Bewustwording door het dagelijks leven.

uit de cursus ‘Praktische bewustwording’ 1958-1959

In het dagelijks leven doet ieder op aarde zijn bewustwording op. Er bestaat eenvoudig geen andere weg. Het is echter jammer dat wij over het algemeen zo weinig begrip vinden voor de grote verscheidenheid van bewustwordingswaarden die zich achter het normale bestaan verbergen. Ik ben ervan overtuigd dat u een groot deel van deze waarden ‑ meestal onderbewust ‑ toch wel opneemt. Wanneer ik u echter een uiteenzetting geef van de verschillende mogelijkheden, van de verschillende effecten, kwaliteiten en oorzaken, dan hoop ik dat u daardoor zult leren zo nodig ook bewuster van sommige fasen gebruik te maken.

Allereerst wil ik u wijzen op het feit, dat de mens niet alleen leeft op de wereld. Naast het rijk van de mensen zijn er diverse stoffelijke rijken, die gaan via het minerale, het plantaardige en het dierlijke in verschillende trappen tot het menselijke. Al deze levenssoorten nemen deel aan een kosmische vorming, grotendeels echter onder leiding van wat wij noemen groepsgeesten of zelfs direct scheppende geesten. Het is duidelijk dat al deze krachten, al deze bewustzijnsvormen, ook u direct zullen kunnen beïnvloeden en dat u uit hun weten en kennen zult kunnen putten.

Dan wil ik u eerst daarbij wijzen op het rijk der mineralen, der elementen, zoals wij dat noemen. U hebt met deze elementen in duizend en één vorm te maken. U kookt er uw potje in en het is de vlam, waarmee u uw pan warm maakt. Het speelt een rol in de elektriciteit, u zit erop, u eet ermee, u slaapt erin, u kleedt uzelf ermee. (In sommige gevallen althans, denk maar eens aan de verschillende kunstvezels.) Dit mineralenrijk behoort in feite nog tot wat wij noemen, scheppende krachten. Er is een bewustzijn in, dat betrekkelijk klein is. Zo klein zelfs dat het van uit menselijk standpunt van nul en generlei waarde zou zijn. Dit kleine vonkje van bewustzijn wordt geleid door scheppende krachten die in de herschepping van de elementen gelijktijdig het bewustzijn vergroten van de geestelijke krachten die ermee verbonden zijn.

U zult zeggen: Dat is een mooie theorie, maar wat heb ik daar praktisch aan? Laten we ons dan eerst afvragen: wat doen die verschillende stoffen en elementen? Ze reageren op zeer bepaalde manieren, ze hebben zeer persoonlijke eigenschappen. En wanneer wij het goed nagaan, blijkt dat chemisch gezien ijzer wel altijd ijzer is, maar dat ‑ wanneer je het uit de grond haalt ‑ het ijzer van Kiruna bv. een heel eind zal verschillen van het ijzer uit Silezië. Het ijzer uit Silezië is weer heel anders dan dat wat in Oregon gewonnen wordt. Er zijn dus zeer persoonlijke kwaliteiten in de delfstoffen. Wanneer wij die delfstoffen gaan raffineren, gaan verfijnen, dan raken zij een deel van die kwaliteiten kwijt. Aan de andere kant kunnen wij ‑ ik blijf maar even bij het voorbeeld van metalen ‑ hen ook weer speciale eigenschappen geven. Ik denk hier bv. aan het Bessemerproces, waarbij dus staal enorm verrijkt kan worden met kool en daardoor een andere kwaliteit kan krijgen. Een kwaliteit echter die vreemd genoeg ook vroeger is voorgekomen en wel zonder dergelijke ingewikkelde processen. Waarmee wij nu niet kunnen zeggen dat er vroeger Bessemerstaal werd geproduceerd, maar wel dat de natuur gelijkwaardige of bijna gelijkwaardige producten heeft gemaakt. Wij zullen verder ontdekken dat het natuurproduct slechts zelden geheel zuiver is. Wij vinden altijd alles in menging. Wanneer wij bv. een zilvermijn vinden, vinden wij daar veldspaat, maar ook lood. Wanneer u een betrekkelijk natuurlijke of op natuurlijk gelijkende samenstelling van metalen in uw huis heeft, dan is deze ook onderhevig aan de scheppende invloeden. Uw hantering daarvan zou dus op een kennen van die scheppende invloeden gebaseerd moeten zijn. En nu heb ik één voorbeeld gegeven. U zult hopelijk willen aannemen dat ik voor alle voorkomende elementaire stoffen een gelijksoortig betoog kan houden, laten we dan even overgaan naar de praktijk.

Wanneer wij te maken hebben met metalen, zullen wij ons moeten realiseren dat deze metalen, vooral wanneer ze ongeveer natuurzuiver zijn of in een natuurlijke menging gebruikt worden, voortdurend elke invloed van de scheppende krachten weerkaatsen. Die scheppende krachten staan ook in verband met de sterren. (Astrologie weet daarvan ook wel iets.)

Wij zouden van uit geestelijk standpunt liever zeggen dat ze op bepaalde geestelijke tendensen zijn ingesteld. Wanneer u iets nodig heeft dat werkelijk zin en reden heeft, zult u over het algemeen geen lood ge­bruiken. Maar wanneer u met iets te maken heeft van verderf en bederf, maakt u juist wel van lood gebruik. De krachten van lood zijn krachten, die voortdurend met verderf en bederf in verband staan. Hebt u te veel lood in huis, dan zal die kracht ongetwijfeld uitwasemen en mogelijkerwij­ze vooral de lagere levensfuncties (zoals planten die u in huis hebt) kunnen aantasten. Realiseer u dit en u kunt u ertegen wapenen.

Dan hebben wij verder de verschillende kleisoorten. Wij weten nu wel dat het plateel en het aardewerk dat u gebruikt, lang niet altijd natuurzuivere klei is. Maar in vele gevallen wordt toch van een bijna natuurzuivere klei of aarde gebruik gemaakt. En ook wanneer deze nu mooi geglazuurd en betekend is, mooi gebakken is, blijft ze aardverwant. Houd er rekening mee dat het aardewerk cyclisch aan dezelfde impulsen gehoorzaamt als de aarde (dus de grond onder u) en dat ze de gelijke ef­fecten reproduceren kunnen van de scheppende krachten die ook in de aarde voorkomen. Vandaar bv. dat het altijd goed is, u zult er mis­schien om lachen, toch is het waar om aardewerk in de morgen of in de avond te reinigen, maar nooit midden op de dag, tenzij het hoogstnoodzakelijk is. U zult zeggen: dat is erg dwaas en dat is voor ons niet praktisch mogelijk. Akkoord. Ik geef het graag toe. Maar wanneer u het beste van het beste wilt hebben, dan maakt u gebruik van de natuurlijke verhoudingen. Het eigenaardige is dan, dat uw porselein minder aan breuk onderhevig is, dat het over het algemeen voor u prettiger ver­werkt, mooier opdroogt, enz. U hoeft het niet te geloven, maar het is zo.

Dit zijn voor geestelijke bewustwording misschien niet erg belangrijke punten ‑ dat geef ik graag toe ‑ maar u hebt nog meer in uw woning. U hebt duizend verschillende materialen die alle uit de natuur gewonnen zijn. Elk van die materialen gehoorzaamt aan die scheppende krachten. En met die paar praktische voorbeelden die ik zo-even gaf, zult u nu misschien ook voor uzelf concluderen: de wijze waarop ik de balans van deze verschillende krachten en waarden in mijn omgeving aanbreng, zal ook bepalen in hoeverre de sfeer van de zgn. dode elementen voor mijn eigen leven en denken bepalend kan worden. Een kamer voor de avond vraagt metalen. Zet u daar rustig uw oud tin, uw oud koper, maak verder gebruik van glaswerk of kristal. Vermijd echter daarin een over­daad aan steenwerk en gebakken klei. Dat is niet gunstig. De vertrek­ken, waarin u overdag meestal zult vertoeven, aannemende dat u ruimte hebt om de vertrekken voor dag en nacht te splitsen. In de eer­ste plaats alle aardproducten als zijnde klei, natuurglas (dus niet ge­slepen glas) en verder al hetgeen wat als vervalproduct voor het plan­tenrijk voorkomt.

In het plantenrijk hebben wij nl. weer met iets anders te maken. U eet regelmatig. Wat u eet is toch voor minstens de helft plantaardig product. Elke plant is verbonden met de aarde en indirect met de mine­ralen. Want er bestaat een wisselwerking tussen de door de vormende geesten (niet meer de scheppende, maar de vormende geesten) geleide plan­tenwereld en de minerale wereld met haar scheppend principe. Deze beide zijn in voortdurende wisselwerking. De plant zelf hecht zich aan de aarde. Elk wortelstelsel is direct verbonden met die aarde door middel van haar samenhang met deze minerale wereld. Voorkom zoveel mogelijk dat u vertakte wortels bij uw spijzen nuttigt of dat u voor uw spijzen van vertakte wortels, die uitgetrokken zijn en als afval worden weggegooid, gebruik zou maken. Bepaal u zoveel mogelijk tot de vrucht. Onthoud daarbij dit: gunstig ook – in geestelijk en lichamelijk opzicht ‑ zijn alle vruchten die gerijpt zijn. Fruit dat onrijp geplukt is, is nog direct met de sap drift verbonden. Als zodanig is dit een pijnlijk ontwrichten van het stel­sel van de plant. Een weerkaatsing die terugslaat in de eerste plaats op de vormende geest van de groep, in de tweede plaats op de aarde, waarmee ze mineraal is gebonden. Dergelijke dingen brengen storingen, wanverhoudingen. Rijpe vruchten, volgroeide groenten en gewassen daaren­tegen geven kracht.

Houd er verder rekening mee dat die voeding niet alleen maar stoffelijk is. Alles wat u nuttigt is verbonden met bepaalde entiteiten. Dat kan nu eenmaal niet anders, omdat dit een volkomen ineenlopend ge­heel van de wereld is. Heeft u behoefte aan krachten, dan ‑ dat heeft u allemaal wel eens gehoord – neemt u een klontje suiker. Maar de mees­te kracht vindt u dan en betrekkelijk snel uit sterk suikerhoudende vruchten. Want de vruchtensuiker geeft u die kracht, die intensiteit, lichamelijk. Gelijktijdig is de totale invloed er een van welbehagen. Voor de aarde is de val van de vrucht en het eventueel nuttigen een zegening, voor het mineraal is het alleen maar een afsluiting van een taak, voor het plantenrijk dus is dit genoegdoening, doelvervulling, bereiking. U zult van alle volrijpe vruchten en groenten buitengewoon veel genoegen hebben. Houd er echter rekening mee dat men ze zo weinig mogelijk aan een chemische omzetting moet onderwerpen. Dat wil zeggen, u moogt rustig uw groente koken, daartegen is geen be­zwaar, maar gebruik vooral geen methoden waarbij u door bijvoeging van ditjes en datjes een onherkenbare brij of massa op tafel brengt. Deze is altijd schadelijk, zelfs wanneer uw spijsvertering haar verdraagt. Gebruik bij planten, indien kruiden noodzakelijk zijn, alleen plantaardige kruiden, nooit chemisch samengestelde. Dat zijn twee werelden, die op dat moment met elkaar in conflict zijn. Het slaat terug op uw lichamelijke wezen, het benadeelt verder de eventuele voldaanheid die kan uitgaan van de vormgevende krachten die de plantenwereld beheersen.

En dan hebt u natuurlijk planten in huis. Die planten leven niet alleen in de sfeer van een groepsgeest (als je het zo eens zou mogen noemen), de vormende geest die voor deze rassen en soorten suprême is. Ze leven ook in uw omgeving. Op het ogenblik dat een plant binnenshuis wordt gekweekt (een kamerplant dus), behoort ze niet meer tot het werkelijke natuurterrein. Uw persoonlijke uitstraling heeft er een zeer sterke invloed op. Houd er rekening mee dat, wilt u dat planten goed groeien bij u ‑ punt 1 ‑ uzelf met liefde en genegenheid de plant moet benaderen en ‑ punt 2 ‑ dat u niet een voortdurende onvrede in uw huis schept.

Onvrede en ontevredenheid zijn zo vreemd als het klinkt, dodelijk voor huisplanten. Wanneer u echter uwerzijds de liefde aan de plant geeft, waardoor ze kan groeien en bloeien, haar beste mogelijkheden kan gebruiken, doet ze bovendien nog iets anders voor u. Want juist in de volheid van haar wasdom en haar taakvervulling bereikt zij een contact met de vormende geest maar ook met uw wezen. U wordt direct met contacten van de natuur in verband gebracht, die ‑ zoals u uit de plantenwereld wel kunt zien ‑ enorme vitaliteit aan de wereld kunnen afgeven. Uw eigen vitaliteit zal daardoor vaak worden verhoogd.

De huisplant echter hoort overdag bij u thuis, niet ’s nachts. En nu moet u niet te veel geloof hechten aan de sprookjes dat u zult stikken wanneer u te veel planten in de slaapkamer heeft, want dat is wel heel sterk overdreven. Maar er is iets anders gaande. Voor de plant is de nacht eigenlijk de periode van werkelijke stofwisseling. Dan ademt ze alle slechte stoffen uit. Dan is voor haar het ogenblik gekomen dat inwendige afbraak zich afspeelt bij een tijdelijke geslotenheid t.o.v. de buitenwereld. Dergelijke afbraakproducten zijn nooit gunstig, zijn nooit goed. Vermijd daarom de planten die zonder licht staan. Hebt u planten staan in vertrekken met kunstlicht, houd er dan rekening mee dat ze vooral in de nacht, ook wanneer het koud is een zekere hoeveelheid frisse lucht nodig hebben. Op dat ogenblik absorberen ze zuurstof. Ze zullen u daarvoor dankbaar zijn, door uw eigen huis een vrediger atmosfeer te geven en voor uzelf een verrijking van vitaliteit mogelijk te maken.

Vergeet daarbij ook niet dat de plantenwereld juist door deze gebondenheid die met de mens kan ontstaan, ook geneeskrachtig kan zijn. Planten zijn vaak zeer geneeskrachtig. Deze geneeskracht kent u uit kruidenthee, uit de goede vorm van dieet, enz.  Realiseer u echter dat wij hier heel vaak zeer dicht bij een symbiose komen, een van elkaar afhankelijk leven, waarbij beide partners elkaar het leven mogelijk maken. Deze symbiotische verschijnselen komen niet bij iedereen voor. Niet iedereen zal van de plant juist datgene verwerven wat hij nodig heeft. Alleen degene die met de plantenwereld a.h.w. op goede voet staat, dus zich in deze trillingen, deze levenskracht en geestelijke wereld van het plantaardige thuis voelt, kan ook het volle nut hebben van het plantaardig middel. En in dat geval is het plantaardig middel belangrijker dan elk uit minerale stoffen geproduceerd middel om de eenvoudige reden dat het een grotere levenskracht met zich draagt en dus niet alleen op chemische reacties gebaseerd is.

Wanneer u dat zo bekijkt, begint die wereld rond u misschien iets meer voor u te leven. En onwillekeurig gaat u dan kijken naar de dieren. Nu zijn er wel mensen die een goudvis even hoog of hoger schatten dan een paard of een koe, een hond of een kat. Maar wij zullen hier toch ook wel een onderscheid moeten maken. En dan moeten wij als volgt redeneren: wij hebben lagere en hogere levenssoorten. De lagere levenssoort is nooit roodbloedig. Verder is de lagere levenssoort meestal geen vertebraat en heeft dus geen ruggengraat. Er zijn tussenvormen die geen rood bloed hebben en toch wel een ruggengraat en een daarbij behorend zenuwstelsel. Dat is dan een tussentrap. De lagere soorten zijn als consumptie goed. U kunt dus heel rustig vis eten zonder u nu onmiddellijk erover te verwonderen of die arme zalm of schelvis daaronder geleden heeft. Deze diersoort ligt op een zodanig plan dat de groepsgeest consumptie daarvan a.h.w. goed vindt, omdat een snellere omzetting van geslachten voor de vorming van de daarin levende geest noodzakelijk Is. Het gevolg is dat de daarin aanwezige stoffen over het algemeen zeer goed voor u zijn. U kunt echter niet alleen van dierlijk voedsel leven. Als u het probeert, ontstaan er vele fouten. Houd er dus rekening mee dat altijd laag dierlijk voedsel een aanvulling behoeft van plantaardig voedsel.

De daarboven liggende trap is niet zozeer voor consumptie geliefd.

Ik heb tenminste nog van heel weinig mensen gehoord, die bij voorkeur ingemaakte ratelslang eten of een stukje alligator. Toch zullen wij ook deze even mee moeten beschouwen. Deze dieren beginnen het zuiver dierlijke te verlaten en komen langzaam maar zeker tot het bewust dierlijke van de roodbloedige en vertebraten. Het gevolg is dat in hun lichaam ettelijke stoffen voorkomen, die een voorbehoud bij consumptie noodzakelijk maken. En wanneer wij die dingen al consumeren, moeten wij er toch rekening mee houden dat daar eigenschappen in kunnen schuilen die ons niet passen, waardoor onbewust een beïnvloeding plaatsvindt, die ook psychische effecten heeft, waardoor onze geestelijke bewustwording tijdelijk vertroebeld wordt.

Wat betreft roodbloedige dieren, zou het natuurlijk beter zijn, wanneer u die niet zou eten. Het roodbloedige dier behoort tot definitieve groepsgeesten. Dat wil zeggen: elke soort heeft een aparte geest en heeft ook een eigen wereldvisie, wat wij bij de andere in veel mindere mate hebben gevonden. Daardoor heeft dit dier ook een zeer speciaal eigen lichamelijke structuur. Wanneer je die structuur gaat verteren door consumptie, dan zullen die stoffen over het algemeen uw eigen innerlijk wel eens een beetje uit balans kunnen gooien. De enige mogelijkheid is, dat u zich op bepaalde diersoorten geheel instelt en daardoor weer een symbiotisch verband krijgt met deze diersoort (u beschermt haar enerzijds, exploiteert haar anderzijds) en zo dus een zeker contact met de geestelijke groep waartoe ze behoren. Opvallend is bv. dat rundermelk veel gezonder is dan rundvlees. Hier ziet u hoe klein de verschillen kunnen zijn. Het nuttigen van een ei is ‑ gezien de wijze, waarop de kip is gevormd ‑ helemaal niet schadelijk. Maar als je kip gaat eten, wordt het alweer een ietwat andere kwestie. Ik wil u niet ontraden vlees te nuttigen, dat zou voor de meeste van u geen zin hebben. Maar wanneer u geestelijk verder komt, zult u ontdekken dat u van de meeste vleessoorten langzaam maar zeker een afkeer krijgt. Meestal begint u daarbij met een afkeer van geitenvlees en varkensvlees, daarna gaat u afkeer krijgen van schaap, lam en rund, en tenslotte gaat u ook het paard verwerpen. Het paard is wel geen mode, maar het is ongeveer de volgorde, waarin aversie optreedt. Deze aversie geeft aan dat de overeenkomsten met die groepsgeesten te sterk zijn ontdekt, zodat u ontdekt dat deze tevens voor uw eigen wezen t.o.v. bewustwording ongunstige invloeden vertonen en dat u dit voedsel daarom afwijst.

Dat was alleen wat over voeding en omgeving. Maar draagt ook uit dierlijke wol gemaakte kleren of uit plantaardige stof, katoen. Het verschil is alweer duidelijk. Het plantaardig product heeft het voordeel dat het harmonisch is, daarentegen het nadeel dat het niet het persoonlijk weerstandsvermogen bezit, waardoor het zich tegen vele elementen kan verzetten. Over het algemeen genomen houden wij er rekening mee dat weefsels gemaakt van plantaardige stoffen beter zijn voor ons, grotere harmonie in de omgeving brengen en daardoor een prettiger leven mogelijk maken dan die, uit dierlijke stoffen vervaardigd. Uitgezonderd de stoffen die speciaal dierlijke eigenschappen of functies moeten vervullen nl. kleding en wel speciaal kleding die tegen de buitenlucht moet beschermen en stoffen die bv. lichaamswarmte moeten vasthouden. Daarvoor zijn inderdaad de dierlijke producten beter. Wanneer wij ze daarvoor gebruiken, brengen wij ze terug in hun eigen functioneel verband, zij het misschien in een heel andere vorm als bv. een deken en zullen daardoor ook geen grote strijdigheid krijgen met de krachten die de dieren regeren.

En nu heb ik alleen maar het eerste rijtje van voorwerpen en stoffen uit de doos van Pandora gelicht. Want in het dagelijks leven zijn er nog veel meer dingen. Als u uzelf nagaat, zult u tot de conclusie komen dat u sommige mensen wel ziet en andere mensen niet ziet. U kunt tien mensen voorbijlopen en vijf minuten later kunt u niet eens zeggen wat ze aan hadden of wat voor gezicht ze hadden. Dan ontmoet u één mens en die kunt u plotseling beschrijven. Klaarblijkelijk is uw eigen denken en zien, uw reactievermogen enigszins selectief. Wij kunnen dat na­tuurlijk psychologisch gaan verklaren. We kunnen gaan zeggen dat het uw eigen voorkeur en verlangens zijn, die u tot opmerkzaamheid nopen. Maar zelfs dit is niet voldoende. Want in de groep van personen die u opmerkt, liggen niet alleen alle gelijke typen, maar zeer differente typen en leeftijden en zelfs ook differente seksen. Hoe dit komt? Wel, in vroegere bewustwordingsfasen zijn bepaalde groeperingen op de wereld geweest die toen een volkomen gelijk bewustzijn hadden. Zij streefden dus in volledige harmonie, ongeacht de strijd die in deze harmonie stof­felijk kon voorkomen. Op het ogenblik leven op de wereld vele groeperingen. Dus je zou kunnen zeggen: Groepen uit verschillende tijden. Groepen, die te ver in geestelijke inslag qua vorige incarnatie van u verschillen, zullen u onwillekeurig vaag voorbijgaan. U reageert daarop niet scherp. U kunt de proef op de som wel eens nemen. Wanneer u dat doet, zult u zich ook moeten realiseren dat bepaalde geestelijke factoren klaarblij­kelijk uw gezichtsvermogen, uw denkvermogen, ja zelfs uw gehoor beïn­vloeden. En wanneer dat het geval is, kunnen wij ook aanwijzingen omtrent onze geestelijke tendensen krijgen uit de wijze waarop wij bemerken hier duidelijk te zien en daar vaag, hier helder te horen en daar eenvoudig het gehoor te laten vervagen, te laten vervlakken.

Een volgend puntje, dat ook al zeer interessant is. Hoe komt het dat mensen, plaatsen, dieren, gebouwen, meubels en andere voorwerpen bij u een plotselinge herinnering wakker roepen? Velen wijt dit aan vroe­gere incarnaties. In negen van de tien gevallen is dat gewoon zelfbedrog. Maar er zijn bepaalde lijnen, bepaalde vormen, bepaalde verhoudin­gen, die uw wezen bijzonder aanspreken. En heel vaak zult u alleen door het aanwezig zijn van een bepaalde vlakverdeling bv. het aanwezig zijn van bepaalde schijnbaar onbelangrijke wijzigingen in een normaal verschijn­sel, een herkennen gaan constateren. Dit herkennen komt voort uit een persoonlijke harmonie. Het wekt beelden die in u reeds bestaan. Maar niet beelden die in het geheugen bevat zijn, zoals u foutievelijk meent, maar beelden die geestelijk als idee reeds in u bestaan. Het herkennen van de voor uzelf ideële vormen maakt het mogelijk de persoonlijkheid na­der te kwalificeren, te ontleden zelfs soms. Het geeft u een inzicht in uw eigen gesteldheid. In uw eigen denkwijze.

Ook zult u ontdekken dat u niet alle kleuren even mooi vindt en dat u niet voor alle kleuren even gevoelig bent. Nu bestaat daar een algemene scala voor, maar toch komt het voor dat sommige mensen in hun woning bij voorkeur grijzen gebruiken of blauw, terwijl anderen zich kramp­achtig vasthouden aan tere tinten, als roze, sepia e.d. Sommigen zoeken het in felle kleurencontrasten, anderen zoeken het in effenheid, waarbij hoogstens grotere vlakken t.o.v. elkaar kunnen contrasteren. U kunt het overal waarnemen. Ik wil aan de hand hiervan u wel een paar aardige con­clusies voorleggen, u kunt zelf onderzoeken of ze juist zijn.

In de eerste plaats, mensen, die bij voorkeur gebruik maken van grijzen, verschillende tinten blauw en eventueel tere tinten groen, zullen altijd zgn. bedachtzame mensen zijn. Zij zijn in hun handelen vaak traag, maar zullen, wanneer blauwe tinten betrekkelijk veel worden gebruikt daarnaast wetenschappelijke belangstelling hebben en meestal ook het vermogen wetenschappelijke feiten te verwerken. Hebben zij daarnaast een intense belangstelling voor verschillende tinten van grijs, dan hebben wij grote kans, dat ze erg driftig kunnen worden, al duurt het ook lang voordat het zover komt. U kunt dus daaraan bepaalde persoonlijke eigenschappen aflezen. Hebben wij te maken met mensen die alles in wit houden, dan zullen wij merken, dat deze mensen ook scherpe wit‑zwart contrasten aflezen in het leven. Het is of goed of kwaad. Tussenwegen kennen ze niet. Blijkt dat deze voorliefde zich uitstrekt tot wanden, maar contrasterende meubels worden gevonden, dan zal zelfs wanneer de meubilering betrekkelijk modern is ‑ toch kunnen worden geconstateerd dat een zekere verering en honger naar het verleden aanwezig is. Dat kun je allemaal uit die kleine dingen aflezen. Verder is het misschien ook nog leuk op te merken dat daar, waar wij veel hoekige vormen vinden in deco­raties, in structuur, zelfs wanneer deze volkomen gelijkmatig en symme­trisch zijn, moet worden aangenomen, dat het hier gaat om een strijdvaar­digheid, waarbij men zichzelf tegen anderen verdedigt. Aan de hand van deze verschijnselen kunt u niet alleen dus uw omgeving beoordelen en daardoor juister reageren, harmonischer zijn en betere geestelijke erva­ring krijgen, maar u kunt ook misschien beter het karakter begrijpen van steden en gebouwen. Heus, een begrip voor deze dingen draagt bij tot uw geestelijke bewustwording. Want u ziet juister waarmee u te maken heeft, het dringt beter tot u door en daardoor wordt voor uzelf een aanvaar­den van hetgeen daarin is vastgelegd gemakkelijker mogelijk.

Dan kennen wij in het dagelijks leven de haast niet te stuiten vloed van details. Wanneer u iemand bent, die zich door details a.h.w. laat overbluffen, zodat u uit het vele kleine het grote niet meer kunt vin­den, dan weet u meteen ook iets over uzelf. Dan weet u nl. dat u nog niet geslaagd bent om in uw leven en voor uzelf een werkelijk doel te stellen. Details hebben alleen zin, wanneer ze gezamenlijk een hoofdlijn vormen. Wanneer wij enig idee hebben van de hoofdlijn, die voor ons be­langrijk is, zullen de details zich zo groeperen dat we kunnen constateren: deze details voeren tot ons doel, andere in divergerende rich­tingen. Als u die details dus niet meester bent, maar u hebt wel een vast geestelijk doel voor ogen, begin na te gaan welke details voor u belangrijk kunnen zijn. Wat kan u helpen, wat kan bewustzijn dragen en wat niet. Het lijkt een hopeloze taak in het begin, maar wanneer u aan deze berg van feitjes een dag of vijf, zes bezig bent, komt er lijn in. Wanneer u het twee maanden hebt gedaan, leert u voor het eerst een associatie vinden tussen details, waardoor ze op zichzelf onbelangrijk wor­den (de plaats, waar ze thuishoren) en gelijktijdig toch een voortduren­de onderstreping zijn van een groter betekenis en een groter doel. Het helpt u misschien om gemakkelijker te leven en te werken. Maar boven­al om datgene wat u doet, beter te begrijpen, om zo alle geestelijke emo­tie die verbonden kan zijn met een stoffelijk falen of bereiken, sterker te ondergaan. Uw geest wordt rijker, leert meer en ziet haar wereld groei­en.

Verschil tussen droom en werkelijkheid. U wilt zeggen: Waar komen wij dat nu in de praktijk tegen? Er zijn altijd bepaal­de dingen waarover je kwaad wordt, die je niet kunt hebben, waartegen je je verzet of waar je in een eeuwige twijfel tegenover staat. Is het nu zus of is het zo? Wanneer u daar last van hebt, kunt u er zeker van zijn, dat u ergens een idee hebt van wat het wel moet zijn en hoe het zou moeten gaan. Maar meestal is dit beeld aan uw wereld te vreemd. Je bent misschien niet onknap, maar je droomt dat je de schoonste bent. En als de boze stiefmoeder van Sneeuwwitje voel je je haast genoopt om alle middelen te gaan gebruiken en toe te passen om nu maar die ander weg te redeneren, weg te drijven. Onjuist. Realiseer u dat de plaats die u hebt in de wereld, voor u een belangrijke is. U bent hier met deze vorm, met deze omstandigheden, problemen en toestanden niet voor niets. Realiseer u dat uw droom een mogelijk latere verwerkelijking inhoudt, maar dat deze verwerkelijking alleen kan voortkomen uit een exploiteren van de nu gegeven mogelijkheden, nooit uit een je daarover te bezwaren en trachten deze te verwerpen of te ontkennen. Aanvaarden van het leven is nodig.

Dromen beheersen de maatschappij. Geen werkelijkheden. De mensheid streeft niet naar een maatschappelijke verhouding die voor ieder voordelig is, maar naar een maatschappij, waarin ieder volgens zijn dromen gelukkig zal zijn, ook al zou hij dat in werkelijkheid nooit kunnen wor­den. Men gelooft niet in werkelijke geestelijke werelden, maar men ge­looft in geestelijke werelden die een soort vergoeding zijn voor al wat in deze wereld gebeurt. Men droomt van macht, van zekerheid, rijk­dom en schoonheid, alleen om daardoor te ontkomen aan de problemen die hier bestaan. Een dergelijke vlucht is uit den boze. En u vlucht weg in de kleinste zowel als in de grootste dingen. Vanaf het smoes­je dat u toch werkelijk even moest kijken wat die koopman op straat liep uit te schreeuwen toen uw melk overkookte tot het verhaaltje dat u ineens zo’n hoofdpijn had en toch heus die verjaarsvisite niet kon maken. Dat loopt vanaf het voortdurend beklag dat het leven je nooit iets geeft en het jou juist altijd tegenloopt tot de gedachte dat je nou toch wel voor eeuwig verdoemd zult zijn. Vlucht uit het le­ven, vlucht uit de werkelijkheid. Voor geestelijke bewustwording zijn deze dingen absoluut fataal. Je moet leven met het heden, met deze werelden en nergens anders mee. Dan is het ook logisch, vrienden, dat je probeert om je droom niet te maken tot een ontvluchting aan de wer­kelijkheid maar tot een doel, een einddoel. Pas je droom aan, aan het­geen je nu kunt, aan hetgeen je nu meent te kunnen volbrengen om wat je nu bent, althans meent te zijn.

Dan heb je daardoor voor jezelf een drijfveer geschapen die inhoud geeft aan je leven en voor de geest een intensiteit van ervaren schept die praktisch nimmer op een andere wij­ze kan worden geëvenaard.

Nu ik toch reeds gesproken heb over een wereld van droom en van werkelijkheid, moet ik overstappen naar een volgend chapiter, dat door velen enigszins minachtend het occulte, het paranormale, de begoocheling, de magie wordt genoemd. Want in uw leven speelt magie, bijgeloof, het paranormaal verschijnsel, de occult verkregen kennis, zeker een rol. Laat ik beginnen met u een voorbeeld te geven om u duidelijk te maken, hoezeer deze dingen onwillekeurig opkomen. U loopt op straat. Er staat een ladder op de stoep. Wat doet u? Loopt u er onderdoor, of gaat u er omheen? In negen van de tien gevallen zult u er heengaan, tenzij u zich realiseert dat daar een ladder staat, dat het dwaas is om er omheen te lopen, dan gaat u er onderdoor en u voelt zich eigenlijk niet eens erg gelukkig. Is dit oud bijgeloof? Eigenlijk niet. Er is nl. een tijd geweest dat i.p.v. ladders bepaalde schuine daken worden vervaardigd en wel bij voorkeur voor dodenruimten. Men meende dat de doden daar als geest leefden en dat men dus doorgaande onder een dergelijk uitsteeksel, dat een schuilplaats voor een geest kon zijn, in een occult contact zou kunnen komen. Die weerzin is nu gericht geworden tegen de ladder, vooral tegen de schuinstaande ladder. Maar in feite hebt u diezelfde aversie ook tegen in eenzelfde helling staande planken. Ja, zelfs stenen platen, die onder een ongeveer gelijke hoek staan, brengen ditzelfde terugwijken bij u teweeg. Waarom? Er bestaan verhoudingen in deze wereld, verhoudingen van plaats, verhoudingen van lijn en kleur, van klank, van beweging die ons plotseling dichterbij een andere dimensie schijnen te brengen. Te zeggen dat dit de vierde dimensie is, is dwaas. Te zeggen dat dit de wereld van de geesten is, is misschien te ver gegrepen. Laat ons het zo stellen:

Er zijn omstandigheden, waaronder een astrale wereld, die zeer verwant is aan uw eigen wereld, zich kenbaar kan maken, ofwel plotseling in uw eigen wereld enigszins doordringt. Sterk komt dit bv. bij ondergaande zon naar voren. De ondergaande zon, waarbij de stralen van de zon dus onder een betrekkelijk kleine hoek t.o.v. de horizon vallen, brengt ook weer het eigenaardige verschijnsel van de vliedende schaduw, van het plotseling bewogen lijken van de gehele omgeving. Een intensifiëring van bestaan, van levenskracht in die omgeving volgens uw idee, maar ook van beweging. Al deze dingen staan in direct verband met het in elk mens berustend contact met het astrale. Denk niet dat u alleen daarom astraal zult zijn ingesteld, want de astrale wereld benadert praktisch iedereen. De hogere werelden zijn slechts bereikbaar voor hen, die meer geschoold zijn of meer hebben geleerd er op te letten. Wat door middel van die astrale wereld aan verschijnselen gebeurt, noemt men vaak toeval. Wanneer u er echter rekening mee houdt dat toeval in reeksen voorkomt (u zegt altijd al, alle goede dingen bestaan in drieën), dan zult u zich waarschijnlijk ook wel kunnen overtuigen van het feit, dat hier niet alleen maar een wet van kansberekening of toeval een rol speelt, maar dat we hier te maken hebben met andere krachten en waarden. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer u zou gaan spelen (bv. roulette), u dagen zult hebben, dat praktisch elk nummer dat u trekt, uitkomt, of elk vierde of elk vijfde nummer. Een zekere volgorde, een zekere reeks komt daarin voor. Dit duurt een bepaalde periode en daarna keert uw geluk, zoals dat heet. Dan hebt u plotseling niet meer die meer dan normale zekerheid. U wint niet meer, u verliest ook al komt er nog wel een enkele keer een winstje van de tafel af. U kunt het mijnentwege zelf gaan naspelen, u kunt het ook met een kaartspel doen, u kunt het doen met weddenschappen, de meest idiote weddenschappen. U kunt dit controleren. In sommige gevallen schijnt u verder te zien of zuiverder aan te voelen dan in andere. Wanneer u weet, dat u die periode hebt, is het logisch, dat u er gebruik van maakt. Als u merkt dat op een gegeven ogenblik alles wat u zegt eigenlijk een vooruitlopen is op hetgeen komt, zult u ook wel zo verstandig zijn uw gedachten te gebruiken en uw denkbeeld omtrent hetgeen gaat komen ‑ ook al is dat een woord dat je zegt, onmiddellijk om te zetten in een praktische waarde. Deze kwaliteit bezit u allemaal.

U bezit ook een andere kwaliteit en dat is de zgn. reversie. We hebben hier ook te maken met een soort vooruitzien, een soort aanvoelen, een soort voorkennis, een soort aanschouwen van andere vormen zelfs. Maar daarbij zijn deze altijd precies helemaal (maar dan ook uitgesproken) niet waar. Wanneer je merkt dat in een periode elke gissing die je maakt onjuist is, beperk je dan tot die gissingen waarbij twee ten hoogste drie mogelijkheden bestaan. Neem dan de mogelijkheid, die u waarschijnlijk voorkomt, in geen geval. Voor de dames en heren, die dat in de praktijk willen toetsen: wanneer u aan een tramhalte staat, waar verscheidene trams langs komen, probeert u eens voor te stellen welke tram het eerst zal komen. Wanneer u merkt dat u dat op een dag 3 à 4 keer juist hebt geraden, wees dan overtuigd dat ook andere premonities, die u heeft (vooruit schouwende gedachten), een even grote waarschijnlijkheid bezitten. Handel ernaar en het zal u beter gaan.

Ik heb zo-even reeds die astrale sfeer genoemd. Die astrale sfeer grijpt soms heel diep in het menselijk leven in. Zij staat vaak in direct contact met alles wat in de mens behagen of onbehagen wakker roept. Wij vinden dan ook buitengewoon scherpe reacties van uit een astrale we­reld daar, waar overmatig goed of veel wordt gegeten en gedronken. Zodra het woord overmatig erbij komt, kunnen wij er zeker van zijn, dat el­ke astrale reactie die ontstaat slecht is. Wanneer wij zelf nog over on­ze normale vermogens beschikken (we hebben weinig gedronken maar bevon­den ons in een omgeving, waar overdaad althans door velen werd genoten) dan kunnen wij er wel op rekenen dat ons reactievermogen veel minder scherp is dan onder dezelfde omstandigheden in een gezelschap van mati­gen. Dit is geen geestelijk effect, het is een effect dat voortkomt uit het astraal gebied. Wanneer wij sommige dingen doen, al is het bv. een bloem zetten voor een altaar of voor een portret, het al of niet aansteken van een staafje wierook, zelfs het openzetten van de vensters of het strooien van brood voor vogels, dan hebben wij kans dat deze hande­lingen ons wederom in de eerste plaats met de astrale wereld in contact brengen. Want er is een reactie van ons uit. Want al wat uit die astrale wereld voortkomt, werkt niet alleen op onze stoffelijk kenbare wereld, maar ook op het astraal voertuig. Het betekent dat wij ‑ door in onze handelwijzen zorgvuldig zo te kiezen dat er nimmer van overdaad, van een te veel sprake is ‑ een voortdurende goede invloed op astraal terrein verkrijgen. Dat betekent ook dat wij geen overmatige onthoudingen mogen toepassen. Overmatige onthoudingstekorten, etc., brengen weder­om contact met een astrale wereld, die misschien een schijncompensatie schept, maar nooit in staat zal zijn om een werkelijke ervaring aan de geest te geven, zodat deze haar bewustwording verrijkt, terwijl ze gelijktijdig elke schijnbevrediging ten koste van de stoffelijke levens­kracht creëert. Het is dus ook lichamelijk niet goed.

Daarnaast kennen wij in het occultisme de zgn. mededelingen. Ik weet niet of u ze tot het dagelijks leven wilt rekenen, maar ik meen dat ze daarin ook een belangrijke rol spelen, nl. kruis en bord, planchette; daarnaast echter ook kaarten, koffiedik, eidooiers en andere wijzen van toekomstvoorspelling. U moet er rekening mee houden dat al hetgeen van uit de geest wordt verkregen slechts een eenzijdige belichting kan zijn die bovendien geïnterpreteerd wordt door een stoffelijk verstand en niet door iemand die de geestelijke sfeer begrijpt. De conclusie is dat alle aanduidingen die tot daad aansporen, bij een opvolgen voor de geest absoluut schadelijk zullen zijn, waar hier stoffelijke ervaringen worden geboren onder valse verhoudingen en geen werkelijk beleven mogelijk is doch slechts een zich laten gaan, hetgeen stoffelijk schade brengt en voor de geest een verzet tegen overheersing.

Wat betreft voorspellingen, nl dan niet door middel van de instrumenten door mij genoemd, het is zeker dat toeval reeksen ‑ ik heb dat al gezegd ‑ bepaalde overeenkomsten kunnen vertonen. Wanneer wij te maken hebben met een toeval reeks in de kaart of in de verschillende figuren die in koffiedik bv. terecht komen, of zelfs in de eigen­aardige draaiing die wij zien in een ei, dan is hier zeker een sequen­tie van toeval omstandigheden. Maar indien wij deze aanvaarden als noodlot aanduiding, dan schakelen wij elke bewuste ervaring en handeling uit en gaan onderbewust teren op hetgeen ons daar nu eenmaal is gezegd of ons daaruit is gebleken. Het gevolg is dat de geest door gebrek aan actie ervaringen moet missen die voor haar zeer belangrijk kunnen zijn.

Een volgend punt. Sommigen hebben persoonlijke leiders, anderen volgen meer algemene lering. Onthoudt u één ding goed. Zolang het tegendeel niet blijkt, kunt u rustig aannemen dat zowel een geestelijke lei­der als meer algemene leraar vanuit de geest niets anders dan het goe­de met u voor heeft. Maar van uit zijn standpunt, niet van uit het uwe. Wat hij u voorschrijft, influistert, doceert, is het product van zijn ervaring en denken, niet van de uwe. Hieruit volgt dat wij deze dingen als kennisgeving mogen aannemen en als overweging mee kunnen doen gel­den in onze eigen besluiten, maar dat wij het nooit aan de geestelijke meesters mogen overlaten of ons mogen houden aan wat door de geest van Jan, Piet of Klaas eens is gezegd.

Verder kennen wij in het occultisme de zgn. profetie of openbaring. Wanneer de profetie of openbaring volledig eerlijk geschiedt, is het niet zeker dat zij zich volledig zal vervullen volgens menselijke interpretatie. Er is weer sprake van een bewustzijnsverschil. Verder wordt een dergelijke interpretatie gegeven in overeenstemming met de wetenschap van de mensen op een bepaald ogenblik, hun begripsvermogen, hun emotionele instelling en hun morele opvatting. Hieruit volgt dat elke profetie, elke openbaring a.h.w. veroudert, tenzij zij tot een levend bestanddeel wordt gemaakt van eigen denken en weten. Dan vormt ze zich nl. in het bewustzijn mee om. Vastgelegde profetieën ‑ of die nu zijn van Nostradamus of van de profeten uit het Oude Testament ‑ vastgelegde openbaringen, of ze nu Koran heten of Evangeliën of de Bhagavad Gita misschien zijn alle slechts vastleggingen die een zeer persoonlijke interpretatie en beleving vergen, voordat zij hun ware inhoud kunnen prijsgeven. Laat u dus a.u.b. nooit verleiden de leringen van anderen letterlijk aan te nemen. Maar probeer steeds door eigen beleving een geloof en een overtuiging te krijgen. Doet u dit, dan zult u daardoor de voor u noodzakelijke harmonieën scheppen tussen stof, de verschillende voer­tuigen en de ziel, met als gevolg dat het geestelijk bewustzijn een zeer snelle, grote en vooral harmonische uitbreiding ondergaat.

En dan nog een laatste punt. Wij hebben in deze cursus ettelijke malen gesproken over genezing en dan wel speciaal geestelijke genezing. Onthoudt u daarover het volgende: ons eigen geloof, ons eigen vertrouwen en onze eigen bereidheid tot helpen zijn altijd bepalend voor de resultaten die wij zullen behalen. Want wij zijn het schakelpunt in deze wereld op het ogenblik dat wij handelend optreden, nooit iemand anders. Voor de geest is het goed dit werk te doen, mits het gebeurt uit eigen innerlijke zekerheid. Zolang het eerder een soort van volbrengen van een geopenbaarde taak gaat betekenen, heeft het weinig of geen waarde voor het bewustzijn en zullen bovendien de krachten die aan het werk worden gesteld, vaak niet de krachten zijn die het beste geschikt zijn om te genezen.

Wanneer u al deze punten wilt overzien en daaruit zelf uw conclusies trekken, zullen wij in de volgende onderwerpen ongetwijfeld het gehele leven als een voortdurende bewustwordingscyclus kunnen zien, waarin wij door ons eigen realistisch en praktisch denken en handelen, met begrip omtrent de waarde rond ons, veel meer baat kunnen behalen , dan we oorspronkelijk ooit voor mogelijk hadden gehouden.

Noot

Bij een nagaan van de opgegeven experimenten zal u blijken dat er steeds wederkerende ritmen van dagen optreden, waarin u wel slaagt en waarin u niet slaagt. U zult ontdekken dat er bepaalde perioden van vitaliteit worden afgewisseld met een zekere lusteloosheid, slapheid. U zult ontdekken dat ziekteverschijnselen voor u bij voorkeur in bepaalde perioden optreden, terwijl andere perioden juist genezing met zich brengen. Er is een zeker ritme dat al uw levensfuncties beheerst, niet alleen van uit zuiver stoffelijke basis of astrologisch berekend, maar ook van uit geestelijk standpunt. Wanneer u kunt, is het goed voor uzelf het volgende vast te stellen.

In de eerste plaats de zgn. 3‑daagse cyclus, waarin u langzaam maar zeker tot een top komt en weer van de top tot een minimum gaat. Het verloop van top tot top bedraagt in zo’n geval ongeveer 6 dagen, maar kan voor enkele individuen zelfs 41/2 dag of 71/2 dag bedragen. Rekening houden hiermede, het noteren hiervan, maakt het mogelijk de toppen van bewustzijn volledig uit te buiten, de toppen van reactie evenzeer.

Wij kennen verder een zgn. 14‑daagse reactiecyclus, waarbij wij een afwisselend groeien en dalen van vitaliteit zien. Dit is zuivere levenskracht zonder meer en staat niet in verband met mentale processen. Probeer altijd in de periode van hoogste kracht zoveel mogelijk af te wikkelen. Deze perioden staan weliswaar in verband met de maan, maar kunnen voor eenieder verschillend liggen, zodat het niet met zekerheid is te zeggen of nu werkelijk een afnemende maan, voor u een afnemen van krachten betekent. In vele gevallen is het zelfs het tegendeel. Het is duidelijk bewijsbaar.

Houdt u dan bovendien nog rekening met de zgn. 4‑maandse cyclus. U zult ontdekken dat u in elke 4 maanden een top krijgt van ongeveer 15 tot 20 zgn. gelukkige dagen. In deze dagen beschikt u over een meer dan normaal vooruitzien. U reageert juist en snel en hebt vaak uw maatregelen reeds getroffen, voordat de noodzaak daartoe kenbaar was. Probeer ook deze fase vast te stellen. Er zijn er gemiddeld ongeveer drie per jaar. Gebruik deze perioden om datgene te volbrengen wat voor u werkelijk noodzakelijk is. Omtrent de cyclische verschijnselen verwijs ik verder naar wat in vroegere lezingen is gezegd.

De doofpot

Een doofpot met een deksel erop staat

haast in ieder huis. Dat, wat in ‘t “ik”

je niet bevalt, voelt zich in die

doofpot wel thuis. Dat, wat je niet

wilt verstaan en wat je niet wilt

begrijpen, doe je in de doofpot, snel.

Want anders wordt ’t conflict te fel en

zou haast nood gaan lijken.

Een doofpot bestaat er ook voor de Staat.

Een doofpot ook voor het geloof.

Een doofpot bestaat er voor het “ik”.

En alle tezaam tonen zij aan:

Men durft niet eerlijk tegenover zich zelve te

staan, wanneer het om werkelijkheid gaat.

Dan is men belast met vele problemen, die

soms naar absurde obsessies zwemen.

Dan wordt de doofpot een waangeloof, waarin

men eigen fouten wil maken tot schuld van

anderen en van de wereld.

Men moest zich toch van die doofpot beroven en

leren in de zin van het zijn te geloven, te

beseffen dat het volbrengen van plicht het

belangrijkste is, dat er bestaat. Alleen zo

hervind je in de zielen het licht, dat de

doofpot van waan doven laat