Bewuster leven

uit de cursus ‘De wereld’ (hoofdstuk 6) – maart 1974

Bewuster leven

De mens is deel van de kosmos. Als je hem zo bekijkt zou je dat wel niet zeggen, maar het is toch een feit. Als deel van de kosmos heeft hij deel aan alle krachten die de kosmos in stand houden. Je vraagt je soms af waarom? Maar ook dit is een feit. Wanneer een mens leeft, neemt hij op verschillende vlakken kracht op uit die kosmos. Voor een deel is hij daarbij bepaald tot zijn eigen wereld, voor een ander deel krijgt hij de zaak uit andere werelden gratis toegeleverd. Welke krachten zou een mens uit zijn eigen wereld kunnen putten?

  • Normale levenskracht.
    Deze wordt ontleend aan de uitstraling van de aarde plus de wisselwerking tussen aarde en zon. Je kunt er weinig mee doen, maar je leeft in ieder geval.
  • Odkracht.
    Er zijn vormen van kracht die identiek zijn met de zenuwkracht van de mens. Wij spreken in dergelijke gevallen over odkracht. Odkracht zou het best kunnen worden beschreven als een spanning in de atmosfeer vergelijkbaar, en soms zelfs identiek, met luchtelektriciteit. Deze odkracht wordt door de mens opgenomen met de ademhaling en door hem gebruikt om zijn organisme beter te doen functioneren. Wie er verstand van heeft, neemt door een geregelde en juiste ademhaling meer odkracht tot zich. Behalve als hij in de buurt van de Waterweg woont; dan neemt hij meer sulfide, lood en andere uitwasemingen op. Men zoeke dus een plaats uit waar de atmosfeer nog niet te zeer door de menselijke creativiteit bezwangerd is.
    Odkracht kan worden omgezet in denkkracht. Ze kan ook worden omgezet in werkkracht, manpower. Om de odkracht om te zetten in denkkracht is het belangrijk dat wij gelijktijdig met de ademhaling komen tot een juiste instelling van ons denken. Als dat denken harmonisch is en gelijktijdig een enkel onderwerp op zichzelf beschouwt, dan zullen wij door deze gelijkmatige hersenactiviteit een groot gedeelte van de opgewekte energie inderdaad naar de grauwe massa sleuren. En daar helpt ze ons dan om snellere reacties en dus ook associaties mogelijk te maken.
    Als wij die diepe ademhaling gebruiken om het lichaam zelf te versterken, dan zullen wij ontdekken dat wij wat prettiger functioneren, want het zenuwstelsel reageert nu eenmaal op alles wat van buitenaf komt. Is het zenuwstelsel in orde, dan heeft het lichaam niet veel kans om verkeerd te reageren. De spieren zijn dan beter. Spieratrofie bijvoorbeeld kan worden verbeterd door het opnemen van odkracht.
  • Een derde vorm van kracht, die men aan de aarde ontleent, is een deel van haar denken. De aarde denkt zoals de mens zegt ook te doen. De aarde spreekt soms met andere planeten of sterren. Waar dit ver­schijnsel optreedt ontstaan fluctuaties in de uitstraling van de aarde. De mens reageert daarop. Naar gelang zijn temperament zal hij hierdoor worden afgeremd of gestimuleerd. Het is niet iets waar je zelf veel aan kunt doen, maar je zou die invloeden kunnen herkennen. Als je zo een invloed herkent, kun je er ook rekening mee houden.
  • Ten laatste wil ik wijzen op de regelmatige krach fluctuatie, die ongeveer gelijkloopt met de maanomloop rond de aarde. Hierbij spelen o.a. verschuivingen van aantrekkingskracht en straling een grote rol. De mens zal de energieën die hier worden ontladen voornamelijk kennen in de nachturen, dus in de uren dat de maan aan de hemel staat. Hierdoor wordt hij gestimuleerd. Na de stimulus krijgt hij een periode van verhoogde energie, dan een periode van afnemende energie die weer tot een dieptepunt pleegt te komen. Ook hier, de mens heeft een eigen ritme. Het gebruik van dit ritme helpt hem om zijn arbeid en verdere bezigheden zo te verdelen dat hij daaruit een maximum aan nut kan trek­ken en gelijktijdig daarin een optimaal genoegen kan scheppen.

Er zijn echter nog meer dingen tussen hemel en aarde dan alleen de mens; en dat is maar gelukkig ook.

Als wij spreken over de mens op aarde, dan spreken wij gewoonlijk over de drie dimensionale mens. Die drie dimensionale mens heeft wel een vierde dimensie (tijd), maar deze wordt als zodanig niet beseft noch gemeten. Er is echter een kracht, een existentie mogelijk die even buiten het normale karakter van het drie dimensionaal bestaan ligt. Men zou het een extra dimensie kunnen noemen. Men zou het ook kunnen noemen een kracht met een totaal andere trillingsinhoud.

De dimensies worden al aangeduid in het Evangelie als men spreekt van ‘zo links zo rechts, zo boven zo beneden’, alsof dit zeer verschil­lende richtingen of werelden zouden zijn. Deze werelden allemaal aan te duiden is wat moeilijk. Wij zouden misschien kunnen zeggen, in deze di­mensie kunnen astraal lichaam en siderisch lichaam actief zijn. Maar de doorsneemens weet dan nog niet veel, zo hij al iets weet.

De kracht die in de materie is gebonden, bestaat ook in de mens. Zij is ten dele van geestelijke origine (buiten stoffelijk), ten dele is zij het resultaat van alles wat er zich in uw corpus afspeelt en, voor de boetvaardige zondaar, wat er zich afspeelt in uw corpus delicti. Al deze krachten samen produceren een voertuig dat voornamelijk bestaat uit tijdsenergieën, maar dat zich kan gedragen als een astraal voertuig. Men noemt dit siderisch lichaam, omdat het een mooie naam is, maar u zou even goed kunnen zeggen, het is het lichaam waarin het huidige bewustzijn de krachten van het totale ‘ik’ op één moment kan uiten.

Gaan wij uit van dit lichaam plus het astraal lichaam (een zeer fijn­stoffelijk lichaam dat door de krachten en uitstralingen van de mens kan worden gevormd en gedirigeerd), dan hebben wij voertuigen die zich bewe­gen in een wereld waarin stoffelijke en geestelijke krachten beide als uitstraling aanwezig zijn.

Nu is er een groot aantal krachten, die men meestal met kleuren weergeeft en die men anderzijds toeschrijft aan bepaalde grote kosmische krachten, Meesters of Heren. Waar zij ook vandaan komen, zij hebben een bijzonder effect wanneer zij de gedachtewereld, die extra dimensie rond de aarde, beroeren. Zij brengen daar een energie voort, die vergelijkbaar is met wat een telekineet, een telepaat e.d. voor zichzelf produceert. Wie deze kracht dus opneemt ziet zich verrijkt met een aantal vermogens, die hij als normaal mens natuurlijk nooit zal gebruiken, maar dan heeft hij ze tenminste.

Als wij deze krachten onderscheiden, dan hebben wij te maken met ten eerste de zogenaamde stemmings- of emotie-invloeden (rode straal) welke voornamelijk onze instelling beïnvloeden. Het is een inductief verschijnsel. De kracht buiten ons treedt op praktisch astraal niveau of siderisch niveau op (beide is mogelijk) en brengt daar een bepaalde harmonie tot stand. Omdat de mens over voertuigen beschikt, die zich kunnen be­wegen in deze sfeer en gevoelig zijn voor alle energieën van die sfeer, zal hij die kracht ontvangen. Bij de onbewuste mens betekent dit een ver­andering van zijn emotionele toestand. Als het dan wat negatief is, zegt iedereen: wat heb jij vandaag een rotbui! Anderen zeggen: ik voel mij verlaten en weemoedig. Dat komt omdat zij de emotionele kracht een­voudig projecteren in hun nu bestaande emotionele toestand of verwar­ring. Er is echter nog een andere mogelijkheid. Als u voelt dat deze emo­tionele krachten schijnbaar ongemotiveerd in u optreden, sluit u dan af. Een ogenblik van algehele ontspanning. Denk gewoon aan het prettigste dat u zich kunt voorstellen. Aangezien er geen censuur is, kunt u daarvoor­ kiezen wat u aangenaam is. Probeer in deze toestand een korte tijd te verblijven. Adem diep en doordat u zich het aangename heeft voorge­steld, heeft u uw afstemming aanmerkelijk verbeterd. Kijkt u weer naar de wereld, dan is het best mogelijk dat de irritatie nog aanwezig is, maar u zegt tegen uzelf, er zijn aangenamere dingen. Laat mij daarheen streven. En als vanzelf krijgt u nu de meevallers. Het gaat meer in de richting die u zich wenst dan zonder dit denkbaar zou zijn. De kracht die emotioneel verstorend leek te zijn en die negatieve hartstochten in de mensen scheen op te roepen, wordt voor u plotse­ling een krachtbron die u helpt, zodat het is alsof u in een fruit­automaat voortdurend de jackpot trekt.

De tweede kracht die optreedt werkt voornamelijk in op de verstande­lijke vermogens en daarnaast op het geestelijk oriëntatievermogen. Zij wordt als wit licht aangemerkt. Indien u deze kracht zonder meer on­dergaat, dan ziet u alleen maar tegenstellingen. U doet opeens innerlijk eveneens aan polarisatie en komt tot een veroordeling van de wereld. Dit is niet wenselijk. In een dergelijk geval is het belangrijk dat wij een taak aanvatten, hoe klein dan ook, die volgens ons besef goed en nuttig is. Wij concentreren ons op licht of op vreugde en beginnen aan de ar­beid. Wat blijkt nu? Hierdoor verandert onze afstemming ten aanzien van deze kracht. En daar zij ons eens alleen maar voorzag van inzicht in tegen­stellingen, waarop wij als mens nu niet zo bijzonder happig zijn (sommige politici en priesters uitgezonderd), komen wij nu als vanzelf tot een begrip voor de balans tussen uitersten. En dit betekent dat wij juist door de erkenning van feiten een beter evenwicht voor onszelf, voor onze daden en ook voor onze relatie met de wereld vinden. En dat kan ook ten aanzien van de onder het eerste hoofd genoemde krachten een aanmerkelijk versterkende invloed uitoefenen. Bijvoorbeeld de opname van odkracht wordt hierdoor sterker bevorderd, vooral in de richting van het brein.

De derde kracht (de blauwe straal), die ik in dit verband wil noe­men, er zijn er meer, maar die acht ik wat minder belangrijk, is de kracht, die wij over het algemeen “inzicht” noemen. In wezen betekent zij voor u de mogelijkheid om op het gemeenschappelijk bewustzijn van de mens­heid, en ten dele op het bewustzijn van de aarde en soms zelfs van de zon, in te haken. U krijgt dus wat men noemt, verlichting. Om dit te bereiken echter moeten wij weer weten hoe wij die kracht gebruiken. Wat zijn de ken­tekenen ervoor?

Wij zijn beschouwelijk. We hebben de neiging om op alles diep in te gaan en ook onze naasten doen dat, de vervelende zeurpieten. In een dergelijke stemming is het belangrijk dat we niet over kleinigheden kissebissen. Er wordt toch al teveel gekissebist op deze wereld, zodat wij, bemerkend hoe wij op alles willen doordraven en het tot op de draad willen uitpluizen, tegen onszelf zeggen, dit is niet juist. Wat is nu voor mij het belangrijkste probleem? (Neemt u er dan wel een dat u aan­kunt.) Denk daar eens diep over na en u zult zien dat het plotseling een andere inhoud krijgt. Het is alsof er details worden toegevoegd waardoor het beeld duidelijker wordt. Probeer dit zolang die invloed voortduurt zo eens per 12 tot 24 uur te doen, tweemaal per dag. Het in­stellen duurt niet lang; overdenking van het probleem kan met enkele minuten zelfs voldoende zijn.

Wij krijgen nu toegang tot een bewustzijn dat ons aanvult. Hebben wij eenmaal dit contact gelegd, dan vloeien ons ook ten aanzien van andere problemen plotseling allerhande inspiraties, kleine feiten, kleine her­inneringen toe waardoor wij juister zien wat er gebeurt en ook gemakkelijker kunnen beslissen wat wij werkelijk willen doen. Zoals u weet is dit één van de menselijke fouten. De mens denkt dat hij weet wat hij wil. Hij volvoert zijn wil, om tot de erkenning te komen, dat had ik toch eigen­lijk niet gewild. En vraagt hij zich af: wat wil je dan? Dan roept hij wanhopig, dat weet ik niet en zoekt verder om de volgende zaak weer verkeerd aan te pakken. Wij kunnen dit met deze derde kracht vermijden.

De wereld is natuurlijk doordesemt met andere vormen van leven. Als u nu zou zien wat er zich in deze kleine ruimte allemaal beweegt om niet te zeggen dat het soms krioelt (mijn excuses aan de geestelijke aanwezigen), dan zou u tot het besef komen dat er nogal verschillen­de geestelijke werelden en vormen zijn die de ruimte delen met de door u gekende wereld.

Er zijn natuurlijk geesten, ik ben er ook een, al lijk ik daar nu niet op. Mijzelf enigszins beschouwend durf ik niet zeggen waar ik dan wel op lijk, maar zoals ik normaal ben als ik niet belemmerd wordt door een lichaam zo zijn er velen.

Een geest kan op u reageren, maar alleen dan, indien tussen u en die geest een band bestaat. Deze band kan de geest maar zelden ge­heel vanuit zichzelf leggen. Alleen indien er reeds sterke bewustzijns-­ of emotionele banden bestonden in een verleden, zal hij een persoon vanuit zichzelf zonder meer kunnen bereiken. En dat betekent dat de mens dus de mogelijkheid kan scheppen.

Indien u geestelijke hulp nodig heeft – ik zou u aanraden dit wat anoniem te doen – stel uw probleem duidelijk en roep de hoogste kracht aan. Zeg tegen de geest: als jullie het willen doen, zal ik daar zeer blij mee zijn. Door deze formulering heeft u zich gericht tot alle we­relden waarin licht is. Dat is belangrijk, want een duistere wereld helpt u ook wel, maar van de wal in de sloot en van de sloot nog verder. Dus moeten we licht hebben, vandaar God. Daarnaast het verzoek aan de geest.

Door dit verzoek uit te stralen zal elke geest, die met ons harmo­nisch kan zijn ten aanzien van het probleem, aannemend dat wij in de stof bestaan onmiddellijk kunnen reageren en ons helpen, maar dan wel op zijn manier. Heel veel mensen denken dat de geest kan helpen op de manier die zij voorschrijven. Dit loopt meestal op teleurstellingen uit en dan beweert men dat de geest niet deugt of niet bestaat. Maar de oproep en de wijze waarop men de hulp wilde aanvaarden was alleen niet deugdelijk.

Duistere geesten kunt u het best vermijden. Ook zij zijn mens geweest, maar als zij uw wereld beschouwen, hebben zij nog een afrekening te doen. Het lijkt mij voor u beter hun niet de mogelijkheid te geven deze aan u en ter plaatse te presenteren; ze valt meestal tegen.

Daarnaast hebben we te maken met wat men noemt, de natuurkrachten, ook wel de elementalen. Deze zijn vaak aanwezig, maar u moet ze vanuit menselijk standpunt beschouwen als zeer grillige entiteiten. Bemoei u er maar liever niet mee. Soms zien zij er aardig en bijna menselijk uit, maar dat is maar komedie. Ze zijn zoiets als wensgeest, die u wel drie wensen geven, maar u dan toestaan uzelf een worst te wensen en deze aan uw neus of aan die van een ander te wensen. En dit zou ongetwijfeld de machten uit Oss ten sterkste verstoren om niet te spreken van ande­re producenten van grote faam als de Gebr. Hunnink. Vraag dus nimmer hulp of bijstand aan een natuurgeest.

Indien een natuurgeest u wil helpen, laat hem dit dan doen zonder dat u probeert daaraan richting of leiding te geven. Het zal blijken dat zij in dergelijke gevallen behulpzaam zijn op ogenblikken dat u wan­hopig bent zonder dat u een beroep op hen behoeft te doen. Zij kunnen u ook bepaalde krachten verlenen, deze hebben dan een magisch karakter. Zij zijn bijvoorbeeld in staat u tijdelijk de mogelijkheid te geven vooruit te zien in de toekomst. Zij kunnen uw uitstraling versterken (wat ook bij magne­tisme bruikbaar is). Daarnaast stellen zij u vaak in staat uw totale levensreserve op te roepen om daarmede een enkele taak nog te volbren­gen. Maar ik zeg nogmaals het is een grillig gezelschap. Laten we ons daar niet teveel mee bezighouden.

Dan vinden wij nog de werelden van engelen en demonen. Wat is het verschil tussen een engel en een demon? Praktisch nihil. Alleen, de engel leeft uit het licht en van de demon neemt ment aan dat hij dat niet doet. Maar een engel, die rechtvaardig is tegenover de mens die hem roept, wordt vaak voor demon versleten.

Engelen en demonen zijn levenskrachten die aan deze aarde mede ge­bonden zijn en daar een taak hebben. U kunt met hen contact krijgen. Indien u niets voor uzelf verlangt, zullen engelen en demonen u helpen uw eigen krachten te vergroten. Zij zullen u bijstaan in de taken die u voor anderen uitvoert. Daarom moogt u ook engelen en desnoods demo­nen aanroepen. Maar zodra u zelfzuchtig bent, blijkt dat zij zich tegen­over u eerder gedragen zoals u van een demon verwacht. Dit is een op­vallend verschijnsel (dat ik in het verleden aan den lijve heb mogen ervaren). Wanneer een mens alles krijgt wat hij wil hebben, dan zegt hij later, had ik het maar niet gekregen.

Een derde gebied waarmee wij te maken hebben is dat van de kosmisch goddelijke krachten. Deze kan ik niet voor u analyseren en indelen in vakjes zoals ik tot nu toe heb gedaan. Het best kan ik misschien het volgende stellen.

Uw eigen ‘ik’ leeft in alle werelden zoals u heeft geleerd, maar zoals u uit ervaring waarschijnlijk niet bekend zal zijn. Uw gehele ‘ik’ is verbonden met de kern van het kosmisch bestaan. Daarin zijn voort­durend krachten aanwezig. Wie een beroep daarop doet, bezit die kracht. Maar aangezien die kracht van uzelf is, is het voldoende te zeggen dat u deze kracht wilt gebruiken; dan behoeft u haar niet eens te noemen. Degenen die deze kracht met vele riten en plechtigheden plegen op te wekken, zijn in wezen mensen die komedie spelen voor zichzelf om zich in staat te stellen in zichzelf te geloven. Dit echter is overbodig. En daarmee heb ik u een lijstje gegeven van de verschillende krachten die op u inwerken.

Maar ik had het over bewust leven. Nu is volgens mij een mens die leeft zich niet bewust van wat hij is, indien hij niet beseft hoeveel krachten er optreden en op hem inwerken. Dus probeer te begrijpen welke krachten er zijn. En leven is ook kracht gebruiken. Je kunt nooit bewust leven als je niets doet. In mijn leven, waarin ik het goede van deze wereld ten zeerste op prijs heb gesteld en het mij zelfs nu nog met een zweem van vertedering herinner, sprak eens iemand tegen mij: “Deze aar­de is alleen maar een proefstation waarop je je moet voorbereiden voor de hemel. Onthoud je dus!” Hetgeen ik wel heb onthouden, maar mij er niet toe heeft gebracht mij enigerlei onthouding op te leggen. U ziet, mijn geestelijk bestaan heeft mij hierin bevestigd.

Het blijkt mij namelijk dat je de dingen, die je als mens bezit niet hebt gekregen om ze niet te gebruiken. Het zal menigeen tegenvallen, maar alles wat u heeft, heeft u om te gebruiken: uw ogen, uw oren, uw handen, uw neus en al datgene wat verder menselijk is. Het goede van het leven genieten is voor de mens zeker niet strijdig met een bewust leven. Het goede weigeren uit angst dat het je de eeuwigheid zou kosten, is volgens mij een dwaasheid, die je slechts in het vinden van bewust­zijn belemmert. Alleen hij die weet wat hij verwerpt en waarom, kan be­wust worden genoemd. Ik was natuurlijk niet zo bewust, maar ik heb het toch wel erg prettig gered, vind ik.

Dit is een punt dat ik nogmaals wil stipuleren

Alles wat u op aarde bezit aan mogelijkheden, lichamelijk en anderszins, heeft u gekregen om te gebruiken. Hoe u het gebruikt, hangt af van uw gevoel van harmonie. Maak gebruik van alle mogelijkheden die er zijn, maar zo dat u daarmede zelf volledig harmonisch kunt zijn en dat u daarin uw harmonie met de wereld als het ware bevestigd gevoelt.

Begrijp dat in de wereld de problemen niet zijn als een soort proef­werk door de Heer opgelegd om uit te maken in welke klasse van het he­mels rijk u dadelijk verder mag studeren. De beproevingen in uw leven komen voor een deel uit uzelf voort. Het is belangrijk u steeds af te vragen in hoeverre een probleem of beproeving uit uzelf voortkomt. Heeft u daarop enigszins een antwoord gekregen, doe dan eerst zelf wat u kunt om het probleem de wereld uit te helpen. Met één voorbehoud, dat u dit niet mag doen door uzelf de wereld uit te helpen; dat heeft namelijk bepaalde repercussies voor het bewustzijn.

Indien u ontdekt dat een probleem buiten u om bestaat en dus niet direct door uzelf bepaald is, ontstaan is of beïnvloed kan worden, mobiliseer dan eerst het totaal van uw krachten. Maak dus gebruik van alle stoffelijke krachten om uzelf zo optimaal mogelijk op te laden, zo snel mogelijk en zo goed mogelijk te denken en te reageren. Ga vervol­gens na op welke kosmische kracht u een beroep kunt doen. En als het dan nog niet helemaal duidelijk is, beroep u rustig op de geest, op de engelen Gods of wat u anders voor lichte figuren in uw nabijheid durft veronderstellen. Laat de zaak dan aan zichzelf over.

Een bewust mens is hij, die wanneer hij een automatische piano be­dient, niet probeert ook nog op de toetsen te slaan. Wat u heeft ge­daan is een voorgeprogrammeerde oplossing in werking stellen. Zorg dat uw eigen energie optimaal blijft en het programma loopt. Het resul­taat is het beste wat u kunt krijgen. Het resultaat is daarnaast, en dat is ook belangrijk, altijd weer een ervaring waardoor u zowel uzelf als de wereld beter leert kennen.

Nu zijn er wel veel mensen die verstandig genoeg zeggen, leer mij de wereld kennen, mijzelf is niet nodig. Dat kan ik ook wel begrijpen. Veel mensen hebben wat dat betreft eigenaardige dingen, zoals mijn tante Truus. Zij was een heks die dacht dat ze een engel was. En zolang zij zich een engel kon gevoelen, deed ze althans nog iets aangenaams voor de wereld, al was dat alleen maar om haar image te kunnen handhaven. Had ze beseft wat ze was, dan vraag ik mij af welke wonderlijke brouwsels zij de wereld in geslingerd zou hebben.

Als u in uw leven problemen ziet van abstracte of geestelijke aard, dan moet u goed onthouden dat het overwegen van dergelijke problemen eigenlijk past in de vrijetijdsbesteding. U heeft in uw leven wel meer te doen dan u bijvoorbeeld af te vragen wie God is. En als u Hem kent, weet u nog niet precies waar Hij woont en staat u nog voor aap. Dus houdt u eerst bezig met de kleine problemen die oplosbaar zijn. Daardoor groeit uw bewustzijn en het leven zelf krijgt ook de variatie, de rijkdom, die het nodig heeft.

Een mens heeft geen stoffelijke rijkdom nodig, ofschoon ze zeer aan­genaam is. Wat hij echter zeer zeker nodig heeft, is een aantal gescha­keerde ervaringen. Hoe groter het aantal verschillende ervaringen is, die u achtereenvolgens en elk op zich volledig en afgewerkt in uzelf kunt bevatten, des te groter uw mogelijkheid wordt om met delen van de kosmos, van de wereld, van het gemeenschappelijk denken van de mens op de juiste wijze in harmonie te komen. U vergroot uw menselijke capaciteiten.

Ten laatste moet ik u wijzen op de eenvoudigste feiten van het leven. De bloemetjes en de bijtjes kent u. Die gaan we dus voorbij.

“De wereld wil mij niet”.

Een kreet van degenen die anders willen zijn dan ze zijn. Want wie zich­zelf aanvaardt zoals hij is, zal in de wereld ook een aanvaarding vinden.

“Het leven heeft voor mij geen zin”.

Deze leuze wordt aangeheven door hen, die geen zin meer in het leven hebben en daarom aan de inhoud daarvan voorbij zien. Indien u dergelijke kreten wilt aanheffen, besef dat het bestaan zelf betekent; met uw ge­hele wezen en denken deelhebben aan het totaal van de functies van de mensheid. En dat kan nog veel meer betekenen dan u zo oppervlakkig zou denken

“Hoe kan ik een gave verwerven?”

Ook al een kreet die je veel hoort. Een mens, die bewust wil leven, moet ook beseffen dat gaven dingen zijn die je niet verwerft en die niet te koop zijn. Het woord gave zegt het immers reeds, het is iets wat je krijgt. Voor de mens betekent het dat hij iets heeft wat hij moet gebruiken. Maar hij wil liever iets anders gebruiken en dat heeft hij niet. En dat is dan weer een probleem. Een gave kunt u niet verwerven volgens uw zin en inzichten, maar u kunt wel gebruik maken van uw ga­ven op uw eigen manier. Wie dit doet zal steeds grotere en betere resultaten kunnen boeken.

Wat kunnen wij doen?

De mensen die vragen wat ze kunnen doen, doen kennelijk niets. Indien zij eerst alles zouden doen wat voor hen natuurlijk, noodzakelijk en harmonisch juist is, dan zouden zij deze kreet niet behoeven te sla­ken. ‘Wat kunnen wij doen’, betekent dat u niet weet wat u doet. Door te zijn zoals u bent, bent u functioneel deel van de kosmos en van het geheel. En als u dat niet voldoende is, wacht dan in ‘s hemelsnaam tot de volgende incarnatie, dan kunt een nieuw soort teleurstelling daarin vinden. Wees liever uzelf.

En met deze regels heb ik op mijn manier iets gezegd over u en de wereld. Ik zou over die wereld veel meer kunnen zeggen, maar dat zou waarschijnlijk roddelpraat worden. Ik zal mij daarom daarvan moeten ont­houden.

Galgenhumor

Galgenhumor is een woord dat duidelijk maakt dat je zin voor het belachelijke voort kan gaan tot de gewelddadige beëindiging van je bestaan. En wat kan een mooier doel zijn voor degene die gehangen moet worden dan om vór die tijd te bereiken dat zijn beul zich doodlacht.

Wij zitten vaak met moeilijkheden. Die moeilijkheden moeten we toch oplossen. Wij zitten vaak met problemen. Die kunnen wij toch niet ontwijken. Nu kunnen wij dat allemaal angstig, plechtig en treurig doen en daarmee onszelf een groot gedeelte van de energie ontzeggen, die wij anders nog uit de omgeving zouden kunnen halen. Indien wij echter, zelfs als het misloopt, ons gevoel voor het belachelijke, ook in onszelf vooral weten te bewaren, zullen wij door die blijmoedigheid, die ondanks alles daarin zit, een levenskracht en veerkracht vinden die ons in staat stelt de problemen op te lossen.

Er was in Nederland in mijn tijd een typische soort humor. Men noemde dat jiddische humor. Die humor ontstond niet bij de rijke joden. Ze kwam voort uit die kleine mannetjes met kleine handeltjes en bedrijfjes, die eigenlijk de hele dag moesten sappelen om in leven te blijven. Deze mensen kenden inderdaad een humor die praktisch galgenhumor genoemd mag worden. Ze lachten een beetje om zichzelf en om de dwaasheid van het leven. En het vreemde is dat ze daardoor in zich de hogere krachten (hun God, hun geloof, hun geloof in de mensheid) konden bewaren en daaruit de kracht konden putten om voort te gaan en om zelfs veel te bereiken.

Een mens, die geen humor heeft, loopt tegen een probleem aan als tegen een muur. Een mens die gevoel voor humor heeft, ziet een probleem vaak als een soort lachspiegel waarin hij zichzelf toch weer herkent en waardoor hij ook een weg vindt om achter dat spiegelbeeld verder te gaan.

Galgenhumor kan ik u wel degelijk aanbevelen. Want hij die lachen kan, zelfs om zichzelf en zijn eigen ellende, heeft daarin een kracht gevonden die hem losmaakt van zijn gebondenheid aan het verschijnsel en hem daardoor toegang geeft tot het gebeuren en de eeuwige krachten die zich daarin manifesteren.

Vrienden ik hoop dat u gevoel voor humor zult hebben. Wie geestelijk streeft, heeft dat zeker nodig. En wanneer het moeilijk voor u is, dan geloof ik dat een beetje galgenhumor u zal helpen om uit het schijnbaar onontkoombare voor uzelf toch nog een licht en een bewustwording voort te brengen.