Chakra’s en wisselwerking

Ik neem aan, dat u allen weet wat een chakra is en dat u enigs­zins op de hoogte bent van de plaatsen waarop zij zich bevinden. Wie zich daaromtrent nader wil informeren, kan bij benadering goed te­recht bij de beschrijving die Leadbeater in een boekwerkje daarover heeft gegeven.

Ons specifiek onderwerp gaat echter over de wisselwerking. Dit betekent dat chakra’s niet afzonderlijke factoren zijn maar dat zij een onderling verband kennen. Ik zal trachten u duidelijk te maken op welke wijze dat verband bestaat en aan de hand daarvan hoe wisselwer­kingen kunnen geschieden. Het eenvoudigste chakra (stuit-chakra) wordt wel het 4‑bladige ge­noemd omdat het 4 hoofdfrequenties of 4 klanken heeft. Elk volgend chakra verdubbelt het aantal bladen, frequenties of klanken totdat we komen aan het kruin-chakra dat 144 bladen of klanken heeft.

Nu is er een opvallend verschijnsel: als ik een 4‑bladig chakra heb waarvan de klanken zijn; he ha, ho, hè (het zijn h‑klanken), dan zijn die ook aanwezig in elk ander chakra. Dus dat werkt niet alleen in het chakra dat hoofdzakelijk energie opneemt, maar het werkt ook in de uitstralende chakra’s tot in het kruin-chakra toe. Het zal u duide­lijk zijn dat een invloed van buitenaf die u bv. op het voorhoofd-chakra aantreft, zal doorwerken in alle lagere chakra’s. De meest intense wer­king zal dan op het laagste chakra zijn, omdat namelijk alle daarin aan­wezige frequenties volledig worden aangesproken.

De wisselwerking is ook omgekeerd. Als een zeer grote energie­vloed wordt opgenomen via het laagste chakra, dan zullen alle hogere chakra’s meer energie hebben, er kan dus meer worden uitgestraald.

Als ik een 8‑bladig chakra heb, kom ik als vanzelf aan bijklan­ken en die hebben de ‘h’ achteraan staan, ah, oh, ih, eh. De situatie moet u zich nu als volgt voorstellen; Ik heb nu 8 klanken die werken. Als ik word geactiveerd op die 8 frequenties, dan zal daar­door een prikkel uitgaan naar het laagste chakra met zijn 4 frequenties omdat dit daarin volledig behouden is. Het zal meer energie opnemen om de invloed te kunnen verwerken die het tweede chakra heeft ontvangen. Naarmate je verder gaat, blijkt dat er steeds meer klanken en klankver­houdingen voorkomen. Ik ga ze u niet allemaal opsommen.

Elke klankverhouding op zichzelf is een signaal. Dit signaal kan komen van binnenuit, maar het kan ook van buitenaf komen. Komt het van buiten, dan betekent het niet alleen dat het het betreffende chakra aanspreekt, maar alle andere chakra’s die dezelfde inhoud bezitten spreken eveneens aan. Chakra’s die een geringere inhoud hebben spre­ken alleen dan aan, indien het geheel van hun eigen klank‑ of trillings­patroon wordt aangesproken in het oorspronkelijke chakra.

Nu zijn er veel mensen die denken, als het van buiten kan komen, hoe kan het dan binnen ontstaan? Een chakra is eigenlijk niet veel meer dan een halfstoffelijk organisme dat zich bevindt in de aura en waarin o.m. de krachten van het astraal­ en levenslichaam mede aanwezig zijn plus een deel van de zenuwstraling en levenskracht van het lichaam zelf. Als wij een hoger chakra hebben, dan zijn daar inderdaad ook hogere voertuigen bij betrokken. Maar u kunt aannemen dat tot en met het 32-­bladige chakra het geheel behoort tot de zuiver lichamelijke sfeer; de levenssfeer van de mens zelf. Pas daarboven (de 64‑bladige etc.) krijgen wij de grotere invloed, de geestelijke invloed, mede te verwer­ken.

Als ik denk, dan is dit op zichzelf een signaal. Dit signaal is afleesbaar in de aura. Het kan zodanig zijn afgestemd dat hierdoor ook een chakra wordt geactiveerd. Als ik gevoel heb en emotie ervaar, den zal zelfs dit een verandering in de aura betekenen, maar het aantal trillingen bij emotie is beperkt. Slechts de twee laagste chakra’s kun­nen hierbij worden betrokken. Zij kunnen reageren. Ik meen, hiermede de onderlinge verbindingen enigszins duidelijk te hebben gemaakt.

Nu de beïnvloeding. Stel, dat ik mediteer. In deze meditatie bereik ik een toestand van verrukking. Een toestand van verrukking betekent op dat ogenblik een activeren van alle geestelijke factoren in de hoogste drie chakra’s, dus kruin‑, voorhoofd‑ en keelkop-chakra. Dan zullen deze daardoor ac­tief zijn. Nu kan die activiteit weliswaar zonder verdere stoffelijke nevenbedoelingen zijn, maar er zal een resonantie optreden t.a.v. ver­gelijkbare stoffelijke waarden in de chakra´s. Dat houdt in dat een hoog‑geestelijke invloed een zwak‑stoffelijke invloed heeft. Die zwak‑stoffelijke invloed heeft direct betrekking op o.m. de opname van energie, een bepaalde vorm van emotionele, om niet te zeg­gen glandulaire uitdrukking van energie. Daarnaast zeer waarschijnlijk op een toename van gevoeligheid die wij dan vooral ter hoogte van de zonnevlecht waarnemen. Hierdoor kan dus het aanspreken van een chakra betekenen dat een aantal chakra’s wordt geactiveerd. Maar het gaat nog verder. De soort van invloed, die ik hetzij van binnenuit hetzij van bui­tenaf heb opgewekt in een van de drie hoogste chakra’s, betekent niet alleen een activeren van de lagere chakra’s, maar ook een tijdelijke verhoging van hun eigen mogelijkheid en activiteit.

Heel veel mensen denken: als je mediteert, dan gebeurt er niets. Dat is maar beperkt waar. Als ik namelijk goed mediteer, dan zal ik daarmee alle krachten en waarden die voor mij bereikbaar zijn in de hoogste drie chakra’s wakker roepen. Ik ben dus gevoeliger voor krach­ten van buiten. Ik straal gelijktijdig datgene wat in mij op dat ogenblik bestaat krachtiger uit. Het resultaat is, dat mijn relatie met de wereld verandert. Het is medisch gezien natuurlijk krankzinnig te zeggen dat menigeen zich gezond kan mediteren. Trouwens, dat kost meer dan een doktersbezoek. Daar heb je tijd voor nodig. Theoretisch is het zeer zeker mogelijk. Want indien mijn meditatie een voldoende evenwichtige waarde bevat, dan zullen al mijn chakra´s stuk Voor stuk geactiveerd zijn. Al die chakra’s samen geven energie af aan het lichaam, niet alleen op geestelijk maar ook op astraal niveau egaliserend en stimulerend op het gebied van levens­kracht waardoor ook een groter evenwicht ontstaat. Ik neem op dat ogen­blik ook meer levenskracht uit de omgeving op. Het is dus niet zonder meer een gebeuren waarvan je zegt; het lichaam wordt niet beïnvloed. De beïnvloeding is echter indirect. Ze gaat uit van een stabiliseren en daarna een vergroten van de aanwezige energie. Daarmee kun je meni­ge ziekte inderdaad zeer goed bestrijden. Daarmee kun je menig genezings­proces sneller doen verlopen. Dus chakra´s hebben altijd niet alleen invloed op elkaar maar ook op het lichaam.

Er zijn mensen die zeggen: wat moet ik nu doen, als ik mijn gevoe­ligheid wil vergroten? Ook dat is op zichzelf niet zo moeilijk in theo­rie; de praktijk valt altijd tegen.

Theoretisch gezien zal het verhogen van gevoeligheid moeten uit­gaan van het ontstaan van een innerlijk evenwicht. Dit innerlijk even­wicht kan het chakra bij het hart betreffen (dus dan is het nog niet geestelijk) of het kan hoger gaan naar het keelkop‑ of nog hoger naar het voorhoofd-chakra. Indien ik deze invloed kan opwekken, dan heb ik daarmee een zeer gelijkmatige trilling verkregen in een chakra en dat weerkaatst in alle hogere chakra’s, terwijl de daarvoor benodigde ener­gie door de lagere chakra’s wordt aangevoerd. Elke kleine trilling wordt nu opeens merkbaar. Denkt u aan een weegschaal die in een perfect evenwicht valt.

De Egyptenaren spraken van de Veer van Maat als de Veer van Genade die aan de kant van het goede werd geworpen, wanneer de schaal in evenwicht zou hangen. Maar een veer, een kleine druk, een korrel zand is dan voldoende om het evenwicht te verstoren. Er is een doorslag. In ons geval kunnen we dit doorslaan vertalen als signaal, als waarneming.

Als u ooit goede helderzienden of hoe zij zich tegenwoordig ook moge noemen ziet werken, dan zult u vaak zien dat zij om psychome­trisch een voorwerp af te lezen dit op een bepaalde plaats op hun lichaam plegen te drukken. Zij maken dan gebruik van dat chakra waarin volgens hun gevoel het evenwicht zo groot is en het aantal beschikba­re factoren eveneens dat hierdoor de signalen van het voorwerp afleesbaar worden.

Als ik nu iemand zie die daarmee bezig is en ik ben in staat een kleine emotionele verandering tot stand te brengen (klap maar eens in de handen als iemand zit te concentreren dat helpt al), dan is op­eens de balans verstoord. Niet alleen ontstaat er meestal in het hele chakra een emotionele oproer (wat is dat en hoe moet ik reageren) en mede een glandulaire afwijking, maar er ontstaat ook tevens een onre­gelmatige toevloed van energie (wat moet ik doen) en daarmee is de rust die nodig is voor het aflezen voorbij, het gaat niet meer. Niet dat ik aanneem dat u ernstig werkende psychometristen hiermee het handwerk wilt gaan ontnemen, maar als voorbeeld is het duidelijk. Hier is de ver­storing niet op het niveau waarop de waarneming wordt gedaan, maar op een lager niveau. Maar de waarneming wordt onmogelijk gemaakt.

Er zijn natuurlijk ook andere mogelijkheden. Als mijn voorstellings­vermogen groot genoeg is, kan ik in mijzelf een beeld opbouwen van een werkelijkheid die niet bestaat, althans niet stoffelijk zintuiglijk. Als deze voorstelling voldoende overeenstemt met beelden in de wereld om mij heen die ik zintuiglijk kan waarnemen, dan kan ik proberen om die voorstelling over te dragen. Daarvoor heb je dan wel chakra’s no­dig van de hogere soort, dus van de bovenste drie chakra’s. Het best functioneert hiervoor het voorhoofd-chakra.

De voorstelling die je uitstraalt vernietigt, althans tast aan, alle aspecten van energie die daarmee niet in overeenstemming zijn. Als u ooit het verhaal heeft gehoord van de ingewijde die tegenover een vijand stond en plotseling een bliksemstraal van zich liet uitgaan. U kunt aannemen dat dat geen Buck Rogers wapen was (uit science fic­tion), maar dat hier eenvoudig sprake was van een zo sterke vredes­voorstelling dat, zolang het wapen niet anders dan als dreiging werd gebruikt, er ook niets gebeurde. Maar op het ogenblik, dat het wapen zou worden gebruikt om de dreiging waar te maken, werd het beeld ge­corrigeerd. De energie daarvoor komt dan inderdaad uit het voorhoofd­-chakra. Aangezien het chakra daarvoor zeer rustig, zeer geconcen­treerd en geheel open moet zijn, moeten wij aannemen dat ook optimaal kracht uit de omgeving kan worden opgenomen.

Zo kan men zelfs zuiver stoffelijke krachten daarvoor gebruiken. Daarnaast heeft men de mogelijkheid gebruik te maken van astraal bestaande spanningen, eventueel overvloed van levensenergie. Verder is men nog bewust van de krachten die bepaalde geestelijke sfe­ren opbrengen en die men dan moet transformeren. Het is dus geen ver­haaltje. Het heeft wel degelijk te maken met die chakra’s.

Maar ook hier weer wisselwerking. Als ik voldoende energie kan pompen in mijn wezen door het activeren van het laagst gelegen chakra (stuitchakra), dan zal ik hiermee wel spanning opbouwen, maar ik kan daarmee niets doen zolang niet andere factoren in de aura en dus in een chakra daarmee geactiveerd kunnen worden. Dat houdt in dat men­sen die het Slangenvuur opwekken zonder dat zij geestelijk bewust zijn daarvan alleen een overspanning aan overhouden. Degenen echter, die weten wat zij doen, weten dat de energie ook moet worden gericht en dat zij moet worden uitgestoten. Dan is dus het volledig activeren van het laagste chakra wel heel goed en helpt het om middels de hogere chakra’s alles tot stand te brengen wat nood­zakelijk is.

Er zijn mensen die zeggen: heeft een chakra dan niet een bepaal­de kleur? Leadbeater heeft een mooie reeks kleuraanduidingen die op de wer­kelijkheid slaan als, ik wil nu niet zeggen als een tang op een varken, maar dan toch in ieder geval als twee zaken die niet geheel bij elkaar horen. Die kleuren bestaan niet werkelijk. Werkelijk is alleen, dat zij vibraties bezitten. Vibraties die ik zo vrij ben geweest (wij hebben hier met een verbale overdracht te maken) uit te drukken in verschil­lende klanken waarvan ik u er enkele heb gegeven. Een kleur is dus ook de weergave van een trilling en een tril­lingskarakter. Als zodanig zult u elk karakter van trilling, elke kleur die in een lager chakra voorkomt in hogere chakra´s moeten terugzien.

Nu kunt u bij kleur misschien gemakkelijker begrijpen wat er gebeurt, als u bv. komt in een omgeving waar de gehele kleurenwereld (dat is ook trilling) die past bij een bepaald chakra of een deel daarvan aan­wezig is. Een van de meest bekende voorbeelden is het rode licht dat wordt gebruikt in menige reclame, zelfs voor doeleinden die officieel nooit worden goedgekeurd.

Dat rode licht schept een illusie. Het schept niet alleen een il­lusie, maar toevallig ligt rood heel dicht bij de oerkleuren die wij aan­treffen in het laagste chakra. Als deze invloed toeneemt zonder dat er een mogelijkheid is tot een geestelijke uiting, zal het waarschijnlijk in het tweede chakra (de 8‑bladige) naar buiten treden. Dat betekent een emotionaliteit, een beperkte rationaliteit en daardoor o.a. een ver­sterking van driftleven en een gemakkelijker ten prooi vallen aan il­lusies.

Wanneer ik ten prooi val aan die illusies en ik heb een openstaand hoger chakra, dan lees ik ook de andere factoren af. Dit betekent niet dat de illusies geheel teniet worden gedaan, maar dat hun waarde of betekenis voor mijl zal veranderen. Het is dus uitermate belangrijk dat een mens leert om zijn chakra ’s althans enigszins te ontwikkelen. U zult zelden mens zijn zonder tenminste 8 z.g. bladen of trillings­treden te hebben ontwikkeld. Maar wilt u werkelijk als mens rationeel te kunnen reageren, dan heeft u tenminste 2 bladen nodig, dus een hoger chakra. Hoe verkrijgt u dit?

In de eerste plaats door uw gevoelens steeds te beseffen. Hierdoor is een controle mogelijk.

In de tweede plaats door uw achtergrond (die hoeft u dan niet geeste­lijk te noemen, maar ze bevat de elementen van de geest, van het onder­bewustzijn etc.) te gebruiken als een soort controle. Hierdoor wordt uw visie op de wereld anders en uw gevoeligheid voor de wereld een andere. Dit noemen wij dan het opengaan van het 32‑bladige chakra.

Gaat u verder met geestelijke waarden, dan moet u weer een stap hoger gaan en minstens tot 64 komen. Want dan heeft u een spiegelbeeldwereld nodig; een wereld van geestelijke waarden die als gelijkwaardig vergeleken kan worden de wereld van de materiële en mentale waar­den. Wilt u daarbij nog komen tot een bewust ageren in die geestelijke wereld, dan heeft u zelfs de volgende trap nodig, het 128‑bladige chakra.

Waarom? Om de doodeenvoudige reden dat u dan voor elke factor, die in het bewustzijn en in het geestelijk aflezen is geactiveerd, ook nog de mogelijkheid moet hebben om het geheel van die geestelijke waarden te spiegelen. Vandaar ook de verdubbeling die wij theoretisch (alles is enigszins theoretisch hierin) aannemen van chakra tot chakra. In de praktijk is het namelijk niet zo dat die verdubbeling regel is. Niet dat er sprake is van precies te scheiden afzonderlijke tril­lingsgevoeligheden. Wij zouden misschien beter kunnen zeggen. Er zijn bepaalde signaalontvangers voor o.a. alarminstallaties die aanspreken op een zeer bepaald deel van het geluidsspectrum.

Nu kun je dat geluidsspectrum vergroten. Elk volgend chakra be­tekent een verdubbeling van de mogelijkheden. Maar omdat een chakra (behalve de laagste) tevens een uitingsimpuls heeft, hebben wij ook nodig een vergroting van de mogelijkheid om kracht die wordt ontvangen om te zetten, al is het maar in het rinkelen van een alarmbel. Wij hebben een soort relaisschakeling nodig.

Die verdubbeling betekent niet alleen een vergroting van onze mogelijke gevoeligheid, maar het betekent ook dat er altijd een gelijke hoeveelheid trillingsreactie aanwezig is waardoor uitstraling kan ge­schieden.

U zult nu ook begrijpen dat chakra´s nooit onafhankelijk van elkaar kunnen zijn, want het ene kan niet volledig functioneren zonder het andere. Zelfs het hoogste chakra is voor zijn actie mede afhanke­lijk van de energieopname van het laagste chakra. Het laagste chakra zal in zijn energieopname echter geactiveerd moeten worden door ande­re factoren. En aangezien de opname norm betrekkelijk beperkt is, zal elke vergroting van krachtopname door een ander chakra gestimuleerd moeten worden. Zo is er een voortdurende wisselwerking tussen alle chakra’s onderling.

Elk chakra activeert bepaalde kwaliteiten in een ander chakra op het ogenblik dat het functioneert. Vergis u niet. Denk niet dat iemand, die volbewust is en het kruin-chakra geheel ontwikkeld heeft, nu in staat is om dit continu te doen. Het is alweer als die alarm­installatie waarover ik sprak.

Deze signaalgevoelige cel spreekt alleen aan, als er signaal is. Een chakra ageert en reageert alleen op het ogenblik dat een daarvoor doeltreffende invloed actief is. Er moet dus een verstoring van rust of evenwicht zijn. En daar elk chakra zijn hoofdgevoeligheden kent die voornamelijk voortkomen uit de samenstelling ervan (dus de wijze waarop verschillende trillingsgevoeligheden in dat chakra met elkaar in balans plegen te staan) zal altijd een chakra als een soort wekker fungeren en daardoor de andere chakra’s voor zover die open zijn (dus al werkzaam kunnen zijn) activeren. Dan is een conclusie hier gewettigd:

Als wij spreken over de chakra’s, dan hebben wij het weliswaar over verschillende punten, maar we hebben het ook over een eenheid van mo­gelijkheden. Als ik een deel daaruit wegneem, kan het geheel niet meer volledig functioneren. Hoe meer delen ik wegneem hoe geringer de re­actiemogelijkheid en daarmee de functie van het geheel wordt. Op het ogenblik, dat ik delen toevoeg aan de bestaande kwaliteiten, zal het geheel van de reactie voor alle chakra´s vergroot zijn en zal er daar­door een grotere gevoeligheid maar ook een grotere mogelijkheid tot uit­straling van krachten zijn.

Het is eigenlijk zonderling dat de mensen in hun theorieën daarom­trent altijd weer proberen duidelijk te maken dat dit chakra hiervoor is en dat chakra daarvoor. Ze hebben gelijk als ze zeggen: dat is de hoofd­activiteit. Maar het is nooit de enige functie ervan. Je kunt zeggen; “Ik heb een linker en een rechterhand nodig om mijzelf een hand te kun­nen geven”. Denkt u niet, dat ik mij feliciteer met de juistheid van mijn voordracht. Dat laat ik aan u over. Het gaat er gewoon om dat je beseft: het is net zozeer een geheel als twee handen, twee benen, een neus, oren, ogen en een lichaam. Als een van die delen niet meer functioneert, kunnen de andere die voor een deel compenseren. Maar het geheel van de mogelijkheden is onder normale omstandigheden niet even groot als bij de aanwezigheid van alle organen. Op dezelfde manier moet u kijken naar de chakra’s. Ze zijn in feite een soort organen. Zeker, ze zijn niet stoffelijk, ze zijn geestelijk. Ze hebben een eigenaardige opbouw. Alles tot uw dienst, maar vergelij­kenderwijs zijn ze organen. Als een daarvan niet functioneert, zal de functie van alle daardoor worden beperkt. Als het hoogste chakra ge­heel ontplooid is en het laagste chakra werkt niet meer, dan kun je wel, zoals ze zo mooi in het Nederlands zeggen ‘dag met het handje’ zeggen; dan is er niets. Maar als het laagste chakra actief is en de hoogste chakra´s zijn tijdelijk uitgeschakeld, dan blijft er nog een mi­nimum functie aanwezig, maar geen optimale mogelijkheid meer. Ik zou mijn inleiding hier willen besluiten met duidelijk te maken hoe men de gevoeligheid van deze chakra’s langzamerhand verhoogt.

In de eerste plaats moeten wij ons realiseren dat een mens in staat moet zijn om zijn denken boven zijn gevoelsleven te plaatsen. Dat is niet altijd noodzakelijk, soms is het zelfs schadelijk. Maar je moet in staat zijn het denken afzonderlijk te houden en zo nodig het gevoelsleven daaraan te onderwerpen. Deze discipline impliceert dat tenminste het 5e chakra zeer snel tot volle ontwikkeling komt.

In de tweede plaats moet je leren aanvoelen; d.w.z. ongeacht het behoud van je gevoelsmatige reactie en redelijkheid je gevoelens te constateren. Het is niet nodig volgens die gevoelens te handelen. Dus, aanvoelen van een sfeer, van mensen, het gevoel dat iets wel of niet goed zal gaan, dat er ergens een straling of een invloed van uit­gaat. Je behoeft ze niet bewust te gaan gebruiken, maar je moet je re­aliseren dat ze er zijn. Hierdoor wordt een volgend chakra geactiveerd en zal dat chakra langzaam maar zeker ook gemakkelijker die invloeden gaan vertalen.

Een chakra is in wezen een soort vertaalmachine die invloeden, welke niet voor de stof constateerbaar zijn, omzet in prikkels die – zij het via imaginatie (voorstellingsvermogen) of gewoon gevoelens van behagen of onbehagen ‑ wel degelijk die signalen voor het lichaam af­leesbaar maakt. Wilt u nog verder gaan, dan moet u zich werkelijk ook wij­den aan geestelijke disciplines. Geestelijke disciplines houden in dat u uw lichaam moet kunnen be­heersen, dat u uw gedachten moet kunnen beheersen en dat u moet open­staan voor invloeden die u bereiken. Hoe bewuster dit openstaan moge­lijk wordt des te gemakkelijker een volgend chakra zich ontwikkelt. Is die gevoeligheid voldoende ontwikkeld, dan is er een splitsing in het aanvoelen en gaat u zien dat sommige invloeden van een andere wereld komen en dat andere invloeden eigenlijk in uw eigen wereld geïmpliceerd zijn. Deze scheiding betekent gevoeligheid voor geestelijke werelden en waarden.

Heeft u deze gevoeligheid ontplooid, dan leert u ook de kracht van geestelijke werelden ervaren en gebruiken. Dan is er verder een diepgaande zelfstudie nodig om het hoogste chakra langzaam tot ontplooiing te brengen. ,

Ik heb u dit voor gelegd, opdat u niet denkt; de wisselwerking is bijna automatisch. Ik behoef dus niets te doen. Als je alleen uitgaat van hetgeen je als mens bent, kom je niet ver. Maak je gebruik van je gevoeligheden die meestal in meer of mindere mate aanwezig zijn, maak je gebruik van de rede (die mogelijkheid heb je al doe je het niet altijd), dan zul je daardoor als vanzelf het aanvoelen van de omgeving en de wereld vergroten.

Onthoudt u één ding; elke wereld waarvan ik mij bewust word bete­kent een wereld waarin ik door dit bewustzijn kan handelen. Hij, die zich vol ontplooid heeft op aarde, is in staat te handelen in alle vormkennende werelden (ook die van de geest) en in die sferen waarin slechts contrasten bestaan van trillingen. Men spreekt dan van sferen van kleur en klank om de twee verschillen van hoogte aan te ge­ven.

Men kan daarmee niet zonder meer bewust doordringen in de werel­den van het Witte licht, omdat hier gebrek aan contrast is dat door de mens in zijn voorstellingsvermogen niet kan worden omgebogen tot een erkenning van tegenstellingen binnen een gelijke waarde. Als je die mogelijkheid niet hebt, kun je daar niet werken. Wel kun je aanvoelen dat het bestaat en kun je kracht ontlenen aan de wereld waardin dit witte licht de perfecte uiting is. Wij zeggen ‘wit licht’ om daarmee een alomvattende trilling aan te geven, niet om daarmee de een of an­dere lichtbron aan te duiden.