China – Japan

uit de cursus ‘De wereld in verandering’ (hoofdstuk 2) november 1985

China – Japan

China, Japan twee landen die eerlijk gezegd op dit moment nog geen kenbaar grote rol spelen. Beide zijn buitengewoon belangrijk. Ten eerste omdat zij Aziatisch nationalisme kennen. Ten tweede omdat China beschikt over enorme reserves aan mensen maar ook aan intellect. Japan beschikt over een van de beste industrieën op elektronisch gebied die maar denkbaar zijn.

Als wij kijken naar de manier waarop men in deze tijd bezig is met China, dan valt op dat China een beetje grotere vrijheid heeft gegeven aan zijn burgers. Er is iets van het revolutionair elan tijdelijk teruggedrongen. Er zijn redelijk goede relaties met de Ver. Staten. Het lijkt erop of deze grootste landbouwstaat ter wereld in haar proces van industrialisatie een andere kant opgaat dan b.v. Rusland is gegaan met zijn enorme industrie opbouw. Doch het heeft zijn voor, het heeft zijn tegen.

Elke commune of gemeenschap, of hoe we dat noemen in China, heeft tegenwoordig, naast de landbouw, die daar nog steeds de hoofdwaarde is, een of ander industrietje Ze maken kleine dingen. Soms maken ze radio’s. Een ander maakt misschien vuurwerk of doosjes om iets in te verpakken. Weer een ander heeft een plastic industrietje. Allemaal beginnen ze aan kleine industrieën. Dat lijkt vreemd maar economisch gezien heeft dat een reuze voordeel.

Als je eenmaal een zeer grote industrie hebt opgebouwd, dan vergt dat enorme investeringen. Het betekent verder, dat je komt te zitten met een groot aantal mensen die gewend zijn aan een bepaalde taak, een bepaald tempo van werken een bepaalde manier om de dingen te doen. In een klein bedrijf is dat anders. Daar moet de een weleens voor de ander inspringen. Daar worden de regels niet zo strikt gehanteerd. Bovendien is de investering over het algemeen kleiner en kan gemakkelijker worden aangepast aan een nieuw product.

In China is op het ogenblik die kleine industrie sterk in opkomst. Als u ooit in de grote steden van China gaat kijken dan zult u verbaasd zijn over de hoeveelheid verschillende producten die u daar overal in de winkels kunt krijgen. Dat gaat van kinderspeelgoed af tot verpakkingsmateriaal, tassen en de laatste tijd zelfs mode toe.

Als je kijkt naar de producent, dan blijkt bijna altijd; dit zijn kleine industrieën die bepaalde producten leveren en zich daar tijdelijk in specialiseren. Maar op het ogenblik dat blijkt dat er geen interesse meer voor is, gaan ze over op wat anders. Het is waarschijnlijk een mopje geweest dat de eerste plasticindustrie die in China bestond pingpongballen maakte. Maar het is wel zeker, dat een plastic industrietje dat ongeveer 30 werknemers heeft en deel uitmaakt van een grote landbouwcommune al viermaal zijn productieapparaat heeft aangepast aan de behoefte van de markt. Op dit moment levert het slechts 6 à 7 verschillende producten nog afgezien van kleurverschillen. Daarmee bestrijkt ze ook wel een groot gedeelte van de markt. Dat is zeer interessant.

In China, dat openstaat voor de Ver. Staten, drinkt men tegenwoordig ook al Coca-Cola. U kunt er ook Mac Nuggets krijgen om niet te spreken van bepaalde vormen van frites, die zij het aarzelend, ook daar door de bevolking worden gegeten en wel voornamelijk in de grote steden.

Dit zijn concerns. Wat ze kunnen doen, is alleen maar kapitaal geven, het bedrijf op gang brengen, maar ze moeten werken met het personeel ter plaatse. Dat wil zeggen de know how, de kennis, de manier van werken wordt overgedragen aan de mensen die ter plaatse zijn.

De contracten die zijn gemaakt hebben maar een bepaalde looptijd. Ik meen, dat voor Coca-Cola de looptijd 7 jaar is en dat Mac Donalds een contract heeft voor drie jaar met de belofte dat het zo nodig kan worden verlengd. Maar die noodzaak wordt dan niet bepaald in de eerste plaats door Mac Donalds, maar door de belangstelling van en de behoefte eventueel in China zelf.

Wij hebben hier dus te maken met een enorm mensenreservoir dat langzaam maar zeker een mate van cultuur en beschaving uit het verleden weer laat herleven. Zeer vele en zeer kundige mensen zijn er op elk terrein waarbij de nadruk nog steeds ligt op de versabiliteit, het vermogen van de mens om verschillende dingen goed te doen.

Er is bv. iemand die als een soort geneesheer (ik geloof niet dat hij een volledige graad heeft) een groot aantal dingen volbrengt. Maar hij speelt ook mee in een cabaret of toneelgezelschap dat eveneens dit territorium regelmatig bezoekt. Daarnaast is hij bovendien nog landbouwconsulent. Hij doet alle drie dingen heel goed. Deze ene man is een voorbeeld voor ongetelde duizenden die met een redelijke opleiding, een grote bereidheid tot werken en een grote inzet in staat zijn om in betrekkelijk korte tijd niet alleen het aanzien van het land, maar vooral de mentaliteit van de mensen aanmerkelijk te beïnvloeden.

Nu ik dat heb gezegd denk ik aan Japan. Japan heeft op het ogenblik een zodanige elektronische industrie dat zelfs een aantal onderdelen van Amerikaanse geheime wapens worden opgebouwd met elementen die worden geïmporteerd uit Japan. Dit tot grote ergernis van de maatschappijen die dat natuurlijk ook hadden willen maken. Maar het gaat allemaal bij contract en de contractor zegt De Japanners leveren beter en goedkoper. Men kan dus wel zeggen dat voor de Amerikanen althans Japan zo’n beetje de C & A van de elektronica is geworden.

De Japanners hebben verder een heel andere mentaliteit dan men denkt. Zij kunnen buigen, dat is ongetwijfeld waar, maar ergens zijn ze keihard. Dat geldt niet alleen voor hun regering. Dat geldt ook voor bedrijven. Dat geldt voor kleine gemeenschappen. De individuele wijze van denken en leven die in een groot gedeelte van het westen heerst, is in Japan in feite slechts zeer beperkt aanwezig en dan vooral als het uiterlijkheden betreft.

Er is een sterke binding tussen werknemer en werkgever. Er zijn bindingen van politieke aard zo sterk dat ze niet voorstelbaar zijn voor iemand die in Nederland leeft. Er zijn daarnaast denkbeelden van grootheid en van macht die men niet voor zichzelf nastreeft, maar die men geuit wil zien in de groep waartoe men behoort. Er zijn in Japan een groot aantal heel grote concerns die inderdaad die macht bezitten.

De keizerfiguur is misschien een beetje op de achtergrond geraakt. In de plaats van hem is het Nippon gekomen dat weer in staat zal zijn om heel Azië a.h.w. met zijn kennis te domineren. De Japanners beginnen ook wat vriendelijker te worden tegen China. Uitwisselingen, die oorspronkelijk alleen plaatsvonden hetzij via Macao hetzij via Hongkong, vinden tegenwoordig direct plaats,

Er wordt op het ogenblik door Japan een hoeveelheid know how geëxporteerd o.a. ten aanzien van computers, daarnaast van radio en telefoonverbindingen en bovendien nog voor bepaalde huisindustrieën die je het best zelf kunt opzetten. Er ontstaat dus een binding tussen deze twee rijken.

Degenen die weten hoe China is, realiseren zich misschien dat er een plaats is die het centrum van de wereld is. Dat ligt bij het oude zomerpaleis van de keizers in een rond gebouwde tempel, schitterend gebouwd. Daarbinnen wordt heel plechtig en symbolisch aangegeven; dit is het middelpunt van de wereld. De keizer ging daar vroeger naartoe om onder meer met de zon te praten. Dat deed hij maar eenmaal per jaar.

De denkwijze dat men beter is, beter moet zijn dan ieder ander, is nog wel typisch Chinees. Als u kijkt naar de verbetenheid waarmee bepaalde sporten worden beoefend. Als u ziet hoe zorgvuldig zelfs artiesten die tijdelijk naar andere landen gaan aan de tand worden gevoeld, opdat ze wel het optimale presteren, dan zult u begrijpen waar het om gaat. Een Chinees is meer dan een ander, want hij is deel van China. Hij is deel van de cultuur. Hij is deel van het land, van het volk en daarom moet hij ook naar buiten toe dat land en dat volk vertegenwoordigen met een perfectie, met een kracht, met een beheersing die zuiver persoonlijk gezien, misschien niet eens is op te brengen.

Het zijn twee landen die om verschillende redenen voor een groot gedeelte uit de greep zijn gebleven van wat ik de internationale kapitaalmarkt wil noemen. In Japan zijn wel minderheidsinvesteringen van o.m. de Arabische olieheren geaccepteerd, maar geen enkele meerderheid. Wat meer is, er bestaat daar een wet dat geen enkel Japans bedrijf een meerderheidsbelang aan het buitenland mag afstaan. Het staat er niet precies zo uitgedrukt als ik het nu zeg, maar het staat er wel en het wordt gehanteerd in de geest waarin ik dit naar voren breng. Japan heeft dus een industrie die voor een groot gedeelte onafhankelijk is, althans Japans is.

Grote industrieën en ketens van concerns en bedrijven die elders op de wereld enigszins macht kunnen uitoefenen, hebben daar weinig in te brengen, ook uw eigen Philips mag heel blij zijn dat men vriendelijk toelaat dat Philips ook met zijn producten op de Japanse markt komt, daar men toch weet dat een Japanner niet gelooft dat een ander een beter product kan maken dan de Japanner.

Voor China geldt precies hetzelfde. Bovendien hebben wij hier te maken met een mensenreservoir dat zo enorm groot is, dat men op zeer korte termijn ook specialisten kan opleiden in zeer grote aantallen, dat men in staat is een leger uit de grond te stampen van vele miljoenen en dat men daarnaast juist dankzij de gespreidheid van al die kleine industrieën een oorlogsproductie op gang kan houden die bijna door geen enkel land kan worden vernietigd. Het areaal waarover ze is uitgespreid is groter dan dat van de Ver. Staten van Amerika. Gaat u dan maar proberen om uit die vele honderden fabriekjes dat ene fabriekje te vinden waar dat speciale product het best wordt gemaakt en vernietigd. Morgen staat er in een schuur ergens anders alweer een dergelijk bedrijfje te draaien. Dit is de grote kracht van deze twee landen. Daardoor zijn ze eigenlijk ook voortdurend in strijd met mensen die toch hun bondgenoten zouden moeten zijn.

Laten wij eens aan de Vietnamezen denken. Voortdurend, op voet van oorlog. Waarom? Omdat de Chinees uitgaat van zijn meerwaardigheid, van zijn recht om andere minder beschaafde volkeren te zeggen wat ze moeten doen. De Vietnamezen nemen dat nu eenmaal niet.

Er zijn nog andere gebieden daar in het zuiden waar men een eigen vorm van communisme probeert te ontwikkelen en waar men eigen machtsbegrippen toepast. China accepteert dat niet. Het is duidelijk dat de Chinese invloed op het ogenblik zich steeds verder uitbreidt. Als wij kijken naar de financiële macht zoals die in Singapore is geconcentreerd, dan blijkt dat ongeveer 60 tot 70 daarvan direct of indirect kan worden gemanipuleerd door de Sovjetrepubliek China (Rood China). In andere landen zult u vergelijkbare dingen kunnen constateren

Zelfs in landen als Indonesië is na een periode waarin de macht en invloed van de Chinezen aanmerkelijk was teruggelopen de laatste tijd die invloed weer aan het toenemen, vooral vreemd genoeg op politiek en bestuurlijk gebied. De handelsinvloeden blijven klein, maar er zijn wel heel veel bedrijven zelfs van kolonisatie projecten, waaruit blijkt dat Chinees kapitaal, vaak ook Chinees materiaal, mede een grote rol speelt.

Als u dat goed bekijkt, dan kunnen we zeggen; Hier zijn het de landen die tezamen de kern vormen van een later Aziatisch continent, die als een geheel kunnen optreden en functioneren.

Het is natuurlijk niet leuk voor de Russen die in Siberië hebben geprobeerd een eigen minder aantastbare cultuur op te bouwen, inclusief wetenschappelijke steden. Er zijn enkele steden die eigenlijk een groot laboratorium plus scholingsgelegenheid zijn en daarnaast ook verschillende mijnbouw projecten en zelfs landbouwproef projecten. China heeft nu al een paar slagen binnengehaald o.a. door vergroting van invloed in zowel Mongolië als in Buiten Mongolië. Gebieden, die voor een deel tot de invloedssfeer van Rusland behoren.

Ik denk, dat je moet zeggen; hier krijgen we eigenlijk te maken met iets dat op een supermogendheid lijkt. Een op dit moment nog verdeeld geheel dat zoveel mentale en morele opvattingen gemeen heeft dat het daardoor mogelijk is om ongeacht politieke verschillen en benadering steeds meer als eenheid te functioneren en daarbij steeds meer andere gebieden in de eigen invloedssfeer te absorberen en deel te maken van een Aziatisch zelfbewustzijn

Als we Azië bekijken, dan moet je je ook realiseren dat, zij het na veel langere tijd, dergelijke ontwikkelingen ook onontkoombaar zijn in b.v. Zuid-Amerika en in een groot gedeelte van Afrika. Ook hier begint zich meer en meer een bewustzijn te manifesteren waarbij samenwerking, ongeacht alle verschillen, toch wel erg belangrijk is en onderlinge uitwisseling van producten een grote rol gaat spelen. Zeker, het is op het ogenbik nog niet zo belangrijk, maar er worden nu al vissen van de kust naar het binnenland getransporteerd, zij het in zeer beperkte mate, omdat men niet over voldoende koelwagens beschikt en men maar een spoorlijn heeft die het hele territorium doorkruist.

Maar ook hier zou zich op den duur een supermacht kunnen ontwikkelen. Zeker als de rassenvooroordelen tussen de Arabieren en de donkergekleurde broeders zouden wegvallen. Dat is tot op heden toe, gelukkig voor Europa, nog niet het geval.

Toch stel ik mij voor, dat zowel uit economische als andere overwegingen de wereld langzamerhand uiteen gaat vallen in een aantal zeer grote staten of gebieden die misschien met overal nog kleine nationale regerinkjes internationaal als een geheel gaan functioneren. Dat is erg belangrijk, omdat daarbij de economische mogelijkheden van zo’n gebied veel beter kunnen worden gebruikt, omdat men voor een veel groter gedeelte zelfverzorgend kan zijn, en omdat men daarnaast dus een veel grotere claim kan leggen t.o.v. anderen.

Wat Azië betreft neem ik aan dat dat binnen 30 jaar het geval zal zijn. Wat Afrika betreft, vrees ik dat het iets langer zal duren. Ik denk ongeveer 120 jaar.

Zuid-Amerika verkeert op het ogenblik in een staat van voortdurende gisting zoals u bekend is. Wat zich daaruit langzaam maar zeker ontwikkelt, is een betrekkelijk gematigd pseudo democratisch bewind dat steeds meer in staat is om andere staten mee te betrekken in zijn eigen werking. De hoofdlanden die daar nu invloed hebben zijn Argentinië en Brazilië. Maar wij moeten aannemen dat deze grote gebieden, overigens met een tamelijk lage bevolkingsdichtheid, in staat zullen zijn ook alle andere staten en waarschijnlijk zelfs die van Midden-Amerika mee te betrekken in een soort politiek economische afspraak, die gelijktijdig een verdedigingspact tegenover de buitenwereld inhoudt. Ik denk dat de eerste tekenen daarvan zelfs al in 6 á 7 jaar kenbaar zullen zijn.

Dan staan wij voor een heel ander beeld. Wij kunnen wel vragen; Zijn er supermachten? Neen. De echte supermachten zijn in wording. De achtergronden die vandaag de dag bestaan met alle grote internationale Kartels en Concerns worden langzamerhand aangetast door deze maar op lokaliteit bepaalde samenhangen.

Wat nu gebeurt in China ten aanzien van o.a. grote bedrijven als Coca-Cola en Mac Donalds dat zien we in verminderde mate ook elders al gebeuren. Het zal u misschien niet bekend zijn dat er op het ogenblik een z.g. Marketing Scheme is die vanuit Engeland opereert en die alle pogingen doet om met Mac Donalds te concurreren. Het lukt nog niet helemaal. Ze weten nog niet hoe je vlees uit de hamburgers kunt halen, als je het vet met de juiste gist daarin verwerkt. Maar dat leren ze misschien ook nog wel.

Dus economisch zijn er op dit moment zelfs al evenwichtsverschuivingen gaande. Daarbij is het heel belangrijk, dat de wapenindustrie pas beheersbaar wordt, als heel grote gebieden t.a.v. productie, verkoop van wapens enz, een regel hebben. Op dit moment is het zo, dat een Belgische fabriek wapens produceert (handwapens voornamelijk) die dan worden verkocht aan Italië. Van Italië gaan ze naar Tsjecho-Slowakije. Uit Tsjecho-Slowakije verdwijnen ze in licht gewijzigde uitvoering (er wordt een andere kleur op gespoten, de merken worden verwijderd) o.a. naar Afrika, maar ook naar Zuid-Amerika. Dat is natuurlijk zeer winstgevend en het wordt nationaal geduld omdat men er nu eenmaal winst mee maakt.

Ook in Nederland zijn er wat dat betreft wel enkele zaken van wapens en vooral munitie die ook niet helemaal volgens de regels zijn. Frankrijk is er ook heel sterk in en levert grote hoeveelheden o.a. het handsoorlogsmateriaal.

Als er één regel geldt, dan zal ieder gouvernement de ander op de vingers gaan tikken en zeggen: ja, maar dat kan niet meer, want wij hebben een internationale douane en die tolereert dat niet. Wij hebben onze eigen opvattingen van een leger en zijn bewapening en wij laten ons onze wapens niet meer dicteren door bv. Amerikaanse andere belangen. Ook dat zou van groot belang kunnen zijn, omdat de wapenindustrie tegenwoordig in de wereld een omzet heeft die per jaar vergelijkbaar is met ongeveer driemaal het bedrag dat Nederland uittrekt voor een heel jaar sociale welvaartsstaat plus alle andere aspecten. Realiseer u wat er gaande is. Er ontstaan inderdaad langzaam nieuwe supermachten.

Laten we nu ook proberen even economisch te denken, als het u niet hindert. U weet, dat er in de economie een bepaalde grens bestaat waar binnen men rationeel kan werken. Je hebt een minimum omzet en een minimumproductie nodig. Je hebt een maximum (een plafond) wanneer de omzet groter wordt. Als de productie groter wordt, dan wordt het gehele apparaat onbeheersbaar en is het winstelement eigenlijk niet meer berekenbaar of hanteerbaar op een normale manier. Daarbij spelen verder heel veel factoren ook nog een rol. Een product dat over een grote afstand moet worden vervoerd, is veel duurder dan een product dat dat niet behoeft. Als we te maken hebben met een product waarvan de grondstoffen en de halffabrikaten over een grote afstand moeten worden vervoerd zal dat product zeker duurder zijn dan als het ter plaatse wordt gemaakt. Het is ook duurder dan de export van een helemaal klaar product. Dit geldt voor bijna alle takken vanaf de chemische wetenschappen de elektronica tot zelfs het boerenbedrijf toe. Waar je dus op moet mikken om te komen tot een gezonde economie, dan is het op die plaatsen waar eenvoudige aanvoer mogelijk is, waar grondstoffen in de buurt zijn, waar voldoende arbeidskrachten te vinden zijn, waar geproduceerd wordt en geen andere producten als concurrentie worden ingevoerd, omdat die elders beter en goedkoper kunnen worden gemaakt. Dan krijg je een vrijemarktprincipe waarin heel veel van de nationale bescherming die nu nog bestaat, wegvalt.

Aan de andere kant krijg je een eenvoudiger en goedkopere productie, een wegvallen van vervoerskosten en daarnaast, omdat deskundigen in waarde stijgen, een veel grotere vrije migratiemogelijkheid binnen het gebied van een dergelijke supergemeenschap. Dit impliceert, dat de noodzaak om te werken een beetje anders komt te liggen.

Bij het werken is een bepaalde mate van overconsumptie ingecalculeerd, maar het geheel produceert een consumptieve minimumnorm voor iedereen. Wil je meer hebben, dan moet je meer doen. Dat is heel eenvoudig. En als je deel wilt hebben aan iets, dan moet je daarvan of verstand hebben of je moet bereid zijn om de dingen te nemen zoals ze je worden gegeven en daar hard aan te werken.

Dit betekent, dat wij te maken krijgen met een bijna nomadisch gedrag van een groot aantal arbeiders. Daarnaast, dat steeds meer mensen specialismen gaan ontwikkelen en met deze specialismen binnen het hele gebied van een dergelijke toch een continent omvattend gemeenschapswerk aanwezig blijven. Ze trekken van hot naar her. De mens gaat naar zijn werk, het werk behoeft niet meer naar de mens te gaan. Het is ook veel eenvoudiger om daardoor bepaalde rustgebieden in te stellen.

In Nederland is het het gebied van de Hoge Veluwe bedoeld om als recreatiegebied te behouden. Aan alle kanten wordt daaraan geknabbeld, als het mogelijk is. Dan wil ik helemaal niet over andere gebieden spreken die wel voor recreatie heten te dienen, maar regelmatig worden doorploegd door tanks en andere te zware voertuigen die het leger nu eenmaal meent te moeten transporteren en daarmee te oefenen.

Wij krijgen dus een mogelijkheid om werkelijk hele gebieden weer in een normaal ecologisch verband te brengen juist omdat ze recreatief zijn en daar niet meer uit commerciële en andere overwegingen een evenwichtsverstoring voortdurend plaatsvindt. Dit houdt in dat er een gezond wording van bossen mogelijk is en zelfs, zoals ik het zie, hier en daar een uitbreiding van bosgebieden gepaard gaande met vooral berglandschap tot een omvang die sedert de middeleeuwen niet meer heeft bestaan. En dat voor Europa en ook voor andere landen.

Je krijgt dus een verbetering van klimaat. Waar grote wouden zijn, krijg je een verbetering van atmosfeer. Tevens krijg je in die gebieden een veel beter begrip voor dienstbetoon. Dienstbetoon behoeft niet slaafs te zijn, maar het moet vriendelijk, het moet gastvrij zijn.

Als je de ene dag op een kantoor of in een fabriek zit en de volgende dag als kelner of als stadsgids met toeristen rondtrekt, dan heb je niet de neiging om je helemaal in te stellen op de mentaliteit van de anderen. Is er een gebied dat zich daar alleen mee bezighoudt, dan wordt die factor veel belangrijker. Ook wat dat betreft, acht ik dit allemaal dus een grote vooruitgang.

Dan is er nog iets wat in de economie een grote rol speelt in deze dagen. Men zoekt naar goedkope vervangingsproducten. Waarom? Een groot gedeelte van de productie heeft een bewust beperkte levensduur. Dat houdt in, dat het gebruik van die goedkope materialen dubbel winstgevend is. Enerzijds een verzwakking van het product, anderzijds een besparing bij de productie. Maar als je de arbeid en het machinepark erbij gaat berekenen dan blijkt dat die manier van produceren voor de behoefte veel duurder is.

Ik kan mij voorstellen dat men meer en meer solide artikelen gaat produceren. Waarom zou men geen lamp maken met een garantie van 5000 branduren? Het is mogelijk. Men maakt echter lampen met een gemiddelde levensduur van ongeveer 1300 branduren. Natuurlijk, op dit moment is dat erg belangrijk, want je moet steeds lampen blijven afzetten. Maar het kost heel veel materiaal en een hoop arbeid. Als je die lampen goedkoper gaat maken en gelijktijdig duurzamer, dan wordt het ook gemakkelijker om daarvan gebruik te maken en spaar je daardoor o.a. energie De energie die je bespaart, kun je dan weer voor andere dingen gebruiken.

Dat wil zeggen dat de energiewinning aanmerkelijk minder behoeft te worden. Je kunt daardoor veel gemakkelijker uitgaan van de meest eenvoudige vormen van energiewinning. Ik denk bv. aan waterenergie. Het is met waterenergie mogelijk als alles goed wordt geëxploiteerd om ongeveer de helft van west Europa van voldoende energie te voorzien voor normaal gebruik. Dat grote centrales nodig zijn en zelfs atoomcentrales is voor een groot gedeelte te wijten aan de continue vraag naar energie van allerlei grote fabrieken, die liever vijfmaal een product maken dat veel energie kost dan één keer een goed product dat 1/5 of minder energie vraagt. En daar moeten wij rekening mee houden. Wij komen dus te staan in een wereld waarin allerlei veranderingen en verbeteringen mogelijk zijn en op den duur onvermijdelijk.

Op de economische aspecten zullen wij later nog weleens ingaan want daar is natuurlijk nog heel wat meer over te zeggen.

Dan geloof ik, dat wij zelfs in Europa en in de Ver. Staten voor een groot gedeelte terug zullen moeten gaan naar kleinschaligheid. En dat al de grote industrieën en concerns zichzelf niet meer zullen kunnen handhaven zodra ze met de noodzaak zitten om aan een behoefte tegemoet te komen en gelijktijdig een optimaal product te leveren. Dat kunnen kleine bedrijven gewoonlijk beter.

Geestelijk betekent dit alles een verandering van mentaliteit. Als de mentaliteit verandert, dan veranderen de zeden. Waar deze beide veranderen zal ook het beleven van de innerlijke wereld, het geloof, de wijze waarop men eventueel godsdienstig is of humanistisch wil denken zich ook aanpassen. Dit is een kwestie die geslachten vergt. Wij kunnen zeggen, dat 3 á 4 generaties nodig zullen zijn om de eerste verandering werkelijk helemaal te laten doorwerken in de jongeren. Maar als die dan groot worden, zijn ze gewend aan een patroon van verandering en aanpassing. Zij zullen dan heel wat rationeler tewerk gaan dan de mensen van deze dagen.

Er zijn heel veel mogelijkheden in de toekomst. De meeste van die mogelijkheden zijn goed. Wij moeten echter een ding niet vergeten vandaag is het nog niet zo.

De tijd, dat men schermde met het gele gevaar is een beetje voorbij. Dat was ook gebaseerd op legers in grote aantallen. Tegenwoordig gelooft men in de kracht van een technisch uitgerust leger. Dit tegen alle bewijsvoeringen in. Want als we bedenken wat er allemaal in Vietnam is gebeurd, dan blijkt dat een volk dat volhardend is met veel minder bewapening een veel grotere, rijkere en beter bewapende macht heel rustig kan verslaan. Als we denken aan wat er al jarenlang gaande is in Afghanistan, dan zien we precies hetzelfde. Dus moeten wij ons goed realiseren dat een mentaliteit belangrijker is dan techniek. En dat brengt mij tot het slot van mijn huidig betoog.

Grootmachten of schijnbare grootmachten (commercieel of anderszins) blijven bestaan zolang de mens innerlijk niet verandert. Als de mentaliteit van de mens nog steeds is God zorgt voor ons allen en ik voor mijzelf, dan komen we nooit verder. Als de mensen nog steeds uitroepen; Wij leven in een democratie en ik weet het het best dus moet ik het maar zeggen, dan gaat het ook niet goed. Maar als eenieder gaat begrijpen waar zijn feitelijke verplichtingen liggen, waar zijn feitelijke mogelijkheden liggen en niet meer zegt; dan moeten anderen dat maar mogelijk maken, maar zegt; zo ga ik leven. Dan is er een vernieuwing ontstaan die van groot geestelijk belang is. Dan is de werkelijke grootmacht van deze wereld de wil, de geest, het innerlijke besef.

In de hoop dat hetgeen ik nu stel als mogelijkheid snel waar zal worde, besluit ik hiermede deze bijdrage.

Vrijheid

Wanneer ben je vrij? Je bent dan vrij als je aan jezelf verantwoording verschuldigd bent en niet aan anderen. Een heel mooie definitie, vind ik zelf. Natuurlijk zijn er ook mensen die het anders bekijken. Zij zeggen U bent pas vrij, als u doet wat ik voor u goed vind. Dat zijn echte democraten.

Ik zou willen zeggen; vrij zijn begint eigenlijk vanbinnen. Als je innerlijk weet dat de kracht die in je woont bepalend is voor alles wat goed is en voor alles wat kwaad is, dat het niet de maatschappij is of de redenering van een ander, maar je eigen besef bepalend blijft voor wat je voelt te moeten doen en te moeten laten, dan ben je vrij. Niet omdat de wereld je dat altijd mogelijk zal maken niet omdat je alles kunt doen wat je wilt, maar omdat je elke keuze zelf maakt vanuit jezelf en niet vanuit een ander.

In deze wereld is vrijheid langzaam maar zeker een woord geworden dat niets meer te maken heeft met de werkelijkheid. Men spreekt over vrij, als men bv. geen zorgen heeft. Maar als je geen zorgen hebt dan ben je gebonden door datgene wat jou je zorgen ontneemt. Je kunt dus niet vrij zijn en gelijktijdig zekerheid of gelijktijdig zorgeloosheid hebben. Vrijheid komt voort uit datgene wat je aanvaardt als consequentie van hetgeen je bent.

De mensen, die daar zo druk over bezig zijn, hebben over het algemeen geen begrip waarover ze spreken. Als wij bv. zeggen: wij zijn vrij maar God heeft ons wetten gesteld, dan vraag ik mij onmiddellijk af: ja, als dat zo is, waarom heeft God dan juist een aantal dingen zo leuk gemaakt die volgens anderen door Hem absoluut niet gewild worden? Dan vraag ik mij ook nog af: waarom heeft God bepaalde dingen zo moeilijk gemaakt als dat juist datgene is wat Hij wil? Dat zijn gewoon vragen, die je je stelt.

Nu denk ik dat de werkelijkheid ongeveer zo in elkaar zit; Wij zijn natuurlijk deel van een geheel. Wij hebben onze achtergronden. Door die achtergronden zijn we heus wel een beetje beperkt en bepaald. Niet omdat de maatschappij ons dan verder kan dwingen (dat kan ze maar heel beperkt doen), maar omdat wij ons vastklampen aan bepaalde denkbeelden, aan visies die door de maatschappij worden verkondigd en wij ons niet afvragen wat voel ik innerlijk dat ik daarmee kan doen?

Het is in deze wereld soms zo, dat vrijheid en vrijen met elkaar worden verward. Nu heb ik niets tegen vrijen. Maar vrijen is heel vaak een vorm van onvrijheid als je het goed bekijkt. Want als je wordt beheerst door je behoefte tot vrijen, dan ben je slaaf geworden van die behoefte en dus niet meer vrij. Zo gaat het met zovele dingen.

Men spreekt over de vrije wereld. Dan moet u mij eens vertellen welk deel van de wereld nu vrij is. Als je hoort wat er allemaal gebeurt in landen als zelfs de Ver. Staten, het toppunt van vrijheid. Hoe je daar achter je broek kan worden gezeten door zelfs zeer incompetente ambtenaren. Als je je realiseert hoe het hier in Nederland gaat op weer een ander terrein, dan moet je toch wel op een gegeven ogenblik zeggen Die vrijheid is er niet. Achter het IJzeren Gordijn is ze er ook niet.

Achter het IJzeren Gordijn ben je volkomen vrij zolang je doet wat je wordt gezegd dat je moet doen. In bepaalde delen achter het IJzeren Gordijn gaat het nog iets verder daar ben je volkomen vrij zolang je denkt zoals men je zegt te denken en doet zoals men je zegt te doen. Dus daar zit nog iets meer bij. Maar waarom moeten wij die vrijheid dan zoeken?

Vroeger kon je zeerover worden en naar zee gaan. Als je dan succes had, was je een grote held. Zelfs in deze dagen is er nog een rapsodie genoemd naar een bekende Nederlandse zeerover (Piet Hein rapsodie).

In deze wereld is die vrijheid niet meer te vinden. Je kunt nergens naartoe. Overal zijn wetten, regels, beperkingen. Overal zijn banden. Het innerlijke leven is eigenlijk het enige waarin je vrij kunt zijn, mits je niet aan anderen vertelt wat je innerlijk beleeft. Op dat ogenblik wordt je vrijheid ook aangetast. Zo kom ik dan tot het volgende concept in samenhang met alles wat er is bespreken

Vrijheid begint met het besef van je eigen mogelijkheden. Dan moet je niet zeggen Wat zou ik willen zijn, willen doen? Je moet je werkelijk afvragen: wat ben ik feitelijk? Hoe gedraag ik mij feitelijk? Wat kan ik feitelijk? Want als je jezelf niet kent, dan leef je in een dromenwereld. Dat kan heel gezellig zijn, maar elke droom heeft de neiging zo nu en dan te ontaarden in een nachtmerrie. Dan gaan je beste bedoelingen door de spoeling heen en er blijft niets meer van over.

Je moet reëel blijven. Wie ben ik? Wat ben ik? Pas als ik weet wat ik ben, kan ik beginnen aan mijn vrijheid te werken. Want die vrijheid is natuurlijk vanuit een vroeger stadium ook beperkt.

U kent het verhaal wel van de incarnaties. Daar hebben we het al eens eerder over gehad. Met al die incarnaties achter elkaar is het begrijpelijk dat je in dit leven bepaalde voorkeuren hebt en dat je a.h.w. een karma hebt gekozen. Maar van karma wil je ook graag af. Karma is ook een band. Je wilt vrij zijn.

Besef, wie je bent, wat je bent, wat je kunt en kies dan met deze wetenschap wat je in de wereld daarvan wilt waarmaken. Maak dat dan ook zo goed mogelijk waar. En als ik iemand een raad mag geven Als je vrij wilt zijn, moet je jezelf vooral niet op de schouder kloppen.

Wat je bent is vanzelfsprekend. Wat je goed doet, is gewoon normaal waarmaken wat je bent. Als je een fout maakt, zit dat er ook in. Daar behoef je je niet druk over te maken. Dat constateer je en je gaat gewoon verder. Als je dan zover komt dat je zegt Dat is nu voor mij ideaal in de wereld, zo zou ik dat willen doen, dat kan ik ook en dat voel ik ook innerlijk als juist, dan staat nog altijd de hele wereld tegenover je. En dan moet je niet zeggen; Wat kan ik in de wereld waarmaken, maar hoe kan ik mij vanuit mijzelf waarmaken.

Onze vrijheid is, geloof ik, voor een groot gedeelte de vrijheid om onszelf te vormen en onszelf te beseffen. Dan kunnen we dat begrip natuurlijk uitbreiden. U kent al die mooie verhalen wel. Eén zijn in de liefde Gods. Als je ziet wat sommige mensen daarvan maken, dan is dat niet bepaald goddelijk.

Liefde en zo dat zijn dingen die vanzelfsprekend zijn. Genegenheden, harmonieën bestaan, daar ontkomt niemand aan. Zoals er ook disharmonieën bestaan en ontstaan. Dus laten we ons niet bezighouden met liefde en dergelijke. Dat zijn delen van onszelf. Laat mij me bezighouden met datgene wat ik feitelijk ben en feitelijk kan. Als ik dat doe, zal de wereld mij een antwoord geven. Als ik in dat antwoord harmonie kan vinden, dan wordt mijn vrijheid groter. Voel ik mij door de wereld gefrustreerd, dan wordt mijn vrijheid kleiner, omdat ik mij niet meer bezighoud met wat er in mij leeft en dat vanuit mij moet worden geuit, maar omdat ik mij bezighoud met alles wat de wereld mij aandoet. Ik geef graag toe dat een mensenleven heel kort is. En als je alles bekijkt wat de wereld je aandoet, dan heb je aan één mensenleven niet eens genoeg

Het is wat moeilijk, als je het begrip vrijheid een beetje anders gaat interpreteren. Er zijn mensen die zeggen: goed, wij moeten vrij zijn om in deze maatschappij naar onze overtuiging te leven. Dat ben ik volledig met hen eens. Maar dan moeten we daaraan toevoegen; mits ik bereid ben de consequenties daarvan ook te aanvaarden.

Ban de bom, prima. Ik ben het volkomen daarmee eens. Maar onthoud wel, dat dat ook inhoudt dat je de nadelen daarvan, t.o.v. eventueel een bezetting door het een of ander land, op de koop toe moet nemen. Je maakt een keuze, maar daar zit altijd veel aan vast.

Als je dan overgaat, dan leef je in een wereld van gedachten, en ben je natuurlijk veel vrijer. Maar je hebt, in die vrijheid steeds te maken met je eigen denkbeelden alleen schep je dan mee je eigen wereld. Als je nog verder gaat, dan blijkt dat de vrijheid eigenlijk afhankelijk is van het erkennen van hetgeen je bent als deel van een geheel. Zolang je dat niet bewust kunt erkennen en beleven, ben je de gevangene van het geheel. Pas als je begrijpt hoe het geheel voor jou noodzakelijk is en jij voor het geheel kun je zeggen: ik ben vrij. Daarmee zit ik eigenlijk diep in de filosofie.

Alle werkelijkheid bestaat uit de schijn die we ophouden en de feiten die we niet willen aanvaarden. Een beetje raar, maar het is waar. Maar dan geldt ook: wat ik ben, is datgene wat ik voor een ander niet wil weten; wat ik werkelijk kan, is niet datgene wat ik in mij als mogelijkheid draag, maar dat deel van mij waarvoor ik een erkenning of waardering bij anderen vind of hoop te vinden. Dat zijn heel vreemde zaken.

Als mensen over esoterie praten, dan heb ik weleens het gevoel dat ze een binnenhuisarchitect zijn die vergeet dat een huis ook nog muren heeft, behalve als er iets is op te hangen. Ik denk dat bij heel veel esoterici dat wel een rol speelt, ze vergeten dat er twee dingen zijn. Het is niet alleen wat in je leeft, maar het is ook datgene wat er buiten je bestaat.

Nu stel ik, dat datgene wat er buiten je bestaat voor jou grotendeels wordt bepaald door datgene wat in je leeft. Ik stel ook, dat er geen absolute vrijheid denkbaar is.

Een vrijheid is altijd voorwaardelijk, omdat niets bestaat zonder zijn tegendeel. U kunt zeggen Ik wil geen belasting betalen. Dat vind ik mooi.

Maar als u minder belasting betaalt, dan moet u ook niet verwachten dat u een uitkering krijgt. Dan moet u niet verwachten dat er politie is, dat iemand het vuil bij u komt ophalen of zelfs dat de elektriciteitsvoorziening en het openbaar vervoer de prijzen behouden die binnen redelijke grenzen liggen. Dan kunt u alleen nog maar verwachten dat iedereen van u probeert te halen wat hij kan. Dan gun ik u graag uw vrijheid van belasting, maar klaagt u dan niet als de rest komt.

In een land hier vlakbij zijn ze op het ogenblik druk bezig over privatisering o.m. van het gas. Als mensen dat zeggen, dan hebben ze gelijk. Ze kunnen het tekort op de begroting aanmerkelijk verkleinen. Ze kunnen daarnaast een grote last afstoten. Ambtenaren worden nu privéwerkers. Dat ligt voor een staat toch een beetje anders. Je hebt veel minder verplichtingen, maar aan de andere kant is het natuurlijk wel zo, je kunt niet het gas privatiseren en gelijktijdig zeggen; De prijs moet zo blijven. Dat gaat niet. Dus wanneer dat gebeurt, dan worden gas en energie aanmerkelijk duurder, omdat er winst moet worden gemaakt.

Het grote voordeel is, dat de winst in de economie terecht komt, omdat de staat het altijd besteedt aan de uitbreiding van een ambtelijk controleapparaat. Terwijl de particuliere ondernemer het gebruikt om te investeren, om er wat mee te doen. Wie heeft er nu gelijk?

Ik vind dat een staat alleen kan bestaan als 80 % van de bevolking achter de regering staat. Als het anders is dan deugt het al niet. Ik heb het niet over Nederland, daar is het nooit zo. Daar staat iedereen achter degene van wie hij denkt dat hij te weinig zeggenschap heeft. Daardoor komt men in een situatie waarin men wordt bepaald door datgene wat men zelf niet heeft gewenst maar wel gekozen. Dat is wel vreemd. Als een Nederlander het heeft over wat hij heeft gekozen, dan heeft hij het over iets onaangenaams.

Ik vind dat wij zelf altijd weer binnen het kader van de maatschappij, van de verplichtingen, van hetgeen wij wel willen en niet willen, vrij zullen zijn zolang wij rekening houden met hetgeen wij kunnen en hetgeen voor ons mogelijk is. Dat zijn twee verschillende dingen.

Al dat roepen om de vrijheid van volkeren en landen vind ik onzin. Er zijn heel veel landen bevrijd geworden van het koloniaal gezag, maar het gaat ze nog veel slechter dan voordien. Het ligt dus niet aan het koloniale gezag. Het ligt doodgewoon aan de vraag: wat kan ik zelf doen?

Je kunt de kolonialisten dan verwijten dat zij zo vaak dingen voor de mensen beslissen en hun daardoor de mogelijkheid niet geven om te beseffen wat er feitelijk gaande is. Maar dat vind ik in iedere staat precies gelijk. Dus dat is niet speciaal een koloniale trek.

Ik denk, als je naar binnen kijkt en dan rekening houdt met de wereld, dat je dan ergens komt. Iemand zei eens: Politici zijn gereïncarneerde indianen die een voortdurende oorlogsdans uitvoeren rond een vredesvuur, terwijl ze de vredespijp aan Maarten geven. Ik kan het daar wel mee eens zijn. Dezelfde man zei: Op vele kansels staan predikers die van de mensen datgene eisen waarvan ze niets weten of datgene waaraan zij zich niet houden. Ik geloof dat dat ook waar is.

Wij leven in een wereld waarin zoveel illusies worden verkondigd en gepredikt, dat onze innerlijke werkelijkheid daarin verdrinkt zodra wij vergeten wie we zelf zijn. Maar als wij weten wie we zijn, dan vinden wij als vanzelf datgene wat voor ons belangrijk is om te doen datgene waarmee wij iets kunnen bereiken, datgene waardoor en waaruit wij verder kunnen komen. En dan kan er gesproken worden over grootmachten. Ik zeg u:

De enige macht die werkelijk bestaat, woont in u. Maar dan moet u die zelf gebruiken en niet aan anderen delegeren.

De enige ware kracht die altijd aanwezig is en die nooit devalueert, leeft in u. Maar dan moet u zelf die kracht gebruiken. Niet zoals an­deren zeggen dat u het moet doen, maar zoals u die kracht beseffende voelt dat het juist is.

Ten slotte nog dit; heel veel mensen roepen uit dat het tijd wordt dat iedereen zijn verstand gaat gebruiken. Het is alsof iemand uitroept; dat je in een vergiet ook water kunt koken.

Verstand namelijk is niet alleen maar denkvermogen. Verstand is een inhoud van het denkvermogen die voor medemensen meetbaar is aan al­gemene maatstaven die zijn vastgesteld door mensen die ook niet beter wisten.

Als u gezond verstand gebruikt en verder niet, dan gaat u op een zeer gezonde wijze de vernieling in. Maar, als u uw gevoelens gebruikt als aanleiding om uw verstand mogelijkheden te laten formuleren dan heeft u datgene gevonden waarmee u werkelijk iets kunt bereiken

Al deze vernieuwingen van grootmachten en staten hebben geen enkele betekenis op aarde en voeren toch weer tot vernietiging tenzij de mensen in zichzelf gebruik gaan maken van datgene wat in hen leeft, gebruikmaken van de kracht die in hen berust. Daarmee bedoel ik even goed de gedachtenkracht als elke andere mogelijkheid, waarover zij beschikken.

Dan roep ik uit: de vrijheid is mogelijk. De vrijheid is nabij. Maar ze is pas beleefbaar en hanteerbaar, indien je haar erkent voor wat ze is. Vrijheid is datgene kunnen en mogen zijn wat je bent en innerlijk weet te kunnen. Mag ik het daarbij laten?

Zonnegroet

Kan de zon mij groeten?

Ik denk het wel soms.

Maar feitelijk groet ik slechts de zon.

Wat ik diep in haar herken is,

Dat wat ik toch zelf ben en in mijzelf onderga.

Het licht in mij weerkaatst de zon.

De zon weerkaatst wat in mij leeft.

Daarom staat zo’n zon mij na en voel ik mij met haar verwant.

Het is niet de werkelijkheid dat al wat ik besef

En wat voor mij en tot mij spreekt diep in mijzelve muren breekt,

Zodat iets uit mijzelf kan komen dat antwoord geeft

Dat waarheid wordt en zo mijzelf

Doet beleven dat wat verborgen in mij reeds bestaat.

Terwijl uiterlijk bekeken misschien mijn wezen glans van zon of gloed van vuur nog ondergaat.