Bewustwording

8 oktober 1979

De gast van vanavond is waarschijnlijk een beetje een wonderlijke figuur voor u. De man is nog niet zo erg lang dood.

Hij sliep onder de bruggen en vond de goedkoopste drank beter dan de grootste luxe. Gelijktijdig echter iemand die een enorme filosofische diepte had en die betrekkelijk snel in de geest is opgeklommen. Hij is nu ruim een eeuw dood en in die tijd heeft hij het behoorlijk ver geschopt.

Zijn problemen – want zo mag je ze wel noemen – liggen allemaal op het terrein van de mens. De godheid. De kern. Nu kan ik daar natuurlijk heel veel over vertellen, maar dat kan hij beter zelf doen.

Ik zou u graag een kleine opfrisser willen geven en u duidelijk willen maken hoe we de zaak ongeveer bekijken.

De mens kun je indelen in drie hoofdbestanddelen:

  1. De stof – het lichaam.
  2. De geest – het totaal van de besefswaarden.
  3. De ziel of de kern – de goddelijke waarden die in een mens bestaan. Wanneer we een samenwerking zien tussen twee van deze factoren, onverschillig hoe, dan ontstaan er naar buiten toe projecties. Het antwoord op deze projectie is de bewustwording.

De situatie waarin je kunt verkeren is b.v. dat je te maken hebt met de wereld, maar dat de wereld niet kan beantwoorden aan het ideaalbeeld dat je in jezelf draagt. Op het ogenblik dat je dat ideaalbeeld toch in de wereld waar wilt maken verlies je het eigenlijk in jezelf. Je hebt er geen beheersing meer over en je kunt het ook niet meer als maatstaf gebruiken.

Ga je echter van het ideaal in jezelf uit om voor jezelf de meest juiste evenwichtigheid te vinden en ga je gelijktijdig uit van de werkelijkheid zoals de wereld die biedt, dan projecteer je je idealen zo ver dat mogelijk is in de werkelijkheid en leer je ze aan de hand van die werkelijkheid beter beseffen.

Wanneer dit gebeurt hebben we te maken met een bewustwording en een bewustwording kan zelfs uitlopen op iets, wat men dan heel vaak inwijding of iets dergelijks noemt.

Nu moet je tegenwoordig met wijdingen heel erg voorzichtig zijn. De paus heeft ook al gezegd: eens priester, altijd priester en dat zou betekenen: eens ingewijd, altijd ingewijd. Maar als je ingewijd bent en het besef wordt te wijd voor je mogelijkheden dan zit je er toch wel mee in, dacht ik. Dus u moet maar proberen om inwijding te zien als een betrekkelijk proces. Ik hoop niet dat u me dat kwalijk neemt.

Inwijding is niets anders dan het leren toepassen van de waarden die in de ziel bestaan, ook wanneer ze in de geest nog niet volledig omschreven zijn in het totaal van de uitingen van die geest via al haar voertuigen en eventueel de stof. Het blijft een wisselwerking.

Wanneer ik de diepste kracht van mijn innerlijk, de Goddelijke kracht, hoe dan ook tot uiting breng in de wereld buiten mij, dan is het resultaat daarvan dat iets van die Goddelijke waarden buiten mij ook kenbaar wordt. Het is een verschuiving van factoren in de wereld waarin je leeft. En het is wel heel erg duidelijk, dacht ik, dat je daarmee ervaringen op zult doen. De uiting van de diepste kern betekent realisatie van de waarden die in de diepste kern van je wezen bestaan.

Maar we zijn er natuurlijk nog lang niet want een mens heeft van alles. Het grootste besef wat de moderne mens heeft is datgene wat hij nog niet heeft, en waarvan hij meent dat anderen hem dat zouden moeten geven. Wat dat betreft zien we dat geestelijk ook nog weleens gebeuren.

Wat je in wezen hebt als diepste besef openbaart zich in de dagdroom; in de fantasie. Noem het maar rustig zo. Eventueel in geestelijke belevingen, waarvan bepaalde sporen kunnen achterblijven in het waakbewustzijn.

Nu is dit een wereld, die bij de kern van de mens een veel grotere rol speelt dan men over het algemeen aanneemt. Het is niet alleen maar een bewustzijnskwestie. Het is vooral een kwestie van energieën. Van evenwichten die opnieuw bepaald worden. Van gerichtheden die ontstaan ook al weet je zelf nog niet waarom.

Een mens die met de innerlijke kracht werkt wordt op een goddelijk doel georiënteerd zoals een kompasnaald op het noorden. Die kompasnaald weet ook niet dat daar het noorden ligt. Hij weet alleen, dat dit voor die kompasnaald de enige juiste stand is. (Als die naald tenminste bewustzijn zou hebben en dat heeft hij maar heel beperkt, want hij heeft alleen moleculaire gerichtheid.)

Voor ons geldt dit dus ook. Wij oriënteren ons bewust of onbewust op dat deel van de goddelijke werkelijkheid dat in ons is. Naarmate wij bewust of onbewust een sterker beroep doen op de kernwaarde ons wezen zal de gerichtheid, die voor ons ontstaat, daaruit sterker worden. Dat kunt u denk ik ook aannemen.

Wat ik u probeer duidelijk te maken is dat we alles, wat uit die grootste kracht komt, eigenlijk eerst moeten fragmenteren voordat we het kunnen zien.

In de zon kijken betekent blind worden. Als het zonlicht gebroken wordt door een regenwolk kun je er wel naar kijken en dan zie je zelfs de regenboog. Je ziet a.h.w. de bestanddelen waarin het uiteen kan vallen.

Voor ons geldt geestelijk hetzelfde. Wanneer we bezig zijn met die innerlijke kracht kunnen we haar nooit volledig of bewust beschouwen of benaderen. Maar wat we wel vaak kunnen zien is hoe zij op ons inwerkt. En laten we dat dan maar eenvoudigheidshalve fantasie noemen. Het is in ieder geval geen landje dat aan de redelijkheid van de mensen beantwoordt en het is zelfs geen sfeer, waarin je alles logisch kunt benaderen. Maar het is er wel.

Wanneer wij de innerlijke werkelijkheid gebroken zien, dan zien wij een groot aantal verschillende trillingen of kleuren. Wanneer het ideaal is zien we het als een soort poort waar we doorheen kunnen gaan.

Is het minder ideaal dan zien we waarschijnlijk één of twee kleuren bijzonder scherp. Andere kleuren veel minder scherp. We hebben dan een kleurvoorkeur en we kunnen aan de hand daarvan weer gaan vertellen dat we behoren tot een bepaalde kleurstraal. Daarnaast kunnen we nog zeggen, dat er gradaties in zijn. Ook dat kunnen we dan weer een straal noemen. Die stralingen waar het nu om gaat moeten we dan eigenlijk maar voor onszelf bepalen.

Misschien denken we dat een ander tegen ons zegt: “Hé, luister even. Geachte aanwezigen, luister even goed: “Hedennacht om 23 uur 27 gaat u over van de derde straal naar de tweede straal en enkelen kunnen overgaan naar de vierde straal.”

Nou, dat kan natuurlijk wel, maar dat wordt nooit zo gezegd. Wanneer wij het in ons menen te vernemen – en dat is een belangrijk punt – is er geen sprake van een uitspraak die door anderen wordt gedaan of een kracht die door anderen wordt uitgeoefend. Er kan van buitenaf een stimulans zijn. Van: “Besef nou eens even waar je op het ogenblik aan toe bent.” Maar dat is alles. De formulering, de uitdrukking en de beleving zijn geheel eigen. Ze zijn inherent aan uw eigen wezen.

Wanneer je begrijpt hoeveel er eigenlijk allemaal in je eigen wezen ligt, dan vraag je je weleens af hoe het kan, dat we dan toch altijd weer belevingen en uittredingen hebben. Dat we kontakten hebben met de geest en wat dies meer zij.

De werkelijkheid van het contact tussen mens en geest, tussen geest en geest enz. zou je het best kunnen omschrijven als een onderlinge afgestemdheid. U kunt een geestelijk signaal ontvangen op het ogenblik dat u door uw persoonlijkheid hoe dan ook een harmonische vormt met de eigen inhoud en energie van die geest. Is die er niet, dan is geen contact mogelijk.

Het is in de geest mogelijk om, wanneer je twee verschillende harmonische mogelijkheden hebt, te transformeren. D.w.z. dat je de boodschap opneemt in een harmonisch verband en omzet in een andere harmonische straling waardoor anderen daaraan deel kunnen hebben. Dat is één van de dingen waardoor b. v. in Zomerland leringen worden verstrekt. Dat is vaak met zo’n soort vertaling. Ook voor u op aarde kan het een rol spelen.

De mensen hebben over alles op aarde een zeer eigen opvatting, dat weet u. “Dat hoort wel en dat hoort niet.” Voor sommige mensen zijn werkgevers “vies”. Anderen vinden stakers vies en zo ga je maar door. Dit is goed en dat is kwaad. In werkelijkheid is het helemaal geen kwestie van dit is goed of dat is kwaad. Het is gewoon een kwestie van harmonie.

Wanneer iemand is ingesteld op een perfectie van orde en hij kan zich daarvan niet losmaken zonder gelijktijdig bang te zijn voor zijn eigen innerlijk evenwicht, dan zal hij alles veroordelen wat dat evenwicht buiten hem dreigt te verstoren. Of dat nou de mensen zijn die vechten bij voetbal, stakers in een haven of misschien vreemdelingen die hun eigen gewoonten hier in Nederland wensen te beleven. Het is dus eigenlijk allemaal een kwestie van selectiviteit.

Elke mens maakt een aantal levens door. Ik neem aan dat iedereen dat weet zodat ik niet verder hoef uit te wijden.

In elk leven heb je bepaalde mogelijkheden om iets van hetgeen in je leeft te uiten. Je zou kunnen zeggen, dat de geest bepaalde mogelijkheden heeft om de innerlijke kracht, de zielenkracht te vertalen in stoffelijke waarden en werkingen.

En nu is er iets eigenaardige. In elk leven maken wij een bepaalde bewustwording door. Die bewustwording is – of we het toe willen geven of niet – in wezen eenzijdig. Ze bevat altijd een bepaald deel van de werkelijkheid. Zij is gebonden aan een bepaald deel van de kosmos en kan slechts reageren op bepaalde delen van de goddelijke kracht. Ook de kracht die in de mens zelf is.

Elk leven kan gericht zijn op een andere harmonie. De ervaring, het bewustzijn van elk leven blijft – zeker zover het deze harmonieën betreft – bewaard. Dat ligt in de geest. Daaruit kun je de conclusie trekken, dat naarmate het aantal levens vruchtbaarder is geweest qua bewustwording, op steeds één terrein er een geest ontstaat, die steeds meer waarden van de ziel kan vertalen in de termen van de huidige harmonische mogelijkheden.

Nu is mens-zijn eigenlijk een confrontatie van het bewustzijn van de geest – dat in zich ontzettend plooibaar is, een soort fantasiewereld – met een schijnbaar aan vaste normen gebonden wereld. En nu ga ik toch even stelen van onze gast van zo dadelijk. Dat merkt u dan wel, maar ik heb het erbij gezegd, dus het is eerlijk.

Wanneer je in de innerlijke wereld een voldoende bewustzijn verkrijgt zal je heel vaak komen tot een verwerping van alle normen en regels die buiten je bestaan. Dat doe je in overeenstemming met je eigen behoefte en je eigen instelling. Je kunt b.v. zeggen: “Ik word een heilige.” Er zijn veel mensen die dat zeggen, maar er zijn er maar weinig die het waarmaken.

Je kunt b.v. als Franciscus alles van je afstoten en zeggen: Ik blijf binnen één beeld leven. Daar doe ik dan alles mee. Of je kunt doen als iemand die de hele wereld eigenlijk niet meer lust. Zo’n drop-out. En zeggen: die wereld interesseert me niet meer; ik ga het doen vanuit mijzelf. Zolang je dat kunt is dat allemaal aanvaardbaar.

Maar je kunt natuurlijk ook zeggen: ik aanvaard de wereld als een samenstelsel van regels, maar ik erken die regels voor mijzelve alleen dan van toepassing, wanneer ze volledig in overeenstemming zijn met de bewustzijnsinhoud en de krachten die ik in mij draag. En dat laatste is dan de beste oplossing.

Bovendien zitten we op het ogenblik nog in een andere tijd ook. U heeft het misschien gemerkt; de tijden zijn aan het wisselen. De wereld heeft ook veel moeilijkheden, vooral de mensheid. Je zou kunnen zeggen dat de mensheid in de overgangsjaren zit.

We zullen in deze tijd allerlei facetten van de persoonlijkheid zien veranderen, ook in de materie. Want om een harmonische mogelijkheid in de materie te behouden moet je ofwel de hele geest afsluiten, maar dan word je niet meer bewust en heb je niets aan het stoffelijke bestaan, ofwel je moet de waarden die in je zijn a.h.w. zodanig toepassen op die wereld, dat jijzelf in je relatie tot die wereld verandert. Daardoor draag je gelijktijdig bij tot een verandering van die wereld. Maar je zou het misschien toch nog anders moeten bekijken.

Wanneer ik bepaalde krachten in mijzelf activeer ga ik mede bewustzijnskrachten van de geest activeren. Deze worden dan deels overdraagbaar naar het stoffelijk bewustzijn. We noemen dat dan paranormale begaafdheid of helderziendheid. Geef er maar een naam aan.

Naarmate een mens zijn geestelijke gaven meer gaat gebruiken zal dit geestelijke deel, dat hij dan in zijn wereld gaat inbrengen, meer de norm worden van zijn beleving. Het is dan mogelijk in je wereld een harmonie te vinden, waarin niet alleen maar de contrastuiting in de stof bestaat, maar waarin bovendien geestelijke waarden in de stof niet alleen kenbaar worden gemaakt, maar ook gelijktijdig worden gehanteerd. De betekenis van de stoffelijke wereld kan daardoor veranderen en wanneer dit gebeurt zal de ervaring scala, d.w.z. het aantal harmonieën dat in een stoffelijk leven bereikbaar is, toenemen.

Ik stel nu maar een aantal dingen, want anders wordt het helemaal vervelend.

  1. Goed en kwaad zijn waarden, die alleen in en vanuit jezelf bepaald kunnen worden.
  2. Harmonie is alleen een ervaring. Zij kan niet worden omschreven in nuchtere menselijke termen. Ze kan niet alleen ontleend worden aan emotionaliteit zonder meer.
  3. Het geheel van de bewustwordingsprocessen verruimt zich naarmate het ik in grotere conflicten komt met de eigen wereld en gelijktijdig daarbij in het conflict zichzelve overwint tot een aanpassing bereikt is.

Over deze punten moet u maar eens nadenken. Wanneer u daarmee bezig bent wordt u ook geconfronteerd met de vraag: “Wat is waar?”

Er zijn veel mensen die zeggen: “Er is maar één geopenbaarde waarheid.” Dat is net zoiets als iemand die zegt: “Er bestaan koeien. Koeien zijn eetbaar. Ze zijn maar op één manier te bereiden.”  Maar heel vaak doe je t.a.v. het leven of het inderdaad zo is.

Je zegt: “Het is één geheel.” Neen. In het leven verandert het samenspel van de tijd, van de ruimte én de harmonie. De harmonische mogelijkheid die bestaat. Er is een voortdurende verschuiving – in stoffelijke termen gezien dan – van goed en kwaad. Maar er is ook een voortdurende verschuiving van mogelijkheid. Datgene wat voor u vandaag de hoogste inwijding kan betekenen kan morgen onbelangrijk, profaan en stuitend zijn. En omgekeerd.

Onze vriend, die zo dadelijk door gaat komen, heeft een leven gehad wat zeker in bepaalde fasen voor u allemaal asociaal, stuitend en allesbehalve goed was. De man deed het wel allemaal op een koopje maar hij probeerde niets te missen van de mogelijkheden, die de goede God had geschapen voor iemand die zijn vrijheid liefheeft.

Hij werd buitengewoon snel bewust. Waarom? Omdat hij in de ervaringen niet alleen geprobeerd heeft zichzelf uit te drukken, maar gelijktijdig heeft geleerd wat de wereld antwoordde.

Onze hele inwijding, onze hele bewustwording is een dialoog tussen ons en het andere. Al datgene waarvan wij ons in onszelf bewust worden bestaat wel buiten ons, maar we moeten het eerst vinden.

Wanneer ik in mijzelf het hoogste innerlijke licht gevonden heb kan ik er niets mee doen, tenzij ik dat licht buiten mij kan vinden. Vanaf dat ogenblik is het geheel van mijn innerlijke kracht duidelijk kenbaar geworden in de wereld buiten mij. Ik kan dan de waarden die in mijzelve het diepst en het hoogst zijn plotseling volledig gebruiken in de wereld, terwijl ik alle mogelijkheden daarvan volledig kan ontplooien. Je kunt het natuurlijk ook in stukjes en beetjes doen. Dat doen de meesten van ons. Een oude term die u misschien kent is: de trappen van inwijding. In tegenstelling tot de esoterische benadering van de politiek. Daar is het trappen achterna. Maar een trap van inwijding, het zegt het al, betekent stapje voor stapje.

Nu denken de meeste mensen: ik ga steeds hoger. Dat dacht je, Nee, je wordt steeds wijder. Dat weet u ook. Wanneer ik steeds meer dingen in mijzelve kan begrijpen, kan aanvaarden en verwerken zonder dat ik daarbij voor welke reden dan ook of om welke oorzaak dan ook in ga tegen mijn eigen besef van hoogste goed, maak ik een inwijding door. Dat weet u ook allemaal.

Wanneer er nou eindelijk eens wat belangrijks komt? Nou, dat komt misschien ook nog wel. Je moet nooit vergeten te hopen. U weet, een mens heeft hopen ellende en als hij dan zelf niet hopen kan wordt zijn ellende nog hopelozer. Je zou de mens wat dat betreft soms een geestelijk laxeermiddel willen voorschrijven.

Hoop is niets anders dan een innerlijk beeld, geconcretiseerd in een verwachting. Wanneer ik hoop op de hemel, dan moet er iets bestaan dat die hemel in mijzelf representeert. Wanneer ik hoop op een voortbestaan dan komt dat omdat dat voortbestaan in mijzelf verankerd is. Ik kan de dingen niet allemaal precies ontleden. Je kunt natuurlijk ook hopen dat je eindelijk eens de hoofdprijs in de loterij hebt. Maar dan komt dat alleen omdat je weet dat je de mogelijkheid hebt. De hoop omschrijft de mogelijkheid die wij hebben, maar ze omschrijft niet het resultaat wat we zullen bereiken. Dan is het niet voldoende om te hopen of ergens in diep geloof op te rekenen. Wij moeten datgene, wat wij in onszelf als juist erkennen, voor onszelf zo volledig mogelijk waarmaken.

De meest belangrijke middelen die we daartoe kennen zijn:

  1. Harmonie tussen mensen
  2. Een controleerbare uitwisseling van hogere geestelijke vlakken en de eigen wereld.
  3. Het meegevoel. Iets anders dan medelijden. Medelijden dat is wat iemand heeft die geen meegevoel heeft. Heel gek, maar het is waar. Die mens jammert namelijk met de ander mee opdat hij het gejammer van de ander niet behoeft te horen. Meegevoel hebben we dus hard nodig. Meegevoel is de verbondenheid die we kunnen voelen op geestelijk niveau.

En ja, dan zult u misschien ook te maken krijgen met geesten die u probeert te helpen. Waarom niet? Maar je moet het ook wel degelijk menselijk hebben. U moet begrip hebben voor de mogelijkheid anderen te helpen en u moet er iets van waarmaken.

Wanneer we nl. meegevoel hebben gaan we stukjes uit het leven van een ander opnemen in ons eigen leven. Nu lijkt het of het heel erg ingewikkeld wordt, maar we hebben gelukkig één ding wat u van de wetenschap nooit mag doen, maar wat esoterisch het meest begeerlijke is, namelijk vereenvoudigen!

Wanneer ik te maken heb met de problemen van honderd mensen dan kan ik met hen allemaal meevoelen, maar ik kan geen oplossing vinden, tenzij ik probeer ze te herleiden tot hun essentie. Niet zeggen: wat is het probleem op dit ogenblik. Maar: waaruit komt het voort?

Op dat ogenblik krijg ik iets waar ik mijzelf volledig op kan afstemmen. Dan kan ik een antwoord geven op elk probleem, zonder dat ik elk probleem oplos. Ik geef eenieder iets van de energie, die in mij rust, waardoor elk zijn eigen probleem kan oplossen.

Dat is trouwens datgeen wat je als geest ook doet. Als je bij ons iemand gaat halen na de overgang dan kun je zo iemand ook niet helemaal veranderen en ineens bewust maken. Je kunt hem alleen jouw kracht lenen en stimuleren opdat hij zich bewust wordt van zichzelf en zijn eigen mogelijkheden. Op die manier werk je dus mee en dat is niet alleen in de menselijke wereld of in bepaalde sferen. Dat is kosmisch.

Wanneer je kijkt wat onze vriend heeft gedaan in zijn aardse leven dan heeft hij ongetwijfeld door zijn levenshouding veel anderen de levensvreugde of levensmoed teruggegeven in een milieu, waarin niemand ze eigenlijk meer kan vinden. Hij heeft zichzelf niet willen ontworstelen aan het milieu, maar hij heeft vele anderen daartoe de gelegenheid gegeven. Hij heeft zijn eigen bewustwordingsprocessen mentaal niet in zichzelf verwerkt. Dat was zijn nadeel. Maar hij heeft zijn zielenkracht wel degelijk aangesproken en daarmee gewerkt.

Het is voor u niet zo belangrijk dat u u volledig en altijd bewust bent van alles wat geestelijk in u bestaat, want het komt toch wel naar buiten. Maar wanneer u zich niet bewust bent van de zielenkracht die in u schuilt zult u in uw mogelijkheden onmetelijk meer beperkt worden. De wereld wordt kleiner. Het begrip is er soms bijna niet. Je bent voortdurend meer met jezelf bezig.

Wanneer je de zielekracht in jezelf kunt gebruiken zal elke waarde, die hierdoor in jezelf ontstaat, later in het geestelijk bewustzijn volledig aanwezig zijn.

Er zijn mensen die op aarde grote dwazen blijken, omdat ze voortdurend leven uit hun innerlijk licht en kennelijk hun verstand en begrip niet gebruiken. Maar wanneer die mensen overgaan blijkt opeens, dat de uitwisseling die tussen de ziel, de zielenkracht dus en het andere heeft plaatsgevonden, hun eigen bewustwording zodanig heeft verruimd, dat ze geestelijk zeer snel een grote wereld kunnen betreden.

Ik had u nog meer willen zeggen, maar de grote moeilijkheid is, dat ik dan last krijg met de stembanden en vele andere zaken. U zult me vergeven wanneer ik het hierbij laat.

De Gastspreker

Excuseer me voor het taalgebruik. Een andere taal geeft moeilijkheden.

Ik heb gehoord, dat men mij heeft voorgesteld als een clochard. Het kan zijn, maar zij hebben niet verteld, dat ik ook meester in de rechten was. En pas een meester in de rechten begrijpt hoe het grootste recht bestaat waar de mensen geen rechten schijnen te hebben.

Mensen zijn wezens die zich vastklampen aan gewoonten. Aan begrippen. Zij denken dat ze het gemaakt hebben wanneer iedereen beleefd buigt. Naar een mens kan pas een mens zijn wanneer hij alles, wat in hen bestaat, in zijn leven terug kan vinden.

Nu ik dood ben – en wat dat betreft opgeruimd van de armen – ben ik eigenlijk pas gaan leren. En ik heb een paar dingen ontdekt, die de reden schijnen te zijn voor het feit, dat ik hier als gast mag spreken. In mijn vroegere toestand had u mij niet over de vloer willen hebben.

Bewustzijn is zoiets als liefde. Je kunt er geen naam aan geven, maar je wilt het niet kwijt. Je zoekt het overal, maar je kunt het niet vinden. En als je denkt dat er niets meer komt dan is het er.

De strijd om steeds meer te leren betekent heel vaak dat je door de verhoging van de potentie van je hersens, de potentie van je ziel kwetst. Het is niet dat, wat je weet, wat belangrijk is. Het is belangrijk wat je bent. En wat je bent is nog niet eens zo belangrijk in zijn vorm, maar in wat je bent tegenover anderen, voor anderen. Wat je van anderen begrijpt in jezelf.

Zolang je een ander benijdt, kun je nooit jezelf zijn. Zolang je probeert om het leven van een ander te bepalen is het je niet mogelijk om te erkennen wat je bent. Als je helemaal niets meer hebt sta je dichter bij jezelf dan wanneer je alles hebt.

Toen ik pas dood was had ik maar één klacht: er was geen goedkope wijn te krijgen. Tot iemand zei: Probeer eens te kijken of je een beetje licht in jezelf kunt vinden. En dat was beter dan goedkope wijn en beter dan dure. Zelfs de beste jaargang Mis au Chateau etc. is niets vergeleken bij dat beleven van het licht, dat in je is. (Ik vertel het maar zoals het mij overkomen is. Wilt u andere dingen horen, wacht tot de volgende keer, dan komt er een andere gast) Maar voor mij: een beetje licht; een champagnegevoel in mezelf.

Ik had nooit gedacht dat ik de lente nog zou voelen. En ik heb ze gevoeld en pas nadat ik dood was. Gek eigenlijk! De lente verandert alles. ’s Winters als je het Bois de Boulogne ziet, vergeet het maar. Een hoop ellende waar alleen verliefden zich thuis voelen omdat ze niet zien hoe het er buiten hen uitziet. Maar wacht tot de lente komt. Eén droom van allerlei kleuren goud en groen. Eén melodie op de achtergrond waarbij je niet eens weet of het nu de vogels zijn die zingen of de engelen.

Dat gebeurde er bij mij. Het werd van winter lente. Mijn hele wereld had andere kleuren en het gekke is dat die kleuren spraken. Ja, niet spreken met woorden. Woorden vallen me toch al moeilijk. Als er één ding is dat God de mens niet had moeten geven dan is het de spraak. Als je hoort wat ze zeggen en kijkt wat ze bedoelen, word je er geen wijs meer uit.

Maar goed; kleuren spreken. Een melodie misschien of een droom die je krijgt. Een paar gedachten die naar je toekomen. En dan wordt het lentegevoel groter.

Ik weet dat in de wereld de lente zomer wordt. Het prille verdwijnt. Maar het gekke is: in de sferen niet. Daar wordt de lente groter. Er komen steeds meer variaties waarop je gewoon moet antwoorden zonder woorden. En voor je het weet ben je een hele wereld geworden. Maar pas als je in die wereld bent ontdek je dat in die kleuren ook mensen zitten. Heel gek. En je ontdekt dat die kleuren vroeger ook bestaan hebben op de wereld.

Ik heb een dame gekend – ze zag eruit als wat anders hoor – maar ja, het was echt een dame in al haar vodden. Als je die ontmoette dan was het net of er eventjes iets veranderde. Dan kon je op de kade beter zitten dan in de chicste salon. En vergeet niet: ik heb er vroeger in gezeten. (U hebt mijn mama nooit gekend. U ziet, er zijn soms zegeningen. Ook voor u. Het was een schat van een mens, maar ze had alleen de kist altijd op slot. Ze bedoelde het goed, maar het kwam er niet uit. En als het eruit kwam, dan kwam het er verkeerd uit. Een van de redenen dat ik van de rechten naar de rechtelozen ben gegaan.)

Kijk, die voddenvrouw had een glans, net als water waar een zonnestraal overheen strijkt. Je weet het niet precies, maar het is er. En dan is het net of dat licht tovert. Na mijn dood heb ik pas begrepen wat zij aan anderen gegeven heeft. En dat, wat zij mij gegeven heeft, heeft mij rijk gemaakt. En ik mag nu achteraf constateren, dat ik voor veel van mijn lotgenoten ook zoiets ben geweest.

Even een schittering van de zon in grauw water; dat is het licht zoals je het op aarde ziet. Maar als je dood bent is het onbeperkt. En dan ga je nadenken.

Nou ja, denken. Ik zou dit misschien beleven moeten noemen. Dan kun je zien hoe al die dingen in elkaar zitten. Niet met rede. Je kunt niet bewijzen of er wel of niet een heilige geest is. Maar ik kan wel zeggen dat er een glinstering is waardoor je alles begrijpt, zelfs wanneer je het niet weet.

Ik heb begrepen dat er een kracht is, waardoor de wereld liefde wordt. Zelfs als je eigenlijk niet eens weet hoe je liefde moet schrijven, bij wijze van spreken.

Toen ik eenmaal in die lichtjes thuis begon te raken ontdekte ik dat je eigen ziel of je eigen geest of je wezen, hoe moet je het noemen, met het licht meedrijft. Ik ben niet alleen de beschouwer, maar ook het aanschouwde. Je bent niet alleen maar de waarnemer, maar je bent ook het gebeuren. In het begin is dat verwarrend, totdat je begrijpt dat alles eigenlijk samenvloeit.

Is uw wereld klein? Dan moet u eens proberen te kijken wat er in u is. Onmetelijk groot.

De wereld somber? Steek je licht op bij jezelf. Maar als je licht hebt moet je één ding goed onthouden. Licht wordt feller wanneer je het verder geeft. Licht dooft als je het bewaart.

Er is altijd een dienst geweest – dat was bij de Sacré Coeur – voor de modinettes, het vrouwvolk. En als de kerkdienst was afgelopen werd er één kaars aangestoken. En dat vuur werd doorgegeven. Als je dan naar boven keek zag je een hele zee van lichtjes naar beneden komen. Een stortvloed van licht.

U hebt licht in uzelf. Als u geest bent zal u dat nog veel beter beseffen. Elk vlammetje dat door u ontstoken wordt, hoe dan ook, dat verder gegeven wordt, geeft een stortvloed van licht.

O ja, ze zeggen van mij dat ik ingewijd ben. Nou ja, ik heb door slijtage vroeger wel een tonsuur gehad maar dat was zonder wijding. Ik ben nooit ingewijd. Maar ik ben in mijzelf wijder geworden. De wereld gaat open. Grenzen vallen weg. Als je dan ziet hoe gemakkelijk het is voor een mens om juist dat te vergeten, dan zou je daar het één en ander over moeten zeggen.

Op het ogenblik dat u vanuit uzelf, zonder te weten hoe misschien, een ander een beetje hoop geeft, een beetje vertrouwen, een beetje verwachting, maakt u een begin. Niet alleen met het verbeteren van de wereld – daar slaag je toch nooit in – maar je bent begonnen met groeien. Je bent wijder geworden. Je wordt vanbinnen groter. Je kunt meer begrijpen, maar je kunt vooral ook meer voelen. En het belangrijkste is misschien wel dat je valse gevoelens van de echte leert onderscheiden.

Ik heb eens een keer kennis gemaakt met iemand, die op het punt was om dood te gaan. Hij zat een beetje in mijn vroegere levensrichting. De man had alleen één nadeel. Hij was zeer streng katholiek opgevoed, met de hemel op zijn voorhoofd en de hel in zijn achterhoofd. Hij droomde van duivels en was bang. Hij wilde de dood niet zien. Hij wilde niet weten dat hij dood -was. Hij dacht: als ik mijn ogen opendoe en ik ben dood, dan word ik omringd door allerhand heren die met gevorkte staarten, bezig zijn.

Ik heb hem ertoe kunnen brengen te kijken. En toen zag hij dat al zijn angsten alleen maar wanbegrip waren voor zichzelf. Er kan geen hel zijn als die niet ook in jezelf bestaat. Een mens zal daar waarschijnlijk nijdig om worden als je het zegt.

Vroeger had ik een heel goede vocabulaire die ik u – gelukkig voor u – niet in deze taal zonder meer kan overbrengen. Lijden bestaat voor het grootste gedeelte in jezelf. O ja, je lichaam kan lijden, natuurlijk. Maar terwijl je lichaam lijdt kun je de mooiste dromen, dromen. Terwijl de hele wereld je beklaagt kun je de hemel zien openbreken. Je maakt zelf uit wat je bent en wat er gebeurt.

Maar een mens is één wezen van omstandigheden. Er wordt weleens gezegd: ik begrijp nooit hoe die vieze bedelaars brood kunnen eten en andere etensresten uit de vuilnisbak van een ander. Maar kijk, als je honger hebt wordt wat voor een ander stinkt voor jou een kostelijke geur. Het lichaam vertaalt het zelf. Doet de geest ook.

Wilt u nou werkelijk graag bewust worden? Waarom word je het dan niet?

U streeft naar inwijding? Kijk wat je in jezelf hebt. Jullie zijn als rijkaards die met een miljoen in hun portefeuille achter tien sous aan lopen te sjezen. Jullie zoeken het kleine terwijl je vergeet dat je het grote hebt.

Als je in jezelf leert kijken zal je zien, dat die hele wereld van licht en van kracht er is. Dan zie je dat de winter waarin je denkt te leven, alleen maar een eeuwige, steeds fraaier wordende lente is. Dan begrijp je dat alle weten wat je had alleen maar gekrabbelde kanttekening was bij het boek van de waarheid, dat je in jezelf kunt lezen. Dan begrijp je dat al die mooie wetten en regels, die je ooit hebt geschreven of geleerd, niets anders zijn dan een kleine arcering in een tekening van de werkelijkheid.

U bent de werkelijkheid. U bent echt. Niet zoals u denkt dat u bent, maar zoals u innerlijk bent.

Niet wat u zegt vanuit uzelve, wat u allemaal citeert, is zo belangrijk. Maar het is belangrijk wat er in u leeft en wat u op die manier misschien probeert te uiten.

Kijk, iemand die onder bruggen slaapt en soms in de riolen – het stinkt wel maar het is lekker warm – heeft niet veel stem over. Maar als je ze zoals ik hebt zien zitten, om een vuurtje hebt horen zingen met die rauwe rotstemmen en de vreugde hebt gezien die erachter zat, dan begrijp je dat die vreugde het ware was en al het andere onbelangrijk.

In u ligt de kracht van de vreugde. In u ligt een brug als een regenboog, die eindigt in het licht en in de zon. Maar durft u hem te gaan? Dat is de hele vraag.

Kun je je vrijmaken van je illusies en je beperkingen of niet? Als het niet gaat, wees er gelukkig mee. Beter iemand die gelukkig is met zijn dwaasheid dan iemand die ongelukkig is met zijn wijsheid, zeg ik altijd maar. Maar als je gelukkig kunt zijn met een beetje wijsheid dat je hebt, dan kun je gelukkig zijn met een stukje eeuwigheid, dat je bent.

Ik kan me voorstellen dat jullie zeggen: “Ze hadden wel wat anders kunnen sturen dan die oude bedelaar.” Het is allemaal te gewoon. Het moet allemaal hoog en edel zijn.

Als we gaan spreken over de hoogste krachten die torenend oprijzen, denken jullie: daar gaan we naar toe. Maar als je halverwege komt krijg je hoogtevrees en dan val je te pletter. Doe het maar kalm aan. Probeer niet jezelf te forceren; probeer jezelf te zijn. Ga niet achter elke illusie aan die een ander voor je opbouwt of men die nou in de kerk stelt of in een instituut voor filosofen. Gedachten zijn alleen maar het steigerwerk. Maar binnen de gedachte moet de tempel zijn van de geest.

Ik heb het licht gezien. Ik ben er deel van geworden. Mijn wereld is licht. Als mens op aarde zou ik nooit een heilige willen zijn. Iets waar ik God dan voor zou willen danken. Voor de mensen ben ik waarschijnlijk een nietsnut geweest; een kleine onbeholpen zwendelaar, leugenaar enz. Maar ik ben licht.

Ik heb het licht gezien en ik ben deel geworden van het licht. Licht was meer waard dan al het andere. Als ik licht ben, ben ik ook meer waard dan al het andere. Niet om mijzelf, maar om dat waar ik deel ‘van ben.

Jullie zitten hier. Voor hoe lang nog? In de tijd zit al een ijverig ambtenaar jullie overlijdensbericht voor te bereiden, hoor. Voor de één tien jaar, voor de andere twintig misschien. En misschien zijn er ook nog spoedgevallen bij. Het maakt niets uit.

Jullie zitten hier, maar zijn jullie licht? Kun je iets vinden van het licht in jezelf? Kun je even al die denkbeelden opzij laten? Al die sferen die je betreedt even vergeten? Kun je even gewoon maar licht zijn? Kun je je zo licht voelen als een pluisje dat een vogel in zijn overvlucht verliest? Dat ronddwaalt in de wind, zonder te vragen waarheen het gaat? Even vanbinnen je zo zwaarteloos voelen – een ogenblik maar – ja het hoeft niet hoor. Als je wilt mag je op de weegschaal gaan staan. Maar als je dat kunt zeg dan: zo zwaarteloos ben ik door het licht dat in mij is. Geen dood kan dat veranderen. Een heel klein vonkje misschien van het licht. Maar ik ben het licht.

Er is tijd, natuurlijk. Overal is tijd. Maar ik ben een deel van de tijd. Ik ben licht en daarom omvat ik de tijd. Ik berg in mijzelf de historie. In mij schreeuwen de caesars hun machtswoorden. In mij rekenen komende geslachten af met wat zij zien als de dwaasheden van het verleden. Want ik ben het licht. Ik ben tijdloos.

Dood bestaat voor mij niet. Leven bestaat voor mij niet. Alleen een bewustzijn dat niet gelimiteerd is, dat niet ingecirkeld is door allerlei begrippen.

Dat licht leeft in alle verschijnselen. Uit dat licht ben ik alle dingen. En zo lang ik dat licht besef als het in en om me is, al is het maar een enkele keer, is al het andere onbelangrijk.

Ik wou dat het omgekeerde gezegde gold. Niet alleen in vino veritas, maar veritas in vino, dan zou ik jullie onmiddellijk een fles bezorgen. Maar helaas gaat dat niet.

Wat kan ik jullie zeggen? Alleen dit: Jullie zijn licht. Ik ben licht. Wie wil een grens trekken tussen licht en licht? Ik ben een licht dat tijdloosheid kan erkennen en beleven. Daarom is het ook zo voor jullie.

Ik ken de vreugde van een zijn, waarin de daden alleen maar de ijle gebaren zijn van een lofzang die eeuwig is. Jullie zijn deel van de lofzang. Maar ook van de tijdloosheid.

Jullie zien de tegenstellingen. Maar ik zeg u: alle tegenstellingen samen zijn alleen maar één licht in een voortdurende straling en werking. Eén voortdurend spel, waarin het licht even tot kleur wordt en van kleur weer tot licht. Waarin het aangroeit tot het je verteert als een zon. En dan langzaam weer doet schijnen wat bestaat in een ijl licht als dat van de maan. O ja, Clair de la lune en wij misschien Pierrot. Het kan zijn. Maar het licht waarin wij zien is de weerkaatsing van het licht dat we zijn.

Alle kleuren die we beleven zijn niets dan enkele golven, waarin een deel van de werkelijkheid naar voren springt om dan weer te versmelten met die ene werkelijkheid.

Ik zeg jullie dit: wat je ook bent, wat je ook doet, waar je ook gaat, zolang je grijpt naar het licht dat geen vormen heeft en niet probeert alles alleen maar te omschrijven in bedoelingen en bestrevingen zonder meer, zullen jullie licht zijn. Je zult beseffen wat de eenheid van het werkelijke licht is en je zult weten dat licht en licht een onafscheidbare eenheid zijn.

En zolang het niet lukt? Wel, dat is het leven, hè? En als het je leven is, profiteer ervan zolang je niets beters vindt.

Als je gelukkig kunt zijn met kleine dingen: weest gelukkig. Misschien komt er een tijd dat je het grote geluk vindt. Maar weet één ding: zonder de grote kracht zelfs geen klein geluk. Zonder het grote licht: niet de kleinste erkenning. Want het grote licht zijn wij. Hou je daar nou maar aan, dan zal je ontdekken, dat in de salon van de haute chique en onder de brugbomen hetzelfde licht brandt.

In jullie tijd hetzelfde licht als in het verleden en in de toekomst. Er is maar één waarheid en daarvan zijn wij deel.

In het leven zou ik nu de fles rond laten gaan, maar dat moeten jullie nu onder mekaar maar uitmaken, want ik heb geen wijnkelder en ook geen sou. Ik kan alleen maar zeggen: Proost, Santé, veel geluk, tot zien