Christusgeest, mythe of werkelijkheid

15 mei 1984

Zoals altijd moet ik u er vooreerst op wijzen dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn. Het is erg prettig wanneer u zelf nadenkt. Het is veel beter dat de mens zijn eigen dwaasheden naloopt dan die van een ander.

Wat betreft het onderwerp. Ik heb wel een paar punten in gedachte. Hebt u een bepaalde keuze dan kunt u die ook kenbaar maken.

  • Er is een suggestie binnengekomen: Christusgeest, mythe of werkelijkheid? Maar u mag ook uit uw repertorium kiezen.

Misschien kunnen we het een klein beetje mixen. Een cocktail met een tikje Christusgeest erin. Want wat de meesten onder u niet weten, het is op het ogenblik Wessac, d.w.z. een feest, oude overleveringen en alles bij elkaar, komt het er eigenlijk op neer dat we geconfronteerd worden met een reeks geestelijke uitstralingen van zeer hoge kwaliteit en dat daarnaast een groot aantal kosmische uitstralingen kunnen worden afgelezen.

Nu is het niet mogelijk om daar één, twee, drie conclusies aan te verbinden, ik kan u hoogstens zeggen: het is een warrige tijd met ontzettend veel veranderingen, maar ja, dat wist u waarschijnlijk zelf ook al. Wanneer we ons echter tot de wereld wenden en we kijken naar de mensen dan valt het bijzonder op dat de mensen zo geïsoleerd zijn. Het is of de meeste mensen op dit ogenblik muurtjes om zich heen hebben gebouwd uit angst dat misschien iemand hen zou kunnen benaderen, zou kunnen kwetsen, zou kunnen benadelen: Er is, zou ik zeggen, te weinig contact tussen de mensen, iedereen leeft in zijn eigen grootheid, stelt zijn eigen eisen aan de wereld zonder te beseffen wat daar tegenover moet staan, Iedereen is bezig met een waarheid te verkondigen zonder zich af te vragen of ze waargemaakt kan worden zoals u dat wilt: Vanuit ons standpunt is dat natuurlijk niet erg aanvaardbaar vooral omdat we weten dat zich op het ogenblik in zeer veel mensen een zeg maar paranormaal potentieel aan het opbouwen is. Mensen worden veel gevoeliger voor invloeden en indrukken dan ze beseffen. Ze zijn helaas ook vaak veel meer suggestief dan aanvaardbaar is. Ze laten zich meeslepen door allerhande denkbeelden van anderen, door suggesties en in de meeste gevallen doen ze daar zelf weinig mee.

Nu hebt u als onderwerp ook de Christusgeest naar voren gebracht. Nu kunnen we zeggen, ja de Christusgeest is in zekere zin mythos, ’t is een soort legende. Aan de andere kant weten we ook dat er in die mensheid een enorme verbondenheid bestaat die veel groter is dan alles wat de mensheid scheidt. Je ziet dat niet omdat ten aanzien van elkaar de mensen steeds mythes opwerpen: Wij hebben de enige waarheid, wat wij doen is juist en jullie hebben maar te volgen en wat wij eisen is gerechtvaardigd. Maar mens zijn dat betekent niet alleen maar op aarde leven in een bepaalde vorm. Het houdt ook in dat je behoort tot een geheel, een soort traditie misschien. Aan de andere kant zou je kunnen zeggen: Een geestelijke en ook materiële erfmassa, je kunt er niet aan ontkomen, je bent mens met de mensen. En in de mensen leeft naast alle strijdvaardigheid, alle neiging tot isolement, tot alle betweterij ook een verlangen naar een soort vrede, een rust, eenheid, iets wat we geluk noemen misschien en dit juist zou ik een manifestatie willen noemen van iets wat in die mensheid woont.

Nu kunnen we erover vechten wat het is. Wij zeggen ja, er is een eerste oorzaak en die eerste oorzaak straalt uit en die uitstraling is een deel van ons wezen geworden en dat is dan onze ziel en daaromheen is het bewustzijn opgebouwd, dat noemen we dan onze geest omdat het vorm heeft, omdat het meer persoonlijkheid heeft. In de mensheid is die ziel één. Je kunt niet zeggen: Ik heb een ziel en andere mensen hebben geen of een heel andere ziel. U kunt alleen zeggen: Ik heb iets van hetzelfde als wat in anderen leeft.

Wanneer je nu naar geluk streeft, wanneer je ergens verlangt naar vrede, dan verlang je toch naar datgene wat die gehele mensheid vrij maakt, juist vanuit tegenstrijdigheden, waardoor eigenlijk al die grenzen tussen begrip wegvallen.

En wat is de Christusgeest? De Christusgeest zegt: het is de geest van Jezus Christus. Nu is dat natuurlijk heel simpel gezegd, maar zou je niet kunnen zeggen: Er is een liefde, een goddelijke Liefde van mijnentwege die alle dingen overtreft, die alle dingen eigenlijk doordesemt ook. Deze Liefde is niet van zuiver persoonlijke aard, dat moet men wel begrijpen. Het is eerder een erkennen dat je deel bent van al die anderen. En in die Liefde, in die dienstvaardigheid die zo ook ontstaat, want wie zou weigeren om zichzelf of een deel van zichzelf een dienst te bewijzen, nietwaar; leeft ook datgene wat we Christos of Christus noemen. Wanneer we zeggen dat Jezus Christus drager was, een stelling die we bij oudere kerkvaders wel, bij latere theologen zelden zullen aantreffen, dan hebben we het over een mens die tot die eenheid is doorgedrongen, die vanuit die eenheid heeft geleefd en gewerkt en dat we hem de Christus hebben genoemd, nou ja, best. Maar laten we dan ook toegeven dat diezelfde kracht, diezelfde Christus wel degelijk ook in onszelf mede tegenwoordig is, dat het de vage echo is van onze dromen en onze verlangens misschien, dat het ergens ligt achter alle problemen die we opwerpen, onze worstelingen om uit te maken wat waar is. Hebben de Boeddhisten gelijk of de Christenen, of de Islamieten of weer iemand anders en is deze de juiste goeroe of gene de juiste meester? Achter al die dingen is de eenheid, de eenheid die ons verbindt en die vanuit zeker, ons beperkt standpunt, uiting is van een goddelijke Liefde, van een alomvattend Zijn, waarvan je, als je het eenmaal beleefd hebt, je niet meer los van kunt maken.

Nu kun je zeggen: Ja, ik vind het toch wel een legende. Dat is uw goede recht, maar verloochent u niet een klein stukje van uzelf wanneer u het beste wat er in u leeft tot legende verklaart? Wanneer u kijkt naar de wereld, ach, het is allemaal zo beangstigend. De een wil een zuiver milieu en de ander wil liever zuivere winst. De een wil geen raketten en de ander die voelt meer voor atomaire sekssymbolen. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, iedereen heeft zijn eigen mening.

Dat zijn uiterlijkheden mensen. Dat zijn wegen die men inslaat om iets waar te maken waar men diep in zichzelf toch in gelooft. Zelfs wanneer we alleen maar zeggen: We werken voor het nageslacht, we moeten een betere wereld achterlaten, dan nog zijn we bezig met een droom, een droom van geluk, van vrede, van eenheid, van samenwerking, van broederschap. En wanneer ik kijk wat er zich op zo’n Wessac een beetje aan het manifesteren is moet ik zeggen: Het is in elk geval een jaar wat u te wachten staat. Er zullen veel onverwachte dingen gebeuren. Aan de ene kant zullen volksmassa’s in opstand komen, bijna onvermijdelijk en ook de natuur zal hier en daar aardig van zich laten horen. Maar aan de andere kant zal er behoefte zijn ergens aan samenhang, naar een beetje aanhankelijkheid, naar een contact waarbij je voelt dat je meer mens bent en dat zal niet alleen maar op die zuiver persoonlijke basis zijn die men tot nu toe als de enig juiste heeft voorgesteld. Het is een samenhorigheidsdrang die zich gaat manifesteren. Dat is ook te begrijpen. Waar vind je nog zekerheid in onze dagen? Wie kun je nog vertrouwen? Moet je luisteren naar de priesters? Is wat ze zeggen waar? Moet je luisteren naar de politici? Beliegen ze je niet? Moet je luisteren naar de arbeiders die op hun manier de zaken voorstellen maar gelijktijdig vergeten wat de consequenties zijn? Moet je luisteren naar de werkgevers die op hun manier bezig zijn hun eigen belangen veilig te stellen?

Moet je luisteren naar de generaals die geloven dat je de vrede alleen kunt winnen door een ander te vernietigen? Moeten we luisteren naar de vredelievende mensen die denken: Als je maar vredelievend genoeg bent dat een ander je niet zal slaan? We weten het niet meer. En als je het helemaal niet meer weet, dan begin je wanhopig te zoeken naar iets waar je bij kunt horen, naar een deel zijn van wat nu eens geen eisen stelt en dat geen leugens verkondigt en dat geen leerstelligheden opdringt maar dat er gewoon is. En dan grijpt u misschien wat aarzelend naar een beetje begrip voor uw medemensen. Dan zeg je: Ach, wat kan mij die bankrekening schelen, het wordt toch elke dag minder waard. Laat ik liever kijken of ik iemand een plezier kan doen. Dan zeg je niet meer: Ja, er moet verschil van stand zijn, maar dan zeg je: Ach ja, als die ander het moeilijk heeft en ik kan helpen, waarom zou ik hem niet helpen? Zo begint het heel simpel, eenvoudig een beetje voor elkaar opkomen en niet omdat je het met elkaar eens bent, maar omdat je mensen bent. En als je eenmaal begint met je werkelijk bezig te houden met anderen, niet in je eigen molentje rond te draaien, dan ontstaat er iets, ja, men noemt het empathie, het is een soort gevoeligheid voor de gevoelens van anderen. Je gaat aanvoelen wat er achter de uiterlijkheden in een ander schuilt. Je gaat niet meer reageren op illusies die de mensen projecteren, want wat dat betreft is de verkleedpartij in de menselijke samenleving nog veel groter dan in het mooiste Carnaval, daar zie je tenminste nog een stukje van de blote waarheid, en dan zeg je: Ja, maar als je zo bent, dan kun je toch beter beantwoorden op wat je bent dan op datgene dat ik wil dat jij zult zijn of dat jij denkt dat ik in je zal zien. Je gaat gewoon antwoorden. Je zegt ook niet meer: Ja, maar daar moeten regels voor zijn en er is iemand voor aansprakelijk. U voelt aan: Ik moet die andere helpen en voor je het weet, begint iets van die gedachten van die ander vorm te krijgen en je gaat begrijpen wat er zich afspeelt. O, je weet nog niet waarom en je houdt je ook niet meer bezig met al die verre problemen die je anders zelf in je eigen omgeving zou moeten oplossen. Nee, je bent werkelijk bezig met de vraag: Wat kan ik doen? Niet: Wat kan ik verwerven, wat kan ik eisen, wat kan ik krijgen. Gewoon, wat kan ik doen. En op dat ogenblik begin je, of je het beseft of niet, meer eenheid te krijgen met de kern van je wezen, noem het maar de ziel, of de goddelijke adem of hoe je het noemen wilt. Op dat ogenblik is er een wonderlijke kracht.

O, het is gemakkelijk genoeg om iets van die kracht in je suggestie op te roepen, we hebben het meermalen gedaan, maar het is veel belangrijker dat je zelf voelt dat die kracht er is, niet als iets dat je overweldigt als een stortvloed die je vult, nee, het is veel simpeler, veel eenvoudiger. Het is gewoon een ogenblik van stilte in jezelf en dan zeggen: Nu kan ik, nu zal ik. Ik zal genezen, of nu zal ik weten wat ik moet doen of nu kies ik de juiste weg. Die vreemde stilte dat is dan de bron van wat men paranormale vermogens noemt. En ieder heeft zijn eigen kwaliteit, zijn eigen soort. De een wordt telepaat en de andere kan gemakkelijk water vinden en de derde is een uitstekende empaat die voelt precies wat een ander beweegt. En zo kan je doorgaan. Maar principieel heb je al die mogelijkheden.

Wat ik je voorleg is helemaal geen koortsdroom, hoor. Het is een werkelijkheid die heel dicht bij jou is, geloof mij. Maar het is een werkelijkheid die door heel veel mensen ontvlucht en bestreden zal worden, want als we ergens bang voor zijn dan is het voor het aanvaarden van de ander als gelijke, ja, als deel van je eigen wezen en toch: Hoe kan een Christusgeest ontstaan wanneer we de God ontkennen die in ons woont en in ieder ander. Het klinkt een beetje vroom maar we moeten weten hoe het gaat. Als mensen iets door willen zetten dan halen ze er ook God bij. Peter van Amiens ook: Dieu le veut. Maar de ridders hebben zich rijk gestolen ter bevrijding van het H. Graf dat ze per ongeluk, ook in Damascus gezocht hebben. Laten we die fout niet maken. Laten we niet zeggen: God wil het. Ik weet niet wat God wil. Ik ben niet ver genoeg om te weten wat God wil, wat God is. Ik ben alleen ver genoeg om te weten dat Hij in elke mens leeft, dat er iets is, een Kracht, noem het een licht of geef het een andere naam, iets onbestemds maar waaruit enorme mogelijkheden voortkomen.

En ik weet dat de mensen in deze tijd dicht bij een grens liggen waarbij die kracht naar buiten moet komen of die mensen onder gaan. Wat we van de Wessac-uitstraling hebben gezien wijst ook in die richting:

En dan zeg ik: Lieve mensen, waarom zijn jullie bezig met de vraag of de Christusgeest nu een mythe is, een legende of dat het werkelijkheid is? Waarom kijk je niet naar binnen? Waarom probeer je in jezelf eindelijk eens iets te vinden waardoor je de grenzen kunt doorbreken waarin je jezelf hebt opgesloten. Niet meer zeggen: ik ga me opofferen voor de mensheid of zoiets, dat is maar kolder, dat is ook maar zelfverheffing. Doodgewoon zeggen: Hier ben ik, deel van de mensheid en ik moet in die mensheid mijn betekenis waarmaken door medemens te zijn voor allen. Het is allemaal zo mooi als u het idealistisch voorstelt. We schetsen een wereld: Zo moet ze worden en om die wereld zo te krijgen moeten de mensen zo en zo worden en als we dan alle mensen veranderd hebben dan staan we heel gek te kijken dat het systeem niet deugt en dat de mensen niet deugen. Het heeft toch te maken met iets dat meer is als een brein alleen, dan met zo’n grijze, geplooide massa waarin dan een beetje gedachten en herinneringen zitten. We hebben te maken met leven en levenskracht. Wij hebben te maken met uitademing van de gehele aarde, of we het geloven of niet. Maar we leven erin als we op aarde zijn. We hebben te maken met een geheel en aan dat geheel je onttrekken op welke manier ook is altijd ontzettend schadelijk.

Ik zie dat in deze tijd steeds meer mensen op hun manier een soort Christophorus, een soort Christusdrager worden. Helemaal niet omdat ze de verlossing verkondigen, maar omdat ze bereid zijn de lasten van anderen te dragen. Er zijn mensen die zeggen: Ja, Christus heeft het voor ons gedaan en één keer is genoeg. Die vergeten waarschijnlijk dat Hij ook heeft gezegd: Ik ben u de weg, de waarheid en dat je om de waarheid te vinden, de weg moet gaan. M.a.w. dat je zo moet leven, niet met de zelfverheffing van de juiste boodschap, van de juiste verkondiging. Niet zeggen: Zo moet het zijn, maar zeggen: Zo ben ik en dat wat ik ben zal ik delen. Ik wil medemens zijn voor iedereen, ook voor de beul, want die is ook mens. Ik wil niet meer zoeken naar het negatieve, ik wil niet meer al die dingen gaan bestrijden. Ik wil gewoon het goede dat in mij leeft en dat in anderen leeft uiteindelijk eens de kans geven om op te bloeien, om eindelijk eens naar buiten te komen. Ik wil gewoon dat God of Christus of hoe je het noemen wilt, wat in ons bestaat, wat ons maakt tot mens, tot meer dan een beest, tot meer dan een dier, de kans krijgt om zich te manifesteren en dan niet alleen in hoog geestelijk gezwijmel. Neemt u me niet kwalijk, u zwijmelt natuurlijk niet maar er zijn van die mensen, van die wezens die met hun gedachten in de hoogste sferen vertoeven en voortdurend bezig zijn om eeuwige zaligheden te beleven en ondertussen op aarde iedereen schokken en bedonderen die ze te pakken kunnen krijgen. Neem me de termen niet kwalijk, ik heb ze van de stoffelijke mens geleerd.

Daar hebben we niets aan. Je moet niet proberen je te verheffen boven de mensheid. Je moet proberen bewust deel te zijn van die mensheid, want als je dat kunt, ben je ook bewust steeds meer deel van die kracht die die mensheid in stand houdt, waar het leven en de mogelijkheid tot leven uit voortvloeit en dat is heus meer dan een chemische reactie.

Nu zeg je: Ja, mooi mengseltje, mooi brouwseltje wat je ons voorhoudt. Een preek met een beetje Christusgeest en een beetje Wessac valleibijeenkomst en daar moeten we het zeker dan maar mee doen. We moeten het juist eens een keer anders doen. Het gaat er niet om wat u denkt of gelooft. Onthoud u nu één ding: Uw hersenen ontwerpen het beeld van de werkelijkheid waardoor u ze ziet zoals ze niet is Maar uw hele wezen is deel van de werkelijkheid. Als we nu gewoon eens een keer voor onszelf die vrede zoeken. Durft u het aan? Gewoon eens een keer vergeten denken en ook niet zeggen wat voor gevoelens je hebt, niets omschrijven, maar weten. Je bent deel van alles wat er is, niet alleen van die mensen die hier zitten en niet alleen van die hele stad of dat hele land. Van al die mensen. Ik ben deel van die baby die van honger crepeert, ik ben deel van die miljonair die op dit ogenblik op de Bermuda’s in een belachelijk zwembroekje ronddartelt. Ik ben deel van alle dingen. Probeer gewoon te voelen dat je deel bent van het geheel en vraag je dan af: Wat ben ik in het geheel? Wat kan ik zijn, wat moet ik doen?

En zeg dan niet dit moet stoffelijk of dit moet geestelijk. Gewoon: Wat kan ik doen? Wat voel ik als een noodzaak, als een taak, als een mogelijkheid? Vraag het u eens af. Uiteindelijk, wat is een paar minuten in de eeuwigheid? Een paar minuten hebben we wel. En wanneer u dit werkelijk doet, vraag u dan niet af waar de kracht vandaan moet komen, waar de mogelijkheid vandaan moet komen. Laat ze gewoon in u zijn. Je bent deel van het geheel. Al wat er aan kracht in het geheel is, is ook in u tegenwoordig. Denk dan aan die taak op dit ogenblik. U kunt ze nu misschien niet stoffelijk waarmaken, maar probeer ze dan geestelijk waar te maken. Grijp met uw kracht naar die mensheid en geef ze vrede, geef ze geluk, geef ze gezondheid, geef ze rust, geef ze hoop. En als u zich al die anderen niet voor kunt stellen, misschien is er een enkeling die u zich wel voor kunt stellen. Een enkele mens, een enkel geval, een zieke misschien of iemand waarvan je zegt: Ja, die moet het toch wel heel erg moeilijk hebben. Of iemand waarvan je denkt: Waarom is die nu zo opstandig? Niet werkelijk denken, alleen het beeld op laten komen van wat u wilt doen. Probeer je één te voelen met anderen en probeer nu maar eens of je wat met die kracht kunt doen en laat die kracht maar uit je voortgaan, je hoeft ze u niet eens voor te stellen. Gewoon maar proberen te weten dat er een kracht van je uitgaat is al voldoende. En zeg nu eens tegen jezelf: Wanneer dit ook maar iets heeft uitgehaald, zal ik proberen van mezelf steeds meer deel te voelen van de mensheid. Ik wil niet meer of minder zijn dan anderen maar ik wil, zover het mij mogelijk is, deelhebben aan alles wat er bestaat en wat het bestaan uitmaakt. Ik wil proberen in ieder iets te brengen van een vreugde en van een kracht zoals ik die een ogenblik misschien gevoeld heb. Dan komen we in de richting van de Christusgeest.

Wat is de Christusgeest anders dan liefde die niet verwerpt, die alles aanvaardt. De Christus waar de mensen zo graag over praten is niet een zonderling die troont in de hemel aan de rechterhand van de Vader. Het is een wezen dat zich uitstrekt van de meest duistere en wanhopige werelden die je je kunt voorstellen, tot de hoogst lichtende toe. Liefde is een verbinding, geen onderscheid in niveau en als je het dan Christusgeest noemt of niet, nou ja, dat moet je zelf weten.

Er is een kracht die ons verbindt met alle dingen. Laten we dan één zijn met alle dingen zo goed we kunnen op onze manier. Dan komen we tot de vernieuwing die noodzakelijk is. Ik heb het u gezegd: Alles wat we kunnen zien op dit ogenblik dat zegt: Dit is een jaar waarin de omwentelingen, al zult u dat pas later in de historie dat goed beseffen, zo ontstellend zijn geweest dat het lijkt of de mensheid in een paar jaar haar hele gang, haar hele wijze van doen heeft veranderd. Probeer er dan eens deel van te zijn op een positieve manier. Wees eens voor iets en niet tegen iets. Probeer eens te geven en niet te nemen. Probeer te zijn zonder meer. Weet u, u zou dat allemaal kunnen gaan beredeneren, dan wordt het een wetenschappelijk en mooi sluitend betoog. Wat ik zeg is niet logisch. In de redeneerkunst zijn er allerhande hiaten te ontdekken, ik weet het heel goed, maar per slot van rekening probeert u dan niet, wanneer u het allemaal met de logica en de rede wilt doen, om met een zakrekenmachientje meer tot stand te brengen dan de meest kosmisch grote computer die er ooit is geweest? Probeert de mens niet met zijn verstand al het onbegrijpelijke terug te brengen tot zijn eigen niveau in plaats van eerst zijn eigen niveau te begrijpen en daardoor deel te zijn van het geheel? Het is maar een vraag hoor. En als ik dan toch zo bezig ben, waarom zouden we dan toch gaan praten over allerhande dingen zoals inwijding? O, we hebben het ook gedaan, we doen het al eens meer! Mensen die denken: ik word ingewijd, die denken: ik ben meer. Je bent niet meer, je moet anders zijn. Je hebt ergens iets bereikt en daardoor kun je je wereld enigszins anders gaan beleven en zien, maar dan moet je niet teruggrijpen naar het verleden. Ingewijd zijn is geen geheim kennen, maar deelgenoot zijn van een: grotere wereld. Iets bereiken dat is niet gelukkiger en rijker worden dan een ander of alles nu precies krijgen zoals je het hebben wilt. Het is gewoon begrijpen dat alles wat gebeurt in zich betekenis en zin heeft en daardoor allemaal samenvloeit. Daar heb je de rede niet voor nodig. En wat de emotie betreft moet je maar eens even je ik uitschakelen als prototype voor alles wat moet gebeuren. Je moet je gewoon afvragen: Zijn anderen gelukkig? Kan ik anderen gelukkiger maken?

Ik wil mij niet verzetten tegen al hetgeen er is, maar ik wil dat het al tot bloei komt, dat het werkelijk mooi wordt, dat het werkelijk kracht geeft, dat het werkelijk vrede geeft. Niet rationeel, dit is niet rationeel, maar het is wel mogelijk en in de komende tijd zal het meer en meer waar worden.

Vraag dan ook niet wat voor paranormale krachten u dan wel zult krijgen, dan gaat de aardigheid eraf. Het is net een loterij, je weet niet wat je krijgt. Ik kan u alleen maar zeggen dat er heel weinig nieten zijn voor de deelnemers. Vraag je niet af: Wat zal bij mij die gave nu worden en zeg ook niet: Ik heb er een gehad en ik ben die kwijtgeraakt. Zeg gewoon tegen jezelf: Laat het in mijzelf rijpen zodat ik nu ben wat ik nu moet zijn.

Ja, als u die Christusgeest er niet bij had gebracht, was ik waarschijnlijk zakelijker gebleven, maar weet u, over dergelijke dingen kun je niet zakelijk praten. De wezenlijkheid, die men Christusgeest noemt, de verbondenheid die daardoor in feite wordt omschreven, die kun je niet redelijk samenvatten, net zomin als je kunt zeggen wat God is en waar die woont en hoe die zal doen en zelfs wat die wil, dat weet je ook niet precies. Je kunt er een slag naar slaan, dat is ook alles. Realiseer je gewoon als je praat over een Christusgeest, dan praat je eigenlijk over iets dat onbenaderbaar, onbestembaar is behalve wanneer we het in onszelf ontdekken.

De mensen zeggen altijd in deze tijd: Ja, we moeten het aanpassen aan de massa. Men wil een genormde staat, met genormde huizen, met genormde lasten gedragen door genormde mensen met een genormd geweten en als het even kan dan krijgt de baby het dienststempel al op zijn billen gedrukt voor hij zijn eerste kreet slaakt. Dat is onzin, mensen zijn individuen want we zijn allemaal een beetje verschillend een beetje anders. We hebben allemaal onze eigen kwaliteiten. We kunnen ze met die van anderen vergelijken natuurlijk, maar nooit helemaal want er is in ons iets meer, iets wat je eigenlijk niet uit kunt drukken, daar gaat het om. Een individu, een eenling dus die zozeer verbonden is met alle eenlingen dat er geen massa ontstaat maar een eenheid. Iedereen mag dromen op zijn eigen manier en iedereen kent zijn eigen nachtmerries en zijn eigen hemeldromen. Maar een droom is geen werkelijkheid. De werkelijkheid is wat je leeft, wat je bent. Soms kan de droom een aanvulling zijn of een openbaring, goed, aangenomen, maar de droom bepaalt niet wat er gebeurt, het is je eigen wezen. En op het ogenblik dat je probeert een ander te zijn dan degene die je bent, zit je al fout, dan gaat het niet goed meer, want je kunt alleen maar harmonie dragen, kennen uiten, beleven, op het ogenblik dat je eigenlijk jezelf kunt zijn en die anderen aanvaardt zoals ze zijn, zonder voorbehoud zonder regeltjes, zonder vraag naar diploma’s.

In een wereld die op dit ogenblik bezig is zichzelf langzaam maar zeker te ontbinden, kan een mensheid die zich aan uiterlijke verdeeldheden vastklampt alleen maar ondergang en vernietiging veroorzaken. En die ondergang en vernietiging blijft niet beperkt tot stoffelijke aspecten, dat gaat geestelijk ook verder. Je wordt geestelijk net zo goed verteerd door je eenzijdige dromen als menselijk door je vergissingen. Leef, wees jezelf, maar wees niet jezelf als tegenpool van al die anderen. Ken jezelf, zeker, zo goed als je kunt, maar zeg niet: Nu ken ik de waarheid. Vraag jezelf af: Ken ik in mijzelf licht, ken ik in mijzelf kracht? En als je die termen nodig hebt, zeg dan maar Christusgeest. De lichtende kracht die je in jezelf kent is een deel daarvan, een deel van een soort liefde, een soort harmonie en vrede die eigenlijk onomschrijfbaar is maar die eigenlijk bestaat. Het heeft geen zin om te dromen van idealen en zeker niet van idealen die je ten koste van anderen waar moet maken. Het heeft alleen zin om te zijn en samen datgene te scheppen aan samenwerking, aan eenheid, aan begrip waardoor misschien een ideaal kan ontstaan.

Dan heb ik het je lastig genoeg gemaakt. Ik weet het, het is een preek geworden, ik ben niet eens predikant geweest. Dat is mijn schuld niet, hoor. Ik was er te stom voor. Ik zei namelijk wat ik dacht en dat mag niet als je predikant bent. Neemt u met niet kwalijk. Predikanten in de zaal, mijn excuses, u zegt wat u gelooft, of beter gezegd wat u gelooft dat een ander moet geloven. Maar nu even reëel zijn. Wat is er met de wetenschap gebeurd de laatste tijd, weet u dat?

De wetenschap heeft enorme vorderingen gemaakt, zegt men, maar in feite heeft ze alleen maar uitgewerkt wat eerder ontdekt was. Ze kunnen zeggen: Ja maar wij hebben ontdekt hoe je met een raket naar de maan kunt gaan. Zeker, maar degene die ervan droomde was een zekere Frits von Opel, die heeft er o.a. in 1923 al proeven mee genomen. Ze zeggen: Wij hebben ontdekt hoe je de kanker moet bestrijden. Zeker, maar weet u dat er al een studie over kanker uit 1897 is, waarin bepaalde dingen worden aangestipt die men schouderophalend natuurlijk opzij heeft gegooid, want niet wetenschappelijk, die nu op het ogenblik in het kankeronderzoek en vooral in het onderzoek van eerste stadiumkanker gebruikt worden? Dus laten we a.u.b. een beetje reëel blijven, mensen. Er is weinig nieuws gebeurd. Waarom? Omdat men voortdurend bezig is om dat wat er is uit te breiden, omdat er maar heel weinig mensen zijn die de moed hebben, en ik geloof dat er moed voor nodig is, om de gevestigde orde en denkbeelden eens een keer los te laten en in zichzelf het nieuwe te laten geboren worden al is het alleen maar omdat niemand subsidie geeft voor iets waar niemand in gelooft behalve jijzelf.

De wereld moet veranderen, maar hoe kan die veranderen als hij alleen maar voortgaat met het uitbouwen van al wat er al is? Hoe kan die wetenschap met al haar bereikingen die ik onmiddellijk erken, werkelijk een vernieuwing, een nieuwe benadering van leven en wereld tot stand brengen in de termijn waartoe de mogelijkheid daartoe nog bestaat? Wanneer ze niet de moed heeft om eindelijk eens al die gebaande paden te verlaten, om een keer met een krankzinnige inspiratie te werken, misschien, om eens een keer te grijpen naar al die dingen die tot hiertoe door officiële instanties een beetje schouderophalend opzij werden geschoven?

Als gebedsgenezing geneest, dan hoort gebedsgenezing thuis bij de medische wetenschap. Als een of ander magnetiseur geneest, dan hoort dat wat hij doet thuis bij de medische wetenschap, want dat is geen grensgebied, iets waar we vanaf moeten. Het is een essentieel ding wat hier gebeurt. De genezing is constateerbaar, laten we dan zoeken waar de oorzaak werkelijk ligt.

Wanneer er een of ander plantaardig sap wordt gevonden dat genezend werkt, dan zijn er dadelijk duizend laboratoria bezig, om het te ontleden, om te zoeken naar de werkzame stof, maar daar waar wonderen gebeuren, waar geestelijk grote krachten werkzaam zijn, daar worden ze als oncontroleerbaar, als onwetenschappelijk opzij gegooid. Bláblabla, met academische graad. En als die graa(t) ze nog overeind kan houden dan zou ik zeggen: Nou ja, vis kan zwemmen. Maar zelfs dat niet. Met hun wetenschap, hun hang naar kennis, hun status hebben ze zichzelf langzaam maar zeker de nek omgedraaid tot uiteindelijk een stelletje fossielen in staat is om uit te maken wie nog deugt voor een verdere ontwikkeling. Excuseert u mij hoor, die fossielen zitten natuurlijk niet in universiteiten, die zitten ergens anders… tenminste, als u dat denkt.

Realiseer je, er ligt een hele wereld van psychische, van geestelijke mogelijkheden open. Die is in haar effect, in haar werking constateerbaar, alleen niet in haar oorzaken. Laten we dan uitgaan van haar werking en proberen de oorzaken te begrijpen. Er zijn intermenselijke zaken die alles overhoopgooien. De economie heeft het zo goed bepaald en nu doen de mensen het ineens anders en wat moet je nu? Laten we ons afvragen wat er in die mensen leeft, wat die mensen beweegt, wat daarvan de oorzaak is en laten we dan vanuit de mens eens naar de economie toe werken en niet vanuit een theoretisch stelsel naar datgene wat voor de mensen wel goed zal zijn.

Ook dat is een deel van het vinden van de Christusgeest, mijn vrienden, want dat is natuurlijk een mythe wanneer je alleen maar verder wilt gaan met alles wat er is. We hebben toch veel bereikt: atoombommen, zure regen, we hebben het ver geschopt. De mensheid heeft het ver geschopt, absoluut zeg, alleen, je hebt er zo verduiveld weinig aan. Gooit u maar atoombommen, dan zitten wij met overwerk op de ontvangstcentrale. Laat u de zure regen maar regenen, dan zitten wij met alle mutaties en alle rasgeesten maar aan het werk om te proberen toch een soort te vinden waardoor de zaak door kan draaien. Kijk eens naar de andere kant. Pak het eens aan vanuit het menselijke of vanuit het geestelijke. Pak het eens aan vanuit de eenheid die er bestaat en niet vanuit de verdeeldheid.

Zoek het uit een totaliteit en niet uit een specialisme. Het is maar een gezegde natuurlijk en u moet er zelf over nadenken en voor uzelf denkt u waarschijnlijk dat u het veel beter weet dan ik. Aan de andere kant, ik ben dood en dood zijn heeft zijn voordelen, zoals je merkt. Je kunt bijvoorbeeld praten zonder dat iemand je tegen durft te spreken, maar ik zie het op een andere manier dan u, dat is waar. Ik zie geen bankrekeningen, belastingen. Ik zie geen moeizame structuur van sociale verhoudingen en ik zie geen bouwsels van alles wat zo goed zou zijn voor de mensen wanneer ze maar zouden willen. Ik zie mensen. Ik zie in die mensen de lichtende geest. Ik zie in die mensen een kracht die zover kan reiken dat ik duizelig word als ik mij voorstel hoe ver dit zou kunnen gaan. Ik zie een wereld die, terwijl die schijnbaar in verval is, en ontkent u dat a.u.b. niet want het is echt waar, gelijktijdig een mensheid weet voort te brengen die innerlijk de mogelijkheid heeft om verder te gaan, veel verder dan de voorvaderen. Ik zie een wereld waarin liefde wel degelijk kan bestaan, niet als een persoonlijke huppeldepup maar werkelijk als een beleving van het zijn.

Ik zie mensen die daardoor gedreven worden. Mensen die misschien in uw ogen een beetje korzelig of een beetje gek zijn, maar die desalniettemin leven omdat ze de mensheid liefhebben. En ik zie dat de liefde de grenzen kan doorbreken, zelfs de grenzen tussen onze wereld en de uwe. Dat zij in staat is eindelijk eens een keer een heel nieuwe kracht werkzaam te maken in de mensen. En dan zeg ik tegen u: De Christusgeest is geen mythe, het is een slapende werkelijkheid die nu langzaam aan het ontwaken gaat en ik zeg tegen u: Al die verhalen over Wessac, enz. mag u terzijde leggen als sprookjes, maar het is een feit dat deze aarde in deze tijd het brandpunt is van krachten van de meest verschillende geaardheid, dat daardoor die aarde zelf kraakt en steunt en beeft, dat die mensheid daardoor in vlagen van onredelijkheid uitbreekt, zeker. Maar er is gelijktijdig bij al die ontregelende krachten een vernieuwing. Er is een nieuw leven, er is een nieuwe mogelijkheid. De schijnbare hel van morgen kan nog vandaag omgevormd worden tot een hemel, wanneer de mensen leren geen muren om zich heen te bouwen, niet zichzelf als een soort criterium aan anderen op te leggen, maar gewoon zichzelf te zijn in de wetenschap dat ze, door zichzelf te zijn, de beste dienst bewijzen aan alle anderen die er zijn.

En dit is alles wat ik wilde zeggen. Vrienden, ik ben dankbaar voor het gehoor in de eerste plaats. Ik heb me hier en daar met uw reacties geamuseerd, dat mag u me niet kwalijk nemen, ik kan wat gedachten volgen zo nu en dan.

Aan de andere kant heb ik me soms enorm blij gevoeld. Ik denk dat er onder u velen zijn die begrijpen wat ik wilde zeggen en die het zelf wilden proberen. Wilt u a.u.b. dat gevoel, dat even aanvoelen en weten een beetje onthouden, er iets mee doen, want als we het alleen hier maar doen, haalt het niets uit. Maar als u het deel maakt van uw leven, dan maken we een begin met de grootste revolutie die menselijk mogelijk is. Dan muteert de mens geestelijk naar een nieuw niveau. En als dat gebeurt, zal ik dankbaar zijn want ik mag dan wel dood zijn, ik hoor bij diezelfde kracht waar ook u uit leeft.