Bewust leven met lichaam en geest

17 mei 1988

Mag ik u er allereerst aan herinneren dat wij, sprekers van deze groep niet onfeilbaar zijn. Dit wil zeggen dat u zelf dient na te denken. Dat u de juiste conclusies moet trekken en dat u naar we hopen, met die conclusies ook iets kunt doen.

Ik zou dan een beetje eigenlijk willen praten over een ver verleden dat gelijktijdig met het heden in verband staat. U weet allemaal waarschijnlijk dat door straling en bijzondere samenstelling van chemicaliën in de toenmalige kleinere oceanen op aarde een halfleven is ontstaan, terwijl uit dit halfleven eencellige zijn voortgekomen, enz. enz.

Wanneer een genetische lijn wordt doorgetrokken dan komen we uiteindelijk allemaal daar terecht. Wanneer u dan zegt dat u iemand een kwal vindt, denkbaar, dan zegt u iets dat op dit ogenblik misschien niet juist is, maar dat in een ver verleden waarschijnlijk een vorm van juistheid heeft gekend. De grote moeilijkheid is dat daaruit een reeks ervaringen is opgebouwd die medeaansprakelijk is geweest voor de vorming van de belichaming die u op het ogenblik hebt.

Er zijn vele vormen van mensachtige geweest. U behoort tot de homo sapiens en deze sapiens zal op zijn tijd weer door een andere vorm of soort, desnoods een homo superior of iets dergelijks worden opgevolgd. Maar wat u bent omvat alle voorgaande generaties waaruit u bent voortgekomen. U hebt dus een erfelijke conditionering en het is deze conditionering die voor een groot gedeelte uw uiterlijke karakteristieken helpt bepalen. Gelijktijdig heeft zij een invloed op wat men het onbewuste of onderbewustzijn noemt en hierin ontstaan dus weer bepaalde neigingen, vooroordelen, vormen van blindheid voor bepaalde verschijnselen en wat dies meer zij. Dit beperkt uw relatie met het leven voor een zeer groot gedeelte.

Ik kan mij voorstellen dat iemand zegt: Ja maar, hoe zit het dan met de geest? De geest is in zijn uitingen, zolang die in de stof verkeert, gebonden aan de belichaming die u bezit, inclusief dus alle kwaliteiten. Alleen is er meestal in de prenatale periode en vooral in de eerste weken na de bevruchting de mogelijkheid om bepaalde eigenschappen die solo dus niet bij beide ouders voorkomen, te onderdrukken of te stimuleren. Datgene wat bij beide ouders gelijkelijk voorkomt kan niet worden onderdrukt.

Nu blijkt verder dat er in die genetische opmaak, u weet wel, die eigenaardige reeks, van moleculen, het gen, bepaalde kwaliteiten van voorouders voorkomen die ofwel bij beide ouders aanwezig zijn, dan zijn ze dominerend. Ze kunnen daardoor zelfs een soort atavisme krijgen, een terugval naar een vroegere, vorm of kwaliteit van voorouders en we kunnen daarnaast, wanneer één zo’n factor aanwezig is die sterk is, deze soms niet geheel elimineren. En dat betekent dat zoals u op het ogenblik leeft, u niet de vrijheid van persoonlijkheid en van persoonlijke ontwikkeling bezit die u zichzelf misschien graag voorspiegelt. U hebt zekere vrijheden, ongetwijfeld, maar alleen binnen het kader dat uw genetische opmaak als mogelijkheid voor u heeft geschapen en daarnaast bent u dan nog gebonden aan die hele wereld die voor uw bestaan buitengewoon belangrijk is.

Wanneer wij uit willen gaan van het principe persoonlijke bewustwording, dan dienen we dit niet te zien als een volledig vrij proces, maar eerder als een geleid proces dat in veel gevallen, wanneer wij naar waarheid zoeken, doet denken aan een doolhof. We kunnen verkeerd afslaan, we kunnen in blinde gangen terechtkomen, maar wanneer we verder gaan dan zullen we uiteindelijk het middelpunt bereiken.

Dit middelpunt is in feite voor ons niets anders dan de uitdrukking van het totale en werkelijke ego, dat dus niet geheel in de stof tot uitdrukking kon komen, en daarnaast een deel van de kosmische verbondenheden die in dit ego bestaan. Het zal u nu misschien duidelijk worden waarom u met mediteren niet altijd de juiste resultaten behaalt. Wanneer je helemaal geen mogelijkheid zou hebben om op de een of andere manier toch een bewuste keuze te maken, dan zou je waarschijnlijk in die doolhof eeuwig blijven ronddwalen. Maar we hebben, een soort kompas, een soort miniatuurkaart gekregen die men wel innerlijk weten noemt.

Innerlijk weten, dat moeten we ook begrijpen, is helemaal niet te zien als een soort geweten. Geweten is een klein stukje natuur en een heel groot stuk dressuur. Maar in jezelf heb je een gevoel van juistheid en onjuistheid. U hebt gevoelens die het één meer als licht doen ervaren, het andere meer als duister. Deze gevoelens kunnen onze koers bepalen maar alleen wanneer we op een kruispunt van wegen zijn. Wanneer we in een doolhof zijn dan moeten we verder gaan tot de volgende splitsing voor we een keuze kunnen maken. Daarom is het erg belangrijk dat je verder altijd eerst afhandelt waar je mee bezig bent. Maar er komen ogenblikken dat je een keuze moet maken. Je kunt niet meer rechtdoor gaan. Op dat ogenblik zijn het je gevoelens die je duidelijk maken welke richting voor jou de meest juiste is. Volg je die weg regelmatig, dan zal je nog weleens verkeerd afslaan, maar dan ga je ook beseffen dat er een groot verschil bestaat tussen wat je innerlijk waarheid noemt en datgene wat je eigenlijk denkt aan te voelen. Het aanvoelen dat is namelijk een kwestie van erfelijkheid net zo goed als van allerhande andere factoren en op het ogenblik dat een mens ertoe komt te begrijpen wat eigenlijk zijn erfelijke achtergronden zijn, wat zijn conditionering is, als ik het zo mag noemen, dan gaat hij ook begrijpen dat er een neiging bestaat om die te bevestigen wanneer het maar even kan. Kun je dat langzaam maar zeker wat onderdrukken dan kom je voortdurend tot een juistere keuze en bereik je dus sneller het doel waar je naar streeft, de erkenning van je wereld, je ik.

Nu zijn er een hele hoop mensen die zeggen: Ja maar, is dan dat middelpunt het enige wat er in de doolhof bestaat? Nee. Maar vergeet één ding niet: In vele doolhoven heeft men, tot vermaak van de velen die daar ronddwalen, op sommige punten lachspiegels geplaatst. Als u in de spiegel kijkt en zegt: Dat ben ik, dan zit u fout. U ziet uzelf slanker of dikker, groothoofdiger of kleinhoofdiger dan u in feite bent. Spiegel u dus niet aan hetgeen u ontmoet. De kern is niet de herkenning van uzelf in een soort “gestalt”, een beeld, zeg maar. Het is eerder een jezelf beleven. Een mens die zichzelf niet durft te beleven komt niet ver.

En nu moeten we, als dit aanvaardbaar is althans, overgaan naar een volgend punt. Wanneer we te maken hebben met een geest, dan is het voor de mensen moeilijk zich voor te stellen wat het voor die geest werkelijk behelst. Ze denken: het is een soort replica van mijzelf, waarschijnlijk veel mooier en fraaier, levend in een wereld en dat is dan alles. Maar u bent in wezen een kracht en geen gevormde persona. U bent een reeks van krachten. In uzelf bestaan een aantal verschillende krachtniveaus. Je kunt natuurlijk proberen te denken met uw voeten, maar dan kom je vaak op het verkeerde pad. Ik vraag mij af hoeveel mensen dat tegenwoordig doen. Maar wanneer je beseft: Je voeten zijn er om te lopen, je handen om te grijpen, je borstkas om adem te halen, je strottenhoofd om te kunnen spreken, en je hersenen om te denken, je oren om te horen, dan ga je beseffen: In mij werken een aantal verschillende krachten die elk een eigen centrum hebben. Het wordt zelfs stoffelijk weerkaatst voor al die kwaliteiten: automatische bewegingen, de bewust beheerste bewegingen, enz. tot auditief geheugen, visueel geheugen en dergelijke. Het zijn allemaal aparte kleine centra in de hersenen. Dat wordt in uw geest weerspiegeld.

Wanneer we nu reëel zijn dan moeten we toegeven dat het brein belangrijker is en meer mogelijkheden bezit dan de voeten. Een mens zonder kop die kun je alleen nog begraven. Een mens zonder voeten kan juist door zijn beperking van beweeglijkheid misschien toch nog tot allerhande fantastische denkbeelden komen. Hij kan voor zijn wereld wat betekenen.

Wij kunnen de hoogste krachten in ons zelden geheel bewust gebruiken. Wat we wel kunnen doen is ons hoogste bewustzijn gebruiken en dat is een emotioneel proces zou men zeggen als mens, om een energie te sturen naar bepaalde delen van ons wezen. U zou dat ledematen kunnen noemen misschien. Anderen noemen dat je gaven en weer anderen zeggen: Ja maar, dat heeft te maken met je astraal en met je levenslichaam. Die namen doen weinig ter zake. Het gaat erom dat als u doordringt tot uw hoogste bewustzijn, het niet voldoende is om daar te rusten want u hebt geen uitdrukkingsmogelijkheid. U moet gelijktijdig a.h.w. die kracht afleiden naar een van de, ook in het menselijk leven meer bruikbare mechanismen waarover u beschikt.

Hier hebben we dus twee dingen: Een geest die zeer grote energieën kan sturen, mits daartoe een soort intentie bestaat en anderzijds een lichaam dat steeds is geconditioneerd en dat niet voortdurend, maar alleen op bepaalde ogenblikken in het leven, belangrijke beslissingen kan nemen. Dan kun je, zolang je niet voor een beslissing staat, de krachten alleen gebruiken om datgene wat tot je pad behoort op het ogenblik a.h.w. beter en vollediger en misschien een beetje vlugger te doen. U bent op pad in uw leven bewogen door mededogen, best. U hebt geen mogelijkheid tot kiezen. Dat mededogen kunt u omzetten in een kracht om anderen te helpen. U kunt die andere niet helpen in de zin van hem beheersen. U kunt hem alleen de kracht geven om zichzelf te helpen en daarnaast ook misschien de tijdelijke afstemming waardoor hij dit gemakkelijker aanvaardt. En hij blijft vrij, want hij loopt in zijn eigen doolhof.

Komt het moment van beslissing dan moeten we eerst dus die noem maar intuïtieve besluiten nemen en niet alleen de rationele, over het pad dat we verder zullen volgen. Maar dan kunnen we ook de krachten die we gebruikt hebben op het vorige pad niet meer volledig zo blijven gebruiken. We moeten, elke keer, wanneer we de beslissing genomen hebben, proberen die resonans met het hoogste deel van ons wezen te vinden en op grond daarvan bovendien te weten op welke manier we die kracht voortaan zullen gebruiken.

Het is heel aardig om tegen u te zeggen dat u allemaal helderziend, helderhorend zijt. Dat u kunt genezen. Dat u in de toekomst kunt zien. Dat u het verleden terug kunt vinden. Allemaal waar, maar allemaal zeer onder voorbehoud. U hebt rudimentair, in aanleg, deze kwaliteiten werkelijk. Maar in hoeverre kunnen ze ontwikkeld worden? Bij de keuze zullen we zien dat er plotseling een behoefte of een beeld in onszelf ontstaat nadat wij geprobeerd hebben ons innerlijk te bereiken, een ogenblik alles uit te sluiten en die neiging, dat beeld geeft aan in welke richting de kracht het best gebruikt kan worden. Realiseer u dat die kracht altijd als uiting gebruikt moet worden en dus niet voor jezelf kan worden gebruikt. Daardoor zult u in uw leven verschillende malen veranderen in het gebruik van uw kwaliteiten. Maar er is één ding wat daarbij menselijk gezien erg remmend werkt. Je hebt iets een hele tijd gedaan en nu zou het eigenlijk anders moeten gaan. Maar je wilt niet want je bent eraan gewend. Maar dat wat je wilt, gaat minder goed en minder prettig dan voorheen. Je hebt het gevoel dat iets of iemand je in de steek laat en als gevolg daarvan laat je vaak de dingen gewoon maar op hun beloop. Je gaat niet verder in de nieuwe richting.

Een van de belangrijkste sleutels in uw levensontwikkeling is: Wanneer een fase, is afgelopen, zoek in jezelf naar de manier waarop je uw wereld en krachten nu het best kunt besteden. Beredeneer dit niet. Voel het aan. Pas wanneer u weet wat u hebt aangevoeld, kunt u rationeel nagaan op welke manier dat mogelijk zou zijn. Onderschat daarbij uw eigen vermogens en mogelijkheden a.u.b. niet. Overschat ze ook niet, maar stel ze gewoon op de proef. Een tweede sleutel die aan vele mensen voorbijgaat is gelegen in het feit dat u geest bent, ook al zit u in een lichaam. Dat houdt in dat u contacten hebt met allerlei krachten die tijdelijk in de geest leven of misschien blijvend in de geest bestaan. Deze contacten wordt u niet of ten dele bewust. Wanneer u een dergelijk contact ervaart, zult u het meestal zelf vorm en gestalte geven. Maar dat wil niet zeggen dat er niets achter steekt. Kijk, wanneer er een stukje vuurwerk explodeert dan kun je met zekerheid zeggen dat er eerst een lont gebrand moet hebben.

Wanneer er in u allerhande gevoelens, dromen en belevingen voorkomen die wijzen op het bestaan van een andere wereld dan wil dat niet zeggen dat dit op zichzelf zo is. Het betekent alleen maar dat er een oorzaak bestaat hiervoor. Die oorzaak wordt dan over het algemeen uitgedrukt als een harmonisch effect. Dit wil zeggen dat u reageert op iets wat elders bestaat zoals een snaar beneden aan de baskant van een piano mee gaat trillen wanneer er ergens bij de hoge tonen een corresponderende noot wordt aangeslagen. We hebben dus te maken met een weerkaatsingseffect. Dit effect vertalen is best, maar het is nooit zeker dat de vertaling juist is. Wel is zeker dat al deze effecten tezamen mede een omschrijving vormen voor dat wat wij in onszelf onbewust, onderbewust enz. tot geestelijk toe zijn.

Ik denk dat u daar dus ook een groot voordeel aan hebt, wanneer u maar blijft begrijpen: de krachten uit de geest kunnen mij niet leiden op menselijke wijze. Ze kunnen mij alleen maar bewust maken van de dingen die in mij bestaan door deze in trilling te brengen en daardoor uiteindelijk een beetje gemakkelijker bereikbaar of verstaanbaar te maken.

Hebt u ook dit geaccepteerd dan moeten wij nog even naar een ander punt. Wij zijn een deel van een groter geheel. U bent hier bij elkaar als individuen maar u bent ook Belgen. En als Belgen zijn de meesten van u Vlamingen en onder de Vlamingen is er een zeer groot deel Antwerpenaren of leeuwen als u dat liever hoort, ofschoon de leeuwen soms ontzettend miauwen in deze stad. Maar wanneer we dus kijken hebben we een groter deel met een onderverdeling. U behoort tot een aantal entiteiten, u behoort bij een sfeer misschien qua bewustzijn. Maar deze is weer deel van een groter geheel. Stel het zo: Ik ben deel van een totaliteit waarin ik als ondergeschikt deel functioneer en gelijktijdig mijzelf van mijzelf als een vrij zich ontwikkelend wezen bewust ben.

Hebt u het zo bezien dan gaat u begrijpen: Met dit geheel bestaan banden en dat geheel moet op mij invloed uitoefenen. Is dit het geval, dan wordt ook zondermeer aanvaardbaar dat, wanneer die invloed op de juiste manier erkend wordt, het geheel de eenling steunt. Terwijl, wanneer de eenling het geheel probeert te ontkennen, het geheel de eenling tegenwerkt, dus afremt. In onze bewustwording, maar ook in de normale processen van het stoffelijk leven is het dus van groot belang om deze harmonische aspecten met de totaliteit te erkennen in zover dat mogelijk is. Alleen is het een meer intuïtieve en innerlijke kwestie dan een verstandelijke.

Hiermee heb ik wederom een aanvulling op de richting die ik al krijg door mij voortdurend te bezinnen op mijn eigen toebehoren aan een bepaald groter ego. De weg door mijn doolhof wordt niet alleen juister, maar ik kan in zekere gevallen stukken overslaan of afsnijden. Dat kan echter, omdat het uit het geheel voortkomt, nooit vanuit mijzelf of voor mijzelf alleen. Het zal altijd het resultaat zijn van een wisselwerking tussen mij en andere delen van de totaliteit.

Wanneer Jezus zegt: Hebt uw naaste lief zoals uzelf, dan kunnen we daar een heel sentimenteel verhaal van maken. Maar u zou het ook zo kunnen uitdrukken: Erken uzelf in al wat ge ontmoet. Bent u bewust van de verbondenheid, dan staan we namelijk voor een grondregel die esoterisch en occult praktisch van grote betekenis is. Verbondenheden maken het mogelijk een deel van de verwarringen van het ik uit te schakelen. Hierdoor is men niet meer volledig gebonden aan de genetische beperkingen in de lichamelijke achtergrond en wordt men slechts in beperkte mate gestuurd door het geestelijk ervaringspatroon dat nu bij de incarnatie nu eenmaal aanwezig was en een rol speelde.

Wanneer ik het geheel dat ik nu heb voorgesteld bekijk, dan zou je daar een paar redelijke conclusies uit kunnen trekken.

  1. Ik ben beperkt door mijn mogelijkheden. Een deel van mijn pad is afgebakend.
  2. Waar een keuzemogelijkheid bestaat kan ik niet zuiver verstandelijk alleen kiezen. Ik moet gebruik maken van mijn innerlijkheid, desnoods mijn intuïtie.
  3. Wanneer ik besef te behoren tot een groter geheel en in al het andere wat ik ontmoet, dit geheel enigszins, geheel gaat zelden, maar enigszins erken, kan ik hierdoor een grotere vrijheid verwerven en daarna een groter bewustzijn.

Op het ogenblik dat ik een groter bewustzijn bezit, word ik mij duidelijk bewust van verbondenheden die stoffelijk gezien onzin zijn. Deze verbondenheden kunnen echter helpen om juister mijzelf te zijn en meer tot stand te brengen vanuit datgene wat ik wezenlijk ben. Dus niet vanuit het standpunt van de buren of van ieder ander.

Heb je dat allemaal bekeken, dan kun je natuurlijk nog een stapje verder gaan, maar dan komen we op een heel ander chapiter terecht. U weet waarschijnlijk dat de meesten van u meerdere malen geïncarneerd zijn. D.w.z. dat u voor dit leven een aantal andere levens hebt doorgemaakt. Sommigen zeggen twee of vier, anderen misschien tien of zo, een enkeling misschien zelfs in de honderden. Dat zijn de trage. Dat houdt in dat u dus een aantal belevenissen hebt doorgemaakt die u zich op dit ogenblik waarschijnlijk bijna niet of in het geheel niet herinnert. Maar deze emotionele kracht is oriënterend geweest voor de geest in het begin: een poging om de vrucht zo juist mogelijk a.h.w. gestalte te geven. Het resultaat is dat delen daarvan in het onderbewustzijn zijn vastgelegd. Ze kunnen voeren tot allerlei manische en fobische verschijnselen. Mensen die pleinvrees hebben. Mensen die bang zijn voor vuur. Mensen die bang zijn voor water en wat dies meer zij. Heel vaak blijkt dat er een directe relatie bestaat tussen een beleving in een vorig leven en de huidige aversie, of angst misschien, zelfs psychische dwang die bestaat. Iemand die watervrees heeft zou weleens in een vorig leven verdronken kunnen zijn. De vuurvrees. U bent misschien omgekomen in een brand van een geplunderde stad, als heks verbrand of zoiets.

Deze belevenissen hebben dus uw neigingen ten aanzien van een verschijnsel vastgelegd. Er zijn mensen die zeggen: Ja, dan is het prettig als ik dat weet. In sommige gevallen heeft regressie, dus teruggaan naar vorige levens, een therapeutische waarde, dat moet u goed onthouden. Want als u weet welke verklaring er kan bestaan, ik zeg dus kan, het is niet altijd zeker, voor angsten die u koestert, of bepaalde facetten in uw leven die u altijd weer ontmoet, dan maakt u het mogelijk deze dingen gemakkelijker te beheersen. U wordt dus meer meester over uzelf.

Verder echter is alles in dit leven, dat u nu hebt samengebracht. Het terugvinden van het zaad is weinig belangrijk als u hoopt dat de plant uiteindelijk vrucht zal dragen. Dan is de plant belangrijk of het leven van nu en eventueel de vruchten die dat voortbrengt. Daarom geef ik u de raad: Besef dat een deel van uw verborgen herinneringen te maken heeft met zaken die u in het heden niet kunt terugvinden. Ze zijn voor uw leven in zoverre belangrijk dat ze mede van invloed waren op de keuze van de incarnatie van uw geest in de huidige vorm. Daarnaast kunnen ze u helpen om bepaalde dingen beter of sneller te doen.

Ook hier weer: Denk niet dat het voor niets komt. Het is geen gratis iets. Maar wanneer je in jezelf een zekere capaciteit kent dan kun je die verder ook ontwikkelen. Muziek, mathematiek, talen, al die dingen kunnen misschien ook genetisch wel verwerkt zijn, maar de kans is heel erg groot dat daarnaast belangrijker factoren uit vroegere levens of zelfs kennis uit vorige levens mee een rol spelen. Maak daar gebruik van. Probeer altijd die kwaliteiten in u die altijd wel aanwezig waren, te ontwikkelen, zelfs wanneer ze niet passen bij uw huidige maatschappelijke mogelijkheden of positie. Hierdoor vergroot u uw innerlijke eenheid en bereikt u een grotere mogelijkheid tot contact met het werkelijke ik.

En dan hebt u de wereld. Ja, wat moet je van de wereld zeggen? Eigenlijk maar een rare wereld wanneer je hem zo bekijkt. Een wereld waarin mensen strijden voor idealen die ze zelf niet begrijpen. Waar mensen elkaar uitbuiten met de beste bedoelingen en de slechtst mogelijke gevolgen. Een wereld waarin een spel wordt gespeeld van: ik ben meer dan jij, zonder dat het inhoud heeft. In die wereld leeft u. Maar die wereld maakt u niet tot wat u bent. Dat doet u alleen zelf. Probeer niet uw wereld te veranderen. Dat is hetzelfde als de vlo die zegt: Nou de berg wil niet naar Mohammed komen, dan zal ik hem wel even dragen. Dat gaat niet. Maar probeer jezelf in harmonie te brengen met al datgene wat op je wereld voor jou goed is.

Hierdoor verkrijgt u weer allerhande mogelijkheden en verbeteringen en verlichting in jezelf. Wanneer u zelf uw eigen leven bekijkt dan zult u zien dat bepaalde maatschappelijke, materiële aspecten een heel grote rol voor u spelen. Dat is begrijpelijk. U leeft in de materie, maar laat u nooit domineren door een frustratie omdat het anders is dan u vindt dat het zou moeten zijn. Handel naar beste weten en kunnen maar laat u er nooit door domineren. Blijf er ook niet over doorzeuren. Laat de dingen vanuit u als vanzelf verder ontstaan. Juist op het ogenblik dat u niet meer met een zekere gedwongenheid, om niet te zeggen met een zekere omslachtigheid bezig bent met uw stoffelijke noodzaken, rechten, verplichtingen en verdere dingen, blijkt dat zij zich gemakkelijker laten regelen. Dat er een harmonische samenhang is op te bouwen. Hoe dit komt? Dat is heel eenvoudig. Op het ogenblik dat u krampachtig bezig bent, bent u bezig met één bepaald denkbeeld. Dit denkbeeld correspondeert niet of slechts ten dele met de mogelijkheden die bestaan. Wanneer u het beste doet wat u kunt en de rest op u toe laat komen, hoe dreigend het misschien ook lijkt, o ja, dat moet dan maar, hoe groter de kans is dat er een resonantie ontstaat tussen u en de wereld. Dat de wereld zelf u de mogelijkheden geeft die uzelf niet kon verwerven.

Ja, waarschijnlijk vertel ik veel te veel in veel te kort bestek. Ik probeer het in ieder geval omdat u zo gehoorzaam en gelaten luistert. De werkelijkheid van het leven is deze: Daar waar angst of begeerte een rol spelen zullen de tegendelen van hetgeen wij wensen bij, in en rond ons, optreden. Op het ogenblik dat we angsten opzij kunnen zetten, begeerten als onbelangrijk kunnen beschouwen, ontstaat echter een resonantie tussen ons en de wereld rondom ons, stoffelijk zowel als geestelijk. Hierdoor zullen wij als deel van een geheel de werkelijke behoeften vervuld zien die ons voortbestaan in dit geheel vereist. Zo hebt u ook weer een kleine richtlijn in de goede richting.

Er zijn nog een paar dingen die ik u graag zou willen zeggen, niet dat ze zo belangrijk zijn als het voorgaande, maar in mijn ogen zijn ze van groot belang. Een mate van discipline en zelfbeheersing is voor de mens noodzakelijk. Discipline berust op het aanvaarden van regels, ook regels die niet onmiddellijk onderschreven worden als juist. Maar wanneer ze voortvloeien uit hetgeen ik ben en doe, moet ik deze regels aanvaarden omdat deze weg voor mij op het ogenblik de enig mogelijke is. Pas op het ogenblik dat een reëel keuzemoment ontstaat, kan ik intuïtief een keuze maken en zullen bepaalde regels, niet andere, zoveel te zwaarder voor mij kunnen gaan tellen. Zelfbeheersing, zichzelf zijn, betekent nooit geheel overspoeld worden door de wereld, altijd weer terugkerend naar het besef dit ben ik en eventueel datgene wat je innerlijk daaromtrent aanvoelt en weet.

Het houdt in dat je in je leven menige keuze maakt, niet omdat de keuze die je maakt leuker of aangenamer, netter of voordeliger is, maar dat je de keuze maakt omdat ze past bij wat je innerlijk bent. Dat houdt in dat je soms heel leuke en nuttige, zelfs heel voordelige dingen soms terzijde moet laten, dat staat wel vast. Aan de andere kant bent u dan een homogene mens geworden. U bent niet door onderlinge strijd verdeeld. U hebt dus het totaal van uw energie, geestelijk en stoffelijk ter beschikking om datgene te volbrengen wat nodig is. U kunt het zien in verbetering van genezingsprocessen bijvoorbeeld, een grotere weerstand tegen verschijnselen. Aan de andere kant zult u het kunnen herkennen aan een intuïtief juist oplossen van problemen. U bent gewoon harmonischer omdat u meester bent van uzelf. En vergeet één ding niet: Het houdt niet in dat je meester bent van de wereld, dat je weet wat goed is voor de wereld. Je weet wat in jou toch waar is en volgens die waarheid alleen kun je leven. Daarom wil ik er op tijd wel enige nadruk op leggen. Het vereenvoudigt uw bestaan.

En ten laatste nog dit: Verwerp niemand. Nooit een persoon verwerpen. Feiten kunt u verwerpen omdat ze niet bij u passen en proberen ze te wijzigen, maar niet personen. Realiseer u dat datgene wat volgens u aan anderen niet in orde is, volgens die ander misschien weleens uw fout zou kunnen zijn. Realiseer u dat anderen over u met hetzelfde voorbehoud en dezelfde aarzeling zullen denken als u vaak over anderen denkt. Wees uzelf.

En beschouw het als een recht door uw bestaan u gegeven om die anderen, ongeacht wat ze zijn en wat ze doen, zolang het geen aanpassing is van uw bestaan, uw waarheid, te helpen. Beschouw anderen als deel van uw taak in het leven. Overdrijf niet maar zorg dat ze de mogelijkheid hebben om zelf hun weg verder te zoeken. Wanneer u daarin slaagt dan hebt u zeker een groot gedeelte van uw incarnatietaak volbracht en met de voorgaande regels hebt u dan waarschijnlijk één van de belangrijkste sleutels gevonden, zowel naar uw innerlijke kracht als naar uw bewuste ontwikkeling