Het begrip stof – geest

20 september 1966

Ik wil allereerst uitgaan van het begrip van de geest. Er bestaat nogal wat verwarring van termen in deze wereld en ik stel dus voorop dat ik als ziel beschouw: de kern van de mens, de Goddelijke kracht die in alle leven aanwezig is. Onder de geest versta ik: het bewuste ik, het bewustzijn dat zich rond deze kern bevindt. En onder de wereld zal ik in dit verband vooral verstaan: de stoffelijke wereld ofschoon er wel degelijk ook vele andere zogenaamde werelden zijn.

Allereerst, de kwestie van de geest. God schept. Wie God is weten we niet, we kunnen er ons een denkbeeld van maken maar dat is een menselijk denkbeeld en daardoor bijna zeker onjuist door zijn onvolledigheden. Er is een creator, een eerste oorzaak. Deze oorzaak zou volgens ons inzicht, bij onze groep dus, liggen buiten ruimte en tijd. Wij zien ruimte en tijd als een gevolg van het scheppingsverschijnsel, niet als een conditie waarbinnen het plaats vindt. God schept buiten ruimte en tijd. God is daarbij zichzelf, maar openbaart zichzelf in vele verschillende facetten. Dit worden persoonlijkheden. Deze persoonlijkheden worden ten dele tot de zielen die wij kennen. Rond hen is nog geen vorming. Misschien mogen wij hier met enige aarzeling het woord prima materia gebruiken, de oermaterie of oerstof. Misschien is het beter om hier te denken aan die vele vreemde kleine delen die zich bij het onderzoek van de kleinste stofdelen hebben getoond, soms als trilling, soms als materie. Een tussenvorm die moeilijk bepaalbaar is. Er te een energie die materie kan zijn in bepaalde omstandigheden.

De ziel bevindt zich te midden daarvan. Er is voor haar dus niet alleen een eigen ik maar een milieu. Door het milieu wordt zij bewust. Dit is heel belangrijk wanneer wij de verhouding geest-wereld willen begrijpen. Wanneer u op aarde komt in België bv. dan verstaat u geen Egyptisch. U spreekt uw eigen taal. Uw denken, uw reactie op de buitenwereld is op uw eigen taal gebaseerd. De ziel komt in een stoffelijk milieu. Dit milieu bepaalt de indrukken die zij opdoet. De geest dankt dus a.h.w. haar wezen aan haar relatie met de buitenwereld.

Maar stel nu er is een geest die incarneert op aarde, onverschillig in welke vorm. Zij wordt dus geconfronteerd met de natuurwetten en verschijnselen die op aarde bestaan en erkent deze in relatie tot zichzelf. Want er is altijd sprake van een wisselwerking. Hier ben ik, daar is de wereld. Wat ik ben voor die wereld, verandert die wereld, maar wat die wereld is, verandert ook mij. Nu komt die geest weer vrij. Haar denken haar bewustzijn is opgebouwd uit die wereld. En ook wanneer dit bewustzijn verder gaat in een andere sfeer of wereld zal die ervaring er deel van blijven uitmaken. Naarmate iemand meer met deze menselijke wereld, deze aarde, gebonden is zal zijn scala van erkenning en uitdrukking ook meer aan die wereld gebonden zij En nu komt die geest dus in een sfeer. Maar in die sfeer denkt die geest nog steeds met termen die aan de aardse ervaring mede zijn ontleend. Die geest reageert, maar haar reacties worden medebepaald door datgene wat ze op aarde aan ervaring heeft opgedaan.

Het is duidelijk dat die aarde een belangrijke plaats heeft. Misschien is die enigszins sentimenteel en kunnen we dat vergelijken bij iemand die geëmigreerd is en in zijn nieuw vaderland terugdenkt aan zijn geboortegrond. Maar het sentiment is er. Het gevoel van verbondenheid is er. Het is duidelijk dat die geest dus een zekere belangstelling heeft voor wat er op die aarde gebeurt. Naarmate die geest meer tijd heeft in haar eigen bestaan om te denken en waar te nemen, zal zij haar verbondenheid met die aarde beter beseffen. En zo kan worden gesteld dat zelfs de meest bewuste geest die ooit op aarde is geweest, dankzij het contact met die aarde en de daardoor in het ik gelegde waarden van bewustzijn, zich met die aarde verbonden zal blijven voelen.

Wanneer je mens bent, dan is in de gehele wereld eigenlijk de medemens het meest belangrijke. Of je dat nu toe wilt geven of niet, je leeft voor een groot gedeelte als mens door je behoefte erkend te worden door de medemensen. Je handelt heel vaak juist om je verbonden te weten met een medemens. Het idee dus van samenhorigheid. Nu kunnen we wel zeggen dat het een kudde-instinct is, maar dat neemt niet weg dat het bestaat. Alle ervaringen als mens zijn dus ervaringen die op de gemeenschap gebaseerd zijn. Het is duidelijk dat de geest ook dit voor een groot gedeelte zal bijhouden en dat zij in haar eigen wereld de neiging zal hebben om deze gemeenschapsbeleving die in de menselijke samenleving op aarde is, ook daar voort te zetten. Zij zoekt ook daar harmonieën en contacten. En naarmate zijn eigen zijn en streven op aarde bekend wordt, terugvindt in andere misschien of in groepen, zal zij ook de neiging vertonen om zich met die groepen verbonden te voelen. De geest is misschien wat uitgestegen boven wat menselijke behoefte van erkenning door anderen, zij is over het algemeen nog niet ontkomen aan haar behoefte zelf het gevoel van deelgenootschap in zich te kennen. En dit kan haar tot ingrijpen, dit kan haar voeren tot helpen, maar zo zij zichzelf ongelukkig voelt en een verwerping vanuit het Al voor zichzelf meent te constateren dan zal zij ook gezelschap willen hebben. Zij kan dan trachten anderen in diezelfde roes van stuurloosheid en negatief bestaan mede te betrekken. Wij noemen zo’n geest dan misschien duister of hels, of uit demonie voortgekomen, het neemt niet weg dat zij handelt en reageert volgens normen die nog steeds voor alle geest die in de mens gelooft, gelden zal.

Zo kom je dan aan de reeks van verschijnselen. In het spiritisme zijn de verschijnselen die opzienbarend zijn vaak het meest geliefd. Ik denk hier aan kabinetsseances waarbij bv. een trompet rondzweeft waarbij de directe stem spreekt.  Dit zijn natuurlijk wel middelen waarmee je veel kracht kunt verspillen. Aan de andere kant brengt het toch wel een zeer direct contact, een zeer directe erkenning. Vooral degene die dus behoefte heeft aan de erkenning door anderen en die niet slechts in zich de gemeenschap willen uitdrukken, zal zich lenen, wanneer hij over de kracht en de mogelijkheid beschikt tot het veroorzaken van dergelijke verschijnselen.

Anderen zullen er misschien de voorkeur aan geven, zoals wij doen, om te spreken, om de mens iets uit te leggen van haar eigen denken, haar eigen bestaan, en zo de band tussen mens en geest meer reëel te maken, iets minder sprookjesachtigs geven. Er zijn er natuurlijk ook die ook dit niet van node hebben en die ingrijpen in de mensheid als geheel gewoon om te helpen. Die zelfs niet erkend willen worden, zoals sommige weldoeners hun aalmoes alleen in stilte geven. Wel er zijn natuurlijk meer soorten maar u kunt die fenomenen die werkelijk spiritistisch zijn zoals u dan zegt, dus toch wel meestal in die drie klassen onderbrengen.

Hoe moet u nu de binding zien met de aarde? Wel wanneer ik die aarde waarneem en ook persoonlijk doe ik dit vanuit mijn bestaan zeer vaak, dan zie ik de verhoudingen niet zoals een mens ze ziet. Dat is ook logisch. Ik heb nog wel hetzelfde bewustzijn, dezelfde referentie mogelijkheden vaak, maar wat ik niet heb is dezelfde onveranderlijke wereld. Ik leg de nadruk op eigenschappen die in de menselijke wereld oorspronkelijk misschien niet zo belangrijk zijn. In mijn eigen wereld zijn ze van groot belang en daarom schat ik ze boven al het andere. Wanneer u dit dus beseft, zult u ook inzien dat er altijd een verschil moet zijn tussen de geest die zich uit naar de mensen toe, en de wereld van de mens zelf. Ik kan een predictie geven, een voorspelling doen, ik kan profeteren. Maar wanneer ik profeteer, dan kan ik niet profeteren wat voor u belangrijk is. Ik kan slechts weergeven wat voor mij belangrijk is, wat mijn aandacht trekt. Het kan wel zijn dat wat voor mij van het hoogste belang is voor u uiteindelijk onbelangrijk lijkt, omdat u het niet in de tijd, in de oorzaak en gevolgwerking ziet zoals ik dat heb gedaan.

Het wordt dus zeer moeilijk om de verhouding stof-geest, of geest-stof vanuit één standpunt te bezien zodat ze beide factoren geheel omschrijven. Wanneer ik hier spreek dan vertegenwoordig ik uit de aard der zaak het standpunt van de geest die haar definitie van het contact met de wereld met de aarde wil geven. Ga ik nu een mens helpen dan zal die hulp niet altijd zijn wat de aarde van mij verwacht. Vb. Iemand is geestelijk rijp voor de overgang. Die iemand lijdt, men vraagt hulp aan God of aan de geest of een heilige, er zijn zoveel van die kanalen om die hulp te vragen of hulp te verlenen, ik voel mij met die wereld verbonden. Maar nu zie ik dus dat het verder leven voor zo iemand alleen maar overdaad schaden is, tijd verknoeien. Dan kunt u zeggen: ja maar er zijn zoveel mensen die zo iemand graag in leven willen houden. Dan zeg ik op mijn beurt: ja maar die mensen begrijpen niet wat belangrijk is. Ik kan vanuit menselijk standpunt volledig verkeerd zijn, ik help dan die mens om snel en zo pijnloos mogelijk over te gaan en bewust te worden. Het kan ook zijn dat men zegt: als die nu maar eens werd weggenomen, al dat nutteloos lijden. Maar wanneer ik dat bezie dan is voor mij het begrip van die entiteit die persoonlijkheid zodanig gering dat ik het gevoel heb, die past er nog niet. Wanneer die bij ons komt, dan wordt dat een lijdensweg voordat hij kan aanvaarden dat hij in een wereld zit waarin ook nog wat anders dan het zuiver stoffelijke meetelt bv. of waarin de werkelijke situatie anders is dan zijn geloof of zijn filosofie. En dan zal ik zo iemand de kracht geven om te blijven leven ondanks de pijnen, zover mij dit mogelijk is. Ik geef deze vb. maar om duidelijk te maken hoezeer dus de opvattingen kunnen verschillen.

Wanneer ik mij kenbaar moet maken aan een mens sta ik ook weer voor een groot probleem. Alle pogen om mij direct kenbaar te maken in een zichtbare vorm betekent dat ik mij moet materialiseren. De fijnste materie samenvoegen tot ze een zodanige vorm heeft dat zij licht kan reflecteren, of zelfs verder gaande een tastbare vastheid bereikt. Daar is een enorme kracht voor nodig, daar is tijd en sfeer voor nodig. Veranderingen in de vochtigheids-verhouding van de atmosfeer, van het aard elektrisch veld, een magnetische storm ja zelf licht van bepaalde frequentie kan mij daarbij zeer hinderen en storen. Het zal u duidelijk zijn dat ik dit over het algemeen niet zal doen tenzij ikzelf leef op een vlak waar eigenlijk al een pseudo stoffelijke vorm bestaat, nl. de astrale wereld. Leef ik in de astrale wereld dan heb ik een vorm en is het verdichten daarvan over het algemeen niet zo moeilijk. Wanneer ik echter eerst via het astrale een vorm moet opbouwer en verder manifesteren, nou ja dan is zoals men wel een zegt, het sop de kool niet waard, dan heeft het geen zin. Ik moet dus zoeken naar een veld waarin mijn communicatie voor mijzelf en voor de aarde zo doelmatig mogelijk is. En dan heb ik daar allereerst te maken met het bewustzijn van de mensen als geheel. Er bestaat zoals u misschien weet een gezamenlijk denken, een wederkerige beïnvloeding, men noemt het wel eens het bovenbewust zijn. Die beïnvloeding die geeft dus niet het karakter, de aard, de behoefte de verlangens van één mens weer, maar wel van een ras of van een groep. Daarop kan ik mijn instelling doen. Dat is een uitstraling van voldoende sterkte, ik kan mij daarbij aanpassen.

Ik heb nu dus een algemeen inzicht uit dit bovenbewustzijn opgebouwd. Wanneer er nu iemand is die niet persoonlijk strijdig is met die geheel bovenbewuste waarde en die gelijktijdig ontvankelijk is, kan ik zo iemand beïnvloeden. Dit kan de vorm aannemen van inspiratie, niet beseft, een halve dominantie waarbij ik dus overheers en ook een werking tot stand komt die inspiratief genoemd wordt. Ik kan oversluieren, mijn eigen wezen dus zover a.h.w. vervlechten met de uitstraling van de persoon in kwestie dat het moeilijk valt om zijn twee persoonlijkheden te scheiden. Ik kan verder gaan, ik kan de hersenen overnemen, dan heb ik ongeveer wat ik op het ogenblik heb en ik kan verder gaan en de gehele persoonlijkheid zonder meer in beslag nemen. Via die persoon kan ik mij dan uiten, maar ik ben beperkt. Als je een orgel hebt, kun je wel veel instrumenten imiteren, maar je kunt geen tuba of fagot gaan spelen, en je kunt de klank van een viool misschien nabootsen maar een snelle pizzicato passage krijg je er nooit uit. Diezelfde moeilijkheid heb ik. Wanneer ik een mens heb dan ben ik gebonden voor een deel aan hetgeen in hem berust. Gelukkig niet alleen zijn redelijk bewustzijn maar ook zijn onderbewustzijn. Al wat hij heeft gehoord, gelezen, gezien of hij daar nu zelf iets van weet of niet, is bruikbaar. Daarmee kan ik dan een uiting, een contact met die wereld opbouwen. Het contact met die wereld is voor mij een bevrediging. Heel vaak heeft de mens het idee dat het eigenlijk niets bijzonders is, dat het weinig betekenis heeft voor de geest dat het alleen maar goedheid is, neen, want ik heb dit gevoel van “‘behoren tot” wanneer het de mensen op die wereld slecht gaat, dan krijg ik de uitstraling ervan. Ik voel dat aan en in mij beginnen de herinneringen te herleven van ellende en onrecht. Ik voel me niet behaaglijk. Wanneer ik daarentegen die ellende kan verminderen zodat er een hoop, een verwachting, een tevredenheid ontstaat, zo kan ik mijzelf gelukkig voelen omdat ik al datgene wat in mijzelf in verband staat met juist deze gevoelens en denkwijzen a.h.w. gedekt wordt. Het isoleren van de aarde is zeer moeilijk. Ik heb dit al gezegd, de eigen referentie, de eigen denkwijzen zijn zozeer mee aan die aarde ook gebonden dat je er nooit helemaal los van komt. U kunt dan als levend wezen los staan. Maar als levend wezen los staan, betekent nog niet dat je dus helemaal geen belangstelling meer hebt. Dat je niet ergens een begrip hebt van verbondenheid.

Wanneer ik met u spreek, zoals ik op dit moment doe, dan is mijn uitdrukking van verbondenheid een poging om u duidelijk te maken hoe de zaken er nu eigenlijk wel voorstaan. Zo eerlijk als ik kan, zo waar als het mij mogelijk is. Daarbij is het mij helemaal niet belangrijk dat u mij erkent als geest. Voor mij is het contact van mij uit belangrijk. En uw belangstelling voor mijn woorden, of u ze aanvaardt of niet, is in zekere zin een beloning. Het is een communicatie. Ik heb iets bijgedragen tot iets wat ik zie als een verrijking van deze wereld. Zoals u merkt heb ik het laatste deel van mijn betoog in een ik-vorm gegeven. Het is duidelijk dat je die dingen eigenlijk alleen vanuit jezelf helemaal kunt omschrijven. Wanneer een mens gevoelens moet omschrijven dan zal hij terug moeten grijpen op zijn eigen idee daaromtrent. Zo moet ook ik teruggrijpen naar wat in mij leeft en wat ik meen bij velen, zo niet alle geesten, gelijkelijk te erkennen, te ondervinden.

Wanneer een mens in nood is, dan kan ik die mens vaak helpen. De hulp die ik geef alweer, is afhankelijk van de manier waarop die mens zich aan mij toont. Ik kan hem helpen om over te gaan, ik kan hem helpen om die ellende te vinden die voor hem een geestelijke verrijking en dus uiteindelijk een positief iets te bereiken, ik kan proberen een gebeuren te verhinderen. Nu zijn er echter bepaalde beperkingen. De geest kan in de materie alleen als actief agens, dus directe invloed optreden, wanneer zij zichzelf dus materialiseert tot bijna aan de grens van zichtbaarheid. Een geest die zo ver afdaalt dat haar eigen krachten gelijkkomen aan krachten die op aarde voorkomen, kan direct ingrijpen. Door dit direct ingrijpen op aarde echter ontstaat een verantwoordelijkheid voor elk gevolg ervan. In vele gevallen is dat juist voor de geest die meer bewust en meer gelukkig is, die het negatieve niet zoekt, onaanvaardbaar. Je moet het dus zoeken, vooral in het beïnvloeden van de mensen. Ze hebben een eigen vrije wil, ze moeten zelf beslissen, of die beslissing goed is of niet goed, doet verder niet ter zake. Zij moeten beslissen. En we zien het als onze taak hen zo voor te lichten dat ze de beste weg kiezen.

Hier is de beïnvloeding indirect geworden. Je kunt in andere gevallen de mensen helpen, in het komende jaar zult u daarvan wel het een en ander zien, door bepaalde remmingen weg te nemen Wanneer een politicus eigenlijk dus niet past voor de plaats die hij probeert in te nemen, is het vaak voldoende om even te beletten aan zijn kiezers te denken of aan degene bij wie hij uiteindelijk macht en gehoor hoopt te vinden en hem zijn mond voorbij te laten praten. Zolang de man daarbij alleen zegt wat in hemzelf leeft, hebben wij daarvoor praktisch geen verantwoordelijkheid. We zijn er wel mee verbonden, maar de gevolgen van zijn daden zijn mede van die mens, we hebben hem geen onrecht aangedaan. Wij kunnen een mens waarschuwen bv. voor ongevallen, maar we kunnen ze niet voorkomen, dat zal de mens zelf moeten doen. Wij kunnen de mens bepaalde dingen tonen dat wij denken en ook de mens denkt en de gedachten van de mens hebben uiteindelijk een frequentie die bijna gelijkkomt aan een deel van ons eigen bestaan, aan het geestelijk bestaan. Je kunt dus de mens laten dromen, je kunt hem beelden laten zien, wat je niet kunt is ervoor zorgen dat hij daarnaar handelt. De verhouding geest – aarde is dus op zijn minst genomen een wat eigenaardige. De geest die de mens wil helpen om de beste resultaten te bereiken, maar dan vanuit zijn eigen inzicht; de mens die ongetwijfeld ook naar het beste streeft maar vanuit zijn eigen denken.

Het zal u duidelijk zijn dat een geest die bv nog sterk gebonden is aan een zeker geloof, spreken zal vanuit dat geloof. Dat iemand die een bepaald geloof als een belemmering van zijn persoonlijke ontwikkeling ervaren heeft, vaak zal spreken tegen dat geloof. De achtergrond echter die bij u en bij iedereen terug te vinden is, is gelijktijdig de uitdrukking van de zin op aarde en van de achtergronden die de geest bewegen zich met die aarde te bemoeien.

Broederschap, harmonie, samenwerking, verbondenheid in zekere zin gelijkheid, al is die dan ook niet gelijkvormigheid. En op de achtergrond van elk geestelijk betoog zult u in geloofstermen, in wetenschappelijke termen, oratorisch of misschien half verhuld terugvinden, het denkbeeld van eenheid. Wij moeten één zijn, wij moeten verbonden zijn, wij moeten onze krachten bundelen, wij moeten gezamenlijk denken aan het goede. Wij moeten het positieve waarmaken. Dat is nu begrijpelijk zou ik zeggen. De geest wil dus altijd voor zich harmonie met de wereld. Haar eigen geaardheid, achtergrond en ervaring zal bepalen op welke wijze ze dit zoekt. Ook wanneer zij in het duister leeft, streeft zij ditzelfde na. Voor de mens is dit dan zuiver negatief. En daarom mag ik er ook bijvoegen niet erg raadzaam.

Er zijn in het spiritisme natuurlijk vele verschijnselen die ik niet heb genoemd, maar de meeste van die verschijnselen hebben ook niets te maken met de geest. Zij zijn veroorzaakt door gedachtenvormen, sterke emoties afgedrukt misschien in brokken materie, zoals in oude kastelen waar spoken optreden. Het kan het geval zijn van een gezamenlijk geschapen gedachtevorm in de astrale wereld die op gaat treden als een Godheid en zich openbaart, maar die in feite alleen maar de grootst gemene deler geeft van het menselijk verlangen dat het geschapen heeft, en in zijn kracht ook alleen kan geven datgene wat de mens aan geloofskracht en gedachteconcentratie, hem aan levenskracht geeft. Wanneer ik dus mag besluiten met deze inleiding dan zou ik willen zeggen:

De verhouding tussen de geest en de wereld is er een van verbondenheid, van gevoel van eenheid. De gezamenlijke waarden van bewustzijn zijn zo groot en zo bepalend voor eigen benadering van het eeuwig bestaan dat de verschillen van een geestelijke wereld en een stoffelijke wereld daarbij in het niet verzinken. Zelfs de geest die aan de aarde gebonden is, zoekt in feite communicatie, contact, eenheid. De mens die vanuit zich de eenheid met de geest aanvaard en zoekt, zal door die geest geholpen worden, maar hij zal door die geest geholpen worden, laat ik het uitdrukkelijk stellen, niet op de wijze die de mens verlangt, maar op de wijze die voor die geest volgens zijn aard en volgens de middelen en mogelijkheden van die mens bereikbaar is. Misschien wil iedereen graag medium zijn.

Theoretisch kan eenieder medium zijn, maar weinigen zijn er qua bewustzijn, lichamelijke toestand, evenwicht van glandulaire afscheidingen e.d. geschikt voor. Velen van u willen anderen genezen misschien langs paranormale weg. Enkelen van u zijn meer geschikt dan anderen. Zij zijn in staat als een soort ijzeren kern die als magneetlijnen naar zich toezuigt, de krachten uit de kosmos naar zich toe te zuigen en door te geven. Die mensen zijn in staat om het contact met de geest zo sterk te maken dat de geest de krachten kan bundelen en via de mens kan weergeven. Niet iedereen kan dit en ook niet elke geest is ervoor geschikt zoiets tot stand te brengen.

Begrijp dus wel dat de geest een verbondenheid voelt met u. Zelfs het zijn ondanks, zelfs wanneer u die wereld veroordeelt of schijnt te haten. Want ook u allen bent deel van die gemeenschap van dat leven waaruit zijn gedachtewereld is gebouwd. En tot het ogenblik dat een Goddelijke totaliteit wordt, waarbij het menselijk zijn onbelangrijk wordt, zal die geest zich dan ook blijven richten op, zich blijven bemoeien met uw wereld. En dankzij deze verbondenheid zal elke geest in staat zijn beter te beseffen wat zijn eigen wereld is, wat hijzelf is, en daardoor voor zich ook meer bewuster worden van zijn plaatsing in de oneindigheid.