Betrekkelijkheid

16 februari 1982

We moeten altijd beginnen met een bekend gezegde voor alle bekenden, en dat is: denkt u eraan, we zijn niet alwetend, we zijn niet onfeilbaar en we vinden het erg prettig wanneer u zelf nadenkt. We vinden het zelfs nog prettiger wanneer u uw eigen dwaasheden begaat dan dat u het goede naloopt, zonder te weten waarom.

Wat betreft het onderwerp voor vandaag. Ja, u leeft in een tijd waarin de mensen toch weinig weten te relativeren en daarom zou ik vanavond graag het een en het ander zeggen over betrekkelijkheid. Ik hoop dat u het niet erg vindt. Bent u het er niet mee eens dan kunt u het nog altijd zeggen.

“Niets is volledig waar, zelfs dit niet” Een citaat uit Multatuli (E. Douwes-Dekker). Misschien drukt dit het best uit de manier waarop we zelf in het leven staan. Of je geest bent of dat je op aarde leeft, je wordt omringd door allerhande zekerheden die zo zeker niet zijn. Er zijn allerhande stellingen die waar zijn maar dan net niet helemaal. Er zijn overal regels en wetten die goed lijken, maar die eigenlijk vaak het tegenovergestelde bereiken. En in zo een wereld kun je eigenlijk niet absoluut denken.

Ik kan me voorstellen dat iemand zegt: Ik geloof in God. Dat doe ik trouwens ook. Maar kijk, die God dat is één van die vaagheden, één van die betrekkelijkheden, één van die onzekerheden. Wie kan mij zeggen dat er een God bestaat die ik mij voor kan stellen, om maar iets te zeggen? Wanneer dan iemand bij u komt en die zegt: God is zus of God is zo, dan kunt u dat misschien aanvaarden, dat is uw zaak, maar u kunt nooit zeggen: Zo is het. U kunt hoogstens zeggen: Zo is het voor mij. En wanneer u uitgaat van uw beeld van maatschappelijke noodzaken en welvaart dan kunt u zeggen: Ja, ik vind dat eigenlijk rechtvaardig, maar u kunt nooit zeggen: Dat is rechtvaardig. Wanneer u te maken krijgt met politiek dan zegt u: Dit lijkt mij waar. Maar u kunt nooit zeggen: dat het waar is. Trouwens in de politiek is dit hetzelfde wanneer het publiekelijk wordt gezegd. Je zit altijd ergens te wringen. Is het nu wel zo, is het niet zo? En dat betekent dat je bent aangewezen op een persoonlijke zekerheid. Zo’n persoonlijke zekerheid moet een vorm hebben, want je kunt niet volstaan met te zeggen: Ik geloof in het goede, zonder dat je het doet, dat is natuurlijk onzin. Maar je kunt aan de andere kant niet zeggen: Dit vind ik goed, dus een ander moet het doen.

Een collega van mij, (sommigen onder u weten dat misschien nog), heeft het eens als volgt geformuleerd: “Christelijke naastenliefde is voor een Christen de liefde die hij om Christus wille van zijn naaste eist.” Kijk, dat is natuurlijk krankzinnig. Wanneer ik een zekerheid heb, dan moet ik die zekerheid zelf waar maken, niet anderen ertoe brengen ze waar te maken, zonder dat ze zelf daarin kunnen geloven. Je moet overtuigen, je mag niet dwingen. En wanneer je alles zo benadert dan zul je begrijpen dat alles wat ik nu ga zeggen op dit moment van mij uit waar is, maar of het van u uit waar is, moet u zelf uitmaken. Het leven is een eigenaardig gebeuren. Wanneer bijvoorbeeld wij de wereldgeschiedenis volgen dan kunnen we die ongeveer uitbeelden als een spiraal, want je komt nooit precies op hetzelfde ogenblik terug maar er zijn wel weer herhalingen van dezelfde invloeden. Wanneer je bezig bent met je eigen bestaan, denk maar eens goed na, dan vind je er een eigen ritme in. Om een aantal jaren, bij de een zullen het er misschien 7 zijn, bij de andere 9 of 11, dan verandert er iets in uw leven en elk van die veranderingen is dan weer beslissend. Op dat ogenblik word je geconfronteerd met een totaal nieuwe mogelijkheid of een proces wat een lange tijd lopende is geweest, wordt afgesloten.

Dan zou je dus vanuit mijn standpunt kunnen zeggen: Er is een vaste waarde, er is een vaste wet. Als die wet inderdaad bestaat zoals ik geloof, dan zal die wet niet alleen maar te vinden kunnen zijn in mezelf of in mijn eigen interpretatie, ik moet ze in die wereld buiten mij ook zien. Zeker, dan zie ik een bewijs voor datgene wat ik geloof. Er zou een andere interpretatie mogelijk zijn, ik kan dus nog steeds niet zeggen: Kijk, hier is de waarheid bewezen. Maar dan vind ik een houvast. De wisselwerking die bestaat tussen de mens en de wereld, tussen de wereld en de mens is bepalend voor al de processen van zijn, bewustzijn, ook voor de geestelijke processen, de innerlijke bewustwording, het bestaan na de dood, na de overgang, zegt u. Het zou eigenlijk betekenen dat iemand die pas dood is, zich in de overgangsjaren bevindt, en in feite bevindt hij zich in een soort nevelland of zomerland. Misschien kan ik het, het beste zo zeggen: Hoe scherp zie ik mijn eigen kleur, hoe druk ik alles uit in kleuren. Die ook mij eigen zijn. Heel het gebeuren teken ik naar eigen kracht, naar eigen zien en eigen denken. En wil niet eens meer aandacht schenken aan al het andere raat bestaat.”

We denken selectief. We denken op een manier die helemaal niet past in de werkelijkheid waarin we bestaan. We selecteren de feiten. We proberen één kant van de zaak te zien en de andere kant die laten we dan maar terzijde. Maar hoe kun je bewust worden op die manier? Wanneer je een schip hebt en je belaadt dat schip aan één zijde, dan maakt dat slagzij. En wanneer er dan ook maar enige storm komt dan gaat het onder. Neem een mens die eenzijdig is in zijn denken, in zijn geloven, in de praktijk van zijn leven en er komt maar één reeks van gebeurtenissen waar hij niet mee werken kan en hij gaat ten onder. Hij heeft geen houvast meer, terwijl je diezelfde waarden, maar nu verdeeld, nog zou kunnen dragen door veel zwaardere stormen en belasting.

Het is altijd wel aardig als je dan hoort hoe mensen dat bekijken. Ze zeggen: ’t Is vastgelegd, het is voorbeschikt. Jazeker, dat gebeurt ook wel, maar alleen in heel algemene zin. Kijk, ik weet niet of u wel eens graan hebt zien storten. Het graan komt dan uit zo’n pijp en al die graantjes dwarrelen. Ze gaan wel één kant uit, maar moet je eens kijken hoe vreemd die onderlinge beweging is. Die korreltjes die blijven niet op een baan, op een plaats, die gaan van hot naar her, heen en terug. De een komt aan de buitenkant, de ander blijft in ’t midden. Ook wanneer ze neerkomen kan dat gebeuren. Voor ons is dat eigenlijk ook zo. We zitten natuurlijk vast aan een reeks gebeurtenissen. U zit in een wereld, u zit in een wereldcrisis, nu, daar moet u gewoon mee leven, dat kan niet anders. Maar hoe leeft u ermee? Wat is uw werkelijke baan? Dan blijkt dat voor de een, een dergelijke economische crisis, winst betekent en voor de ander de grootst mogelijke ellende, alleen omdat ze op verschillende wijze zich door het probleem bewegen. Wanneer dit zo is dan zijn wij zelf diegenen die, tot op grote hoogte zelfs, kunnen beslissen wat ons eigen leven zal zijn te midden van het geheel waarin we ons bevinden. Dat houdt in dat we onze eigen bewustwording bepalen. Dat houdt in dat we ook onze eigen geestelijke mogelijkheden en daardoor ook datgene wat je na de dood bent wel degelijk vastlegt. We kunnen niet zeggen: Er bestaan algemene deugden, zomin als we kunnen zeggen dat er algemene zonden bestaan. Onder bepaalde omstandigheden, ja, maar dan zijn ze gerelateerd aan een pad dat je gaat en of dat pad voor jou het juiste is, ja, dat weet ik ook niet, dat zal ieder voor zichzelf moeten uitmaken. Het belangrijkste is dat je leert. Het leerproces kan alleen maar goed verlopen wanneer we relativeren.

De waarheid van vandaag is het beste wat we kunnen bereiken, maar dat betekent niet dat, dat ook de waarheid van morgen zal zijn en dat is de grote moeilijkheid. Weet u, dat is precies hetzelfde: Je hoort de mensen op het ogenblik schreeuwen dat iets fout zit en dat het onrechtvaardig is en dat het anders moet. Maar hoe dan? Je komt er niet met te stipuleren dat bepaalde dingen onjuist zijn, tenzij, je ook aangeeft wat juist is. En tussen het juiste of het mogelijke en het volgens jou onjuiste moet ergens een weg te vinden zijn, een relatie. Je kunt niet verwerpen wanneer je niets overhoudt, je kunt niet iets uitverkiezen en al het andere laten gaan, want dan ben je ook je evenwicht kwijt en dan kom je ook niet ver.

Misschien is een van de beste verhalen wel het verhaal van een rabbi, een wonder-rabbi. De man was een buitengewoon diplomatiek iemand. Hij wist het altijd op de juiste manier te zeggen of te doen, maar het overkwam hem dus dat hij betrapt werd dat hij zondigde tegen de nogal strikte wetten die zo een Joodse gemeenschap in het Oosten toch wel meestal in de praktijk brengt. En toen zei men tegen hem: Rabbi, hoe is het mogelijk dat een zo heilig man als u zondigt? Waarop de rabbi zei: Wanneer ik de zonde niet ken, hoe zal ik kunnen beseffen wat de deugd is? Nu weet ik, dat gaat een hele hoop mensen tegen de streek. Dan zeggen ze: Ja, dat is krankzinnig. We moeten juist niet zondigen: Maar hoe weet je wat zonde is? We moeten deugdzaam zijn. Maar hoe weet u of wat u deugdzaam noemt werkelijk een deugd is? Er zijn mensen die zeggen: We moeten precies leven zoals we zelf willen, dat is de grootste deugd. Maar als je dan kijkt wat ze van hun leven maken dan zeg je: Wat zonde van die mensen.

Daar klopt ergens iets niet, omdat men niet bereid is het een met het ander te vergelijken. Ons hele kunnen, ons bewustzijn is gebaseerd op vergelijken en dat houdt in dat we pas een werkelijke keuze kunnen maken, wanneer we alles hebben doorgemaakt, wanneer we alles hebben gezien. Niet door ons slaaf te maken van het een of het ander, maar gewoon door te erkennen wat het is, zonder te veroordelen en dan voor onszelf een persoonlijk oordeel, dat betrekking heeft op ons eigen leven, op ons eigen denken, voor onszelf te trekken.

En dan wordt het weer moeilijk natuurlijk, want wanneer je eindelijk zo’n weg hebt gekozen, ja, dan komt het heel vaak voor dat er een hele hoop andere mensen zijn die bijna dezelfde weg gaan en dan hebben mensen en ook geesten, kijk maar naar de Orde, de neiging te zeggen: Dan horen we bij elkaar. Het is eigenlijk een soort clan geworden, één grote familie met een familiewet. Maar die wet kan dan toch maar beperkt gelden, want we zijn niet allemaal gelijk. Wanneer je de fijnste kleuren naast elkaar gaat leggen, dan kom je tot een wonderlijke conclusie: 99 van de 100 mensen die, die kleuren bekijken, waarderen ze net iets anders. De enen zien er iets anders in en zien kennelijk ook iets anders totdat men er voldoende over gesproken heeft en dan, nadat dus eerst een soort overeenkomst is getroffen, duidt iedereen dat met dezelfde term aan, maar het gekke is daarbij dat ze het nog steeds zien zoals ze het zelf zien en dat wordt dan vergeten.

Kijk, de moeilijkheid ligt er natuurlijk in dat je aan de ene kant als mens, en ook als geest, geneigd bent om met anderen samen te werken en wanneer je dat doet is een bepaalde discipline noodzakelijk. Het is een rotwoord, discipline, in de moderne tijd is het misschien zelfs een zondige gedachte in de ogen van velen, maar het betekent beheersing van jezelf, maar ook een aanvaarding van vaste verhoudingen met de anderen. Het is niet een kwestie van vandaag doe ik zus en morgen doe ik zo, want je hebt met die anderen samen te werken en dit wil zeggen dat je op elkaar moet inspelen als het ware. Dat is goed en dat hoort zo, maar betekent dat nu ook dat je precies hetzelfde moet denken, dat je precies hetzelfde moet voelen? Het lijkt vaak wel zo, want dan beginnen wij met een of ander verhaal, een reeks geloofsartikelen of beginselen en waar we die vandaan halen, of het nu uit Marx is of Engels of de Bijbel of Lenin, Stalin, Mao, ik noem nu een hele linkse club, (want dat zijn de mensen die meest met hun beginselen rondsmijten), dan heb ik daar nog verder niets mee bereikt. Ik heb geformuleerd, maar die formulering strookt niet met de werkelijkheid. Denkt u eens aan het probleem Polen. Denkt u dat de meeste van die arbeiders anticommunist zijn? U vergist zich. De anticommunisten onder de arbeiders van Solidarnoscz en de rest bedragen misschien minder dan 15 %, maar die mensen hebben een andere opvatting van socialisme dan de nogal bureaucratische leiding daar en het hele conflict komt nu voort uit het feit dat de arbeiders zeggen: Wat wij zien is zondermeer juist, en de leiding zegt: Ons leergezag is onaantastbaar. Dat is de werkelijke oorzaak van alles wat er in Polen gebeurd is en nog gebeuren zal.

Dan kom je als vanzelf tot een strijd die onredelijk, om niet te zeggen moreel vaak onzindelijk is. Zoiets kunnen we ons natuurlijk niet permitteren. Wanneer je leeft in een geestelijke wereld dan kun je je afsluiten voor iemand die met jou niet harmonisch is. Daar kun je gewoon niet op reageren, die is er voor jou niet. Maar dat betekent wel dat er een hiaat is in je wereldbesef, dat je niet de hele wereld ziet en hoe meer je van jezelf afwijst en zegt: Dat wil ik niet weten dat is niet echt, dat is niet juist, zonder te zeggen: Misschien is het ook juist, dan sluit je je af en dan kom je in die toestand die men als hel of duistere sfeer of op een andere pessimistische manier omschrijft. Eigenlijk ligt het aan jezelf. Weet u, op deze wereld zijn ontzettend veel mensen die voortdurend bidden tot God. Ik neem het ze niet kwalijk, integendeel, maar het merendeel van die mensen probeert ofwel iets van God af te bedelen of God te vertellen wat Hij moet doen. Bovendien gaan ze allemaal uit van het standpunt dat die God ergens ver weg is. Nu zeg ik niet dat ik de waarheid of de wijsheid in pacht heb maar ik zeg u: In ieder van u leeft God. Hoe kan het anders? Hoe kunt u bestaan zonder God? Hoe kan er leven zijn zonder dat de goddelijke adem de bezielende kracht is? En rondom u, die hele wereld, hoe is die tot stand gekomen? God heeft die geschapen, ja, maar waaruit? Ja, uit het niets. In den beginne was alleen het Woord, maar het Woord is geen materie. Dus God is vlakbij.

Nou best, ik wil niet zeggen dat die God in u onmiddellijk tot u kan spreken, dat zou voor u meer begrip veronderstellen en een groter bewustzijn dan in u feitelijk aanwezig is. Niet dat, dat een negatieve uiting is, want dat is nu eenmaal bij ons schepselen zo. Wij kunnen de kracht die ons voortbrengt nooit in zijn geheel begrijpen of vatten, alleen maar delen daarvan. Maar wanneer u dan bidt, waarom bidt u dan naar een God die ver weg is? Waarom probeer je dan niet eerst iets te vinden van die God en van die kracht van God die in jezelf leeft? Jij bent geen God, maar God leeft in je. Waarom zou je niet proberen om diep in jezelf iets te vinden van dat begrip, van die zekerheid die in je is vastgelegd als deel van het scheppend vermogen waaruit je bestaat en bent voortgekomen? Waarom je bezig te houden met allerhande theorieën, met allerhande verre hemelen? De hemel leeft diep in je. Je hebt zelf maar voor het kiezen. Het licht en het duister samen zijn voortgekomen uit één Kracht, uit één Woord en licht en duister leven met dat Woord in jezelf. Je kunt kiezen of je licht wilt of duister, maar als je alleen maar licht hebt, ben je blind en als je alleen maar duister hebt, dan kun je ook niet zien. Je hebt het licht en het duister nodig omdat, waar die beiden een wereld gaan begrenzen, eindelijk het kenbare, het waarneembare ontstaat, het beleefbare, de wereld van het bewustzijn, van de bewustwording.

Maar dan kunt u uw wereld ook niet indelen in licht en donker en alleen naar het licht gaan en het donker eenvoudig verwerpen, niet willen erkennen. En dan kunt u niet wegvluchten in het duister, want zonder het licht is er geen leven en geen kennen mogelijk. Anders gezegd: Bewustwording is in feite een soort relativering van de absolute uitersten van de kracht waaruit we bestaan, zo zie ik het. Of u het zo ziet moet u zelf weten.

Maar ja, dan ga je nog een stapje verder, laat het er dan niet bij zitten: Wanneer je in jezelf die mogelijkheden bezit dan moet je ze ook waar kunnen maken. Wat je in jezelf hebt dat moet ook naar buiten komen en je kunt nooit alleen het goede naar buiten brengen, onthoud dat goed. Wat in je leeft is een mengsel van licht en duister, wat je kunt uiten is een mengsel van licht en duister. Breng je het zuivere licht, dan past het niet in je wereld. Breng je het zuivere duister, evenmin. Het zijn de gradaties daartussen waarmee je kunt werken, deze mengelingen van licht en duister waardoor er schaduwen kunnen ontstaan en lichtflitsen.

Besef dat wat je naar buiten brengt niet in de eerste plaats alleen maar genetisch bepaald, door conditionering en omstandigheden is vastgelegd, zeker wanneer je jezelf zoekt. Wat je naar buiten brengt dat is wat in jezelf leeft, dat is je innerlijke werkelijkheid en in die werkelijkheid heeft volgens mij de eeuwige kracht zijn plaats. Dan moet er een voortdurende relatie bestaan tussen wat je innerlijk bent en beseft en datgene wat je naar buiten toe toont en waarmaakt. Niet om de wereld, maar om jezelf. Want, wanneer we alles durven relativeren, alles in betrekkelijkheid opstellen, dan is er nog één ding dat we nimmer als betrekkelijk kunnen beschouwen en dat is ons eigen wezen, de wet die in ons wezen schuilt, de kracht die in ons wezen leeft.

Misschien zijn ze morgen anders, dat weten we niet, maar vandaag zijn ze de enige werkelijkheid waarvan we uit kunnen gaan. En dan kom je als vanzelf bij de vraag wat belangrijker is, wat de wereld zegt of wat jezelf bent. En dan zeg ik u: Zolang u alleen de wereld met haar normen volgt, richt u uw ware ik ten gronde, want al datgene wat u doet zonder dat het werkelijk leeft, dat betekent een aantasting van uw eigen bewustzijn, dat betekent een werkelijkheid die schuilgaat achter de komedie. Dat betekent een komedie die de werkelijkheid dreigt te overspoelen en daarmee de waarheid en de mogelijkheid waarheid te beseffen in je vernietigt. Hoe kun je gevoelens eigenlijk uitdrukken? Wat ik gevoel dat is uit de aard der zaak subjectief, behorende tot mij, de eenling. Dat is geen abstracte werkelijkheid of waarheid en als ik de hoogste geest zou zijn die er bestaat en dat ben ik nog niet, dan zou ik nog hetzelfde moeten doen.

Subjectief is al wat mijn waarheid is. Het is gebonden aan mijn persoonlijkheid, aan mijn wezen, maar de banden die ik krijg met het andere, of het nu zoals in dit geval de O.D.V. is of dat het een andere grotere geestelijke  groep is, de Witte Broederschap misschien, of nog verder grijpen en misschien een of ander koor van Heren van Wijsheid en Licht, Aartsengelen, dan zou ik ook moeten zeggen: Ik moet leven wat er in mij is en ik moet de band vinden tussen mij en de anderen, niet de anderen bepalend, maar vanuit mijzelf een eenheid vormend met datgene wat van mij verschillend is.

Ik zal maar een voorbeeld geven, een heel eenvoudig voorbeeld. Hoeveel verschillende vormen van geloof denkt u dat er op de wereld zijn? Zullen we het heel matig doen? Zullen we zeggen dat het er niet meer dan 150 zijn? Het zijn er in werkelijkheid veel meer. Waarom wil elke vorm van geloof de andere verketteren? Waarom moet iedereen uitroepen: Ik heb de waarheid? Zolang je dat doet, eenzijdig en daardoor gevaar. Gevaar voor ondergang. Dan krijg je een christendom als de godsdienst van de christelijke liefde, de goddelijke liefde die toch gelijktijdig zichzelf probeert te handhaven door een Inquisitie, dan krijg je de Islam, die spreekt over de verbondenheid bij allen die hem belijden en waarbij gelijktijdig de Joden de zee ingedreven moeten worden, vervolgd als uitbuiters en ongelovigen. Dat is toch onzin. Waarom moeten we lachen als kinderen chanten: Hare Krishna? Waarom moeten we lachen als kinderen, zo noemen we ze dan tenminste, in een vreemd enthousiasme in half trance een christelijke bijeenkomst houden of misschien opgaan in een of ander systeem? Waarom moeten we alle goeroes veroordelen? Omdat ze toevallig uit het Oosten komen? Het gaat er niet om of zij goed of kwaad zijn op zichzelf vanuit ons standpunt, het gaat erom of ze goed of kwaad doen. En dan kom je voor een heel moeilijke beslissing te staan. In heel veel van die eigenaardige sekten en godsdiensten vluchten mensen weg, juist omdat ze niet kunnen leven met jullie waarheid, omdat ze niet kunnen leven met jullie opvatting van wat de wereld moet zijn en wat de mens moet zijn en doen en hebben. Begrijpt u wat ik bedoel?

Zou het dan niet beter zijn te zoeken, wat hebben we allen gemeenzaam? Hoe kunnen we juist die diversiteit, dit voortdurend verschillend zijn van al die dingen aanvaarden en toch een eenheid vinden waarmee we kunnen leven en werken zonder daarbij onze innerlijke waarde te schaden, te verwerpen of te verdelen? Dat is de grote moeilijkheid.

U leeft in een wereld waarin de mensen het graag absoluut stellen: De staat moet …Op grond van solidariteit is de mens verplicht… en zo horen we dat steeds verder. Hoeveel mensen geloven er werkelijk in? Wees eens eerlijk.

Bent u werkelijk bereid hele zware offers te brengen voor een hele hoop anderen waarvan u toch eigenlijk denkt dat ze ook niet veel uitvoeren? Bent u bereid op te draaien voor de koppigheid van bepaalde vakbondsmensen die in feite de mensen het werken meer onmogelijk dan mogelijk maken onder de huidige condities?

Bent u daartoe bereid of bent u bereid van geval tot geval en volgens uw eigen innerlijk weten te reageren, te steunen waar u weet dat die steun werkelijk noodzakelijk is, mee te werken waar u voelt dat dit juist is? Waarom zou u kijken naar het negatieve? Zijn er geen positieve mogelijkheden? Relativisme krijgt zijn betekenis pas wanneer het gelijktijdig inhoudt: positieve benadering van de veelvormigheid. En dan, dan pas kun je reëel een keuze doen. Dan is het niet meer: Die was fout en die is goed. Dan is het niet meer: Die is dwaas en die is wijs of die weet het en die weet van niets. Dan is het een kwestie van: Wat kan ik bewust leren en begrijpen in die ander? Waardoor kan ik vollediger en meer de wereld omvamend zelfs, dat wat ik ben tot uitdrukking brengen?

Het is moeilijk, ik weet het. Het is heel erg moeilijk wanneer het gaat om een keuze op geloofsgebied of politiek terrein. Het is goedkoop, erg goedkoop zelfs om te kiezen voor één kant. Wat Amerika doet is alleen maar voor de vrijheid en wat Rusland doet is alleen maar voor de onderdrukking van de volkeren. Maar u kunt het omgekeerde ook bewijzen, precies zoals u het mij vraagt, maken ze er allebei vaak een potje van.

Kijk dan liever wat ze positief hebben. Wat hebben ze tot stand gebracht? Wat is er wat je kunt begrijpen in ze, en maak je die dingen eigen. Probeer wat in je hart leeft, wat diep in je ziel bestaat, de kracht die de kern is van je wezen, als het ware te gebruiken, niet tegen het een en voor het ander, maar met beiden met een verwerken, opdat je komt tot de synthese.

Synthese is het meest noodzakelijke, de samenvloeiing. Uw wereld is vol van specialismen waarin de specialisten zich voortdurend verder specialiseren totdat ze van niets veel weten behalve van een heel klein iets en dan zegt men, dat is een vooruitgang. Dat is geen vooruitgang, dat is dwaasheid. Synthese is nodig, de samenvloeiing is nodig. Het belang van elke wetenschappelijke tak op zichzelf is betrekkelijk en die betrekkelijkheid wordt bepaald door het evenwicht dat het kan vinden met de verdere ontwikkeling. U kunt uitroepen dat de techniek zover vooruit is gegaan, zeker, maar gelijktijdig is het moreel zover achteruitgegaan dat het maar een vraag is of de mens van 1600 technisch-menselijk niet veel hoger stond dan de meeste mensen van uw tijd. Realiseer u dat gewoon, niet om te veroordelen maar om te zien en als je dat hebt gedaan, dan zul je gaan begrijpen dat dit begrip van samenvloeiing, van synthese, niet alleen maar nodig is waar het wetenschappen betreft, waar het godsdiensten betreft, waar het politieke systemen betreft, maar dat het vooral nodig is in jezelf, tussen de verschillende delen van je eigen persoonlijkheid. Je kunt niet aan de ene kant een deftig mens zijn en aan de andere kant innerlijk een zichzelf beklagende sloeber. Ja, er zijn mensen die zich zo opstellen, hoor. Dat wil nog niet zeggen dat je het bent. Je moet jezelf zijn en jezelf zijn is meer dan het totaal van je lichamelijke mogelijkheden, eigenschappen, neigingen, kennis. Daar komen geestelijke elementen bij, daar komt ook je goddelijke kern bij. Wanneer die niet als eenheid kunnen functioneren wat wil je dan eigenlijk doen? Dan kun je voortdurend jezelf beklagende, door een wereld heen jakkerend zeggen: Ik word miskend. Maar als je de eenheid weet te vinden dan gebeurt er iets anders, dan gebeurt er iets heel belangrijks, dan is er geen twijfel meer, dan vult datgene wat stoffelijk denkbaar en mogelijk is datgene aan wat geestelijk bestaat, een kennis die vaak omvangrijker is dan een mens kan beseffen. Dan vult het beetje kracht dat die twee voertuigen hebben zichzelf aan uit de bron, uit de ziel zelf, uit het goddelijke waarmee die ziel verwant en verbonden is. Dan vloeit alles samen tot een geheel, dan krijgt het vorm, dan krijgt het gestalte, niet meer in een droom of in illusies, maar in een innerlijke zekerheid die kan worden omgezet in een kenbaar feit.

Het is gemakkelijk uit te roepen: 0 ja, wij zullen genezen in de Naam van God en dan te zeggen: Wij zijn uitverkoren. Dat hebben de apostelen ook gedaan. Die kwamen terug bij de baas, staart tussen de benen, Heer, Heer, er zijn anderen die zieken genezen en duivelen uitdrijven in uw Naam, de Naam des Vaders. In de plaats dat ze blij waren, voelden ze zich in hun eer genomen. Ze dachten dat ze een monopolie hadden, een soort trust voor duiveluitdrijving en geestelijke genezing. Dat is de werkelijkheid toch niet. De werkelijkheid is, en Jezus laat dat ook blijken, dat eenieder dat zou kunnen doen, niet alleen een uitverkorene, dat we blij moeten zijn wanneer iemand het kan doen en het enige dat daarvoor nodig is, is deze eenheid die de apostelen verkregen door hun geloof in en hun band met Jezus, maar die kennelijk ook op andere wijze soms tot stand kan komen. U bent een Christen wanneer u de weg van Christus gaat, niet wanneer u gedoopt bent, laat ik het zo zeggen.

Kijk, dat is juist die betrekkelijkheid, die relativiteit, dat relativeren dat juist zo belangrijk is in deze dagen. Uiterlijke feiten zeggen niet alles. Het is de eenheid tussen het innerlijke en de uiterlijke waarden, het is het samenvloeien van de hoogste krachten in jezelf met alles wat er om je heen bestaat. Daarin, en daarin alleen is een waarheid die niet meer te relativeren valt, omdat ze het gehele Al, zoals dat voor ons kenbaar is, samenvat. En als het Al zich uitbreidt, wanneer ons besef niet meer in staat is misschien te volgen, zal ons gevoel overnemen en wanneer die niet meer toereikend zijn, dan zal dit lichtende in onszelf aanvullen. Dan kunnen we niet meer begrijpen of menselijk beredeneren, maar we kunnen zijn, werkelijk zijn. Maar werkelijk kunnen we alleen zijn wanneer we in onszelf eenheid vinden en gelijktijdig beseffen hoe betrekkelijk elke redenering, beoordeling en stelling is waarmee we geconfronteerd worden, dat het gaat om de essentie. Het gaat er niet om, om de vormen te zien en te vinden, het gaat erom om de God te vinden die achter alle vormen schuilgaat. Het gaat er niet om, om het ene sociale systeem tegen het andere af te wegen, het gaat erom om de menselijkheid te vinden waardoor een werkelijke gemeenschap wordt gevormd. Het gaat er niet om, om partijen tegen elkaar uit te spelen, het gaat erom om de weg te vinden die je samen kunt gaan. Dat kun je alleen maar wanneer je erin gelooft en wanneer je erop vertrouwt. Daarom is die betrekkelijkheid zo belangrijk. Het erkennen dat er geen absolute waarheid kenbaar is of denkbaar is in de mens.

Het besef dat elke waarheid van vandaag morgen de onbeholpen benadering zal zijn van een primitieveling ten aanzien van zaken die je nu nog niet eens beseft. Zo denken, zo leven en dan in jezelf grijpen en in de kracht die in je woont, werken vanuit die kracht, dat is volgens mij de enig juiste weg. Let wel, ik zeg u niet wat u naar buiten toe moet zijn, dat maakt u zelf wel uit. Ik zeg u alleen wat u volgens mijn beste en diepste weten bent, deel van een door God voortgebracht geheel, eeuwig met de Kracht verbonden waaruit u bent voortgekomen, nimmer zonder de sterkte en de kracht van dat geheel tenzij uzelf u bewust daarvan afsluit en er zo geen gebruik van maakt.

U bent een mens. Een mens heeft zijn eigen kwaliteiten, zijn eigenschappen en zijn eigenaardigheden. Dat is niet verkeerd. Maar waarom zou u spelen dat u iemand anders bent dan u bent? Waarom zou u niet proberen echt uzelf te zijn? Waarom zou u dan geen beroep doen op de kracht die in u leeft? Of een ander het dan waanzin noemt, of occultisme of wat anders, wat deert het u, wanneer het een waarheid is die in u leeft en door u werken kan? En wanneer u dan met anderen samengaat dan is er een regel nodig. Maar besef wel dat de discipline het middel tot samenwerking is en niet de zin ervan. Misschien zult u gezamenlijk regels opstellen of beginselen. Besef dat deze gewoon een middel zijn tot samengaan, niet de zin ervan en begrijp bovenal dat mens zijn betekent leven als een mens en dat in elke mens een geest schuilt, in elke mens de ziel, het licht en dat deze mee moet kunnen werken, beslissen in al wat u bent en in al wat u doet. Dan vindt u misschien de werkelijke oplossing, juist door het relativeren van de uiterlijkheden, de innerlijke synthese waaruit de juiste vorm, de juiste waarheid en het juiste zijn voortvloeit, dat is alles.

Wat ik u heb gezegd is eerlijk en volledig mijn geloof. Nu moet u maar één ding onthouden, u kunt wel heel anders denken, heel anders geloven dan ik, maar zolang u het eerlijk doet, uw volledige overtuiging naar buiten toe waarmaakt zo goed als u kunt, bent u volgens mij op de goede weg. Het gaat er niet om of we het met elkaar eens zijn. Het gaat erom dat we samen een eenheid vormen, weet u, en alles wat wij doen van onze wereld uit, hoe gek u het misschien vindt soms, is niets anders dan een poging om die eenheid te bewerkstelligen en ook ze tot stand te brengen. Dat is de reden dat we hier doorkomen, dat is de reden dat we ons met die mensenwereld bezighouden en we zijn meestal goed op de hoogte. Dat is de reden waarom we duistere werelden bezoeken ook al kunnen we leven in het hoogste Licht, omdat alles één geheel vormt, en we zijn er deel van.

Verhef je nooit boven een ander, daarmee maak je je los van het geheel. Wees deel van het geheel en wanneer u het probeert, zult u merken dat het niet zo gemakkelijk is als het klinkt, maar u zult ook merken dat u innerlijk er meer rijkdommen uit kunt puren dan u, u voorstelt. Laat u dan niet door voorstellingen van uiterlijk succes of zo leiden, want dat zijn altijd misleidingen, maar laat u gewoon door het innerlijk gevoel van juistheid leiden, dan zult u zien dat alles zijn harmonie gaat vinden, zeker in deze dagen, waarin het soms lijkt of de onderste steen boven zal gaan.