Contact met medemensen

image_pdf

6 oktober 1961

Aan het begin van deze bijeenkomst wijs ik u er op, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Laat uw eigen gedachten gaan over alles, wat tijdens deze bijeenkomst wordt gebracht. Ons onderwerp voor heden is: Contact met medemensen.

Leven tussen de mensen wil nog altijd niet zeggen, dat je met de mensen rond je ook werkelijk contact hebt. Men meent heel vaak, dat oppervlakkige hoffelijkheid, of het normaal sociaal verkeer reeds een feitelijk contact tussen medemensen inhoudt. Een dergelijke vorm van contact is zeer beperkt.

Voorbeeld: Wanneer u naar een winkel gaat, hebt u misschien met de verkoper daar een zeker contact, wanneer u even met die mens praat – ongeacht het feit – dat u niets van die mens afweet. In de praktijk blijkt dit onjuist te zijn. Wij hebben kunnen constateren, dat niet slechts dergelijke summiere contacten, maar zelfs de contacten tussen echtgenoten, ouders en hun kinderen, of familieleden onderling, evenals het contact tussen mensen, die steeds met elkaar samenwerken op kantoren, in verenigingen e.d., geen werkelijk erkennen van elkaars wezen en waarde inhouden, zodat men in feite slechts in verbinding is met het beeld, dat men zich van anderen heeft gevormd, zonder henzelf ook maar enigszins te kunnen benaderen. Van enig begrip voor elkaars geestesgesteldheid is geen sprake, men tracht niet elkaar aan te voelen.

Steeds weer tracht men voor alles aan een ieder de eigen maatstaven op te leggen en op te dringen. Het gevolg blijkt te zijn, dat 9 van de 10 mensen tijdens hun leven maar met een enkele mens werkelijk contact hebben en zo een werkelijk menselijke verhouding tussen zichzelf en de ander tot stand weten te brengen. Met het woord “verhouding” duid ik hier onverschillig welke relatie aan. Deze kan evengoed zakelijk, maatschappelijk, of van meer intieme aard zijn.

Het contact tussen de mensen is afhankelijk van verschillende factoren. Allereerst zullen wij omschrijven, wat onder werkelijk contact tussen mensen moet worden verstaan. Elke mens heeft een eigen uitstraling. Noem dit een uitstralen van gedachten, een zekere sfeer, of de uitwerking van de aura en verschillende geestelijke lichamen. Wanneer de aura of uitstraling van een ander kan worden aangevoeld, zal zij een afstoting, dan wel een aantrekking betekenen. Een werkelijk neutraal zijn tegenover anderen bestaat slechts zelden. Wanneer men meent neutraal te zijn is dit veelal geen werkelijke toestand, maar iets, wat door de mentale houding, die men pleegt aan te nemen, veroorzaakt wordt, door de manier, waarop u denkt over de wereld en anderen dus.

U zult vaak mensen ontmoeten, waarmee u geen contact meent te kunnen hebben. In vele gevallen zal er dan innerlijk een afstoting, een verwerping optreden. Men aanvaardt echter – deze intuïtie onderdrukkende – de mens toch, omdat er geen redelijke bezwaren tegen die mens zijn aan te voeren en u zich verplicht voelt die mens redelijk te aanvaarden. Vanuit stoffelijk standpunt kan dit heel logisch en redelijk schijnen. U zult dan de eerste indruk toch niet geheel teniet kunnen doen, eerst wanneer u uw eigen oordeel en denken tijdelijk onderdanig maakt aan de persoonlijkheid en het denken van de ander, kan in u een begrip voor het werkelijke wezen van die ander ontstaan. Eerst wanneer dit begrip aanwezig is, wordt de mens, die tegenover u staat, op de juiste wijze en in zijn juiste gedaante gerealiseerd. Ondanks afkeer en verwerping is dan toch nog een contact mogelijk, omdat men uit het begrip voor het wezen van de ander kan opmaken, op welke wijze men gezamenlijk kan werken en streven, zonder dat hieruit teleurstellingen, strijd, spanningen e.d. onverwacht te voorschijn komen.

Voorbeeld: Herinnert u zich die mens, die er zo aardig en aantrekkelijk uitzag, maar waar u toch een zekere afkeer van had? Die mens zag er zo serieus uit en handelde zo consequent, dat u zich niet voor durfde stellen, dat uw eerste gevoelens juist zouden kunnen zijn. Is later nu gebleken, dat u in feite met uw eerste oordeel toch gelijk hebt gehad? Toen was het te laat. U volstaat niet met die ene vergissing, maar gaat na die treurige ervaring tegenover alle mensen die u ontmoet, een innerlijk voorbehoud maken. Daardoor sluit u zich voor de wereld en andere mensen af, ook daar, waar een werkelijk en goed contact met de medemens tot de mogelijkheden behoort. Contact met de medemens is dus steeds afhankelijk van eigen instelling ten opzichte van de anderen.

Een tweede factor, die wij ook niet over het hoofd mogen zien, is het respect, dat men voor het wezen van anderen dient te hebben. Dit respect mag nimmer afhankelijk worden gesteld van zuiver menselijke, verstandelijke, of zelfs wetenschappelijke normen. Wanneer u bijvoorbeeld tegenover een inboorling komt te staan, die een houten beeld aanbidt, zult u moeten beseffen, dat dit beeld voor deze mens even heilig en machtig kan zijn, als uw godsdienst en uw Godsvoorstelling, voor u. Wanneer u tegenover een mens komt te staan, die bijgelovig is, aan tovenarij doet, voo-doo, of goena-goena beoefent, zult u geneigd zijn om die mens als slecht, minderwaardig enz. te beschouwen. U beschouwt het vaak als uw taak die ander uit zijn bijgeloof en dergelijke los te maken. U kunt dit nooit werkelijk tot stand brengen, omdat u begint aan de andere mens uw eigen inzichten en maatstaven op te leggen. Eerst op het ogenblik, dat u kunt beseffen, wat die mens in zijn tovenarij enz. zoekt, wanneer u begrijpt, wat deze dingen in feite voor die mens betekenen, kunt u deze mens benaderen en ook op dit terrein een vaak gunstig contact, een goede samenwerking tot stand brengen. Een zeer grote achting voor het geloof en denken van alle medemensen blijkt steeds noodzakelijk, indien men een contact tot stand wil brengen. Eerst dan kan men deze  mensen immers onbevooroordeeld en open benaderen. Alle werkelijk contact tussen mensen is gebaseerd op een wederzijdse aanvaarding, een onderling afgestemd zijn. Dit kan alleen bereikt worden, wanneer elke instelling, die een beter zijn van eigen denken enz. inhoudt, wegvalt. Daarvoor in de plaats dient een streven te komen om elkaar te begrijpen en zo mogelijk te helpen.

U zult menen, dat helpen van medemensen zo vaak voorkomt. Menigeen stelt: Ik heb heus wel contact met mijn medemensen. Wanneer er bv. hongersnood is in China, of Afrika, geef ik toch steeds wat ik missen kan, opdat daar voedsel zal zijn… . Maar dit helpen is een zuiver persoonlijke kwestie. Van een werkelijk begrip voor, of contact met de medemensen, is daarin feitelijk geen sprake. De hulp is zuiver persoonlijk en houdt vooral voor uzelf grotere waarden in, omdat u zo aan uw eigen maatstaven van goed kunt beantwoorden. Zelfs indien het zeker is, dat uw gave de medemensen ten goede komt, zult u niet weten, wie ze ontvangt, hoe deze gave ontvangen wordt, wat zij werkelijk betekent. Daarvan kunt u niets zeggen. Wanneer wij uitgaan van het standpunt, dat voor het verlenen van werkelijke hulp, een zeker persoonlijk contact, een onderling begrip noodzakelijk is, volgt hieruit, dat men mensen alleen op een persoonlijke wijze kan helpen, indien men hen werkelijk kent en begrijpt. Sterker nog: Alle werkelijke hulp, die niet tot onbelangrijke uiterlijkheden beperkt blijft, is in de eerste plaats het gevolg van een elkaar begrijpen.

Menigeen probeert anderen te helpen door hen wijze raad te geven. Maar daarbij vergeten zij, dat de omstandigheden, het bewustzijn en de wijze van leven van die ander vaak geheel verschillen van de voorstelling, die zij zich daarvan maakten en zeker ook van het eigen leven, waarop men zijn wijsheden pleegt te baseren. Zelden vraagt men zich af, wat de werkelijke achtergrond van een probleem voor een andere mens is. Een werkelijk contact met anderen vergt steeds weer en voor allen een zo mogelijk wederkerig begrip tussen de helper en degene die geholpen wordt, terwijl daarnaast een zekere eerlijkheid noodzakelijk blijkt. Alle contact is in de eerste plaats op geestelijk terrein gelegen. Eerst wanneer daar een zekere eenheid, een harmonie bereikt is, zal het contact ook stoffelijk tot uitdrukking komen op een juiste en aanvaardbare wijze.

Nu zou ik willen overgaan tot het bespreken van enkele voorbeelden uit de praktijk, in de hoop u duidelijk te maken, wat de meest juiste houding is.

Stel: Een mens gedraagt zich ten overstaan van u op onheuse wijze. Men trapt u op de tenen bij de tramhalte. Men dringt voor, of gaat voor, terwijl u voorrang hebt bij de kapper, slager, of in het verkeer. De mensen geven eigenlijk niets om u, u voelt zich beledigd, verwaarloosd, misacht. Natuurlijk verzet u zich hiertegen vaak op een even onaangename wijze. Is dit wel werkelijk redelijk? Wanneer u met zekerheid weet dat de ander zich zonder enige reden naar voren schuift, met opzet uw tenen beschadigt enz., hebt u volkomen gelijk, wanneer u daartegen iets doet, want u hebt als mens ook uw rechten. Maar wanneer u niet geheel zeker van uw zaak bent, is het toch beter verdraagzaam te zijn en enig begrip te koesteren voor de haast enz. van anderen. De vrouw, die zich misschien voordringt bij de slager, herinnert zich juist dat zij thuis iets op het gas heeft laten staan, dat over kan koken. Mogelijkerwijze zou een langer wachten voor haar een kleine huiselijke ramp met zich kunnen brengen. Of misschien heeft zij jonge kinderen zonder toezicht achter moeten laten. Wanneer zij een dergelijke reden heeft voor haar voorgaan, dan staat zij in feite in haar recht en kunt u die enkele minuten heus wel even wachten. Nu kunt u wel opmerken, dat zij dit dan maar moet zeggen, maar niet een ieder komt daartoe even gemakkelijk. Men is bang een verkeerde indruk te vestigen, enz.

In het verkeer is het verstrekken van een dergelijke uitleg zelfs niet mogelijk. Toch bestaat de mogelijkheid zeer wel, dat de mens, die u geen voorrang geeft en met grote snelheid door de stad raast, hiervoor een reden heeft. Erger u er niet aan. Zo er sprake is van een strafbaar feit, is dat in de eerste plaats een politiezaak. Uw taak is het vooral uw rust te bewaren, u niet te ergeren en zelf de veiligheid van het verkeer niet in gevaar te brengen. Bovendien, weet u of die mens misschien een stervende nog tracht te bereiken voor de overgang? Weet u, wat er voor die mens al dan niet van af kan hangen, wanneer hij een bepaald doel nog op tijd bereikt? Een ieder geeft dit wel toe, maar stelt, dat niet iedereen die voorrang neemt zonder er recht op te hebben, in dergelijke omstandigheden zal verkeren. Men handelt vaak uit balorigheid op een wijze, die voor hem/haarzelf even gevaarlijk is, als voor anderen. Uiteindelijk gaat men bij zijn beoordelen van omstandigheden steeds weer van zichzelf uit. Men stelt: Ik heb haast, ik wil nu oversteken, ik wil nu eerst geholpen worden… . Daarbij vraagt men zich al te weinig af, of men hiervoor wel een goede reden heeft.

Door dit te zeer uitgaan van eigen verlangens, ongeacht de rechtvaardigheid daarvan, schiet men steeds weer tekort tegenover zijn medemensen. Daarbij dient men er rekening mee te houden, dat men een dergelijke houding zonder beperkingen tegenover vreemden aanneemt, maar in feite – zij het wat ingetoomd – op dezelfde wijze pleegt te vertonen tegen degenen, met wie men werkelijk in aanraking komt. Voor uzelf betekent dit een groeiend onbegrip voor de medemensen, een gevoel van steeds minder gewaardeerd en begrepen te worden. Dit geeft weer aanleiding tot een groeiend gevoel van prikkelbaarheid, of zelfs nauw verborgen haat.

Vergelijk hier het het geval van twee mensen in het verkeer. De een is zozeer op zijn taak gebeten, dat hij nergens anders aan denkt. De ander staat zozeer op de voorrang, die hem wettelijk toekomt, dat zij elkaar te pletter rijden. De schade is – in verhouding tot de ergernis – onmatig groot. Eenzelfde geval vinden wij, wanneer twee mensen in een winkel over voorrang twisten en daarbij meer tijd besteden aan hun strijd, dan voor het doen van beider bestellingen nodig zou zijn. Toch komen dergelijke gevallen maar al te vaak voor en geven aanleiding tot prikkelbaarheid en verwijdering tussen mensen, zelfs tussen een van de betrokkenen en anderen, die van het geheel niets afweten. Het is duidelijk, dat dergelijke gebeurtenissen het contact met medemensen schaden en in vele gevallen zelfs tijdelijk een bestaand contact verbreken, of onmogelijk maken.

Een ander veel voorkomend verschijnsel is het in zich erkennen van ongelijk, gepaard gaande met de weigering dit aan anderen, of zelfs maar voor zich ook toe te geven. Per slot van rekening zegt men dan, dat men als rijpere vrouw/oudere man niet kan toegeven, dat zo’n snotneus gelijk heeft en men zelf ongelijk heeft. In andere gevallen weigert men zijn ongelijk te bekennen, omdat daaraan voor het Ik minder aangename consequenties verbonden zijn, zodat men liever de schuld naar andere toeschuift. Vergeet niet dat men door een dergelijke wijze van handelen zich verwijdert van die medemens. Vergeet niet, dat ook die snotneus uiteindelijk een mens is.

Het zal u duidelijk zijn, dat een dergelijke houding een zuiver onderling contact zeer moeilijk maakt. Het gevolg is onder meer dat wij in vele gezinnen een eigenaardige verhouding aantreffen. De band tussen ouders en kinderen bestaat er feitelijk niet echt. Vanuit de jongeren is er sprake van een soort voorbehoud, terwijl de ouders ongeduldig ongerechtvaardigde eisen stellen. Ouders en kinderen begrijpen elkaar niet meer en achten elkaar vaak evenmin. Ondanks alle uiterlijke banden is er een verwijdering, die niet meer kan overbrugd worden. Toch zouden de ouders, door wat meer respect te tonen voor het persoonlijk leven van hun kinderen, meer bereiken, dan door hun vaak niet geheel oprecht preken en eisen. De jongeren zouden door wat meer begrip te hebben voor de zorg, die de ouders voor hen koesteren, misschien eveneens meer kunnen dulden, dan zij plegen te doen. Door een streven naar onderling begrip van beide zijden zouden ouders en kinderen tot een gelukkig en goede vruchten dragend samenwerken en leven kunnen komen.

Nu ik toch over het gezin spreek en het contact in het gezin, moet mij nog iets van het hart. In deze dagen meent men heel vaak dat men de waardering, liefde en welwillendheid van zijn kinderen kan winnen, door hen zoveel mogelijk alles te geven, wat zij begeren en hen daarbij zo weinig mogelijk plichten op te leggen. Indien wij dit vanuit ons standpunt nagaan, blijkt, dat door deze houding de ouders in de ogen van hun kinderen op den duur gedegradeerd worden tot een soort melkkoetje. Het kind voelt zich niet als iemand, die tot het gezin behoort en daarin een eigen plaats inneemt, maar eerder als iemand, die eisen moet stellen en de ouders met zijn buien en onredelijkheid moet dreigen, om te verwerven, wat zijn recht is, of wat hij begeert, alles in de hoop dat de ouders toe zullen geven om het kind zoet te houden. Daarnaast zien wij, dat, waar binnen de gezinsgemeenschap de taken werkelijk verdeeld zijn en de ouders – naast het aanvaarden van zekere verplichtingen – er ook op staan, dat het kind bepaalde taken verricht – ondanks de protesten, die het kind daartegen natuurlijk zal laten horen – dit zich intenser deel van het gezin voelt en een veel beter contact tussen ouders en kinderen mogelijk is.

Eenzelfde verschijnsel zien wij in het verenigingsleven en bij godsdienstige gemeenschappen: Zodra het lid niet alleen bepaalde rechten, maar evenzeer plichten en taken heeft, is er een intenser onderling contact merkbaar en blijken geloof – of vereniging – meer levensvatbaar. Een band, een werkelijk contact, kan nimmer worden gelegd door – zoals ik op het ogenblik doe – met elkaar te praten, te leraren, sacramenten toe te dienen, of voor anderen alleen bepaalde politieke of economische voordelen te verwerven. Om een werkelijke samenwerking en een werkelijk contact tussen mensen onderling tot stand te brengen, is niet slechts een oppervlakkige band, of een mogelijkheid tot profijt noodzakelijk, maar is directe samenwerking en een deelgenootschap noodzakelijk. Het is vreemd, dat vele mensen in het leven steeds weer dromen, van wat zij “broederschap” noemen. Broederschap is niet direct een samenwerking zonder strijd, maar betekent wel, dat men samen gaat, elkaar uiteindelijk de hand boven het hoofd houdend. Het betekent, dat men bepaalde verplichtingen t.o.v. elkaar erkent en zich verplicht voelt om iets voor anderen te doen.

Dit principe van broederschap kan nooit werkelijk ontstaan en waarlijk in de werkelijkheid worden gebracht, wanneer het niet gebaseerd is op het onderling aanvaarden van een verplichting. Een innerlijk gevoelde verplichting zou ongetwijfeld de beste weg zijn. Deze is niet altijd aanwezig. Dan moet er een zekere directe verplichting, desnoods vanuit de gemeenschap geboren, of van bovenaf opgelegd worden, om werkelijke broederschap mogelijk te maken.

Deze verplichtingen moeten ook door allen begrepen kunnen worden. Wanneer u de mensen vertelt, dat zij belastingen moeten betalen voor de aanleg van een bepaalde weg, is dit een verplichting die vanuit de gemeenschap geboren wordt, maar de mensen hebben hieraan geen werkelijk doel. Zij blijven elk voor zich denken en handelen, zij zullen elkaar door deze gemeenschappelijke verplichting niet beter leren kennen. Hoogstens zullen zij elkaar een ogenblik bereiken in een opstandigheid, in een gezamenlijk kankeren. Vooral in Nederland blijkt dit een van de factoren, die een – zij het negatief – contact tussen medemensen mogelijk maakt. Uit deze verplichting zelf groeit geen band. Stel nu, dat men een aantal mensen ertoe kan brengen gezamenlijk een weg aan te leggen. Zij zullen zich daardoor misschien veel erger benadeeld en gekrenkt gevoelen, dan door de betaling van een zeker bedrag. Maar in het werk vormen zij al snel een hechte eenheid.

Conclusie: Contact tussen mensen kan niet ontstaan, doordat zij toevallig ongeveer dezelfde lasten moeten dragen, of toevallig ongeveer hetzelfde moeten doen. Het contact ontstaat eerst door een gelijke instelling, zij het, dat men met volkomen gelijke problemen te worstelen heeft, een gelijkgerichte belangstelling heeft, dan wel in de uitvoering van een bepaalde taak geheel van elkaar afhankelijk is. Deze afhankelijkheid bestaat op aarde in feite overal. Daarom mogen wij voorop stellen, dat, waar de doorsnee mens op aarde niet beschikt over een voldoende zuivere instelling, geestelijk bewustzijn en zelfbeheersing, om tot een waar begrip voor alle anderen en een waar aanvoelen van hun werkelijk wezen te komen, wij regels moeten stellen volgens de bestaande omstandigheden. Deze regels dienen weer te geven, op welke wijze het contact met de mensen op de meest juiste wijze tot stand komt en op de meest redelijke wijze verloopt.

Punt één: Contact met medemensen kan alleen bereikt worden op basis van eerlijkheid. Alles, wat gebaseerd is op een leugen, kan weliswaar voor een medemens de illusie van een contact doen ontstaan, doch het weten omtrent eigen oneerlijkheid zal een aanvaarden van die mens en daarmee een werkelijk contact nimmer toelaten.

Punt twee: Altijd weer gaat het contact uit van persoonlijke waarden. Nimmer kan een waar contact tussen mensen afhankelijk zijn van goede manieren, hoffelijkheid e.d. Deze waarden hebben alleen betekenis, wanneer zij een deel van uw persoonlijkheid vormen en u als het ware aangeboren zijn. Slechts alles, wat welgemeend en eerlijk voor of met anderen, wordt gedaan, zal anderen de mogelijkheid bieden tot een juiste en een eerlijke reactie. Hieruit volgt, dat de mens, die een contact met de medemensen zoekt, zich niet volgens vaste regels kan of mag gedragen, tenzij de persoon zelf deze regels als geheel juist aanvaardt.

Punt drie: Een contact tussen mensen kan nooit plaats vinden, wanneer een der beide partijen zich de meerdere gevoelt. Voor een werkelijk contact tot stand komt, is het noodzakelijk elkaar als geheel gelijkwaardig en gelijkberechtigd te aanvaarden, ongeacht de schijnbare of uiterlijke verschillen. Alleen op deze wijze kan men elkaar werkelijk leren begrijpen en tot een juiste vorm van menselijke samenwerking komen.

Contact impliceert verder een respect voor elkaars meningen. Gelijkvormigheid van die meningen is van minder belang. Wanneer men elkaar kan aanhoren, zonder daarbij onmiddellijk in protesten en verweer te vervallen, ook wanneer eigen heiligste stellingen worden aangetast, om eerst, wanneer de ander zijn eigen standpunt en meningen geheel heeft geformuleerd eigen meningen en eventueel de redenen daarvoor weer te geven, komt men tot een juist begrip van elkaars standpunt. Een op deze wijze gevoerde polemiek kan voeren tot een goed onderling begrip en zal beide partijen verrijken, geestelijk zowel als stoffelijk.

Indien men een groeiend contact met de medemensen begeert en nastreeft, dient men ervan uit te gaan, dat er nimmer een verschil tussen mens en mens kan bestaan op grond van politieke overtuiging, godsdienst, ras, huidskleur enz. Altijd dient men uit te gaan van het feit, dat de kernwaarde van de mens bij allen gelijk is. Heeft men dit eenmaal aanvaard, dan zal men voor zich verder stellen, dat krachtens omgeving, opvoeding en denkwijze, een ieder dezelfde kracht op een andere wijze tot uiting zal brengen.

Er zijn nog vele punten, die ik niet noem. Wij dienen echter verder te gaan.

Een voor de doorsnee mens zeer belangrijk deel van het leven vormt ook het z.g. sociale en seksuele contact. Sociaal contact kan nimmer een werkelijk contact tussen mensen brengen, wanneer het gebaseerd wordt op bv. sociale positie, bezit e.d. Want elk contact, dat verder moet gaan dan een oppervlakkig elkaar helpen, of zich gezamenlijk ontspannen, dient gebaseerd te zijn op een zekere gelijkheid van belangstelling en bestrevingen.

Voorbeeld: een bridge- of canastaclubje zal niet zonder meer een succes zijn, wanneer alle leden daarvan hun spel zeer goed beheersen. Pas wanneer er naast de gezamenlijke bezigheid en interesse ook een achtergrond van onderling begrip – bv. op grond van gelijke instelling ten aanzien van maatschappij, godsdienst, of belangstelling voor ongeveer gelijke problemen – aanwezig is, blijkt uit de ontspanning ook een ware vriendschap naar voren te komen, die door onderling begrip enz. het geheel op een hoger plan brengt. Het is niet voldoende te stellen, dat alle mensen goed zijn. Tenminste, wanneer zij tot onze eigen partij behoren, want de anderen zijn natuurlijk dom, of deugen helemaal niet. Dit laatste is een typische vorm van afweer, waardoor men contacten vermijdt, waarmee men geen raad denkt te weten.

Ook kan er sprake zijn van een aantrekking tussen twee mensen, die soms alleen animaal, vaak mede op esprit e.d. gebaseerd is. Een dergelijk tot elkaar aangetrokken worden kan op zich zeer aangenaam lijken. Maar zonder meer kan dit nooit een werkelijk contact zijn en zal er van een waar begrip geen sprake zijn. Zelfs indien een dergelijk contact omgezet wordt in een band voor het leven, blijft het uiteindelijk toch nog een vluchtige ontmoeting. Pas, wanneer men in staat is elkaars gedachten te delen, elkaars problemen en zorgen waarlijk te delen en tot een wederzijds innerlijk evenwicht te geraken, zodat men elkaar op alle gebieden aanvult, kan een dergelijke relatie belangrijk genoemd worden. Een huwelijk, dat gebaseerd is op het seksuele en niet later wordt aangevuld door een geestelijk samengaan, zal ten gronde gaan, of tot een kwelling en verderf worden voor de echtgenoten.

Een volgend punt: De doorsnee mens heeft vooroordelen. Het vooroordeel treffen wij op alle gebieden en bij alle mensen aan. In vele gevallen is een dergelijk vooroordeel vanuit een sociaal of menselijk standpunt niet eens zo ongerechtvaardigd. Toch zou ik u willen vragen: Wanneer u te maken hebt met een moordenaar, die zo juist uit de gevangenis ontslagen is, bent u wel werkelijk in staat deze mens als geheel gelijkwaardig te aanvaarden? Kunt u die mens, zonder terug te grijpen op dit verleden, aanvaarden, zonder uzelf goed te noemen, of – wat eveneens verkeerd is – dit verleden geheel terzijde te laten en er zelfs niet aan te willen denken uit een soort verlegenheid? Vindt u dit moeilijk? Toch zal de doorsnee moordenaar heel wat minder gevaarlijk zijn dan bv. een gewoontedief. Want de meeste mensen moorden maar een enkele keer, in hartstocht of wanhoop. En juist deze mensen hebben behoefte aan steun. Om het anders te stellen: u hebt te maken met iemand, die bv. seksueel niet normaal is, een homoseksueel bijvoorbeeld. Kunt u die mens toch als normaal aanvaarden? Want ook dit is een mens als u. Hij heeft een zekere afwijking. De oorzaak daarvan is in de meeste gevallen niet zijn eigen wil, maar een afwijking in zijn klierstelsel. Natuurlijk, het zou beter zijn, wanneer deze dingen niet voorkwamen, maar zij zijn er nu eenmaal. En dan hebt u het recht het leven van die mens ondraaglijker te maken dan noodzakelijk is? Een andere vraag: Stel, dat er iemand van een extreme groep hier binnen komt en tracht u duidelijk te maken, dat hier alleen de duivel aan het woord is, ja, daar tot vervelens toe op blijft hameren. Bent u dan in staat toch te beseffen, dat die mens ook alleen zijn eigen geloof en standpunt verdedigt? Dat die mens tracht om, vanuit zijn denken en standpunt, iets goed te doen? Of gaat u in deze gevallen van uw eigen standpunt uit en weigert u het standpunt en de toestand van de ander nader te overwegen?

U zult misschien menen, dat deze dingen maar zelden voor zullen komen, dat u met de genoemde gevallen weinig of niet te maken zult krijgen in het leven. Dat is waar. U zult met dergelijke uitzonderingsgevallen niet al teveel in aanraking komen. Toch is het de moeite waard deze vragen voor uzelf te overwegen en te beantwoorden. Want dat antwoord kan wel eens bepalen, of u leeft als een vrije mens, een mens die contact met zijn medemensen kan aanvaarden, gelukkig kan zijn en kan maken, ofwel dat u een mens bent, die lijkt op Oost-Berlijn: omgeven door muren en prikkeldraad. Het punt is belangrijk. Want de feitelijke vraag is, of u leven en denken kunt op een wijze, die een mens waardig is. U kunt alleen menswaardig leven en waarlijk contact hebben met uw medemensen – en niet alleen met bondgenoten – wanneer u bereid bent steeds weer uw vooroordelen terzijde te stellen en U alleen te houden aan de daadwerkelijke toestand, daarbij alleen ingrijpende in het leven en denken van anderen, wanneer er een noodzaak is en UW ingrijpen geheel gewettigd is. M.a.w.: wanneer u te maken krijgt met iemand, die een afwijking heeft, b.v. een homoseksueel, of iemand, die met minderjarigen omgaat, is het uw plicht om minderjarigen tegen die mens te beschermen en allen, wanneer u meent, dat zij niet in staat zijn zichzelf te beschermen. Het is tevens uw plicht te trachten – ondanks dit alles – deze medemens te begrijpen. Wanneer u iemand, die zo alleen staat in zijn denken of handelen, tracht te begrijpen, zult u misschien contact krijgen met die mens. Dan zult u die mens misschien kunnen helpen. Deze mens op zijn beurt zal u misschien iets kunnen laten begrijpen van de wrede wereld, waarin mensen leven, die zich uitgestoten weten of wanen uit de maatschappij.

Natuurlijk is dit zeer algemeen. U hebt misschien gedacht, dat ik u precies zou gaan vertellen, – hoe u met elkaar – of met ons – om moet gaan. Van ons standpunt uit is op het ogenblik niets belangrijker en bepalender, zowel voor het menselijke in de mensheid, als het lot van het menselijke ras in komende tijden, dan het contact, dat de mens met zijn medemensen verwerft.

U zou dit alles waarschijnlijk beter kunnen overzien, wanneer u – zoals wij – in staat zou zijn te beseffen, dat de mensheid als geheel een eenheid vormt. Een eenheid, die zichzelf misschien al weer in strijd tracht te vernietigen zeker, maar het is vanuit dit standpunt onmogelijk te zeggen, dat er verschillende soorten van mensen zijn. De mensheid is uiteindelijk een ras, voortgekomen uit één planeet, voortgekomen uit één kracht, geleid door één en dezelfde geestelijke invloed. De mensen gehoorzamen uiteindelijk alleen aan één en dezelfde heerser. Al wat wij in het grote en het kleine op de wereld zien van verdeeldheid, blijkt steeds weer te berusten op onwil, niet in de eerste plaats op een onvermogen tot begrip. Strijd en verdeeldheid berusten voornamelijk op de angst van de mens zichzelf en zijn eigen belangen aan een ander prijs te geven. Het is daarom, dat wij wel algemeen moeten spreken.

Om u aan te tonen, dat de goede verhoudingen onder de mensen in de meeste gevallen door eigenbelang worden verstoord, wil ik u een vraag stellen. Bent u wel eens bekeurd? Zo, door een diender, met een boekje en een potlood? Was u toen in staat te begrijpen, dat deze mens zijn plicht deed? Hebt u de fout ook bij uzelf gezocht, of hebt u – ondanks alles – in uw binnenste de reeksen verwensingen overdacht, die u niet dorst te uiten uit angst voor een verdere boete wegens belediging van een ambtenaar in functie? Stel, dat er een deurwaarder bij u in huis komt. Kunt u dan begrijpen, dat die mens zijn taak doet, dat hij stoffelijk in het gelijk staat en niet uw vijand is? Bent u in staat in de onaangename situatie deze mens nog voldoende te begrijpen, en aan te voelen dat contact met die mens mogelijk is? In de praktijk is een positieve reactie, die contact toelaat, in deze situatie tamelijk zeldzaam. Kunt u begrijpen, dat een Chroesjtsjov op zijn manier even eerlijk en oprecht het belang van zijn volk zoekt als Kennedy of de paus? Een onaangename vergelijking, dat weet ik en wat cru. Neemt u aan, dat degenen, die niet thuis horen in uw denken, levensovertuiging, geloof, uw deeltje van de wereld, geen mensen zijn zoals u? Volgens ons komt 9/l0 van de ellende, die de mensen op het ogenblik doormaken – ongeacht de beïnvloedingen van buiten af – voort uit het wantrouwen van mens tegen mens. Misverstand, het niet tot elkaar kunnen komen, is voornamelijk te wijten aan de neiging om alle anderen te zien als buitenstaanders, die geheel buiten het eigen Ik staan en ook van alle waarden, die in dit Ik bestaan, niets in zich kunnen dragen. Bovenal is veel te wijten aan de weigering een ander tot zich toe te laten, de weigering om met anderen een contact op te nemen, dat bestaat uit een poging tot begrijpen en samenwerken. In vele gevallen weigert men – al geeft men dit niet toe – voor een goed doel samen te werken met anderen, alleen omdat dezen anders zijn of denken.

Voorbeeld: Er komen toeristen naar Nederland. Duitsers, die zich in het verleden met de rijwielexport hier hebben bezig gehouden, Amerikanen die hun vrijheid en nieuw leven importeerden, mensen, die nog eens naar Nederland terugkeren. Hoe beschouwt u die mensen? Als iets, wat geëxploiteerd moet worden? Als wezens, die je hier duldt, omdat zij goed betalen? Als wezens, die je uit moet buiten? Als een gelegenheid om met je talenkennis te geuren? Of probeert u te begrijpen, waarom zij komen? Dan ziet u deze toeristen waarschijnlijk als mensen die iets ver van huis zoeken, wat zij eigenlijk thuis zouden moeten kunnen vinden. Zij zoeken namelijk ontspanning, zij zoeken vrede. Zij zoeken niet, zoals u misschien denkt, het Nederlandse klimaat en de genietingen van een kuise Noordzee. Zij zoeken zichzelf. Wanneer u die mensen begrijpt, zal er een contact tussen hen en u mogelijk zijn, dan zult u opeens begrijpen, waarom de Duitser was en is, zoals hij is, waarom de Amerikaan zich gedraagt, zoals hij zich doet. Dan zal ook deze mens u kunnen begrijpen. Dan is er – ondanks verleden en verschil in nationaliteit – geen sprake meer van vreemdelingen, van mensen, die alleen langs elkaar heen leven.

Dit contact op menselijk en persoonlijk niveau is buitengewoon belangrijk. Wanneer de prikkelbaarheid in de wereld groter wordt – zoals zeker zal gebeuren – zal men juist door dergelijke persoonlijke contacten met anderen veel kunnen verdragen en begrijpen, dat anders tot harde maatregelen gevoerd zou hebben. Maar de mens – of groep van mensen – die alleen staat, die geïsoleerd is, heeft geen mogelijkheid om zijn denken te corrigeren, om zijn prikkelbaarheid door een feitelijk weten te beperken. Vele dingen zijn gemakkelijker te verdragen, vele overeenkomsten zijn gemakkelijker te maken, wanneer je weet, dat een ander beseft, wat er in je omgaat, wat er in je leeft. Maar wanneer er geen begrip is, wanneer je alleen staat en geen contact kunt krijgen, een werkelijk contact met anderen, ga je haten, dan wil je vernietigen, waar je op zou moeten bouwen. Juist dit laatste geschiedt op het ogenblik te vaak. Vanuit onze wereld zien wij dit. Dit is dan ook de reden, dat wij ons onderwerp heden op deze wijze uitwerken. Want de toenemende haat, het toenemende onbegrip op de wereld maken dit contact van mensen met mensen belangrijker, dan al het andere.

Wanneer iemand komt, terwijl u eigenlijk weg moet, wat is uw houding? Doet u, of u niet thuis bent? Ontvangt u uw visite wel, maar zegt u eerlijk: “Wat jammer. Ik vind het leuk je weer te zien maar ik moet dadelijk weg. Ga even zitten, ik heb nog zolang de tijd voor je”? Of ontvangt u de visite met beleefde woorden en blijft u zitten: Innerlijk verstoord, uiterlijk prettig? In het laatste geval kunt u niet zo goed komedie spelen, of uw visite merkt heus wel, dat u op spelden zit en heeft misschien op den duur het gevoel zijn kopje thee op een vulkaan te drinken. Durft u eerlijk zeggen, wat u van een ander denkt? Zeker, wanneer uw mening gevraagd wordt? Of bent u meer het type van: “O, wat staat dat jurkje je schattig”, terwijl je denkt: “Snapt dat mens niet, dat ze daarin helemaal 95 lijkt?” Het lijkt misschien wel beter en milder, wanneer je een medemens naar de mond praat. In feite help je daar die medemens niet mee en breng je alleen jezelf in een onprettig parket. Wie meent door dergelijke leugens anderen te helpen en een beter contact met zijn medemensen te verkrijgen, is net zo primitief als de boer, die een voorbijganger vertelde, dat het nog een kwartiertje lopen naar het station was, omdat de arme er al zo verhit uit zag, terwijl de werkelijke afstand nog twee uur te gaan was. De voorbijganger rekende op dat kwartier. Hij verspilde zijn krachten, die hij bij een kennen van de ware toestand ongetwijfeld gespaard zou hebben. Daardoor spande hij zich zo in, dat hij geheel niet meer op eigen krachten tot het station kon komen.

Naar-de-mond-praterij en goed bedoelde leugens zijn vaak even gevaarlijk of gevaarlijker. Maar daarover denkt men niet verder na. Tracht liever de mensen te begrijpen en geef uw eerlijk gemeende raad, ook al zal deze in het begin misschien verzet wekken. Toch zal zij meer waard blijken, en indien contact mogelijk is, een betere en reëlere relatie tussen u en UW medemensen scheppen. Een eerlijk antwoorden met begrip voor hetgeen in de ander leeft, is van meer belang dan alle prettige verhoudingen en alle schermen met hoffelijke termen. Eerlijkheid maakt het mogelijk elkaar te helpen, hoffelijkheid zonder reden doet alleen maar misverstanden ontstaan.

U hebt er misschien nooit over nagedacht, of het nu werkelijk zo belangrijk is, dat een ander – bv. net als u – in de geest gelooft, of remonstrant, rooms, hervormd, boeddhist, hindoe e.d. is. Ik zou bijna geneigd zijn ook kapitalist toe te voegen, want voor bepaalde communisten etc., is dit eigenlijk ook zoiets, als een soort demonische en ketterse godsdienst. De Russen lijden wel onder een zeer groot misverstand in dit opzicht. Zij begrijpen niet, dat de Russische staat de grootste en meest absolute kapitalist is in de gehele wereld.

De kern van mijn vragen is hier: Komt het er, wat de menselijke verhoudingen en contactmogelijkheden betreft, nu werkelijk op aan, hoe een ander denkt en op welke wijze hij bv. zijn geloof definieert? Is het werkelijk noodzakelijk, overal steeds weer ingewikkelde stellingen bij te halen? Zijn de kernwaarden van het leven eigenlijk niet eenvoudig? Volgens ons is de doorsnee mens te zeer geneigd, wat uit de hoogte over anderen te oordelen. Wanneer je dorst hebt, begin je toch ook niet eerst over de oceaan te spreken om te eindigen met de eigenschappen van H²O.

Het is veel eenvoudiger te zeggen: “Ik heb dorst, geef mij wat water”. Vele mensen hebben dorst. Zij zouden willen zeggen: “Mensen, geef mij wat begrip, wat mede voelen. Geef mij wat vriendschap… “. Maar zij durven het niet te zeggen. Daarom spreken zij dan erg hoogdravend en abstract. Hoe vaak worden woorden als “kosmische liefde” niet misbruikt als slagzin, waarachter men eigen honger naar wat aandacht, liefde, of begrip, tracht te verbergen? Is het noodzakelijk om over geluidshinder te gaan spreken, wanneer je alleen bedoelt, dat je even rust wilt hebben? Dit alles is kolder. Hoe kan er sprake zijn van een onderling contact, een onderling begrip, wanneer men niet eens de moed heeft te zeggen, waaraan men behoefte heeft en vreest rechtuit te zeggen, wat men bedoelt?

De kern van het contact is altijd weer de uitstraling van uw wezen. Daarbij speelt de voorgeschiedenis van uw geest vaak een zeer belangrijke rol. Juist wanneer de geest reeds wat hoger staat, wanneer zij wat ruimer van begrijpen en aanvoelen is geworden, kan zij met zeer vele mensen een juist contact hebben, kan zij voor zovele dingen in de wereld het juiste begrip opbrengen. Juist de meer bewuste geest kan de band vinden met de medemensen, waardoor voortdurend onderling begrip, onderlinge hulp, samenwerking en bereiken mogelijk is. De doorsnee mens weigert doorgaans zelfs zijn meer bewuste geest alle gaven en mogelijkheden te laten ontplooien. Hij metselt zijn ware ik in. Indien men echter eerlijk is, kan men zichzelf en zijn medemensen vele diensten bewijzen.

Stel een eenvoudig geval: Het is druk in een winkel. U kunt natuurlijk gaan staan jachten, het personeel zenuwachtig maken enz. U kunt ook rustig zeggen: “Het is vandaag zo druk, dat ik maar even naar een ander ga… . Beter nog: Ik heb dit nodig. Ik kom dadelijk terug. Legt u het alvast voor mij klaar, want ik heb geen tijd om te wachten… . De drie voornoemde oplossingen zijn altijd nog beter dan met de gebruikelijke uitvlucht: Ik kom dadelijk wel even terug…. om dan heen te gaan en niet meer terug te komen. Ook uw leveranciers, vooral wanneer zij meer met u te maken hebben, zullen het waarderen, wanneer u hen precies zegt, hoe de zaken staan.

U mag rustig tegen de slager zeggen: “Heeft u uw duim meegewogen, of niet?”, wanneer u meent, dat hij onderwicht geeft. Maar doe het schertsend, draag er zorg voor de mens niet onnodig te krenken, of voor dief te zetten in de ogen van anderen. Zeg de dingen, zoals zij zijn, maar probeer daarbij te ontkomen aan het vreemde innuendo, waardoor men duidelijk iets anders zegt, dan de woorden op zich schijnen aan te tonen.

Als wanneer iemand in de politiek zegt: “De heer de Quay is ongetwijfeld een vlotte en misschien zelfs kundig mens….” In feite proeft men daaruit, dat de bedoeling is: “Er zal wel iets aan hem deugen, maar voor de rest is het maar zo – zo -.” Bedenk verder: Wanneer u op een soortgelijke wijze – dubbelzinnig in feite – tot uw medemensen spreekt, zullen zij nooit goed beseffen, wat zij nu eigenlijk aan u hebben. Contact is dan moeilijk mogelijk, terwijl misverstanden, erger en haat hieruit voort kunnen komen.

Diplomaten krijgen soms op beleefde wijze ruzie over de vraag, wie de eerste is geweest om bv. iets voor de wereldvrede te doen en te eindigen met een oorlogsverklaring. Wat dit betreft: De wereldvrede,  is voor een groot deel afhankelijk van het contact, dat u met uw medemensen hebt. Daarmee bedoel ik niet slechts een vrede, zoals die van het ogenblik, een voortdurende dreiging, waarbij men Damocles zwaard heeft vervangen door A- & H-bommen, of nog vreselijker varianten van de dood. Ik bedoel een werkelijke vrede, een vrede des harten, waaruit een werkelijke vrede op aarde voort kan en moet komen. Deze vrede kan nooit bestaan, wanneer de mens zich steeds weer blijft afsluiten, steeds weer in zijn eigen groepje blijft, maar is alleen mogelijk, wanneer alle mensen eerlijk open staan voor alle ideeën, alle mogelijkheden en dezen onbevooroordeeld willen overwegen. Een dergelijk begrip voor anderen kan men alleen bereiken wanneer men eigen geest de mogelijkheid geeft voluit te werken om alle waarden en problemen van de medemensen te absorberen, om alleen waar men voelt, dat werkelijk geheel geen contactmogelijkheid bestaat, het redelijke element te laten regeren, zover dit maatschappelijk noodzakelijk en onvermijdelijk is.

Juist de geestelijke eenheid, die tussen mensen kan ontstaan, is uitermate belangrijk in deze dagen. Wanneer deze eenheid van geest, die een groot deel van Nederland bv. tijdens de bezetting verbond, niet weer was verbroken door vooroordeel en groepsbelang, wanneer de geest van onderlinge samenwerking en werkelijk begrip voor elkaar niet was ingemetseld achter de vele schotjes en in de vele hokjes, die heden weer de boventoon voeren, zou Nederland op het ogenblik er beter aan toe zijn, machtiger en sterker. Er zou in veel mindere mate sprake zijn van te hoge prijzen, van woningnood e.d. Bovenal zou het Nederlandse volk meer levend zijn en actief deel hebben aan zijn eigen lot, in plaats van gelaten en mopperende alles over zijn kant te laten gaan, omdat er nu eenmaal toch niets aan te doen is. Indien de eenheid van streven uit de dagen der bezetting nog bestond, zou er iets positiefs kunnen gebeuren. Laat ons vooral niet vergeten, dat degene, die zich verschanst achter de verschillen, die hij tussen zich en anderen meent te moeten opmerken, op den duur alle contact met die medemensen onmogelijk maakt.

Degene, die eerlijk en oprecht zoekt naar begrip, begrijpen wil en anderen aanvaardt, zoals zij zijn, zal de contacten vinden die juist zijn, vooral wanneer men daarbij uit blijft gaan van het standpunt, dat elke andere mens als wezen en persoonlijkheid gerespecteerd moet worden, dat de andere steeds gelijkwaardig is aan het ik, wanneer men nimmer vergeet, dat men het recht niet bezit om van anderen misbruik te maken.

Wat denkt u? Valt het onderwerp u tegen? Had het interessanter kunnen zijn? Misschien wel, maar ik vraag mij af, of er een onderwerp is, wat in deze en komende dagen van een zo overweldigend belang voor alle mensen is, als juist dit contact, waaraan ook in uw eigen kring vaak veel ontbreekt. U bent allen in deze zaal aanwezig, hebt belangstelling voor hetzelfde.

Sommigen hebben elkaar nog nooit gezien, maar anderen zien elkaar vaak, doch hebben praktisch geen contact met elkaar. Hoevelen onder u hebben elkaar tenminste vriendelijk begroet? U komt hier toch met hetzelfde doel, met dezelfde belangstelling? Hoevelen onder u hebben getracht uit te vinden, met wie zij nu eigenlijk hier in deze zaal zitten? Ik bedoel daarbij niet de naam, maar de gedachte, de mentaliteit. Hoeveel mensen komen er toe eens buiten hun eigen kliekje contact met anderen te zoeken, zelfs in een groep als deze? Dat betekent dan dat er nooit een hechte eenheid kan groeien in een vereniging als deze. Dat betekent, dat er nooit een hechte eenheid kan groeien op deze wijze in een partij, kerk, wijkvereniging, enz. Niet omdat deze dingen onmogelijk zijn, maar omdat de groepjesgeest, de vrijwillig gekozen beperkingen, het werkelijk contact van de mensen onderling eenvoudig onmogelijk maakt.

Nog een enkel punt, dan heb ik mijn inleiding voltooid.

U bent allen hier. Ik neem aan, dat er velen van de aanwezigen niet alleen deze groep zoeken, maar tot andere groepen behoren, of er zelfs geheel andere denkwijzen op na houden. Laat mij eens een vraag stellen, die u voor uzelf eens moet proberen te beantwoorden. U komt hier, u gaat nog, naar andere mediums luisteren, of volgt een esoterische scholing. Misschien gaat u ook naar een kerk. Ik neem aan, dat u allen geestelijk streeft. Hebt u zich de moeite eens getroost om te luisteren naar predikanten van verschillende kerken? Hebt u zich de moeite wel eens getroost om een katholieke hoogmis bij te wonen? Hebt u wel eens een dienst gevolgd van de Christian Science? Of een dienst bijgewoond van de Soefi? Hebt u zich de moeite getroost eens te zien, wat de diensten van de Rozenkruisers eigenlijk inhouden? Niet? Toch zijn deze dingen allen belangrijk. Deze dingen maken deel uit van het geestelijke leven van de mensen rond u. De vormen en denkwijzen verschillen wel iets, dat is waar, maar in al deze dingen kunt u iets vinden, wat u met elkaar verenigt. Leg dan de nadruk op de eenheid. Probeer het geestelijk contact te vinden met alle denkwijzen en geloofsrichtingen. Daardoor zult u uw medemensen beter kunnen begrijpen. En dat is belangrijk. Ik weet, dat enkelen in deze zaal deze vraag met “ja” kunnen beantwoorden. Maar in verhouding zijn het er weinigen. Waarom? Bent u misschien bang voor contact met uw medemensen, met hun denken? Bent u bang, dat uw eigen instellingen zullen worden aangevallen? Dat uw zekerheid, uw begrip van heiligheid en uitverkoren zijn misschien zal worden aangetast? Of meent u misschien alleen maar, dat dit alles tijd verspillen is? Laat mij toe u onze mening hierover te geven. Het kan tijdsverspilling zijn vijf godsdiensten tegelijk na te lopen, of vijf verschillende scholen gelijk te willen volgen. Maar het is nooit een verspilling van tijd of kracht, wanneer je probeert te begrijpen, wat er leeft in de mensen rond je, wat er aldus bestaat in de wereld. Want een juist begrip, een steeds nauwer contact tussen de mensen op de door ons bedoelde wijze, voert naar betere samenwerking, beter begrip, schept een zuiverder moraal en geeft vrijheid. In een wereld, waarin begrip voor en contact met de moderne mensen de hoofdrol speelt, is geen behoefte meer aan voorschriften. Wij mogen zelfs aannemen, dat het contact van mens tot mens het begin is van een eenheid, waardoor de mens ver boven zijn huidige beperkingen uit kan stijgen. Het geestelijk contact tussen mensen onderling lijkt mij verder een voorloper te zijn van een contact tussen de mensen op aarde en allen, die eens mens geweest zijn, of mens zullen worden, zodat zelfs de grenzen van de dood voor het bewustzijn van de mens wegvallen.

Let wel: Het verwerven van een juist contact tussen mensen onderling is slechts een begin, geen einddoel. Het is een noodzaak in deze dagen en zal noodzakelijk zijn, indien de mens waarlijk mens wil zijn en blijven, niet meer terugvallend tot het dierlijke.

Het contact met medemensen, is in deze dagen het meest belangrijke element, omdat alleen het onderling aanvoelen en begrijpen het mogelijk zal maken, alle verwarring en zelfzucht te bestrijden en te overwinnen, terwijl tevens alle verdeeldheid en hokjesgeest, die op het ogenblik de wereld in steeds kleinere en meer zelfzuchtige groeperingen verdeelt, daardoor verdwijnen kan.

Esoterie

Ik wil mij heden beperken tot  wat losse gedachten.

Laten wij uitgaan van het standpunt, dat uiterlijkheden het innerlijk kunnen beïnvloeden. Iets wat veel meer strookt met de werkelijkheid dan de meeste mensen begrijpen. Wanneer u in een kamer bent, waarin alles rustig is, gedempt licht – bij voorkeur blauw – eventueel mooie muziek op de achtergrond, zult u zich rustig gevoelen en overstroomd worden met edele gevoelens en hoge gedachten. Dezen nemen echter onmiddellijk de vlucht, zodra het dagelijkse leven zich weer doet gelden. Maar wanneer wij innerlijk een begrip van het Licht bereiken, is het moeilijk metterdaad in strijd daarmede te handelen. Men zou dus kunnen zeggen, dat het innerlijke van de mens en zijn uiterlijke omstandigheden elkander op wel zeer ingrijpende wijze plegen te beïnvloeden.

Iemand, die voortdurend bezig is met het feit, dat het zo warm is – of dat hij het zo moeilijk heeft – zal innerlijk waarschijnlijk niet ver komen. Maar iemand, die voortdurend met eigen innerlijk bezig is en er niet toe komt na te gaan, hoe hij aan het innerlijk erkende in de wereld uiting en gestalte kan geven, zal al evenmin veel verder komen. Wat betekent dat een groot deel van de mensen in uw wereld, die esoterische pretenties koesteren, op een gegeven ogenblik op non-actief komen te staan, door hun eigen wijze van reageren.

Overigens behoeft deze strijdigheid ons niet te verwonderen want de mens is een complex wezen, dat zozeer met complexen is gevuld, dat deze door hun omvang eerder op emplacementen beginnen te gelijken. Complexen zijn in wezen niets anders dan reeksen van associaties en gevoelens. Wanneer je een ervaring op een bepaalde wijze hebt opgedaan, zul je op alle daarop gelijkende waarden gaan reageren in overeenstemming met de eerste opgedane ervaring. Wanneer je steeds meer dingen gaat betrekken op die ene ervaring, heeft men niet alleen meer een complex, maar ontstaat monomanie – wat je zou kunnen omschrijven als de monorail van de geest of de mentaliteit.

Zou ik innerlijk streven, dan kan ik op een gegeven ogenblik zover komen, dat ik alle dingen op mijn esoterie ga betrekken. Dit lijkt misschien mooi, maar in feite gedraagt men zich dan als een esoterische monomaan. Indien men dan zijn inzichten bovendien nog aan anderen als bindend op wil gaan leggen, is de kans groot, dat men manisch monomaan wordt op esoterische basis. Waarbij men zich dan over het algemeen bij het bezien van de resultaten een gevorderd schizofreen toont, door eigen fouten niet te zien, zich vervolgd te voelen door het noodlot en alle onaangenaamheden aan anderen te wijten. Dit komt meer voor dan u denkt, al is het ook een vreemde, en zoals u toe zult geven, niet bepaald wenselijke toestand. Laat mij trachten de kern van de zaak in enkele punten weer te geven.

Wanneer je esoterisch bewust bent, zo dient dit bewustzijn een voortdurende verandering te ondergaan door de consequenties verbonden aan de uiting, die men aan zijn bewustzijn geeft. Wanneer je een innerlijk bewustzijn bereikt meent te hebben en krachtens dit bewustzijn handelt, dien je te beseffen, dat dit bewustzijn alleen je eigen bewustzijn is en niet noodzakelijk geldt voor anderen, en mag dus niet van anderen verwachten, dat zij uit de zelfde beweegredenen op gelijke wijze zullen handelen, als men zelf doet. Wie de wereld wil gaan verbeteren, kan de esoterie maar beter over boord zetten: Een esotericus begint zichzelf te verbeteren in de hoop, dat ook de wereld zo iets beter wordt.

Een wereldverbeteraar is daarentegen iemand die alle innerlijke waarden van anderen terzijde zal stellen om eigen visie aan de wereld op te kunnen dringen. Verbeter nooit de wereld. Wanneer u in u zelf de neiging gevoelt uw innerlijke erkenningen hoger te stellen dan de daaruit volgende ervaringen, wordt het hoog tijd dat men alle beredenering eens vergeet om via de ervaring de emotie te vinden, waardoor u de inhoud van uw beredeneringen op juistere wijze binnen de werkelijkheid zult leren hanteren.

  • Vooral dit laatste is een waarheid als een koe.

Ik hoop dan maar dat niemand daarover stierlijk het land heeft. Maar ik zal mijn potpourri vervolgen met enkele korte zinnen, waarin ik de zin van de esoterie tracht te omschrijven.

Esoterie – ofwel de innerlijke weg van streven en beleven – wordt zinrijk, zodra wij begrijpen, dat ons innerlijk onze reactie op de buitenwereld bepaalt en het zo gelijktijdig voor ons mogelijk maakt de werkelijke inhoud van die buitenwereld innerlijk beter te beseffen.

Al datgene wat wij alleen esoterisch tot stand willen brengen, is slechts een mislukking, die wij voor ons zelf plegen te verhullen door een pretentie van bereiking. Alles wat wij alleen metterdaad bereiken, zonder daarbij met ons innerlijk en onze innerlijke waarden, zowel als met die van anderen rekening te houden, zal eveneens een mislukking zijn, die wij over het algemeen aan anderen zullen wijten, ofschoon wij daaraan zelf altijd de meeste schuld hebben.

Om tot een werkelijk bewustzijn te komen, is het noodzakelijk, dat wij de noodzakelijkheid van onze eigen onvolkomenheden begrijpen. Zouden wij volmaakt zijn, zo zouden wij geen mogelijkheid tot ontwikkeling bezitten en zou het geen zin meer hebben, in te gaan op alles, wat zij zijn en kunnen betekenen.

Esoterie is dus de kunst der onvolmaakten, die zich een beeld van de volmaaktheid, waarnaar zij streven, innerlijk weten te vormen.

Waarna ik verder wil gaan met het definiëren van enkele begrippen.

Een inwijding is een beleving, die niet uitdrukbaar is in woorden, maar wel de totale reactie en mentaliteit van de ingewijde verandert.

Een zogenaamde inwijding is over het algemeen slechts een pretentie, waarbij men – zij het door ritueel of op andere wijze – aan zichzelf een denkbeeld van meerwaardigheid, verkoopt, zonder deze in werkelijkheid te bezitten.

Mystiek. Werkelijke mystiek is een beleving, waarbij wij een vereenzelviging met andere – en vaak hogere – waarden ondergaan op een zodanige wijze, dat ons eigen wezen tijdelijk ophoudt, als beperkt wezen, te bestaan.

Zogenaamde mystiek is over het algemeen een mystificatie van de gevoelens, waarmede wij ons zelf wijs maken het Hogere te ondergaan, wanneer wij die dingen waar maken, die wij anders als deel van eigen bestaan niet durven erkennen.

Hier begint iemand opeens te grinniken. Mijn vaststelling lijkt dus volgens zijn ervaringen juist te zijn….. Verder wil ik u er nog op wijzen, dat vele mensen de neiging hebben om de schapen niet alleen te hoeden, maar ook om hen te zeggen, hoe en wat zij moeten eten enzovoort. Het helpen en beschermen van anderen kan zinvol zijn. Maar als een mens een schaap gaat vertellen, hoe een schaap moet eten en leven, krijgt het schaap daarvan al snel een indigestie. Daarom is het nooit goed een ander te vertellen wat hij doen moet, zolang hij daarom niet vraagt. Wel kan men zeggen dat het voor iemand, vooral wanneer hij wijzer en hoger is dan de ander, een taak kan zijn om, zonder daardoor het leven van een ander meer te verstoren dan hoogst noodzakelijk is, te voorkomen, dat deze ander voor zich of aan anderen een onherstelbare schade aanricht.

Vele mensen worden vertederd door alles wat jong is. De mens, die aan het kind geen kwaad toekent, omdat het in zijn onschuld het voor anderen kwade bedrijft, moet wel beseffen dat elke mens, die kwaad doet volgens deze redenering, die op instelling en niet op feiten let, zo jong moet zijn, dat men hem alleen daarom reeds dient te vergeven en met een welwillende glimlacht moet trachten te bewegen tot een beter en meer aanvaardbaar gedrag.

Zo u zoekt naar een bereiking voor uzelf, is het goed te onthouden dat hij die voor zich bereikt, dit steeds doet krachtens een streven. Zo iemand beseft zijn bereiking niet, daar zijn streven voor hem de algehele uitdrukking van zijn leven en persoonlijkheid is geworden. De bereiking wordt slechts voor anderen kenbaar aan de hand van de steeds grotere inhoud, die het streven bezit.

Voor degenen, die via de esoterie graag terug duiken in het verleden, heb ik ook nog iets achter de hand. Menigeen beroept zich op zijn vroegere incarnaties, omdat hij meent hierdoor meer te zijn dan anderen. Op de zelfde basis zijn kostschoolkinderen geneigd elkander hun eigen fouten en zonden te vertellen, om hierdoor meer aanzien te genieten. In beide gevallen is het verkregen aanzien fictief!

In dit verband nog iets over de kwestie van ‘oude’ en ‘jonge’ zielen. Een oude ziel wordt over het algemeen zeer gewaardeerd, een jonge ziel over het algemeen minder, maar de oude ziel heeft reeds de mogelijkheid gehad alle fouten te maken, die de jonge ziel nog maken moet en heeft dit ook gedaan – anders zou zij niet weer op aarde vertoeven. Wij kunnen dus zeggen, dat de ervaring van de oude ziel misschien groter is, maar dat de potentie in jonge en oude ziel nog steeds dezelfde is, terwijl de jonge ziel misschien fouten zal weten te vermijden, die de oude ziel voor zich reeds beging.

Beroep u niet op hetgeen u qua inhoud en ouderdom meent te zijn, maar laat u alleen voorstaan op dat deel van uw potentie, dat u nu ten goede tot uiting kunt brengen.

En nog iets: wanneer u zozeer van uw innerlijke kracht en beleving overtuigd bent, bent u een dwaas wanneer u deze niet tot uiting brengt. Wanneer u een zogenaamde innerlijke kracht niet tot uiting kunt brengen in daden en er toch mee adverteert, bent u niet veel meer dan een kwakzalver, die patentmiddelen verkoopt, die hij zelf niet durft proberen, omdat hij bang is dat zij niet deugen.

Zo, denk daar nu maar eens over na. En, wat het nadenken betreft: Dit is niet slechts een voor jezelf formuleren. Het betekent: Een begrip voor jezelf formuleren, de formulering overwegen en zo nodig herzien, tot uiteindelijk de volgens u meest juiste uitdrukking gevonden wordt.

Daarna zal men, als deel van het proces van denken, de laatst gevonden formulering om moeten zetten in een daad, opdat men, door het op de meest juiste wijze uitdrukken van de volgens het ik meest juiste gedachten, tot de meest juiste conclusie omtrent de werkelijke betekenis van het innerlijk bereikte zal kunnen komen.

En daarmede heb ik, geloof ik, wat de esoterie betreft, genoeg gezegd. Want al deze dingen lijken misschien in deze formulering wat lichtzinnig. Maar het zijn niet alleen waarheden als koeien, maar eeuwige waarheden, verpakt in menselijk materiaal, en dat is de kern van het gehele leven.

Alle dingen, die je rond je ziet en beleeft, zijn een goddelijke waarheid, verpakt in het tijdelijk en eindig materiaal der schepping. Als je de eeuwigheid ziet, behoef je je met de verpakking niet meer bezig te houden. Maar zolang het verpakkingsmateriaal nog voor jou het enige kenmerk zijn van de inhoud, de uitdrukking van die eeuwigheid, moet je aan de groepering van de verpakking reeds zoveel kunnen zien, dat je iets van de eeuwige harmonie ook voor jezelf tot stand, kunt brengen.

Daarom betekent ware esoterie voor mij vooral: Een kracht om de kenbare dingen op zodanige wijze te groeperen, dat zij voor je ik harmonisch en duidelijk blijven, maar gelijktijdig ten aanzien van elkander een zo groot mogelijke harmonie uitdrukken. Alle esoterie komt voor mij daarop neer. Wat misschien voor velen dwaas klinkt, omdat de meeste mensen het feitelijke bestaan ofwel te groot dan wel te zeer onbelangrijk maken in hun eigen waarderingen. Geloof mij echter, dat alle leven en alle beleven betrekking blijft hebben op het ego.

Wanneer u leert erkennen wat het ik in waarheid constateren wil en volbrengt, hebt u de waarheid omtrent de wereld reeds gevonden. En als je de waarheid omtrent de wereld vanuit jezelf vindt, vindt men ook de harmonische waarde, waarin men de uitdrukking God kan ondergaan en zo voor zichzelf waarlijk kan leven.

Zo, nu is er nog wat tijd over. Wilt u nog iets gedefinieerd hebben?

Geven en nemen.  Datgene, wat men als staatkunde betitelt op het ogenblik dat men slechts geeft om meer te kunnen nemen.

Versmolten. Over het algemeen iemand, die boter op het hoofd heeft en toch in de zon loopt. Anders gezegd, een poging tot eenheid, die over het algemeen wat vettig tot uiting komt….

Politiek.  De kunst om met woorden de werkelijkheid zodanig te verbergen, dat je zelf denkt gelijk te hebben, zelfs wanneer de feiten je steeds weer ongelijk geven.

Festivals.  Samenweefsels van vele exclusieve attracties, waaraan men op kunstzinnige wijze geld hoopt te verdienen en dit inderdaad kan doen, indien de staat voor de exclusiviteit een voldoende subsidie verschaft, om de minachting voor de ‘gewone man’ in haar gevolgen te compenseren.

Kwakzalverij.  De methode om door middel van niet aanvaarde middelen aanvaardbare resultaten te produceren; dan wel: De methode om door nutteloze middelen een schijnbaar resultaat tot stand te brengen, dat meer reëel alleen in eigen beurs kenbaar wordt. U kunt hier dus kiezen tussen twee definities.

Ordinair.  Datgene wat doodgewoon is. Vele mensen zijn zo bang zich als gewoon mens te gedragen, dat zij alles, wat gewoon is ordinair noemen en hierdoor uitdrukken, hoe zij zelf ultra-ordinair zijn, daar zij zich door hun pretenties zelf stellen beneden alles, wat als normaal en gewoon kan gelden.

Beurs.  Voor een gewoon mens het omhulsel, waarin hij zijn tekorten pleegt te bewaren.

Beurs. Gelegenheid waarin handelslieden van verschillende soort elkander treffen om elkander voordelen afhandig te maken en anderen voor de zo geleden verliezen de rekening te doen betalen.

Kristalbal.  Iets waarin je beter kunt kijken, dan het naar je hoofd te krijgen.

Kristallen bal of loodglasbol.  Een middel tot concentratie, waardoor de mens zijn innerlijke visualisaties buiten zich kan projecteren en zo kan komen tot redelijk uitdrukbare waarneming van zijn innerlijke voorstellingen, of deze nu al dan niet waar en van een voorspellend karakter zijn.

Geld.  Datgene, waarvoor een ieder alles pleegt te doen, zonder te beseffen, dat geld zijn geld niet waard is, daar het slechts als ruilmiddel de waarde bezit, die anderen daaraan willen toekennen.

Voor wij de bijeenkomst eindigen nog een enkele zin, die voor u mogelijk een goede raad kan bevatten.

Wanneer je iets doet, vraag je dan altijd af, of je bereid bent daarop, ook waar het de gevolgen betreft, bereid bent een amen, een ‘zo zij het’, te laten volgen. Is dit niet het geval, herzie je gebeden en je daden. Want anders kon een andere en grote kracht ten aanzien van de niet door u gewenste gevolgen wel eens een ‘amen’ uitspreken.

image_pdf