Blijvende herinnering

image_pdf

18 oktober 1971

Wanneer u op aarde geleefd hebt, dan zijn er een aantal gebeurtenissen met emotionele waarden, die bijna gelijkluidend zijn vastgelegd in het geestelijk centrum van het ik en die ook in het bestaan na de dood een rol spelen. Deze herinneringen zijn – dat moeten wij wel met nadruk zeggen – zeker in de eerste fase van bewustwording fragmentarisch, maar deze fragmenten hebben een associatieve betekenis. Ze kunnen een vergelijking met andere gebeurtenissen en omstandigheden mogelijk maken. Ze bepalen voor een deel de reacties tegenover de buitenwereld en in de sferen zelf bepalen ze ook de wijze, waarop je de geestelijke wereld beleeft. Wanneer u deze herinneringen heeft, dan zal het u duidelijk zijn, dat die niet uit één leven zijn ontstaan.

Er is een theoretische mogelijkheid dat je 20.000 levens hebt geleid. En als we wat praktischer willen blijven, dan zal het bij de meeste mensen wel tussen de 80 en 200 schommelen. Het zal u duidelijk zijn, dat al die levens niet afzonderlijk kunnen worden bewaard. Je kunt dus niet fragmenten uit het ene leven halen en los zien van de fragmenten van een ander leven. Men zou zich kunnen voorstellen dat de beleving van de tijd een soort breiwerk is, waarbij verschillende levens door elkaar heen lopen en het gehele patroon, dat zo zichtbaar wordt, nog niet beseft wordt. Omdat wij slechts fragmenten zien, zullen wij vaak een zgn. schijnleven opbouwen,  waarin elementen uit verschillende incarnaties samen een rol spelen. Het is dus heel goed mogelijk, dat iemand die nu overgaat, ergens rondloopt als een Tibetaanse lama in een zeer modern kantoor, waar buiten een R.K. kerk staat, waar hij regelmatig de mis opdraagt en waar iets verderop een café is, waarin hij zijn gasten bedient.

Het is maar vergelijkend genomen. Voor de entiteit zelf is dat volkomen logisch. Materieel gezien zou het een beetje gek zijn, omdat je je die veranderingen niet kunt voorstellen.

Wanneer je op aarde komt, dan is dit vaak sterk gelaagde en vervlochten herinneringsvermogen van de geest aanwezig in de bezieling van het lichaam. De menselijke psyche omvat dus buiten de normale herinneringen, de prenatale impressies, de instinctwaarden ofwel ras-ingelegde gewoonten, ook nog dit element van een gelaagd herinneringsvermogen.

En dat betekent, dat vooral in de jeugdjaren de reacties bijzonder scherp bepaald zullen worden door die vroegere associaties, Zouden het nu logische verhalen zijn, allemaal levens apart dan is het ook denkbaar dat de mens op een bepaald iets of een bepaalde persoon op één manier reageert. Maar het is bv. denkbaar dat een voorwerp dat in het ene leven een heiligdom is geweest, in het andere leven misschien zelfs de doodsoorzaak is geweest. Er is dan gelijktijdig verering en afschrikking.

U kunt zich voorstellen dat er mensen zijn, die u in verschillende levens hebt ontmoet en die persoonlijkheden hebben bv. de rol gespeeld van moeder, van broer, echtgenoot, secretaresse e.d. en alles  bij elkaar is één indruk.  De indruk, die je van zo iemand hebt, is niet specifiek mannelijk of vrouwelijk, heeft niets te maken met meester-of leraarschap, bloedband op welke wijze dan ook; het is één geheel, waarin de secretaresse bij wijze van spreken geassocieerd wordt met de lering van de meester, waarbij de moederlijke indruk van een ver verleden weer wordt geïmprimeerd a.h.w. in de waardering, die je hebt voor hetgeen iemand brengt. En al die dingen samen beslissen op welke wijze je het leven zult benaderen,

En wanneer je aan esoterie doet, dan ontmoet je op een gegeven ogenblik ook deze herinnering; Maar vergeet niet, dat je die herinnering menselijk niet kunt interpreteren. Je kunt haar niet met je menselijke kennis ontleden. Je kunt haar alleen als een complex geheel ondergaan. En dat impliceert, dat je in jezelf vaak een heel wonderlijke wereld vind. Een wereld, waarin met vuistbijlen een huis. wordt g:ebouwd en een eind verder iemand een auto staat te repareren. Het is maar een vergelijkend beeld..
Die krankzinnige wereld, die je in jezelf ontmoet, wordt door de mens meestal als een droom gezien, maar is, ze dat? Het is in zoverre droom, dat ze een innerlijke realiteit is, die met de zgn. objectieve werkelijkheid rond je niets te maken heeft of althans heel weinig.

Maar het is je persoonlijke werkelijkheid. Je hebt deze geleefd.

Wanneer je haar ontmoet – hoe onredelijk ze ook mag zijn — is ze deel van jezelf. En dan kom je tot een paar wonderlijke conclusies, waarvan ik er u enkele wil voorleggen:

  1. De gedragingen in het heden worden bepaald door een complex geheel van levens in het verleden. Niet door een enkel leven afzonderlijk.
  2. De innerlijke beleving van fragmenten van vroegere levens die mogelijk is, kan niet worden beschouwd als een middel om je volledig bewust te worden van die vroegere levens, wel om een verklaring te vinden voor jezelf. Alles wat op een dergelijke wijze in het ik aan droombeelden, zelfs aan meditatieve beelden ontstaat, is een uiting van het ik.
  3. Ofschoon niemand van u zo eenvoudig is om aan te nemen, dat wat je in het verleden hebt gedaan, in het heden onmiddellijk herhaald zal worden, is het toch duidelijk dat de associaties die aanwezig zijn, hoe onbewust ze in het ik mogen bestaan, altijd weer het gedrag beïnvloeden. De gedragingen van de mensen worden beïnvloed door de fragmenten van levens, die in hen als het gelaagde, gecombineerde – hoe u het noemen wilt – herinneringen van vorige levens bestaan. En dat betekent – als laatste punt dat ik hier wil aanhalen – dat de wijze, waarop zowel de innerlijke wereld als abstracties als God benaderd zullen worden, afhankelijk is van datgene, wat in vorige bestaanstoestanden een grote indruk op u heeft gemaakt.
  4. Op het ogenblik, dat contacten uit het verleden herleven – en dat doen ze regelmatig — zullen wij ons daarvan niet volledig als zodanig bewust kunnen zijn. We kunnen er soms een draai aan geven, maar verder komen wij niet. Echter kunnen wij de herinneringen van vele levens in één leven ontmoeten.

En dat betekent, dat een poging om dat allemaal om te zetten in een hernieuwde stoffelijke realiteit, vaak op grote mislukkingen uitloopt. Dat kan ook niet anders, omdat wij fragmenten van ons eigen bestaan, waarin de ander een rol speelt, interpreteren volgens de emotionele betekenis, die het voor ons heeft gehad. Wat wij vergeten, is dat de andere persoonlijkheden, die eventueel optreden daarbij en de herkenning – als je het zo zou mogen noemen – bestaat, een eigen ontwikkeling hebben gehad. Het verschil in ontwikkeling zelfs in aantallen levens, wordt over het algemeen verwaarloosd. Je komt als mens dan tot allerlei zonderlinge conclusies, dat zal u duidelijk zijn.

Je gaat bv. denken, dat in een vorig leven dit en dat is geweest en dat het voor dit leven absoluut is voorbestemd, Je gaat denken dat al deze dingen – misschien  honderd personen – allemaal speciaal voor jou op de wereld zijn gekomen. Dat is natuurlijk niet waar.  En  bovendien ga je niet werkelijk in op de bindingen, die er kunnen bestaan. Want bindingen ontstaan niet uit de uiterlijkheden van die levens. Dat zijn alleen maar de bevestigingen ervan.

Wanneer ik in een ver verleden bv. 5 à 10.000 jaar geleden een relatie heb gehad met een bepaalde persoonlijkheid in welk opzicht dan ook, als ouder—kind, vriendschap, noem maar op, dan zal ik die misschien in het heden terugvinden.  Ik besef niet, dat hierbij van belang is, dat ik vanuit mijzelf erken. Het is een poging van de mens om naar ik meen magisch te werken, wanneer hij dat verleden wil doen herontwaken in het heden. Je kunt natuurlijk wel proberen om het verleden te laten herontstsaan, maar dan blijkt, dat het verleden door de veranderingen die je zelf hebt ondergaan, zowel als die welke de ander heeft ondergaan, niet meer te benaderen is. Je kunt slechts van moment tot moment verdergaan en daarbij zeggen: Wat ik in mijzelf erken, is waarheid.

En dan bestaat er toch nog iets dat een geheimzinnige magie lijkt, want in die gelaagde herinnering die wij bezitten, deze vreemde vervlochten reeks van allerlei kleine fragmenten van bestaan, vinden wij heel vaak dingen, die in een ander ook bestaan. En dat is belangrijk.

Harmonieën in geestelijk zowel als in magisch opzicht kunnen vaak bepaald worden aan de hand van dergelijke fragmenten daar deze niet in redelijke denkbeelden weer te geven zijn, worden ze herleid tot emoties. En daar beginnen wij dan met een klein regeltje, dat u zich  te binnen kunt brengen, wanneer dat nodig is; bindingen uit vroegere bestaansvormen in het heden herontdekt, geven:

  1. Een gevoel van kennis , van  verwantschap.
  2. Doen details wegvallen. Het is alsof je in een landschap komt, dat je zo goed kent, dat je alleen het geheel nog herkent en aan de kleinigheden voorbijgaat.
  3. Het is heel belangrijk, dat daarbij mogelijkheid bestaat tot wat men wel eens noemt: gedachten-communicatie. Het is het natuurlijk niet werkelijk, maar het is een vibratie, waardoor  personen elkaar kunnen bereiken. En deze vibratie kan dan menselijk gezien het idee krijgen van dromen van elkaar, het doen van mededelingen aan elkaar.

Voor iemand, die wat verder gevorderd is, kan het een telepathisch rapport worden.

Dan denkt men: nu zijn we er. Maar dan zijn we eigenlijk nog nergens. Dan hebben we alleen de oude harmonie doen herontstaan. De vraag is: Welke zin, welk doel heeft die harmonie? In jezelf kun je wel nagaan dat er bepaalde hogere of grotere aspecten zijn, maar die ontleden is moeilijk. De menselijke psyche is nu eenmaal niet zo bijzonder geschikt om allerlei hogere krachten eens even goed te ontleden. Je kunt het misschien het beste zo zeggen: Wat verandert er in mij, maar ook rond mij? Want een dergelijke harmonie betekent gelijktijdig het in geding brengen van alle machten en krachten en mogelijkheden, die in het verleden ook hebben bestaan, t.o.v. het fragment, waarop de herkenning is gebaseerd.

Om het heel kort te zeggen g Wanneer bij twee personen een gelijk fragment in het gelaagde herinneringsvermogen aanwezig is en bij één van hen – het hoeft niet eens bij beiden zijn – herkenning ontstaat, zal hierdoor een resonantie tussen de personen plaatsvinden, waardoor zij, ook zelfs zonder verdere contacten of bindingen, elkanders leven beïnvloeden. De beïnvloedingen zijn redelijk constateerbaar.

Je vraagt je dan natuurlijk af: Wat voor veranderingen? Voorbeeld: Twee mensen hebben een band uit het verleden, Laten wij zeggen uit 1600. Die band van toen was er één van begrip, meester—gezel bv. Beiden ontmoeten elkaar, Hun milieu ligt uiteen. Hun mentale ontwikkeling ligt uiteen enz. Er is een grote afstand, een grote discrepantie, maatschappelijk en mentaal gezien. Psychisch is er echter op grond van dit fragment resonantie. Op het ogenblik dat één van de twee dit erkent, dan zien wij dat zonder dat je precies kunt zeggen waarom of hoe, de krachten uit het verleden weer gaan werken. De gezel zal misschien in dit geval de meerdere van zijn meester geworden zijn, maar de meester is dan nog steeds ergens de raadgever. Van de meester uit kunnen wij verwachten, een ingrijpen waarbij geestelijke of onverklaarbare krachten een rol spelen.

Bijvoorbeeld; Er worden in je omgeving plannen gemaakt, je bent er bang voor en ineens worden die plannen opzij gezet, ze worden vergeten of ze zijn niet te verwezenlijken. Dat gebeurt nogal eens. Aan de andere kant is het duidelijk dat, al is de gezel in dit leven de meerdere van de meester, er toch een zekere verbondenheid is en die verbondenheid brengt dan weer vaak mee, dat zonder het te weten bv. de vroegere gezel het bedrijf gaat steunen, waarin  zijn vroegere meester werkt, zodat die beter kan verdienen. Dat is één van de gekke dingen, die er gebeuren. Ik geef u dit voorbeeld in de hoop dat het u duidelijk is.

Hier is dus de wederkerigheid, gelijktijdig een soort magische invloed en werking geworden en deze magische werking impliceert – want magie en esoterie zijn aan elkaar verwant – dat er ook een wederkerige esoterische inwerking is.

Hoe nu kan dit gelaagd herinneringsvermogen een rol gaan spelen in uw bewustzijn, omdat er toevallig een fragment bij een ander bestaat? Dat is heel eenvoudig. Het fragment dat bij u bestaat, heeft in de ander een afwijkende betekenis. Die beide betekenissen vloeien samen. In heel veel gevallen krijg je dan het idee van een inwijding, een reeks van zorgen en problemen vaak, die je met enige moeite overwint en waaruit je dan ineens komt tot een iets gewijzigde levenshouding, maar gelijktijdig ook een innerlijk anders beleven van je bestaan. En dat is een belangrijk punt. Want hierdoor wordt de  waarheid op een andere wijze en meestal op een meer omvattende wijze toegankelijk. U ziet dat dit vreemde herinneringsvermogen in het leven van een mens een grote rol kan spelen. En daarbij is het niet eens nodig dat je weet dat het bestaat.

Een ander vreemd verschijnsel, dat hiermee gepaard gaat is wel wat wij noemen: de tijdelijke repetitie. De tijdelijke herhaling. Wanneer er een belangrijke brok is geweest in het leven van een mens, dat in die herinnering ligt en bij een ander aanwezig is, dan kunnen kleine fragmenten daarvan, dus niet het geheel, in de omstandigheden die nu bestaan, vervlochten raken. Ze komen dan daarin wel tot uiting, maar zijn zeer beperkt, Ze maken geen werkelijk deel uit van de werkelijkheid waarin je leeft. Ze zijn een ogenblik a.h.w. een verrijking ervan. Vele schijnbaar onbelangrijke incidenten, ingevingen, denkbeelden, illusies, die je hebt kunnen op die manier toch gelijktijdig het verleden omvatten en in het heden een mogelijkheid brengen, mits je – en dat is nu het belangrijke — niet probeert om het fragment onbeperkt te continueren.

En dat brengt ons dan weer tot het volgende punt, nl. de blijvende resultaten. U begrijpt dat dat vreemde breiwerk van herinneringen in het heden niet alleen voor uzelf en voor uw vorming resultaten heeft, maar dat er mogelijkheden bestaan waardoor het gehele leven van een mens en daardoor dus ook zijn bewustwording, zijn innerlijke mogelijkheden en zelfs zijn innerlijke krachten a.h.w. veranderd worden en blijvend een verandering ontstaat, die tenslotte in de objectieve werkelijkheid zijn weerspiegeling vindt. Om te begrijpen hoe dat in elkaar zit, moet u zich eens realiseren dat mensen die een zekere band hebben, vaak in elkaars omgeving of nabijheid plegen te incarneren. Het kan zijn dat mensen zodanig gebonden zijn dat ze 5, 6 of 7 of 100 levens elkaar in steeds weer andere verhoudingen, relaties en omstandigheden ontmoet hebben, Dit betekent dat ze een groot aantal fragmenten gelijk hebben.

Omdat een zo groot aantal fragmenten gelijk is, spreken wij in dit geval niet van gedeeltelijke maar van praktisch totale resonantie.  Dit betekent dat al wat in de ene persoon bestaat, weerklank vindt in wat de ander in zich draagt. En dit omvat niet alleen naar uiterlijkheden, ook al zullen die vaak in het proces een belangrijke rol kunnen spelen, Het gaat hier om innerlijke waarden. En wanneer die innerlijke waarden voldoende samengevoegd worden, dan krijgen we een afronding van het geheel. Die afronding zou ik, geloof ik, het best als volgt kunnen formuleren: Je ziet als persoonlijkheid altijd één zijde van de medaille. Nu ken je beide zijden van de medaille en wel van verschillende medailles van gelijke stof, omdat ze in verschillende levens liggen. Dit betekent dat de verhouding tussen beeldenaar en avers van alle munten beseft wordt. Wij hebben een regel gevonden, die algemeen toepasselijk is en die geestelijk te hanteren is,

Verduidelijking; Wanneer ik alleen de  voorkant van de dingen zie, dan is dat logisch voor de mens zolang hij er voor staat. Als je er een spiegel achter hangt, kun je twee kanten tegelijk zien. Vanuit jouw standpunt is degene, met wie je een praktisch totale resonantie bereikt hebt, de spiegel, Je ziet de andere kant van belevingen. En vergeet niet dat die belevingen emotioneel zozeer belangrijk waren, dat zij in de geest verankerd werden bij beiden. Hierdoor wordt een voller levensbeeld verkregen, maar gelijktijdig ook een grotere benaderingsmogelijkheid voor de innerlijke werkelijkheid.

Hieruit blijkt dat de verbondenheid in het bewustwordingsproces een heel grote rol kan spelen. En ik meen dan ook te mogen stellen dat het gelaagd herinneringsvermogen, dat in de geest bestaat, voor menige mens de sleutels tot verdere bewustwording in zich draagt. Wanneer wij bepaalde banden erkennen en wij wijzen ze af, dan hebben we daarmee, indien de afwijzing innerlijk is – het heeft niets met uiterlijkheden te maken – gelijktijdig voor ons de mogelijkheid tot erkenning a.h.w. opzij gegooid. Maar dan kunnen wij ook de in ons bestaande waarden niet geestelijk verwerken. Maar eenmaal een praktisch totale resonantie aanwezig is, hoe kort dan ook, zal een verwerping van de ander of het andere (het kan ook nog een geest zijn), impliceren dat alle waarden die in de resonantie begrepen waren, in het ik als erkennings – en reactiemogelijkheid zijn uitgesloten.

De consequentie hiervan is, dat hoe wij ook leven en waar wij ook zijn, in welke wereld wij ook bestaan, we de voor ons bestaande bindingen uit het verleden nooit kunnen afwijzen, maar wij moeten proberen ze te plaatsen in het heden, Wij moeten ze altijd proberen in te passen in wat wij nu zijn en wat de wereld nu is. Want ons hele denken, het  bewustzijn, onze bestrevingen zijn niet bepaald door wat er in het verleden is geweest, hoezeer wij het ook zouden denken, maar door wat wij nu zijn, door de werkelijkheid waarin wij nu leven. En elk proces van benadering van een hogere werkelijkheid wordt, zover het de menselijk bewuste benadering betreft, of van een geest in een bepaalde sfeer, een bewuste benadering, bepaald door het bestaan van het ogenblik. Er zijn heel veel mensen, die dat uit het oog verliezen. Je kunt het verleden niet oproepen en doen herleven, zoals je de toekomst ook niet kan oproepen en reeds nu kan doen bestaan. Je kunt wel fragmenten van beide erkennen en die verwerken in datgene, wat je op dit ogenblik bent en  doet.

Hiermee heb ik een onderdeel geschetst van de menselijke psyche, waarover niet al te veel is nagedacht en waarvan niet veel bekend is, naar ik meen. Althans bij velen niet bekend is. Ik zou hieraan een  kleine beschouwing mijnerzijds willen toevoegen.

Verbindingen, die bestaan tussen twee entiteiten, zijn voor hen beiden blijvende resonantiemogelijkheden, onafhankelijk van de vraag of één  van die personen in een sfeer en de ander in een andere sfeer of wereld vertoeft. wel is duidelijk, dat een geest bij een dergelijke resonantiemogelijkheid niet zo scherp en snel volgens de feiten kan reageren en inspireren als iemand, die in de stof leeft. De wederkerige uitwerking is dus het sterkst bij mensen, die samen op aarde bestaan, ook wanneer ze elkaar op aarde nooit gezien hebben of gekend hebben. Aanwezigheid plus innerlijke erkenning is genoeg.

 Maar de krachtsoverdracht — en dat is een fantastisch iets – tussen beiden is ongeacht de vorm, waarin de partners op dat moment elk voor zich bestaan, voortdurend mogelijk. Wanneer u dus een band hebt gehad met iemand die nu in de geest leeft, dan zal deze voor zover hij kracht in de geest bezit, die praktisch zonder meer naar u toe kunnen projecteren. Het is niet helemaal het telepathisch rapport, waarover ik het zo-even had, maar het is wel de mogelijkheid om elkaar a.h.w. sterk te maken. Er wordt wel eens gezegd dat dergelijke entiteiten reageren t.a.v. levenskrachten en bepaalde besefsmogelijkheden als communicerende vaten. Dus wanneer je in je leven al die impulsen krijgt en verwerkt, wanneer je die vreemde kracht in jezelf voelt of op andere momenten – want dat kan ook voorkomen – een zekere krachteloosheid, dan is het misschien toch verstandig hier eens even over na te denken, Is hier soms een resonantie mogelijk? Is er op een gegeven ogenblik in u een werking, die op resonantie berust? Een vage erkenning daarvan moet bij u toch aanwezig zijn, anders kan die resonantie niet bestaan. Dan moeten wij daaruit concluderen dat de beelden die in dit verband oprijzen, gelijktijdig bepalend zijn voor de mogelijkheid van het ontvangen van kracht, krachtoverdracht etc.

En dan ga ik op mijn manier nog wat verder filosoferen. Wanneer u al die dingen zo overweegt, dan bent u natuurlijk geneigd om al dat bovennatuurlijke een bijzondere plaats te geven. Er zijn mensen, die zouden het tot een soort eredienst willen maken, Laat mij u zeggen, dat u daar niets wijzer van wordt. Wat in u is, kunt u niet verloochenen, maar u kunt het ook niet tot meer maken dan het is. Het is een volkomen natuurlijke staat, Daarom moet u proberen die dingen te aanvaarden zoals ze zijn.

Een een ander punt daarbij is misschien ook van belang. Je moet nooit proberen om aan de hand van die innerlijke droom of erkenning eisen in je eigen wereld uit te spreken. Dat lukt naar zelden en wanneer het je lukt, is het meestal teleurstellend. Niet omdat er geen resonantie, geen binding aanwezig is, maar omdat de interpretatie, die je er zelf aan geeft, op het ogenblik niet alleen bepaald wordt door dat vroegere leven, maar ook door wat je nu bent, wat je geworden bent door het leven, door al die andere Levens, die in jouw bewustzijn — zij het langs onbewuste of onderbewuste weg — een rol spelen. U bent niet de persoonlijkheid uit het verleden. Zo is het onmogelijk de toestand uit het verleden helemaal uit te beelden, ook wanneer er fragmenten zijn, die voor een kort ogenblik waar worden.

Het leven vandaag is misschien een dood geredeneerde leuze, maar ook voor de esotericus is dit leven toch, naar ik meen, belangrijk. Want wat ik geweest ben, is vastgelegd in mijn wezen.  Wat ik worden zal, is bepaald in mijn wezen. Wat ik ben, is het enige van mijn wezen dat ik werkelijk kan kennen, waar wij proefondervindelijke ervaring van hebben. Het verleden is vertekend in de herinnering, de toekomst wordt vertroebeld door angsten en dromen, het heden is onontkoombaar. Dit schijnbaar onontkoombare heden moet je dan maar accepteren en in al je reacties niet uitgaan van verwachtingen, droombeelden, maar gewoon van de mogelijkheden van vandaag.

In je geestelijk leven betekent dat, dat je terugkeert tot de werkelijkheid van je bestaan Je gaat niet de zaken veranderen, vertekenen of verkleuren, je beleeft het eenvoudig en in die beleving krijgt  het een nieuwe nadruk en een nieuwe waarde.

Die waarde openbaart zich dan in problematiek. Elke inwijding brengt nu eenmaal problemen met zich mee. Daaraan ontkom je niet. Maar elke inwijding geeft gelijktijdig de mogelijkheid in jezelf een en antwoord te vinden. En daardoor kom je innerlijk sterker in je schoenen te staan. Je kunt ook de veelheid van fragmenten, waar je bij innerlijke beschouwingen zo vaak op strandt, voor een deel gaan ontwijken. Je gaat begrijpen dat die dingen niet belangrijk zijn, maar ten hoogste een herinnering vormen aan dat, wat je gemaakt. heeft tot wat je nu bent. Het is nooit belangrijk wat je geweest bent, het is belangrijk wat je bent. Je kunt niet werken met het verleden. Dat wat je bent, is de enige hanteerbare werkelijkheid.

U hebt allemaal in uw leven banden en krachten. Het is zelfs waarschijnlijk dat fragmenten (zij het van  verschillende aard) een aantal personen onder u ergens samenbinden. En u kunt waarschijnlijk die fragmenten voor uzelf niet eens realiseren. Maar er moeten hier heel veel banden bestaan, anders zou u hier niet gezamenlijk zijn en zou u zich hier ook niet toe aangetrokken voelen. Wat u innerlijk hiervan meeneemt, wordt niet bepaald door wat er gezegd wordt, of zelfs door de sfeer die wordt opgebouwd. Het wordt voor een groot gedeelte bepaald door de resonanties, die voor u op dit moment actief zijn. Iemand, die een bepaalde resonantie afwijst of bepaalde feiten uit die resonantie voortkomend, afwijst, zal waarschijnlijk heel weinig succes hebben met het luisteren naar de lezing. Iemand  die op dit moment met velen een resonantie vindt, zal vreemd genoeg in zichzelf een zekere kracht ervaren, maar ook een grotere bewustwording.

Het zal duidelijk zijn dat dit onderdeel van de psyche niet zonder belang is. Wanneer wij nu dit voorleggen, dan is dit niet in de hoop dat u er allemaal mee gaat werken, want anders zit u morgen allemaal m00ie fragmenten te dromen, waar geen snars van waar is en over morgen zegt u : “Het deugt toch niet wat er gezegd is”. Maar wanneer u bepaalde dingen regelmatig in uzelf ziet opkomen, wanneer u bepaalde contacten, mentale contacten e.d. of paranormale contacten met  anderen ontdekt, dan weet u waar de basis moet liggen. En wanneer u die basis voor uzelf kunt, definiëren, dan bent u al een eind verder.

Ik zal u nog één voorbeeld geven: Wanneer er een verhouding leraar-leerling is geweest, ongeacht wie vandaag de leraar is, dan is het bijna zeker dat elke resonantie het element lering inhoudt, Wanneer je zo iemand ontmoet, moet je niet denken: Dat is iemand, die een goede vriend van mij wordt, of: Nu wordt het leven anders. U moet alleen zeggen; Hierdoor zal ik ervaring opdoen, die mij  verder leert. Op die manier kun je enorm veel voordeel trekken uit alles wat er is.

Na de pauze zal een andere spreker weer andere aspecten van de menselijke psyche belichten. Denkt u eens na over wat ik u gezegd heb. Ga niet proberen om het allemaal na te jagen in uzelf, maar wanneer het naar voren komt of u zich herinnert, dat het naar voren is gekomen, vraag u dan eens af: Wat heeft het eigenlijk bij mij teweeggebracht? Aan de hand van die verandering zult u waarschijnlijk ook weten op welke manier u een grotere bewustwording en innerlijke zekerheid kunt verkrijgen.

Tweede deel

Wanneer de mens leeft, is hij het deel van een geheel. Eeuwigheid is de naam, die de tijd geeft aan het één zijn, dat de enige werkelijkheid is, Wanneer delen van het geheel elkaar ontmoeten, dan vinden zij in elkaar vaak de polariteit en de verwantschap, die zij in dit geheel bezitten. Nu denkt de mens in vele gevallen, dat deze polariteit bepalend is voor dit ogenblik in dit bestaan. In werkelijkheid is het een fixatie, een onveranderlijke waarde die altijd blijft voortbestaan. Wie door de eeuwigheid heen de werkelijkheid zoekt, beseft meestal niet dat hij leeft in een deel van de werkelijkheid.

Wanneer u gesproken wordt over aspecten als incarnatie, reïncarnatie en alle vreemde verschijnselen van besef, die daarmee verbonden kunnen zijn, dan vergeet men wel eens, dat deze dingen niet door de tijd bepaald kunnen worden. Al wat je eens geweest bent, ben je altijd. Al vat je ooit zult worden, ben je reeds. Dat is schijnbaar dwaas. En degenen, die het als waarheid aannemen, spreken over lotsgebondenheid. Ze verwarren daarbij, naar ik meen, de grote en onveranderlijke lijnen van zijn met de kleine en in feite onbetekenende wijzigingen van eigen bewustzijn, zoals die op elk punt van de oneindig lange lijn tot stand kunnen komen.

Wanneer je leeft en werkelijkheid zoekt, dan moet, je eerst zoeken naar de ware verbondenheid, die niet gelegen is in een tijdsverschijnsel, maar die uit de eeuwigheid zelf ontstaan is. Wanneer je zoekt naar waarheid, dan moet je niet alleen zoeken naar de waarheid, die op dit ogenblik bestaat. Dan moet je zoeken naar datgene, wat de waarheid van heden samenvoegt met elk besef van waarheid dat je kent. De opbouw, die wij kennen in het bestaan, heeft een zeker cumulatief effect. Wij stapelen ervaring op ervaring, besef op besef en bouwen ons daaruit een denkbeeld van leven en een schijnbeeld van werkelijkheid en hoe wij ook verdergaan, wij kunnen ons nooit ontdoen van datgene wat deel is van ons wezen. En dat is elke ervaring. Misschien kan  ik het beeld anders, eenvoudiger uitdrukken:

Wanneer ik een wijze van intonatie gebruik, die past bij één van u of meerderen van u, dan zal in die persoon daardoor een ontroering ontstaan, zonder dat die ontroering verder kan worden bepaald. Gebruik ik een algemene intonatie, die u allen op enigerlei wijze aanspreekt, dan zal het geheel van u iets ervaren, maar ieder ervaart iets anders. De factor van gelijkheid, die je wel degelijk kunt vinden, wordt eigenlijk pas duidelijk in de vele verschillende reacties daarop, omdat elke mogelijkheid die bevat is in ongeacht welk verschijnsel, welk bestaan, welk denken ook, aanwezig is in het geheel en elk deel afzonderlijk zijn uitdrukking vindt.

Misschien denkt u dat dit overdreven is. Wanneer u droomt of een dagdroom opbouwt met vele fantastische mogelijkheden, dan zegt u tegen uzelf: Dat kan niet waar worden. Maar ze is waar. Alleen: het is geen waarheid, die op dit ogenblik als zodanig ervaart. De veelheid van mogelijkheden is zo enorm groot, dat alles wat wij ooit hebben gedacht en ooit zullen denken ergens voortdurend waar is. Er komt een ogenblik dat het voor ons de werkelijkheid van het ogenblik zal zijn. Men heeft eens gezegd: We kunnen de tijd niet terugdraaien. Maar kun je de tijd dan beschouwen als een onveranderlijke stuwkracht, die het ego voortjaagt? Ik geloof dat dat alleen mogelijk is voor iemand, die in de tijd leeft en aan materie gebonden is.

Op dit ogenblik vecht Napoleon bij Waterloo. Op ditzelfde ogenblik trekken Vikingschepen op om de Nederlandse kust te veroveren. Op ditzelfde ogenblik ontdekt een mens voor het eerst de mogelijkheid om de punt van een knuppel te harden in het vuur.  Nu op dit moment. Er is geen tijdsverschil daartussen. Er is alleen voor u een werkelijkheidsverschil daartussen.

Wat u nu bent, is waar, De woorden, die u nu hoort, zijn uw waarheid van dit ogenblik. Maar alle woorden, die ik ooit zou kunnen spreken en die u zich zou kunnen voorstellen, zijn allemaal waar. En ze zullen eens uw waarheid worden. Misschien maak ik mijn denkbeeld duidelijker, wanneer ik u probeer de basis vele zgn. paranormale en psychische verschijnselen duidelijk te maken.  Wanneer ik naar een ander toedenk, dan denk ik ook, dat ik met die ander spreek. D.w.z. dat ergens dit gesprek waar is.

Het is daarom niet verwonderlijk, dat als beide personen ongeveer gelijke instelling hebben, die waarheid – ook al is ze niet op dit  moment stoffelijk uitdrukbaar – in beiden gerealiseerd wordt. Ze verstaan elkaar. Er is communicatie op afstand. Wanneer er een mens zichzelf geneest – en dat is mogelijk onder omstandigheden – dan kan dat alleen, omdat hij op dat ogenblik de toestand “gezond zijn” voor zichzelf beseffen kan. Want daarmee maakt hij “gezond zijn” voor zichzelf waar. En daardoor schept hij zich een voorbeeld, waaraan hij tracht zich te conformeren.

In de psyche is het precies hetzelfde. Er zijn dingen, die voor ons onredelijk zijn, omdat we daar geen verband tussen zien. Maar wanneer wij zoiets denken, dan moet het vanuit ons wezen in een logische samenhang ergens bestaan. Het is niet een op zichzelf staand feit, ook al kennen wij maar één punt en één moment daarvan. Het gevolg is, dat wij de tussenliggende fasen tussen enkele van die momenten in dat andere bestaan misschien niet kennen, maar dat het leven daar voor  ons evenzeer voortgaat als nu. En daarom kunnen wij een vraag stellen en later het antwoord vinden. Wat daartussen aan zoeken, streven en leven op dat andere niveau van zijn noodzakelijk is geweest, kennen wij niet, wij zien alleen het resultaat. Wij worden dus tot een antwoord geïnspireerd, waarbij wij – uitgaande van dat antwoord – terugwerkend naar de vraag soms nog een logische verklaring vinden ook.

Hoe wonderlijk vervlochten is het heelal. Wij menen dat wij op één punt in de ruimte bepaald zijn.  Maar in dit leven en in vele andere levens bent u op vele plaatsen geweest. Al die plaatsen, waarop u eens geweest bent, houden een mogelijkheid in, dat u naar andere plaatsen bent gegaan. Zo kunt u het “déjà vu” het “ik heb het al gezien”, niet alleen krijgen doordat u vroeger daar geïncarneerd bent geweest of’ door een traagheid van het besef t.o.v. de  waarneming, maar u kunt het wel degelijk ook krijgen omdat het behoort tot uw mogelijkheden.

Het is verwonderlijk na te gaan hoe groot de reeks van mogelijkheden is, die voor ons bestaat. Ik geloof niet, dat we dat in miljarden kunnen uitdrukken, ook niet op dit moment. Het is duidelijk, dat ons geestelijk leven een besef is dat aan dit bestaan gebonden is, althans voorlopig. Maar het is ook duidelijk dat ons zieleleven, waarvan de geest slechts de omkleding met bewustzijn vormt, al die andere fasen omvat. Daar, waar de geest haar preoccupatie met het heden vergeet, is de oneindigheid van mogelijkheden plotseling  toegankelijk. Dan kan men feiten plukken uit de oneindigheid.

Een mens heeft één maal iets gezien. Wanneer hij zich voorstelt dat hij het weer ziet,  kan hij het aflezen. De mensen noemen dat een fotografisch geheugen. Het bestaat inderdaad, zij het in beperkte vorm als herinneringskunst a.h.w. ook wel op aarde. Het kan als zodanig geoefend worden. Maar wanneer ik terug ga in tijd, tot het ogenblik dat ik iets heb opgeslagen, dan heb ik daarmee tevens bereikt, dat ik die inhoud kan aflezen. En  kan ik dit aflezen van de inhoud transponeren naar het heden, dan lees ik in het verleden en spreek ik in het heden. Dan is het mogelijk dat een mens die een bladzijde vluchtig heeft gezien, zeg een krant, die ergens heeft gelegen of gehangen, letter voor letter tot op de drukfout perfect, afleest wat er heeft gestaan. Vele jaren desnoods nadat hij het heeft gezien.

Wonderlijke dingen, zult u zeggen. Maar waarom? Is de tijd dan zo gefixeerd en zo bepaald? Tijd is alleen bepaald, wanneer je eraan gebonden bent. Naarmate je de tijd meer in delen uiteen doet vallen, heb je het gevoel sterker door hem beheerst te worden. Maar uw wezen is tijdloos. De tijd kan u niet beheersen, hij is eerder een domein, waarin in u naar believen vanuit de eeuwigheid kunt dwalen.

Wanneer wij ons dat realiseren,  houdt het in, dat je ook in de innerlijke weg iets anders gaat ontdekken, Je kunt zeggen. : Ik moet een bepaalde weg gaan van de chaos naar de Christos en vandaar verder, maar noodzakelijk is het niet. Ik kan vanuit de Christos de Chaos beseffen, zowel als de bekroning van de absolute erkenning. Het is nl. de gerichtheid van mijn wezen, die bepalend is. De weg die ik afleg, is geen realiteit, Alleen het besef dat ik in die weg verwerp,  is een realiteit, maar die heeft altijd bestaan.

Ik maak het u, hoop ik, niet al te moeilijk. Maar wanneer u niet begrijpt wat ik zeg, zo zal er een ogenblik zijn, dat u dit alles wel weet. U herinnert het zich, u weet. 0f het in dit leven is of honderd levens later, dat kan niemand zeggen. En misschien dat die levens voor een deel liggen in wat u nu het verleden noemt. Toekomst en verleden zijn een wonderlijke eenheid op het ogenblik, dat wij beseffen dat wij niet aan een gerichtheid gebonden zijn in geestelijke zin. Stoffelijk ben je aan een tijdsproces gebonden, geestelijk niet. En dat betekent, dat de gehele wereld voor je open ligt.

Wanneer je met de Phoeniciërs de Nijldelta wilt bevaren, kun je dat doen. Wanneer je met Columbus naar Amerika wilt, is daar niets op tegen.  Alle dingen zijn mogelijk. Maar er zijn punten, waarbij wij weten dat een beperkt aantal mensen heeft deelgenomen. Vormen dus en waarbij toch zeer velen die beleving ergens belangrijk vinden en waarschijnlijk voor zichzelf herhalen. Dat lijkt onlogisch, tenzij wij ons realiseren, dat elk moment daarvan een soort wassenbeeldenspel is dat stilstaat. Wie er langs komt, ziet het. Wie het wil zien vanuit een bepaalde persoon, kan dat vanuit die persoon zien. De vorm is niet bepaald tot één entiteit, maar de vorm kan – daar zij bestaat – door ongetelde entiteiten gebruikt worden, die allen dan op zich dezelfde ervaring opdoen, die wij aan de vorm zelf hebben toegeschreven.

Een verwarrend beeld waarschijnlijk. U zit hier, maar wie bent u? U kent uw naam en uw stoffelijk besef. De geest, die in u leeft, is dat één geest? Of is het misschien een hele schare van geesten, die elk voor zich deze zelfde ervaring opdoen op dit ogenblik? Je kunt het niet zeggen. Maar je kunt het wel in jezelf’ leven. Dat is een heel belangrijk punt. Het is niet belangrijk uit welk  raampje van de trein ik het landschap voorbij zie gaan, wanneer het mij om het landschap gaat. Belangrijk is dat ik het landschap zie. Het is niet belangrijk in hoeverre de vorm, waarin ik op dit moment ervaar, ik heet. Het is belangrijk, dat ik de ervaring, die tot die vorm behoort, in mij als ik-heid kan opnemen.

Leven komt daardoor in een heel andere samenhang te staan dan waarin u het gebruikelijkerwijze beziet. Maar leven – en dat moogt u niet vergeten – is geen stoffelijk leven. De materie heeft een bepaalde existentie. Een reeks van oervormen, die op duizenderlei wijzen met duizenden varianten weerspiegeld zijn. Ze kennen een eigen wet en een eigen proces, dat door de oervorm bepaald wordt, van waaruit de spiegeling plaatsvindt. Maar de bezieling van elk element afzonderlijk heeft niets meer te maken met de oervorm. Zij heeft te maken met een Goddelijke werkelijkheid. Een deeltje van het G0ddelijk licht, dat, voor een openblik vertoeft in de vorm. Daarom zijn dingen als lijden, dood, vreugde, eigenlijk onbelangrijk voor wat ze zijn. Ze zijn alleen belangrijk voor wat ze voor ons betekenen, voor wat ze ons leren. En  wie dat beseft, dringt ook door tot de kern van de eigen werkelijkheid, de ik-werkelijkheid.

Een mens op aarde zal mij waarschijnlijk een dwaas noemen, wanneer ik u zeg dat uw dromen even werkelijk zijn als uw dagelijks bestaan. Want het dagelijks bestaan deelt u met anderen, met herkenbare andere vormen. In de droom is die vorm niet aanwezig. Maar wie zegt u niet, dat in de droom een denken aanwezig is, verwant met het uwe. Zijn de gedachten minder reëel omdat ze niet aan een stoffelijke bron kunnen worden toegeschreven? En wanneer ik u zeg dat de vreemde emoties, de gevoelens van gesublimeerd zijn voor een kort ogenblik, evenzeer een  andere werkelijkheid vormen, dan zal bij u waarschijnlijk de vraag rijzen: Wat is dan echt?  Want ook datgene wat u alleen maar in uzelf voelt, een ogenblik van verhevenheid, is een werkelijkheid. Een werkelijkheid, die op een ander niveau bestaat en de krachten daarin aanwezig zijn wezenlijk. Het zijn echte persoonlijkheden, het zijn echte  krachten. De gedaante die wij er later aan toekennen, is minder bepalend,  want die komt uit het stoffelijk denken. Maar er is wel degelijk tussen verschillende entiteiten ook op dat niveau een uitwisseling mogelijk.

 Wat is dan echt? Werke1ijk is al datgene, wat ik werkelijk noem. Werkelijk is datgene, wat ik geloof of waaraan ik mij niet kan onttrekken. Werkelijk is een zuiver persoonlijk iets. Werkelijkheid is gebonden aan mijn denken, aan mijn geloven. Niet aan onveranderlijke wetten buiten mij. Ik ben werkelijkheid, omdat al wat in mij is, voor mij wezenlijk is. Niet alleen: ik denk, dus ik besta, maar: ik beleef, dus ben  ik. En dat wat ik beleef, ben ik. Zo ver kun je doorgaan.

Wanneer u wilt ontvluchten voor een ogenblik aan dingen die u te veel beëngen of wanneer u een ogenblik meent, dat u nieuwe krachten nodig hebt, zoek dan in uzelf naar het niveau, waarop die dingen kunnen bestaan. Bouw maar een droom op. Laat voor een ogenblik je machteloosheid wegvallen en schep daarvoor de plaats een andere werkelijkheid. De werkelijkheid, waarin je dat krijgt waaraan je nu tekort hebt. En je zult. zien, dat je in jezelf de gevoelens van zekerheid, van vrede krijgt. De innerlijke vermogens, die je nodig hebt. Je kunt je  vorm niet veranderen, maar je kunt het besef, dat in die vorm werkt, veranderen. Je kunt de kracht, die in die vorm optreedt, veranderen.

Als mens probeer je jezelf te leren kennen en wanneer je gaat twijfelen aan de werkelijkheid van het ik, dan is dat misschien nutteloos, althans schijnbaar. Maar vergeet niet dat bij mijn poging om mijzelf te leren kennen, te benaderen wat ik zelf ben, zoals zovele mensen doen, ik niet alleen maar zoek iets te vinden dat misschien niet waar is, ik  omschrijf iets.

In mijn zoeken naar een innerlijke werkelijkheid ga ik misschien geen werelden, sferen en niveaus bezoeken, die wezenlijk bestaan voor anderen, maar ik erken dingen die in mijzelf bestaan. Mijn zoeken naar mijzelf is een ontdekkingsreis in mijzelf. Niet een overwinning van grenzen: Ik ben waar. Ik ben mijn waarheid. Ik ben deel van een oneindigheid en zozeer als dit “deel zijn” bepaalt, dat die oneindigheid  door mij werkt, zozeer zal het feit dat ik een deel ben ook bepalen, dat een deel van de mogelijkheden van die oneindigheid in mij bestaan, deel-zijn van mijn wezen, onafscheidelijk aan mijn zijn, aan mijn bestaan zijn verbonden. En al die dingen, die tot mij behoren, kan ik beleven en kennen.

Het onderzoek in mijzelf naar de vraag wat ik ben, brengt voorstellingen teweeg en die voorstellingen ben ik, zijn delen van wat ik ben. Wanneer ik in mijzelf demonen, duivels en goden aantref,     is dat omdat ik ergens duivel, god, mens en onbepaaldheid tezamen ben,

Zo zoeken naar de innerlijke waarheid betekent ook, dat de uiterlijke vormen die men geeft aan waarheid, onbelangrijk worden. Als ik in mijzelf waarheid erken, is het dan belangrijk of ik dit doe aan de hand van een evangelie, van een koran of van iets anders? Is het belangrijk, dat die waarheid mij gebracht wordt door een mens, een engel of door een geest? Belangrijk is wat ik in mijzelf besef en dat is deel mijn wezen.

Niemand kan mij veranderen. Ook ikzelf niet. Maar ik kan mijzelf beseffen. Wanneer ik mijzelf besef, dan zal mijn wereld voor mij aanvaardbaar worden en gelijktijdig zal mijn uiting in de wereld mij duidelijker maken, hoezeer ik met alle werelden verbonden ben. Misschien cryptische taal, maar hoe wil je werkelijkheid onderbrengen in een taal, die een mens niet raadselachtig lijkt?

U denkt, dat de dagen verdergaan. En als u sterft leeft u weer uw leven. Dan kent u de dagen van uw jeugd, misschien het pijnlijke moment van ontsteltenis wanneer de geboorte de warme geborgenheid van je wegrukt. Je kent al die ogenblikken, die geweest zijn en vele erbij, die je misschien alleen maar gedacht hebt. En op dat ogenblik zijn ze voor jou waar. Onuitblusbaar. Onuitwisbaar. Deel van het ik. Kunt u dan zeggen, dat die dingen hier belangrijk zijn? Belangrijk zijn ze als ze besef in u wekken. En alles wat u buiten uzelf vindt om die waarheid te bevestigen, is aanleiding.

Men heeft eens gezegd, dat Christus ons tot broederschap brengt. Ik zou  willen  zeggen dat de ware Christus  geen broederschap brengt, maar een verbondenheid, een niet uitwisbare eenheid, wat u liefde noemt, naastenliefde of goddelijke liefde, is dan alleen besef van jezelf. Er is geen scheiding tussen mensen of geesten. Er is eenheid,

Ik zal proberen nog wat gewone woorden te zeggen, zodat ge niet – misschien verward door wat ik u gezegd heb – heengaat en zegt: Ik weet het niet meer.

Ik droom. Ik droom van duizend dingen en duizend dingen zijn waar. Ik ben bang in mijn droom en de angst is een werkelijkheid. Ik ben  blij  in mijn droom en mijn vreugde is werkelijkheid. Is het dan belangrijk, dat ik haar slechts droom? Zeker, het lichaam kan verhongeren, terwijl de droom mij een rijke tafel bereidt. Maar ik eet in mijn gedachten en terwijl het lichaam vergaat, blijft de voldoening van het maal. in mij bestaan. Ik droom. Droom ik mens te zijn  of geest? Of droom ik misschien vanuit een menszijn iets anders? Ik weet het niet. Maar is het belangrijk, zolang het werkelijk is? Het is niet belangrijk wat er bestaat. Het is belangrijk wat je bent.

Duizenden dingen zou je anders willen zien. Jezelf, de wereld, de mensen, de mogelijkheden. En ze zijn niet anders. Of heeft u ze gefixeerd, omdat u moet aannemen, dat dit de enige manier is om te leven? Want wat u droomt is voor u waar. Ik droom en ik droom de waarheid. En alles, wat in die droom is, is uit mijzelf voortgekomen. Uit mijn beleven, mijn ervaren, mijn verleden en mijn toekomst. Alles stroomt samen en bouwt mijn droom. En mijn droom is voor mij een werkelijkheid.

Wie zal dan zeggen, dat die droom niet bestaat?

Als je alle kennis van het Al neemt, dan kun je nog niet één menselijke droom nabouwen. Zo complex is een droom. En zo eenvoudig is de waarheid.

Wij uiten onszelf en iets (wij weten niet wat) rond ons geeft antwoord. En het antwoord noemen wij wereld. Wij beperken onszelf. Mij incarneren in de stof en daarmee zeggen wij bepaalde kwaliteiten en eigenschappen voor een korte tijd vaarwel. En in dit stofgebonden levende zeggen wij dan dat de vrijheid niet meer bestaat. Maar wij dromen die vrijheid. Die vrijheid is meer waard dan de gebondenheid, waarin wij bestaan.

Zo is het leven. Je kunt bedroefd en blij zijn om dezelfde dingen. Is dan het ding belangrijk of de droefenis of de vreugde? Het ding op zichzelf is onbelangrijk want je kunt het op veel manieren ervaren. Het kan vele verschillende betekenissen hebben, maar de betekenis, die ik eraan geef, is voor mij de waarheid, het onveranderlijke. Dan ben ik ook zelf aansprakelijk voor alles wat ik aan vreugde en aan verdriet schep. Ik maak het. Dan ben ik aansprakelijk voor alles wat ik dwaasheid en wijsheid noem, want het is mijn waardering, die het tot dwaasheid of wijsheid maakt. En wanneer de stoffelijke wereld daaraan niet beantwoordt, dan komt dat alleen omdat ik de beperking heb  aanvaard van mijn vermogen. De beperking, waarbij ik niet zelf mijn wereld kan wijzigen.

Diep in een mens leeft de waarheid. Delen van die waarheid  vormen de mens en de waarheid is door het ik gevormd dat zich mens noemt. Je schept jezelf, Uit de oneindige mogelijkheden bouw je je een ik-begrip op. Je breidt het uit tot alle mogelijkheden eindelijk  “ik” genoemd kunnen worden. En alle verbindingen die er bestaan, kosmische, menselijke, geestelijke, ja ondenkbare misschien, zijn deel van jezelf. Slechts daar, waar de tijd ophoudt, daar is een eenheid, waarin onze begrenzing zelfs van mogelijkheden wegvalt omdat – al zijn niet wij het die die mogelijkheden kennen, beleven en zullen doormaken  – verbonden zijn met de anderen, die deze dingen als deel van hun wezen hebben gekregen .

De oneindige schakering van de eeuwigheid wordt door vele personen waargemaakt. Elk voor zich misschien één zandkorrel, maar wij weten dat er een strand is. En wanneer wij vergeten een korrel te zijn, zijn we strand, Dat is het hele raadsel.

Wanneer u hier tezamen bent en u zoekt naar de oplossing van uw probleem, denk dan een oplossing. En wanneer die niet waargemaakt wordt, denk dan een volgende oplossing en ga zo door, totdat u beseft welke mogelijkheden er bestaan. En dan zult u beseffen wat u zelf bent. Pas wanneer je weet wat je bent, zijn er geen belemmeringen meer, geen remmingen. Dan is er geen stof of geen geest, geen sfeer en geen wereld, dan  is er alleen de werkelijkheid van het zijn.

Daarmee heb ik, naar ik hoop, mijn taak naar behoren verricht. U zult over mijn woorden moeten nadenken. U zult veel ervan schijnbaar onzinnig vinden. Onthoudt u dit: dit is mijn waarheid. En de beelden, die daaruit voor u ontstaan, zijn uw waarheid. Zo u die waarheid gemeenschappelijk hebt, hebben wij iets van de begrenzingen tussen persoonlijkheden afgebroken, hebben wij de tijd iets meer overwonnen en de werelden die zo verschillend zijn, iets dichter tot de eenheid gebracht, waarin we werkelijk bestaan. Daarom hoop ik, dat dit heeft bijgedragen tot het zelf denken en zelf bouwen van een werkelijkheid in u, opdat daardoor voor u de overwinning op de schijnvorm, het schijnbestaan, mogelijk wordt.

image_pdf