Beïnvloedingen vanuit de geest

16 februari 1965

Op het ogenblik zijn we in de geest bezig met allerhande grove karweitjes. Wanneer we willen ingrijpen vanuit de geest dan kan dat over het algemeen het beste voordat bepaalde dingen helemaal een feit zijn geworden. Dat houdt dus in dat zolang er een ontwikkeling is, we de richting van die ontwikkeling enigszins kunnen beïnvloeden. Is die ontwikkeling afgelopen dan gaat het niet meer zo gemakkelijk. Het resultaat is dat in een periode die buitengewoon belangrijk is iedereen die kan, bezig is om te helpen de juiste ontwikkeling tot stand te brengen. Dat doe je door hier en daar figuren te verwijderen, dat doe je door te zorgen dat bepaalde contacten ontstaan enz. Om daarmee te kunnen werken is vaak een hele hoop kracht nodig en zijn vooral vaak veel entiteiten nodig. Het is daarom dat wij nu een beetje in een tekort zitten aan sprekers.

Wanneer je in deze dagen voor jezelf een daad hebt gesteld dan hebben wij geen invloed meer. Wij kunnen niet veranderen wat u feitelijk hebt gemaakt. Wij kunnen deze tijd niet terugdraaien voor u. Maar wij kunnen wel zorgen dat u de mogelijkheden hebt om een bepaalde keuze te doen, of dat het u onmogelijk wordt. We kunnen u geestelijk succes geven a.h.w. maar ook beletten dat u het krijgt, wanneer volgens ons uw mentaliteit niet juist is. En daarmee wordt op het ogenblik gewerkt.

De entiteiten kunnen een geweldige invloed uitoefenen en naarmate de mens zelf minder weet wat hij wil, zal de invloed van die entiteit groter worden. En naarmate de mens meer bewust handelt en beter weet wat hij doet en wat hij wil gaan doen, zal de invloed van de entiteit kleiner worden. Dus, de macht die de entiteiten hebben op het ogenblik, komt voor een groot gedeelte voort uit de fouten van het menselijk streven.

Voor u zal alles uiterlijk zo’n beetje normaal doorgaan, is uw eigen geestelijke instelling, uw geestelijk bewustzijn betrekkelijk hoog ach dan valt het mee, en dan bent u in zo ver in harmonie ook met de krachten die werkzaam zijn dat u haast onwillekeurig juist gaan denken en daardoor zelfstandig gaat denken. En doet u het niet dan zijn er allemaal van die kleine pesterijtje, niets ergs. Maar alles bij elkaar betekent het dat de hele zaak zo’n beetje rommelig is, een beetje onaangenamer, niet goed gedefinieerd.

Als u de zaak overziet kunt u zeggen het gaat heel aardig, eigenaardig, maar het zal nog wel goed aflopen. De mens die goed is ingesteld zal na de ergernissen van de afgelopen periode vooral steeds vrijer komen te staan, zal het steeds makkelijker krijgen. De mens die op het ogenblik zo erg meent dat hij alleen maar rechten heeft en geen enkele plicht zal het veel moeilijker hebben. De mens die geestelijk bewust is en dus de materie niet ziet als het voornaamste, die zal ontdekken dat het hem steeds prettiger gaat, hij is steeds gelukkiger. Degene die alleen aan materiële voordelen denkt, zal ontdekken dat hij daar steeds meer van gaat verliezen. Dat het anders gaat dan hij had berekend en die zal een hele slechte tijd hebben.

Nu ligt er in die tendensen nog wel wat anders opgesloten. Dat is de kwestie van geestelijke gaven. We hebben u al eerder gezegd deze periode is goed voor de ontwikkeling van geestelijke gaven, voor bepaalde inwijdingen. Maar u zult wel begrijpen dat die inwijding nooit alleen vanuit de geest kan komen. Die kan nooit alleen vanuit de stof komen. Ze kan alleen ontstaan wanneer de mens in de stof een geestelijk juist punt + een stoffelijk juist punt bereikt en in die samenwerking komt tot een innerlijke vernieuwing. Het is in jezelf dat het besef moet ontstaan. En dat is voor geestelijke begaafdheden precies hetzelfde. Je hebt die dingen, maar je kunt ze over het algemeen moeilijk gebruiken.

Er zijn een hoop mensen die zouden graag helderziend zijn, helderhorend. Die gaven komen voort uit een grotere gevoeligheid van de geest, niet van de stof. Alle voorstellingen die je daaraan verbindt, wanneer je het zelf niet kent, zijn over het algemeen verkeerd. Zolang de mensen zoeken naar de uiterlijke waarden van die begaafdheid bereiken ze niets. Wanneer je probeert om helderziend iets te zien, dan zie je misschien wel iets, maar nooit veel en nooit alles. Maar als je open staat a.h.w. visueel open staat, dan komt er iets in je wat je niet kunt beschrijven als een beeld maar waarvan je zegt: ja ik zie. Omdat je niets anders weet te zeggen. Maar je bedoelt: ik voel, ik beleef ergens. Ik neem waar en ik weet niet hoe. Helderhorendheid precies hetzelfde. Ik kan zeggen: ik ga deze zieke genezen, ik ga hem plaatsen in het kosmisch licht van die en die kleur (die methode die helpt hoor) maar dan moet je je niet voorstellen dat daarboven een engel met een zaklantaarn staat om een beetje rood of groen licht te gooien. Dit licht is maar een mentaliteit die je uitdrukt.

De meeste mensen zijn allemaal zo echt vastgebonden aan de materie, aan dat materiële, aan dat bewijsbare. Zij zoeken niet naar dat innerlijke leven dat ze dan later kunnen vormen door het bv. uit te spreken. Neen zij zoeken naar een voorstelling, zij willen helderziendheid hebben als een, soort televisie. Zo zie je die dingen zelden of nooit. En als je zo ziet, heb je niet veel bereikt. Wanneer je de aanwezigheid kunt voelen, dan bereik je. Het is dus de gevoeligheid. En hoe meer je materieel denkt, hoe kleiner die gevoeligheid wordt. En daarom zullen heel veel mensen zien dat dat wat ze verwachten in deze tijd eigenlijk niet waar wordt. Maar het kan waar zijn.

De geestelijke gaven die je hebt die kun je onderscheiden in de zuiver uit de geest komende begaafdheid en je kunt ze in de menselijke begaafdheden, dus psychische begaafdheden van de mens, onderscheiden. De mens kan bepaalde geestelijke wapens gebruiken, niet alle. Hij is gelimiteerd door de doodeenvoudige reden dat zijn voorstellingsvermogen, zijn vertrouwen, zijn geloof, niet toelaten om dat ene te vinden om die instelling a.h.w. te accepteren zonder meer. Daarom zal de mens over het volgende beschikken:

  1. Waar een grotere spanning in die mens komt en deze niet wordt gekoppeld aan de zuiver materiële wensen, eisen en belevingen, zal de gevoeligheid betekenen een zuiverder waarnemen van de omgeving. Naarmate die waarneming meer wordt gezien als een tweede wereld die niet noodzakelijk met de eerste moet kloppen en die in het ik waarneembaar is, hoe sterker die uitdrukkingen worden en hoe groter de gevoeligheid zal worden voor de achtergronden van datgene wat er in de wereld gaande is. Voor de achtergronden van een mens van dieren, ja zelfs de omstandigheden de structuur van huizen en al wat erbij is.
  2. De doorsnee mens heeft dus een zeker wilsvermogen. U heeft allemaal al een magnetiseur zien optreden. Hij neemt de kracht, hij laadt die en kan ze uitstralen. En dan is er inderdaad een kracht, maar als ik die kracht nou eigenlijk maar beschouw als iets twijfelachtig, bereik ik niets. Wanneer ik die kracht echter zonder meer erken, dan geef ik mijzelf a.h.w. of de sferen, de geestelijke sferen, de mogelijkheid kracht op te nemen, uit te stralen en wel zonder dat er verder iets bij is. Dat is niet iets dat je met je hersens kunt doen of met een woord of met een incantatie, dat leeft in je, al het andere dat is maar versiering. Dus de mens heeft kracht, die kracht kan gebruikt worden om een zieke te genezen bv. Maar zij kan ook gebruikt worden om bepaalde inwerkingen weg te houden van die mens, ze betekent ook een afschermen, een zekerheid.

U kent allemaal het verhaaltje van de ingewijde die loopt op zijn dooie gemakje door het vuur en er gebeurt niets. Vlammen gaan opzij, wat dacht je dat er tussen zat? De uitstraling van die mens is geactiveerd, het omzettingsproces dat ontstaat in dat vuur wordt onderdrukt. Een vlam kan daar niet zijn, er kan geen brand zijn, de verbinding is onmogelijk. Dientengevolge gaat alles weg, de straling blijft over. Maar het vuur zelf kan die mens niet bereiken. Dat klinkt als een sprookje, maar het is waar. Een mens kan op die manier geestelijke en ook bepaalde materiële dingen van zich weghouden. Je kunt door de regen wandelen op het enige droge plekje dat er in een km. omtrek te zien is. Waar jij gaat, gaat het plekje mee er valt net geen regen. Raar? Neen, die mens is op een bepaalde wijze ingesteld op de afweer. En omdat het nu eenmaal natuurlijk gaat en niet zoals de mensen denken met een afdakje daarboven, valt daarboven dus geen regen. Er is een wind die spat de druppels een beetje weg, ze vallen rond die mens en raken hem niet. Het zijn voorbeelden en die klinken natuurlijk krankzinnig, maar het kan.

Je hebt geestelijk de gaven om geesten aan te voelen. Je kunt heus voelen of er een entiteit wel dan niet aanwezig is, ook als je niet helderziende bent.

Die sensitiviteit voor de geest betekent, sensitiviteit voor de sfeer die rond je is. Het betekent een erkenning van dreiging of van gunstige mogelijkheden. Door rekening te houden met die interesse van buitenaf kun je dus je weg door het leven juister kiezen. Je hebt geestelijke gaven en wapens te over, maar je gebruikt ze niet om de doodeenvoudige reden dat het kolder is om nou een straat om te lopen en 600 m meer af te leggen terwijl je helemaal niet zeker weet dat er in die straat iets niet in orde is. Nu denkt u misschien dat er in die andere straat een ongeluk gebeurt, kan zijn, maar het kan ook zijn dat u een bekende tegenkomt, die zegt: kom mee we pakken een pint. En dan zit u en daar en daardoor ontloopt u het contact met een mens die voor u belangrijk is. Of misschien komt u thuis te laat om een klein ongelukje te voorkomen. Een ongelukje dat ernstiger gevolgen heeft dan u op het ogenblik denkt. Het is niet allemaal uit te drukken in ongelukken en zo, maar het is uit te drukken in zin. De zinrijkheid van het leven, en vooral dat van die geestelijke invloeden die de doorsneemens wel kent, maar die hij opzijschuift, mag dus wel als vaststaand worden aangenomen. Die mens kan daardoor leren in het leven die initiatieven te nemen die nodig zijn, die omwegen desnoods te maken die schijnbaar overbodig zijn, maar voor hem in feite een juistere een snellere bewustwording, een zekerder leven zelfs ten gevolge hebben.

Wanneer we daarover bezig zijn dan heb ik nog een puntje. U hebt allemaal weleens de wens gehad dat u dit of dat zou kunnen doen. In 9 van de 10 gevallen bleek dat het niet mogelijk was. Juist op het ogenblik dat u uw eigen bekwaamheid of handigheid aan een ander wilt demonstreren, is ze er niet. Waarom? Omdat het element onzekerheid in feite betekent een belemmering van de prestatie. Hoe grotere zekerheid, hoe grotere prestatie. En voor ons in de geest, en dan kom ik terug op dat andere, is dus ook om waar het nodig is een zekerheid te scheppen die eigenlijk menselijk gezien kolder is, onbegrijpelijk. Dwaas. Wij moeten de mensen ertoe brengen om desnoods door de goot te lopen zoals een dronkenman doet zonder enige aarzeling, alleen maar om daarmee te bereiken dat zij die afstand kunnen afleggen en niet verongelukken terwijl ze de trap aflopen. Het scheppen van die zekerheid houdt ook in, het geven van een zekere voorlichting.

Wanneer u de laatste jaren zo hebt gelet op de veranderingen bij ons in het werk, dan zult u ook gemerkt hebben dat wij langzaam maar zeker een klein beetje zijn gaan spreken: denkt er nu om, er is weinig tijd, het moet zus en zo. Dit vrienden is eigenlijk gebeurd om u in staat te stellen veranderingen door te maken. Het vreemde is dat mensen die voldoende contact hebben gehad, die de boodschappen gehoord hebben, en dat is heus niet alleen hier, maar bijna overal, dat die dus op het ogenblik omstandigheden, situaties kunnen verwerken waarvoor een mens die die waarschuwingen niet heeft gehad, met zichzelf geen raad weet. Het is voor ons een kwestie geweest om u voor te bereiden op de onzekerheid. En nu begrijpt u wel dat ik even de nadruk moet leggen op datgene wat dan nu nodig is om die zekerheid te scheppen en misschien voor ons in de geest de nodige hulp om die zware activiteit, dat zware werk te kunnen volbrengen.

  1. Houdt u slechts dan bezig met esoterie, magie en spirituele wetenschappen, occulte wetenschappen wanneer u bereid bent daadwerkelijk daarmee iets te doen.
  2. Bouw geen theorieën op en maak u geen zorgen omtrent morgen. Morgen is toch altijd anders dan u nu vermoedt. Doe vandaag wat noodzakelijk schijnt, doe morgen wat morgen noodzakelijk schijnt, maar maak u geen zorgen. Elke dag vindt zijn eigen zorgen, maar ook zijn eigen oplossing.
  3. Wees niet bang om te bidden. Wees niet bang in uzelf op te gaan tot God, maar doe dit niet in een vorm van afwentelen van verantwoordelijkheid en noodzaak, maar in een zin van deelgenootschap. Bidt God om u werktuig te laten zijn, maar bidt God nooit dat hij voor u het vuile werk opknapt.
  4. Probeer op al die kleine vreemde tekens, die vreemde ideeën en gedachten die in u ontstaan aandacht te richten. Let op de kleine dingen, de grote dingen die ziet u toch niet voorbij. Let op het kleine. Let erop desnoods hoe een groen blad van een boom kan veranderen in de kleur van het licht van de morgen tot de avond. Let erop hoe verschillend een stad kan zijn bij regen en zonneschijn. Let erop hoe een paar lijntjes in het gezicht van een mens ineens een verandering kunnen geven. Dat je kunt zien, hé die heeft hoofdpijn, of die mens is ziek, of heeft zorgen en dat ziekte en zorg zelfs andere symptomen uitdrukken in die mens. Let op de kleine dingen. Let voor jezelf ook op het kleine, De grote dingen zijn niet zo belangrijk. Geloof me, daar kunt u weinig aan doen. Maar de kleine dingen zijn voor u leefbaar. Houdt daarmee rekening, ook wanneer dat die vreemde onbestemde ideeën gedachten en gevoelens in jezelf zijn, ze hebben een oorzaak, ze moeten herkend worden en wanneer we er voldoende van hebben dan zullen we zien wat ze betekenen.
  5. Wees niet bang. Ook dat is noodzakelijk. Wees niet bang. Laat u door niets angst aanjagen. Per slot van rekening wat kan u gebeuren? U kunt hoogstens doodgaan. Bij ons is het gezellig dat weet U. Wat pijn betreft. U kunt pijn krijgen natuurlijk, maar als u niet over die pijn nadenkt, kan ze nooit erger worden dan u lichamelijk gemakkelijk kunt verdragen, want anders dan breekt het bewustzijn. U kunt misschien geld verliezen, maar is dat nu zo erg. Per slot van rekening als je op 2 benen loopt, zie je veel meer dan wanneer je in een Cadillac rijdt. Maak u geen zorgen over verlies, er zal altijd nog wel een mogelijkheid zijn om te leven, om te eten, te werken wanneer je maar wilt. Wees niet bang dat er iets veranderen gaat terwijl u niet weet wat het is. Wat er nu is, is immers ook niet volmaakt. Zoveel mogelijkheden om het beter te maken en in vele gevallen zo weinig om het werkelijk slechter te maken, dat u in negen van de tien gevallen de kans hebt dat u er uiteindelijk op vooruit gaat. Wees niet bang en maak u geen zorgen over de wereld

De zorgen van de mensen die ergens anders zijn gaan u niet aan op het ogenblik, u kunt er niets meer aan doen. Houdt u bezig met wat u hier en nu kunt zijn en doen.

Dat is eigenlijk het belangrijkste punt En dan zou je nog kunnen zeggen. Alles wat de geest op het ogenblik doet, dat doet ze om voor zichzelf ook de mogelijkheid te scheppen steeds betere incarnatievoorwaarden te vinden, zij doet dat voor zichzelf, om de gemeenschap waartoe zij behoort als geheel dichter bij een Goddelijke werkelijkheid te brengen.

Leg u niet teveel vast op de namen die daarin gebonden zijn. Per slot van rekening wat geeft het nu als je zegt dat je gaat van Kether tot Malkuth, of van Malkuth tot Kether. Of je zegt: ik ga van het duister tot het licht, van het licht tot het duister of wat anders. Het is onbelangrijk. De formulering heeft niets te zeggen.

Goed en kwaad zijn op het ogenblik zulke eigenaardige en voortdurende wisselende waarden dat je daar toch niets mee kunt doen. Laat dat oordeel rustig buiten uw bestaan. Probeer alleen in jezelf voortdurend uit te maken wat nu? Handel volgens je eigen begrip van goed. Handel volgens je eigen idee wat nu juist, wat nu noodzakelijk is. Als je dat doet bereik je het beste. En in deze tijd zal de mens die voor zich het beste bereikt een hele grote steun zijn voor die ongetelde miljoenen geesten die op het ogenblik bezig zijn om uw wereld voor u te behouden en leefbaar te maken.

Tweede deel

Dit is een tijd waarin niet slechts beslissingen maar ook openbaringen een grote rol spelen. Alle beslissingen die wij nemen, moeten beslissingen zijn voor anderen. Wij moeten onszelf richten op het andere, op de ander. We moeten ontvluchten aan de gebondenheid en eigen belangrijkheid, aan eigen middelpunt zijn van de wereld. Wanneer we dat doen, dan gaan we eraan ten gronde. Wij moeten komen tot de werkelijke dienstbaarheid en die werkelijke dienstbaarheid betekent zelfverloochening. Betekent een terugtreden a.h.w. uit ons eigen belang en eigen leven, in het grotere geheel.

Voor deze schepping was, was er een andere. En deze andere schepping werd zoals deze beheerst door een grote en machtige geestelijke hiërarchie. De scheppende entiteiten d.w.z. degenen die de stoffelijke vorming moesten leiden waren echter onevenwichtig, en zij zijn dan ook teruggenomen met die schepping, opdat de huidige schepping zou kunnen ontstaan. Maar de eigenschap van onevenwichtigheid die zij tot uitdrukking hadden gebracht, was daarin niet geheel gecompenseerd. Want zij moest overwonnen worden. En zo leven wij, leeft u op dit ogenblik in een periode, in een tijdperk waarin de vorsten van duister en de vorsten van licht tegenover elkaar staan. De vorsten van duister zijn schimmen van een verleden, maar zij hebben invloed op de gehele mensheid. Zij hebben kracht waarmee zij de hele mensheid kunnen overheersen, zij kunnen een beroep doen op die mens en hem verwijderen van werkelijkheid en van licht. En dan hebben we de heersers van licht, zij kunnen slechts zichzelf zijn, Zijn product van deze schepping, zijn gebonden aan de gang van zaken van deze schepping, zij kunnen alleen God zoals hij in de Schepping nu en door Hem wordt uitgedrukt, kenbaar maken.

Hierbij speelt, wat men op aarde weleens het offer noemt, een rol. Het is niet het éénmalige offer. Het is eenvoudig het feit dat je voor anderen een prijs moet betalen, soms een dure prijs. Het is de kwestie van een voor anderen moeten betalen, omdat niemand in staat is een schuld voor zichzelf volledig te voldoen. De samenhang van deze wereld, leven van de mensheid, ja de geestelijke bewustwording van de komende periode is afhankelijk van de wijze waarop de mens dit beleefd en dit zal vinden. Het gaat er niet om dat men als in een soort esoterische cowboy roman met schietende pistolen van geestelijke kracht verder draaft over het scherm der schepping. Het is nu een kwestie van werken, van leven, van het hanteren van de kracht die gelegen is in het gemeenschappelijke, waarbij men niet zichzelf verliest, zichzelf terzijde stelt voor die gemeenschap, maar waarbij men zichzelf maakt tot dienende factor in die gemeenschap.

Het is makkelijk om een mens te vertellen je kunt meer zijn, je kunt beter zijn, je kunt gelukkiger zijn. Het is moeilijk tegen die mens te zeggen, je moet jezelf blijven en toch niet denken aan jezelf maar alleen aan anderen, dat begrijp je niet. Maar dat is de oplossing van dit raadsel. Je kunt je misschien het geheel voorstellen als een enorm schaakbord. Aan deze kant het verleden, de donkere torens met vlammen en vuur die men hel pleegt te noemen en die niets anders zijn dan de onevenwichtigheid van het verleden. En aan deze kant de heldere witte stukken die worden bewogen door de schepping van heden en daar tussenin wij.

Maar als wij alleen onze weg willen gaan, als wij alleen willen zoeken van veld tot veld wat voor ons belangrijk en aangenaam is, dan zullen we nooit iets bereiken, want als het spel verloren wordt dan zijn wij verloren. Dat begrijpen de mensen niet. Ze kunnen niet begrijpen waarom het belangrijker is te dienen dan te heersen. Ze kunnen niet begrijpen waarom kleinheid belangrijker kan zijn dan grootheid. En toch in deze tijd is deze dienstbaarheid, deze offerbereidschap die ook daadwerkelijk wordt uitgedrukt, het belangrijkste wat er bestaat.

We hebben geen behoefte in deze dagen aan een opbouw van een nieuwe godsdienst bv., van een nieuw sociaal systeem, de dingen die er zijn, zijn zo slecht niet, maar er is behoefte aan een andere beleving van die dingen. En hier spreekt u, of u het weet of niet, of u het wilt of niet, het beslissende woord voor vele jaren. Wat zult u zijn? Het is gemakkelijk om te zeggen God is met mij, maar als God met je is en je doet niets, wat heb je dan aan die God, wat heeft de mensheid aan jou en aan die God? Als je je God gezonden voelt en je wilt alleen die wereld maar vernietigen om alles wat strijd met jou uit te roeien wat dan? Niets. Nutteloosheid, ondergang. Maar als je die God in je erkent, en je beschouwt hem als een kracht waardoor je meer kunt werken niet voor jezelf maar voor een ander, dan bereid je de overwinning voor, dan maak je het de zwarte schaakmeester moeilijk. Dan kan, om de oude termen te gebruiken de slang zich terugtrekken, want zij is verloren.

Gij staat, zoals wij allen staan die nog op het ogenblik strijden en werkzaam zijn, tussen licht en duister. En licht en duister zijn misschien in wezen gelijk, maar voor ons en ons wezen is het licht noodzakelijk en duister is een eindeloos gevangenschap zonder einde, zonder inhoud. Wij moeten het symbool vinden van ons bestaan, van ons leven. En dan is het dwaasheid om tot anderen te zeggen, onderwerp u want ik heb de waarheid. Of gij moet mijn gezag aanvaarden ten koste van alles. Want zodra een gezag moet worden uitgeoefend, is het al in de richting van het duister gaan. Het is laat ons samengaan, laat ons samen besluiten, werken. Ik denk niet aan mijzelf, ik denk aan u. En de ander moet zeggen: ik denk niet aan mijzelf, ik denk aan u.

In een moeilijke tijd staan we mens en geest eigenlijk als 2 strijders in een ouderwetse veldslag, rug tegen rug, en dan zijn we een kleine vesting, we kunnen het gevaar overmeesteren. Wij kunnen elkander helpen aan de overwinning. Maar alleen kunnen we het niet bereiken, slechts indien we de ander verdedigen kunnen we ons doel vinden.

Het is in deze dagen dat wij als mensen, geesten, entiteiten worden geconfronteerd met die omwentelingen, met die vernieuwingen en te zorgen dat in die vernieuwing het duister ons niet overwint, dat wij licht blijven, dat wij in en vanuit onszelf worden tot de kracht van anderen.

Er zijn twee zuilen en tussen deze beide staat in een oude voorstelling de mens als de derde zuil. Maar wanneer de tijd voorbij is dan moeten die 3 zuilen tot één zuil worden, die zuil die staat op een boom. Dan moet de veelheid terugkeren tot eenheid, en die eenheid kan nimmer ontstaan wanneer elk voor zich een eigen weg wil gaan. We kunnen zeggen in de oude Egyptische termen: de mens van deze dagen steekt een rivier over die hij niet kent. Hij komt aan het strand in een nieuw land en hij passeert de zuilen. Hij passeert de gangen, hij gaat door de zalen en hij eindigt in het hof der rechten, niet omdat de wereld ten einde komt maar omdat de mens op een gegeven ogenblik als deel van de mensheid en niet alleen als zichzelf verantwoordelijkheid aflegt.

Er zal niet gevraagd worden: ben je lief geweest voor je naasten? Dat denkt men misschien, als ik nou maar goed ben, en ik voel mezelf goed dan in het in orde. Neen, de vraag is niet: ben ik goed geweest? De vraag is: heb ik het anderen mogelijk gemaakt om met mij het goede te zijn en te kennen. En dat is anders. Dat is niet de overheersing, dat is niet de kruiperige dienstbaarheid, dat is a.h.w. de vriendschap het onderling samengaan. Die dingen zijn mogelijk in deze dagen. Ze worden steeds dichter naar de mensheid toegedragen. Met elke reeks van ontwikkelingen die wij vooruit hebben gezien en waarvoor wij trachten de juiste oplossing te vinden, krijgt de mens een nieuwe kans om te kiezen, niet meer voor groepsbelang, niet meer voor eigen belang, maar voor gemeenschappelijk zijn. Noem het naastenliefde, geef het een andere naam.

Er is maar een ding nieuw in deze dingen en dat is het feit dat u moet kiezen tussen dit praktisch kunnen beleven en doorvoeren van al die oude wijsheid en waarheid, of iets wat heel dicht bij de persoonlijke ondergang schijnt te komen. Het is de keuze van deze dagen. Het is uw keus. Wanneer het aan mij ligt en aan de meesters, dan zullen we alles doen wat we kunnen om te zorgen dat de keuze goed is, maar de mensheid is een geheel. Het is reeds eerder gebeurt dat uit een ras een deel achter bleef, en het heeft nooit zijn weg terug kunnen vinden tot die oude eenheid.

Wanneer u mens met de mensen bent, wanneer u dienstbaar bent aan allen, niet zoekend naar uw eigen recht of belangen maar naar de zekerheid en het geluk van allen dan en dan alleen beantwoordt u aan de eisen van deze tijd. Er is eens gezegd dat er een merkteken zal staan op allen die een duistere vorst dienen en dat een engel uit zal gaan en een merkteken zal geven aan allen die uitverkoren zijn. Welaan dat gebeurt in deze dagen. Misschien dat dat het meest onvoorstelbare is voor u. Wanneer u zou achterblijven in deze geestelijke evolutie, zult u niet blijvend ten onder gaan, maar het betekent een afscheid van iets dat deel is van dat geheel waartoe ook wij behoren. Een pijnlijk afscheid. Voor u zal het betekenen een eenzaamheid die u haast niet kunt beseffen terwijl u mens bent.

Het is daarom dat wij werken. Het is daarom dat ik vanavond hier ben als de enige spreker. En het is ook daarom dat wij uit den treure deze dingen herhalen. Wij zijn de gemeenschap van de geest. Wij zijn één in de God die ons heeft voortgebracht, tenzij ge u afwent. Zoek dan uw eigen weg, maar zoek die niet in een poging tot zelfverheffing of zelfrechtvaardiging, maar eenvoudig in een bewust geven van vreugde, van zekerheid, van hulp, van diensten waar u kunt aan anderen. Dat is wel het minste geloof ik wat u in deze dagen zult kunnen doen. Het is daarom dat ik van de gelegenheid gebruik heb gemaakt om het belangrijkste onder woorden te brengen. Belangrijk voor mij en naar ik hoop ook voor u.