Clowns en acrobaten

image_pdf

28 oktober 1966

Allereerst herhaal ik weer de oude waarschuwing. Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denk dus zelfstandig na over alles, wat gezegd zal worden. Ons eerste onderwerp voor deze avond draagt de titel: Clowns en acrobaten.

Gaan wij ver genoeg in de Oudheid terug, zo treffen wij de clown niet slechts aan als de dorpsdwaas, de nar, die hij later zal worden, maar ook als een religieus belangrijke figuur. Zijn werk is onder meer de goden af te leiden. Het is zijn werk, naast de werkelijkheid die de mensen vrezen, een andere werkelijkheid neer te zetten. Bij voorkeur wat spitsvondig afgeleid uit de werkelijkheid, die de goden voor mogelijk als waar zouden kunnen aannemen. Waaruit wel blijkt dat zowel zijn status, werk als sociale functie sterk verschilt van bijvoorbeeld die van de moderne circusclown. Zo is het ook bij de acrobaten. Nu denkt men bij dit woord bij voorkeur aan iemand die kunststukjes vertoont, waarin kracht en behendigheid een rol spelen, terwijl men daarachter verder niets meer pleegt te zoeken. In de Oudheid echter vertoonden de acrobaten hun verbluffende en gevaarlijke toeren hoofdzakelijk om hierdoor de aandacht van de goden te trekken en hen gunstig te stemmen.

Ik begin hiermede, omdat men zo vaak een verkeerd beeld heeft van de waarde en betekenis van mensen en instanties in de wereld, zij het in het heden of in het verleden. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld in deze dagen zo ver vergeestelijkt, dat zij alle werelds toneel uit den boze achten, de film een uitvinding van de duivel noemen en menen dat men met de televisie ook de duivel in eigen huis haalt. Overigens kan mij dit op zich minder schelen, daar ik meen dat de mens van dergelijke dingen niet veel wijzer kan worden. Hij kan er hoogstens iets van leren, maar dat is toch weer wat anders. Al te vaak schijnt men te menen dat alles, wat vrolijk en wat lichtzinnig schijnt te zijn, binnen de noodzakelijke ernst van de samenleving geen plaats heeft. Om een typerend voorbeeld te geven? Wie een drama van bijvoorbeeld Vondel of Shakespeare wil opvoeren, zal altijd wel wat subsidie kunnen krijgen. Dit immers is Kunst, Cultuur. Het is kort en goed: Ernstig en belangrijk. Wil men echter een klucht gaan spelen, dan verkrijgt men subsidies niet zo gemakkelijk en wil men een revue of circus gaan vertonen, dan moet men volgens velen in deze tijd wel beseffen dat een dergelijk grof volksvermaak geheel buiten het voor het volk ‘goede’ valt. Als men daarin aardigheid heeft, moet men zelf maar betalen wat het kost.

Op dezelfde manier staan vele mensen in het leven opgesteld tegenover dingen die te ‘luchthartig’ zijn. Ik mag er wel bijvoegen, dat dit vooral kenbaar wordt in het kleine Nederland, waar men onder de zeespiegel pleegt te leven, maar als compensatie dan ook behoorlijk zwaar op de hand pleegt te zijn. Vrolijkheid, optimisme, maar wel degelijk ook het ridicule, spot, ‘humor de tour de force’, de krachttoeren, hebben echter in het leven van de mens wel degelijk ook een geestelijke betekenis. De aanwezigheid van deze waarden in een gemeenschap kan zelf kenmerkend zijn voor een ware en juiste verhouding tot de godheid. Als je God alleen maar aanbidt als een wezen dat ergens in de verre verten zweeft op een hoge troon, dan is het niet mogelijk daar dichter bij te komen. De te plechtige eerbied schept een afstand. Kunstenmakerij, spot, vreugde, kunnen die God veel dichter bij de mens brengen dan alle kunstmatige ernst. Zij zijn in wezen slechts zelden een aantasten van het heilige in de mens of in het leven, zij vormen in ieder geval geen werkelijke ontwaarding van God en godsbegrip. Integendeel, juist deze waarden maken God voor de mens meer aanvaardbaar. Het is alsof zij God dichterbij brengen.

Zie eens naar een clown: Het ene ogenblik gedraagt hij zich onnozel, doet hij als een kind. Het volgende ogenblik toont hij de sluwheid van een louche zakenman, terwijl hij even daarna een mens is, die de beperkingen ontkent en uitbarst in een daverende vreugde over zichzelf en zijn geslaagde toeleg. Hij neemt zichzelf echter steeds serieus. Juist dit doet de mensen steeds weer om hem lachen. Men meent later wel, “dat het niet zoveel was….”, maar beseft niet, dat dit verzet tegen de clown maar al te vaak komt uit de vraag: mag ik, kunnen anderen, die zelfde zekerheid ondanks alles, die kinderlijke vreugde in het leven kennen? Durven wij te lachen om de wereld en werkelijk en zonder voorbehoud eigen handigheid, slimheid en zelfs eenvoudig bestaan op prijs stellen? Het antwoord luidt meestal: neen, dat is niet gepast. En toch heeft het weinig zin door het leven te dwalen met een molensteen van schuldbewustzijn en zondenlast rond de hals, om langzaam maar zeker vreugdeloos weg te zinken in vele theorieën van wijsbegeerte en vaag besefte wanhoop.

Integendeel. Wie waarlijk wil leven moet trachten aan te tonen, dat hij leven kan, dat hij het leven waardig is. En dit bewijs kan men voor zich, God en de wereld enkel bewijzen, wanneer men de uiterste veerkracht toont, de vreemde souplesse, die kenmerkend is voor de acrobaat, die schijnbaar zonder moeite vele vreemde en misschien ook overbodig schijnende dingen doet, waardoor hij de bewondering van het gapende publiek uitlokt. Je moet de veerkracht ook tonen van een clown die, getroffen door het ongeluk, misleid door de gehele mensheid, wenend wegloopt om een ogenblik later reeds weer terug te zijn, misschien met wraakplannen, maar bovenal, wel met die geheimzinnige glimlach van iemand, die zegt: Ondanks alles kan ik het, ben ik belangrijk, zal ik mijzelf bewijzen.

Misschien hebt u wel eens afbeeldingen gezien van de stierengevechten zoals zij op oude Kretenzer vazen voorkomen? De stierengevechten, zoals die bijvoorbeeld bij Knossos werden gegeven. De moderne mens denkt daarbij vooral aan vermakelijkheden en sport, maar in wezen was het geen sport. Het gevecht met de stieren was een gevecht van de mens met de drager van de zon. Volgens bepaalde voorstellingen was het immers een enorme stier, die de zon tussen de horens droeg! Symbolen van deze denkbeelden kan men op de eilanden zelfs nu nog terugvinden en men kan zelf nu in reconstructies nog de uit ruwe steen gevormde stierenhorens zien, rustende op een eenvoudig voetstuk, die bij vele terrassen aanwezig waren. Deze waren dan zo opgesteld, dat op een bepaalde dag de zon bij opgang of ondergang precies tussen de horens rustte. Op dergelijke dagen vonden op die terrassen plechtigheden plaats. Wanneer de afgebeulde acrobaten de stieren uitdagen, dan dagen zij de krachten van het leven zelf uit en wanneer zij vaardig over de rug en tussen de horens door hun buitelingen maken, springen zij symbolisch door de zon. De perfecte lichaamsbeheersing die zij tonen in dans, acrobatie in vreemde mengingen, is voor hen eigenlijk de inwijding, de perfecte eredienst, het is een symbool van de mens, die in de eredienst de wereld overwint, om zo deel te hebben aan de macht en mogelijkheden van het goddelijke.

Deze betekenis van lichamelijke vaardigheden ziet men nu meestal over het hoofd. Maar hoe veel meer blijkt de mens meester te zijn wanneer hij dit alles met een zekere humor weet te doen, met een gevoel voor het ridicule, dat in zijn eigen wezen schuilgaat. Dan overwint hij niet alleen maar de beperkingen van zijn wereld, die tussen hem en de wereld van God liggen, maar hij overwint ook zichzelf, het eigen Ik, dat voor zovelen de laatste maar niet te overwinnen beperking van besef schijnt te vormen. Kijk eens naar een rodeo. De helden wagen hun ledematen op paarden en andere dieren, maar wanneer daar iemand op een levensgevaarlijke Brahma-stier zijn leven waagt, is de belangrijkste man een of andere belachelijke figuur, die door de arena strompelt, een soort hobo (zwerver), een clown. Een mens bij wie alles verkeerd gaat, die niet schijnt te weten wat hij doet. Dat is de schijn, tot het ogenblik dat zijn hulp noodzakelijk is. Dan is het de clown, die op de juiste plaats staat, die de woedende stier afleidt, zodra de berijder gevallen is. Hij is het, die steeds weer de helden redt wanneer zij het zelf niet meer kunnen klaren.

Een ware priester Gods zou als een dergelijke clown moeten zijn. Misschien maakt u dit duidelijk waarom ik dit alles bespreek. Wij nemen onszelf zo wanhopig ernstig. Wanneer wij op de wereld zijn, menen wij maar al te vaak ons steeds te moeten gedragen vol plechtige ernst en gewichtigheid. Plechtstatigheid is bij velen nog een juister woord. Men heeft niet de flexibiliteit, de lenigheid, die zo nu en dan noodzakelijk zou zijn om ter ere van God of waarheid een acrobatische toer uit te halen. O neen. De mentale ledematen zijn meestal verstard door de geestelijke reumatiek, die men orthodoxie noemt. De hersenen zijn versteend door het te goede vertrouwen dat alles wat voor overgrootvader waar en goed was, dit ook nu nog voor eenieder waar en goed moet zijn. Slechts met de uiterlijke modes gaat men, zij het aarzelend, zo nu en dan wel mee. Dergelijke personen kunnen toch niet meer beschouwd worden als ware vertegenwoordigers van de mensheid of, erger nog, zichzelf tussen de mens en zijn God stellen onder het voorwendsel, dat zij de enig juiste contactpersoon zouden zijn?

Een mens, die op weg is naar zijn God, is een mens, die zoekt in zichzelf. Daarbij heeft hij natuurlijk hulp nodig, want het is gevaarlijker in de diepste diepten van je wezen af te dalen om jezelf te erkennen voor wat je werkelijk bent, dan het ooit zal zijn om (zelfs zonder kennis of voorbereiding) te rijden op de wildste Brahma-stier. Dat kunt u van mij wel aannemen. De priester kan dan van belang zijn, maar hij heeft niet tot functie en reden van bestaan het leiden van de mens langs de juiste paden. Dat kan alleen God zelf doen. Hij heeft tot taak om de mens te helpen op het ogenblik dat hij in gevaar verkeert en hulp werkelijk nodig heeft.

Verder zou hij de wat ridicule figuur moeten zijn, de afleiding gevende clown die echter, wanneer het ogenblik van gevaar komt, het in zich heeft om meer te geven dan de helden. Dan moet het opeens een held zijn, die in zich de kracht heeft het gevaar uit te schakelen en de bereidheid dit te doen met gevaar voor eigen leven en bereikingen. Hij zal dan, als de rodeoclown: acrobaat, clown en held tegelijk moeten zijn. Wat een zware eis is. Toch zouden velen dit kunnen doen, kunnen zijn. Want geestelijke gymnastiek, waardoor men tot acrobaat kan worden, is niet zo moeilijk als u misschien wel denkt.

In de Oudheid waren er vele (belangrijke) wijsgeren, die als amusement er aardigheid in hadden zogenaamde onoplosbare raadsels en paradoxen voor elkander te verzinnen. Er zijn vele mensen die van schaken houden en ook dit kan een geestelijke gymnastiek zijn.

Bovendien, ook hier wordt de eigen geestelijke werkzaamheid beloond. Hij die goed schaken kan, maar niet orthodox te werk gaat, vindt de nieuwe variant, waardoor hij anderen kan overwinnen. Het is niet slechts kennis en berekening, maar ook het afstand doen van te vele vaste stellingen en regels, waardoor men het tot meesterschap brengt. Ook hierbij is inspiratie, persoonlijke moed, om eens te zien hoe of dat zal gaan, belangrijk. Meester worden is altijd weer een kwestie van afstand doen van vaste stellingen en regels, van moed tot het ongewone. Met dit voor ogen kunnen wij de mensheid bezien en enkele conclusies trekken.

Een opmerking vooraf: Wanneer ik nu beweer, dat u bijvoorbeeld aan acrobatie moet doen, bedoel ik daarmede nog niet dat eenieder in de pauze moet proberen op zijn hoofd te staan of zoiets.

Blijf trouwens geestelijk en lichamelijk rustig op de voeten staan, over een maand of zeven staat de wereld op zijn kop, zodat het dan toch al zal lijken of u veel gepresteerd hebt wanneer u zich maar niet laat verleiden anderen te volgen in hun niet waarlijk bewuste en op een doel gerichte acrobatie.

Hier zit U. Wat neemt u nu eigenlijk au sérieux? Uzelf? Houdt dan uw oren maar dicht. Doezel een beetje en hoop dat de esoterie na de pauze u nog geven zal wat u zoekt. Of meent u misschien dat het enig werkelijk belangrijke in het leven (een bereiken van contact met het tijdloze) het eeuwige is? In dat geval moet u eens goed luisteren: Niets is waar. Wij kunnen zelfs hier Multatuli citeren en eraan toevoegen: Zelfs dit niet. Er is geen vaste waarde, geen vaste waardering . Alle dingen veranderen en ofschoon de essentie van het leven wel dezelfde blijft, zo toont zij zich ons als een steeds weer wisselend landschap, als een zee, die opgezweept wordt door de storm. Je kunt niet zeggen: Dit is juist, dit is vlak, hier kan ik rusten. Want als je rust, zit je, voor je het weet, midden in de onwaarheid, vind je jezelf terug op een top of in een dal. Je hebt geen zekerheid. Als er geen enkele zekerheid is ten aanzien van de waarden en waarderingen van het leven zelf, is er maar één (betrekkelijke) zekerheid, die ik in het bestaan kan vinden: Mijn eigen zijn. Niets heeft absoluut zin. Dingen kunnen beperkt zinvol, zinrijk zijn. Maar wanneer wij dit als een blijvende waarde willen handhaven, blijkt al snel dat de omstandigheden zich steeds wijzigen, zodat op den duur alles zinloos wordt. Zelfs dingen als het hedendaagse christendom zullen op een gegeven ogenblik zinloos lijken te zijn, omdat zij niet meer passen bij de wereld.

Toch moet er iets zijn, dat voor ons (en niet voor het geheel van de wereld) vast blijft staan. Ik stel dat dit alleen ons innerlijk begrip kan zijn van de waarden van het leven, een innerlijk aanvoelen van een gebondenheid met iets anders. Dit iets hoeft niet verder gedefinieerd te worden, daar het zowel een stuk stof, een mens, als God zou kunnen zijn. De band, die vanuit het ik erkend en beleefd wordt, is het enige wat voor het Ik als zekere drijfveer en erkenning kan blijven bestaan. Wie zich daarbij waarderingen van anderen als basis neemt, alleen maar rekening houdende met hun oordeel en hun raad, zal door de anderen wel au sérieux genomen worden, maar zelf leeg zijn. Zo iemand heeft geen eigen vorm, geen gestalte. Heb de moed, desnoods in de ogen van anderen een clown te zijn, mits je in jezelf maar waarheid kunt vinden.

Het hele leven op aarde voert naar een steeds verder gaande formulering en regeling van alle dingen. Dit wil zeggen, naar verstarring. Het vraagt steeds meer behendigheid (dit geef ik graag toe) je aan de suggestie van al die verstarrende factoren te blijven onttrekken. Toch zou ik willen aanraden: Wees juist in dit opzicht acrobaten. Onttrek u aan alles, wat de werkelijke waarden van uw leven voor u zou willen fixeren, vastleggen. Leef uw eigen leven, niet dat van een ander. Want door uw eigen leven te leven komt u in contact met hogere waarden, met uzelf en kunt u de werkelijke waarden van uw bestaan voor uzelf erkennen. Wanneer u alleen maar leeft volgens de stellingen, regels en waarden van de wereld, blijft u een vreemdeling in de wereld en een vreemde voor uzelf.

Na dit alles keer ik nog even terug naar de Oudheid. Toen er eenmaal een ontwikkeling van verschillende rijken ontstond, kwam de nar zowel als de acrobaat op een ander niveau te staan. Hij was niet meer een bemiddelaar bij de goden of iemand die alleen om zijn optreden gewaardeerd werd. Men stond ergens buiten de maatschappij en werd vaak niet als een werkelijk lid van de gemeenschap gezien. Maar gelijktijdig had men dan een vrijheid, die anderen niet genoten. Zo is er bijvoorbeeld een verhaal over een loeti-bashje , een hoofd van narren en potsenmakers in Perzië, die tegen een der belangrijkste prinsen van zijn land zei: “Gij hebt, o prins, een verziend oog. Geve Allah echter, dat gij eens zult leren zien wat er voor uw voeten ligt…” Met andere woorden: Man, je streeft en filosofeert wel de ruimte in, maar je beseft niet eens wat je anderen aan doet en wat er rond je werkelijk gebeurt. Een geestig, maar fel verwijt. Deze man was een nar en kon daarom zoiets ongestraft doen. Had een ander zoiets gezegd, dan had men hem ongetwijfeld het hoofd van de romp gescheiden, om met zijn kop de ingang van het paleis te sieren.

De clown, de kunstmaker, staat, juist omdat hij anderen in een wereld van schijn pleegt binnen te voeren, zelf dicht bij de werkelijkheid. Vreemd genoeg is hij, bewogen door allen die zijn spel zien, tevens voor deze anderen een band met de werkelijkheid en komt zo dicht in de buurt van het priesterschap. Laat ons nogmaals terug gaan naar het Perzië van rond 2000 jaar geleden, om ook hiervan een beeld te krijgen. Men vond in Perzië in die tijd vele loeties (kunstenmakers) die opeens tot derwisjen werden en soms zelfs grote geleerden werden. Omgekeerd zien wij geleerden en derwisjen, wanneer het hen niet goed gaan zal, vaak tijdelijk het beroep van loeti uitoefenen. Een vreemde situatie, daar de derwisj een heilige man is. Nu ja, heilig…..Vaak waren het heilig geachte oplichters. In de middeleeuwen verkochten overigens christelijke monniken de goedgelovigen ook wel stenen van het vuur waarop St. Laurentius gemarteld was, een veer uit de rechtervleugel van de engel Gabriël, en dergelijke dingen. De derwisj Amidadshi verkocht de mohammedanen onder meer haar uit de staart van de hengst, die Mohammed op zijn reis door de zeven hemelen gedragen had.

Dergelijke dingen zijn echter excessen, waarop men niet al te veel moet letten. De doorsnee derwisj was iemand die het volk de illusie van het mirakel wist te geven en soms ook een werkelijk mirakel tot stand bracht. Terwijl de loeti de mens deed lachen om de wereld en indirect om zichzelf, gaf de derwisj de mensen zelfvertrouwen. Wanneer ik nu een mens zelfvertrouwen geef, zo hoef ik daarvoor nog niet eens gegronde redenen te hebben. Alleen reeds door het zelfvertrouwen dat ik hem geef, maak ik hem tot een ander en vaak beter mens. Tenminste, wanneer dit zelfvertrouwen niet gebaseerd werd op een “houd je dus in alles aan mijn voorschriften”. Er zijn derwisjen geweest, die ongelofelijke genezingen tot stand hebben gebracht. In 1906 was er een heilige man in Azerbeidzjan en die baarde veel opzien door mensen te genezen van staar. Hij genas zonder stoffelijk kenbare middelen mensen dus van een kwaal, waar zelfs nu nog weinig aan te doen schijnt, zij het dan een operatie, waarbij men delen van het oog wegneemt.

Misschien neemt u aan dat zo iemand dan ook werkelijk een heilige moet zijn. Maar dat is nu weer niet noodzakelijk. Wanneer je de wereld vertrouwen geeft in zichzelf en haar eigen mogelijkheden, haar daarnaast zo weinig mogelijk beperkende, zo zal de wereld en zullen de mensen van die wereld de brutaliteit krijgen om te denken en te doen wat zij tot dan toe niet durfden of konden. Zij worden meer zichzelf, worden ook meer harmonisch met zichzelf en kunnen daarbij zowel materieel als in contact met geestelijke waarden dan ook veel meer bereiken. Ontneem je iemand het vertrouwen in zichzelf, dan zie je hem in elkaar zakken als een plumpudding. Er is geen contact meer met de werkelijkheid in menselijke waarde, er is geen geestelijk contact meer met de krachten van eigen innerlijk of de sferen. Wat een treurige geschiedenis wordt.

Neem mij niet kwalijk, dat ik nu weer even een sprong maak naar de actualiteit. Een priester, die in deze dagen nog steeds durft te schermen met de eeuwige verdoemenis en het hellevuur, verwijt ik dat hij, zoiets dergelijks al reëel kan bestaan, hij er zeker de beste propagandist voor is en velen daartoe doemt door de angsten en het zondebesef dat hij hen aanpraat. Ik vraag mij af of zo iemand wel beseft hoezeer hij het natuurlijke geluk van de mens aantast, hoe zeer hij de mensen alle vertrouwen in zich en anderen ontneemt, hoe groot de hopeloosheid is, die hij in allen, die zijn woorden geloven, doet ontstaan. De derwisj, die dit niet placht te doen, bracht dan ook wel wonderen tot stand. De loeti, soms vuurvreter, dan weer acrobaat en goochelaar, maar voornamelijk toch nar, met de dieren die hij bij zich had, bracht de mensen niet alleen ontspanning, hij liet ze niet alleen lachen, maar was gelijktijdig ook de man die hen met de werkelijkheid confronteerde, hen de schandaaltjes en fouten van de samenleving deed kennen. Met zijn dwaasheden kon hij de mensen wijzen op fouten in de maatschappij, die door anderen nooit genoemd zouden mogen worden. De loeti was in wezen gelijktijdig clown en geweten.

Begrijp mij goed: De loeti trachtte niet voor een ieder afzonderlijk als geweten te fungeren, maar wilde altijd weer de mensen als geheel wijzen op de fouten die er in hun gemeenschap bestonden. Er is zelfs een nar geweest, Nur-es-Udin, die door de Porte achtervolgd werd met grote felheid, omdat hij als een soort Turkse Uilenspiegel de moed had in clowneske vertoningen niet alleen te laten zien hoe belachelijk hoogwaardigheidsbekleders soms kunnen zijn (dat had men hem nog wel vergeven, omdat de hoogwaardigheidsbekleders vaak overtuigd zijn van de belachelijkheid van hun collegae) maar omdat hij durfde aan te tonen, dat de mensen zelf door hun eerbied en gehoorzaamheid een groot deel van de mistoestanden veroorzaakten. De clown is er niet alleen om de mens te amuseren. Wanneer hij goed werkt, geeft hij door zijn optreden de mensen iets van hun vrijheid van denken terug. Hij confronteert ze met de werkelijkheid, maar vereenvoudigt deze, zodat de wezenstrekken ervan zichtbaar worden onder de vele gewichtigheden, waarin zij meestal is gehuld.

Bij de acrobaat valt ons eveneens een soort vereenvoudiging op: Elke beweging wordt overlegd en zo rationeel mogelijk uitgevoerd, alle overbodige krachtsinspanning wordt vermeden. Menige huisvrouw zou heel wat sneller en gemakkelijker kunnen werken, wanneer zij geoefend zou zijn in acrobatie, terwijl menig zakenman beter en juister reageren zou, beter rekenen zou, wanneer hij een tijdlang een opleiding had gehad in trapeze werk. Wat misschien vreemd klinkt, maar zo dwaas nog niet is. Zeker, deze mensen werken met hun eigen lichaam.

Maar zij hebben de noodzaak tot reageren, de zelfbeheersing geperfectioneerd en weten door het overbodige te vermijden het schijnbaar onmogelijke mogelijk te maken. Hun inspanningen zijn teruggebracht tot de voor het beoogde doel werkelijk noodzakelijke, maar dit noodzakelijke is dan ook opgevoerd tot de hoogste top van kunnen en mogelijkheden.

Zo zou eigenlijk elke mens moeten leven. Want als je vandaag in de wereld staat en over geestelijke waarden moet preken (een leerrede houden) ben je geneigd te vragen: mensen, wat is nu eigenlijk jullie werkelijkheid? Wat is het, dat jullie denken beheerst? En dan blijkt mij, dat er geen mogelijkheid bestaat voor vele mensen hun werkelijkheid nog te omschrijven of te beseffen. Neem nu bijvoorbeeld de politiek. Zelfs de politici begrijpen haar niet geheel meer. Men heeft het veel te ingewikkeld gemaakt, zodat er geen algeheel begrip, geen rationele reactie meer mogelijk is. Is men een mentale acrobaat, dat leert men al het overbodige te mijden als de pest. Durft men clown te zijn, dan brengt men alles tot het essentiële terug. Dan kun je wel alles overzien en begrijpen.

Let maar eens op: Het grootste politieke succes van deze tijd is nog steeds de BP: Zij was opgebouwd uit ontevredenen en blijft dit karakter van alomvattende ontevredenheid en querulante dan ook bij voortduring en overal uiten….. Om het verschijnsel te begrijpen, moet men beseffen dat de basis ligt in ontevredenen, die zelfs geen uitweg of mogelijkheid meer zien die past in de werkelijkheid. Het is logisch dat zij strijdzuchtig, maar vooral ontevreden blijven, ook ten aanzien van elkander. Men beschouwt dergelijke verschijnselen vaak als het begin van een revolutie. Ik zou eerder zeggen dat zij zoiets tegenhoudt, doordat zij een uitlaat verschaft, die binnen het bestaande kader in wezen zonder werking zal blijven. U vindt de kabinetscrisis een treurig ding? Ik zie de mensen nog niet rouw dragend door de straten van Nederland gaan, klagende dat het gehele leven tot stilstand is gekomen. Daarom lacht u? Dus het is eigenlijk niet erg. Het is helemaal niet erg. U ergert zich erover, u amuseert zich erover, maar werkelijk zeggen doet het u niet veel, het leven gaat gewoon door en alles, wat werkelijk noodzakelijk en onvermijdelijk is, zal toch wel gebeuren. Ziet u het zo, dan denkt u realistisch.

Trekt u het zich wel sterk aan? Dan doet u aan politiek en politiek is in wezen niets anders dan een vertroebeling van de werkelijke waarden van het leven.

Ik nam deze voorbeelden en heb u daarmede eigenlijk uitgedaagd. Ik ga nog verder. Indien een kabinet werkelijk betekenis heeft in de ogen van het volk, begrepen wordt, zo zal men zich verzetten en niet toelaten dat het valt. Wanneer het grootste deel van het volk de schouders ophaalt en zegt: “Blij toe”, zo betekent dit dat het kabinet reeds eerder gefaald heeft. Dat falen hoeft dan niet te liggen in het werk dat men heeft gedaan. Het zal voornamelijk liggen in het feit, dat men met de mensen als mensen geen contact tot stand heeft weten te brengen.

Dat men de mensen geen zelfvertrouwen heeft weten te geven, geen begrip heeft bijgebracht voor hetgeen hun gemeenschap in werkelijkheid is en wat de werkelijke eisen van het heden zijn. Men heeft te veel nu niet belangrijke zaken op de voorgrond gesteld en zo het belangrijke werk eenvoudig onmogelijk gemaakt. Men heeft gekletst in de ruimte over de macro-economische omstandigheden die het noodzakelijk maken om … enzovoort.

De priesters zijn een ander voorbeeld van gebrekkige communicatie. Nu geloof ik niet dat de moderne maatschappij reeds zonder priesters kan. Maar dat is weer een ander hoofdstuk. Wat hebben namelijk de priesters gedaan? Hebben zij de mensen doen begrijpen dat alles in een kerk alleen maar levend is wanneer de gelovigen het waar maken? Hebben zij duidelijk gemaakt dat de voorschriften die zij geven, niet werkelijke en onveranderlijke voorschriften zijn, maar slechts een poging om de mensen te doen zien hoe hun leven zou kunnen zijn? Hebben zij nagelaten te zeggen: “mensen, maak er zelf iets van, dat wat voor jou juist is, maar houd rekening met onze ervaring…” Zij begrijpen niet dat zij onbewust de aanmoedigingen hebben gedood die noodzakelijk zijn om het zielenleven van de mens tot werkelijke bloei te doen komen. Er zijn gelukkig de laatste tijd modernere priesters, die beseffen dat het gaat om de praktijk en niet alleen om de uiterlijkheden van de leer. Dat is maar goed ook.

Het typerende dezer dagen is wel, dat er vele mensen zijn die zeggen: “Wij kunnen het niet…. Wij alleen kunnen toch niet de gehele maatschappij gaan veranderen. Wij, als arme eenvoudige mensen, gelovigen, burgers, wij hebben toch het inzicht niet om te besluiten wat goed is en wat niet….” Alsof anderen geen mensen zouden zijn. Heeft men dan geen ziel, geen geest, niet ergens in zich het denkbeeld, dat er in het leven belangrijker dingen zijn dan eten, een dak en sociale verzekeringen? Indien men in zich begrip, denkbeelden, geestelijke waarden kent, is men ook als enkeling een machtig mens wanneer men de in het Ik levende waarden dan ook maar vrijelijk durft laten gaan, ze niet ontkent en beperkt. De grootste moeilijkheden in het leven komen voort uit het feit, dat de mensen hun innerlijke wereld en hun ware gedachten niet willen kennen. Overigens is het maar goed, dat men elkanders gedachten niet kan lezen. Anders zouden de ijveraars voor rein leven hopeloos worden over de ‘pornografie’, die in velen schijnt te leven, terwijl de geloofsverkondigers radeloos zouden zijn door de vele ketterijen die zelfs in de gedachten van de trouwste gelovigen blijken schuil te gaan.

Uw gedachtewereld, vrienden, is niet alleen uw eigen wereld. Het is de wereld, waarin u hervormingen reeds kunt beseffen en tot stand brengen. Zelfs iemand met stramme ledematen kan soms door een enkele pas te zetten veel veranderen, wanneer het maar in de juiste richting en op het juiste ogenblik gebeurt. Maar dan moet je ook de souplesse bezitten om aan de hand van innerlijke en geestelijke waarden tot het inzicht te komen, waardoor men voor anderen misschien eigenaardige en niet te volgen conclusies bereikt en waar maakt.

Soepelheid als van een acrobaat, juist waar het de waarden van de geest betreft, is wel één van de belangrijkste eigenschappen, die er voor een mens kunnen bestaan. Wanneer je niet soepel bent, kun je de feiten van het werkelijke leven nooit inpassen in je geestelijk bestaan. Dan vallen steeds grotere hiaten in eigen denken, komen steeds grotere afgronden tussen eigen stoffelijk en eigen innerlijk beleven. Wanneer je niet soepel bent, niet leert steeds met zo weinig mogelijk moeite de kortste en doelmatigste weg te nemen, zo kun je verdrinken in de theorieën en gedachten zonder ook maar iets goeds te doen of maar een enkele stap dichter te komen tot het geestelijke Licht dat er in je woont. Daarom, nogmaals, pleit ik voor grotere geestelijke soepelheid, acht ik het belangrijk dat er wat meer geestelijke acrobaten komen. Geen verbale acrobaten, daaraan is minder behoefte. En als u dit met alle geweld wilt worden, kunt u ons wel als voorbeeld nemen, al zijn wij dit, gezien onze onmogelijkheid om een andere voor u geheel kenbare en volgbare uiting te vinden, wel enigszins gedwongen tot deze verbale praktijken.

Wees niet beledigd, wanneer ik zeg, dat u bespottelijk bent. U zit hier bijeen, grotendeels rijpere mensen. U hebt idealen. Hoeveel keer hebt u echter precies in het leven gedaan, wat volgens uw gevoel en denken het juiste was? Hoeveel malen heeft u de waarheid precies durven zeggen, zoals u ze aanvoelde? Hoeveel keren bent u in het leven geheel uzelf geweest?

Hoeveel malen hebt u, zelfs in de meest intieme ogenblikken van uw leven, geen comedy gespeeld? Voel je jezelf niet wat ridicuul, wanneer je dit alles nagaat ? Kun je achteraf niet toegeven, dat je met al die comedy veel in je leven verknoeid hebt? Je denkt misschien toch nog dat je daarmede de zaak gered hebt, maar ga dan eerst even na, wat er alles niet had kunnen zijn en gebeuren, wanneer je eerlijk zonder meer door het leven was gegaan. Zo. Dat weet u dan. In jezelf moet je deze dingen beseffen.

Naar buiten toe moet je dat natuurlijk nooit zeggen. Wanneer een clown luidruchtig aankondigt dat hij een clown is en beweert dat men daarom om hem moet lachen, zal hij worden uitgefloten. Maar de clown die weet wat hij is en desondanks verontwaardigd naar de mensen kijkt, alsof hij zich afvraagt hoe men wel om hem durft te lachen, zal gelach en zelfs een daverend applaus krijgen. Indien u echter begint te beseffen, dat u in uw eigen leven zo vaak dwaas bent geweest, kunt u misschien ook uitvinden waarom. Kunt u misschien gaan begrijpen wat u er toe heeft gebracht om tegen beter weten en waarheid van eigen besef in, allerhande dingen te doen. Zelfs al is dat vaak goedhartigheid, zakenbelang of iets anders, het is belangrijk te weten waarom. Dan kun je misschien nagaan, wat de grondeigenschap van je wezen is. Blijkt u, dat u bang bent voor uzelf? Wees dan een clown, dramatiseer jezelf desnoods, maar geef uiting aan wat werkelijk in je leeft en vraag van de wereld geen bewondering, maar hoogstens een vermaakt deel hebben aan je avonturen. Kom er voor uit, voor wat je bent. Vlucht vooral niet weg in dagdromen. En wanneer je weet dat de wereld zal lachen om wat je werkelijk bent, verheug je erin. Want een wereld die om je lacht, is niet gevaarlijk. Een wereld, die je au sérieux neemt, zal je echter aanvallen en willen vormen naar eigen believen en inzichten. Zei zelfs Franciscus van Assisi niet eens: “Hoe zalig is het, voor een dwaas gehouden te worden? Broeders, laat ons de dwazen Gods worden, want slechts een dwaas vindt de vrijheid om God waarlijk te dienen.” Dit is de uitspraak van een groot mysticus, en groot mens, die de waarheid van het leven heeft gezien en gevonden. Is het dan zo erg, dat ik u de raad geef de moed te vinden zo nu en dan een clown te zijn? Laat je maar belachen, lach zelf over al die zogenaamde ernstige problemen als de val van een kabinet. Durf ook eens een clown te zijn in verband met al die mooie en schijnbaar hooggeestelijke waarden, waarin je werkelijke Ik anders dreigt ten onder te gaan.

Wanneer iemand tegen je zegt dat de kennis de appel was, waardoor de mens uit het paradijs verdreven werd (wat werkelijk is gezegd) moet je die dingen niet ernstig nemen en zo men daarop door blijft gaan, eenvoudig informeren of het nu een yellow transparant, een regent, bellefleur of een grieves was. En kijk dan eens wat men zegt. Ofwel zij laten je met rust, ofwel je kunt lachen. Speel voor clown. Zelfs wanneer de anderen herbeginnen u alles uit te leggen, zult u daarmede dan blij zijn, omdat het u met schijnbare domheid de mogelijkheid geeft op nog enkele slakjes zout te leggen. Dit is niet alleen voor u aardig, maar ook voor de ander heeft het nut, daar hij door het tekort schieten van zijn argumenten in staat wordt gesteld de hiaten in eigen redeneringen en stellingen te ontdekken.

Een voorbeeld van wat je kunt doen. Velen hebben zich kwaad gemaakt over het feit, dat Koekoek zonder meer Adams niet wilde laten vallen. Waarom eigenlijk? Deze man was in ieder geval trouw. En indien wij nagaan hoeveel anderen op minder opvallende wijze mensen met ernstiger fouten in het verleden beschermen, kunnen wij hoogstens zeggen: Koekoek is een stommeling, want anders zou hij dit alles niet zo openlijk doen. Maar hij verloochent in ieder geval zijn vrienden niet. Het nut van Koekoek moet ook niet onderschat worden. Hij geeft immers de anderen steeds weer redenen om hem zijn draaierijen en onredelijkheid te verwijten, zodat men zichzelf deugdzaam kan gevoelen. De man is een ware clown, maar hij heeft zijn nut. Zet daar nu eens tegenover, wat de heer Schmelzer heeft gedaan. Dat was het tegenovergestelde van wat Koekoek deed. Koekoek probeerde tegen alle rede en opvattingen van anderen in, trouw te blijven. Schmelzer werd, tegen alle redenen in, ontrouw aan degenen, die volvoerd hadden wat ook hijzelf had gewenst. Wat het wat vreemd maakt, is dat juist vele volgelingen van Schmelzer zeggen: “Koekoek is maar een onbetrouwbaar sujet, door zo tegen alle redelijkheid (politieke redelijkheid dan) in te handelen, heeft hij zijn eigen glazen ingegooid. Hij haalt het deze keer lekker niet….” Nu interesseert het mij waarlijk niet of hij het wel dan niet zal halen. Er zijn zoveel idioten, die in het parlement willen, dat er altijd wel weer één bij zal zijn waarom je eens lekker kunt lachen, maar wanneer je de zaak onpartijdig beziet (wat naar ik toegeef zekere geestelijke activiteit vergt) zie je, dat wat A doet, door B ook wordt gedaan, alleen op een andere wijze.

Indien u nu bang bent, dat men u aan zal gaan vallen, dat men beledigd zal zijn over wat u meent te moeten doen, doe het dan moedig, maar wat clownesk. Laat ze dan maar om u lachen. De waarheid zal evengoed wel tot ze door gaan dringen. De waarheid die in je is, naar buiten toe uitdragen is belangrijk. Maar even belangrijk is het in jezelf de waarheid boven alles te stellen. En hoe kun je dit doen, wanneer je voortdurend bezig bent de waarheid voor jezelf te bemantelen? Neen. Wanneer ik de Nederlanders bezie op het ogenblik, denk ik aan klompendansers, blokkenklepperaars. Hun bewegingen zijn goed bedoeld, vol van intenties en idealistische bedoelingen. Maar zij doen het zo onbeholpen, dat het niet werkelijk uit de verf komt. Veel van hetgeen zij doen, blijft onvruchtbaar, omdat zij niet in staat zijn te komen tot rationaliteit, en het overbodige te vermijden schijnbaar onmogelijk achten. Het ontbreekt hen aan de soepelheid, die acrobaten nodig hebben. Zij hebben geen begrip voor de show, waarmede men een act kan verkopen.

  • Zijn anderen wat dit betreft dan beter?

Ik heb nog niet gevraagd of u opmerkingen had. Ik zal u beantwoorden na het beëindigen van mijn toespraak. De Hollander neemt zichzelf geestelijk, esoterisch en op alle andere gebieden te zeer ernstig op punten, die eigenlijk van geen belang zijn. Wanneer het belangrijk is innerlijk bewust en snel te reageren, dan moet je ook als Hollander de moed hebben de clown te spelen. Dan moet je proberen met desnoods geestelijke radslagen, flik-flaks en desnoods salto-mortales je doel te bereiken. Het gaat er niet om hoe je je beweegt, hoe je iets doet. Het gaat er om, dat je je doel bereikt en daarbij op je pootjes terecht komt.

Het is niet van belang, dat eenieder je waardigheid prijst of je betrouwbaarheid. Het gaat er om, dat je wat je innerlijk als juist erkent en wat je dan ook als doel ziet, ook werkelijk bereikt, langs de kortste weg.

Dit, ook esoterisch, spiritueel gezien, vrienden, is wel de belangrijkste les, die ik u vandaag kan geven. Het gaat er nooit om hoe iets, wat volgens de geldende en algemeen erkende regel is, gedaan kan worden. Het gaat erom in jezelf een waarheid te erkennen en deze zo snel mogelijk tot uiting te brengen, een erkend doel te bereiken. De organisatie van de dingen zijn niet belangrijk. Belangrijk is slechts dat het concept werkelijk tot waarheid wordt. Wees waar tegen jezelf, wees waar tegenover de wereld. Wees niet bang, heb zelfvertrouwen. Zelfs je onbeholpenheid zal anderen misschien zelfvertrouwen geven. Je hebt nut in de wereld, je kunt die wereld niets beters geven dan je streven in alle eerlijkheid, zonder daarbij de lachwekkendheid of je agiliteit om zich ten toon te stellen te vermijden. De clowns en acrobaten zijn ook in deze zin een zegen voor de mensheid.

En nu uw vraag van zo even, ook al was deze meer retorisch bedoeld. Ook in andere landen zijn mensen dwaas en houden zij zich aan waardeloze dingen. Wij kunnen de Engelsman verwijten, dat hij traag en traditie gebonden is. Aan de andere kant zal men moeten toegeven, dat hij meer dan de Nederlander respect heeft voor de vrijheid en eigen gevoelens van zijn medemensen. Ook vraagt hij zich nooit af of hij door te handelen op een bepaalde wijze belachelijk is, maar slechts of hij daarmede kan voldoen aan de voorwaarden, die hij zichzelf stelt. Wat hem in dit opzicht iets voor geeft op Nederland. De Amerikaan kan abrupt, kinderlijk, uniek lijken in de ogen van menige Hollander. Hij heeft vele fouten, ongetwijfeld. Maar hij heeft het voordeel dat hij, wanneer iets hem logisch lijkt, hij niet eerst gaat zien, hoe het aan anderen aanvaardbaar kan worden voorgesteld, maar meteen begint te handelen. En hoe is het bij u?

In zuidelijke landen treffen wij mensen met een zelfvertrouwen en (vanuit Nederlands standpunt) overdreven hartstochtelijk en sentimentaliteit. Maar daar tegenover staat dat zij niet bang zijn zichzelf te zijn, hun gevoelens te uiten, zich te geven. Zij zijn spontaan, maar blijven daarbij steeds met beide voeten op de grond en weten met minder drukte meer zichzelf te zijn dan de doorsnee Hollander. U ziet dit misschien niet zo wanneer u deze landen bezoekt.

Vergeet dan echter niet, dat u in dit geval uzelf of uw eigen fouten zoekt te erkennen. U vraagt of er betere zijn op de wereld? In dit opzicht zeker. Op ander terrein is de Hollander misschien weer beter dan anderen, maar toch moet dit het antwoord zijn. Beschouw dit dus niet als een algehele veroordeling van het Nederlandse volk.

Vragen

  • Was  stierenvechterij een rest van de cultuur van Atlantis?

Neen, eerder kan men zeggen, dat sprake is van een geslaagd huwelijk tussen de waarden, vooral de mystieke waarden van de Atlantische beschaving en de waarden van een oudere cultuur, zozeer paste de voorstelling, die men gaf aan enkele mystieke waarden van de Atlantiërs binnen het kader van deze gemeenschappen, dat de symboliek nog tot ver in de Romeinse tijd bewaard blijft en bijvoorbeeld tot uiting komt in de mysteriën van de Mitrasdienst.

  • Gisteren werd een schrijver veroordeeld tot fl. 100 boete, omdat hij gezegd had dat God een ezel was. Toch meenden deskundigen, dat er niet van godslastering sprake was…. Wat denkt u daarvan?

Ik moet mij even informeren……….. O ja. Als ik mij niet vergis, was de uitspraak over God verder gaande dan u hier stelt. Zij zou, afzonderlijk gezien, misschien lasterlijk kunnen zijn. Maar wij moeten alle uitspraken in hun verband bezien. Indien ik nu zeg dat ik een ezel een van de fijnste levende wezens vind, dat ik ezels fijne en mooie beestjes vind en mij dan God in een dergelijke vorm ga voorstellen, omdat ik, gezien de mensheid, mij Hem niet in menselijke vorm kan denken, zo zeggende: “Ik zie God als een ezel…” meen ik, dat wel sprake is van een verwijt aan de mensheid, maar dat de uitspraak niet als godslasterlijk beschouwd mag worden.

  • Ook niet, wanneer je er seksueel verkeer mee hebt?

Dit is afhankelijk van de wijze, waarop dit (het gaat om een geschrift) is bedoeld. Neem mij de volgende opmerking niet kwalijk en bedenk dat ik laatstelijk leefde in een tijd, waarin de huichelarij nog veel erger was, wat dat betreft. Hebt u niet het idee, dat de nadruk op de seksualiteit, zoals die ook in uw dagen bestaat en de wanhopige poging deze natuurlijke drang op onnatuurlijke wijze te reguleren, op zich een vorm van perversie is? Ik kan niet zeggen, dat ik iets voor homofilie, bestialiteit of zo ook maar iets kan voelen, maar dat heeft hier niets mee te maken. Indien wij in de geschiedenis teruggaan, treffen wij seksualiteit echter overal aan. Moet ik nu stellen, dat het pervers en godslasterend was, dat men bijvoorbeeld in Babylon een stier offerde door hem bij het leven zijn geslacht af te snijden en bloed en sperma over het land uit te strooien? Het was toen een jaarlijks en zeer belangrijk offer aan de godheid en eenieder zag dit als geheel normaal. De seksualiteit komt ook bijvoorbeeld voor in Egyptische inwijdingsspelen, waar zelfs geslachtsverkeer (ook pederastie) op het toneel werd volbracht, om de verbondenheid tussen goden of met goden tot uitdrukking te brengen. Ik meen dat voor de Egyptenaren dit alles als symbool van eenheid en eenwording geheel aanvaardbaar was.

Indien u mij nu vraagt in deze tijd een dergelijke voorstelling van God als godslasterend te beschouwen, kan ik alleen maar antwoorden: Volgens mij niet. Ook al zou ik een andere vorm om de eenheid of de wens tot eenheid tot God uit te drukken prefereren, zo is dit mijn zaak.

De ander drukte het op zijn wijze uit. Gezien de mode tendensen (want mode gaat heel wat verder dan kleding en meubelen) is het in deze tijd wel een rebelse en voor velen niet aanvaardbare formulering. Ik meen dan ook dat het anders en minder schokkend had kunnen worden gezegd, zonder aan de inhoud van de mededeling iets tekort te doen.

  • Het vreemde is, dat deze meneer kortgeleden is overgegaan van het protestantisme tot het katholicisme……

Je kunt honderd malen van godsdienst veranderen zonder het beeld van God in jezelf ook maar iets te veranderen. De godsdienst is de vorm, waarin je op aarde die God aanvaardt en wilt dienen, omschrijven of beleven. Maar God zelf is en blijft een innerlijke kwestie. Het godsbeeld is je eigen waarde en heeft niets te maken met de belijdenis. U vindt het eigenaardig? Ik wil het omkeren en zeggen: ik zou het vreemd vinden, dat uit een dergelijke verandering van houding tegenover de innerlijke God, zij het misschien op een andere wijze, geen emotionaliteit was voortgekomen. De overgang van protestantisme tot katholicisme wijst over het algemeen op een diepgevoelde behoefte aan mystiek, als zodanig het zoeken naar God, naar mystieke verbondenheid met God (ongeacht de voorstelling, waarin het Ik dit voor zich uit) een poging van het Ik om in intenser contact met God te komen. Men kan het betreuren, dat hiervoor een vorm van (bovendien nog door de meeste mensen afgewezen) seksualiteit werd gekozen. Toch meen ik, dat het ook in dit geval niet mijn taak is à priori afkeurend en afwijzend te oordelen, omdat de gemeenschap het zo ervaart.

Ik voor mij geloof dat er één ding belangrijker is dan dit alles. Dat de mens vrij is om zijn God te zoeken en te beleven, zoals hij wil. Ik meen dat het van belang is dat de mens vrij is, zelfs wanneer hij van die vrijheid misbruik maakt. Ik meen dat het belangrijker is voor het geestelijk en stoffelijk welzijn van de mens, dat hij vrij is om naar eigen inzicht te handelen en desnoods de mogelijk ernstige gevolgen te ondergaan, dan dat men hem zijn vrijheid ontneemt om hem zo voor de mogelijke gevolgen te behoeden.

Ik meen dat deze vraag in het onderhavige geval de meest essentiële is, namelijk, mag de mens vrij zijn om zijn God te zien, te benaderen, om te leven zoals hij dit zelf juist acht? Want is dit niet de essentie van het probleem? Ik meen dat het recht zelf te zijn belangrijker is dan de verklaring, dat iemand zich God voorstelt als een ezel. Het geschil komt mijns inziens voort uit het feit, dat iemand de brutaliteit heeft gehad zijn eigen denken en beleven voor te leggen aan degenen die met ijzeren verloochening van alle werkelijke waarden in het eigen Ik nog steeds willen voortbouwen op iets, wat door andere mensen over God reeds duizend of meer jaren geleden is gezegd.

Ondanks alles prefereer ik dan degene, die de moed heeft zelf te denken en zichzelf een beeld te maken van God, om zijn eigen leven in te delen en te voeren volgens eigen besef. Want zij, die alleen maar de oude dingen weten te herhalen, aanbidden de stenen afgoden der herinnering. Terwijl degenen die deze paden durven verlaten, misschien een werkelijkheid in zichzelf ontmoeten. De beelden die zij daarvan geven, zijn misschien bespottelijk, maar deze zijn dan in ieder geval een resultaat van eigen beleven en denken, niet alleen van een ledige aanvaarding van een even ledige lering.

Het is niet mijn bedoeling hier een apologie te houden van (hoe heet hij ook weer, Van het Reve) of andere opstandigen. Ik wil slechts de feiten stellen, zoals zij werkelijk zijn. Voor u is deze mens misschien een wat aanstotelijke clown. Maar misschien kent hij zichzelf beter dan u. In ieder geval brengt hij u ertoe, om stelling te nemen. En dat is reeds veel. Misschien vinden velen deze mens en zijn uitingen wel daarom zo aanstotelijk, omdat hij hen wijst op dingen, die in hun eigen wezen en denken sluimerden. Waarmede ook de bijkomstigheden zijn afgedaan en ik mij toch wel van mijn taak heb gekweten. Ik hoop tenminste dat u mij niet zult vragen om ook nog een literaire kritiek te geven. Ik heb nog één enkele opmerking voor u.

Wanneer deskundigen zich met deze zaken bezighouden, pleegt alles wat voordien helder en klaar was, zozeer verward te worden, dat er vaak eeuwen nodig zijn om het heldere inzicht van het begin weer te doen ontstaan.

Esoterie

Over esoterie praten wordt vanavond wat moeilijk, omdat u zojuist de ezel in van het Reve hebt gegooid of omgekeerd. Daarom lijkt het mij wel aardig vanavond wat aandacht te besteden aan het idee van een persoonlijke God God is een vaag begrip. Niemand van de mensen (en ik meen ook zelfs van de hogere geesten) is in staat om zich een beeld van die God te maken dat geheel waar is, om die God geheel te omschrijven. Wanneer wij dus een uitdrukking willen vinden van die God, zullen wij altijd weer een symbool gaan gebruiken. Wat weer moeilijkheden baart. Want staat reeds niet in de Geboden “Gij zult geen vreemde beelden voor mijn aangezicht stellen.” Wij nemen nu meestal wel aan, dat het hier vooral gaat om gesneden beelden, maar misschien gaat het toch wel iets verder.

Ik meen, dat wij ons van God nooit een concreet beeld kunnen maken, dat onveranderlijk blijft. Bovendien meen ik, dat elke mens zijn God op geheel eigen wijze ervaart. Wanneer je echter verder doordringt op het innerlijke pad, wordt God langzaamaan voor jou geen beeld meer, geen voorstelling, maar de omschrijving van vreugde. God is vrede, een Lichten, een gevoel van bevrijding. Om dit uit te drukken, is dit wel uitermate moeilijk. Mijnentwege kun je daarvoor dan symbolen gaan nemen, die erg menselijk zijn. Je kunt ook denken aan een ster of een licht. Maar is het wel zo belangrijk, wat voor symbool wij gebruiken?

Ik meen dat onze godsvoorstelling zoiets is als een soort steno, waarmede wij de ervaringen van onze ziel vastleggen, die wij door de enorme snelheid en gedrevenheid, waarmede zij zich plegen te voltrekken, niet in gedachten kunnen uitdrukken. Daarin gebruiken wij dan maar een of ander teken. Meestal zal dit een persoonlijk teken zijn, dat voor anderen geen of op zijn minst niet dezelfde betekenis heeft. Treffen wij dit teken ergens aan, herlezen wij het, dan hergeeft het ons het gevoel van goedheid, volheid, vreugde, van herboren zijn.

Nu weet ik wel dat het erg moeilijk is over deze dingen te spreken, laat staan te debatteren.

Aan de andere kant vraag ik mij af of er wel een mogelijkheid kan bestaan over God te debatteren. Ik weet dat er vele mensen zijn die dit doen en zelfs binnen het kader van de esoterie proberen God een bepaalde plaats in de kringloop van de ziel toe te kennen, of te omschrijven als een bepaalde toestand. Men gaat zelfs zover, dat men God allerhande eigenschappen toeschrijft. Nu mag men deze eigenschappen onbegrensd uitdrukken, als bij: God is algoed, alwetend enzovoort, enzovoort. Toch lijkt het mij of men zelfs hier niet verder komt dan een mislukte poging om middels eigen symboolschrift God als een menselijk wezen te definiëren.

En God kunnen wij niet definiëren. Ten hoogste (en dit is al een hele prestatie) kunnen wij soms onze beleving van God definiëren. Wanneer wij anderen op grond van onze definities, die onvolledig en waarschijnlijk eerder symbolisch voor onszelf dan voor God zijn, willen gaan dwingen God op een bepaalde wijze te zien of te benaderen, zo vrees ik, dat wij zelfs ten aanzien van ons eigen godsbeleven een soort schriftvervalsing plegen. Want het innerlijk beleven kan wel aan bepaalde symbolen verbonden worden, maar hoe vaak treedt (indien men dit aan anderen wil gaan voorleggen) zelfs voor het eigen ik niet het symbool in de plaats van de beleving.

Laat ons nu het kruis eens bezien. Jezus is het symbool van een goddelijke liefde, die zich op aarde kenbaar openbaart. Wij zien in het kruis het symbool van het hoogste offer, wat men zich als mens kan denken, het offer van eigen eer en leven. Het geeft ons daarnaast de grootste overwinning weer, die een mens zich kan denken: het overwinnen op een dood vol pijnen en van een stoffelijke herrijzenis. Wie deze dingen in zich beleeft, heeft hiermede dan ook werkelijk wel een deel van God via een symbool tot uiting gebracht, maar indien ik het kruis nu ga gebruiken als algeheel symbool voor God en dus niet voor een beleven van God of desnoods één enkele uiting van God dan lopen wij vast. Natuurlijk, wij krijgen dan daarvoor weer andere symbolen en gaan spreken over het bloed van het lam, beelden een pelikaan uit, die zich de borst verscheurt enzovoort. Wat alles natuurlijk heel mooi gevonden is. Maar wanneer u van God droomt of Hem beleeft, ziet u dan werkelijk een pelikaan of een lammetje?

Ik meen dat het anders moet worden gezien. Het spreken over het persoonlijke symbool van de God in jezelf, zoals je die beleeft, betekent voor mij reeds, dat je het beeld, dat in je is, ergens onwaar maakt. Wanneer je deze in je levende symbolen eenmaal hebt geuit, hebt neergeschreven, dan zijn zij weg, dan verliezen zij hun innerlijke betekenis. Ik vrees dat dit met het kruis precies zo is gegaan. Zolang het innerlijk werd beleefd, was het inderdaad een poort naar God. Toen men het overal openbaar maakte, verloor het zijn innerlijke betekenis en werd het alzo een misleiding om een mens te verwijderen van de ware God in hem.

Er bestaat een oude legende die zegt, dat er bepaalde namen en woorden bestaan, waarin God en goddelijke eigenschappen tot uiting komen. Wanneer je zo een woord in jezelf hebt gevonden, dan bezit je het geheim en alle macht, die daaruit voortvloeit. Dan bezig je het grote arcanum, het geheim van alle schepping, alle leven en alle zijn. Maar dan zegt men er ook bij: Wanneer je een dergelijk woord uitspreekt en het eenmaal geuit hebt, ben je het kwijt. Je kunt het niet meer terug vinden. Wanneer je het woord weet en het bewust spreekt, kun je de schepping ermee vernietigen. Maar je kunt jezelf niet van de vernietiging redden. Voor mij ligt hierin het beeld van de esoterische godsontmoeting: Dit is het meest innerlijke wat er bestaat. Wanneer je die ontmoeting beschrijft, verlies je haar. Dan heb je haar teruggebracht tot een wereld van mensen. Dan heb je het teruggebracht tot beelden, formules of theorieën die niet meer echt zijn. Want God is zoveel meer.

Wanneer ik spreek over rechtvaardigheid, kan ik een wet gebruiken om aan te tonen hoe rechtvaardig ik wil zijn. Maar zodra ik de wet ga beschouwen buiten haar samenhang met gemeenschap, gebruiken en nut van de gemeenschap, is zij tegenover de enkeling onrechtvaardig. Er bestaat geen rechtvaardige wet. Hetzelfde geldt voor mijn contact met God.

Ik kan God uitdrukken in een geloofsformule. Maar zodra ik die formule op zichzelf ga beschouwen als representatie van mijn God, ben ik de echte God kwijt en blijft er alleen maar een beeld over, een beeld dat meer tussen mij en de goddelijke werkelijkheid zal staan, naarmate ik de juistheid en waarheid ervan meer verdedig.

Ik heb in dit verband natuurlijk mijn eigen beelden en denkbeelden. Er zijn er daaronder, die ik niet zou kunnen omschrijven, zonder ze evenzo te verliezen als in de legende waar de geheime woorden teloorgaan. Ik zou ze zinloos maken, doordat ik ofwel de werkelijke betekenis ervan zou verliezen, dan wel geheel mijn eigen wereld en alle contact daarmede zou verliezen. Dit kan ik natuurlijk niet doen. Wel kan ik zeggen, dat God voor mij altijd is. Hij is altijd en niet maar een bepaald ogenblik. Ik kan zeggen dat hij voor mij alles is en niet alleen maar een bepaald iets in of buiten de schepping. Ik kan zeggen dat God voor mij alle Kracht is en niet alleen maar een heel bepaalde kracht. God is voor mij niet alleen het onredelijke, Hij is voor mij evengoed het redelijke. Een persoonlijk besef natuurlijk, dit alles, en wat achter deze omschrijvingen nog verder schuilt, moet voor mij dan ook de ontmoeting met de totaliteit uitdrukken. Op het ogenblik echter, dat ik de totaliteit terugbreng tot een deel van de totaliteit, heeft mijn symbool voor mij zijn waarde verloren. Ik meen dat dit het meest treurig verlies is wat je kunt kennen, zelfs in de esoterie.

Het is in het begin prettig en aangenaam in jezelf op te stijgen en te ontdekken, hoe je gevoelens en gedachten zichzelf vereenvoudigen, helderder en begrijpelijker worden. Het is een grote en vitale vreugde, wanneer je ontdekt hoe je besef messcherp door gaat dringen door de nevelen die je eens voor ondoordringbare raadselen hebben gesteld. Dat alles kan nog uitgedrukt worden. Hiervoor kun je nog beelden en zelfs wel voorbeelden vinden. Maar naarmate je hoger komt, wordt het moeilijker. Je moet al in gelijkenissen gaan spreken, omdat je de werkelijkheid niet meer zeggen kunt. Zo komt er een ogenblik waarop je helemaal niets meer zeggen kunt, omdat zeggen hier verliezen, kwijtraken gaat betekenen. Misschien is dit wel het drama van de meeste mensen, die esoterisch streven.

Zij zien het esoterisch streven als iets, wat uitdrukbaar moet zijn, beleefbaar moet zijn. Zij vergeten daarbij dat het werkelijke godsbeeld in het Ik onuitdrukbaar en onuitspreekbaar is en zal blijven. Zij vergeten dat de essentie van het bestaan, dat het werkelijke doel van hun streven zelfs niet uitdrukbaar of omschrijfbaar is. Zij vergeten steeds weer dat zelfs de fasen, waarin het innerlijk zich ontwikkelt plaats vindt, niet van elkander te scheiden zijn, dat er geen systeem en formulering zelfs hiervoor meer mogelijk is, zodra men wat verder komt op het pad. Vooral kunnen zij maar niet begrijpen, dat het zelfs niet mogelijk is bepaalde trucjes te bedenken, waardoor je dit bereiken ook aan anderen mogelijk kunt maken.

Esoterie is de val in het ondefinieerbare en gelijktijdig de vlucht in het onbegrensde. Vlucht hier gebruikt in de zin als bij de vlucht van een vogel, het is het weggaan uit alle werelden, alle schijn achter je laten en gelijktijdig kunnen leven in alle werelden. Het is ook een val: een verliezen der menselijke zeggingskracht, van het menselijke contact. In het begin brengt de esoterie de communicatie met anderen. Je gaat de wereld begrijpen en verstaan, je gaat haar misschien wat beheersen. Er is een steeds dichter contact tussen jou en al het levende, een steeds groeiende mogelijkheid om zelfbewust temidden van het leven te staan. Dan kom je aan het kritieke punt, dat je je mens-zijn moet achterlaten om verder te kunnen gaan. En daarmede ook een smartelijk afscheid van de mogelijkheid alles uit te drukken, zoals je het gevonden hebt.

Wanneer wij spreken over de Boeddha en spreken over Nirwana, dan zijn er velen die denken aan het Nirwana als een hemel van rust, als een zijnde niet-zijn. Wat een vaagheid blijft, omdat niemand zich daarvan een voorstelling kan maken. Ik zou zeggen: Nirwana is dat punt van contact met God, waarbij je niet meer mens kunt zijn, waarbij het onmogelijk is contact met wereld en leven te behouden, zoals mensen dit kennen. Het is het punt, waarop het contact met het leven even vaag of vager wordt, dan nu het contact met God in eigen wezen is. Maar gelijktijdig betekent het een vervuld zijn met ondefinieerbare en ongedefinieerde gevoelens, zoals het contact met God soms gevoeld is met een niet nader te omschrijven reeks van emoties. Je erkent dan de wereld ongeveer zoals je in de wereld eens God erkend hebt.

Ik besef zeer wel, dat het voor enkelen onder u pijnlijk is, wanneer ik dit alles zeg, ‘waar’, ‘groot’, ‘hoog’ en het dan in contact breng en er verband leg met de primitieve schandalen, die jullie op aarde hebben. Ik zeg uitdrukkelijk: Primitieve schandalen. Want het bestaan daarvan toont reeds een gebrek aan geestelijke grootheid aan, een grootheid, die tracht te begrijpen.

Wij zeggen altijd, dat God alle dingen begrijpt, maar degenen die zeggen alleenlijk Hem in waarheid te volgen, weigeren in Zijn Naam ook maar iets van een ander te begrijpen. Kijk, dat is verkeerd. Wij moeten groot zijn.

Wij mogen heel goed begrijpen, dat de sfinx der Oudheid of de straal van een enkele ster in een spiegelend watervlak evenzeer God is als het beeld, dat van ’t Reve zich schept. Evenzeer God als de beelden, die men stelt in de kerken of de driehoek met alziend oog in de loges. Al die dingen zijn hetzelfde: Symbolen, een kortschrift van het innerlijke, meer niet. Het lijkt mij daarom zo dwaas, wanneer men zich over het gebruik van andere symbolen van andere mensen op zou gaan winden.

Maar ja, sommige mensen doen mij denken aan een vreemdeling, die bemerkt dat hij door degenen die rond hem niet verstaan wordt. In plaats van te zoeken naar de begrippen in de taal van een ander, schreeuwen zij eenvoudig harder in hun eigen taal en verwonderen zich, dat anderen hen nu nog niet verstaan. Zij denken, dat zij door de luidheid van hun kreten begrip af kunnen dwingen. Dat gaat niet. Ook niet tegenover God. Er zijn mensen die denken: wanneer ik nu maar hard genoeg schreeuw, zal God mij wel antwoord geven. Maar God geeft geen antwoord, omdat de taal, die God spreekt, altijd in en rond ons is. Wij kunnen God altijd horen, wanneer wij eerst leren zijn taal te verstaan.

Dat betekent, dat wij allereerst afstand moeten doen van ons persoonlijk gevoel van limitering, dat wij moeten gaan luisteren naar voor ons vage dingen en moeten trachten ze te associëren met wat in ons leeft. Dit houdt in, dat wij een weg zullen moeten zoeken voor ons zelf in de waarheid, die er wel is, maar die wij niet begrijpen. Het betekent dat wij aan de hand van de meest eenvoudige dingen als ik en jij, brood en water, bij wijze van spreken langzaam moeten trachten te begrijpen, wat er tot ons gezegd wordt.

Er komt dan een ogenblik dat je Gods taal kunt verstaan, maar dan begint de tweede moeilijkheid. Je hebt die taal in de praktijk leren verstaan. Je beschikt niet over een taalboekje, waardoor de vertaling feilloos en volgens alle regelen kan gebeuren, zoals iemand, die Frans heeft geleerd door onder de Fransen te leven, wel kan zeggen wat een Fransman bedoelt, maar geen woordelijke vertaling kan geven en zo eigen interpretatie toevoegt aan hetgeen die zegt. Wij kunnen niet woordelijk weergeven wat God ons zegt of zelfs maar wat God in ons betekent. Wij kunnen het alleen benaderen. En in onze benadering van de werkelijkheid gaat er al veel te loor. Waarmede ik maar wil zeggen, dat een godsvoorstelling een eigen interpretatie is van een alomvattend iets, terwijl ons godsbeeld een zo beperkt en persoonlijk iets is, dat er eigenlijk op zich niets van te zeggen is. Je kunt alleen trachten duidelijk te maken wat het betekent. Je kunt zeggen hoe het in jou leeft en waarschijnlijk ook in iedereen, maar wat moet je meer zeggen? Je kunt spreken over de mensen op de wereld en hun gedrag en persoonlijkheid stuk voor stuk gaan ontleden. Je kunt zeggen, dat deze goed en gene slecht is. Maar ook dan is het uiteindelijke oordeel toch maar een persoonlijke zaak?

Denkt u nu werkelijk, dat iemand in India, levende in een streek met hongersnood, noodzakelijkerwijze ook ongelukkiger moet zijn dan u? U zou u daar veel ongelukkiger voelen, dat is waar. Maar deze mens zal de ogenblikken van geluk die hij kent, misschien zoveel intenser beleven, dat hij in zijn korte leven met alle ellende gelukkiger is, dan u ooit zult zijn.

Want geluk is eveneens een innerlijke zaak en hoe wilt u het innerlijk van een mens bepalen, wanneer het zelfs in zijn uitingen nimmer geheel zal doorklinken? Hoe kun je de vreugde, die voor mij onder meer het symbool van God is, omschrijven in stoffelijke termen, zonder haar gelijktijdig te ontwaarden en onwaar te maken?

Indien je in de esoterie verder wilt komen, zul je moeten leren langzaam maar zeker stoffelijke redelijkheid en stoffelijke bepalingen achter je te laten. Je moet leren te groeien naar de andere taal toe, de taal die geen menselijke woorden kent, de taal, die een flitsen van emoties, gevoelens, gedachten en spanningen omvat, die tot uiting komt in het redelijke denken als een reeks van symbolen, waarmee je eigenlijk niet eens weg weet. Die taal, die taal moet je leren. Want wie doordringt tot de kern van eigen wezen, ontmoet God.

Maar als hij de taal Gods niet heeft leren verstaan, zo zeg ik u, dat hij God niet zal erkennen, zelfs al staat hij midden in diens gloed. Laat ons maar beginnen met een persoonlijk godsbeeld. Hoe het heet, hoe het is, lijkt mij niet van belang. Wij hebben een begin nodig.

Laat ons dan ook beseffen, dat dit beeld alleen maar een begin is en niet een voleinding. Laat ons vanuit dit begrip komen tot een steeds persoonlijker benadering en beleving van de godheid. Laat ons komen tot dat verborgene in onszelf, dat niet geuit kan worden zonder een deel van onszelf te verliezen. Want dit is geen suggestie of zelfhypnose, maar eenvoudig een doordringen tot het hogere vlak van je eigen wezen. Dat is niet de waarde van het redelijk, menselijke ego en zijn vermogens verloochenen, maar doordringen tot de kern van het hogere ego, waaruit je leeft.

Om omhoog te stijgen, moet je de begrenzingen van de materie achter je durven laten, zelfs de grenzen van het denken, om zo de goddelijke werkelijkheid te zien. Want daartoe moet je de redelijkheid, die op menselijke realiteiten is gebouwd, achterwege laten. God is, menselijk gezien, onredelijk, onvatbaar. Gelijktijdig is Hij een deel van jezelf en is hij in zichzelf en vanuit zichzelf de reden van alles. Hij is in alle dingen zozeer, dat hij je voortdurend omvat.

Dit lijkt mij de juiste toegift op uw debat van zoëven. Wees zo gechoqueerd als uw wilt over de dingen die een ander doet of zegt, maar onthoudt één ding: daarmede kunt u niets méér waardevol maken of ontwaarden. Het is heus niet belangrijk of er nu wel dan niet … wordt gesproken over een Koekoek, een Schnelzer, een ezeltje en seksueel verkeer of niet. Die dingen zijn bijkomstig. Het is het begrip, dat wij in onszelf moeten vinden voor onszelf, dat belangrijk is en het is de wijze, waarop wij het woord dat in ons leeft, langzaam maar zeker ook bewust waar maken (voor eigen gevoel en niet voor eigen rede), dat bepalen zal of wij waarlijk geïntegreerde persoonlijkheden kunnen zijn, die esoterisch bereiken.

Schone woord:

Mijn God is een ezeltje.

Mijn God is een ezel.

Hij is fraai gevormd en teer.

Hij is voor mij al datgene, wat een mens niet kan zijn.

Voor mij is Hij vertrouwen, liefde, ontvankelijkheid, waar de mens niet bereid is tot vertrouwen en geven.

Voor mij is Hij leven, waar leven der mensen mij schijnt overtrokken met de asgrauwe fijnheid van een komende dood.

Mijn God, mijn nood heeft mij gebracht tot het beeld.

Ik heb u gemaakt tot een ezel.

Ik weet, dat Gij meer zijt dan dat, maar ik voel mij een ezel en ben met U verwant.

Ik ga met u als kinderen gaan: Hand in hand; samen draven wij naar onbekende einder, mijn God.

Mijn lot voel ik met U verbonden.

En daarom, ook mijn God, gaf ik U dit beeld en zeg ik de mensen telkens weer: Mijn God is

een ezel, maar Hij is ook veel meer. 

image_pdf