Beheersing van lichaam en geest

Een absoluut meesterschap is menselijk gezien bijna niet bereikbaar. Er zijn echter enkele mogelijkheden om zowel lichamelijk als geestelijk zichzelf te trainen. Er zijn o.a. enkele yogasystemen, sportsystemen, pseudo‑sportsystemen zoals de vechtsystemen van China, van Tibet, van Japan. In al deze gevallen gaat het erom een reeks handelingen te herleiden tot in feite een flitsende gedachte. Met andere woorden, als je je lichaam traint, kun je de reactie daarvan over het algemeen beheersen. Je kunt verder de impulssnelheid aanmerkelijk vergroten en daarnaast ongetwijfeld ook een aantal van de onbewuste functies in meer of mindere mate bewust beheersen.

U zult denken dat dat allemaal moeilijk is, maar het valt nogal mee. Wanneer u op een vluchtheuvel staat te wachten naast een hijgende dieseltruck, dan blijkt soms dat u uw adem wel beheerst gezien de vleug van chemische frisheid die in u binnendringt. U houdt de adem in en opeens is een normaal proces waar u niet bij denkt overgegaan in een normaal beheerst proces. Wat meer is, als het even te lang duurt, dan zult u tussendoor wel enige adem halen, maar het is niet de normale diepte van ademhaling en het is niet de normale duur. Het is duidelijk, dat u dus onbeheerste functies kunt beheersen.

Hetzelfde geldt voor de ogen. U kunt de ogen trainen om meer te zien. U kunt de gezichtshoek ook aanmerkelijk uitbreiden. U kunt uzelf ook leren om alleen maar een bepaald voorwerp te zien. Toch is het zien over het algemeen een automatisch proces waarbij alleen de realisatie van het geziene mede bepalend is voor datgene wat men met zijn ogen doet.

Ik stel; het is mogelijk om door zich bewust te worden van lichamelijke processen deze met de wil, althans in zekere mate, te beheersen. Denkprocessen zijn associatief en in vele gevallen vanuit uw standpunt nogal willekeurig. Iemand die zijn geest een zekere discipline bijbrengt (ik denk hier o.m. aan meditatie, contemplatie en wat dies meer zij), kan zich aanleren alle bijkomstige associaties af te wijzen. Hij kan zich concentreren op een begrip of op één punt. Nu is die mentale beheersingsmogelijkheid altijd beperkt. Je kunt het nooit tot een volle 100 % doorvoeren, tenzij u ook weer meester bent over geestelijke voertuigen. Maar dat laten we nog even rusten.

Als je probeert je mentale processen te beheersen en te richten, zal er een moment komen dat je in staat bent om ook bepaalde impulsen uit je lichaam zeer bewust te isoleren van het totaal van indrukken en met con­centratie van je gehele wilsvermogen daarop te reageren. Dit kan zeer eigen­ aardige gevolgen hebben. Een kwetsuur bv. kunt u aanmerkelijk sneller doen genezen. U kunt de pijn ervan in hoge mate onderdrukken. Er blijft wel enige pijn, maar die ligt alleen maar aan de onderste grens van het bewustzijn, ze kan dus niet meer uw denken en handelen beheersen.

U kunt zelfs nog verder gaan. U kunt bepaalde organen de opdracht geven om sneller of langzamer te gaan functioneren. Bij het yogasysteem kennen we mensen die in staat zijn hun hartslag naar believen te vertragen of te versnellen. Men is in staat om bepaalde werkingen zowel van bloedsomloop, lymfe als van directe spierwerking te beheersen door zich daarop te concentreren. Een typisch voorbeeld. Een mens wordt door een slang gebeten. Dit wordt beseft en er wordt onmiddellijk een sterke concentratie gericht op de betreffende spier. Het geïnjecteerde gif dringt niet verder door, het wordt ook niet opgenomen in de bloedbaan. Integendeel, het wordt meestal met een paar druppels bloed door de bijtwondjes naar buiten geperst. Dit zult u in Europa niet vaak zien. (De enige slangen die hier zijn hebben hoge functies) Dit komt voor in zowel India als Zuid‑Amerika. Deze procedure werd ook vaak gebruikt o.a. bij de Bosnegers in Suriname.

Het is duidelijk, een sterke concentratie op mentaal vlak kan de energieën en impulsen van het lichaam zodanig reguleren dat een niet normale wijze van functioneren optreedt en dat door de wil bepaalde resultaten binnen het lichaam bereikbaar worden. U zult zeggen; Hoe doe je dat?

Het is altijd een kwestie van oefenen, van trainen. Als u denkt aan yoga (en dan even a.u.b. niet als een beetje esoterische ochtendgymnastiek voor rijpere dames), maar werkelijk als een systeem, dan begint u met uw lichaam te oefenen. Daarnaast begint u de levensstromen van dat lichaam meer bewust te reguleren en als u tenminste iets wilt bereiken, ga dan ook een geestelijke en een mentale discipline aanleren. Wilt u die richting uitgaan, dan kunt u met deze training zeker veel bereiken.

Indien u uitgaat van concentratie en vooral beheersing van het lichamelijke, dan kan ik u trainingen in judo, karate, kungfu en dergelijke zeer zeker aanraden. In al deze gevallen oefening van het lichaam, maar gelijktijdig het bewust leren concentreren van kracht op één punt, op één ogenblik. Verder een beheersing van reactietempo waardoor een veel snellere en overlegde reactie mogelijk is zodra daartoe de noodzaak zich vertoont, terwijl er een zekere reactievertraging ontstaat in de momenten dat er rust is. Wij krijgen dus schoksgewijze ontladingen van energie. Dit komt in bijna alle vormen van discipline naar voren. De enige discipline die voor u niet naar ik aanneem direct toegankelijk is maar waarin die tot het uiterste is opgevoerd, was de z.g. Japanse Ninya‑training (een vechtsysteem, een mentale en lichamelijk training voor krijgers die dan tot bijzondere prestaties in staat waren).

Ik kan u dus voor de lichamelijke beheersing nu niet direct die tips geven waaraan u veel zult hebben. Ik kan u slechts enkele richtlijnen geven en die zult u doorgaans beter aantreffen in de vakliteratuur over bepaalde disciplines.

Wat de mentale training betreft, ik heb u al erop gewezen dat die natuurlijk van groot belang is. Maar als wij het mentale gebied beheersen, dan kunnen wij ook het mentale gebied sluiten voor zuiver lichamelijke reacties. En dan komt de geest aan bod. De geest zal over het algemeen aanwezig zijn als een soort additionele functie in het onderbewustzijn. Het gehele onderbewustzijn bewust maken zal de meeste mensen wel niet lukken. U kunt echter toch wel zover komen dat althans een deel ervan onmiddellijk toegankelijk is en als zodanig voor u herkenbaar. Wat overblijft is dan een betrekkelijk klein gebied van invloeden. Deze zullen voor een groot gedeelte, althans uit de geest stammen.

Het beheersen van jezelf in geestelijk opzicht houdt in de eerste plaats in, een bewust contact net je eigen geestelijke waarden. Dit zijn contacten die zeker ook kunnen groeien zodat ze eigenlijk instinctief functioneren. Maar ik vraag of er dan wel sprake is van een bewuste beheersing. Dus, om een geestelijk beheersingsproces op gang te brengen is het nood­zakelijk het eigen gedachteleven (de mentale reactie) zo volledig moge­lijk te beheersen en daarnaast toegang te krijgen tot althans een behoor­lijk deel van het eigen onderbewustzijn.

Je kunt menselijk gezien de geest nooit werkelijk beheersen. Wat je echter wel tot stand kunt brengen is een veel intensere en bewustere wisselwerking tussen je eigen stoffelijk besef en je geestelijke voertuigen. Zodra die wisselwerking bestaat, zal de geest mee gaan reageren op grond van stoffelijke feiten en soms zelfs op grond ven stoffelijke normen. Het resultaat zal dan zijn, dat geestelijke krachten kunnen worden gebruikt om zuiver stoffelijke resultaten tot stand te brengen, zuiver stoffelijke waarnemingen te doen, dan wel zuiver stoffelijk bv. krachten af te weren of krachten in het geweer te brengen.

Hier zijn we gekomen aan een wat moeilijker gedeelte. U zult gemerkt hebben dat ik het eenvoudig probeer te houden. Het lukt haast nooit. Elke mens heeft een aura. In de aura zitten bepaalde organen, chakra’s genoemd. Deze organen hebben een verschillend aantal functionele mogelijkheden. Elk hoger chakra bevat een aantal mogelijkheden die niet in de lagere chakra’s aanwezig zijn. Maar al wat in de lagere chakra’s aanwezig is, zal in elk hoger chakra eveneens actief zijn. Nu is de beheersing van de geest niet volledig. Maar als je wilt werken met krachten van de geest, dan is het duidelijk dat die zich eerder op een onstoffelijk vlak dan op een stoffelijk vlak manifesteren. Als dit nu geschiedt via deze chakra’s, dan is het mogelijk grote hoeveelheden energie op te nemen. Het is mogelijk bewust en gericht grote hoeveelheden levensenergie, bepaalde stralingen (etherische stralingen o.m.) uit te zenden en het is zelfs mogelijk in te grijpen in alle functies van een stoffelijk lichaam die berusten op uitwisseling van energie.

Om het dus eenvoudig te zeggen. Je kunt iemands arm vaak moeilijk verlammen, maar je kunt wel een verlamming in het zenuwstelsel tot stand brengen waardoor die arm minder of niet bruikbaar wordt. Een hart kun je over het algemeen doen stokken. Je kunt het niet blijvend verlammen, tenzij je behoort tot de zeer hoge ingewijden. Wat je wel kunt doen is een zodanige zenuwschok geven dat iemand ‑ organisch gezien – tijdelijk niet functioneel is. Er zijn in de historie voorbeelden genoeg van de manier waarop dat gebeurt.

Wij hebben het verhaal van Jezus. Hij staat in de Hof van Olijven. “Zijt gij Jezus van Nazareth?” wordt hem gevraagd. “Ja, ik ben het.” En met een klap viel iedereen met het aangezicht ter aarde. Nu kunt u zich wel voorstellen dat de meesten er eigenlijk geen zin in hadden. Het was dus een willekeurige reactie. Deze werd eenvoudig veroorzaakt door de inwerking van Jezus’ uitstraling.

Een ander voorbeeld vinden we in de Indische verhalen waar een geestelijke Meester wordt aangevallen door een aantal rovers die natuurlijk de krachten des kwaads symboliseren in het verhaal. De Meester haalt diep adem. Hij bouwt in zichzelf bepaalde mantrams op, daardoor schiet er uit zijn voorhoofdchakra een straal licht waardoor de aanvallers verdoofd ter aarde vallen. Als ze weer willen opstaan. krijgen ze een volgende dosis en blijkt dat ze dood zijn. Het zijn leuke verhalen. Ik geloof niet, dat u dat zoudt kunnen toepassen. Je kunt dus niet als je baas weer eens zo onvriendelijk is geweest, je even concentreren, een spreuk mompelen en hem vervolgens met een lichtstraal een lichte hartverlamming bezorgen waardoor je enige tijd van zijn nabijheid verschoond blijft. Dit zijn extreme voorbeelden. Laten we een zien hoe dat in elkaar zit.

Geestelijke energie is vergelijkbaar met stoffelijke energie, maar ze heeft een veel hogere spanning. Om deze energie stoffelijk actief te kunnen maken moet je haar dus brengen op een niveau waardoor ze stoffelijk hanteerbaar is en tenminste te verdragen. Dit transformatieproces zou lichamelijk kunnen geschieden, maar wat we dan overhouden is levenskracht zonder meer. De transformatie kan echter ook geschieden op astraal gebied. In dat geval kunnen aanmerkelijk hogere spanningen aanwezig blijven. Als deze via de aura (niet via het lichaam) worden opgevangen en onmiddellijk worden doorgezonden, dan hebben we te maken met een behoorlijke hoge spanning. Laten wij het vergelijkenderwijs zo zeggen.

Uw spanning is 24 volt; niet gevaarlijk tenzij van een zeer hoge ampèrage. Nu is de geestelijke spanning 24.000 volt. Die kunt u in geen geval astraal verwerken. Maar u kunt de zaak laten dalen tot 2400 volt, dat is dan al heel veel minder. Maar daar staat weer tegenover dat u dan wat grotere hoeveelheden van die energie ter beschikking heeft. Deze energie kunt u alleen astraal projecteren. Als dat gebeurt, dan krijgt degene die het ontvangt een schokeffect. Hetzelfde wat u ervaart, als u per ongeluk twee vingers in het stopcontact steekt. Alleen is de spanning in verhouding veel hoger. Het betekent dus doodgewoon dat zo iemand wordt uitgeschakeld.

Er zijn ook andere methoden. We kunnen bv. levensstromen beïnvloeden, versterken of verminderen. Dat alles uitleggen zou ons veel te ver voeren. Als ik de aura wil gebruiken, dan moet ik mij toch een klein beetje van die aura bewust zijn, Ik moet dus zelfs op mentaal vlak een begrip hebben van de krachtuitstraling die om mij heen aanwezig is. Ik moet mij tenminste enige voorstelling kunnen maken van de organen daarin die kracht kunnen opnemen en kracht kunnen uitstralen. Wat is hier bepalend? Kennelijk een mentaal beeld dat dient als een weergave van een hele reeks persoonlijke mogelijkheden, werkingen en associaties. Dan hebben we op geestelijk terrein eigenlijk te maken met iets wat vergelijkbaar is met de verschillende lichaamstrainingen die ik zo even heb genoemd. Daar ga je uit van een geoefende reeks opeenvolgende impulsen. Ben je door je waarnemingsvermogen in staat de eerste prikkel te geven, dan volgt de rest automatisch. Voor het gebruik van geestelijke krachten geldt precies hetzelfde. Je moet je eerst bewust zijn van alle fasen. Dan moet je die verschillende fasen steeds weer in voorstelling maar ook in beleving, dus kracht, aantrekking e.d. oefenen. Pas als je de hele reeks achtereenvolgens bijna instinctief tot stand kunt brengen, is het mogelijk een directe relatie te leggen tussen je geestelijk ik en de functies die stoffelijk met de energie van dat geestelijk ik volbracht moeten worden.

Wij hebben nu geprobeerd bepaalde dingen te zeggen over lichamelijke en geestelijke beheersing. Wat blijkt nu? Je bent niet in staat om een direct en volledig sluitend systeem te geven dat voor een ieder gelijk, juist en gunstig werkt. Het is heel duidelijk en zeker als je je een tijdje met het onderwerp bezighoudt, dat waar sommige mensen een bijzondere aanleg hebben voor judo of iets anders, anderen eigenlijk de reacties, de snelheid en de grepen nooit onder de knie zullen krijgen. Sommige mensen kunnen bv. hun geheugenfunctie aanmerkelijk versterken en daardoor in staat zijn een geheugentraining te ondergaan waardoor ze vaak toch heel dicht komen in de beurt van een fotografisch geheugen. Anderen daarentegen kun je zelfs met 20 knopen in 20 zakdoeken niet ertoe brengen zich te herinneren of het nu een pond boter of een pond zout moet zijn. Elke mens is anders. De lichamelijke mogelijkheden van elke mens zijn anders. Daarom kan er lichamelijk gezien geen voor een ieder gelijk werkzaam systeem worden gegeven. Ook geestelijk liggen de zaken anders. Het geestelijk bewustzijn waarover u beschikt zult u op aarde zelden kunnen beoordelen. Dat kan betrekkelijk hoog zijn, het kan ook zeer dicht bij uw eigen wereld liggen. Nu is echter de relatie tussen de geest en de kwaliteiten van de geest en de stof bepalen voor de effecten die u tot stand kunt brengen en de beheersbaarheid. Hoe dichter u bij de wereld staat, des te gemakkelijker het is om de geest nog een beetje te beheersen. Dan zijn de mentale impulsen zo sterk van invloed op dat geheel dat, u met wat mentale beheersing geestelijk al een eind verder komt.

Is de afstand echter groot, dan hebben we niets meer aan al deze mentale overwegingen, dan kunnen we ook niet meer rationeel, op enigerlei wijze beredeneerbaar werken. Dan blijft vaak alleen nog maar over de empathie, het ontvangen op gevoelsbasis van geestelijke waarden die dan als gevoelsbasis stoffelijk worden doorgegeven, maar gelijktijdig stoffelijk worden omgezet in een handelingswil.

Daarom zal ik degenen, die hier zijn gekomen om alleen maar te horen hoe je moet doen, waarschijnlijk erg teleurstellen. Daar ik die teleurstelling zo klein mogelijk wens te houden ‑ voor zover mij dit mogelijk is, want alles is voorwaardelijk ‑ wil ik proberen enkele eenvoudige regels te geven, die voor zover mij bekend althans voor de meeste mensen redelijk werken.

Wen uzelf aan bepaalde lichamelijke taken of bewegingsoefeningen met zeer grote regelmaat te volbrengen, ook als de omstandigheden daarvoor niet gunstig zijn, ook als u denkt dat u op een andere manier al meer dan voldoende lichaamsbeweging zult krijgen. Het is niet belangrijk dat die oefeningen erg vermoeiend zijn. Wel is het heel belangrijk dat u zeer plichtsgetrouw bent. Hierdoor kunt u uw lichaam conditioneren, niet alleen ontwikkelen, maar het eraan gewonnen dat het bepaalde bevelen boven alles stelt. U kunt dus in uw lichaam bepaalde gewoonten instellen.

Ga na welke zaken voor u lichamelijk gezien het minst aantrekkelijk of misschien, het schadelijkst zijn. Neem uzelf voor om bv. niet te roken of niet te snoepen dan op zeer bepaalde ogenblikken. Stel ook de hoeveelheden vast, op zichzelf is het gewoon een wilsoefening, maar u gaat tevens daardoor een confrontatie krijgen met uw lichaam. Als u altijd gewend bent aan een petitfourtje bij de thee, dan begint uw maag en beginnen uw smaakpapillen onmiddellijk te protesteren als er geen petitfourtje komt. Het dan toch niet geven houdt in, dat u tegen uw lichaam zegt: Hier mag je niet op rekenen, trek je dit niet aan. U breekt dan daarmee lichamelijk ontstane gewoontevormen.

Bij roken precies hetzelfde. O, het is heel erg mooi als u zegt: Van vandaag op morgen rook ik niet meer. Maar dan is het gewoon een beslissing die u neemt. U kunt met een beetje koppigheid een heel eind verder komen. Als u echter tegen uzelf zegt; ik zal elke dag een sigaar, sigaret of pijp roken en wel alleen tussen bv. 7 en 8 uur ‘s avonds, dan heeft u een heel andere situatie. Hier moet het lichaam steeds weer leren dat het genoegen moet nemen met een bepaalde prikkel. U zult zich steeds weer moeten beheersen en moeten proberen de lichamelijke honger naar de impuls te onderdrukken. Door op deze manier te werk te gaan begint u wel degelijk uw lichaam en gelijktijdig uw wil enigszins te trainen. Maak gebruik van bewust functioneren, bv. bewuste ademhaling. Daarvoor zult u uw eigen ritme moeten vinden en overdrijf het alstublieft niet. Probeer er een vaste tijd vaste ademhalingsoefeningen te doen. Vul dit eventueel aan niet ademhalingsoefeningen op die ogenblikken dat u meent hierdoor een te grote gespannenheid in uw lichaam te kunnen verminderen. Door ook dit regelmatig te doen krijgt u toch weer een zekere norm in de lichamelijke functie. Mentaal uzelf leren beheersen betekent bewust selecteren waarop u reageert. Probeer nooit dingen uit uw bewustzijn te verdringen. Dit betekent alleen maar dat u zich kunstmatig blind maakt en dat heeft weinig zin.

Leer uit een twintigtal kleuren er één te zien. Die kleur a.h.w. alles te laten overschaduwen en na een andere kleur te hebben gekozen deze terug te brengen tot haar normale onbetekenendheid en die andere kleur te laten oplichten. U kunt dat heel aardig doen, als u gebruikmaakt van bepaalde vormen van moderne schilderkunst. In het werk van Appel zult u zeer interessante configuraties van kleur kunnen ontdekken, als u dit selectiesysteem goed leert toepassen. Het gaat hier niet om hetgeen u daar nu toevallig ziet. Het gaat er alleen maar om dat u leert de belangrijkheid mentaal te verschuiven en daarop met geheel uw wezen, inclusief uw eventuele emotie, te reageren.

Dan raad ik u aan om voor uzelf een vast sleutelbegrip te gebruiken. Het kan een woord zijn. Het kan een gebed zijn. Het kan zelfs een voorstelling zijn; mijnentwege een driehoek, een passer, een ster of iets dergelijks. Dit symbool verbindt u aan een onmiddellijke onderbreking van alle lopende gedachteprocessen. Als dit symbool optreedt, dan bent u plotseling stil en afwachtend, of er iets komt of niet. Hierdoor kunt u wederom uw beheersingsmogelijkheid aanmerkelijk vergroten en kunt u innerlijk die stilte scheppen die vaak nodig is voor contacten met uw hoger ik, met de geest.

Geestelijke beheersing is in feite voor een mens niet goed mogelijk, al is het maar omdat hij in zijn stoffelijk bewustzijn nooit het geheel van zijn geestelijke persoonlijkheid, mogelijkheden en waarden kan overzien en dus geen juiste beslissing zou kunnen nemen, zelfs indien hij een voorstelling zou hebben. Probeer daarom nooit de geest te domineren. Wij gebruiken de geest eerder als een correctieve autoriteit Wanneer wij de geestelijke stilte creëren, dan kunnen we in die stilte misschien een boodschap voor onszelf enige tijd herhalen. Bijvoorbeeld. Ik wil genezen. Of; laat Pietje slechte kaarten krijgen. Het behoeft dus niet altijd zo edel en zo mooi te zijn. Het moet wel geformuleerd zijn en wel in de stilte die u innerlijk moet leren opwekken zodat er een ogenblik niets anders is dan deze ene formulering van een wens. Heeft u deze enkele malen geformuleerd (ga niet verder dan 10 keer; drie keer is meestal genoeg) laat dan nogmaals het symbool voor de stilte in uzelf opkomen. Blijf in die stilte afwachten. Er ontstaan dan beelden en impulsen, soms zelfs waarnemingen. Deze zijn uw antwoord. Ze zijn de reactie van de geest. Doordat u steeds vragen stelt en geestelijke reacties daarop leert kennen, wordt u duidelijk op welke punten u geestelijk in staat bent te reageren en bij welke punten er alleen maar onzin uitkomt of helemaal niets.

Beperk u bij alle werken met geestelijke krachten steeds weer tot datgene waarop u antwoord krijgt, een redelijk, althans hanteerbaar antwoord.

Voorkom, dat u alles met geestelijke waarden probeert te doen. Dat is niet alleen uitermate vermoeiend, heel vaak zeer frustrerend, het is bovendien overbodig. Zeer veel dingen kunt u gewoon doen. Heeft u de eigen geest daarbij nodig, dan moet het werkelijk exceptioneel zijn. Het moet liggen buiten uw eigen stoffelijk voorstellingsvermogen. Als u daarbij bovendien nog assistentie van anderen nodig heeft, dan moet u niet uitgaan van het idee: St. Anthonius, beste vriend, maak dat ik mijn hupsekee vind. Dergelijke steekgebeden hebben een zekere werking, ongetwijfeld, als u ze goed bidt. U kunt nooit een geestelijke kracht benoemen, U kunt slechts een bepaalde geestelijke noodzaak duidelijk stellen en daarbij kenbaar maken dat het geen betrekking heeft op u, maar dat u daarmee alle geestelijke we­ relden a.h.w. wilt bereiken. De impulsen die dan zijn ontstaan, zijn niet om te zetten in mentale beelden. Ze geven vaak lichamelijke spanningsge­voelens, maar heel zelden een directe lichamelijke reactie. Als u voelt dat er iets is (dat gevoel heb je wel eens al kun je het niet omschrijven) begin onmiddellijk met uw plan, uitstraling of actie in de stof. Op deze manier kunt u tot een redelijke beheersing komen van al­thans een groot gedeelte van uw geestelijke mogelijkheden.