Boodschap van een abt uit het oosten

9 oktober 1955

Inleiding

 Voor deze morgen heb ik voor U een betrekkelijk uitzonderlijk iets, dat in deze groep – als cursus – mijns inziens wel thuishoort, maar dat als wijding misschien wel afwijkt van het gebruikelijke.  Ik hoop U zo dadelijk in verbinding te kunnen stellen met een der abten van het klooster der wereld.  Het is dus een contact met levenden, wezens die op Uw wereld nog een functie vervullen.

Ik zal echter U duidelijk maken, het hoe en waarom hiervan.

Er wordt zoals U weet, op de wereld door de Broederschap en allen die daarbij behoren, zeer veel werk verricht  U zult dus begrijpen dat ons werk daarmee in direct verband staat.  En dit is zeker ook het geval met het Klooster der Wereld, van waaruit de Witte Broederschap van tijd tot tijd zijn bekendmakingen en decreten doet uitgaan.  Wanneer de ontwikkeling der wereld moet worden beschouwd in verschillende wijsgerige vormen op deze bijeenkomsten, dan mogen wij ook zeker de moderne tijd met een van haar hogere geestelijke uitingen niet terzijde stellen.  Deze abt in het Klooster is een oude man.  Hij is ongeveer 90 jaar op het ogenblik, en hij is ruim 15 jaar een spreekbuis van de Witte Broederschap op de wereld.  Hij heeft, zoals velen van zijn voorgangers in verleden tijden, voortdurend de taak aan de wereld bepaalde voorspellingen te doen toekomen, de wereld te wijzen op gevaren en de wereld te leren deze gevaren tegemoet te treden.

Nu is dit een taak die oorspronkelijk voor Azië gold, maar die sedert dat de Ingewijden zijn begonnen Tibet te verlaten, langzaam maar zeker is uitgebreid over een groot gedeelte van de wereld.  De gedachtegang die U van deze abt zult horen, is dan ook direct gelieerd met al hetgeen wat zich op het ogenblik op Uw wereld afspeelt en gaat afspelen.  Wij hebben echter verzocht om binnen onze groep niet tot onmiddellijke voorspellingen over te gaan, indien het hem niet als bijzondere taak voor deze gelegenheid was opgelegd door de Broederschap, die hoger staat dan de onze.

Wat U gaat horen, zal U waarschijnlijk aandoen als een onverwacht Westerse zienswijze, soms in Oosterse beelden uitgedrukt.  Want dit zijn de jaren, dat juist de geest van het Westen, beslissend over het lot van de wereld, de verantwoording draagt voor hetgeen er op de wereld gebeurt.

Wanneer het ons mag gelukken het contact volledig te maken, dan zult U ook iets kunnen zien – misschien althans – van de waardigheid van deze oude, tere man.  Er zijn echter enkele bezwaren aan verbonden.  Deze abt bevindt zich op het ogenblik  in Uw tijd gerekend  vanaf ongeveer 9 uur deze morgen in een toestand van verrukking in zijn eigen vertrekken.  Hij zit in verrukking en heeft zich met zijn meditatie bewogen in andere sferen, ook in de onze.  Wij hopen nu vanuit onze sfeer het contact onmiddellijk tot stand te brengen en wij menen daarmee voor deze bijeenkomst U toch een dienst te hebben bewezen.  Want, moge ons streven U misschien allen bekend zijn en sympathiek, en heeft U misschien ook veel gehoord van de Witte Broederschap, het lijkt mij voor U leerzaam en interessant om kennis te maken met iemand die de directe stem der Broederschap mag heten op deze wereld.

De vertalingssystemen die gebruikt worden, zijn de voor ons gebruikelijke, d.w.z. wij zullen – indien althans deze oude man daarmee akkoord gaat – de verbinding leggen via geheugen-reflexen van het medium, zodat U de toespraak in goed en vloeiend Nederlands te horen krijgt.  Ik meen dat hiertegen geen bezwaar bestaat.  En waar op het ogenblik reeds enkele van mijn vrienden aanwezig zijn en mij beduiden dat het contact verder gelegd kan worden, zal ik zo vrij zijn U te verlaten.  Zo nodig zal ik na de toespraak nog onze commentaar en verklaring geven.  Blijkt het niet noodzakelijk, dan laat ik meteen het medium vrij, nadat de abt zich heeft teruggetrokken.

Gastspreker

Sprekend uit mijn gemeenschap in het Oosten wend ik mij tot vele geestelijke groepen.  En ik wil zeer zeker de hoge eer, mij toegestaan, mij tot U te wenden, trachten te gebruiken.  Ongetwijfeld bezit ik niet de gave van het woord en spreken zoals de meer verwende gebruikers van dit – aan ons afgestane lichaam – dit kunnen.  Toch verzoek ik U gehoor te verlenen aan mijn woord.

Het is nu bijna 70 jaar geleden, dat de poorten van het Oosten werden gesloten voor het Westen; 70 jaren dat daar een absolute afzondering bestond voor onze kloosters, en hun tijdingen alleen via enkele havensteden met hun kloosters, zoals Hongkong, Uw land mochten bereiken.

Het was niet onze wil dat het contact verbroken werd.  Het was niet onze wens dat men in het Westen nieuwe poorten zou openen.  Maar boven ons allen staat een groot en zeer machtig genootschap.  Gij kent hen onder de naam van de “Witte Broederschap”. Men noemt hen soms “De Meesters” en enkelen onder hen zelfs “De Heren der Wereld”.  Deze groep nu, wetend hoe zwaar en moeilijk het lot is van alle mensen die zoeken naar bevrijding, zoals onze Lord Maitreya op deze wereld van nu staan thans toe dat U getoond wordt welke de weg van de bevrijding is.  Mijn schrijven hierover is thans reeds twee weken geleden door koeriers uit mijn klooster verzonden.  Ik zal U een deel van deze boodschap, voor zover het ligt in de bedoeling van Uw Orde en Uw eigen sprekers, trachten mee te delen.

De storm in het Oosten heeft zich verenigd met de orkaan in het Westen.  En beide jagen met vernietigende drang door de geestelijke bewustwording van de wereld, veel brekend en knakkend dat in de andere tijden zou blijven leven en vrucht dragen.  Deze tijd is een tijd voor de geestelijk sterken.  De geestelijk zwakken moeten zich buigen, opdat ze niet gebroken worden door het geweld dat wegstormt over de wereld.  Want honderden jaren lang heeft de mensheid gebouwd aan zijn eigen demonen.  Honderden jaren lang heeft de mensheid, zorgvuldig gedachte na gedachte stapelend, de vernietigende krachten opgebouwd, die op het moment rond de wereld razen, vernietiging, overstroming en aardbeving brengend.

Die, gedragen in de jagende luchten en verborgen in de woest stromende wateren, tasten het bestaan van de mensheid aan, die hen geschapen heeft.  De krachten van de afgrond, die de mens geschapen heeft, zijn ook in staat hem te misleiden, waar hij geestelijk zoekt.  Want, hij ziet in de wereld een storm van onrecht, een storm van geweld en wil loyaal zijn aan wat hij het goede noemt.

Welaan, het goede voor U, en het enig mogelijke in Uw tijd, is de innerlijke bewustwording.  Gij kunt niet deze uiterlijke wereld van demonisch geweld doorstaan, door alleen de kracht van Uw daden en Uw handelen.  Gij kunt slechts in Uzelf verzonken waarheid vinden.  Daarom is het goed dat elke mens weet dat, waar een wil tot het goede is, een verbinding wordt gemaakt met de krachten die het kwaad dezer wereld kunnen en willen bestrijden.  De Witte Broederschap grijpt over de gehele wereld.  Zij zoekt steun, zelfs bij de onbewusten, die slechts door een innerlijk begrijpen geleid, met gedachten, woord en daad, trachten het demonisch geweld te keren, althans uit hun eigen leven en omgeving.  Ook voor U klinkt de roepstem van deze Orde.  En gij zult horen in Uw hart, wanneer de wereld buiten U vol stormachtig onrecht, opnieuw het demonisch geweld der tijden openbaart.  Want niet vele jaren zullen verlopen, voor het hoogtepunt van de storm bereikt is.  Wanneer Oost en West een draaikolk vormen, waarin alle gekende waarden van de wereld dreigen onder te gaan.

Slechts zij die weten, kunnen zichzelf geestelijk beschermen tegen al wat gebeuren gaat.  En daarom smeken wij allen op de wereld, die streven naar licht en bewustwording, onverschillig hoe zij geloven of wat zij geloven: Strijdt tegen het kwaad dat groeit, niet in het grote maar in het kleine en dat nu juist door woekering dreigt het goede, dat deze wereld kende, te verstikken in zijn grote kracht.  Wrevel, ongenoegen, onrechtvaardige toorn, onbeheerste lusten, waan en begeren, bloeien allerwege op de wereld.  Onbeheerst zijn de mensen, omdat zij de invloed van de sterren niet begrijpen en niet voelen hoe zij  geprikkeld  zich overgeven aan onrechtvaardigheid die hen verder voert dan gerechtvaardigd noodzakelijk of verantwoord is.

In Uw eigen omgeving hebt gij – als ik goed begrepen heb – deze drang ook kunnen leren kennen.  En dan zijn er begeerten die steeds toenemen, en zich niet richten op waar bereiken of bezitten, maar eerder op waanvoorstellingen die uiterlijk abstracte uitdrukkingen zijn.

Men vraagt naar meer.  Maar meer kan de wereld niet geven in werkelijkheid.  Toch wekt dit begeren in de schijnbare vervulling Uw hartstocht en maakt U slaaf van het demonische.  De “waan” van deze wereld, want van de waarheden van deze wereld mag niet gesproken worden.  De wereld wordt omgeven door vele magische netten van woord en wet, waarin de wereld voortdurend wordt verstikt.  Niemand wil waarheid erkennen.  En wie meent, ondanks dat, een waarheid te kunnen vinden in woord en gebaar in de wereld buiten hem, zal vooral, wanneer hij naar het grote kijkt, teleurgesteld, misleid en bedrogen worden, en in zijn bitterheid en verblinding mede een strijder voor de kracht van de afgrond betekenen.

Laat de wereld buiten U zijn en leef Uw eigen leven, en begeer niet datgene, wat ge niet verwerven kunt.  Hang niet aan bezit, wat voor anderen belangrijker kan zijn.  Tracht niet een licht van wijsheid voor anderen te betekenen, of een berg van goedheid en hoop.  Treed niet op met de moed van de draak en de edelmoedigheid van de Grootsten der Hemelen.

Maar wees een bescheiden mens, die slechts dienend met daden, besluitend de woorden in het ik, het pad dezer wereld gaat.  Want ziet, aan deze aarde zijn de tijden bijna voleind.  De wereld staat voor een omkeer en een vernieuwing.  En – zoals de Christenheid dit noemt – “Armageddon is meer nabij dan de mensheid denkt”.

Nu reeds worden op de gehele wereld goed-willen en verstand georganiseerd tegen verblinding en begeerte.  Er is een veldslag, die uitgevochten zal worden, uitgevochten soms met wapenen der wreedheid, soms met een strijd om aanzien en economische macht.  Wanneer nog 7 maal de aarde haar loop volbracht heeft, zullen deze dingen voor U geopenbaard zijn.  Droom niet van grote verschrikkingen, die de wereld overstelpen.  Droom van ergere kleinere verschrikkingen, die in de mens alle waarden vernietigen kunnen: eerlijkheid, betrouwbaarheid, moraal; want al deze dingen dreigen onder te gaan.  Daarom kan niets in deze wereld U beschermen tegen deze tijden, behalve datgene, wat ge in Uzelf als vesting hebt opgebouwd.  Indien ge krachten wenst, zo zullen deze U gegeven worden.  Want de Grootmachtigen der wereld hebben reeds twee jaar geleden besloten hun activiteit te vergroten, en in de Grote Vergadering is wederom uitdrukkelijk bevolen het werken op aarde, maar nu op nieuwe wijze, intenser voort te zetten.

De rampen, die komen, zijn voor hen die bewust zijn, slechts een vergroting van leven en bewustzijn, van zekerheid, van vreugde, en ook van stoffelijke vooruitgang.  Voor degenen, die dit niet kunnen begrijpen, zal ditzelfde betekenen: verval van innerlijke waarden en zelf-veroorzaakte ondergang.

Wanneer de tijd rijp is geworden, dan zullen de mensen zeven maal zeven jaar bouwen.  Zeven maal zeven jaar zullen zij het oude dat verwoest werd, hernieuwd opbouwen, tot deze wereld een geestelijke tempel is, waarin de bevrijde geest zich in de stof kan openbaren.  Dan zullen de mensen vurige sporen ploegen in het duister der nacht.  Zij zullen nieuwe werelden en sterren kennen.  Zij zullen brengen, zoals eens op de aarde werd gebracht: grote waarheid, daar waar bewustwording van pas ontwikkeld leven zoekt naar redenen van bestaan en leven, en vraagt om middelen om verder te gaan .

Uw Westen zegt: Prometheus ging ten hemel en bracht de mensen vuur.  Ik zeg U: Prometheus is een sage.  Toch kwam er een uit de hemel, die de mensen vuur gaf.  En daarna steeg hij op, zoals sommigen van onze, zowel als van Uw Heilige mannen, in een vurige wagen, die hem droeg naar het huis vanwaar hij gekozen was.  Want vernieuwd worden deze tijden, vernieuwd wordt de aarde.  Zij zal haar plaats gaan innemen in de Grote Broederschap en een bron van bewustzijn worden.  Wie het licht niet verdragen kan, zal erdoor verteerd worden.

Dit is een deel, een vertaald deel van de boodschap, die ik gezonden heb naar de zeven kloosters.  En zij zullen verder zenden, weer ieder zevenmaal naar zeven kloosters, deze boodschap.  Tot de wereld dit woord gehoord heeft, zover zij dit begrijpen kan.

Ik geef U dit woord, onvolledig.  Voor U niet de taak der verspreiding.  Maar wanneer na misschien twintig manen, dit woord weer opleeft en gesproken wordt in Uw land, herinner U het woord van een oude man.  En herinner U dat een overwinning op het ik niet alleen een voorwaarde voor geestelijke bewustwording is, maar zelfs een voorwaarde zal worden voor het bestaan op Uw eigen wereld, waar alleen de sterken, de geestelijk sterken, de aanstormende laatste strijd van de demonen kunnen doorstaan en overleven.

Ik wens U vrede.

Commentaar op de Gastspreker

Ik wil toch nog een klein commentaar hieraan verbinden.

De strijd om bewustzijn en verdraagzaamheid, om werkelijke naastenliefde in onze harten, is begonnen.  En wanneer het waar is, dan is het voor U noodzakelijk nu reeds te beginnen – zo ge nog niet begonnen zijt – met het vervullen van hetgeen behoort te zijn: de Taak van alle leden van onze Orde.  Het met voorbeeld – zowel met woord als daad – vervullen van het dienstvaardig leven; het verdraagzaam zijn tegenover anderen, zonder onrecht te tolereren; het werken aan bewustwording in Uzelf; het geven van steun aan iedereen, waar dit noodzakelijk is.  Want, op het ogenblik wordt er inderdaad een geestelijke strijd gestreden.  En onze Orde – misschien maar een kleine afdeling, misschien een peloton van de grote Geestelijke Macht –  die op de wereld op het ogenblik probeert de mensheid te helpen en te verheffen, opdat de demonischen zonder meer verslagen worden.

Zoals onze eerwaarde vriend dat vertelde, schijnt het niet mogelijk te zijn, maar dan kunt u in ieder geval, gij die toch weet van deze dingen, die bewustzijn genoeg kunt verwerven, helpen om de slag op aarde op een begrijpelijkerwijze te voeren.  Te voeren, tegen alle onbegrip, tegen alle waan, tegen alle onverdraagzaamheid en alle haatgedachten.

Wanneer wij dit als taak aanvaarden, vrienden, dan helpt ge in de eerste plaats onze Orde, in de tweede plaats helpt ge de mensheid, en in de derde plaats – en dat lijkt mij het belangrijkste – helpt ge ons om het grote scheppingsplan te vervullen dat de Schepper en de Machten uit hem voortgekomen, voor deze aarde ook hebben vastgelegd.

Ik zou U dus willen verzoeken om deze morgen toch als belangrijk in Uw harten te sluiten, en Uzelf in de komende jaren voortdurend voor te houden dat gij het zijt die mee bepalen kunt, wat het lot van deze wereld kan zijn.