Beweging

uit de cursus ‘Occulte filosofie'(hoofdstuk 7) – april 1975

Beweging

Als we magie bedrijven, brengen we eigenlijk de zaak in beweging.
We verbreken een sleur, een regelmaat, soms een traditie. Menigeen vraagt zich af hoe je dat nu het best kunt doen. Om dat te begrijpen en te weten moet je een beetje inzicht hebben in de wereld van geesten, demonen enzovoort. In de praktijk kunnen we dat ongeveer als volgt formuleren:
Een lichtende geest zal nooit door uw bevelen kunnen wonden geregeerd. Hij zal echter antwoorden op elke vraag die in overeenstemming is met zijn wezen zodat uw behoeften en zijn streven harmonisch moeten zijn.
Een minder lichtende geest gedraagt zich heel anders. Hij heeft een grote weerzin tegen het helpen van een mens. Dat moet men dan overwinnen. Misschien mag ik hier een eenvoudige boerengelijkenis gebruiken. Als je een varken hebt dat niet wil lopen, dan trek je het aan zijn staart waarop het dier zich onmiddellijk begint te bewegen in de richting die tegen­gesteld is aan de uitgeoefende druk. Als je dus een demon hebt, dan moet je hem eigenlijk brengen in een situatie waardoor het voor hem pijnlijker is om niets te doen dan om iets te doen. Maar aan de andere kant, zoals de boer zei: :”Om een verken te loaten bewege, moet je aan de steert trekken, maar je moet wel eerst zorge dat je ‘t hebt, wil je an de steert trekken kunnen”. En daar zit nu juist de grote moeilijkheid: hoe krijg je contact met bepaalde entiteiten?
Het contact is eenvoudig genoeg. De meeste mensen realiseren zich dat niet. U heeft voortdurend contact met entiteiten. Maar omdat u het zich niet realiseert, ontstaat er zelden een door u bepaalde beweging, dus een door u bepaalde ontwikkeling. U denkt: Op het ogenblik dat uw denken intens genoeg is of uw emotie diep genoeg en daarin een vaste gerichtheid tot uiting komt, schept u automatisch een harmonie met alle gelijkgestemden, die in de omgeving zijn.
Dat wil zeggen dat u in de praktijk met elke gedachte wel ergens houvast kunt vinden. Maar een entiteit reageert natuurlijk niet op een vluchtige gedachte. Er moet dus sprake zijn van een zekere continuïteit in de gedachten, zowel als eventueel in de emotie. Is dit het geval, dan zal de entiteit reageren. Maar als u een stemming heeft van: “hé, het is weer niets”, of: “bah, ik heb geen zin”, dan zal die entiteit zeggen: “Dat kan ik met je meevoelen” en blijft ze samen met u daarover mediteren. Uw depressieve gedachten worden dan meestal wat intenser en voor de rest gebeurt er niets. Maar als u nu zegt: Die depressie kan ik op een bepaalde manier opheffen, dan zult u daarmee andere entiteiten aantrekken die de depressie wel kunnen begrijpen en gelijktijdig het bestrijden ervan redelijk vinden. Dat zijn dan lichtende geesten. Daarmee kunt u verder weinig doen.
Maar als u een idee heeft van de manier waarop uw depressie kan worden verdrevenen en er is harmonie, dan heeft u daarmede een beweging veroorzaakt in de door u gestelde richting. Zo’n entiteit zal dan zijn krachten doen gelden om de vervulling van hetgeen u denkt, mogelijk te maken. Hij doet geen wonder, hij verandert niet alles opeens, maar hij schept een situatie waarin die mogelijkheid sneller voor u optreedt.
Bent u alleen depressief, dan krijgt u meestal met kwade jongens te maken. Als u b.v. denkt: ik wilde dat die vent dood viel, ach, dan is er altijd wel iemand die daarmee harmonisch is. Het is heel eigenaardig, maar het destructieve element in de mens blijft vooral in de duistere geest lange tijd bewaard.
Nu kan het zijn dat u het gevoel krijgt: er staat iemand achter mij, er is iemand hier om mij heen. Dan kan die gedachte worden uitgewerkt. Ik ga dus een plan maken: dat zou zo en zo moeten gebeuren. Als je dat nu denkt, krijg je door het uitsturen van de gedachten iemand, die probeert datzelfde tegen jou uit te spelen. Dan moet je daar tegenover een beeld stellen van wat er allemaal voor lieflijks en goeds uit voort zou kunnen komen, indien het niet zou gebeuren. Dan heb je dus de varkenstruc toegepast. Het verweer tegen de goede mogelijkheid wordt bij die entiteit dan zo groot dat hij gewoon geen lust meer heeft om u aan te vallen. Hij wil die mogelijkheid uitschakelen en aangezien hij is afgestemd op uw plan, gaat hij dat a.h.w. helpen verwezenlijken. Als u het doet zoals ik het heb gezegd, zonder dat u bijzondere plechtigheden daarbij gebruikt, dan bereikt u meestal niet veel meer dan een aantal nachtmerries bij degenen op wie u zich richt; en dat is toch wel erg genoeg.
Als wij op deze manier te werk gaan, dan kunnen we een entiteit in beweging brengen. Wij kunnen ervoor zorgen dat zijn krachten en vermogens met de onze parallel gaan lopen en dat daardoor de door ons beoogde doeleinden worden verwezenlijkt of dichter bij de verwezenlijking komen.
Zo gesteld is het allemaal natuurlijk erg aardig, maar als we nu toevallig eens niet willen werken met entiteiten, want die zijn soms erg lastig, dan moeten we toch proberen de zaak in beweging te brengen.
We gaan dan uit van de wereld waarin wij leven. Die wereld heeft een bepaalde sfeer of uitstraling. Indien die uitstraling negatief is, zal ik nooit iets met een negatieve reactie kunnen bewerken. Ik kan alleen iets bereiken, indien ik daar een kracht tegenover stel. Die kracht moet niet het gehele negativisme aanvallen, maar een bepaald punt daarvan zeer definitief ontkrachten en daarvoor in de plaats iets anders stellen. U zult zeggen: Hoe is dat mogelijk?
Er is een verhaaltje over een man, die ditzelfde principe had gevonden. Die man, een Engelsman, had zo genoeg van alle ellende dat hij voor de Bank van Engeland ging staan en daar begon van harte om te lachen. Toen scheurden de muren van de Bank van Engeland. Hij dacht toen: Ik heb nog wat geld op mijn rekening staan en liep naar The House of Parliament. Daar wilde hij weer beginnen te lachen, maar een verstandig man heeft hem toen daar neergeschoten. Dit is maar een verhaaltje, maar er zit iets in. Als wij ernst belachelijk kunnen maken, dan betekent dit dat wij de ernst doorbreken. Als het nu werkelijk een ernstige en eerlijke zaak is, dan bereiken we niets. Maar hoeveel pseudo-ernst wordt er niet verkocht? Hoeveel mooie toespraken krijgt u niet te horen en hoeveel fraaie plannen worden er niet ontwikkeld, die eigenlijk niet serieus gemeend zijn? Dan kan een enkele lach voldoende zijn om zoiets te doorprikken. Want de mensen die zo spreken, weven a.h.w. een soort net waarin ze de verlangens en de emoties van hun gehoor verzamelen; ze krijgen dus greep erop. En als er nu een mens is die terecht er op een ogenblik dat het voor iedereen kenbaar zou kunnen zijn, begint te lachen, dan zijn er enkelen verontwaardigd en een paar beginnen te lachen, maar de sfeer is weg. Het doel, dat met die redevoering werd beoogd, kan niet meer bereikt worden. Dit is een heel eenvoudig voorbeeld.
Het zal voor veel mensen niet zo vaak voorkomen dat ze op een vergadering opeens de behoefte voelen te gaan lachen. De meeste mensen weten dat vergaderingen belachelijk zijn, daarom bezoeken zij ze niet.
Maar het kan zijn dat u in een huis komt waar een zeer duistere, depressieve sfeer hangt. Dit is gefixeerd. Het is een eilandje van duisternis dat nergens door beroerd schijnt te worden. Hoe kun je dat in beweging brengen, hoe kun je die duisternis breken zodat er weer licht komt?
De methode hiervoor is natuurlijk sterk afhankelijk van uw eigen reactie. Maar in alle duisternis, in alle somberheid is over het algemeen toch wel een element van hoop te vinden, een gedachte van genegenheid misschien of, en dat is ook mogelijk, alleen maar een gedachte van vrolijkheid. Als u uw eigen afstemming heeft gevonden, dan kunt u die sfeer doorbreken door uw emotie –  of dat nu genegenheid is, een begrip van vrolijkheid of wat anders – zeer sterk en geconcentreerd uit te stralen en mee in uw gedrag tot uiting te laten komen. En nu het wonderlijke: een duistere sfeer in een huis is over het algemeen nogal sterk, die blijft tamelijk lang hangen. Indien u op deze manier die sfeer breekt, dan kunt u niet het duister zonder meer verdrijven maar u kunt wel de greep, die dat duister heeft op degenen die er zich in bewegen, breken.
Het is soms ontzettend moeilijk om iets in beweging te zetten. Een van de meest bekende voorbeelden is iemand, die zich ziek voelt, zichzelf beklaagt en er voortdurend mee bezig blijft. Die persoon maakt zichzelf gewoon zieker en de werkelijke ziekte wordt daardoor zo sterk geactiveerd dat het bijna onmogelijk is om zo iemand daar uit te halen. De eenvoudigste methode zou hier zijn: geef zo iemand een flink pak slaag. Dan is hij zo verontwaardigd dat hij vergeet ziek te zijn. Maar aangezien de meeste mensen een dergelijke methode niet kunnen gebruiken, bestaat er nog wel een andere: Trek u van al die duisternis en klachten niets aan. Probeer de persoon in kwestie ertoe te brengen iets te doen of een reactie te tonen, die niet in overeenstemming is met zijn beeld van zijn ziekte, zijn kwaal, zijn gebrek, zijn beperktheid etc. Wijs daarop en grinnik er veel betekenend bij. Ga dan rustig over tot de orde van de dag. Maar houd in uw gedachten voortdurend vast: dat kun je dus wel. De persoon zal in het begin misschien depressief reageren, maar omdat daar geen enkele reactie op komt, zal hij geneigd zijn het positieve moment te herhalen en nu bewuster. Hiermee is een groot gedeelte van de waan gebroken en krijgen we weer een positieve ontwikkeling.
Met deze voorbeelden heb ik geprobeerd te illustreren dat het niet zo moeilijk is de zaak in beweging te brengen, maar dat het erg belangrijk is om het punt te vinden waarop we pressie kunnen uitoefenen, hoe dan ook. Er is al eens gezegd: “Geef mij een hefboom en een steunpunt buiten de wereld en ik zal de wereld buiten haar baan werpen.” Dat is volkomen waar.
Wij hebben een hefboom nodig, dat is een gevoel, een gedachte, een reactie. We hebben een steunpunt nodig dat buiten het besloten wereldje van duister, van werking, van sleur ligt waarmee we te maken krijgen.
Dat steunpunt moeten we op de een of andere manier voor onszelf fixeren. Dat kan zuiver stoffelijk zijn, het kan liggen in een wereldbeschouwing in een beroep op de geest enz. Er zijn heel veel mogelijkheden. Indien we over die twee zaken beschikken, dan kunnen we met onze reactie de baan van dit geheel verstoren. En als we dat eenmaal hebben gedaan, dan kunnen we niet zeggen wat er gaat gebeuren, want we kunnen niet de ontwikkeling geheel bepalen, maar we kunnen er zeker van zijn dat de negatieve toestand zoals die bestond niet kan voortduren. Er zijn een paar eenvoudige regels die voor dit in beweging brengen. gelden.

  1. Beweging wordt alleen daar bereikt waar twee krachten aanwezig zijn. Een niets kun je niet in beweging brengen. Zorg ervoor dat je precies weet met welke kracht of toestand je te maken hebt. Eerst dan is het mogelijk hierop druk uit te oefenen. We zijn heel vaak geneigd iets aan te vallen dat ons niet past zonder te beseffen dat het eigenlijk een ledigheid is die we met een illusie vullen, omdat we er geen raad mee weten. Onze illusies kunnen we niet in beweging brengen. We kunnen alleen onze illusies gebruiken om daaruit een drijfveer te putten waarmee we iets anders kunnen beïnvloeden in zijn gang en ontwikkeling.
  2. De intensiteit van mijn concentratie bepaalt niet de energie waarover ik zal beschikken, maar, wel het vermogen om die energie te richten. De krachten waarmee we.werken, kunnen krachten zijn van de sferen, van de geest. Het kunnen gewoon levenskrachten zijn die we uit de omgeving opnemen. Hoeveel dat is, kunnen we nooit precies zeggen. Je kunt niet zeggen. Ik heb ,de beschikking over zoveel pond geestelijke energie b.v. Maar de concentratie zegt wel iets. De concentratie namelijk betekent dat het geheel van die energie` op een beperkt vlak wordt gericht en daar werking heeft. En dan is het bijna een natuurkundige wet: Naarmate de concentratie scherper is en nauwkeuriger op een enkel punt is gericht, zal zelfs een geringe energie een grotere werking tot stand kunnen brengen. Denk maar aan een tuinslang, een brandslang, een waterkanon. Die enorme kracht ontstaat vooral door de bundeling. Als wij onze gedachten (dus onze concentratie) gebruiken om alles zo nauwkeurig mogelijk, bij wijze van spreken naaldscherp te bundelen op een enkel object, dan.zal door die vereniging die wij in ons bewustzijn tot stand hebben gebracht de energie met een zeer grote intensiteit inwerken en daardoor sneller en wat meer is overtuigender resultaten geven. Juist door deze zeer scherpe concentratie kunnen we schijnbaar niet te veranderen toestanden en zaken aantasten. Wij kunnen zorgen dat de zaak uit haar evenwicht komt , dat er beweging komt. En als die beweging er eenmaal is,dan kunnen we haar gemakkelijker dirigeren.
  3. Deze regel gaat over potentie, kracht. Naarmate mijn vertrouwen dat een bepaalde kracht die door mij werkt groter wordt, zal de hoeveelheid kracht die ik uit het geheel kan onttrekken eveneens groter worden en,wel in overeenstemming met het doel dat ik nastreef. Hier hebben we een regel die zeer belangrijk is. Juist als wij ons niet bezighouden met een bepaalde geest , een bepaalde kracht of zelfs een bepaalde demon, maar ons richten tot de totaliteit waarin alles aanwezig is, krijgen we a.h.w. een juistere dosering van de energie die we nodig hebben, omdat in dit geval onze harmonie gelijktijdig bepaalt welke energie wij uit het geheel onttrekken. Dat. is dan weer in overeenstemming met het doel dat wij nastreven.

Nu volgen hier enkele eenvoudige wetjes, die bij de magie horen. Sommige ervan heeft u wellicht gehoord, maar in dit verband zijn ze toch wel, heel belangrijk.

Trillingen.

Ook stoffelijke trillingen kunnen van groot belang zijn om veranderingen tot stand te brengen. Zij brengen namelijk een verstoring van bepaalde rusttoestanden teweeg waardoor gemakkelijker ook geestelijke invloeden tot zelfs op stoffelijk niveau werkzaam kunnen worden. Dit wil gewoon zeggen: Als ik met iemand te maken heb, die in lethargie is, dan kan ik natuurlijk wel proberen die man geestelijk eruit te halen, maar het zal waarschijnlijk veel beter gaan als ik keihard b.v. de Derde Symfonie van Beethoven draai of wat dat betreft the Beatles of wat er tegenwoordig modern is.
Hier heb ik geluidstrillingen. Die mens wordt daardoor beïnvloed. Hij zal daarop niet bewust willen reageren maar zijn lichaam reageert. De reactie van het lichaam betekent dat ik hier niet de rust behoef te verstoren, die is al verstoord. Nu behoef ik alleen maar het bewustzijn zover door te prikken dat die werking plotseling bewust wordt ervaren en ik heb beweging, ik heb ontwikkeling. Daarmee kan ik nu iets doen.

Incantatie.

Incantaties zijn sterk afhankelijk van de trillingen die we voortbrengen en de intensiteit waarmee wij ze voortbrengen.
Als we een zeer grote kracht willen uitoefenen of een zeer hoge macht willen aanroepen, dan zullen we dit luidkeels moeten doen.
Als wij werken met kleine krachten, dan kan het voldoende zijn om a.h.w. te fluisteren, dus zeer zacht te spreken.
De klank die we gebruiken heeft ook weer haar betekenis.

o is een klank die altijd goed is om openheid (het woord zegt het al) te bereiken. We kunnen met o afgeslotenheden verbreken. Het is het mooist als je het in het Engels doet: Probeert u maar eens te incanteren:
O, L o o r d (dan heb je die o o). U kunt het ook met een ander woord proberen: d o o d g e-
w o o n. Het heeft precies dezelfde werking.
Het gaat nl. om de o, niet om de rest, ­

De a-klank heeft een remmende werking. We zullen dus een a-klank bij voorkeur in onze formulering daar een rol laten spelen waar we een bepaalde ontwikkeling willen afremmen of een opwinding willen bedaren.
Dat kun je ook weer illustreren: e w a k a m a t a of als u het liever op z’n Hollands doet: w a –
g e n w a c h t e r w a c h t. Daar heeft u een bepaalde werking die vertragend is.

De e- en i-klank kunnen we afwisselend of gecombineerd gebruiken. Als we die gebruiken bereiken we eigenlijk niets anders dan een doordringing. We krijgen geen totale openheid, maar wel een verbreking van afgeslotenheid op een bepaald punt.

De e-klank, mits juist gehanteerd, heeft bovendien een zekere mate van pushing power; ze drukt a.h.w. de zaak nog een keer door. Als we nu met geestelijke krachten bezig zijn en we willen op een bepaald punt doordringen, dan zullen we gebruik maken van een dergelijke e-i-beweging. Bijvoorbeeld: w i e   w e e t. Dan kun je, zonder dat je onrust baart, daarmee kracht uitoefenen.

De au-klank heeft ook een sterke invloed op materie.

De oe-klank kan worden gebruikt om bepaalde kosmische waarden gericht te bevestigen.

Dit zijn natuurlijk maar enkele voorbeelden. Er zijn nog onnoemelijk veel andere klanken. Maar, hoe het ook zij, als wij werken met trillingen, moeten we die klanken dus wel degelijk gebruiken in overeenstemming met ons doel.

Geluidsintensiteit.

Als ik een grote kracht of een grote werking wil hebben, dan moet ik bij de incantatie de stem uitzetten. Ik moet zorgen dat de klank resoneert. Maar als ik gewoon bezig ben met een klein magisch werkje, dan is het voldoende dat het net gevocaliseerd wordt, dus dat ik gewoon spreek. Hier is de intensiteit van geluid belangrijk omdat we daarmee de intensiteit van de trilling bepalen. 0nthoudt u echter een ding: Als wij alleen maar fluisteren, hebben we te maken met klankloosheid. Hier is het in feite een aantal sis klanken, die we voortbrengen, en dat zijn meestal hogere frequenties. Het gefluisterde woord wordt daarom praktisch alleen gebruikt indien wij bepaalde reacties in materie tot stand willen brengen; tegenover mensen zullen wij het minder gebruiken. Het zal u duidelijk zijn geworden dat je de incantatie wel degelijk nodig kunt hebben.
Maar er zijn meer dingen waarvan we gebruik kunnen maken. Denkt u maar eens aan bepaalde gebruiken van de boeddhisten, die op een gongetje staan te slaan bij een begrafenis. Gebruiken in het jodendom, zoals het blazen op de ramshoorn. Hier worden muziekinstrumenten gebruikt. We kunnen daarvoor een aardige vervanging vinden als we gewoon een plaat draaien. In bepaalde platen zitten ook ritmische elementen. Die ritmen kunnen erg belangrijk zijn.
Als we te maken hebben met een piano, dan kunnen we kiezen tussen mooie gedragen akkoorden en dissonanten. Een dissonant, die met regelmatige tussenpozen weerkeert, eventueel zelfs met een klimmende sterkte, is altijd een factor die elke concentratie van een ander zal verbreken. Daarvan kunnen we gebruikmaken. Ik wil u niet de raad geven om te doen als de tandarts, die een bandje maakte van de Niagara Falls en deze voortaan als een orale verdoving voor zijn patiënten gebruikte. U moet u ervan bewust zijn dat al het geluid dat u .gebruikt in uw omgeving, een dergelijke betekenis kan hebben.
Als u een bepaalde sfeer heeft, is het zelfs heel goed om daarbij passende geluiden of muziek te zoeken. Het kan zijn dat u b.v. de Unvollendete speelt, indien u een zekere rust nodig heeft waarin toch een ontwikkeling moet zijn. Dat vindt u dan vooral in de vioolakkoorden en in de paar mooie cellopassages. Daardoor krijgt u a.h.w. een stimulans en zult u gemakkelijker denken, gemakkelijker begrijpen.
Zo zijn er andere dingen waarbij je absoluut niet kunt denken. De Bolero van Ravel b.v. is geen achtergrondmuziek. Dat is een dominerende muziek, speciaal door het ritme. Het eenvoudige klankpatroon is niet eens zo erg belangrijk, maar het is vooral het ritme en de nadrukkelijkheid die erin zit: het steeds klimmen van ritme en nadruk. Daardoor wordt men gebiologeerd. Als het nu gaat om iets uit het hoofd te leren of om een bepaalde zin voortdurend te herhalen, dan kunt u daarvan schitterend gebruik maken. U kunt er een intense gerichtheid mee krijgen. U kunt ook een intense penetratie van uw besef voor een bepaalde formule ermee bereiken. Maar als u rust wil hebben, dan moet u dit stuk toch werkelijk niet spelen.
Trillingen kunnen ook op een andere manier van belang zijn: U heeft misschien wel eens gemerkt hoe irriterend het kan zijn als u in een theater zit er er is iemand, die met de punt van zijn schoen voortdurend tikt tegen een van de opstanden van de stoelen. Maar nu het gekke, dat stoort u vooral als het ritme ingaat tegen hetgeen u in de uitvoering ziet, dus als het geen samenhang daarmee heeft. Heeft het dat wel, dan merkt u het eigenlijk niet. Het kan zijn dat bij bepaalde concerten of opera’s er iemand is die de maat a. h. w. zit te scanderen, en die trilling wordt dan over de gehele rij voortgezet. En wat is het resultaat? Dat de mensen in die rij dit ritme intenser ervaren. We kunnen dus ook zuiver stoffelijke trillingen gebruiken en daarmee een gerichtheid, maar ook een ontwrichting van gerichtheid, veroorzaken. Het is goed om deze dingen te weten, want als je iets in beweging wilt brengen, moet je de eenvoudigste manier kiezen.
Er zijn mensen, die zo sterk magisch denken, dat ze zitten te con­centreren om zich door levitatie een kilometer te verplaatsen terwijl ze de fiets voor de deur hebben staan. Dat zijn dwazen. Maar je hebt ook mensen, die zeggen: Als het stoffelijk niet kan, dan kan het niet.
Denk nu eens aan de bazuinen van Jericho. Het klinkt misschien krankzinnig, maar mogelijk is het. Caruso kon een glas kapot zingen. Je kunt dan wel zeggen: Die man had een dubbel strottenhoofd maar er zijn ook anderen geweest die datzelfde hebben gepresteerd.
Je kunt met een geluid iets veroorzaken dat een sterke materiële uitwerking heeft. Op het ogenblik, dat ik niet in staat ben de nodige energie op een eenvoudige manier normaal op te brengen, kan ik de zaak aan­vullen met b.v. geluid en bepaalde andere werkingen. Daarvoor zijn er een paar regels die ik hier zal geven:

  1. Materie kan alleen reageren op invloeden welke een resonantie in het patroon van die materie ten gevolge hebben. Dat is dus: de toon en het glas moeten met elkaar in overeenstemming zijn. Maar ook de geestelijke kracht, die ik gebruik om een bepaald voorwerp te laden, te ontladen, te ontbinden of sterker te vormen en vast te leggen, moet in overeenstemming zijn met het eigen wezen ervan.
    Hoe we dat nu moeten weten? Heel eenvoudig. Als een mens wil weten of een voorwerp of materie resoneert, dan gaat hij gewoon de scala van zijn eigen uitdrukkingen na met een sterke concentratie op het voorwerp tot het ogenblik dat hij het gevoel heeft: nu krijg ik diezelfde impuls terug. Dat is namelijk het ogenblik van resonantie. Dan begint namelijk het materiaal mee te trillen en die trilling zal u beroeren. Dit geldt zowel voor geestelijke trillingen als voor stoffelijke. Hebben we deze eenmaal gevonden, dan weten we: deze intentie, deze geestelijke kracht of deze toon of dit ritme is in overeenstemming met het voorwerp.
  2. Elke trilling heeft een aantal neventrillingen. Op het ogenblik dat een persoonlijkheid of voorwerp naast ons op de neventrilling gaat reageren en dit binnen ons bewustzijn gebeurt, wordt de neventrilling tot hoofdtrilling. Dat wil zeggen dat het geheel van onze kracht plotseling in de harmonische wordt gelegd, die we niet zelf hebben georigineerd, maar die is ontstaan door hetgeen we in een ander of in het andere hebben tot stand gebracht. Het is goed om ook dat in de gaten te houden, want er zijn nogal eens wonderlijke consequenties bij.

Als u b.v. iemand gewoon wilt zegenen, dan kan het zijn dat de persoon in kwestie daaruit een enorm zelfbewustzijn gaat krijgen en dat u, bewust of onbewust, overschakelt op verering. Als u dat niet merkt, zoudt u daardoor bij de ander een vorm van egomanie tot stand kunnen brengen, en dat is niet zo leuk. Daarom moeten we altijd opletten: Als een harmonische trilling optreedt waarbij we ontdekken dat wij onze eigen uitstraling ook maar iets wijzigen, dam moeten wij onze uitstraling onderbreken en na een zeer korte pauze, telt u maar tot tien, weer hervatten. Hiermee hebben we de invloed van de harmonische voor ons wezen teniet gedaan en het duurt wel even voor ze zover is opgebouwd dat ze ons weer kan beroeren. Ondertussen kunnen we verder gaan met het uitstralen van de kracht, die we zelf willen gebruiken.
We hebben al eens meer gezegd dat persoonlijke magie belangrijker is dan rituele magie. Dat is ook waar wanteen ieder moet werken op de manier die hem het best ligt. Per slot van rekening, als je goed met een hamer overweg kunt, dan moet je niet proberen iets te doen met een stuk ijzer of met een floret, want dan lukt het niet. Je moet werken met je eigen middelen en methoden.
Maar ook in onze eigen middelen en methoden zijn bepaalde rituelen vaak nodig en belangrijk. Daarover zou ik nog een paar dingen willen zeggen omdat dit ook te maken heeft met het in beweging brengen, niet alleen van het andere, maar ook van onszelf. We zijn op bepaalde punten ook gewoon vastgeroest. We hebben nu eenmaal dit sleurtje, we doen het altijd zo en daarom zal het zo moeten gaan, anders gaat het niet.
Een ritueel kunnen we gebruiken op het moment dat we onze eigen krachten anders dan normaal willen gaan gebruiken. Daarbij zal het ritueel moeten bestaan uit de volgende onderdelen. U kunt elk onderdeel zelf vormgeven, maar u moet wel een beetje rekening houden met de sequentie.

  1. Realisatie van doel.
  2. Realisatie van kracht.
  3. Beroep op de kracht met omschrijving van doel.
  4. Identificatie met de kracht en het uitzenden van de kracht, opdat het doel wordt bereikt.

Hiervoor kunnen we gebruikmaken van stoffelijke methoden. Wij kunnen visuele methoden gebruiken (concentratie via een foto, een beeldje of iets dergelijks). We kunnen het doen door te tekenen, door kleurvlakken ten opzichte van elkaar te bewegen. We kunnen daarbij gebruik maken van reukwerken en als we die niet aangenaam vinden, dan kunnen we ook odeur gebruiken, maar dan moet u niet uw normale geurtje nemen, die u elke dag gebruikt; u moet dan wel iets anders zoeken. Kortom, u kunt op elke manier een verandering brengen in uw ervaren, in uw methoden van denken en doen. Hierdoor kunt u vaak het schijnbaar onmogelijke toch bereiken.
Afwijking van de norm betekent voor de mens heel vaak: afwijking van een bestaand denkpatroon waardoor hij in een nieuwe vorm zijn gedachten kan opstellen en zijn krachten kan richten. Zoals een soldaat eens zei: Dit was een machinegeweer. Het werkte niet meer, de loop was bruikbaar, het slot was bruikbaar, nu heb ik er maar een snelvuurgeweer van gemaakt. Dat is dus werken met dezelfde onderdelen en daarmee iets anders tot stand brengen.
Stel u nu maar voor dat uw innerlijk, wat gedachten en krachten betreft, heel veel lijkt op een meccanodoos. Je kunt een bestaand patroon uit elkaar schroeven en op een nieuwe manier in elkaar zetten. Maar daarvoor heb je een voorbeeld nodig, je hebt kracht nodig die je op jezelf richt. Elk ritueel is in feite het richten van een kracht op jezelf, opdat je kunt beantwoorden aan het doel van het ritueel waarna het ‘ik’ in een nieuwe vorm en een nieuwe structuur actief wordt ten aanzien van een gesteld doel. Persoonlijke rituelen zijn soms dus wel belangrijk.
Als u op een gegeven ogenblik het gevoel heeft: ik sta teveel onder spanning, ik kan dit niet allemaal meer verdragen en het gaat me niet goed, dan kunt u proberen om uw sleur, hoe dan ook, te breken en wel door b.v. een dag geheel andere dingen te doen dan u normaal doet. Bovendien, als het even kan, in een andere volgorde dan voor u normaal zou zijn. Hierdoor breekt u het geheel van de spanningen in u af en schept u de mogelijkheid om die kracht op een nieuwe, voor u meer hanteerbare of harmonischer wijze, bijeen te brengen. Dit is een raad, die ik aan iedereen kan geven. Als u dus op een gegeven ogenblik voelt: dit gaat niet meer, verander de procedure. Doe het anders. U zult zien dat het veel beter gaat. Er is natuurlijk veel meer te vertellen over dit onderwerp, want het is onuitputtelijk. Maar dan moeten we rekening houden met de volgende wet.

De wet van limitering.

Wij kunnen al datgene bereiken wat voor ons voorstelbaar is en in overeenstemming hiermee werkingen tot stand brengen. U kunt dus niet alles doen. U kunt een kikker niet laten vliegen, tenzij u zich eerst kunt voorstellen hoe een kikker vleugeltjes laat groeien of b.v. door gas te slikken of zoiets, lichter dan lucht wordt.
Heel veel mensen houden zich bezig met het nastreven van magische dingen. Maar magie is, juist als het gaat om het gebruiken van je eigen krachten, altijd beperkt tot het voorstelbare, het denkbare, het in uzelf reeds beleefbare. Eerst dan kunt u dat naar buiten toe waarmaken. Houdt u daar rekening mee.
Als laatste regel: Al datgene wat wij doen uit liefde, betekent gelijktijdig een volledige overgave van al onze krachten en mogelijkheden zonder daarover nog enige bestemmingsmacht te behouden. Dat moet u goed onthouden! U kunt dus niet zeggen: Ik heb de mensheid zo lief, nu ga ik die mensheid helpen en dan later roepen: Ja, maar wat me nu is gebeurd, nu sta ik op Calvarie. Dat is gewoon een logische consequentie en dat kunt u niet meer voorkomen. Daarom, werk met de krachten van liefde alleen daar waar u zeker bent dat deze liefde niet alleen maar een dwaze illusie is of een droom, maar waar de liefde werkelijk iets is waarvan u zegt: Hierin heb ik zelf geen betekenis.
Dan moet u zich ook realiseren dat u nooit kunt werken uit haat, zonder te vernietigen. Zelfs degene die het kwade haat en het wil bestrijden vanuit deze haat, zal krachten uitstralen die het kwaad aantasten, maar gelijktijdig ook het goede waarmee het verbonden is. Je kunt niet door haat selectief vernietigen; dat kan wel door liefde. Je kunt met liefde haat niet verdrijven, maar je kunt haar wezen veranderen. Liefde absorbeert en liefde geeft ook totaal. Dat betekent dat je alles beïnvloedt. De liefde zal zich altijd op het positieve richten. Als u liefde versterkt, zal haat vanzelf minder belangrijk worden. Maar als u haat en u probeert die haat te versterken, dan zult u daardoor toch ook de kracht van liefde sterker maken en kunt u dus niet bereiken wat u wilt. U bereikt dan wel ontwikkeling, maar niet een gerichte ontwikkeling. De liefde doet dat wel, omdat ze niet uitgaat van zichzelf en daarbij de eenzijdigheid vermijdt die aan de haat eigen is.
Elke magische handeling en elke uitstraling van geestelijke kracht moet berusten op emotie. Daarbij kan de emotie misschien wel eens wat minder vriendelijk zijn. Je kunt heus wel iemand helpen waarvan je denkt: potverdorie, oude zeur. Maar dan moet het geheel toch worden gedragen door medelijden. Is dat medelijden er niet, dan is de werkingsmogelijkheid praktisch nihil geworden en kun je weinig doen. U moet daar dus rekening mee houden. U bepaalt met uw instelling, met uw emoties wel degelijk wat u tot stand brengt en die bepaling is niet alleen in uw gedachten te maken.
U kunt niet op een stukje grond alleen het graan laten groeien en het onkruid niet of omgekeerd. U kunt alleen alles wat er in dat stukje grond is, helpen om sneller en beter te groeien U kunt niet in een mens een kwaliteit veranderen zonder gelijktijdig alle andere kwaliteiten mee te veranderen. Dan zult u begrijpen dat het wel degelijk mogelijk is om de wereld in beweging te brengen; dat het mogelijk is om allerlei dingen te veranderen met magie, met geestelijke krachten. Maar daarbij zul je niet altijd alleen het beoogde bereiken maar soms nevenverschijnselen die veel belangrijker lijken.
Denk na over de mogelijkheid dat u meer bereikt dan u wilt en vraag u af of dit aanvaardbaar is. Zo ja, stel u open. Gebruik de gehele kosmische kracht volgens de intensiteit van uw denken, uw persoonlijkheid en help de stilstand in de wereld en bij anderen te veranderen door haar in beweging te brengen. En als er beweging is, blijf druk uitoefenen en doe dit op bekwame wijze. Wanneer namelijk blijkt dat u iets niet voorwaarts kunt stuwen, probeer dan een kracht in de tegengestelde richting te veroorzaken. Want ook de mensheid en de menselijke ontwikkeling reageren vaak als een varken: het blijft staan totdat je in de tegengestelde richting begint te trekken, dan beweegt het zich voort.

Hypnose in verband met genezing

Hypnose kan als volgt worden omschreven: Het is een sterk toenemende suggestie waarmee de eigen wil van de proefpersoon zoveel mogelijk wordt uitgeschakeld en hij alles onbelangrijk gaat vinden behalve de suggesties van de hypnotiseur. Hierbij tracht men de ontspanning zo intens te maken dat een tranceachtige toestand wordt bereikt. Op het ogenblik dat men deze trance heeft bereikt, kan men suggesties geven, die met een posthypnotisch effect enige tijd werkzaam blijven.

Wat kun je met hypnose doen?

Wanneer iemand onder hypnose is, kun je die persoon bepaalde dingen laten ervaren, laten erkennen of laten denken en hem daarna met een gevoel van verfrist en uitgerust zijn in een toestand van grote ontspanning laten ontwaken. Dit laatste is heel veel waard, als je hem wilt genezen. Als je hem voldoende kunt ontspannen en hij zich aan de genezing kan overgeven, heb je al heel veel bereikt.
Wat je kunt doen ten aanzien van diepere angsten en dergelijke, is beperkt. Een angst namelijk komt niet alleen voort uit de vrees voor iets, maar is tevens de uiting van een onevenwichtigheid in de persoon. Deze onevenwichtigheid kunnen we alleen opheffen indien we daarvan de oorzaak kennen. Het is vaak heel moeilijk zover in de innerlijke roerselen van een persoon door te dringen dat we daarvan ook maar enig begrip krijgen. Daarom zullen we over het algemeen in zo’n geval een sterke suggestie geven die gericht is tegen de angst, als deze zich symptomatisch manifesteert. Als iemand bang is te vallen, dan suggereren we hem dat hij sterk evenwichtig is. Als iemand bang is voor water, dan maken we hem duidelijk dat je je in water prettiger gevoelt. Door deze suggesties te geven, kunnen we dan ook althans de symptomen van de angst wegnemen en vaak weer een aanpassing aan de normen verkrijgen.
De werkelijke angsten van de persoon kunnen we daarmee niet geheel verdrijven. We kunnen de mens suggereren dat bepaalde zaken, die hij tot nu toe als pijnlijk heeft ervaren, in wezen niet pijnlijk zijn. We kunnen niet de prikkel wegnemen die nu als pijn wordt geïnterpreteerd, maar we kunnen haar een andere, meer aangename betekenis geven.
Als iemand voortdurend pijn in zijn rug heeft, dan is dit normaal een bewegingsbelemmering omdat men bang is voor die pijn. En het. is juist de stijfheid, waarmee men dan de ruggengraat pleegt te houden, waardoor de verstijving en de pijn wordt bevorderd. In dat geval zullen we dus de persoon de suggestie geven dat hij in zijn rug een trekking zal voelen wat duidelijk maakt dat zijn spieren klaar zijn voor grotere beweeglijkheid. Hij zal nu de pijnsymptomen als een bewegingsaansporing gaan interpreteren. Hij zal zich hierdoor beter en meer bewegen en vaak zelf de oorzaak van de pijn mee opheffen.
Wij moeten hier natuurlijk rekening houden met het feit dat we in een hypnose de proefpersoon nooit iets kunnen opleggen wat tegen diens aard in gaat. We kunnen bepaalde betekenissen veranderen, we kunnen bepaalde remmingen wegnemen, maar we kunnen iemand niet tot moordenaar maken, als hij zelf een goedertieren mens is. Iemand, die nooit een vlieg heeft doodgemaakt, kun je niet zo hypnotiseren dat hij een perfecte vliegenmepper wordt; dat gaat niet. We moeten dus een.andere methode vinden.
Nu is het mogelijk om een secundaire werkelijkheidsbetekenis suggestief aan de persoon op te leggen. We zeggen dan dat iets anders is dan het tot nu toe werd ervaren. Bijvoorbeeld: Het is helemaal niet slecht dat je een kind een keer een klap geeft. Het pak op de broek is juist wat het kind nodig heeft om zich geborgen te voelen in een bepaalde gezagsverhouding.
Als we dat nu aan de persoon duidelijk kunnen maken, dan zal hij, ofschoon hij anders nooit een kind met een vinger heeft aangeraakt, bij elke gele­genheid dat het noodzakelijk is het achterwerk van jeugdige pupillen tot gloed bewegen.
Ik heb hopelijk hiermee duidelijk gemaakt dat we met hypnose een verschuiving van interpretatie teweeg kunnen brengen, dat we daarnaast bepaalde reacties van de persoon tijdelijk kunnen veranderen.
Voor genezing is het natuurlijk erg belangrijk dat we weten wat we willen doen. Stel, dat iemand gehypnotiseerd moet worden. Dan is de eerste vraag: Kunnen we de persoon hypnotiseren? Het proces ervoor is overigens wel bekend, er zijn handboekjes voor. Het eenvoudigste proces is nog altijd dit: Veroorzaak, op welke wijze dan ook, een vermoeidheid bij de persoon, bij voorkeur optisch, terwijl u gelijktijdig zorgt voor een zeer gelijkmatige geluidstrilling. U moet dus nooit hard zeggen: En nou ga je slapen. Dan wordt iemand klaar wakker. Maar u kunt wel op zachte toon zeggen: Je bent slaperig. Je bent helemaal ontspannen, je bent moe, je voelt je wegzakken; doe maar, ga maar slapen, slaap maar. Op deze manier kun je iemand a.h.w. in slaap praten. Deze ontspanningsmethode kent u wel.
Onthoud verder dat, wanneer de persoon de slaaptoestand bereikt, uw eerste suggestie altijd is dat hij alleen op een bepaald teken van u wakker wordt. Bijvoorbeeld: Als ik met de vingers knip of als ik een bepaald woord zeg, word je ontspannen wakker, je vergeet alles wat ik heb gezegd en je voelt je uitermate blij en prettig. Dat is dus altijd de eerste suggestie.
Door de suggestie de persoon te binden aan een bepaalde prikkel, voorkomen we dat hij door iets anders wordt afgeleid, wordt gestoord of wakker wordt.
U moet nooit proberen een persoon volledig te beheersen. Dus zeg niet: Nu ben ik je meester en je doet alleen maar wat ik goed vind. De meeste mensen komen dan innerlijk in verzet en dan weet je nooit wat er allemaal uit voort kan komen. Zeg wel: We gaan nu samen proberen om, en dan omschrijft u het: b.v. de pijn weg te nemen, om uw medicijnen beter te laten werken, om u wat blijmoediger te maken. Geef de proefpersoon aan wat u eigenlijk aan het doen bent. Dit bevordert over het algemeen de werking van de suggestie.
Als u te maken heeft met kwalen, dan moet u het volgende onthouden.
U kunt lichamelijke symptomen voor een deel wegnemen als ze zuiver met zenuwen te maken hebben. Maar alles wat niet daartoe behoort, kunt u niet wegnemen. U kunt wel tegen iemand zeggen: Je bent niet mank mee. Maar ja, die suggestie houdt niet lang stand als hij iedere keer een eind naar beneden moet zakken. Dus stel nooit, als het lichamelijke symptomen betreft, dat ze niet bestaan. Stel, dat ze niet belangrijk zijn. Stel nooit dat iemand genezen zal zijn, tenzij het om zuiver geestelijke kwesties gaat. Stel altijd dat de persoon zich prettig zal voelen en zal bemerken hoe het aldoor beter gaat. Geef dus een suggestie, die een geleidelijke genezing suggereert. Hierdoor krijgt u namelijk een aan­passing van het lichaam aan een geestelijke gesteldheid en dan wordt hetgeen u heeft gesuggereerd, inderdaad waar.
Als u te maken heeft met bepaalde hardnekkige gevallen, die zijn er nogal, dan is het soms nodig om de behandeling te herhalen. Het is zeer nuttig dat u, als de eerste maal deze trance, deze slaap, deze absolute ontspanning is bereikt, de suggestie geeft dat op een bepaald teken (kies 1iervoor niet iets wat overal voorkomt; neem iets wat sterk met uw persoonlijkheid verbonden is: een voorwerp of een wacht­woord of een woord dat hij zelden zal horen) die persoon onmiddellijk die toestand bereikt: “Als u dit woord hoort, dit teken ziet, dan zult u zich onmiddellijk volledig ontspannen, dan hoort u alleen nog maar mijn stem en beantwoordt u alleen nog maar datgene wat ik u vraag of zeg.” Door dit te doen, bespaart het u in de eerste plaats een hoop werk, want de eerste keer iemand wegkrijgen, duurt nogal lang. In de tweede plaats betekent het dat we de persoon dan gemakkelijk sug­gesties kunnen geven. Maar onthoudt u één ding: Als we een patiënt meermalen behandelen, dan moeten we ervoor zorgen dat de suggesties gelijkluidend zijn en dat hoogstens het gesuggereerde gevolg een progressieve ontwikkeling doormaakt. Ook dit is van groot belang, anders wil het nog wel eens verkeerd gaan. Dan moet u er ten laatste nog rekening mee houden dat bij een sujet dat redelijk ontvankelijk is, de werking van een posthypnotisch bevel of suggestie enkele dagen duurt. Denk dus niet dat u iets voor weken of maan­den kunt brengen. Dat kunt u alleen indien u zeer gevoelige sujetten heeft of na een aantal behandelingen.

De zaak kunnen we, wat genezing betreft, in een paar korte zinnen samenvatten.

  1. Onthoud dat u nooit een bestaande kwaal kunt wegnemen door een hypnotisch bevel. U kunt wel de belangrijkheid van de kwaal voor de patiënt veranderen, vooral als u naast het verminderen van de betekenis van de kwaal aan iets anders, wat voor de patiënt positief is en positief ervaren kan worden, een grotere betekenis geeft. Bijvoorbeeld: de pijn is niet erg en eigenlijk hindert het je ook niet zo. Als je nu medicijnen neemt, voel je je plotseling heel sterk en heel blij. Daarom wil je die medicijnen ook precies op tijd en regelmatig innemen. Dat idee.
  2. Houd rekening met het karakter van de persoon, die u voor u heeft. Als u met een zwartgallig mens te maken heeft, dan kunt u zo iemand natuurlijk niet zonder meer genezen. U kunt hem ook niet zeggen: Het is allemaal weg, want dan mist die mens iets, al is het alleen maar een reden om zich te beklagen. Probeer hem dan een reden te geven om zich over iets te beklagen waar hij wat aan doen kan. Geef hem dan bij een volgende suggestie het idee dat hij er iets aan moet doen. Dan kunt u zo iemand langzaam in een meer positieve richting sturen. U kunt echter nooit iets wegnemen zonder daar iets tegenover te stellen.
  3. Wij kunnen van allerlei middelen gebruik maken maar onze patiënt moet in zekere mate suggestibel zijn. Zij, die zich suggereren dat ze voor hypnose niet ontvankelijk zijn, zullen juist hierdoor gemakkelijk bereikbaar zijn. Voor personen die moeilijk te bereiken zijn, bestaan er bepaalde medicijnen, die de suggestibiliteit aanmerkelijk vergroten. In noodgevallen kunt u daarvan gebruik maken, maar alleen onder medisch toezicht. Indien u te maken heeft met een redelijk suggestibele patiënt, dan zijn er verschillende eenvoudige proeven. Een van de eenvoudigste is de handenproef. De handen worden samengevouwen en dan geprobeerd ze van elkaar te krijgen. Het gaat niet, omdat de mens niet bewust ontspannen is. Is hij wel bewust ontspannen, dan gaat het wel. Er zijn meer van dergelijke proefjes. Bijvoorbeeld: Je kunt dat been niet stilhouden. Dan begint het inderdaad te bewegen. Een andere proef: Als je twee einden van een spier met de vingers beroert en je zegt dat er een sterke stroom doorheen gaat, ook zonder dat dit waar is, dan zal de spier gaan pulseren. Met dergelijke proeven kunt u dus zien in hoeverre een patiënt te beïnvloeden is. Een gemakkelijk te beïnvloeden persoon is iemand, die eigenlijk bij de eerste slingerbeweging of bij de eerste manipulatie al begint te reageren. In dergelijke gevallen zal men er bijzonder goed op moeten letten dat de persoon het bevel krijgt alleen met trance te reageren op het bevel van de hypnotiseur, en niet anders. Hierdoor kunt u een grote hoeveelheid suggestie van een andere zijde uitschakelen.
  4. Vergeet nooit bij uw bevel ook de omgeving te betrekken, voor zover dat mogelijk is. U kunt iemand niet plotseling in zijn gedrag tegenover de omgeving veranderen, maar u kunt wel suggereren dat de persoon positiever met de omgeving samenwerkt. Dit betekent over het algemeen al een vergroting van de ontspannenheid en het welbehagen van de patiënt na afloop van de hypnose.

Zonnegroet

Een ‘zonnegroet’ is het licht dat duidelijk maakt dat je het leven kunt genieten ondanks de vergankelijkheid daarvan.

Hoe schoon ben ik levend in de knop, sprak de roos.
Hoe vol ben ik, bloeiend
en van nectar vervuld, sprak de roos.
Hoe droef verwelk ik, vallen mijn bladeren, sprak de roos.

Maar de struik bloeide voort.
De struik groeide voort.
En de wortelen zochten hun nieuwe weg
en nieuwe voeding en nieuwe kracht,
totdat een zonnegroet die lente bracht,
weer deed ontluiken dezelfde stam.

Hoe schoon ben ik als knop, sprak dan de roos:
Hoe schoon ben ik als bloem, sprak toen de roos.
En zij verging.
Een bloesem slechts die in ‘t genieten van de zon,
het leven en de volheid van ‘t bestaan
misschien vergeten had dat zij slechts
uiting was van vergankelijkheid,
een levensteken langs de baan,
van een door ‘t jaargetijde
niet beheerst bestaan.

Genieten is niet méér hebben, maar intens erkennen wat je hebt. Leven, de vreugde kennen van het leven, is met wat je hebt en bent de harmonie bereiken die noodzakelijk is. En wil je dan ondergang, vergankelijkheid ooit zien, het zijn de verschijnselen die buiten je vergaan, terwijl het licht, de kracht waarmee je zelf de zon soms groet, in jou blijft voortbestaan.