Bestrijding van criminaliteit en crimineel denken

image_pdf

15 maart 1985

Ik moet u erop wijzen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Verder wil ik mij van tevoren verontschuldigen wanneer ik in het verloop van mijn inleidend betoog opmerkingen zal moeten maken die niet iedereen even aangenaam zal vinden.

Criminaliteit is een mooi woord, maar het omvat veel meer dan men beseft. Je hebt de gewone criminaliteit, zoals men ze noemt, en dan denken we aan alle mensen die andermans brandkast zo leuk vinden, of die buitengewoon veel aandacht hebben voor de verdeling van die goederen die de staat in geen geval binnen zijn grenzen wil zien.

Daarnaast hebben we natuurlijk wat je noemt ‘kleine criminaliteit’: Jongens die handtasjes verzamelen, vaak gemotoriseerd; degenen die in een opgewonden bui andermans auto in brand steken, ruiten ingooien en wat daar verder bij hoort. Maar er is nog een vorm van criminaliteit. Dat is de zgn. ‘legale criminaliteit’, en het is juist deze die in ons onderwerp een heel belangrijke rol speelt.

Men beseft namelijk maar al te weinig dat wanneer je te maken hebt met een gemeenschap, de leiding van die gemeenschap voor een deel de reacties en de gewoontes bepaalt van de leden van die gemeenschap. Het is net als in een gezin: de kinderen doen alsof ze vader of moeder eigenlijk maar achterhaald vinden, maar in hun wezen nemen ze allerhande gewoontetjes en trekjes over die bij die ouders behoren.

Heb je onderwijzers of onderwijzeressen die een klein beetje invloed op de kinderen hebben, dan zul je ook zien dat bepaalde dingen, hebbelijkheden van die onderwijzers bv., worden overgenomen. Dit gebeurt nu maatschappelijk ook. In die maatschappij spelen op het ogenblik allerhande factoren die, zo te zeggen, minder aangenaam zijn. Ik denk bv. aan milieuvervuiling.

Nu weet ik wel dat men bij de bestrijding ervan de zaak heel sterk overdrijft, maar het feit blijft bestaan dat ook tegen de wetgever en diens verlangens in, grote bedrijven allerhande schadelijke stoffen zijn blijven storten op plaatsen, waar later bleek dat daardoor toch wel onheil kon worden aangericht.

Er zijn grote concerns die op een handige wijze allerhande deviezenverordeningen, exportverordeningen e.d. omzeilen. En zelfs vanuit Nederland vertrekken nog wel eens kisten met landbouwapparatuur, die later als vuurkrachtversterking zeer welkom zijn bij een of andere extremistische groep.

We moeten begrijpen dat deze mensen getolereerd worden, maar dat ook de staat zelf niet helemaal zuiver is. Ik wil niet zeggen – we zitten in Nederland – dat omkoperijen e.d. een grote rol spelen, maar het komt voor. Wanneer je in een plaatsje woont en de burgemeester laat door gemeentewerken een garage bouwen op kosten van de gemeente, dan heb je al te maken met iets wat heel vaak te constateren valt.

Wanneer je denkt aan wethouders die de wegen beheren en naar hun eigen, overigens wat afgelegen hoeve een goed geplaveide weg laten aanleggen, terwijl de hoofdverkeersweg in feite vol kuilen blijft zitten, dan hebben we in feite ook te maken met iets wat begrijpelijk is, maar niet helemaal toelaatbaar. Maar ja, is het nu criminaliteit?

Of, om het nog een beetje verder op te voeren, denk aan de wijze waarop aan verschillende zeer grote bedrijven steun is verleend in het verleden. En dan heb ik het zeker niet alleen over die NBM-geschiedenis. Het is een feit dat een bedrijf in de loop van vier jaren een steun krijgt die ongeveer tien miljoen bedraagt. Het is dan wel heel eigenaardig dat een van de betrokken kabinetsleden ongeveer twee en een half jaar na zijn aftreden daar voor een rijk salaris commissaris wordt. Dan zeg je: ja, dat is eigenlijk iets, dat moet je in een maatschappij maar kunnen tolereren.

Maar dat zijn degenen, die dat kunnen doen! Het zijn degenen, die over de machtsmiddelen beschikken, die over de financiën beschikken, die over de relaties beschikken.

Tegenover deze mensen, die zich altijd en overal wel goed kunnen redden, staat dan een hele hoop mensen die weinig of niets aan mogelijkheden bezit. Die willen ook wel eens een keer in een heel luxe auto zitten. En zij willen ook wel eens graag een vakantie in het buitenland doorbrengen. En die zouden heel erg blij zijn wanneer zij een paar dienstreizen zouden kunnen meemaken, zoals zovele van Nederlands regeerders, gemeente zowel als rijk, eigenlijk voortdurend maken. Een soort betaalde werkexcursie. Deze zeggen dan: ja, maar als die hoge heren zo doen, waarom wij niet?

Het wonderlijke is dat velen van de misdadigers zich helemaal niet als zodanig beschouwen. “Want”, zo zeggen zij, “wij zijn toch niet als dat opgeschoten grut die arme mensen beroven. Wij gaan naar de villa’s van hen die toch al teveel hebben! Ze krijgen het nog terug van de verzekering ook! Waar klagen ze over?”

Ze zeggen: ja goed, wij verkopen dan misschien verschillende stoffen als marihuana of heroïne en gros, maar de mensen vragen er toch om? En er is een hele tabaksindustrie… En er is een chemische industrie, die heel gevaarlijke producten maakt en daar wordt niets van gezegd! Wij helpen de mensen tenminste datgene te krijgen, wat ze hebben willen. Dan zijn wij eigenlijk beter dan al diegenen, die het dan zgn. netjes volgens de wet doen en ondertussen ook de mazen weten te vinden.

U vindt het misschien vreemd dat ik op deze manier begin. Maar uw maatschappij is niet meer gebouwd op vertrouwen en betrouwbaarheid. Uw maatschappij is eigenlijk gebouwd op het wantrouwen. Wanneer een ander een fout maakt en iemand heeft er voordeel van, dan denk je al heel gauw: hoeveel zou hij daaraan verdiend hebben? Wanneer iemand een ander moeilijkheden in de weg legt, dan vraag je je niet af of dat terecht is, maar je vraagt je af: wie zou daar voordeel van hebben?

Dit wantrouwen is zo ver doorgedrongen, dat het op het ogenblik, zeker in de lagere regionen van de bevolking, bijna epidemisch is geworden. En dat is dan een basis van waaruit criminaliteit veel makkelijker kan groeien.

Zolang eigendom heilig was, had ook de burger er respect voor en hij bracht zijn kinderen er ook respect voor bij. Maar je hebt tegenwoordig eigendom dat alleen van jou is, zolang de gemeenschap niet vindt dat ze er iets anders mee moet doen. Er is dus geen sprake meer van een werkelijke eigendom en beslissingsrecht. In feite koop je alleen een gebruiksrecht, dat zal mogen duren tot het ogenblik det de gemeenschap vindt dat met jouw eigendom iets anders moet gebeuren. En dan kun je nog niet eens zeggen: ik wil er een bepaald bedrag voor hebben en moet je nog genoegen nemen met een schatting.

Waarom zou dan een gewone burger zoveel respect hebben voor het eigendom van een ander? De staat doet het toch ook niet? Al die hoge heren doen het toch ook niet? Waarom zou je het huis van een ander als een kasteel beschouwen waarin je niet mag doordringen tegen zijn wil? De politie komt er toch ook binnen? En die politieagenten zijn toch ook niet altijd even zachtzinnig? Ja natuurlijk, iemand is van de trap gevallen bij zijn arrestatie – dat die trap dan toevallig was voorzien van een gummiknuppel, nou ja goed, daar praat niemand over – maar wat denkt iedereen? Zelfs wanneer het echt van de trap vallen is, denken ze nog: er is mishandeld.

Waarom zou jij dan anders handelen? Je hebt je eigen belangen, je hebt je eigen werk, je hebt je eigen tijd en wanneer de wereld je niet geeft wat je hebben wilt, nou dan doe je net als de staat, dan pak je het. Dan neem je voor jezelf diezelfde macht in handen, die de staat in handen heeft. En als je iemand doodt, ja dat is natuurlijk niet leuk, maar als iemand je werkelijk in de weg staat, waarom zou je het niet doen? Per slot van rekening, als die staat zich voelt aangetast, begint ze een oorlog. Dan gaan er tienduizenden mensen dood en degenen, die het in feite veroorzaken, blijven meestal achteraf zitten. Jij komt er in ieder geval nog zelf aan toe, jij trekt zelf je mes of jij schiet zelf.

Waarom zou je je dan schuldig voelen? Je kunt betreuren wat je hebt gedaan hetzij om de gevolgen, hetzij omdat je het zo niet bedoeld had. Dat is weer een andere kwestie. Maar je doet uiteindelijk precies hetzelfde als de overheden doen, die je voorgaan.

Waarom zou een gewoon mens respect hebben voor iets, omdat het mooi is? Als je ziet dat er door de mooiste gebieden van Nederland  spoorwegen worden aangelegd zonder dat ooit iemand zich afvraagt of daarmee niet die gehele schoonheid voorgoed te gronde gaat, dan mag jij toch zeker wel een keer kalken op een muur, hé? Ook als ie pas gewit is. Dat is de BASIS van het criminele denken. Het klinkt een beetje vreemd, maar degenen die behoren tot de criminaliteit, gaan uit van de onbetrouwbaarheid van degenen, die hen regeren. En laten we dan kijken wat de feiten zijn:

Kleine diefstallen, opgelost: ongeveer 27 %.

Grote diefstallen, door toeval opgelost in een periode van 5 jaar: ongeveer 40 %.

Onopgelost gebleven in een periode van meer dan 10 jaar: 53 % à 54 %.

De kans om gepakt te worden, is betrekkelijk klein. En misschien dat je nu nog respect zou hebben voor een wet, wanneer die wet inderdaad gehandhaafd werd. Maar die wet wordt niet gehandhaafd. Als je de criminaliteit wilt bestrijden, dan moet je allereerst beginnen met een wetgeving die ook inderdaad gehandhaafd kan worden. Dan moet je een bestrijdingsapparaat hebben dat in staat is om die wet uit te voeren. Het is niet voldoende om eenvoudig maar een decreet af te kondigen en te zeggen: dat mag voortaan niet.

Denk niet dat dit denken alleen maar een kwestie is van misdadigers. Laten we een heel eenvoudig voorbeeld nemen: Openbaar vervoer. Het Openbaar Vervoer kende ongeveer 3 % zgn. zwartrijders, zoals dat tegenwoordig heet. De tarieven gingen omhoog. Het aantal zwartrijders liep op tot 5 %.

Nu, op het ogenblik zijn de tarieven zo hoog geworden dat als je het goed bekijkt, die gemiddeld 20 % zwartrijders eigenlijk best begrijpelijk zijn. Het is gewoon een verweer. Het is gewoon krankzinnig dat, wanneer u met vier personen naar Scheveningen wilt gaan, blijkt dat u voor een zeer klein bedrag méér per persoon beter een taxi kunt nemen. U hoeft niet in de kou te wachten, u heeft niets te maken met dienstregelingen, u gaat van deur tot deur. Is dat eigenlijk niet een beetje krankzinnig?

Men wil dat steeds meer mensen van het openbaar vervoer gebruik maken en gelijktijdig heeft men de vervoerskosten in den lande zodanig opgevoerd dat het op het ogenblik bij reizen tot 120 km met een bezetting van 3 à 4 personen per auto ongeveer gelijk is aan directe kosten. Dat wil gewoon zeggen dat er dus op een of andere manier iets fout zit. Tarieven van de overheid worden opgeschroefd. Daardoor worden mensen a.h.w. gestimuleerd om er iets tegenover te zetten.

Zolang je het gevoel hebt dat je voor je belasting veel krijgt, dan zul je er niet al te veel tegen in het verweer komen. Maar op het ogenblik dat je het gevoel krijgt dat met jouw geld een hele hoop dingen worden gedaan, die in feite nutteloos of verkeerd zijn, dan begint het anders te worden, dan zie je belasting als diefstal. En dan proberen we het terug te krijgen.

Een fatsoenlijk mens doet dat t.a.v. de overheid. Belastingontduiking wordt op het ogenblik door ongeveer 60 % van de belastingplichtigen gepleegd. De andere 40 % hebben alleen loon en bij loonbelasting kan je schijnbaar niet veel knoeien. D.w.z. dat bijna iedere burger op zijn tijd belastingfraude pleegt.

Wanneer we kijken naar de verkeerswetgeving, dan blijkt dat dat allemaal zeer ideëel geregeld is met maximum snelheden, met allerhande verplichtingen, parkeerbeperkingen, enz. Vroeger kreeg iemand een beroerte als iemand in het theater een sigaar opstak onder het bordje waarop stond ‘verboden te roken’. Tegenwoordig staan er 10 auto’s geparkeerd onder een bord dat zeer nadrukkelijk zegt dat hier niet stilgestaan mag worden.

Men heeft zoveel geregeld dat men de wet niet kan hanteren. Men kan de wet eenvoudig niet meer handhaven. Men wil ook niet van die wetten af, men wil die regelingen niet vereenvoudigen, maar men zoekt de oplossing op een andere manier. Men gaat, bv. in dat parkeergeval, parkeergarages bouwen. Maar wie gaat naar die parkeergarages, die te duur zijn? Je kunt toch veel beter het risico lopen dat je eens in de 20 dagen een bekeuring krijgt, dat is veel goedkoper.

In die situatie moet je nu de criminaliteit bestrijden met een apparaat dat eenvoudig niet meer in staat is om adequaat te reageren en zich specialiseert op de meer ernstige en spectaculaire aspecten van de criminaliteitsbestrijding. Want aan het gewone werk kun je uiteindelijk niet meer beginnen: je hebt er de middelen en de mensen niet voor.

Gelijktijdig wordt het apparaat belast met ontzettend hoge administratieve belastingen. Er moet dus veel te veel worden vastgelegd zodat in feite ongeveer 30 % van degenen die erbij betrokken zijn, administratieve functies hebben. Daarnaast kan gezegd worden dat bij degenen die direct deelnemen aan de criminaliteitsbestrijding ongeveer 20 % van de tijd gaat zitten in het invullen van verbalen, enz.

Als je criminaliteit wilt bestrijden, dan moet je zorgen dat er een heldere wetgeving is. Die wetgeving moet niet teveel verbieden. Alleen maar die dingen die werkelijk niet door de beugel kunnen. Verder moet je dan zorgen dat eenieder die tòch een misdaad begaat, hoe dan ook gesnapt wordt.

En dan is er nog het strafaspect. Ik kan meevoelen met degenen die zeggen: Ja, maar de crimineel is ook een mens.

Natuurlijk. Maar, neemt u mij niet kwalijk dat dit zeg, heeft het nu veel nut om iemand van zijn vrijheid te beroven door hem tegen zeer hoge kosten op te sluiten in een soort luxehotel, waar hij ook nog kleuren-tv op zijn kamer heeft? Waarbij de maaltijden zo redelijk verzorgd zijn dat ze voor menigeen beter zijn dan dat hij normaal nuttigt en waarbij vrijheidsberoving de enige straf is, die je dan wel voldoende vrije tijd laat om met anderen te overleggen op welke manier jij  erin gestonken bent, en hoe je het de volgende keer kunt voorkomen.

Ik heb natuurlijk wel een idee hoe je dat zou kunnen bestrijden en dat zou meteen ook enorm veel kosten sparen, denk ik: Je zou een behoorlijk groot gebied moeten hebben, laten we zeggen van 200 à 300 ha. Je zou daar een zo hoge wand omheen moeten zetten dat niemand daar eigenlijk meer overheen kan en bovendien zou je het van boven enigszins moeten afrasteren zodat er niet zonder meer landingen mogelijk zijn van helikopters e.d., want je weet tenslotte nooit waar de mensen aan beginnen. Zorg dat er een poort is die niet geforceerd kan worden.

Wie zich schuldig heeft gemaakt, gaat voor een bepaalde tijd dit gebied in. Er is een minimum rantsoen waarop je net kunt overleven, dat tegen duimafdruk op een roostertje wordt doorgegeven — maar alweer zodanig dat niemand naar buiten kan kijken of eruit kan.

Laten de heren het onder elkaar uitmaken in dit gebied wie de baas is, wat wel mag en wat niet mag. Er zullen natuurlijk doden vallen. Je zult ook heus wel een hospitaaldienst moeten hebben om zo nu en dan degenen die te ernstig mishandeld zijn, toch ook buiten deze omgeving te kunnen behandelen. Maar laat ze aan zichzelf over. Geen luxe, maar in feite ook geen vrijheidsbeperking op een klein gebied. Alleen: je stelt je buiten de maatschappij, leeft buiten de maatschappij. Geef daarbij dan een minimum tijd aan; na die tijd kunnen de heren zich terugmelden. Ze worden dan psychologisch getest en is die test redelijk goed verlopen, dan kunnen ze de maatschappij weer in, Zonder beloningen van staatswege, zonder verplichtingen.

Investeringskosten: betrekkelijk hoog, enkele miljarden.

Bewakingskosten:  betrekkelijk laag, omdat dit grotendeels elektronisch kan geschieden.

Personeelsbehoefte: voor het gehele complex ongeveer 300 man, in drie ploegendiensten afwisselend werkzaam.

Voedingskosten: minimaal, er wordt alleen een minimaal rantsoen gegeven.

Verplegingskosten: laten we zeggen dat ongeveer 1/10 van wat je op het ogenblik aan gevangenissen en dergelijke inrichtingen besteedt, nodig is om die zaak in stand te houden.

Capaciteit: tot 100.000 man.

Reken even na. Zo kun je dus op een eenvoudige manier de mensen ertoe brengen zelf te ervaren wat er gaande is.

Maar dat is niet ‘humaan’.

Men probeert maatstaven van humaniteit die men in de normale maatschappij voortdurend zelf schendt, toe te passen op de gevangenen die in de minderheid zijn. Dat is niet redelijk. Wanneer je inderdaad de misdaad wilt bestrijden, kan je dat doen:

1. door de maatschappij te hervormen of

2. door de misdadiger zijn eigen misdaad aan den lijve te doen ervaren.

Kortom, je hebt de keuze tussen:

  1. een zelf terugkeren naar de maatschappij, waarin naastenliefde en de zorg voor de naaste,  en niet alleen theoretisch, voorop staat; waarbij de verantwoordelijkheid van ieder voor alle anderen voortdurend beseft en gevoeld wordt — of
  2. je kunt een oog om oog-, tand om tandprocedure aangaan. Iedere tussenweg is een lapmiddel.

U ziet dat ik mij niet voor niets verontschuldigd heb aan het begin.

Nu zegt men: Ja, maar wanneer wij dat criminele denken kunnen bestrijden, zou dat de zaak dan niet verbeteren?

Hoe zou u dat willen doen? Wanneer men kijkt naar het hedendaags onderwijs, dan is dit  dermate toegesneden op wat men noemt ‘de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind’, dat discipline en prestatie daarbij terugvalt. Toch worden die kinderen gelijktijdig geïndoctrineerd met hun rechten en de mogelijkheden die ze hebben om zich in feite te verzetten tegen allerhande dingen. En aan de andere kant wordt van ze gevraagd dat ze in een prestatiemaatschappij gaan optreden en dan ineens de zelfdiscipline gaan vertonen die men in het onderwijs in feite niet heeft onderwezen. Integendeel, men heeft een groot gedeelte ervan laten verslonzen.

Als u de kinderen opvoedt zodat ze begrip hebben van plicht en taak èn van recht, maar hen niet toestaat zich rechten aan te matigen wanneer ze hun plichten niet vervullen, dan kom je vanzelf terecht in een gemeenschap die meer disciplinair denkt; dan mag je daar zelfdiscipline bovenop zetten als hoofdwaarde.

Misschien kun je de kinderen brengen tot een opvoeding, waarbij ze gewoon in de klas blijven, of ze werken of niet, en onderling uitmaken waar het over zal gaan; een keuze doen uit de verschillende vakken en eventueel van studiemiddelen, met alleen een toezicht a.h.w. van een afstand.

Laat ze het dan onder elkaar maar eens uitvechten. Dan krijg je een lagere school waar de eerste drie jaren in feite alleen worden besteed aan wederkerige correctie, maar dan hebben ze wel samenleven geleerd. Dan hebben ze geleerd dat je je niet alles kunt permitteren. En dan heb je gelijktijdig een begin gekregen van een leersysteem, dat niet gebaseerd is op een van boven opgelegde dwang alleen, maar dat mede door begrip van het kind voor de noodzaak om kennis te verwerven, wordt bepaald.

Verder, doe eens een beetje afstand van alle gepreek. Ik weet dat wanneer politici en theoretici bezig zijn te praten, zij dingen zeggen die voor hen zelf volledig zinnig zijn, maar een leek die ernaar luistert, hoort meer onzin dan zin.

Men ziet heel vaak politici als een soort dikke padden, die op de lotusbladeren van de volkse welvaart zitten, zo nu en dan een tong uitstekend om elkaar een vlieg af te vangen. Een dergelijk beeld is absoluut schadelijk. Een politicus moet iemand zijn die je kunt vertrouwen, die je respecteert en die je daardoor ook het recht toe billijkt om iets over jou te besluiten; niet iemand die je ziet als iemand die met en hoop kletskoek ook nog aan de k0st komt. Maar zo worden ze wel vaak gezien.

Het is toch duidelijk dat in een gemeenschap alleen discipline kan bestaan, eerstens waar ervaring is, en tweedes waar een mate van respect t.a.v. het kunnen van een ander bestaat. Hoe hoger je komt op de ladder in de maatschappij, hoe meer je dat respect waardig moet zijn.

En dan geloof ik niet dat je dan uit moet gaan van het standpunt : O ja, maar minister Zus houdt er drie liefjes op na. Wat die man met zijn krachten in zijn vrije tijd doet, moet hij zelf weten. Maar wanneer hij iets belooft en hij kan het niet uitvoeren, dan zal hij op zijn minst duidelijk moeten kunnen maken, niet alleen aan de Kamer maar aan het hele volk, dàt hij het niet kan en waarom niet.

Dan zal men zo iemand gaan respecteren. Een maatschappij, die geleid wordt door een groep die in feite bepaald wordt door zelfbedrog en zelfverheerlijking, daar hebben we niets aan. Die moedigt alleen naar de misdadigheid aan.

U zult zeggen: Ja, maar hoe is die criminaliteit dan bijvoorbeeld ontstaan in de V.S.?

Ook daar is duidelijk dat de criminaliteit in wezen wel bestond – er bestond altijd een zekere onderlaag – maar dat ze haar macht en mogelijkheden eigenlijk verworven heeft op het moment dat men maatregelen ging treffen die het hele volk als zodanig niet kon onderschrijven, de prohibitie. Het is in die tijd dat de gangsters machtig zijn geworden. En het is uit die tijd dat niet alleen de rackets zijn gegroeid, maar daarnaast dat perfecte laundringsysteem: het hele systeem van zakenleven dat geleid wordt door mensen die ook misdadige activiteiten bedrijven en soms ook leiden.

Wat wilt u in een huidige wereld waarin een volk oorlogen voert, mensen doodt en laat doden, terwijl een groot deel van het volk voelt dat het zinloos is. Wat moeten wij denken van een maatschappij waarin enorme contracten worden weggeven aan allerhande maatschappijen voor het vervaardigen van wapens terwijl er voor degenen die aan de zelfkant leven, eigenlijk niet eens genoeg is om van te leven.

Wat moeten wij denken van een maatschappij, die aan de ene kant enorme tolmuren optrekt tegenover de derdewereldlanden, terwijl aan de andere kant dan goedertieren haar eigen overtollige productie in die richting spuit onder het mom van acties waarbij de burger dan vaak nog gevraagd wordt een deel van de kosten te dragen. Dit is niet iets waar een gewone burger vertrouwen in heeft. En vergeet niet dat de aankomende crimineel altijd al iemand is die een zeker verzet tegen het gezag in zich draagt. Hij kan een sterke hand respecteren, maar al dat slappe gedoe, daar wil hij niets mee te maken hebben.

De doorsnee crimineel heeft ook een neiging om zichzelf te laten gelden. Hij wil dus tonen dat hij iets meer kan of iets meer waard is dan een ander. En of dat nu bestaat in het in elkaar trimmen van een onschuldige burger of eventueel heldendaden in de oorlog, dat interesseert hem veel minder. Het gaat hem er doodgewoon om dat hij zichzelf wil manifesteren. Maar er is geen maatschappij die regels geeft waarbinnen hij zich zou kunnen manifesteren volgens zijn eigen kwaliteiten. Dan is het toch duidelijk dat hij in verzet komt. En als hij dan toch in verzet komt, dan wil hij ook leven, dan wil hij ook datgene hebben wat anderen hebben.

Dan zeg je niet: “Nu ben ik werkeloos, dus moet ik het met minder doen.” Dan zeg je: “Nu ben ik werkeloos. En als ik vier biertjes op heb, dan is mijn zakgeld op. Dat is toch krankzinnig; dan hààl ik het ergens.” Je zou dat kunnen bestrijden natuurlijk, wanneer er een strikte controle mogelijk zou zijn, maar die is er niet. Zoals je ongetwijfeld een hele hoop van de witteboordencriminaliteit zou kunnen voorkomen wanneer je een goede controle zou instellen, maar dat mag niet, want de banken willen dat niet.

Daarom zeg ik: Als je de criminaliteit kwijt wilt, moet je beginnen met je maatschappij te hervormen. Dan moet je beginnen met die maatschappij zo te vereenvoudigen dat ook een gewoon mens er weer zijn weg in kan vinden. Dat er een mate van logica in zit en niet alleen maar ambtelijke constructiviteit.

Dan moet je een maatschappij bouwen waarbij de mensen die als leiders in die maatschappij naar voren komen, inderdaad gerespecteerd kunnen worden en niet alleen maar worden beschouwd als vertegenwoordigers van bepaalde belangen zonder meer.

Dan moet je leven in een maatschappij waarbij conflicten tussen arbeiders en werkgevers waanzin worden, omdat de werknemer begrijpt welke moeilijkheden zijn werkgever heeft, en omgekeerd, de werkgever een steeds meer persoonlijk contact en begrip voor zijn ondergeschikten nastreeft, in plaats van het regeren van op een afstandje. Ik denk niet dat dat op het ogenblik haalbaar is.

Daarom denk ik dat de criminaliteit blijft toenemen. De redenen daarvoor zal ik u eveneens geven:

Ofschoon de economische crisis, althans ten dele, wel overwonnen schijnt te zijn, is er een voortdurende toename van, zullen we zeggen, nieuwe armen. Nu is zo’n nieuwe arme nog rijk vergeleken bij wat er in andere landen aan armoede bestaat, maar voor deze mensen is dat leven aan de zelfkant. Dat is: uit moeten komen met een minimum. Deze mensen komen niet zo gauw in verzet als ze wat ouder zijn ofschoon ik nog altijd wacht op het moment dat een aantal verontruste opa’s en oma’s hun tekort aan A.O.W. (basispensioen in Nederland, red.) door een bankoverval proberen aan te vullen.

Maar men ziet dat de maatschappij inmiddels in haar poging zich te herstellen van de crisis, zit te beknibbelen op de rechten en voorrechten die men aan de armere indertijd heeft toegekend. Maar die mensen kunnen al zo weinig missen.

We zien een prijsbeleid dat niet gericht is op een zo goedkoop mogelijk product d.m.v. concurrentie, maar dat gericht is op een inkomensbescherming van bepaalde bedrijfstakken. Maar de verbruiker merkt dat. Als die verbruiker merkt dat bv. een heel brood met winst kan worden verkocht voor f 1,23 maar dat hij er door maatregelen f 1,86 voor moet betalen, dan zegt hij: ja, maar dat is eigenlijk oplichterij.

Wanneer deze mens werkt en hij moet ‘s avonds boodschappen doen en alle winkels zijn gesloten, terwijl er heus bepaalde bedrijven zijn die graag open zouden blijven, dan zegt hij: Bescherming van de werknemers? Dit is gewoon een onpraktische indeling; laat bepaalde winkels ‘s middags om 12.00 uur opengaan, dan kunnen ze sluiten om 10.00 uur ‘s avonds. M.a.w. iedereen heeft wat te kankeren. Iedereen is ontevreden. En hoe meer mensen ontevreden worden, hoe meer mensen er op hun manier iets aan doen.

Ik kan u weer een voorbeeld geven, misschien krankzinnig, maar feitelijk gebeurd en nog niet eens zo lang geleden:

Een aantal heren hadden, zullen wij zeggen, een uitvoerige prettige avond gevierd en terwijl zij zwalkend over de straten huiswaarts keerden, kwam een van hen op het idee dat men de vrouwen toch ook wat moest gunnen en stelde voor om ergens een flesje parfum te kopen. Maar waar vind je om 3 uur ‘s nachts een winkel die parfum heeft en dan ook nog verkoopt?

Men vond een bedrijfje waar volgens een van hen een behoorlijke sortering aanwezig was. Ze sloegen een ruit in van een deur, gingen rustig naar binnen en in het schemerlicht dat daar door de nachtverlichting nog altijd werd geworpen, zochten ze voor elk van hun vrouwen de lievelingsmerken uit — en dan natuurlijk niet kleinzielig, ‘t kostte toch niets, nietwaar — zo’n 10 tot 12 flesjes.

En toen ze bezig waren, dachten deze heren: ach, laten we ook nog wat flesjes aftershave inslaan, en zo gingen ze weg met zo n f 1000 aan parfumerieën. Gewoon in een dronken bui. En waarom? Omdat zij op dat ogenblik met hun dronken kop niet konden begrijpen dat er geen gelegenheden zijn waar je dat ‘s nachts kunt krijgen. Waren die er wel geweest, dan hadden ze waarschijnlijk betaald en gekocht. Het is geen onzin, gelooft u mij.

Heel veel van de kleine criminaliteit is impulscriminaliteit. Ze ontstaat in een bepaalde bui. Ze komt voort uit bv. een gebrek aan geld. Jongelui beroven een paar oudere mensen. Dat is natuurlijk slecht, maar wat is het feit? Deze jongelui hebben natuurlijk geleerd dat je moet roeien met de riemen die je hebt en ze waren net zo gezellig uit, en toen was er geen geld meer, en ze zouden nog naar de disco gaan. Dus pak je iemand aan, je neemt zijn geld en dan kun je naar de disco.

Vind u het gek?

Je maakt langzaam maar zeker de wereld tot je bezit. Er zijn toch geen mogelijkheden om de zaak te regelen. Als je gesnapt wordt, is het een toeval en heb je pech gehad. Maar je kunt toch zoveel dingen doen.

Winkeldiefstal, ongeacht alle bewakingssystemen, is gemiddeld prijsverhogend van 3% – 8%, dat ligt aan de bedrijven en de wijze waarop ze daar de controle uitoefenen. Wanneer u dat constateert, dan moet u niet zeggen: Hoe komen we tot een bestrijding van de criminaliteit? Dan moeten we ons afvragen: hoe zit die maatschappij in elkaar waarin die criminaliteit bijna onstuitbaar verder schrijdt? En dan moeten we ons afvragen wat er gebeurt met al die mensen die steeds minder inkomen krijgen en gelijktijdig steeds minder kansen zien.

Hoe moet dat met al die jongeren, die eigenlijk dromen van het uitoefenen van een beroep en stevig verdienen, misschien later een meisje, samenwonen of een huwelijk en daar alleen maar staan op het postkantoor net hun girochequeje om datgene wat hen toekomt, te innen? Die willen wel wat meer. Die willen wat anders. En ze kunnen het niet KRIJGEN en het IS er.

Vind u het vreemd dat ze het nemen? Hun opvoeding heeft hen immers geleerd dat je rechten hebt, dat je voor jezelf op moet komen, dat je mens bent, dat je recht hebt op een menswaardig bestaan. En dat menswaardig bestaan zullen ze dan zelf wel eventjes definiëren.

De kleine criminaliteit zal in de komende jaren toenemen met 17% – 23%. En wel binnen de komende 3 à 4 jaar, alleen al op grond van de huidige ontwikkelingen en het huidige beleid. Dan kunnen we verder zeggen dat mag worden aangenomen dat de politiemacht in de komende tijd van de voor hen noodzakelijke 100 extra ambtenaren voor een grotere gemeente, er misschien 2 kan aantrekken. Dit door de bezuinigingsmaatregelen allerwegen en een verschuiving van de uiteindelijk daarvoor bestemde gelden naar defensie om bestellingen te betalen die men in het verleden heeft gedaan.

M.a.w. dat het tekort aan wetshandhavende organen toeneemt en niet afneemt, dat degenen die routine hebben, die iets kunnen presteren, in toenemende mate bezig zullen zijn met wat men noemt ‘e zware misdrijven: drugs, moord , doodslag, ontvoering, diefstal , terrorisme.

De kleine man komt te leven in een steeds minder beschermde maatschappij, waarin de wetten die hem moeten beschermen uiteindelijk een lege vorm zijn. En wanneer hij dan melding komt maken van het misdrijf, als antwoord krijgt: “Ja, ja, dat hebben we al zo vaak gehoord; geeft u maar op — misschien lopen we iets tegen het lijf, maar u moet nergens op rekenen.”

Dat is uw maatschappij. Dat is uw wereld. Dat is uw criminaliteit, want je mag de mensen toch –  ook al verkopen ze drugs voor miljoenen – niet te pakken nemen als je niet zeker weet dat je het juridisch juist kunt bewijzen. En zelfs dan moet je er toch voor zorgen dat ze een goede verzorging en verpleging genieten.

Op die manier kom je er nooit. Dat kan eenvoudig niet. Justitieel beleid in Nederland is halfzacht. Je vraagt je soms af of degenen die dat beleid bepalen, ook halfzacht zijn. Criminaliteit neemt toe omdat het crimineel denken wordt aangemoedigd door de opvoeding die de mensen op het ogenblik krijgen.

Het gevoel neemt toe dat een crimineel handelen, althans een niet wettig handelen, toelaatbaar is doordat er een gebrek is aan vertrouwen in alle instanties en hun leiders, die de wet zouden moeten handhaven en het voorbeeld zouden moeten geven.

Wat wilt u dan? Daar moet u maar eens over nadenken. Na de pauze kunt u over deze punten rustig in debat treden en dan kunnen we ook die specifieke punten behandelen die u belangrijk acht.

Tweede deel.

  • Men beweert in iemands handschrift onbetrouwbaarheidskenmerken te kunnen zien. Wat denkt u daarvan?

Tot op zekere hoogte is dat waar. Het is namelijk zo dat het temperament van een mens in zijn schrift mede tot uiting komt en daar kun je dus wel bepaalde karaktertrekken uit aflezen. Je kunt echter niet aflezen of iemand feitelijk onbetrouwbaar is. Maar je kunt wel aflezen of iemand bv. erg wankelmoedig is in zijn beslissingen. Dat blijkt o.a. uit de stand van bepaalde letterlijnen, verder ook vaak uit de manier waarop de regels geschreven zijn en de interrupties van de lijnen bij de vorming van een woord. Daar kun je dan dus je conclusies uit trekken.

Maar ik zou niet zo ver willen gaan dat je zegt: Je kunt aan de vorm van een handschrift zonder meer zeggen dat zo iemand voor mij onbetrouwbaar zal zijn. Je kunt alleen zeggen: Deze mens vertoont bepaalde uitingskarakteristieken waaruit wankelmoedigheid, twijfelmoedigheid en zeer waarschijnlijk dus een onbetrouwbaarheid voortvloeit.

  • Elk volk krijgt de regering die het verdient, dus ook de hoeveelheid van individuen die iets uit de pas lopen. Conclusie: Zijn wij met zijn allen enigszins karmisch verantwoordelijk voor de door u geschetste toestanden in de maatschappij?

Of u dit karmisch kunt noemen, is voor mij een zeer grote vraag. Maar in feite hebt u wel een beetje. gelijk. Laat mij een voorbeeld geven: Zeer vele Nederlanders stemmen vele jaren achtereen op een partij, ofschoon deze voortdurend het tegengestelde tot stand brengt van wat zij belooft te doen bij de verkiezingen.

Wij zien dat zeer veel mensen kiezen op basis van een persoonlijke voorkeur en niet op basis van bekwaamheid of  doelmatigheid. Als zodanig zou je kunnen concluderen dat degenen die hun leiders op deze wijze kiezen, althans ten dele medeverantwoordelijk zijn voor hetgeen er aan regeringsbestel en maatschappijstructuur uit voortvloeit.

Verder zou ik op willen merken dat zeer veel mensen genoegen nemen met het aangematigd gezag van bepaalde instanties,  personen  e.d. Dit kan voortvloeien uit een gebrek aan wetskennis en een zekere luiheid. Maar het tolereren van bepaalde misbruiken, betekent een gewoonterecht in stand houden dat eigenlijk op grond van de werkelijke regels van de gemeenschap bestreden zou moeten worden. Er is dus zeker een aansprakelijkheid, ook van de bevolking. De uitdrukking: ‘Elk volk krijgt de regering die het verdient’, is niet van mij. Ze is van een collega van mij, die het toen liet volgen door de opmerking: “Wat zijn we dan een rotvolk, hè.”

Ik ben niet geneigd om dit geheel tot mijn uitspraak te naken, om de doodeenvoudige reden dat ik het Nederlandse volk iets hoger aansla dan het zichzelf aanslaat — en dat wil wat zeggen — en ik daarnaast vele regeringen niet zo ongunstig zie als vele Nederlanders, behalve natuurlijk wanneer hun gekozen voorman aan het bewind is!

  • Wat zijn de geestelijke gevolgen van het deelnemen aan de criminaliteit? Er is toch ook een persoonlijke verantwoordelijkheid?

Er is ook een persoonlijke verantwoordelijkheid, dat ben ik volledig met u eens. Maar u moet ook begrijpen dat een behoorlijk deel van hetgeen onder criminaliteit valt, geestelijk gezien in wezen niet misdadig is, maar alleen misdadig omdat het ingaat tegen de wetten en structuren die in een maatschappij zijn opgebouwd.

Wanneer je steelt, dan zul je later moeten zien wat die diefstal betekend heeft. Dat kan voeren tot een schuldgevoel, wat je dan weer in een soort duisternis brengt. Maar het kan ook zijn dat de gevolgen in feite onbelangrijk of minimaal waren en dat jij je, op het ogenblik dat je de daad begaan hebt, daartoe gerechtigd achtte. Op dat ogenblik zijn er dus geen gevolgen.

We moeten een groot onderscheid maken tussen criminaliteit volgens de stoffelijke definitie van het woord, en de misdadigheid zoals die geestelijk bestaat. Een misdaad aan onze kant kan een onvriendelijk woord zijn dat je eigenlijk alleen maar gegeven hebt om iemand te kwetsen en waarvan je de gevolgen niet hebt kunnen overzien. Met de gevolgen geconfronteerd, ontdek je dan wat je gedaan hebt en dààr vloeien dan de consequenties uit voort. Dus op deze wijze heeft het geestelijk inderdaad gevolgen. Maar er zijn misdadigers op aarde die het na hun dood er uitstekend afbrengen, en er zijn ook zeer deugdzamen 0p aarde die er later pas achter konen dat hun schijnbare deugdzaamheid in feite alleen een ongevoeligheid was t.a.v. medemensen, en daar dan zeer ernstig onder moeten lijden.

  • Hoe beziet men aan gene zijde de huidige ontwikkeling van criminaliteit?

Ik heb geen tijd om een plenum te raadplegen en ik zal u dus mijn eigen visie hier moeten opdienen. Ik zie de ontwikkeling van de criminaliteit, zoals deze zich op het ogenblik niet alleen in Nederland maar in alle landen afspeelt en voltrekt, eigenlijk als een inleiding tot de val van een reeks door de jaren heen ontstane maatschappelijke structuren die absoluut ongezond zijn. M.a.w., staatsvormen kunnen alleen blijven bestaan en hun gezag blijven handhaven wanneer zij actief worden gesteund door een meerderheid van hun onderdanen. Dit is allang niet meer het geval.

De criminaliteit betekent daarbij een aantasting van het gezag, betekent ook een verder wantrouwen t.a.v. dit gezag of een onverschilligheid t.a.v. van een deel hiervan en als zodanig holt het dus ontstane machtsstructuren uit,

Hierdoor worden maatschappelijke hervormingen uiteindelijk eenvoudiger en van mijn standpunt uit – ik heb er geen last van, ik ben dood, nietwaar – zie ik het dus als een zeer nuttige ontwikkeling die over een jaar of acht tot tien tot een totaal nieuwe wijze van samenwerken in maatschappelijk verband zal voeren. Dus op betrekkelijk korte termijn.

  • Hoe zou men kunnen konen tot een samenleving waarin het crimineel denken verdwijnt? Moeten wij hierbij denken bv. aan geestelijke ontwikkelingen?

Ik geloof dat je allereerst moet zeggen: Het verdwijnen van de criminaliteit kan alleen veroorzaakt worden doordat steeds meer mensen de juistheid van de regels gaan inzien en zich — misschien ook in belangen — met die regels verbonden achten.

Ik heb reeds in mijn inleiding de opvoeding hierin betrokken; ik geloof dat dat een zeer belangrijke factor is. Daarnaast meen ik dat betrouwbaarheid een heel belangrijk punt is. Betrouwbaarheid kan alleen daar bestaan, waar je weet dat ook inderdaad datgene wat men belooft te doen of zou moeten doen, gedaan wordt en zo goed mogelijk.

Ik heb u gewezen op bepaalde moeilijkheden bij het politieapparaat. Ik zou verder kunnen gaan en wijzen op de ondoorzichtigheid van de wetgeving in velerlei opzichten, zodat men niet begrijpen kan wat er wel en niet mogelijk is en gebeurt.

Het is duidelijk dat een wetgeving, die alleen door deskundigen nog maar enigszins kan worden gehanteerd, voor de burger zinloos wordt. Aan die zinloosheid moet je eerst een einde maken, opdat men weet wat men kan verwachten. En dan moet je er ook voor zorgen dat je datgene wat verwacht kan worden, ook inderdaad waar ziet worden.

Ik heb een grote bewondering, niet voor de mens Churchill, maar o.a. voor zijn bloed- en tranenpreek waarin hij zei: Ik kan jullie niet beloven dat het beter zal gaan. Ik kan jullie alleen maar beloven dat het erger wordt, maar dat we door zullen bijten.

Ik vrees dat een dergelijke oprechtheid door de meesten wordt geschuwd. Wanneer je te maken hebt met een predikant die een geloof verkondigt waarin hij zelf maar ten dele gelooft, dan is het geen wonder dat je dus je heil buitenkerkelijk gaat zoeken.

Wanneer je te maken hebt met een wetgever die kennelijk wetten geeft zonder zich bezig te houden met de vraag of zij zinvol en uitvoerbaar zijn, dan krijg je het gevoel dat alle wetten uiteindelijk ook niets betekenen en stel je je buiten die maatschappij op voor zover het die wetgeving betreft. Wil je een verbetering bereiken, dan moet je daar een einde aan maken. Ik heb u mijn recept in de inleiding in feite al gegeven:

1. vereenvoudig de wetgeving.

2. Beperk het aantal strafbaarheden.

3. Stel vaste en overal gelijkelijk geldende regels voor inkomens-, voor bezitsbescherming en wat dies meer zij, en zorg ervoor dat die regels dan ook volledig gehandhaafd kunnen worden.

4. En besteed aan opvoeding en wetshandhaving méér dan de zgn. verdediging van een grondgebied, dat wanneer het er op aan komt, toch onverdedigbaar is.

  • Hoe beziet u een criminele organisatie als de maffia?

Wanneer in een lichaam zwakke cellen aanwezig zijn, dan zullen deze zich niet zonder meer tot verwildering laten bewegen. De basis tot verwildering is altijd een zekere zuurstofarmoede, en zelfs dan is het nog noodzakelijk dat deze cel gepenetreerd wordt door een virus. Op dàt ogenblik echter is er een celkernverstoring en ontstaat er een woekering.

De maffia is oorspronkelijk ontstaan, zoals ook enige vergelijkbare organisaties, uit de behoefte van het gewone volk zich te beschermen tegen de willekeur van hun heersers. En begrippen als ‘omerta’ e.d. zijn uit juist deze zelfbescherming voortgekomen; daardoor werd een discipline opgelegd.

Deze mensen zijn op zich geen misdadigers geweest. Maar delen van hen werden ontdekt en achtervolgd. Zij werden oorspronkelijk ‘de briganti e banditi’, de rovers en de misdadigers. Maar zij waren vervolgden, en in feite revolutionairen. Hierdoor is een traditie ontstaan. Deze traditie beïnvloedt het denken van de mensen en heel vaak worden bij een dergelijke organisatie, juist wanneer mensen een stapje hogerop kunnen komen, hogere standen betrokken.

Wanneer wij kijken naar de maffia zoals ze in Italië bestaat, dan is duidelijk dat onder haar leden ook rechters, kamerleden en zelfs hoge politieambtenaren zijn. Daarnaast hebben ze veel leden onder de geestelijkheid. Dat komt uit die achtergrond voort.

Maar nu zijn de misdaden, het ‘winstgevend bedrijf’ zou je kunnen zeggen, eigenlijk voorop gekomen, en gelijktijdig heeft de maffia zich losgemaakt van haar achtergrond: de arme bevolking. Hierdoor is deze celwoekering tot stand gekomen.

Op het ogenblik hebben we te maken net een woekering die de gezondheid van het gehele organisme bedreigt, en m.i. door een toch wel zeer vergaand operatief ingrijpen zou moeten kunnen worden verwijderd. Wat betreft de ‘Unione Siciliano’ en de maffiosi zoals deze bestaan in de V.S., wil ik opmerken dat het ook hier om mensen gaat, die geen normale levensmogelijkheden vonden, die in een soort ‘getto’s’ leefden van achterbuurten van de grote steden als Chicago , New York en enkele andere. Hierdoor ontwikkelden zij een samenhang, gebaseerd op hun oorspronkelijk behoren tot dezelfde bevolkingsgroep en ontstond hieruit een bond van kleine misdadigers die elkaar beschermden.

Toen door staatsingrijpen een aantal zaken waarin zij konden voorzien, illegaal werden, hebben ze o.a. brouwerijen opgericht en de dranken die toch al altijd illegaal gestookt werden, naar de grote steden vervoerd en zelfs stokerijen opgericht. Ze hebben een smokkel-importbedrijf opgericht en wat dies meer zij.

In die dagen was prostitutie e.d. eigenlijk nevenbedrijf en beschermingrackets waren eigenlijk kwajongenszaken. Maar juist toen de inkomsten van de drank weg gingen vallen en de legaliteit van allerhande bars een grote concurrentie ging veroorzaken, ging men eerst vooral in de richting van het beschermingsracket, terwijl ook andere rackets als prostitutie en spelgelegenheid steeds belangrijker werden.

Daaruit is dan uiteindelijk een reeks van bendeoorlogen uit voortgekomen, die weer gevoerd hebben tot het ontstaan van een gemeenschappelijke raad. Deze gemeenschappelijke raad heeft steeds jongere mensen erbij gekregen, die niet alleen maar misdadigers waren of misschien ook zakenmensen, maar die academische achtergronden hadden. Die in staat waren alles dus zo te organiseren dat het legaal en anderszins volledig verantwoord was — behalve die activiteiten die men nooit meer bij de leiders terecht kon brengen.

En zo is er uiteindelijk een misdaadsyndicaat ontstaan, dat op het ogenblik de maffia wordt genoemd; verkeerdelijk, want het omvat zeer vele bevolkingsgroepen, dus niet alleen Italianen of Sicilianen e.d.

Deze maffia heeft een zo grote invloed dat ze op regeringsbeslissingen wel degelijk zo nu en dan haar eigen stempel kan drukken, terwijl ze gelijktijdig een voldoende politieke macht en ook rechterlijke en politionele invloed bezit, om dus een groot gedeelte van onderzoeken e.d. mee naar haar eigen wens te laten verlopen.

Zelfs daar, waar grote gangsters voor gouvernementscommissies werden gedaagd, blijkt dat zij, zij het indirect, een mate van bescherming genoten doordat hooggeplaatsten hen mogelijkheden, antwoorden en uitwegen hebben verschaft. Ik geloof dat het wat dit betreft zeer interessant is wanneer u de minuten nog eens naloopt van bepaalde senaatscommissies en hun verhoor van gangsters, o.a. ten aanzien van het zgn. Craig syndicat ( Q. ).

  • Is crimineel denken iets wat bij de aardse mensheid behoort of komt het ook universeel, d.w.z. op andere planeten voor?

Wat u noemt ‘crimineel denken’ komt op vele werelden voor, omdat in elke wereld waar een bepaald systeem van leven en denken als enig juist wordt gepropageerd, er altijd personen zijn die een afwijkend gedrag ambiëren en zich de middelen proberen te verschaffen om dit voor zichzelf waar te maken.

  • Wat voor rol speelt criminaliteit in het kosmisch recht?

Geen enkele.

Het kosmisch recht is gebaseerd op evenwichtsverhoudingen en kosmisch gezien zou je de wet simpel op de volgende wijze kunnen uitdrukken :

Al datgene wat ik een ander aandoe, zal ik volledig ondergaan, maar met kennis van mijn eigen intenties. Zijn die intenties slecht, dan onderga ik het zwaarder; zijn die intenties goed geweest, dan zie ik alleen dat ik mij vergist heb. Op deze wijze zal mijn eigen innerlijke evenwichtigheid en status bepaald worden door de relatie van mijn intentie en mijn daadstelling met de onmiddellijke resultaten daarvan. Resultaten op verdergaande termijn worden over het algemeen hier niet bij betrokken.

  • Welke van de twee mogelijke oplossingen m.b.t. wapenbezit verwacht u in de Aquariusperiode: die, waarbij volken de wapens geheel af zullen schaffen, ofwel een waarbij het eenieder toegestaan zal zijn over wapens te beschikken?

()p het ogenblik lijken beide oplossingen even onmogelijk. De praktijk leert echter dat op het ogenblik in zeer vele landen de neiging van de burgers toeneemt om zich te bewapenen. D.w.z. dat, ofschoon dit illegaal is, er in feite een steeds grotere gewapende macht zal kunnen optreden tegen onjuist optredende regeringsmachten. Dit impliceert dat de regering op een gegeven ogenblik gedwongen zal zijn een dergelijk wapenbezit, zij het misschien gelimiteerd, goed te vinden. Vanaf dat ogenblik echter zal de macht van het volk gesteund worden door de macht van wapens en dit betekent dat zeer vele beslissingen die uit politieke of nationale hoogmoed e.d. voortkomen, niet meer kunnen worden genomen.

Daarnaast zal dan het volk ook ongetwijfeld gaan protesteren tegen de te zware lasten die bewapening en zgn. verdediging met zich brengen, en ik neem aan dat dit uiteindelijk zal resulteren in het ontstaan van een soort volkslegers, waarbij ik denk aan het Zwitserse voorbeeld: eenieder leeft gewoon zijn eigen leven, gaat zijn beroep na en zal in enkele vrije dagen die daartoe speciaal worden toegekend, dus zijn militaire training ondergaan en zijn vaardigheden op peil houden.

Wanneer wij dan zo ver zijn gekomen, zijn we ook gekomen op het punt waarbij het volk beslist of een oorlog wel of niet zal plaatsvinden. Want als ze vinden van niet, dan blijven ze thuis.

  • De hele geschiedenis door lijken dominante figuren een rol te spelen in het onderwerpen van andere volkeren, alsook de eigen bevolking. Wellicht zijn zij de hoofdschuldigen bij het ontstaan van misdadige tendenzen. Zal dit proces niet altijd een beetje zo blijven?

Ik hoop van niet, voor u. Maar wanneer we de historie bezien, dan is wel duidelijk dat de nadruk wordt gelegd op de veroveraars, de geweldenaars, de zgn. helden. Wat zij in wezen waren, blijft meestal met de mantel der  liefde bedekt. Daarnaast hoort men zeer weinig over de grote denkers  die de mensheid voortbrengt. In de historie worden deze denkers slechts terloops genoemd of zelfs eenvoudig overgeslagen.

M.a.w., ten eerste: conclusies gebaseerd op de geschiedenis zoals men die verkondigt, zijn niet valide. Ten tweede: wanneer wij kijken naar het doorsneetype van de veroveraars, dan blijkt dat het voor hen heel vaak geldt als een compenseren van een in hen levend minderwaardigheidscomplex. Dit wordt dan wel door de aangenomen persoonlijkheid overspeeld. Maar het blijft in wezen toch wel aanwezig.

Kijken we bv. naar Napoleon: Een kleine gestalte, een luitenantje dat eigenlijk een beetje werd uitgelachen, dat zijn troost moest zoeken bij de wasvrouwen, brengt het tot keizer. Maar waarom? Omdat hij bereid is alles te riskeren om zijn eigen belangrijkheid te manifesteren. Dat hij daarnaast een redelijk, en later een groot strateeg wordt, is meer te danken aan zijn ervaring, dacht ik, dan aan zijn scholing.

Kijken we naar Alexander de Grote, dan zien we iemand die in een positie verkeert waarin hij eigenlijk niet zichzelf kan zijn. Voor hem is zijn oorlog en zijn tocht tot aan India toe in wezen een ontsnappen aan de gemeenschap en aan beperkingen die hij normaal als vorst zou hebben m0eten dragen.

En zo kunnen we al die figuren stuk voor stuk nagaan tot Karel de Grote toe, die in de zegen van de kerk de bevestiging vindt van het eigen recht tot ontrechting van anderen.

Ik meen dus dat we deze grote figuren moeten zien als een product van de menselijke beschaving. En wanneer we ons afvragen waarom zij zo werden, is het antwoord altijd weer: Omdat zij niet de juiste mogelijkheden, het juiste begrip en de juiste aanvaarding hebben gevonden bij hun medemensen.

De conclusie is dus gewettigd dat wanneer in de mensheid het begrip voor de medemens groter wordt zonder gelijktijdig lijdzamer de verschillende uitspattingen van die ander te accepteren, wij zullen komen tot een maatschappij waarin dergelijke gewelddadige personen niet meer noodzakelijk zijn. Wanneer in de maatschappij eenieder op zijn eigen wijze kan functioneren, zal er ook geen behoefte meer zijn aan in feite van het normale leven afgezonderde wereldjes.

Wanneer we kijken naar militaire structuren, dan hebben we in wezen te maken met een soort maatschappij in de maatschappij met totaal andere gezagsverhoudingen en met als gevolg daarvan totaal andere reacties en denkwijzen. Ook dit komt voort uit een niet kunnen aanvaarden van de werkelijke eenheid.

Op het ogenblik dat je de standenmaatschappij ten gronde richt en deze niet vervangt door een dictatoriale gezagsstructuur maar haar in een samenwerkingsverband haar eigen zaken laat regelen, kom je tot een maatschappij waarin dergelijke figuren niet meer op de voorgrond zullen treden. Het zal nog wel even duren voordat de wereld zo ver is, maar het feit dat de mogelijkheid bestaat, lijkt me toch hoopgevend.

  • Wordt de cocaïnehandel geleid door syndicaten uit Peru, Bolivia, Columbia, en de heroïnehandel uit Laos, Cambodja en Vietnam? Wordt deze handel vanuit uw wereld als misdadig beschouwd, of als normale inkomstenbron voor de lokale bevolking?

Neen. Hetgeen u zegt, is ten dele juist, maar u hebt het dan inderdaad over de zeer rijke en vaak ook zeer machtige syndicaten, die o.m. de handel in drugs financieren, maar die nog niet zo lang geleden ook sterk betrokken waren bij vrouwenhandel.

Wat de zgn. Gouden Driehoek betreft, basis van zeg maar Zuid-Azië, moeten we weer constateren dat dit alleen kan functioneren door de omkoopbaarheid van een groot gedeelte van beambten en ambtenaren. Deze omkoopbaarheid is daar gewoonte geworden omdat de feitelijke beloning voor hun taak veel te gering is. Wanneer we dus kijken naar de wijze waarop het functioneert, dan moeten we zeggen dat het bijna onvermijdelijk en daardoor begrijpelijk is.

Wanneer we echter kijken naar hetgeen er gebeurt, dan stellen wij dat het gebruik van drugs in bv. Azië en ook in delen van Zuid-Amerika over het algemeen niet zo excessief is. Het is daar over het algemeen een veel ouder gebruik – het kauwen van cocabladeren vinden we daar en in delen van Zuid-Amerika al bv. voor Christus’ geboorte – dat men zich misschien niet bij de bevolking realiseert, wat men daarbij tot stand brengt bij een westerse bevolking, die juist haar beheersing t.a.v. een dergelijke ervaring verliest.

De schuld ligt dus niet bij degenen die alleen maar produceren. Maar degenen die de handel financieren en drijven, weten wel degelijk wat zij doen. Zij zullen daarvan ongetwijfeld de gevolgen ervaren na hun overgang, en hetgeen zij doen, moeten wij veroordelen. Wat betreft arme bevolkingsgroepen die aanbouw plegen e.d.: We achten het niet juist en wij menen dat die onjuistheid mee tot stand komt door de uitbuitingsmethoden waaraan ook de rest van de wereld zich schuldig maakt.

  • Kan het drugsprobleem, zoals bv. in Amsterdam, niet in belangrijke mate worden opgelost door het inschakelen van paragnosten voor het opsporen van hoofddealers?

Wanneer dat zou gebeuren met enig resultaat, ben ik bang dat er bij ons een toevloed van paragnosten zou komen!

  • Kunt u nog eens uitleggen in hoeverre de intentie van dader en slachtoffer een rol spelen bij recapitulatie na de dood?
  • 1. Als iemand misdrijven (moorden) op zijn naam heeft, moet hij dan ieder geval afzonderlijk volledig herbeleven?

Wanneer iemand een ander doodt, of een ander een presentje geeft wat voor hem emotioneel betekenis heeft, dus hij moet emotioneel bij de daad betrokken zijn, zal elk geval afzonderlijk herbeleefd moeten worden.

  • 2. Maakt het voor de herbeleving qua pijn uit of hij deze daden bewust of onbewust deed?

Wanneer je door je daden zonder het te weten iets hebt veroorzaakt, ben je er meestal emotioneel niet bij betrokken geweest. D.w.z. dat dit soort gebeuren bij de recapitulatie weinig of geen rol speelt.

Het is 00k mogelijk dat je iets gedaan hebt met een goede intentie en dat het uiteindelijk verkeerd heeft uitgepakt. In een dergelijk geval besef je dat je het beste deed in zo’n geval. Je ervaart de gevolgen dus wel, maar niet in een identificatie met je slachtoffer (in eenheid a.h.w. van emotie), maar in een constateren van feiten. Daardoor is een dergelijke beleving dus niet pijnlijk, maar wel vaak verhelderend.

  • 3. Als de ander (het slachtoffer dus) het niet zo erg vond, vermindert dat dan de pijn bij de herbeleving?

Uiteraard. Wanneer je emotioneel gebonden bent met een daad, herbeleef je deze in de dubbele rol: je weet dus wat je bent, maar je ondergaat wat de ander onderging. Als die ander dat niet erg vond, dan denk je misschien dat je eigen schuldbesef toch eigenlijk wat overdreven was en je het voorlopig wel terzijde kunt leggen. Dat kan een groot voordeel zijn wanneer je geestelijk verder wilt gaan.

  • Jezus sprak van gevangenen bevrijden. Bedoelde hij dat ook letterlijk?

Jezus bedoelde dit letterlijk. Maar laten we één ding hierbij niet vergeten: Jezus sprak deze woorden in een tijd waarin gevangenen vaak geen misdadigers waren, maar alleen opstandelingen of mensen die autoriteiten hadden beledigd, of iets dergelijks. Gevangenen vroeger waren dus iets anders dan gevangenen in deze dagen.

  • U heeft het over de komende vier jaar gehad, die toename van de criminaliteit tot 23 %. Wat kunnen we na die tijd verwachten?

In Nederland kunt u daarna een toenemend ingrijpen van de bevolking verwachten. De toenemende betrokkenheid van de bevolking zal resulteren in een snelle daling van de kleine criminaliteit, plus een betere medewerking in de bestrijding van de grote criminaliteit. Het resultaat zal zijn dat de criminaliteit binnen een paar jaren zo  terug is gelopen dat ze weer ligt op het peil van ongeveer 1950.

  • Was uw betoog van de inleiding vooral op Nederland gericht, of op de gehele wereld?

In feite geldt het voor de gehele wereld, dus niet alleen de westerse maar ook het Oostblok, China, derdewereldlanden, e.d. De voorbeelden die gekozen werden, zijn betrokken op de Nederlandse samenleving.

 Slotwoord.

Ik heb in mijn inleiding al gezegd: verontschuldig me als ik dingen zeg die niet zo prettig zijn. Wanneer je spreekt over criminaliteit en crimineel denken, dan vergeet je maar al te vaak dat ook dit deel is van de maatschappij waarvan jij ook deel uitmaakt. Je kunt geen scheiding trekken tussen jezelf en degene die je noemt. Je kunt criminaliteit niet werkelijk bestrijden, zonder ook je eigen onjuistheden van gedrag, incl. nalatigheden te bestrijden. Er is een absolute samenhang. Het ontkennen van die samenhang voert tot het scheppen van een kunstmatige tegenstelling die in feite een bevordering van onbehagen enerzijds geeft, en verzetsuiting of criminaliteit anderzijds.

Vele van mijn collegae zijn voorstanders van, laten wij zeggen, een welwillende anarchie. Ik geloof niet dat de mensheid voor een werkelijk anarchistische samenleving voorlopig geschikt is. Ik meen dat de gezagsstructuren zullen moeten blijven bestaan. Al is het maar omdat zeer veel mensen, wanneer ze geen raad weten, een leider zoeken omdat zij zonder dat niet verder kunnen.

Op dezelfde wijze vind ik dat bv. een religie, hoewel niet in alle gevallen direct bevorderlijk voor de samenleving, toch onontbeerlijk zal blijven omdat vele mensen daar een steun in vinden die ze werkelijk nodig hebben en zonder welke ze niet kunnen bestaan. Maar het is de gemeenschap; het is nooit: de regering, nooit de justitie die faalt of die schuld heeft, het is de gemeenschap.

Wanneer alle mensen zich betrokken zouden gevoelen bij elke gebeurtenis die onrecht inhoudt, ook wanneer dat geschiedt aan iemand op straat, ook wanneer je alleen maar iets ziet wat misschien onrecht zou kunnen zijn, en men is bereid dan zowel zelf handelend op te treden als eventueel ook een beroep te doen op de daarvoor bestemde autoriteiten, dan zou men inderdaad die criminaliteit voor een zeer groot gedeelte kunnen terugdrukken.

Maar de werkelijkheid is dat de mensen te onverschillig zijn. Wanneer iemand op straat wordt afgeranseld, dan zegt men: Ik loop gauw door, dan krijg ik geen slaag. Wanneer iemand omkomt in eenzaamheid en armoede, dan zegt men: God, zielig; had de sociale dienst daar niet op kunnen letten? Men zegt niet tegen zichzelf: Dan ben ik eigenlijk ook door de onverschilligheid, door het voorbijgaan aan de mogelijkheid, mee schuldig. Men wil zijn eigen schuld niet erkennen, en het is daardoor dat wat u noemt ‘crimineel denken’ bevorderd wordt. Het is daardoor dat criminaliteit in steeds toenemende mate en steeds minder gestraft zijn gang kan gaan.

Het is niet een kwestie, mijn vrienden, van ‘de criminelen’ of van ‘het falen van justitie’. Het is een falen van de gemeenschap die in een toenemende onverschilligheid voor de medemens in feite toestanden tolereert èn er soms toe bijdraagt, waardoor zowel het crimineel denken bij anderen wordt bevorderd alsook de criminaliteit de mogelijkheid krijgt zich steeds meer ongestoord te ontwikkelen. En dan mogen we zeggen dat de wetgever met zijn wetgeving op de verkeerde weg is. Dat is ongetwijfeld waar.

Dan kunnen wij zeggen dat de ambtelijke structuren te ver zijn komen te staan van de werkelijkheid van de mens. Dat is waar. Maar die mens zelf faalt evenzeer. Wie zich wil beklagen over de criminaliteit in deze dagen en de toename daarvan in de komende tijd, wie vindt dat je misdadig denken toch werkelijk moet bestrijden, moet niet roepen om het gezag van anderen, maar moet zelf de hand aan de ploeg slaan.

Misschien is het niet erg prettig om het zo te horen, maar mensen die bezig zijn met de hoogste geestelijke idealen, vergeten heel vaak vriendelijk te zijn tegen iemand die een beetje, moeten we zeggen, onbeholpen in de samenleving staat. Juist daardoor bevorderen zij dan dat zo iemand een crimineel wordt.

image_pdf