Bewuste daden

13 december 1976

Het loopt al een beetje in de richting van de kersttijd en dan  denk je onwillekeurig: we zullen iemand zoeken die daarbij past. Vooral aan de christenen hebben wij direct gedacht. De Heilige Geest was niet te spreken, dus hebben we verder gezocht en zijn tenslotte tot de conclusie gekomen dat we Kerstmis maar eens moesten laten rusten. Je komt dan vanzelf weer bij een filosoof, bij denkers terecht en ook dan stoot je wel eens een beetje je neus in deze tijd, want er is nogal veel te doen.

Tenslotte ben ik terecht gekomen bij iemand die waarschijnlijk in de historie meer bekend is door zijn daden dan door zijn gedachten. Mongools, herder, is hij bekend geworden o.a. door vele veldtochten die hij heeft gevoerd. Een man die eigenlijk vanuit uw standpunt erg primitief zou moeten zijn. Maar hij was dat kennelijk niet, want hij heeft in de tijd dat hij in de geest is geweest een groot aantal mutaties doorgemaakt. Hij is ook nog een keer geïncarneerd geweest, maar dat was een heel korte incarnatie.

Deze gast hebben we de bekende vragen voorgelegd als: “Hoe denkt u over de mens, over de kosmos, over de wereld, over God?” Ik moet zeggen dat het antwoord voor mij niet erg begrijpelijk was.

 Hij zei: “Wat?”

Ik zei:  “Wat denk je ervan?” Het Antwoord: “Ja, wat?”

Ik ben er uiteindelijk achter gekomen dat hij vindt dat dit geen dingen zijn om over te denken. Zijn conclusie was: “God bestaat. En dit wetende kunnen wij beter gaan werken in de schepping dan speculeren over wat God wil, want als God wat wil, vertelt Hij het vanzelf wel.”

Ik kon mij daar wel bij neerleggen. Zijn interesse voor de kosmos was ook weer precies hetzelfde. Hij zegt: “Waar je leeft, maakt weinig uit zolang je leeft. Maar als je leeft, moet je goed leven. Goed leven is harmonisch leven. Harmonie is dus belangrijker dan de kosmos.”

Ik denk: “Dat is leuk”, en vraag: “Wat denkt u dan van de wereld?”

Antwoord: “Ik heb er vroeger hele lelijke dingen over gedacht en ik moet eerlijk zeggen dat ik de tijd nog niet heb gehad om van mening te veranderen.”

Vraag: “Maar, nu wij toch over al die dingen bezig zijn, hebt u een speciaal denkbeeld?”

Zijn reactie was: “Ja.”

Dus ik weer vragen: “Wat?” Ik ben blij dat ik hem niet op aarde heb ontmoet. Je moet hem elk woord met een paar meter touw uit de keel sjorren.

Antwoord: “Kijk, leven is zijn, maar zijn heeft pas betekenis als het doen wordt. Dus, hoe minder je doet, hoe minder je bent. Om meer te zijn, moet je meer doen. Het is de wijze waarop wij in ons leven ontwikkelingen doormaken en zelfstandig proberen om, desnoods falend of fouten makend, verder te komen, waardoor bepaald wordt wat wij kosmisch zijn.”

Nu is het heel erg gezellig als je dat allemaal hoort, alleen begin je je dan wel enigszins bescheiden af te vragen: Wat moet dat worden? Waarover moet ik als inleider gaan praten? Over het feit dat de kosmos niet belangrijk is? Voor mij is ze ontzettend belangrijk. Zeker, ik weet wel dat de kosmos een kwestie van beleven is. Ik weet heel goed dat wij eigenlijk voor een groot gedeelte onze eigen kosmos scheppen. Maar aan de andere kant hebben wij toch ook te maken met een werkelijkheid; een werkelijkheid van werelden, van sferen, van sterren, van sterrennevels.

Nu kan ik wel begrijpen dat onze vriend zich daar niet zo erg mee bezig houdt. In zijn tijd keek je niet naar sterrennevels, je was hoogstens beneveld. De roes was bij hem een van de belangrijke dingen, soms zelfs met rituele achtergronden.

Als je de hele situatie dan gaat overdenken, zeg je: Maar is die wereld van de mensen dan zo slecht? Om eerlijk te zijn, is ze altijd nog beter dan je zou verwachten. U moet eens goed nagaan: zolang er mensen zijn, hebben de ouderen steeds gezegd: “Ik weet niet wat er van die wereld terecht komt, maar er deugt niets van.” Dat is al een hele tijd aan de gang en die wereld bestaat nog steeds.

Nee, ik geloof werkelijk dat ik, wat deze gast betreft, in moeilijkheden ben gekomen. Ik kan begrijpen dat uw wereld bepaalde facetten heeft die minder goed zijn. Maar dan kijk ik naar de mensen en al klinkt het heel erg gek, in Nederland wonen een kleine veertien miljoen mensen. Van die veertien miljoen zijn er toch altijd een paar honderdduizend die hun best doen om zichzelf en de wereld beter te maken. Me dunkt, dat is aardig wat. Als je dit nu over de hele verdere wereld rekent met een zelfde ratio, dan zijn er ontzettend veel mensen die ten goede werken. Je kunt dan toch niet zeggen dat de wereld slecht is.

Ik weet wel, onze gast van vandaag zou zeggen: “Ach, die paar mensen die wat goeds doen, doen tenminste wat. Al die anderen zitten te wachten tot iemand iets doet. Die deugen niet, dus deugt de wereld niet. Het is maar hoe je het bekijkt.”

Wanneer ik denk aan God, dan is het voor mij ook niet alleen maar een kwestie van: “God bestaat.” Ik bedoel, dat bestaan moet je je toch op één of andere manier realiseren. Je moet er op één of andere manier gestalte aan geven. Om te zeggen: “God bestaat”, zonder meer, dat is net zoiets als zeggen: “Er zit een mannetje in de maan.” Of zoals ze vroeger zeiden: “De maan is gemaakt van groene kaas.”

Dergelijke sprookjes zijn mooi, maar als je een sprookje niet om kunt zetten in een beleefbare werkelijkheid, wanneer je er niets achter kunt vinden wat voor jou telt, dan is het volgens mij niets waard. Daarom denk ik dat God wèl erg belangrijk is vanuit mijn standpunt.

Nu kunt u zeggen: “Waarom ga je nu weer afbreken wat een ander gaat zeggen?” Ik weet helemaal niet wat hij gaat zeggen. Dat heb je met die doeners, die zijn onberekenbaar. Wat ik aan indrukken heb opgedaan bij dit gesprekje, dat uiteraard nogal kort was qua inhoud, is dat deze mens mij eigenlijk het idee geeft van: Het enige belangrijke is te doen. Doen is verandering. Verandering is ontwikkeling. Dat is het enige waar het op aan komt.

Dat kan voor bepaalde mensen ongetwijfeld waar zijn, maar moet dat nu ook altijd waar zijn? Ik geloof van niet. Ik dacht dat de verandering die zich in jezelf afspeelt, veel belangrijker is dan datgene, wat zich buiten je afspeelt.

Een mens die innerlijk leert om de sferen te bereizen, om de kosmos te proeven, te erkennen, die in zichzelf misschien iets vindt van een Goddelijk Licht, die is volgens mij veel belangrijker dan iemand die voortdurend van alles aan het doen is.

Hier speelt misschien ook persoonlijk vooroordeel een rol bij. Ik heb in de tijd waarin ik leefde, nogal eens ijverige huisvrouwen meegemaakt, u weet wel, van die huisvrouwen voor wie elk stofje een aanslag op hun deugd schijnt te zijn, die voortdurend bezig waren om alles te poetsen en te schrobben en eigenlijk niets anders zagen. Die mensen waren de hele dag bezig, maar deden ze ook wat? Zijn dit daden in de zin waarin onze vriend dat bedoelt?

Als hij het zo bedoelt, heb ik een misgreep gedaan bij de keuze van de gast, ofschoon ik mij heb laten leiden door verschillende hogere entiteiten van onze groep bij deze keuze. Misschien ziet hij ‘doen’ als iets anders.

Wanneer je iets doet, dan moet het bewust gedaan worden. Het moet zin hebben. Zo’n huis schoonhouden is het conserveren van iets wat is. Natuurlijk allemaal heel erg leuk, maar wanneer ze gewoon iets zouden gaan veranderen, dan zou er iets blijvends gebeurd zijn, 0f desnoods iets tijdelijks gebeurd zijn. Maar er zou iets anders zijn. Een andere visie. Een andere manier van leven. Een andere manier van bewegen.

Een daad is voor mij altijd nog iets waardoor de situatie wezenlijk verandert. Waardoor er iets tot stand komt wat nooit helemaal ongedaan kan worden, al is het maar door de herinnering die er van blijft. Als hij het zo bedoelt, kan ik het wel een beetje met hem eens zijn.

Daden stellen vind ik altijd erg mooi, maar de mensen leven tegenwoordig voornamelijk met woorden, dat weet u misschien ook.

Wat is een parlement anders dan een woordenfabriek? Het is een woordenfabriek waardoor de illusies ontstaan welke voeren tot de handelingen, welke het mogelijk maken de maatschappij gaande te houden. En als ik kijk naar een kerk, wat is een kerk eigenlijk anders dan een woordenfabriek? Ze verkonden de blijde boodschap en de andere boodschap, de grote boodschap en de kleine boodschap, en ze zijn maar voortdurend bezig met boodschappen door te geven. Als het geen epistel is, is het wel een evangelie en als het dat niet is, is het een nieuwe openbaring. Maar wat doen ze? Wat veranderen ze wezenlijk?

Wanneer ik denk aan de tijd van de Orsini van de Borgia’s, zeggen de mensen: “Ja, dat waren pausen.” Nee, dat waren geen pausen. Dat waren vorsten en ze waren toevallig ook nog paus. Paus zijn, was de rechtvaardiging van hetgeen ze als vorst deden. En vorsten van dat soort zijn er altijd geweest. Die zullen er wel altijd blijven. Ik vind het verschil tussen Nebukadnezar en Cesare Borgia alleen maar relatief. Het is een andere tijd, maar voor de rest gelijke grondwaarde.

Dus, iets werkelijk veranderen, betekent eigenlijk niet: woorden zeggen. Ook niet denkbeelden hebben. Maar het betekent: door een denkbeeld een feitelijke mogelijkheid of verandering scheppen. En dan zitten we toch ergens heel dicht bij het kerstgebeuren.

Ja, dat had u waarschijnlijk niet gedacht. De gastspreker zal er waarschijnlijk wel van afblijven, maar wanneer ik denk aan Jezus van Nazareth, dan ben ik bereid om alle verhalen gewoon woorden te noemen. Maar één ding is zeker, ongeveer in het jaar 40 na het begin van deze jaartelling begon een grote verandering waardoor de hele wereld, zelfs nu nog, bepaald wordt.

Zo kan ik ook denken aan de nieuwe wereldleraar, wereldmeester, die veel mooie dingen hebben gezegd, ongetwijfeld. Ook zij hebben bepaalde dingen veranderd in sommige mensen en die verandering zal op één of andere manier wel doorwerken. Per slot van rekening werd het christendom ook pas belangrijk toen het zich met de politiek lieerde. Voor die tijd hoorde je er niet veel van. Maar de verandering in de mens, de verandering van gedachten, de veranderde beschouwing van God en daardoor van de medemens, en dit ook daadwerkelijk geuit, dat is het belangrijke van het christendom.

Het is heel mooi om te zingen: “Er is een kindeke  geboren op aard”, iets dat elke seconde gebeurt. Niets bijzonders. Je kunt vertellen: “Dit was de Verlosser”, maar dat wist men op dat ogenblik toch niet. De mensen dachten het misschien wel, maar wie wist dat? Engelen zongen in de hemel, nou ja, voor mijn part.

Ik bedoel maar, het zijn allemaal mooie verhalen en die horen wij duizend keer. Het kan waar zijn, het kan niet waar zijn. Zolang dat alleen woorden en overleveringen blijven, mag het nooit bepalend zijn.

De bepaaldheid van het kerstfeest ligt niet in wat geweest is, maar in wat nu bestaat. Niet in de Christus eens, maar in de Christus nu en anders niet; tenminste volgens mij. Het is een veranderde mentaliteit, het is een andere wijze van leven.

Als je dat nu onder daad wil  verstaan, zou ik zeggen dat geen enkele verklaring zin heeft tenzij ze voert tot een verandering in het leven, in het contact met je medemensen, in de relatie die je hebt met God, de Geest en al wat er bestaat. Verandering, en dan zit ik meteen op mijn eigen stokpaardje.

Verandering is iets waar de meeste mensen een beetje gek tegen aan kijken. Ze zeggen: “Is een verandering wel goed?” Maar ze stellen het verkeerd. Wanneer er een neiging tot verandering is, betekent het dat datgene wat bestaat, in ieder geval ergens niet goed is, al is het maar voor de persoon die de verandering zoekt. En daardoor alleen is die verandering gerechtvaardigd volgens mij.

Ik geloof dat wij allemaal een ontwikkeling doormaken. Wanneer je altijd met precies hetzelfde karakter rond blijft lopen, wanneer je altijd dezelfde gewoonte behoudt,  dan ben je geen werkelijk levend mens voor mij. Dan ben je gewoon een instelling, die ineen stort op het ogenblik dat die wordt overgeplaatst. Maar als je voortdurend verandert, dan groei je.

Ik wil niet zeggen dat je basiskarakter zal veranderen. Wat je stoffelijk hebt en je geestelijke drijfveren blijven natuurlijk ook wel dezelfde, maar de manier waarop je het uit, waarop je het leeft en beleeft, wordt anders. In die verandering word je ook weer geconfronteerd met de nieuwe mogelijkheden die je hebt. Je ziet de wereld een beetje anders. Je beleeft je werkelijkheden op een andere manier en dat heeft betekenis. Daar groei je mee. Daardoor ben je intenser verbonden met het geheel. Een verbondenheid met het geheel is het bewuste leven. Dus pleit ik altijd voor veranderingen,

Er zijn heel veel mensen die je dat kwalijk nemen. Iemand heeft mij eens gevraagd: “Wat vindt u het meest ideale stelsel van staat?” Toen heb ik gezegd: “Voor mij is het beste stelsel dat er bestaat, de anarchie, want daarin bestaat geen gezag, geen hiërarchisch gezag. Daar bestaat alleen de samenwerking. Als dat mogelijk zou zijn, zou dat het beste systeem zijn van leven.”

Ze hebben mij toen heel gek aangekeken. De reactie was: “Maar is dat geestelijk wel verantwoord? Er moet toch iemand zijn die leiding geeft?” Als er leiding gegeven wordt en je beseft dat, dan aanvaard je die leiding ook wel. Er moet toch niet iemand achter je staan met een groot zwaard en als je het niet doet, gaat je kop er af? Leiding kan  komen door persoonlijkheid. Door overtuiging. Door het bewijs dat geleverd wordt metterdaad. Maar als je iemand alleen maar moet volgen omdat hij leergezag heeft of zoiets of omdat hij de exponent is van  een bepaalde partij, dan kun je dat voor mij wel vergeten.

Je moet gewoon de dingen zien zoals ze zijn. Je moet ze leven zoals ze zijn en dat heeft niets meer te maken met al die woorden. Het heeft niets te maken met een bepaalde orde die dan toch moet bestaan. Het heeft alleen te maken met jezelf en de manier waarop je in de wereld jezelf ontwikkelt.

Nu weet ik wel dat heel veel mensen denken: “Ach, dat is weer politiek”, want als je zoiets zegt, zoeken ze er politiek in. Maar laten we het dan eens een keertje vergeestelijken.

Stel u eens voor dat u voor elke stap die u geestelijk kunt zetten, de toestemming moet hebben van de bevoegde instanties. Is er dan nog een bewustwording mogelijk? Dan bent u hoogstens een geestelijk bureaucratisch bepaald ontwikkelingsproject.

   Maar op het ogenblik dat u zelf kunt uitgaan en een sfeer bereikt waar u de hulp krijgt die u nodig hebt omdat u er bent, omdat u er dan bij hoort, dan gebeurt er wel iets. Dan ga je zelf verder van wereld tot wereld, van sfeer tot sfeer, van werkelijkheid tot werkelijkheid. Dan wordt je bewustzijn groter en beleef je allerhande miraculeuze dingen. Dan volvoer je taken waar andere mensen om glimlachen omdat ze zeggen: “Het is niet mogelijk.” Maar je doet het, juist omdat er geen gezag is, behalve het gezag dat je zelf erkent. Omdat  er nooit een dwang is om een gezag te aanvaarden, maar omdat je vanuit jezelf gaat erkennen: hier heb ik hulp nodig. Daar heb ik kracht  nodig en zo kan dit volbracht worden. Dat vind ik de meest grandioze  ontwikkeling die denkbaar is.

Nu kunt u mij natuurlijk onmiddellijk voor de voeten gooien dat dit menselijk niet denkbaar is. Dat heel veel mensen toch wel de leiding nodig hebben van de kerk want anders zouden ze helemaal gek worden. Ik vraag mij alleen af of de kerk ze niet gek maakt, alleen op een andere manier vaak.

Ergens heeft u misschien gelijk. Aan de andere kant rijst vanuit mij onmiddellijk de vraag of iemand die voortdurend betutteld wordt, die in elke schrede, in elke gedachte begeleid wordt door de deskundigen, door de geroepenen, de gezalfden enz. niet onmondig wordt gehouden. Of hij in feite niet beperkt en geremd wordt in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.

Het is best om zekerheid te hebben en verzorgd te zijn, maar wanneer je daardoor de kans mist om jezelf te zijn, wat is dan de zin van al die protectie? Wat is dan de zin van die zekerheid? Ze heeft voor jezelf geen enkele betekenis want ze is niet eeuwig. Ze is niet beleefbaar.

Je moet je eigen avonturen aankunnen, dacht ik. Avonturen in de sferen. Avonturen met geestelijke problemen en avonturen met je eigen stoffelijke wereld, waarmee je toch ook op een of andere manier in vrede wilt komen. En dat zonder een gezag, zonder de knuppel achter de deur.

Die kosmos vind ik fantastisch, wat onze gast er dan misschien op zijn manier van denkt. Ik vind de veelheid van mogelijkheden die er bestaat, de mogelijkheden tot incarneren, tot onderzoeken, tot  beleven en ook tot het erkennen misschien van je eigen fouten en je misgrepen iets grandioos, want daardoor kun je steeds veranderen. Je kunt je voortdurend ontwikkelen. Je bent niet gehouden om alleen maar één moeizame smalle weg te gaan. Er zijn duizend mogelijkheden. Toen ik een dergelijk betoog voerde, zei iemand mij: “Broeder, staat er niet geschreven dat de smalle weg tot de zaligheid voert en de brede weg tot het verderf?”

“O”, zei ik, “u bedoelt dat Ierse liedje: You take the high road, I take the low road? Of was het een Schots liedje?”

Hij zei: “U spot ermee.”

“Nee,” antwoordde ik, “ik spot er niet mee, maar ik geloof dat de waarheid zoiets is als een bergwand. Je kunt die bergwand van alle richtingen aanvallen. Overal zijn mogelijkheden om naar boven te komen en overal zijn mogelijkheden om te pletter te vallen. Het zou dwaas zijn om alleen een pad te kiezen dat een ander zegt dat goed voor je is.”

Je moet het pad kiezen dat bij jou past. De één misschien een gemakkelijker weg, de ander de moeilijkste, dat ligt aan jezelf. Het is niet belangrijk hoe je er komt, als je maar op de top komt en die top zal dan, mijns inziens, wel een kosmisch besef zijn.

Maar wie ben ik, wie bent u, dat u kunt bepalen welke weg voor een ander de beste is? Niemand kan precies zeggen wat voor een ander juist is. Je denkt het soms, maar je weet het nooit zeker. Je kunt een ander wijzen op zijn mogelijkheden of zijn gebrek aan mogelijkheden, akkoord. Maar als je dat  gedaan hebt, is de vrijheid van keuze nog steeds aan de ander.

Eenieder moet de verandering veroorzaken volgens zijn eigen schema, vanuit zijn eigen denken, vanuit zijn eigen beleven. Eenieder moet zijn eigen verplichtingen op zijn wijze vervullen, niet zoals het in de wet staat en niet zoals het moreel ethisch verantwoord is of door een ethisch reveil wordt aangekondigd, maar gewoon zoals je het zelf voelt.

Wat ‘de één zegt, wat de ander zegt, is niet van belang. Van belang is wat men in feite doet. Welke keuze men voor zichzelf maakt. Welke weg men zelf wil gaan. Want ik denk zo dat ook onze gast niet zonder meer is opgeklommen tot de hoogte die hij nu bereikt heeft.

Ik denk dat hij in vele gevallen ook een keuze zal hebben moeten maken voor zichzelf. Hij zal ook, precies zoals wij allemaal, nagedacht hebben over bepaalde consequenties. Of je dit nu wel en of je dat nu niet kunt doen. Maar hij heeft zelf de keuze moeten maken.

Nu stel ik dat dat niet het voorrecht is van de groten der aarde of van de bewuste geesten, maar dat het de noodzaak is voor elke geest die leeft. In welke wereld of in welk leven die geest ook bestaat, hij moet zijn eigen keuze kunnen maken. Alleen daardoor kan hij groeien, kan hij veranderen, kan hij zijn wereld, zijn bestaan en ook zijn God op een nieuwe wijze beleven.

Het oude blijft wel. Het oude is de basis, maar iedereen zal het met me eens zijn dat het dwaas is om te zeggen: “Ik heb nu eenmaal een kelder gebouwd, laat me daar nu maar in wonen”, terwijl je misschien een tempel zou kunnen bouwen, die tot dicht bij de hemel komt. Ik geloof dat ieder moet bouwen zoals hij is, moet leven zoals hij is.

Zo, dat was dan mijn stokpaard.

 Er zijn een aantal redenen om nog even terug te gaan naar het interview en ofschoon enigszins aarzelend, doe ik het dan. Ik maak een keuze. Ik weet niet of het een goede is, maar het is zinloos alleen voort te gaan met mijn eigen gedachten, wanneer ik een ander moet inleiden, dat is duidelijk.

 Wat heeft mij getroffen bij deze persoon? Eerlijk gezegd niet wat hij zei. De uitdrukking, de beelden die hij mij zond, waren eigenlijk  te vlak. Er ontbrak voor mij iets aan. Iets wat ik niet begrijpen kan misschien.

Misschien had ik gewoon niet het instrumentarium om de werkelijke diepte van het geheel te beschouwen, dat is mogelijk. Er was een dimensie bij die of niet bestond of die ik niet kon erkennen, maar wanneer ze mij aanraden zo iemand als gast te vragen, dan neem ik aan dat het gaat om een dimensie die ik niet kan erkennen. Ze moet er wel zijn, anders kan iemand n00it zo’n belangrijke geestelijke persoon geworden zijn.

Ja, wat moet ik dan denken van de manier waarop eigenlijk het Licht werkte. Licht is hier een vergelijkende uitdrukking voor de intensiteit waardoor hij mij andere dingen deed beseffen. En dat is nu één van de wonderlijke dingen. Door met hem te spreken, terwijl ik er eigenlijk maar weinig van kon opsteken, heb ik gelijktijdig wel iets beter de sfeer en ook mijzelf gezien. Dus er moet een weerkaatsing in zitten. Er moet heus wel enige belangrijkheid zijn.

Waarom schiet ik dan tekort? Ook een vraag die ik me mag stellen in verband met zo’n interview.

Misschien zoek ik iets waarvan ik zelf niet weet wat het is. Misschien ben ik daar wel naartoe gegaan om iets te horen waardoor ik een lekkere rede zou kunnen houden en is mijn teleurstelling dat ik geen inhoud heb gevonden waar ik mee kan worstelen en waar ik mee kan spelen, de oorzaak van dat ressentiment. Het is een beetje moeilijk.

Een beetje zelfonderzoek? Maar als je jezelf gaat onderzoeken moet je altijd weer toegeven dat die dingen onvermijdelijk ook een rol spelen.

Ik heb onze vriend één vraag gesteld, waarop een zeer wonderlijk antwoord kwam en dat zal ik dan meteen als aanleiding tot het einde van de inleiding gebruiken. Ik heb hem namelijk de vraag gesteld: “Wat denkt u van Kerstmis?” Ik kreeg een heel eigenaardig beeld als antwoord. Ik beschrijf het hier precies voor u:

Stel u voor, een vloer van tegels die goud en zilver zijn; afwisselende, tamelijk grote tegels. Daarachter een soort spiegelende wand en in die wand een paar poorten. Ik kan door één poort zien, maar daar achter zie ik weer zo’n zaal en weer een poort en weer zo’n zaal en weer een poort. Een soort oneindige weerkaatsing. Toen verschoof mijn gezichtspunt, dus de gedachte die werd uitgestraald, en zag ik nog een poort. Toen ik door die poort keek, zag ik vreemd genoeg een hemel met sterren. Verder niet.

Ik werd nog een keer gedraaid en er was nog een derde poort. Er waren er meer, maar ik heb er slechts drie gezien. Die poort had eigenlijk alleen maar een soort gloed. Het was of er licht achter zat dat in het begin zacht was en roze — zo beetje een opgaande of ondergaande zon — daarachter werd het licht steeds sterker. Het deed mij denken aan een trompetnarcis. Witte buitenbladen en een enorm wervelend geel middelpunt. Dat was het antwoord op mijn vraag: ‘Wat denkt u van Kerstmis.’ Hij zei me eigenlijk: er zijn drie mogelijkheden.

  • Er is een oneindigheid van sterren, gewoon een eigen wereld die je anders kunt gaan zien.
  • Er is een voortdurende herhaling denkbaar waarin je steeds hetzelfde opnieuw gaat beleven en bezien.
  • Er is een mogelijkheid waarbij je eigenlijk wordt opgelost in licht.

Zo heb ik het antwoord begrepen.

Nu vertaal ik het zo goed als ik kan, dat begrijpt u wel. Er zat meer aan vast, maar dat kun je niet allemaal uitdrukken. Wat voor mij het wonderlijke is van dat licht, ik heb op mijn manier geprobeerd dat beeld opnieuw te beleven dat een werveling van kleuren is.

Kunt u zich voorstellen dat men een deur heeft gemaakt, die bestaat uit de regenboog met in het midden een zacht roze pad, waardoor u zo door die boog heen kunt lopen? Daar leek het voor mij het meest op. Het is alsof je Kerstmis ook kunt zien als het herboren worden in een eenheid, in een soort levenskracht, en dat vind ik, zeker voor een Mongool, een fantastisch mooi antwoord.

Ik heb me afgevraagd: waarom zo en niet anders. Waarom niet één antwoord? Want door die drie poorten gaf hij eigenlijk drie antwoorden tegelijk.

Ik heb zo het gevoel dat hij wilde zeggen: Kerstmis is eigenlijk van alles. Kerstmis is voor de mensen het spel, zeg maar de midwinter zonnewende, het spel van de sterren. Het is de voortdurende herbeschouwing van één en hetzelfde; het is de herhaling van de blijde boodschap, en het volgend jaar weer precies hetzelfde. Maar het kan ook zijn: het veranderen van jezelf. En ik geloof dat hij wilde zeggen: er is maar één manier om werkelijk ‘te doen’ en dat is te kiezen voor het veranderende, voor het niet bekende. Alleen zo kun je een doel bereiken.

U zult nu wel begrepen hebben dat ik met deze spreker op mijn manier nogal moeilijkheden heb gehad. Niet dat hij lastig was, integendeel. Ik bedoel, voor iemand die dergelijke rotstreken heeft uitgehaald in zijn laatste belangrijke leven op aarde, vond ik het een buitengewoon prettige persoonlijkheid, maar ergens klikte het niet helemaal. Juist omdat het niet klikte, lijkt het mij erg interessant te kijken wat hij kan doen om u te bereiken, want misschien heeft hij mij hoger aangeslagen dan ik was.

Neen, zo gek is hij ook niet geweest. Of hij heeft mij iets willen geven waardoor ik moest handelen, ik moest denken. Hij zal dit waarschijnlijk voor u ook wel moeten doen, maar dan in termen die voor u net op de grens van het grijpbare liggen.

Ik geloof dat ik zo onze gast van zo dadelijk nog het beste karakteriseer: Iemand die je het bijna grijpbare biedt en zegt: ga er nu zelf maar verder achter aan. Iemand die je geen oplossing geeft maar een probleem toont dat je zelf op kunt lossen. Als dat het geval is, zal het toch voor u nog een zeer interessante en leerrijke avond kunnen worden, denk ik.

Ik weet niet wat ik er verder nog over zou moeten zeggen. Ik heb geprobeerd mijn beleving, mijn visie duidelijk te maken. Ik heb ook nog even iets gezegd echt vanuit mijzelf, zoals ik het zie. Ik geloof dat we hier gaan pauzeren, waarna de gastspreker alle tijd heeft om op zijn wijze het een en ander tot u te zeggen. Ik hoop dat het voor u een boeiende en interessante avond mag worden.

Gastspreker.

Denken, is weten; maar denken, wordt pas erkennen wanneer weten, doen is geworden. U leeft. U denkt. Zolang u blijft denken, gebeurt er niets. Het is in uzelf. Het heeft geen verplichtingen. Het is geen verandering buiten u.

U denkt en u handelt. Wat u gedacht hebt, staat buiten u. U kunt het niet meer terugnemen. Daardoor moet u het nu beschouwen zoals het wezenlijk bestaat.

Dat is de basis van al wat er gebeurt in de wereld. Het is de basis van bewustwording. Het is zelfs de sleutel van de sfeer.

U zegt: Ik geloof in God. Geloven is denken.

U zegt: Ik geloof in God, dus waag ik iets te doen wat ik zelf meen niet te kunnen doen. Uw Godsbeleven staat buiten u, is beschouwbaar, is beleefbaar. Er is iets gebeurd, je kunt het niet terugnemen.

Alle leven, ook in de geest, staat direct in verband met deze mogelijkheid het besef dat in mij is, buiten mij te plaatsen. Ontwikkelingen tot stand brengen, die ik niet met één gedachte ongedaan kan maken.

Ik heb lang gedacht over vele zaken. Wanneer je te maken hebt met de herdersvolken van Azië, dan zie je mensen die zich buigen voor kracht. Die betrouwen op gemanifesteerde eerlijkheid. Die in een kleine kring trouw zijn, maar buiten die kring geen betrouwbaarheid kennen.

Mijn laatste leven is een leven geweest waarin ik, buiten een korte kind-incarnatie van drie jaar die ik daarna heb gehad, voortdurend bezig was met het voorzien van wat gebeuren kon.

Het is als een schaakspel. Er staat een positie op het bord. Er wordt iets veranderd. De tegenpartij doet een zet. Nu ben jij aan zet. Je moet denken, overzien. Niet slechts de toestand, maar de mogelijkheden. Maar tot op dat ogenblik ben je vrij. Je kunt niets doen of alles doen.

Nu kies je een enkel stuk, daarmee is de situatie veranderd. Gedurende het spel zal je gebonden zijn aan die zet. Maar heb je juist geanticipeerd, dan heb je gelijktijdig ook een heerschappij verworven over het spel van de tegenpartij.

Leven is iets dergelijks. Anticiperen wat kan gebeuren. Kiezen uit de mogelijkheden die je hebt en wel volgens het voorspelbaar gebeuren. De toestand zoals die nu is in je gedachten, ontwikkelen tot wat hij waarschijnlijk wordt en dan jezelf veranderen in overeenstemming met je verwachting.

Bewustwording is dit spel. Wanneer ik leer juister te zien wat mijn tegenstander zal gaan doen en kan gaan doen, kies ik steeds juister mijn eigen zet. Ik verander mijzelf in overeenstemming met mijn besef van mijn tegenstander.

Maar wie is je tegenstander als je leeft? Het is het leger, de wereld, aangevoerd door de veldheer Kronos, de tijd.

Degene die leert om op de verandering te anticiperen, wordt zich steeds meer bewust van zijn eigen mogelijkheden en de wijze waarop hij deze kan vergroten. Pion wordt dame of raadsheer dwingt rokade af. Daardoor heb je dus het vermogen om het leven, de wereld, het bestaan steeds meer te bepalen zoals het zich voor jou uit.

Het primitieve beeld van een God is een wezen dat al het leven zelf bepaalt volgens zijn wil.

De bewuste is, behalve in zijn oorsprong, een God. Hij beheerst alles. De kosmos is dan niet veel meer dan een speelveld. Het is iets, maar onbelangrijk. Het is alleen in zoverre belangrijk dat het proces in mij daarin kenbaar wordt.

Een wereld is op zich niet belangrijk, of het nu een geestelijke wereld is of deze wereld van u. Maar het speelveld waarop ik nu speel, is mijn wereld. Het is duidelijk dat je dan de zaken anders ziet. Het is ook duidelijk dat je het leven op een andere manier benadert. Daar kun je niets aan doen.

Je kunt slaaf zijn of de speler. De pion weet niet waarom hij van veld tot veld wordt gezet; hij verdwijnt uit het spel zonder te weten waarom. De speler bepaalt. De speler offert en verwerft. De bewuste bepaalt de betekenis van het leven, de onbewuste wordt geleefd.

Eén van de vragen mij gesteld, is: Wat denkt u van Kerstmis? Kerstmis is iets, maar heeft het betekenis? Het is geen daad, het is een traditie. Wanneer Kerstmis, de traditie, door de bewusten beseft wordt als een mogelijkheid tot daad, tot veranderen, dan heeft het grote mogelijkheden.

Op Kerstmis kan de pion een dame worden, een koningin. Want de kracht is groot. Maar als zij niet gebruikt wordt, is zij zinloos.

Gevraagd werd mij: Wat denkt u van Jezus Christus? Niets. Wat moet ik denken van deze overlevering, deze legende, deze rationalisatie van een gedrag, waarbij men zelf niet beseft wat men is en wat men doet?

Er is een kracht. Die kracht heeft persoonlijkheid. Noem die kracht Christus. Deze kracht kan mijn eigen kracht versterken. Maar als ik niet handel, is in mij die Christus zonder betekenis.

Kerstmis is zonder betekenis tenzij de mens daardoor of daarom handelt.

Christus is zonder betekenis tenzij de mens, erin gelovende of dit beseffende, daarmee en daaruit handelt.

Een daad, schijnbaar zinloos, schijnbaar teleurstellend, eenmalig misschien, betekent meer dan duizend dromen. De daad vormt je. De daad doet je nieuw beseffen, je nieuw jezelf vragen. Daardoor kun je meer weten, maar je kunt ook. meer je wereld leiden, voeren tot dat punt dat voor jou belangrijk is.

Wie ooit nomaden heeft aangevoerd, weet dat het dwaas is ze met een zweep voort te drijven. Ofwel volgen ze je om wat je bent. Ofwel  volgen ze je omdat ze bij hun achterblijven sterven. Een tussenweg is er niet.

Sla nooit een nomade met de zweep of met de hand, want hij wordt een dodelijk gevaar. Maar vrees nooit een nomade, want zodra je hem vreest, acht hij zich je meester. Dat heb ik in dat leven geleerd.

Maar waarom zouden we ‘nomade’ zeggen? Dit leven van u met alle gebeuren kunt u vrezen in zijn mogelijke gevolgen, zijn consequenties. Doe het en het leven beheerst u.

U kunt het leven proberen te dresseren, hoe heet dat: naar boven buigen, naar onder trappen. Wat je wakker maakt, is een haat die ofwel doden zal ofwel onmachtig zal maken.

Aanvaard het leven zoals het is. Wees bereid al datgene wat niet past, te vernietigen, tenzij het zich. aanpast aan wat jij wilt. Wees bereid om alles achter u te laten wat niet tot jou behoort, maar eis dat al wat tot je behoort, één is met hetgeen je wilt.

 Ik ben door vele werelden gegaan. Ik heb vele velden gezien waarop geesten vochten met hun eigen illusie. Ik heb werelden gezien waarin mensen daadloos drijven in een licht dat uit henzelf voortkwam, zo machteloos makend wat een stuwkracht zou kunnen zijn tot de werkelijkheid.

 Ik heb mijn fouten gemaakt, zoals iedereen in de stof en in de geest zijn fouten maakt. Maar altijd weer heb ik gezegd tot mijzelf: Dit is niet genoeg. Meer beseffen en meer waarmaken. Meer doen.

Nu leef ik in een wereld waarin illusies bestaan zoals overal. Maar die illusie is machteloos geworden omdat ik haar voortdurend toets, haar dwing iets voor mij te worden dat niet slechts voor mij, maar voor eenieder kenbaar is. Daardoor zal ik verder gaan.

U leeft, maar leeft u zèlf? Wordt u geleefd? Wie bent u? Speler? Pion, kasteelheer, raadsheer, koning misschien? Hoe hoger u stijgt in rangorde van de stukken, hoe machtelozer u wordt. Hoe meer u speler wordt, hoe meer u alles bepaalt. Bepaal dan uw eigen leven!

Wereld, Kosmos, Licht, Harmonie, Vrede zijn begrippen die alleen zin hebben als ze waar worden. Bewustwording heeft alleen zin wanneer zij betekent: een nieuwe uiting. Een nieuwe wijze om deel te zijn van het geheel. Volsta niet met dromen. Probeer de speler te worden, niet stuk in het spel te zijn.

Elke mens is deel van de kosmos. Wie deel is van de kosmos, heeft de macht van de kosmos. Eén ruiter is kwetsbaar. Een ruiter in een horde is veel minder kwetsbaar, niet omdat het gevaar kleiner is, maar omdat de zekerheid groter wordt. Alleen zijn met je dromen, is kwetsbaar zijn. Met anderen tezamen dromen, is een schijnwerkelijkheid scheppen waarin de gevaren kleiner zijn, omdat door de wisselwerking van alle deelhebbers de zaak minder wordt.

Maar wie kracht heeft, kan daardoor zelf meer zijn. Wie macht heeft, is wanneer hij zichzelf  meester is, daardoor meer dan anderen.

U hebt kracht. Hoe meer u één bent met andere krachten, zonder uzelf daarin te verliezen, en bewust uw richting kiest met die andere krachten, hoe sterker u bent.

Misschien vindt u kracht en macht begrippen die u moet schuwen. Wie macht zoekt over anderen is een dwaas. Wie zijn kracht alleen gebruikt tegenover anderen, is nog erger dan een dwaas.

Je bent niet meer mens of meer geest, maar je bent meer in staat te bepalen wat er gebeurt.

De wegen die je gaat, moet je zelf bepalen. Ik heb troepen gekend die pas moedig werden en bijna onkwetsbaar, wanneer eerst de trommels van de sjamanen lange tijd hadden geroffeld en offers waren gebracht die eigenlijk, materieel gezien, verspilling waren. De rite bevestigde hen de kracht die ze reeds bezaten. Maar zonder dit vergaten ze dat ze sterk waren. Mogelijk bent u zo. Gebruik dan uw ritueel, maar wees sterk.

Misschien beseft u ook zonder deze dingen: dit is nodig. Dit kan ik doen. Als dat zo is, gebruik uw kracht en wees sterk. In het  christendoorn is de overlevering ontstaan dat de zwakke prijzenswaardig is. Maar hij die lichamelijk zwak is en prijzenswaardig blijft, moet in zich sterk zijn. Werkelijke krachteloosheid is ook in uw geloof ondergang.

Als u dit weet, zult u zoeken naar de innerlijke kracht, datgene waardoor u meer en beter kunt zijn en kunt doen dan zonder dit. Je zult in je wereld je geestelijke kracht inzetten en tot uiting doen komen. Niet om te manifesteren dat je haar bezit, maar omdat alleen zo die geestelijke kracht zin heeft.

Wil je genezen, genees dan een zieke. Kun je  voorspellen, voorspel dan een waarheid die voor iemand belangrijk is. Zie je de werelden van de geest, kijk goed wat ze betekent voor jouw wereld en handel ernaar. Belangrijk is het samenbrengen van alle dingen in jezelf en vanuit jezelf te uiten.

De gedachten van hem die mij kwam uitnodigen, zeiden: “Hier ontbreekt iets.” Ja. De legende van de liefde, die zwak is. Maar laat mij u een vraag stellen: Als een hoge, zeer hoge entiteit op aarde geboren wordt als mens, is dat zwakte? Dat machteloze kind kan een wereld vernietigen, ook wanneer het verkiest niet in te grijpen. Wanneer een mens  aan een kruis sterft omdat hijzelf dit als het juiste lot erkent en aanvaardt, is dat zwakte? In beide gevallen is er kracht. Enorme kracht, enorme beheersing en vooral ook een kenbaar maken van die kracht in de feiten.

De liefde is zinloos wanneer ze zichzelf niet bewijst en ze kan zich nooit bewijzen door  eisen te stellen of dromen te dromen, doch slechts door haar kracht buiten zichzelf te stellen, hoe dan ook. Wie vertelt dat het zwakke en de liefde voor het zwakke de basis is van het christendom, beledigt volgens mij de Stichter van dit geloof. Hij beledigt het Licht. Hij beledigt dat wat jullie God noemen. De God tot Wie je voortdurend spreekt met woorden en met gedachten, maar zelden met de daad.

Dat wat je verandert, dat wat je buiten je kenbaar maakt, telt. AI het andere is nietig, ledig en droom. Bewustwording is niet meer worden, maar meer zijn. Je kunt nooit meer zijn zonder meer te doen, dus meer dat wat je bent, ook buiten je kenbaar te maken.

Ben ik te hard? Denk dan eens goed na, want ik wil geen oordeel spreken tenzij het mij op gedwongen wordt. Denk na over jezelf en oordeel jezelf. Wat kun je meer zijn? Wat kun je meer waarmaken?

Wanneer je kunt zeggen: “Mijn leven bestaat uit daden. Dat wat ik doe, is voor anderen of voor mijzelf”, dan zeg ik u: U bent op een pad dat bewustwording haast  onvermijdelijk maakt.

Indien u droomt en niet verder komt dan dromen, dan zeg ik u  dat het beter voor u ware wanneer u dit leven niet geleefd had, want het zal lang duren voor u eindelijk door uw dromen weer tot de werkelijkheid zult doordringen.

Wat is een belangrijke daad? Elke daad in zich is belangrijk zolang zij voortkomt uit een besef.  Niet instinctief, maar bewust. Dat wil zeggen, overdacht in zijn vorm en aangevoeld in haar kracht. Dan kan de kleinste daad zo belangrijk zijn als de grootste.

Er is een bekend verhaal over de nagel en het hoefijzer van het paard van de bode, die de koning zond. Maar de nagel viel en dus ook het hoefijzer viel. De bode kwam niet op tijd, het leger kwam niet op tijd en de koning viel. Daarom zijn de kleinste daden, mits juist en bewust gesteld, belangrijk als de grootste. Uit kleine daden is het geheel van onze bewustwording opgebouwd. Onze grootste plannen kunnen slechts waar worden, wanneer we eerst in het kleine bewust, juist en met onze werkelijke kracht en intentie handelen. Dat wil ik u Ieren.

Er werd mij gevraagd u iets te zeggen over het kerstfeest. Wat moet ik zeggen over dennenbomen die sterven in oververhitte kamers, behangen, met licht omgeven door een sierlaag, terwijl mensen vrome liederen zingen waarvan ze niets menen?

Wat moet ik zeggen over kerken die vol zijn van sentimentele mensen, die zingen over vrede op aarde, zich goed gevoelen en morgen weer moorden? Dat kerstfeest heeft voor mij geen zin. Legende. Gebruik. Spelpatroon, bepaald door de spelers,

Als u mij vraagt naar de werkelijkheid die misschien achter het kerstfeest verborgen is, zeg ik u: Er is een Licht, er is een Kracht, een Sterkte, een Volledigheid, die voor ons allen altijd bestaat. Wanneer wij dit aanvoelen, moeten wij handelen uit deze kracht volgens het besef dat wij bezitten. Dan pas is er een Kerstmis.

Al die andere vragen wil ik niet eens beantwoorden. Ik ben veel geweest, en niet veel goeds. Maar wat ik was, was ik met geheel mijn wezen. Wat ik was, heb ik uitgedrukt, zij het dat ik zat in de tent met mijn raad en hen beheerste, of vooruit reed met mijn sterkste troepen. Toch heb ik bewustzijn gevonden.

Bewustzijn is meer dan alleen een droom. Doordat ik deed, waar en volgens mijn vermogen, werd mijn wereld groter. Uw wereld kan elke dag groeien. Steeds meer werelden en sferen kunnen zich voor u openen. Steeds meer kan de kracht die rond u is, deel worden van u, uw werken en uw streven. Maar dan moet u niet schromen datgene wat u als juist beseft, te doen. Dat is mijn boodschap.

Print Friendly, PDF & Email