangen van familieleden die zich staan te beklagen omdat iemand uit hun omgeving aan het overgaan is. Wanneer dan, nu wordt het nog belangrijker voor de hulp, de persoon in kwestie werkelijk overlijdt, stoffelijk gezien, de geest het lichaam loslaat, zit u in een periode dat er tussen het lichaam en de geest nog een wisselwerking is. Wanneer de geest voldoende bewust is, zal deze, wanneer hij opmerkt dat er niets meer mee te volvoeren is, het lichaam achter zich laten en meegaan met diegenen die vanuit onze zijde de opwachting maken: de afhaaldienst van de geest. Deze vangen normaal op, gaan mee met diegene die overgegaan is. Maar veel mensen, zeker in deze maatschappij, verwerpen gewoonweg dat er leven na de dood is of anderen zijn godsdienstig overtuigd dat er een bepaald afhaalcomité, engelen enz., zouden moeten aanwezig zijn en dat zij toch het recht hebben op de zetel naast God.   Al dit soort gevallen levert bij overgang meestal nogal eens een strijd op voor de geest die het lichaam eigenlijk niet wilt of durft loslaten. Op dat ogenblik is het van belang dat, wanneer u daar bij bent en u voelt aan dat – en wees ervan overtuigd dat wanneer u iemand begeleidt bij overgang, u dit zeker zult waarnemen dat er een ongerustheid is, dat er een angst is voor loslaten. Op dat ogenblik bent u het best dat u, bij de overledene staande, gewoon ook weer positieve gedachten uitstraalt. Dat u naar diegene die is overgegaan, zegt: “Kijk, alles is goed geweest, laat dit lichaam maar los, ga maar mee met de broeders die u hier willen verder helpen.” Desnoods zal van onze zijde wel een stukje theater a.h.w. worden opgevoerd om te trachten de persoon in kwestie te begeleiden.

Het is van belang dat, wanneer u in deze helpt, dat uzelf een positief signaal geeft; zeker niet een signaal van: “Het is nu erg, u bent dood.” of zeker ook niet: “Ik ben blij dat ik van u af ben.” Beiden zijn fout. Het signaal dat u als helper hier kunt geven, is: “Kijk, ik sta nog steeds bij u. In wezen is er niets veranderd. Het is alleen het stoflichaam dat u hier achterlaat.” En u geeft de impuls mee van: “Ga maar gerust mee met de broeders die hier zijn; alles komt in orde.”  Dit is van groot belang. Zo kunt u voor velen die overgaan, die nog niet heel ver gevorderd zijn op geestelijk gebied, de overgang tot een zeer waardevol gebeuren maken. Dit geldt voor alle soorten van overgang. Of het nu gaat om een kind of om een ouderling. Of het nu gaat om een jeugdige in volle ontwikkeling of een doorsnee persoon van middelbare leeftijd. Het maakt niet uit. De kwestie is dat u steeds de juiste impuls kunt geven en vooral dat uzelf, zeker wanneer u betrokken partij bent, uw emoties aangaande de overgang onder controle hebt. Op het ogenblik dat dat dan voltrokken is, dan zal de persoon in kwestie meestal met de broeders die komen afhalen in eerste instantie meegaan. Op dat ogenblik zal ook, hoogst waarschijnlijk, voor de meeste wat men noemt: ‘de gouden koord’ gebroken zijn. Eens de gouden koord gebroken, is er geen terugweg mogelijk. Maar dit wil niet zeggen dat de geest in kwestie daarom 100 % akkoord is om het lichaam achter te laten. We zien nog dikwijls dat vele geesten proberen om toch bij dit lichaam te blijven tot op het ogenblik dat het lichaam hetzij in de grond verdwijnt en bedekt wordt met aarde, hetzij verbrand wordt.

Wanneer de geest dit niet heeft willen loslaten, is dit weer op dit moment een zeer pijnlijke situatie. Ook dit zult u waarschijnlijk kunnen meemaken. Op dat ogenblik, wanneer u tijdens het begrafenisritueel merkt dat de overgegane het stoffelijk overschot niet kan loslaten, dan is het van belang dat u hier ook weer gewoon het signaal tracht te geven: “Vriend, alles is goed, laat het achter u.”   Wanneer u eventueel zou opmerken dat de persoon in kwestie – ik moet zeggen: de geest in kwestie – nog bepaalde boodschappen wilt doorgeven, kunt u deze aanvaarden en kunt u de geruststelling geven door te zeggen dat u zal zorgen om de boodschap door te geven. Het is hier weer zo dat het van belang is dat de geest daarop ingaat. Want anders krijgen we het fenomeen, dat komt ook voor, dat de geest die niet bewust genoeg is, zich uit angst inkapselt bij het stoffelijk overschot ondanks het feit dat het verbrand wordt of in de grond wordt gelegd. Daar dan blijft rondhangen omdat deze steeds opnieuw tracht de link te leggen naar de stof, met alle gevolgen van dien. We leven nu eenmaal in een periode waarin veel mensen het noorden kwijt zijn. In uw Westerse maatschappij veel meer nog dan in de Oosterse maatschappij zijn de mensen als de dood voor de dood. Vroeger had men nog bepaalde overtuigingen, geloofde men nog in bepaalde zaken. Nu zien we dat door de indoctrinatie van uw maatschappij, anderzijds door de eigenwijsheid van veel mensen het zo ver is gekomen dat de overgang – dat eigenlijk een doodnormaal verschijnsel is en volledig overeenkomt met de geboorte in de stof, maar dan een geboorte in de geest – voor velen een zeer zwaar drama is geworden. Daarom is het van belang dat u hier op de juiste manier kunt op inspelen.

Nu is er nog een ander punt. U kunt evengoed geconfronteerd worden met overgang van iemand die niet in uw buurt is, maar waar u toch een sterke binding mee hebt. Het kan zijn dat een kennis of een vriend die in een ander continent woont, iets tegenkomt en ook problemen heeft met loslaten. Op dat ogenblik kunt u, door u erop in te stellen, gewoonweg tijd en ruimte uitschakelen en aanwezig zijn bij de overgang. U kunt dit doen door u heel rustig in een meditatief proces te zetten. U kunt dit gewoon doen door u even af te zonderen en in een gemakkelijke zetel te gaan zitten en u de persoon in kwestie voor de geest te halen – iedereen zal zo wel zijn eigen gewoonten en mogelijkheden hebben – maar u hebt de mogelijkheid. Evengoed als een mens kan genezen op afstand, dat u een mens die overgaat, begeleidt op afstand. U kan in dit geval dan ook weer de zaken zo positief mogelijk voorstellen. U zult opmerken dat, ondanks tijd en ruimte verschillen, u heel duidelijk zult waarnemen wat er gebeurt. Dit kan ver gaan. Stel u voor dat er iemand is in Zuid-Amerika die u goed kent en die daar in een treinongeluk omkomt. Op dat ogenblik kunt u, zelfs wanneer het – en dat is toch belangrijk – dagen na het gebeuren is, daarop inspelen en helpen.

U moet beseffen dat in deze ‘tijd’ niet bestaat. Het is niet omdat u 5 dagen na het overlijden op de hoogte bent, dat u niet bij machte bent om tijdens de overgang, die dus in stoffelijke termen 5 dagen tevoren is gebeurd, bij te staan, te helpen door positieve gedachten, door de zaken in een juist daglicht te plaatsen. Dus denk niet, dat u omdat die kennis van u reeds 5 dagen dood is, u niets meer kunt doen. Integendeel, wanneer u zich daarop instelt, kunt u heel veel.  Nu, bij sommigen is de gevoeligheid wel zo groot dat, wanneer zoiets zou gebeuren, dat zij het gebeuren voorvoelen of op zijn minst aanvoelen op het ogenblik dat dit plaatsgrijpt. Het is dan ook van belang dat u, wanneer u zoiets voorvoelt – dit kan tijdens de nachtrust maar het kan ook wanneer u zeer ontspannen naar muziek luistert bv. – dat u aandacht geeft aan dat voorvoelen en dat u zo goed mogelijk daarop tracht in te gaan. Ook op deze wijze kunt u weer zeer intensief helpen.

Tenslotte kunt u nog meemaken dat overgegane personen u gewoon aanspreken of gewoon bij u komen aankloppen, zelfs personen die u niet gekend hebt. Dit kan gerust gebeuren op het ogenblik dat er zich rampen gaan voordoen en dat er een massa personen naar onze zijde komt. Ook hier is het van belang dat u, wetende wat er gebeurt, niet een reactie van schrik of van: “ach, wat gebeurt er nu?” toont maar dat u zich gewoon zo natuurlijk mogelijk tracht te houden en dat u ook hier weer, wanneer deze personen u contacteren, hen gewoon duidelijk maakt: “Kijk, waarde vriend, u bent al in een andere sfeer, uw lichaam is er niet meer bij maar u kunt gewoon verder gaan. Kijk rondom u. Er zijn rondom u entiteiten, vrienden van u, krachten die u willen helpen. Ook dit is van belang, dat u hier een positieve houding naar voor brengt. Schrik niet van de beelden die u soms zult waarnemen want waar catastrofes gebeuren, ontstaan er zeer sterke angstbeelden. Mensen worden overvallen door iets, de angst slaat hen om het hart en zij kunnen dit moeilijk lossen. Zij dragen dit a.h.w. mee. Het is dan aan u, als helper, om die angst te ontzenuwen, om duidelijk te maken dat ze verlost zijn van hun lichaam; dat de angsten, de pijnen die dat lichaam kon veroorzaken, dat deze hen niet meer kunnen raken; dat ze bevrijd zijn en kunnen verdergaan op hun weg van ontwikkeling.   Ik zeg dit wel zo en niet: ‘op uw weg naar het Licht.’  Want wees voorzichtig. Bij de overgang hebben velen een angst voor het Licht.  Waarom is dit? Omdat, wanneer men het Licht aanvaardt, men zichzelf moet aanvaarden zoals men is. En velen die overgaan, schrikken nogal eens als ze zien wie ze zelf zijn of voor wat ze gestaan hebben of voor wat ze staan. Met als gevolg dat zij zich heel gemakkelijk terugtrekken in een soort nevel of in duister. Daarom is het veel beter dat u hen in eerste instantie als mens gewoon verder helpt op hun weg, zonder, wanneer u niet zeker weet in welke sfeer zij thuis horen, te zeggen: “Ga maar naar het Licht.”

Laat dit maar aan ons over. De afhaaldienst van onze zijde kan veel gemakkelijker aanvoelen wat er leeft in deze overgegane en zal trachten, vanuit de beeldvorming die hij over zichzelf maakt, daarop aan te zetten en zo naar het Licht te voeren. U zou dit het best kunnen vergelijken met het plots aansteken van de koplampen van een wagen wanneer het duister is en u zet daar iemand voor en u zegt: “Kijk er maar in.” Die gaat ook direct de ogen afschermen omdat het licht te sterk is en daar moet u, zeker bij overgang en zeker bij crisisovergang, zoals we er in de toekomst zeer vele gaan kennen, ook in deze streken, rekening mee houden opdat u dit voorkomt.  Het beste is gewoon vanuit het stoffelijke steeds te trachten het positieve van de persoon naar voor te schuiven zodat hij zichzelf al durft erkennen; dat hij niet denkt dat hij dit of dat moet verbergen. Want op het ogenblik dat een overgegane iets tracht te verbergen, wat het ook zij, kapselt hij zich in, gaat hij zich harmoniëren met het duister en wordt het zeer moeilijk. Daarom is het dus steeds van belang de juiste impuls te geven.

U vindt dit misschien een zwaar onderwerp maar wij hebben ervoor gekozen dit naar voor te schuiven omdat we vanuit onze zijde ook zullen trachten zoveel mogelijk van uw kennis gebruik te maken bij de overgang van velen.  Ach, het is niet alleen hier, dat we deze boodschap brengen. We zijn op vele plaatsen deze zelfde boodschap aan het brengen. Hoe meer mensen in de stof de idee achter zich kunnen laten dat overgang een eindpunt zou zijn, hoe beter en hoe sneller diegene die overgaat kan geholpen worden. Want dit is één van de grote minpunten in uw maatschappij: de idee dat de stoffelijke dood toch iets ergs is, dat dit een zeer droeve gebeurtenis is.   Wanneer u het in de totaliteit van uw bestaan bekijkt, en dit geldt voor iedere stoffelijke mens, dit geldt ten andere voor elk leven op deze planeet, is de overgang of de dood een heel normaal verschijnsel, even normaal als u dagelijks eet, ademt, enz.

Kijk even naar uw dierenwereld: een dier aanvaardt, onder natuurlijke condities, de dood zonder enig verweer. Wanneer uw huisdier – of u nu een poes, een hond of een paard hebt – sterft, wat denkt u dat zo’n dier als dusdanig waarneemt en doet?   Het dier volgt gewoon zijn gevoelens. Dit wil zeggen dat wanneer het huisdier overgaat, het gewoon vaststelt dat zijn stoffelijk zijn eigenlijk niet meer reageert op zijn impulsen. In de eerste omstandigheid en in de eerste moment zal het dier nog proberen dat stoffelijk lichaam even in beweging te krijgen. Maar op het ogenblik dat het voelt dat hij er geen vat meer op heeft, gaat het dier gewoon in de sfeer zijn weg verder. In sommige gevallen zal het dier volledig opgaan in de groepsgeest. In andere gevallen zal het een zelfstandige entiteit gaan vormen. Maar er is bij het dier geen verzet tegen, ook geen angst voor overgang. Mensen denken dikwijls dat dieren angst hebben om te sterven. Dit is niet waar. Een dier kent geen angst voor de dood. Een dier kent wel – en dat is iets anders – angst op het ogenblik dat hij in een omgeving komt waar veel dieren gedood worden. Daar ontvangt het levende dier nog signalen van de dood en dan gaat het dier zelf, stoffelijk, reageren. Maar dit is ook geen angst. Het is een instinctieve reactie van: “Hier hoor ik eigenlijk niet.”   Op het moment dat het dier dan gestorven is, gaat het gewoon zijn eigen gang verder.

Ik haal dit naar voor omdat we het belangrijk vinden dat u ook dat beeld van overgang als normaal zouden kunnen aanvaarden, dat u stopt met zeggen dat het erg is wanneer iemand gestorven is zelfs wanneer het iemand is uit uw nabije omgeving of uit uw familie. Ik weet dat dit misschien zeer cru klinkt en zeer hard want de mens is toch nogal gebonden aan wat hij of zij denkt dat het zijne is. Doch vergeet niet dat niets, maar ook niets, het uwe is. Iedere persoon die leeft, is een individu. U kunt een overeenkomst hebben met een bepaald persoon in de stof, u kunt daar bepaalde biologische bindingen mee hebben maar in wezen verandert er niets aan de essentie. Elke stoffelijke mens is een entiteit die in de stof is verpakt. De entiteit heeft zijn eigen bestaan, en in vele gevallen reeds zeer lang, opgebouwd en gaat na de overgang ook gewoon weer verder. Misschien tot een volgende stoffelijke incarnatie, dat kan zijn, maar het kan ook iets totaal anders zijn. Al de emotie van: “deze mens is mijn vriend; of: dit is mijn vrouw; of: dit is mijn man, mijn kind, mijn neef, mijn nicht, …” zou voor u geen barrière meer mogen zijn om juist te kunnen werken wanneer er iets gebeurt. U zult ook opmerken, wanneer u zich kunt bevrijden van deze stoffelijke emotie en iemand op een juiste manier bij te staan in de overgang, dat u zich achteraf ook veel beter gaat voelen. Want i.p.v. het aanvoelen dat er een verlies is, zult u door uw hulp en ingesteldheid juist het omgekeerde ervaren. U zult ervaren dat er een meerwaarde is ontstaan.

Dit is misschien nog moeilijk te begrijpen, maar toch, eens u in deze zaken meer thuis zult zijn, zult u dit kunnen beamen.  Tracht vooral niet in de eerste plaats geëmotioneerd te reageren maar tracht vooral te zien wat de waarde is van wat wij u hier trachten te brengen. Tracht vooral na te gaan hoe u hier praktisch mee overweg kunt. Want, u wilt zo graag met krachten werken; u wilt zo graag in harmonie zijn met de aarde, met de natuur en deze mogelijkheden gebruiken. Vergeet dan niet dat ‘dood’ daar evengoed toe behoort.

U kunt de dood niet ontkennen. Zij is nu eenmaal deel van dit stoffelijk bestaan, deel van deze aarde. Uw ganse systeem is er ook op gebaseerd. Dus, wilt u verder kunnen, wilt u kunnen werken, wilt u – ik zal het heel krachtig zeggen – uw eigen weg van bewustwording verder ontplooien, dan moet u ook op dit terrein deze zaken kunnen hanteren.

*Er is op aangedrongen om bij een overgang alle emoties opzij te zetten en gewoon het werk te doen dat gedaan moet worden. Ik denk dat dat vrij evident en gemakkelijk is bij mensen die u niet kent maar wat, vooral in het extreemste geval, denk ik, als het uw eigen kinderen zijn? Rationeel, denk ik, kan ik dat dan wel plaatsen dat u bepaalde dingen moet doen maar ik denk dat het emotioneel op zo’n moment toch heel zwaar is. Hebt u bepaalde hints of zijn er bepaalde technieken die u kunt toepassen om die emoties op dat moment echt uit te schakelen?

Op het ogenblik dat u beseft dat, zelfs wanneer het uw eigen kind is, dit kind zijn weg gaat die voor hem is uitgestippeld en zeker wanneer dit gaat om bewuste overgang, dan denk ik dat de benadering al totaal anders ligt. Wanneer het een direct familielid van u is, is het misschien raadzaam om u eventueel te laten bijstaan door iemand anders. Dit is misschien een te overwegen denkpiste.  Anderzijds, zou ik zeggen, moet u toch, u kunnen vrijmaken van de gedachte: mijn kind, mijn vrouw, mijn man, mijn familie, … Want dit bestaat niet, hoe cru dit ook klinkt, maar uw kind is niet uw kind. U bent maar verantwoordelijk voor die persoon tot zijn volwassenheid en dan gaat hij zijn eigen weg. De geest die daarin leeft, heeft in principe met u alleen de harmonie te maken. Op het ogenblik dat u dat beseft, dan maakt het niet uit of het kind nog met u in de stof is of het is aan onze zijde.  Ik weet het, voor de mens is dit moeilijk te begrijpen. Emotioneel ligt dit dikwijls heel moeilijk maar toch, moet u trachten te aanvaarden dat, zelfs wanneer het om een kind gaat, dit zijn eigen weg wil en moet gaan.

U vraagt mij of er bepaalde handelingen zijn, bepaalde trucjes misschien?  Op het ogenblik dat u ernstig probeert uit te voeren wat wij u tot hiertoe geleerd hebben en naar voor gebracht en u kunt vertrekken vanuit deze gedachte, dan hebt u het beste trucje in handen om zelfs uw eigen emotie daarmee in evenwicht te houden.

*Op het ogenblik dat iemand in de overgang zit, gebeurt het soms dat ze zeggen dat hun vader daar op bezoek is of hun moeder. Is dat dan werkelijk die persoon of is dat dat theater waarvan u sprak?

In sommige gevallen kan het wel degelijk zo zijn dat het een vader of een moeder is maar dan moet u er rekening mee houden dat dit zich niet als vader en moeder manifesteert maar wel de bepaalde harmonieën, de bepaalde bindingen die reeds lang in het bestaan van die entiteiten aanwezig zijn. Dit wordt dan door de stervende vertaald als zijnde vader, moeder, broer, zuster, enz. Dat bij deze uitspraken 85 % helemaal niets te maken heeft met vader of moeder maar dit vertaald wordt in de stervende als vader of moeder.

Wat ook kan zijn is, wanneer van onze zijde de broeders die de afhaling verzorgen, opmerkende dat er bepaalde problemen zijn, zullen zij trachten om de gemoedsgesteldheid van diegene die overgaat gerust te houden en hun ook een goed gevoel te geven.  Zij zullen zich dikwijls projecteren als zijn vader, zijn moeder enz. Dit kan evengoed zijn, dat dit ook het beeld is van een vriend of een vriendin die heel goed gekend is geweest. Maar dit zal niet zo rap uitgesproken worden want dan zou de goegemeente op haar achterpoten staan. Nochtans, dit gebeurt heel vaak omdat het van belang is dat diegene die overgaat dit in alle sereniteit kan doormaken. Het zou niet de eerste keer zijn dat een man die jarenlang een bezoek heeft gebracht aan een bepaalde prostituee, deze prostituee ziet bij de overgang en daarmee samen naar de andere zijde komt.

Moeilijk aanvaardbaar voor deze maatschappij. Nochtans, er is niets nieuws onder de zon. 2000 jaar geleden, aan het begin van uw Hebreeuwse wereld, het christendom, toen had u al lang de tentenprostitutie en dit was heel normaal. Dus, wat is er veranderd? Niet veel.

*Iemand die zelfmoord pleegt, de tijd ervoor, die leeft toch ook in conflict met zichzelf? Kunt u dat dan ook nog oplossen na zijn sterven?

Wanneer iemand zelfmoord pleegt en hij doet dat zeer bewust om anderen leed te besparen –iemand is zwaar ziek en weet dat hij tot last zal zijn van anderen – dan is dit een zeer positieve overgang.

Wanneer iemand zelfmoord pleegt als vlucht voor het leven, dan zien we meestal dat deze personen zich na de overgang volledig inkapselen en afsluiten van alle mogelijke hulp. Daar zal het zeer moeilijk zijn om in te grijpen. Doch, wanneer u deze persoon die zelfmoord heeft gepleegd, zeer goed hebt gekend, wanneer u de goede kanten van die persoon ook kent, is het soms mogelijk door gebruik te maken van een foto van die persoon, u daarop te concentreren en eventueel met het laten branden van enkele kaarsjes, als symbool van licht voor u. De positiviteit die u kent van die persoon, naar dat beeld uit te stralen. Wanneer u een voldoende band hebt gehad met diegene die zelfmoord heeft gepleegd, kan het zijn dat u zo zijn afsluitcocon kunt doorbreken en dat u hem de hand kunt reiken om zo toelating te geven aan wie hem wilt helpen aan onze zijde om met hem verder te gaan. Maar het ganse probleem van een zelfmoord voor ontvluchting van, is dat de dader zich realiseert dat hij eigenlijk op herscholing moet om wat hij heeft ontvlucht terug door te maken en het op een juistere manier af te werken. En dit kan soms wel eens leiden tot een zeer lange, in mensentijd uitgedrukt, inkapseling in het duister, niet een duister van demonen maar een eigen duister waar u eigenlijk bijna totaal in vergaat.

*Hoe kunt u het best zwaar demente personen begeleiden in de overgang?

 In de overgang bent u niet zwaar dement. In de overgang bent u helder van geest. Een geest kan niet dement zijn. Dementie is eigen aan stoffelijke hersenen, aan een menselijk lichaam. Maar iemand die dement is en sterft, is op het moment dat het stoffelijk lichaam stervende is, helemaal niet meer dement. Want de geest bevrijdt zich juist van een kapotte verpakking waardoor dat deze geest alles zeer duidelijk waarneemt. Het heeft weinig zin, wanneer u een demente kennis hebt die stervende is om daar tegen bezig te zijn: “’t Is toch erg …” Die geest zal in zichzelf denken: “Ach, wat weet u nu van de werkelijkheid?” In veel gevallen zal de overgang van een dement persoon een bevrijding zijn wanneer de geest, wat betreft de dementie, dit eigenlijk niet gezocht heeft. Maar wanneer de geest een lichaam heeft gezocht met de afwijking tot dementie, wil hij dit doormaken en zal hij dit zo lang mogelijk trachten in stand te houden om er een zo groot mogelijke lering uit te trekken. Ook dit is weer voor u als mens zeer moeilijk plaatsbaar omdat u denkt dat dementie toch erg is. Maar in wezen moet u het zo zien dat het stoffelijk lichaam dat dement is, er eigenlijk geen last van heeft omdat dit nog uit pure instinctieve impulsen reageert. De geest die het gezocht heeft, leert er veel uit. Dus, waarover maken we ons druk?    Ik weet het, ik zeg hier zaken die u misschien niet zo aanstaan maar het is nu eenmaal de werkelijkheid, besef dat wel. De werkelijkheid is niet datgene wat u dagelijks rondom u ziet, dat is illusie. Ach en maakt u niet druk. Als u aan mijn kant komt, gaat u dat allemaal direct zien en begrijpen en dan gaat u misschien nog eens terugdenken aan een avond als deze waarop u het toch zo moeilijk had om dat allemaal te aanvaarden.

*Dus in de geest bestaat er geen illusie?

De geest is één illusie. Want al wat u denkt als geest, realiseert u, zo simpel is het. Omdat wij nu eenmaal energie zijn en geen stof en wat wij denken, is.   Dus, voor de mens is dit illusie.   Maar wij zijn geen illusie.   Moeilijk hé. Even nadenken.

*Dus u kan na overgang best gewoon verder leven, hier op aarde, in uw illusiewereld?

O ja. Hoeveel illusiewerelden, zomerlandsfeertjes enz. bestaan er toch niet. Er zijn er zeer velen die overgaan en die zich in een ideale wereld gaan positioneren waar alles beantwoordt aan wat zij goed vinden, mooi vinden. Alleen, het verveelt nogal rap.    Als u een godganse dag, als man in een prieeltje zit naar mooie dames te kijken die voorbij wandelen – authentieke verhaaltjes, hoor – ja, op den duur wilt u wel eens iets anders zien, nietwaar? Dan kunt u wel eens een ander idee maken, dat u ergens op een eiland zit met kokosnoten en dan kunt u nog eens een ander idee maken dat u weer ergens anders zit. Maar op de duur voldoet dat niet. En dan gaat u zoeken. Dan gaat u maar eerst beginnen aan uw zoektocht naar bewustwording. Maar het is daar dikwijls dat velen in die zomerlandsferen en dan spreek ik nog van die positieve sferen want u hebt er ook al wat nevelige en u hebt er ook al wat duistere naargelang uw ingesteldheid.  U hebt sferen waar men permanent oorlog voert; men vindt het fantastisch elkaar de duivel aan te doen. Het is uw eigen idee op dat moment, let wel, maar ze bestaan. U moet daar als geest of als entiteit kunnen van loskomen om verder te evolueren. Maar daar loopt het nogal eens fout omdat velen trachten een illusie te gaan omzetten in een stoffelijke werkelijkheid met als gevolg dat ze wel eens op de verkeerde tram stappen. En dan beklagen ze zich weer dat ze in het leven zitten, met alle gevolgen vandien.

*Als ik het eigenlijk bekijk, is de geest dan een verlenging van wat we hier op aarde doen in veel gevallen omdat u, als u zegt dat wij voor zoveel % in de illusie leven, bij overgang ook waarschijnlijk onze eigen illusie creërende, kunt u daar wel een hele tijd mee vasthangen.

Natuurlijk! Er lopen bij ons nog altijd Romeinen rond en Atlantische zwarte priesters die denken dat Atlantis  nog altijd de macht heeft. Natuurlijk! Waarom niet? Want bij ons bestaat ‘tijd’ gewoon niet. Bij ons, en dat is voor u het moeilijkst te begrijpen, is enkel het denkbeeld.

*Uiteindelijk is dat bij ons ook zo, want wij creëren, we denken.

Ja, maar u zit aan de stof gebonden. Probeer anders maar eens hier op de tramsporen te gaan staan en de tram tegen te houden. Als geest kunnen we dat zonder probleem maar ik zou het u als stofmens niet aanraden! Als u begrijpt wat ik bedoel, werd er ergens in de literatuur ooit geschreven.

*Er is nu over de overgang gesproken, ik probeer mij daar ook een begrip van te vormen. U spreekt altijd over de’ afhaaldienst’, entiteiten die afhalen, maar is het één entiteit per persoon of moet ik dat eerder zien als een bus entiteiten?

Ach, dat hangt er een beetje van af. Als u een paus moet afhalen, dan hebt u wel wat meer volk nodig want die is zo gewoon om toegewuifd te worden dat hij anders niet meegaat. Maar wanneer u een slimme, gewoon denkende mens hebt, dan kan het zijn dat u die met 2-3 entiteiten meekrijgt.

*Mag ik nog even terugkomen op die dementie?  Dus, u zegt dat de geest niet dement is, maar wilt dat dan zeggen dat u, gedurende de periode voor die overgang, dan ook op een normale wijze contact met de geest kunt leggen?

Natuurlijk. Simpel antwoord, maar het is zo.

 *Dat is dan hetzelfde voor gehandicapten, broeder, of zit daar een verschil in?

Maar nee! Je hebt de geest die het voertuig bevoertuigt, die ervoor zorgt dat dat voertuig volgens de stoffelijke, aardse normen kan functioneren, evengoed als er nu ook een geest aanwezig is. Wanneer u de moeite wilt doen om u open te stellen, kunt u met uw eigen geest een wisselwerking creëren. Waarom zou u dan geen wisselwerking kunnen creëren met de geest van een ander? Alleen mensen, zitten altijd met hetzelfde probleem: het is zo moeilijk de werkelijkheid te aanvaarden. U gelooft liever in de illusie van uw rationeel denken. Met als gevolg dat u overal barrières plaatst en dat u dan dikwijls met uw hoofd tegen een zelf geplaatste muur loopt. Maar waarom denkt u dat er mensen zijn die gewoon met hun gedachten iedere hond kunnen dwingen te luisteren of ieder paard kunnen overtuigen te doen wat zij willen?

*Ik had eigenlijk graag nog een vraag. Vorig jaar hebben wij onze hond nog een spuitje laten geven omdat hij gebeten had. Hoe is die ervaring voor die hond op dat moment eigenlijk?

Ach kijk, wanneer u een hond hebt die geëuthanaseerd wordt, dan ervaart hij dat op dat ogenblik een beetje als: “Wat gebeurt hier nu? Ik wil hier mijn baasje in de billen bijten en het lukt niet meer.” Dat kan dan wel even frustrerend zijn maar gezien het niet meer lukt, draait hij zich meestal om en gaat verder. Maak u daar geen zorgen om.  Een dier dat een spuitje krijgt, die aanvaardt dat het gebeurd is. Maar een dier heeft geen levensbesef zoals een mens. Een dier leeft, leeft volgens de wetmatigheden van de natuur en binnen die natuur. Op het ogenblik dat dat spuitje komt, ja dan gaat de geest van dat dier gewoon zijn gang verder. Het merkt op dat het dat lichaampje niet meer kan besturen en dan ziet hij het wel. Wanneer die hond het hier heel goed gehad heeft, tracht hij een individualiteit op te bouwen in de geest en daarin verder te gaan. Soms zien we ook dat ze direct opgaan in de groepsgeest.   Maar, als het u kan geruststellen, het dier heeft daar geen problemen mee. Ik denk dat het baasje er meer problemen mee heeft.

Tot slot: tracht dood en overgang te zien als zijnde normale gebeurtenissen in het leven van een mens.  Dood voor de stof is geboorte in de geest, alles gaat gewoon verder.