Bronnen van sagen, mythen en legenden

image_pdf

14 oktober 1983

Wij zijn niet alwetend, zijn niet onfeilbaar, denk dus a.u.b. zelf na. Het onderwerp voor deze avond is: Bronnen van sagen, mythen en legenden.

Tussen mythe, sagen en legenden kunnen wij in dit opzicht geen al te groot verschil constateren. De mythe ontstaat gemeenlijk rond één of enkele personen, de sagen en de legenden zijn de verhalen die daaraan vastgeknoopt worden.

Bij mythen en legenden, zelfs in sprookjes, ontmoeten wij veel symboolverha1en. Om er één te nemen: de heks Baba Yaga, die in vele Russische sprookjes en zelfs in andere verhalen vaak een rol speelt. Haar kenmerk is o.m. het wonen in een hutje dat op kippenpoten staat en steeds met de zon meedraait. Rond de hut bevindt zich een soort pallisade, waarin een aantal doodshoofden en ’s nachts een bepaald aantal fakkels. In de oerverhalen zijn er dat 12 of 14, in latere verhalen treffen wij vaak veelvouden van 12 aan, maar ook wel getallen als 365. De hut wordt steeds bezocht of gepasseerd door vier ruiters gekleed in verschillende kleuren en komende uit de vier windrichtingen.

Ontleed men dergelijke details, dan zal men moeten concluderen dat de heks een persoon is, die ergens met de zon of met de tijd verwant is. In een geocentrisch gekende wereld is het logisch, het verloop van jaargetijden en tijd, rond een enkele persoon samen te trekken. Het zich steeds tot de zon kerende hutje, geeft de relatie aarde-zon weer, de palissade met fakkels en doodshoofden geeft de maanden van het jaar weer of de dagen, terwijl de ruiters kennelijk door hun kleur de jaargetijden aanduiden en door de richting waaruit zij komen ook nog eens de vier winden gestalte geven.

Wie op dergelijke wijze de figuren in sagen, mythen en legende benadert, zal ontdekken dat zij eveneens omringd worden door symbolen en in vele gevallen bovendien gestalte geven aan zaken die eens op de mensen een zeer diepe indruk hebben gemaakt. De hoofdpersonen blijken in vele gevallen zelfs in de eerste plaats een verklaring te geven voor onverklaarbare feiten of de zin te veranderen van zaken, die men begeerlijk acht of die zeer grote indruk maakten.

Nemen wij een voorbeeld van mythevorming uit recente dagen: Winston Churchill. Niet dat ik iets kwaads over Winnie wil zeggen, maar hij was uiteindelijk een niet altijd even intelligent, maar steeds koppig en meestal een ongeduldig mens. In zijn hart was hij ook nog een echte avonturier en wie zijn daden onbevooroordeeld beziet, komt tot de conclusie dat hij nu niet bepaald een braaf mens was. Gaat men de besluiten na, die hij genomen heeft en de plannen die hij bv. in oorlogstijd bevorderde, dan verschijnen er heel wat facetten, die op het eerste gezicht eerder thuis schijnen te horen bij zijn vijand, bij Adolf Hitler, dan bij deze held van oorlog en bevrijding. Maar ja, hij behoorde tot de winnende partij, zodat veel van hetgeen hij gedaan heeft wel vermoed kon worden, maar niet controleerbaar was of om redenen van staat geheim is gehouden. Toegegeven zij, dat Winnie een zeer moedig mens was. Maar de werkelijkheid is toch heel iets anders dan de overlevering omtrent deze sterke sigaren rokende man, die Engeland en in feite half Europa met zijn wil de oorlog heeft doen doorstaan. Zoals het veel gehoorde verhaal van de geniale man, die door half idiote en afgunstige politici werd afgedankt, geheel was. Want Churchill was reeds tegen het einde van de oorlog niet meer geheel toerekenbaar en hield steeds minder rekening met raadgevers.

Ik zou vele voorbeelden kunnen geven van mythen die, zelfs in deze tijd, rond bepaalde personen ontstaan. Interessanter lijkt mij echter het feit dat een ontstaan van ongecontroleerde verhalen en duidingen in het verleden veel gemakkelijker mogelijk was.

Denk aan de verhalen rond Hercules, een mannetjesputter, een soort prehistorische Anton Geesink, die met kunstgrepen en onvoorstelbare kracht allerhande dingen volbracht. Zoals het reinigen van Augiasstal. Probeer je – zoals voor ons mogelijk is – de feiten na te gaan, dan kom je tot de verbluffende conclusie dat een aantal van die  verhalen wel op feiten is gebaseerd, al worden zij vertekend weergegeven. Maar Hercules zelf blijkt fantasie te zijn. Waarschijnlijk is Hercules oorspronkelijk de naam van een eerste dienaar van een vorst uit een rijkje tussen Eufraat en Tigris. Deze werd hem overigens schijnbaar door Levantijnse kooplieden gegeven en kan een klankgelijkenis vertoond hebben met zijn oorspronkelijke titel of naam. De man was berucht omdat hij een van de beste worstelaars was van zijn tijd. De eerste gegevens schijnen via Turkije naar Griekenland gekomen te zijn. Vertellers en later schrijvers hebben deze figuur ingepast in verhalen rond een reeds bestaand pantheon. Opzienbarende en in betekenis en omvang sterk overdreven gebeurtenissen werden aan deze figuur verbonden. De augiasstal verwijst naar een werkelijk gebeurd handelen van een slaaf, die de schijnbaar onmogelijke taak een stal van grote omvang binnen zeer korte tijd alleen te reinigen, oploste door een nabij lopende beek tijdelijk door de stal te voeren. Maar het was maar een klein stroompje. De man kreeg overigens als loon voor zijn inval vrijheid en beperkt burgerrecht.

Steeds worden wij in verhalen geconfronteerd met mensen en figuren waarvan wij nu beseffen, dat zij niet kunnen bestaan. Neem de beroemde verhalen over de stam der amazones; dames die zonder enige medische noodzaak hun rechter borst lieten afzetten om beter met pijl en boog te kunnen schieten enz, terwijl mannen bij hen weinig of niets in te brengen hadden en alleen dienden om het geslacht in stand te houden. Kortom extreme feministen uit het verre verleden. In de oudheid geloofde eenieder in hun bestaan. Toch is een dergelijke stam nooit werkelijk opgetreden. Geen stam dus die alleen uit vrouwen bestond en vooral jaagden en zichzelf verminkten om betere strijders te zijn. Maar wanneer u lachen wilt, moogt u niet vergeten dat er in die tijd in Afrika en Azië en in een verder verleden zelfs in Europa, een ver doorgevoerd matriarchaat heerste. In meerdere van deze stammen maakten de vrouwen ook deel uit – vooral tijdens hun jonge jaren – van de jagers en dus ook van de strijders van de stam.  Zoals de vrouwen altijd in deze stammen de leiding hadden, de besluiten namen en veelal ook de magische kant van de gemeenschap geheel beheersten. Reizigers kunnen dus wel degelijk een groepje jagende vrouwen ontmoet hebben en met hen een kort gewapend conflict hebben uitgevochten. De rest is versiering, rationalisatie en zeer waarschijnlijk ook het uitvloeisel van de behoefte om de toehoorders verstomd te doen staan. Mogelijk ook heeft men, horende dat men door vrouwen tijdelijk werd afgeslagen, zich de vraag gesteld hoe dit wel denkbaar was. Uit dergelijke, niet gecontroleerde verhalen ontstaan legenden en overleveringen, worden sagen geboren.

Steeds weer blijkt een legende te ontstaan rond een betrekkelijk onbelangrijk feit, dat om welke reden dan ook steeds weer tot de  verbeelding spreekt. Mythen ontstaan steeds weer rond personen en resulteren in een wezen, dat zo nooit heeft bestaan en gebeurtenissen die zeer eenzijdig en met verwaarlozing van essentiële gegevens worden  verteld.

De mens heeft behoefte aan helden. Maar deze moeten ook aan morele en andere normen beantwoorden, die men zich in een bepaalde tijd nu eenmaal stelt. Dus vervalst men de gegevens. Een mooi voorbeeld is het verhaal rond Christoffel Columbus. Het merendeel van de verslagen die over zijn reis bestonden, werden eerst na diens terugkeer opgesteld en door monniken geschreven. Wie door de regels heen leest, wordt echter geconfronteerd met een avonturier en handelaar die in eigen land Italië geen goede roep genoot. Men beschouwde hem als een goed zeeman, maar gelijktijdig als een handige mooiprater en oplichter. Ook tijdens de tocht handelde de man zeker niet zo mooi als het later wordt voorgesteld. Zo dwong hij zijn bijgelovige en bange matrozen met de wapens en door mishandelingen, om de reis voort te zetten, terwijl er geen voldoende voedsel en zelfs zuiver drinkwater meer aan boord was. Volgens zijn verhaal werd zijn tocht gered door het toeval dat men land zag vanuit de mast op het ogenblik dat hij wilde toegeven aan de drang terug te keren. In feite had hij reeds enkele zeer opstandige opvarenden doen doden en anderen ernstig doen mishandelen toen een laatste wanhopige opstand werd verhinderd door het feit dat enkele uitgeputte landvogels neerstreken in het want. Zelfs zijn gedrag tijdens een eerste ontmoeting met inboorlingen verliep niet zo vroom en idealistisch als het later werd voorgesteld. Ook heeft men de vreemdeling mogelijk gastvrij ontvangen, maar offers heeft men hem zeker niet gebracht, daar op de eilanden niet, zoals het rijk der Azteken en Inca’s, een legende over goden uit de zee bestond. Steeds weer vertekent men het werkelijke gebeuren en past men het aan aan de werkelijke behoefte van de vertellers en toehoorders.

Een soort legende kent u ook rond het leven en werken van Willen van Oranje. Hij is voor u de bevrijder der Nederlanden, de grote held. Maar bezie dan de andere kant eens: Iemand die trouw zweert aan de koning van Spanje en wanneer hij niet de plaats krijgt waarop hij recht meent te hebben, in verzet komt. Verbannen zoekt hij de mogelijkheid tegen de Spaanse macht te strijden, samen met zijn familie. Hij was noch Nederlander noch Spanjaard, maar kwam uit een klein Franstalig vorstendom. In feite maakte de man gebruik van de reeds bestaande opstand in de Nederlanden om zo voor zich tegenover zijn “vijand” eigen macht en vooral ook strijdmacht te scheppen. Het optreden van de Oranjes in de eerste tijd doet sterk denken aan dat van de condotierri, de huurofficieren. Om te bewijzen hoe goed hij was, wijst men vaak op zijn familieleven. Dit is van geen betekenis, want hetzelfde kan ik vertellen over mensen als Eichmann en kampbewaarders bij concentratiekampen. Eichmann was bij normale contacten zelfs een aangenaam mens, goed voor zijn vrienden enz. Men vergeet steeds weer, dat er tussen de man en diens streven of functie een groot verschil kan bestaan, waarbij de behoefte iets te bereiken naar buiten toe geheel andere gedragsnormen kan veroorzaken dan in meer intieme kring.

Zelfs in deze dagen geldt nog steeds dat mensen die zich normaal aangenaam en betrouwbaar gedragen, opeens geheel anders reageren wanneer het gaat om het verwerven van of behouden van functies, bezit en alle andere zaken die in feite belangrijkheid en macht vertegenwoordigen. Vaak is er zelfs een strijdigheid kenbaar tussen het normgedrag en karakter en de wijze, waarop men, eenmaal in functie optredende, zich meent te moeten gedragen.

Bepaalde zijden van de mensen blijven ook vaak verborgen. Van uw koningin kan gezegd worden dat zij hard werkt, waardig en charmant weet op te treden enz. Maar wie van u heeft gehoord dat zij ook een grote driftkop is? Toch is zij dit en kan zij onder omstandigheden optreden met een hardheid en schijnbare onverschilligheid, die velen zou afschrikken, wanneer zij daarmee geconfronteerd werden. Maar die kant van de persoon, blijft nu eenmaal buiten beschouwing. Zo is er bv. over de zuinigheid van Koningin Wilhelmina wel het een en ander bekend geworden. Maar wie heeft ooit gehoond dat zij, wanneer koorden werden vernieuwd, achter het personeel aanging om te zien dat vooral geen te lang of te kort stuk werd gebruikt en afgesneden? Toch is ook dit waar. Wat overblijft is de sterke vrouw, wilskrachtig, vastberaden, niet de gefrustreerde vrouw die zij ook was. Zoals niemand zich realiseert dat zij haar eenzaamheid grotendeels zelf heeft veroorzaakt. Zoals niemand zich realiseert dat het haar trots was en haar verzet tegen een regering die haar in feite gedwongen heeft mee te vluchten, die haar er toe brachten zo zelfstandig en vaak tegen alle raad in op te treden in de Engelse jaren en wel zo gedecideerd dat zij daardoor in enkele gevallen zich het respect van vele voorname personen en zelfs van de toch keiharde en bevooroordeelde Churchill wist te verwerven.

De feiten worden geselecteerd en het gehele verhaal toont reeds trekken van een mythe. Zoals ook verhalen rond oorlogen de neiging hebben eenzijdig te zijn en te veranderen in legenden en parabelen die ten doel hebben eigen volk te verheerlijken. Besef dat ook de “geschiedenis” die u in boeken kunt lezen, in de meeste gevallen een vertekening van de werkelijkheid inhoudt. Niet omdat men, vooral t.a.v. recente gebeurtenissen, dit bewust doet, maar omdat men nu eenmaal van een bepaald standpunt uitgaat en zo zelfs de meest eerlijke pogingen tot onpartijdigheid niet weet vol te houden. Men benadert alles nu eenmaal vanuit een eigen gezichtshoek en heeft de neiging alles te minimaliseren of weg te laten, wat dit eigen standpunt zou kunnen schaden.

Zelfs een kundig en gemeenlijk onpartijdig geschiedschrijver als de Jong maakt zich hieraan schuldig, wanneer hij zozeer zijn aandacht richt op verzet en Jodenvervolging, dat de wijze waarop bv. tegen de zigeuners werd opgetreden en wat dezen hebben moeten doormaken slechts zijdelings wordt benaderd en van te weinig saillante beelden wordt vergezeld, ofschoon die met enige moeite zeker te verkrijgen zouden zijn geweest.

In deze dagen is het mogelijk, hetgeen wordt geschreven te controleren aan de hand van de voorhanden gegevens, er zijn echter vele eeuwen geweest waarin schrijven en lezen alleen door een kleine minderheid beheerst werden. Vele eeuwen waren er maar enkelingen in staat om verhalend te schrijven en zij waren gemeenlijk in dienst bij voorname personen of tempels, die uitmaakten wat wel en niet neergeschreven mocht worden. Wat was dan de bron van nieuws voor de gewone mensen? Er waren de barden, de minnestrelen, de troubadours. Zij waren niet, zoals men nu meent, mensen die vooral vermaakten. Zij waren vaak in de eerste plaats de mensen die weliswaar aardig konden zingen of kunsten konden vertonen, maar die vooral werden ontvangen en beluisterd omdat zij het laatste nieuws van elders aanvoerden, wat zij zelf vaak ook maar van horen zeggen hadden. Hun kunst bestond er o.m. uit, dit nieuws zo boeiend mogelijk te vertellen. Daarnaast probeerden zij steeds weer hun nieuws zodanig te geven dat het voor degenen die hen moesten belonen aangenaam zou zijn of althans aanleiding tot ruimere beloning zou vormen. Wat te begrijpen is, want wie niet aanvaardbaar nieuws bracht, belandde al snel in een kerker of werd in het minste geval beloond met een pak ransel.

Voor de vroege middeleeuwen reisden bv. druïdische barden rond, die lessen gaven, liederen zongen, maar gelijktijdig ook handelsovereenkomsten en diplomatieke onderhandelingen voerden. En waar geen nieuws was dat men kon of durfde vertellen, greep men vaak naar het verleden, daarbij alles ombuigende zodat het in de geldende situatie toepasselijk was. Dergelijke mensen waren vaak echte geheugenkunstenaars. Zelfs in deze dagen kan men in Afrika nog mensen aantreffen die alle geslachten en gebeurtenissen van belang kunnen opsommen tussen heden en christusgeboorte of zo, dus enkele duizenden jaren geschiedenis  met bijbehorende anekdoten en beschrijvingen in hun geheugen weten te bergen. Maar je kunt niet stellen, dat zij de waarheid weergeven. Zij vervormen steeds gegevens opdat zij “toepasselijk” zouden zijn.

Het vervormen van de waarheid is de mens nu eenmaal eigen. Het is niet iets verschrikkelijks. Zelfs wanneer men een waar verhaal vertelt, voegt men vaak onware details toe die het geheel interessanter moeten maken.

Voorbeeld van vertekening: men ziet een gevecht van een neger die het bovenlijf wit heeft gemaakt en daarop met rode aarde figuren heeft getekend. Op zich interessant genoeg om veel aandacht te trekken. Dus maakt men er mensen van zonder hoofd, maar met een grote mond op de buik waar u ongeveer de navel hebt zitten. Men beschrijft dus iets, wat niet bestaat. En waarom zijn de meest primitieve volkeren bij vele oude schrijvers altijd nog te vergelijken met bepaalde standen uit eigen gemeenschap? In dit verband is het misschien aardig de legenden rond Atlantis nogmaals nader te beschouwen.

Atlantis heeft werkelijk bestaan. Maar van alles wat er over verteld wordt, klopt in verhouding maar heel weinig. Waar komt dit alles vandaan? Er is een grote ramp geweest op deze wereld. Op verschillende breedtegraden heeft deze waarschijnlijk geheel verschillende gevolgen gehad. De beschreven rampen vallen wel kennelijk allen binnen een bepaalde periode, zeg rond 80 jaren, maar behoeven niet gelijktijdig te zijn gebeurd. Stenenregens en vuur dat uit de hemel valt, wordt o.m. rond de Andes verteld. Grote overstromingen spelen een rol in Afrika en Zuid-Azië, Noord-Amerika vertelt over stormen, waarna de aarde beefde en scheurde. Alleen zij die op bepaalde heilige gronden vertoefden, bleven gespaard – indianenverhaal. Dit alles zou veroorzaakt kunnen zijn door een breuk en vervolgens zinken van een deel van een aardschots met alles wat zich daarop bevond.

Heeft de zondvloed ooit bestaan zoals beschreven? Waarschijnlijk is dit niet. Eerder zullen er plaatselijke overstromingen geweest zijn die op de bevolking een dergelijke indruk achterlieten. En wanneer u uitgaat van het standpunt dat het in de Bijbel staat en dus waar moet zijn, vraag u dan eens af waarom de verhouding van de afmetingen van de ark zoveel overeenkomst vertonen met die van het eerste tabernakel en van de ‘arke des verbonds’ enz. Kennelijk hebben deze getallen, een andere dan alleen feitelijke betekenis. Je zou kunnen stellen dat de symboliek hier het verhaal is binnengedrongen.

Toch mogen wij aannemen dat er inderdaad zeer grote overstromingen van lange duur zijn geweest en dat er inderdaad daardoor enkele mensen tot overleven kwamen en anderen ondergingen. Neemt men alle bekende bronnen, dan duiken verschillen op: de een spreekt over rivieren die buiten hun oevers treden, anderen over de zee die het land overspoelde, weer anderen over langdurige en zware regenval als voornaamste oorzaak. Ur lag aan de  kust. De wateren uit de afgrond wijst op zee. Regen wordt ook genoemd. Kennelijk de bron van het Bijbelse verhaal. Rivieren treden buiten hun oevers, het water wordt brak, zo vertelt men in bepaalde delen van Afrika. Regen wordt niet genoemd. Iedereen neemt kennelijk verder aan dat hetgeen in eigen omgeving gebeurde over de gehele aarde ongeveer gelijkelijk is gebeurd.

 Nu zou men verschillende oorzaken kunnen geven, die een dergelijke ramp waarbij de gehele aarde op de een of andere wijze betrokken is, zouden kunnen veroorzaken: een kanteling van  de aardas, maar ook de inslag van een enorme meteoor of een dergelijk iets kan aansprakelijk zijn. Laat ons aannemen dat een deel van de aardkorst op deze wijze beschadigd werd. Enorme vulkanische werkingen moeten daarvan dan het gevolg zijn geweest. Wat de zaak interessant maakt. Want wij horen steeds weer dat Atlantis ten onder zou zijn gegaan, doordat mensen vulkanische krachten verkeerd gebruikt zouden hebben. Laat ons dan eens zien wat men o.m. op de boden van de Atlantische en Stille Oceaan aantreft: er zijn vulkaangebieden. Er zijn ook nogal wat plaatsen waar men vulkanische gesteenten kan opvissen en op enkele plaatsen zelfs stukjes van de aardschil. Stel dat een deel van de aarde een zodanige schok heeft gekregen, dat een deel van een aardschol afbrak en verzonk, dan zal dit overal gevoerd hebben tot intense aardbevingen; door wrijving van aardschotsen zal de atmosfeer sterk beïnvloed zijn en vervuild zijn door vulkaanas. Vloedgolven treden vanzelfsprekend op bijna rond de gehele aarde, maar vooral de gebieden rond de evenaar. Het zo verzinken van een aantal eilanden, zelfs een eiland met de omvang van Ierland is dan zeker voorstelbaar. Overlevenden zullen gevlucht zijn naar de continenten en hebben waarschijnlijk vele verhalen verteld over de grootheid van het rijk dat nu verdwenen was.

Hoe komen wij dan aan de beschrijving die nu bekend is en door een Egyptische priester zou zijn verteld aan een Griekse filosoof en staatsman? Het kan hier handelen over iets van deze oude verhalen, al is het moeilijk je voor te stellen dat de stad die beschreven wordt ooit precies zo en werkelijk bestaan zou hebben. Toch moet er voor de vormgeving enige aanleiding bestaan. Volgens andere en meer betrouwbare berichten schijnt er in Spanje en wel nabij het huidige Cadiz, eens een stad gelegen en actief geweest te zijn, die wel enige gelijkenis toont met het geschrevene. Er is dus inderdaad een stad geweest die als voorbeeld voor de beschreven hoofdstad Atlantis kan hebben gediend. Het bestuur daar is echter met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid toch wel anders geweest dan beschreven wordt. Het is zonder meer denkbaar dat de schrijver het verhaal gebruikt om meteen iets van zijn eigen inzichten in politieke en sociale verhoudingen weer te geven. De man heeft kennelijk gegevens en mogelijk overleveringen gebruikt om meteen zijn eigen visie op een ideale staat naar voren te brengen. Maar de vormgeving wijst er op dat als voorbeeld voor de stad veel ontleend is aan die oude handelsstad die zelfs met haar vloot betrokken zou zijn geweest bij de vernietiging van het eerste Troje, al dan niet te samen met vluchtelingen uit Atlantis.

Je kunt concluderen dat de superbeschaving die aan de Atlanten wordt toegeschreven althans voor een groot deel illusie zal zijn. Daarop wijst ook het feit dat steeds de nieuwste ontwikkelingen of ontdekkingen opduiken in verhalen over dit verdwenen continent. Ook hetgeen men vertelt over de ideale sociale indeling van land en stad is kennelijk een droombeeld aangepast aan de idealen in de tijd waarin dergelijke verhalen worden geschreven.

Men kan dus alles over Atlantis wel beschouwen als mythe, als overlevering zonder grond, maar men zal nooit mogen vergeten, dat op de achtergrond feiten liggen, feiten die vaak heel wat dichter bij de verhulde feiten liggen dan menige theoreticus graag wil aannemen. Schrijvers en denkers haakten graag aan bij Plato’s verhaal om zo hun esoterische, avontuurlijke of romantische werken zo een bijzondere achtergrond te verschaffen. Mythe en feiten zijn in deze dagen slechts zeer moeizaam enigszins van elkander te scheiden. Soms wil men een bepaalde belangrijkheid benadrukken. Dat ziet men ook wanneer allerhande anekdoten aan een bepaalde persoon worden toegeschreven. Mogelijk zijn zij wel gebeurd al waren anderen de hoofdpersoon, mogelijk heeft iemand ze uitgevonden om zo de nadruk te leggen op eigen kennis en een bepaalde karakteristiek in een vereerd of gehaat belangrijk persoon. Feiten en verhalen worden op onontwarbare wijze tot geheel gemaakt. Denk maar eens aan sinterklaas, die leefde in Turkije, maar kennelijk uiteindelijk in Spanje terecht is gekomen.

Verhalen worden aangepast. Handelt het over personen, dan kan men spreken van mythevorming. Gaat het om ingewikkelder zaken als bv. bepaalde structuren of reeksen handelingen, dan komt men al snel tot legenden, ontstaan er zelfs sagen.

Denk aan de verhalen rond King Arthur. Deze vorst kan, zoals hij beschreven wordt, nooit bestaan en geleefd hebben in de tijd waarin zijn leven zich heet af te spelen. Er heeft inderdaad een veste bestaan die als voorbeeld gediend kan hebben voor het slot van deze koning. Maar dan eerder qua plaats dan qua vorm. De vorst trekt de tafelronde aan. Dat een vorst die zijn macht wil handhaven of uitbreiden, vechtersbazen aantrekt is normaal. Dat dezen een soort orde van ridders vormden, behoort echter weer meer tot de tijd van de kruistochten. Opvallend is, dat alle helden in die verhalen zo edel zijn. Dit terwijl de historische feiten bewijzen dat heersers in die dagen alles behalve edel en edelmoedig waren als regel en de meeste ridders zeker geen heiligen.

De wijze waarop de ridders uittrekken doet hier en daar nogal denken aan de graallegenden en verhalen, zoals die in Frankrijk worden verteld. De verwikkelingen in de liefdesverhalen zijn ongetwijfeld het werk van minnestrelen en horen qua vorm en uitwerking vermoedelijk thuis aan het einde van de 11e en het begin van de 12e eeuw. Deze ridderlijke verhalen handelen over een vorst, die zo nooit bestaan kan hebben en tekent een ridderlijke karikatuur van de werkelijkheid. Misschien heeft men het gebruikt als middel om een afzichtelijke werkelijkheid iets mooier te doen schijnen en gelijktijdig door het scheppen van een ideaal een bepaalde klasse te beïnvloeden.

In het begin zijn de Arthurverhalen simpel; een soort avonturenromans voor middeleeuwers. Maar dan, opeens komt koning Arthur sterk in de mode. Waarom? De heersende vorst van Engeland heeft kennelijk behoefte aan meer trouw van de adel en meer vertrouwen bij het gewone volk. Uit die tijd stamt ook de zgn. ronde tafel, die op het ogenblik nog in Engeland wordt bewaard. De wijze van houtbewerking en hechting wijst op de tijd van einde 1300 of begin 1300. Kennelijk was het voor hooggeplaatste personen die dagen erg belangrijk te doen “alsof”  en zich te voegen in hoofse manieren die zeker enkele eeuwen voordien nog overal onbekend waren, behalve natuurlijk aan het hof van koning Arthur.

Nu ja, de mensen zijn goedgelovig. Wanneer je alle  “echte splinters van het Heilig Kruis van Jezus” bij elkaar zou kunnen voegen en weer tot planken verwerken, zou je er een aardig zomerhuisje van kunnen bouwen.

De mens heeft nu eenmaal behoefte aan het wonder, aan het onbegrijpelijke, het ongewone. Hij heeft behoefte ook vaak aan een rechtvaardiging van hetgeen hij nu is en zoekt die in het verleden. Nietwaar jongens van Jan de Witt?

Of bent u eerder vereerder van Michiel Adriaanszoon De Ruyter? Van diens type kun je er nog wel enkele aantreffen in uw land. Nu ja, onze Michel was in feite een kaper en soms zelfs een piraat. Toch zou het de moeite waard, zijn om na te gaan , waarom deze helden en verhalen over hun tijd opeens zoveel opgang doen, juist in tijden, dat  Nederland aan mogelijkheden steeds meer schijnt te verliezen. Zoals men elders ziet dat verhalen over armen die rijk en machtig werden juist opgang doen in tijden waarin de doorsnee burger zelfs de mogelijkheid voor zich en de zijnen voldoende voedsel te verdienen wegvalt.

Toch niet onbegrijpelijk. Door je te beroepen op een verleden – ook wanneer dit nooit werkelijk zo bestaan heeft – kan je de mensen brengen tot een levenshouding die je voor jezelf een meer aanvaardbare vindt. Op een dergelijke wijze zijn de mensen altijd wel gemanipuleerd. Er zijn heel wat mythen, legenden en sagen te vinden die met alle magische gebeuren daarin beschreven, in feite niet veel meer zijn dan een rechtvaardiging van bestaande toestanden. Opvallend is ook dat dergelijke legenden en mythen juist dan op de voorgrond gaan komen wanneer er een tegenstand tegen bepaalde toestanden en verhoudingen kenbaar wordt

Wanneer wij zoeken naar de bronnen, dan moeten wij zeker niet alleen naar de feiten en de verhalen kijken. Dan moeten wij zoeken naar de mens, de mens die al te vaak zichzelf probeert te rechtvaardigen door zichzelf en anderen sprookjes te vertellen. Dan moeten wij kijken naar die vele mensen die, omdat zij graag gehoord of aanvaard willen worden, de werkelijkheid een tikje verdraaien en vooral verfraaien, daarbij moeten wij steeds voor ogen houden dat een werkelijkheid, die honderd malen op een dergelijke wijze gebruikt en verfraait wordt, geen werkelijkheid meer blijft, maar in feite een sprookje wordt. Zoals gevoelens van wrok of onmacht in vele gevallen eveneens het aanzijn geven aan onware verhalen, die het gedrag van zeer vele mensen kunnen beïnvloeden gedurende zelfs een langere periode.

Neem als voorbeeld de heksen. Hoeveel vreemde verhalen werden er niet over heksen verteld voor men tot een werkelijke vervolging kon overgaan? Hoeveel is het bovennatuurlijke niet gehanteerd als een verklaring voor de eigen onmacht, zoals in de verhalen over de bokkenrijders in Zuid Nederland? Maar ondanks alles wat gezegd werd, konden de bokkenrijders heus niet op bokken door het luchtruim vliegen. En heksen gebruikten dan wel vaak bepaalde psychedelische zalven en middelen, hielden feesten in de vrije natuur, kenden vele kruiden, maar met de duivel hadden zij niets van doen. Het waren eenvoudig natuuraanbidders. De verhalen over heksen die zich aan de duivel uitleveren e.d. zijn ontstaan vanuit de behoefte van kerkelijke autoriteiten om eenieder die zich niet geheel aan hun gezag onderwierp – en dus ook voor de sociale orde, die in deze dagen door die kerk bepaald werd, gevaarlijk kon worden- op de een of andere wijze weg te werken.

O, zeker, er zijn werken als de heksenhamer, de malleus mallificiarum, waarin alles beschreven wordt wat heksen alzo doen, hoe zij met de duivel samenkomen, hun gedienstige geesten krijgen en onderhouden en wat dies meer zij. Vele bekentenissen schenen de juistheid van dergelijke boeken te onderstrepen, maar dergelijke getuigenissen werden onder tortuur afgedwongen. En wanneer men u lang genoeg op de pijnbank legt, zult ook u waarschijnlijk alles willen vertellen wat uw beulen maar wensen, alleen om even rust te krijgen. Zoals er in deze dagen mensen zijn die toegeven fascist of communist te zijn, te spioneren voor de kapitalisten of anderen, wanneer zij maar lang genoeg in de mangel genomen worden, wat uiteindelijk op precies hetzelfde neerkomt.

O, ook hier zal het gaan over figuren die werkelijk bestaan hebben en over gebeurtenissen die, zij het ietwat anders, plaatsvonden of tenminste niet ondenkbaar zijn. Toch gaat het niet in de eerste plaats om de werkelijkheid, maar om het beeld van mensen en feiten dat men ter rechtvaardiging van eigen optreden nodig heeft.

Dacht u dat een Mao tse Tung, groot denker en dichter als hij ongetwijfeld geweest is, goed soldaat als hij was en redelijk goed advocaat, werkelijk die goed geklede heilbrengende figuur is geweest die volgens de verhalen zijn mannen op de lange tocht voorging? De werkelijke mens was heel anders, met driftbuien en onredelijkheden, met grote behoefte aan verering, met amourettes bij de vleet, een man die zijn medemensen gewetenloos kon opofferen voor het grote doel. Zoals in zijn eerste jaren zijn goede houding tegenover de boerenbevolking heus niet alleen voortkwam uit zijn wil om voor de eenvoudigen goed en rechtvaardig te zijn waar mogelijk. Want hij heeft heel wat boeren tegen wil en dank meegenomen, geronseld en tot soldaten gemaakt. Zijn “goedheid” kwam vooral voort uit de behoefte een goede relatie te scheppen in die streken waarin hij en zijn mannen enige tijd moesten vertoeven. Vrienden waarschuwen je, vijanden verraden je. Dus wilde hij niemand tot vijand maken voor hij verder trok.

Wat is dan het essentiële verschil tussen de verhalen die men over deze man vertelt of over anderen zoals Lenin e.d. en de oude verhalen over Robin Hood? Wiens naam overigens veelzeggend is: Hood betekende struikrover of misdadiger. Volgens het verhaal is Robin de superman van Sherwood forrest, steeds bezig maagden te beschermen, onrecht te wreken en onschuldigen te beschermen. Daarbij is hij ook nog tegen de gehate prins Jan en voor koning Richard. Roerend en mooi. Heeft er ooit werkelijk een Robin the Hood bestaan? Inderdaad, hij was de oudste zoon van een landheer en had zich, zoals in die dagen wel meer gebeurde, schuldig gemaakt aan gewelddaden en roverij. Een van zijn slachtoffers was toevallig een lid van de uit Bretagne stammende nieuwe adel, die veel goede relaties had in hogere kringen. Hij moest als gevolg daarvan vluchten voor de rechterlijke macht en de soldaten. Begrijpende dat hij alleen zich niet zou kunnen handhaven, heeft hij inderdaad wat vogelvrijen, politieke vluchtelingen en misdadigers rond zich verzameld en had een bende van rond 50 man. Zijn aanvallen richtten zich voornamelijk op transporten van geld en goederen, behorende aan de rijke edelen, handelaren en zelfs prelaten. Hij deed dit voornamelijk voor zichzelf, maar deelde wel rijkelijk beloningen en gelden uit aan de mensen, van wie hij nut kon hebben en vertrouwen dorst,  voornamelijk gewone mensen, arme boeren e.d.

Hoe die verhalen dan ontstaan zijn? Wel, hij was een soort lord Lister van het verleden. Het klinkt zo mooi, wanneer er iemand is die opkomt voor alle verdrukten en ook jou misschien eens zal helpen. Wat voor de aanhangers van Leeuwenhart een gerede propaganda betekende. Overdrijving schaadt dan niet. Zo zijn dergelijke verhalen ontstaan. Maar besef wel dat legenden en sagen altijd berusten op een gebrek aan mogelijkheden tot verificatie, terwijl mythen door hun opzet altijd elke poging tot redelijke controle van te voren onmogelijk schijnen te maken. Zij blijken vaak van grote invloed op de aanvaardbaarheid van een bepaalde uitspraak, bepaalde ontwikkelingen die zich afspelen juist in de dagen dat zij het eerst meer algemeen verbreid waren. Daarnaast scheppen zij de mogelijkheid kritiek uit te oefenen, zonder de schijn op je te laden dat je dit opzettelijk doet.

Elke legende, elke mythe, elke sage blijkt in zijn beelden een beroep te doen op waarden die voort schijnen te komen uit de mens zelf, uit zijn gevoels- en droomwereld. Hierdoor vormen zij geen uitbeelding van zaken die buiten de mens werkelijk zijn in de eerste plaats, maar geven zij vooral waarden en problemen weer die binnen hem bestaan.

Er bestaan nogal wat mythologieën, waarin de goden in feite mensen zijn, echter ontdaan van hun machteloosheid en beperkingen. Toch zijn er enkele gegevens die niet zo eenvoudig te verklaren zijn zonder ook enige feiten te veronderstellen. Waren er eens misschien mensen, mogelijk overblijfselen van een hogere beschaving, die zich vestigden in een op grotere hoogte gelegen en door henzelf gebouwde burcht? Mensen die van daaruit zeker dan een deel van het land geregeerd en mogelijk ook geplunderd hebben? Mensen die dank zij hun hoger technisch peil dingen konden doen waarvan de gewone mensen niet konden begrijpen hoe dezen tot stand werden gebracht?

Vergeet niet dat er ook legenden zijn over verloren gegane beschavingen die een hoog magisch – lees technisch – peil bereikt hadden. Dit zou een redelijke verklaring kunnen vormen voor de goden op de Olympus of de Everest. Zowel in de Andes als in de Karakorums zijn er ontoegankelijke bergtoppen die verondersteld worden de woonplaats van zekere goden te zijn.

Wie zich bezig houdt met het verleden komt tot vreemde ontdekkingen. Zo zijn er voorwerpen van koper, brons en orichalcum gevonden die schijnen te dateren aan het begin van de periode waarin dergelijke zaken meer algemeen werden. Stel u de situatie voor: iemand vindt een bepaald metaal uit en weet het te bewerken voor anderen dit kunnen. Men beschikt dan opeens over wapens en mogelijk schilden e.d. die van betere kwaliteit zijn dan die van alle anderen. Men kan dan in aantal veel sterkere troepen gemakkelijk overwinnen. De overwonnenen zullen echter niet graag toegeven dat zij door betere wapens alleen verslagen werden. Wapens die nog niemand kende bovendien. Dus zullen zij voor hun nederlaag een bovennatuurlijke verklaring geven en zo hun gevoel van eigenwaarde zo goed mogelijk beschermen.

In een ver verleden horen wij dat Indische goden gebruik maken van strijdwagens die o.m. messen rond de naaf hebben: Skieten, maar later ook Egyptenaren en Romeinen gebruikten later dit wapen eveneens. In dergelijke gevallen is het of overleveringen en latere feiten een soort huwelijk aangaan.

Denk niet dat mythen altijd met het verleden te maken hebben. Uw eigen begrip van democratie is, gezien de werkelijke betekenis van dit woord, in feite een mythe. Velen zullen dit ontkennen op grond van het feit dat zij een zekere invloed op het bewind kunnen uitoefenen. Waar. Maar toch is het geen regering van het volk door het volk. Het volk heeft niet werkelijk t.a.v. zijn lot een steeds bepalende invloed.

Men kan stellen dat in grotere gemeenschappen geen echte democratie denkbaar is. U hebt dan gelijk. Maar werkelijke democratie komt neer op een regering aan de hand van volksstemmingen plus meerderheidsbesluiten. Waar het gewone volk zijn mening niet over elk besluit kan geven en niet in staat is eenmaal genomen besluiten desnoods ongedaan te maken, is geen sprake van democratie. Dus heeft men de waarde die in het begrip ligt vervalst en gebruikt men in feite een verkeerd woord om zo gevoelens te wekken die niet in feiten kunnen worden omgezet. In feite betekent uw democratie: regering door gekozen regenten, waarbij men wel kiezen kan, maar op het kandidaat-stellen van deze regenten geen beslissende invloed kan uitoefenen.

De mensen zijn in feite ontmondigd. Besluiten worden zelfs tegen de wil van meerderheden in genomen, redenen worden niet of in vervalste vorm gegeven. Toch beroept men zich op de “eerlijkheid” van een dergelijk systeem, alsof er – zoals eens in een kleine stad mogelijk was – elke belangrijke beslissing door allen en met meerderheid van stemmen na bewuste keuze is genomen. Wees eerlijk en geef toe dat u door regenten geregeerd wordt, waarbij u desnoods de ene soort boven de andere kunt kiezen, maar geen werkelijke invloed hebt op de beslissingen die zij nemen, noch kunt betrouwen op de beloften die zij voor het gekozen worden, u gedaan hebben.

Waarom zou men dan toch de mythe van de democratie handhaven? Omdat het denkbeeld van een volk dat als geheel en onderling aansprakelijk is voor alles wat besloten wordt, bijzonder aantrekkelijk is, omdat het gevoel zelf invloed te hebben op de gang van zaken voor vele eenvoudige mensen een bijzonder aangenaam gevoel is en daardoor hen zaken doet aanvaarden die zij anders zeker te vuur en te zwaard zouden bestrijden. De meeste mensen zijn gelukkig met het denkbeeld in een democratie deel te hebben, tot het ogenblik dat zij de gevolgen daarvan moeten dragen. Maar dat is weer een ander hoofdstuk.

Bij mythen, legenden en sagen blijken de nuchtere feiten veelal geheel of grotendeels in tegenspraak te zijn met hetgeen wordt verteld of geloofd moet worden. Wanneer zovele mensen dan toch blijven vasthouden aan een tegen alle feiten ingaand denkbeeld of geloof, betekent dit duidelijk dat redelijkheid en feiten geen grote rol kunnen spelen. Het blijven geloven, blijven nastreven van dergelijke onredelijk blijkende stellingen en verhalen komt voort uit een innerlijke behoefte: de behoefte voor jezelf een bepaald wereldbeeld te scheppen waarin je zelf meent te passen, ook al spreken alle feiten in de wereld de juistheid van dit wereldbeeld tegen.

Ik stel dat alle overleveringen verhalen, legenden, sagen, mythen en zelfs verhalen over de wonderbaarlijke levens van heiligen door dezelfde behoefte te verklaren zijn. Ook de zgn. waarheden als bv. de legende van Adam en Eva. Ik kies deze omdat de mensen in deze dagen daarvan gemakkelijker afstand nemen. Vergeet echter niet, dat een eeuw geleden vele mensen er nog van overtuigd waren, dat de aarde niet ouder is dan 4000 v.Chr. en dat de gehele mensheid dus nakomeling is van deze twee mensen. Alle wetenschappelijke feiten worden verklaard door te stellen dat de schepper zelf tijdens de schepping de zgn. oudere fossielen in de aarde heeft ingebouwd e.d.

Wie echter zeker wil zijn dat zijn leven een buitengewone betekenis heeft, dat hij a.h.w. uitverkoren kan zijn, zal dergelijke onredelijkheden graag op de koop toe nemen. Want het denkbeeld schept een kunstmatig gevoel van zekerheid dat men niet graag wil ontberen. En  toch heeft het verhaal zelf voldoende strijdigheden om duidelijk te maken dat niet alles klopt. Kain vermoord, Abel en vlucht naar een vreemd volk en neemt zich daar een vrouw. Hoe is dit denkbaar, wanneer op aarde alleen nakomelingen van Adam en Eva bestaan? Wie redelijk wil zijn kan desnoods nog in deze eerste mensen geloven in de zin van een paar dat behoorde tot een nieuwe soort, maar niet meer als, de eerste en enige “mensachtigen” die op aarde bestonden. En dan blijken andere oude en zgn. heilige geschriften en mythen als die van India een aanvulling te betekenen, waardoor een duidelijker beeld van hetgeen mogelijk eens bestond kan oprijzen.

Toch wordt ook hier het goddelijk ingrijpen steeds weer genoemd, het onbekende moet een naam hebben. Er is steeds weer sprake van paradijzen. De droom van geduldig leven en de daarmee in tegenstelling zijnde feiten moeten verklaard worden. Zondeval, het verliezen van de weg, strijd tegen de goden, het kwijtraken van een sleutel komen eveneens voor. Alsof men duidelijk wil maken, dat men door eigen schuld in het zweet zijns aanschijns zijn brood moet verdienen. De schuld van de mensheid tegenover medemensen wordt zo meteen even afgewenteld op hoge en onaantastbare persoonlijkheden. Ik kan zo voortgaan. Maar duidelijk is steeds weer dat in  dergelijke verhalen de droom van de mens a.h.w. geïnjecteerd wordt in een geheel, dat de mens moet wijzen op andere mogelijkheden en kansen dan wel hem vrede moet doen hebben met zijn lot.

Vaak spelen ook symbolen een rol: vier stromen in het paradijs, de windstreken, de vier oude elementen enz. staan voor een menselijke wereld, menselijke afmetingen. Twee bomen in het paradijs, hemel en hel vormen paren van tegenstellingen. Staan zij niet voor de tegenstellingen die noodzakelijk zijn voor elke mens om tot besef te komen?

In de verhalen hebben oude magische en religieuze elementen ongetwijfeld een rol gespeeld. Maar wie zegt ons dat dit geen verbastering betekent van eens bekende feiten, van eens bestaande technieken en filosofieën, tot onherkenbaarheid teruggebracht door wezens die de oorspronkelijke waarden niet meer konden begrijpen?

Ook de symbolen zeggen iets over de bronnen van alle legenden, sagen en mythen. Neem het oeroude kruis in de cirkel en de varianten daarop. Onwillekeurig dringt zich de samenhang op met de verdeling van elementen, windstreken enz. Het gnostische teken van de slang, die zichzelf verslindt, lijkt nog wel aanvaardbaar: het is de tijd. Maar het is heel wat ouder dan de gnosis en speelt bv. in Germaanse legenden op andere wijze een rol.

Vraag u eens af, hoe de mensen gekomen zijn tot het gebruiken van dat vreemde teken dat tegenwoordig ‘oneindig’ vertegenwoordigd: de lus met een slag er in. Al in 6000 v.Chr. komt men dit tegen in licht gewijzigde vorm, maar met dezelfde hoofdinhoud. Het komt voor in Azië, maar ook in Amerika en Afrika. Hoe kan dit? Waarom wordt het bij sommige Chinese geschriften als een soort kantaantekening of waarde-aanduiding aan bepaalde geschriften en gedichten toegevoegd? Het lijkt op een moebius strip, u weet wel, een ring waarin een draai zit, zodat je, één zijde volgende, zowel de binnen als de buitenkant schijnt te volgen zonder ooit de andere zijde te kunnen benaderen. Waarom aannemen dat men dit in het verleden niet wist? Indien men het wel besefte, zou een dergelijk teken kunnen staan voor de onmogelijkheid van de mens, de werkelijke tegenstellingen te vinden en zou het kunnen betekenen: alle tegenstellingen die wij constateren zijn alleen schijnbaar.

Ik kan mij voorstellen, dat men de eenzijdigheid van het menselijke bestaan heeft erkend. Daaruit vloeide dan de noodzaak voort een tweede bestaan, mogelijk het geestelijke als counterpart daarvan te stellen en te erkennen. Dit zou ook verklaren, waarom men alleen voor de machtigen en sterken eens het voortbestaan als geest mogelijk achtte; een zwakkere kon immers de wand tussen de werkelijkheden niet doorbreken. Er   zijn vele symbolen die zo een vreemd licht werpen op de bronnen van onze mythen en legenden.

Vergeet bij dit alles niet, dat symbolen een soort stenogrammen vormen en de samenvatting betekenen van beschouwingen en soms vele verhalen in zich verbergen. Ik ben van mening dat hetgeen een symbool doet, in een enkel beeld door mythen, legenden en sagen in feite ook gedaan wordt, echter nu in gelijkenissen, vele woorden, vele uit woorden gevormde beelden. Mij komt het voor of de mensen met dit alles zichzelf steeds weer proberen te vertellen dat zij niet eenzijdig zijn, dat zij niet alleen maar aan deze ene wereld gebonden zijn. Ik voel aan dat de mens in het kader van al dergelijke verhalen zichzelf duidelijk probeert te maken dat er voor hem ook nog een andere, een nu nog onkenbare en vreemde werkelijkheid bestaat. Dit alles zijn voor hem slechts aanduidingen dat hij eens deze hem nu nog vreemde werkelijkheid zal kunnen betreden.

Het komt mij voor dat de mens steeds weer probeert zich los te maken van zijn eigen beperkingen door te vertellen over mensen of wezens die dergelijke beperkingen niet kennen. Of men probeert het eigen gevoel van lotsgebondenheid en onmacht te vernietigen door verhalen, dromen en feiten samen te voegen tot een geheel waarin de hoofdpersonen steeds weer ontkomen aan overmacht, machten verwerven en zich zo onttrekken aan de werkelijkheid, waarin de gewone mens nog leven moet.

O, in alle verhalen, legenden, sagen, mythen, zijn wel enkele feiten van de eigen wereld aan te treffen. Maar dezen worden dan zodanig vervormd dat hun betekenis verandert. Juist daardoor is het zo moeilijk die feiten in legende, mythen, sagen terug te vinden. De mens – ook wanneer hij gelooft, stellingen verkondigt of verhalen vertelt – tracht volgens mij vooral steeds weer zichzelf te bewijzen dat hij gelijk heeft, dat hij de moeite waard is en dat wat hij doet, goed en dus voor allen juist is.

Waarmede ik deze inleiding wil beëindigen. Ik heb u naar ik meen meer dan voldoende mogelijkheid geboden tot protesteren e.d. Dit moogt u dan na de pauze doen.

Vele punten zijn niet aangeroerd, die u mogelijk erg belangrijk vindt. U kunt deze dan na de pauze aanroeren. Wel zal ik mij dan meer dan tijdens deze inleiding in duur beperken om zo zoveel mogelijk vragen, opmerkingen en protesten te kunnen belichten.

Tweede deel

Ik stel met vreugde vast dat uw aanwezigheid ondertussen nog niet tot overlevering is geworden. Ik begin met de schriftelijke vragen.

  • Kunt u iets meer zeggen over de symboolvorming, waartoe de mens zozeer geneigd is?

De oudste symbolen blijken te zijn voortgekomen uit de behoefte van de mens om bepaalde gevoelens en innerlijke situaties uit te drukken. Zij zijn kennelijk een poging om de relaties van de eigen innerlijke wereld met de wereld daarbuiten weer te geven. Later worden de symbolen meer en meer aangepast aan de denkwijzen die ontstaan, religies enz. Men tracht innerlijke waarden plus denkbeelden kort weer te geven in de symbolen. Daarbij maakt men gebruik van een aantal constructies die waarschijnlijk genetisch erfdeel zijn geworden. Dezen kan ik niet geheel verklaren in hun oorzaken, maar vermoedelijk stammen zij uit de dagen dat uw zeer verre voorvaderen nog in varenbomen hingen te slingeren en scholden op grote dieren die onder hen voorbij kwamen. In het verre verleden zijn indrukken van gevaar, zekerheid, verwerpelijkheid en aanvaardbaarheid opgedaan die, zover ik kan nagaan, mede verantwoordelijk zijn voor de van symbolen en de wijze waarop men symboliek pleegt te hanteren.

  • Is er een wereld van archetypen waaruit wij collectief symbolen vormen?

Wanneer u zegt “archetypen” neemt u aan dat er een oertype ergens bestaat, waaraan tenminste een deel van de mensheid ontleend zou zijn. Dit beeld lijkt mij niet juist te zijn, ofschoon de mensheid wel, zover ik kan nagaan, alweer één geheel vormt. Ik neem aan dat de verschillende wegen en vormen langs welke de mens tot beschaving is gekomen, meebepalend zijn voor de in bepaalde rassen berustende oerwaarden en de wijze waarop men dezen pleegt uit te drukken. Symbolen zijn volgens mij dus niet aan typen ontleend, maar worden gevormd aan de hand van een ervaringenreeks die reeds in de premenselijke periode zijn begin moet hebben.

Naast dit alles kan worden geconstateerd dat de mensen beschikken over een soort gezamenlijk bewustzijn, ook wel gemeenschappelijk bovenbewustzijn genoemd. Dit betekent dat denkbeelden die in bepaalde groepen sterk aanwezig zijn, de neiging hebben bij andere groepen te herontstaan. Hierdoor kan worden verklaard hoe het komt dat groepen die bepaalde symbolen in hoge mate gebruiken, we deze symbolen later ook bij andere groepen zullen tegenkomen.

  • Zijn archetypische symbolen eerder stoffelijk van aard dan geestelijk?

Ik trachtte reeds aan te duiden dat een indeling in archetypen in feite alleen een indelingspoging is die niet geheel op feiten, op de werkelijkheid stoelt. Maar goed. De symbolen zijn associaties met de werkelijkheid, herleid tot hun essentie. Voorbeeld: een golvende lijn kan bv. een slang uitbeelden of water. Stel dat een groep, slangen of water ten zeerste vreest. Men zal dan die kronkelende lijn ook gebruiken als symbool voor het kwaad. De maan geeft voordelen als licht in het duister enz. Wie daarop prijs stelt, zal die maanvorm al snel gaan gebruiken als symbool voor of teken voor goden of godinnen – Astarte, Isis e.d. Veel later wordt dit symbool als beeld van bescherming en heiligheid eveneens gebruikt en komt bv. terecht in de Islam. Er bestaan kennelijk relaties tussen de stoffelijke feiten die met een teken worden of werden aangeduid en de geestelijke betekenis die zij later krijgen. Daarbij blijken bepaalde symbolen bij voorkeur terecht te komen in een bepaald deel van de wereld en daar in vele varianten gebruikt te worden. Dit wijst op een door plaatselijke ervaringen bepaald gebruiken ervan. Wat volgens mij reeds voldoende aanduidt dat er geen sprake behoeft te zijn van een archetypische oorsprong, daar zij kennelijk deel uitmaken van de groei van een beschaving en mede bepaald worden door de daarin bestaande beelden van de werkelijkheid. Oorspronkelijk dus een stoffelijke betekenis, die later wordt vergeestelijkt en abstract gemaakt. Meestal geschiedt dit naarmate het gebruik van het symbool toeneemt en dus het gebruik daarvan ook meer veelzijdig wordt.

  • Hoe staat het dan met de verhalen over de heer Ollie B. Bommel daar deze veel occults bevatten en men de indruk krijgt dat ze meer werden gemaakt ter lering dan voor vermaak.

Ik vrees dat menige stripofiel dit niet met u eens zal zijn. Beziet men echter de verhalen van Toonder dan blijkt dat hierin figuren worden gehanteerd die kennelijk gekozen zijn als een soort karikaturale uitbeelding van een bepaald soort mens. Iets wat in vele strips feitelijk voorkomt en zelfs in bv. het werk van Disney. Ook indien men figuren als Obelix en Asterix losmaakt van de wonderlijke tijd waarin zij actief heten te zijn, blijken zij een extreem in zich te dragen van bepaalde typen mensen. In zoverre kan men dus stellen dat in de meeste strips de figuren enige symbolische betekenis bezitten.

Word in het verhaal veel occults verwerkt of een bepaalde fantasie op de voorgrond gesteld, zo dienen wij ons te realiseren dat de ontwerpers van dergelijke figuren zelf over een behoorlijke fantasie dienen te beschikken. Sta mij toe op te merken dat vooral mensen die over een behoorlijke fantasie beschikken, zich bij voorkeur plegen bezig te houden met vage terreinen als bv. het occulte. Soms doen zij dit uit overtuiging, zelfs praktiserende, terwijl anderen eerder zich gedragen als nieuwsgierigen die er kennis van willen nemen en desnoods wat spottend er karikaturen van maken in een speelse benadering. In de verhalen die zij eventueel bedenken, zal dit occulte of vergelijkbare fantasie dan een rol spelen omdat hierdoor een interessante tegenstelling tot een alledaagse werkelijkheid tot stand  komt. Wat volgens mij de conclusie wettigt, dat ook het occulte, hoe kundig ook gehanteerd, in dergelijke strips in de eerste plaats het vermaak van de lezers dient en ten hoogste in een tweede of zelfs in laatste instantie ook werkelijk bedoeld is om ter lering te  dienen.

Mag ik u in dit verband wijzen op een typisch Nederlandse mentaliteit, die zich schuldig voelt bij zuiver vermaak en daarom zelfs in de meest triviale zaken geneigd is lering te leggen of te zoeken? Indien wij zouden geloven in archetypen, zou men voor de Nederlandse natie en mentaliteit kunnen denken aan het type van een ouderwetse en wat gefrustreerde leraar.

  • Past de Maharishi, leider van de t.m. beweging , ook in het kader van de mythen? Kunt u iets zeggen over het doel en de haalbaarheid van zijn leer?

Iets wat wel buiten ons huidige onderwerp ligt, maar er zo handig mee in verband wordt gebracht, dat ik het volgende wil stellen. Een groot deel van hetgeen over de Maharishi wordt verteld is mythos. Het is een enkel deel van een werkelijkheid, zodanig losgemaakt van het geheel dat het een andere betekenis heeft en zo een zelfstandig bestaan is gaan voeren. Wat de leer betreft kan ik zeggen: gebaseerd op oosterse wijsheid en deels op brahmaanse inzichten voert zij – voor degenen die er gevoelig voor is – wel degelijk tot een innerlijke rust en ontspanning. Dat de denkbeelden die hiermee verbonden zijn niet altijd juist zijn en nog minder vaak juist begrepen worden, lijkt mij hierbij van minder belang. Je kunt wel degelijk iets mee doen. Maar je moet je niet laten beheersen door de leringen, maar werken met de praxis daarvan. Zodra je de leer boven de praktijk gaat stellen, kom je tot een beheerst worden. Wie beheerst wordt echter uit datgene wat men van hem verwacht en niet meer datgene wat hij zelf is. Waardoor men overigens de feitelijke grondstellingen van de Maharishi ten schande zou maken.

  • Uw betoog was m.i. min of meer een ontluistering van oude verhalen en bepaalde personen. Zijn in legenden en mythen dan niet ook belangrijke waarden van het leven verborgen en opgenomen?

Een bekend schrijver sprak eens: ook iemand die een eenvoudig schoolboekje leest, kan daarin soms waarden vinden die van geestelijk groot belang zijn. Iemand die de hoogste openbaring of filosofie leest, kan daarin echter soms niets vinden wat werkelijk tot hem spreekt. Wanneer wij echter willen spreken over de bronnen van mythen en legenden is het ook noodzakelijk duidelijk te maken dat zij op zich geen onvervalste werkelijkheid bevatten. Beseffen dat bepaalde verhalen niet waar zijn, betekent volgens mij nog niet gelijktijdig ontkennen dat zij voor u en anderen enige betekenis kunnen hebben. Er  zijn immers heel wat gedichten en zelfs sprookjes, die met de werkelijkheid geheel niets van doen hebben en toch vele mensen inspiratie hebben gegeven of zelfs geholpen hebben een geestelijk bereiken in zich te vinden. Het lijkt mij niet redelijk deze aspecten met elkaar te verwarren. Wie mest ziet uitstrooien op het land en dit vies vindt, zal de rijpe vruchten mogelijk ontluisterd achten door het feit dat zij bemest werden. Wat dwaas is, want de feiten kun je nu eenmaal niet ontkennen en de vrucht behoudt haar eigen smaak en voedingswaarde.

Mythen, sagen en legenden dient men m.i. te benaderen met het besef dat zij geen letterlijke waarheid behoeven te bevatten om toch iets van de innerlijke mens tot uitdrukking te brengen. Juist een weten om de sociale, morele en andere waarden, die aan de wieg van deze waarden stonden zal volgens mij de geestelijke mogelijkheid en betekenis daarvan alleen maar voor u kunnen verdiepen.

Dat wat geestelijke werkelijkheid is, zal niet omschreven kunnen worden in enigerlei samenvatting van menselijke woorden. Het is en blijft een innerlijke ervaring, waarbij elke poging tot weergave daarvan op zich reeds een mate van vervalsing betekent.

Indien een sage, mythe, legende voor u de aanleiding wordt tot een dergelijk innerlijk beleven, prijs de sleutel die u zo hebt gevonden, maar beroep u dan niet op de werkelijkheid van al wat aanleiding werd. Want dan keert u uw innerlijk beleven te zeer naar de menselijke werkelijkheid. En dan bereikt u al snel een punt waarin de menselijke causaliteit in botsing komt met de kosmische. Want de kosmische causaliteit omvat de samenhang van alle dingen, de menselijke omvat slechts de erkenning van een relatie tussen oorzaak en gevolg zonder verdere samenhangen te kunnen beseffen.

Wie terug wil keren tot menselijke beperktheden en zgn. menselijke waarheden doet m.i. tekort aan zijn innerlijke leven. Erken dus rustig dat vele leringen, legenden, mythen en sagen niet datgene zijn wat zij pretenderen te zijn of een volle waarheid weergeven. Zij zijn altijd mede de weergave van een wensleven, van een gedachteleven en omvatten vaak ook filosofieën of andere waarden die voor u belangrijk kunnen zijn, maar daarom nog geen menselijke feiten betekenen. Maar pieker niet te veel. Of vraagt u zich soms af hoe en waarom een Colombiaanse boer koffie heeft verbouwd en geoogst, wanneer u des morgens een kopje koffie drinkt. Mijn raad: houd u niet bezig met de bronnen van sagen, legenden enz. wanneer u ontdekt dat deze voor u een verhoging van uw innerlijk besef kunnen betekenen, maar gebruik ze daarvoor. Geniet van hetgeen u bereikte en probeer niet het te herleiden tot een bepaalde mythe e.d. , want dan verliest u alleen daardoor waarschijnlijk reeds een groot deel van hetgeen u innerlijk verworven had.

  • Is het dan verkeerd aan te nemen, dat geestelijke waarden in  het verleden de aanleiding zijn geweest tot het ontstaan van mythen,  sagen enz.?

Geestelijke erkenningen, behoeften e.d. hebben zo goed als stoffelijke ontwikkelingen ongetwijfeld bijgedragen tot de ontwikkeling in een bepaalde richting van dergelijke overleveringen, maar wees reëel genoeg om te beseffen, dat een mythe, een legende, een sage eerst zal moeten ontstaan voor zij een geestelijke betekenis kan gaan verkrijgen. Denk aan de rabinale betoogtrant, waarbij men een op zich niet waar verhaal vaak gebruikt om anderen iets duidelijk te maken wat anders moeilijk duidelijk uitdrukbaar zal zijn. Maar put uit herinneringen en feiten om dit verhaal tot stand te brengen. Eerst zijn er feiten en mogelijkheden, dan komt de gelijkenis en uit het begrijpen daarvan ontstaat dan het geestelijk inzicht. Maar bij het ontstaan van mythen en legenden is er zelfs maar zelden sprake van deze bedoeling, zodat het niet redelijk schijnt te veronderstellen dat de geestelijke bedoeling de eerste basis was.

Dan besluit ik nu. Beschouw rustig dergelijke verhalen dus als een soort droom, die op grond van enkele feiten en vele fantasieën in de loop der tijden ontwikkeld is. Maar put dan uit die droom datgene wat voor u belangrijk is en innerlijk – en mogelijk zelfs in relatie met de wereld – voor u werkelijke betekenis heeft.

Blijf u van het feit, dat er geen sprake is van een stoffelijke en onomstotelijke werkelijkheid, steeds bewust. Erken de droom voor wat zij is. Zij zal u dan nog steeds dienstig zijn, maar kan u niet meer binden in reeksen van stoffelijke gebondenheid en veronderstelling die uw wezen en innerlijk vreemd zijn.

De volgende woorden zijn niet geheel van mijzelf: De mens is geschapen om te komen tot een besef van zichzelf in het beeld van de wereld waarin hij leeft en zo ook tot een aanvaarding en eenwording met de kosmos waarin hij bestaat.

De grote hinderpaal op deze weg is voor eenieder elk dogma, elke stelling die niet meer overdacht mag worden, elk bewijs dat absoluut heet. Want slechts uit de twijfel groeit de mens. En slechts uit het zoeken ontstaat zijn werkelijke bewustwording.

Ik hoop dat u mij deze afsluiting, die ten dele een citaat was, niet euvel zult duiden. Het geeft echter volledig weer wat ik voel en denk wanneer ik bv. moet spreken over de bronnen van sagen legenden en mythen. Het geeft mijn gevoelens weer, wanneer ik geconfronteerd wordt met de dwaasheden in de naan van godsdiensten begaan. Het geeft volledig weer wat ik voel wanneer ik zie hoe de wetenschap door haar toch te dogmatische benadering haar eigen ontwikkeling voortdurend tegenhoudt. Vergeef mij deze oratio pro domo. Ik heb getracht duidelijk te zijn en, mede door het citaat, mijn gevoelens naar voren te brengen. Wanneer u dus naar waarheid zoekt, besef dan dat de sleutel tot die waarheid in u ligt en nergens anders. Het hanteren van die sleutel wordt u mogelijk gemaakt door vele zaken die op zich niet de waarheid behelzen, maar u de inspiratie geven, waardoor u de sleutel tot de waarheid in u durft hanteren.

image_pdf