Cumulatieve effecten tijdens het mensenleven

14 februari 1958

Aan het begin van deze bijeenkomst is het mijn taak om u allereerst nog even te herinneren aan de volgende punten: Wij, sprekers van deze Orde, zijn niet alwetend of onfeilbaar. Wij doen natuurlijk ons best om zoveel mogelijk de waarheid te spreken en te benaderen. Wij zullen nooit willens of wetens iets verklaren, wat niet in overeenstemming is met de waarheid, zoals wij die kennen. Gezien het feit, dat wij nog niet volmaakt zijn, is het redelijk, wanneer u een eigen oordeel voorbehoudt en dus uzelf een mening vormt over al hetgeen gezegd wordt. Mijn onderwerp heet vanavond: Cumulatieve effecten over het geheel van het menselijke leven gezien.

Wanneer je begint met één eenvoudige oorzaak, kan het zijn, dat hij één gevolg heeft. Maar het kan ook zijn, dat hij hele reeksen van gevolgen achter zich aan trekt. Voorbeeld: Op het departement X zit meneer Y. Meneer Y is in de ambtelijke administratie op een redelijk hoog plan gekomen en heeft behoorlijk veel werk te verzetten. Meneer Y kan daardoor niet, zoals hij gewend is, klokslag half zes zijn bureel verlaten. Dit ergert de heer Y. De heer Y gaat er daarom toe over een assistent aan te vragen. Dank zij deze assistent kunnen enkele weken lang zowel assistent als meneer Y op het geijkte ogenblik hun kantoorzorgen achter zich laten. Maar…, er is tijd over. Tijd over voor die assistent. Daarom zoekt meneer Y naar enige bezigheid, zodat hem deze waardevolle assistent niet zal worden afgenomen.  Daardoor wordt het zo erg, dat assistent Y op een gegeven ogenblik voor de moeilijkheid staat, dat ook hij niet meer op de juiste tijd zijn kantoor kan verlaten. Hij vraagt assistentie aan en er komt een tweede assistent… Weerom dezelfde situatie, hetzelfde verhaal: er wordt werk gezocht, gevonden. Langzaam maar zeker stapelt het werk zich wederom op en voor wij het weten hebben wij een afdeling van 24 personen… Dit voorbeeld zien wij vaak in elk menselijk leven zich afspelen en wel omdat men geen zuiver inzicht heeft in de moeilijkheden, die er liggen in het afschuifsysteem. Kent u dat? Het is iets, wat vrij veel voorkomt. “Jan, doe jij dit even.” “Ja, ik knap het wel even op. Piet, kom eens even hier. Doe jij het.” enz. Zolang dat afschuifsysteem blijft in stoffelijke zaken en kleine dingen, och, dan kan het hoogstens wat… gezellig en genoeglijk worden, doordat een één persoonskarweitje uiteindelijk onder de verantwoording van 124.777 personen valt.

Als je dat geestelijk gaat doen, dan kan dat lastiger worden. Ik stel nu eens, dat u op een gegeven ogenblik een beetje onder hoogspanning leeft. Uw zaken gaan misschien wat moeilijk; ook thuis is alles niet zo als u dat wenst. Uw bekenden en vrienden vragen veel uw aandacht; u hebt sociale verplichtingen, kortom, eigenlijk hebt u geen tijd meer over voor dat geestelijke werk. Dan zou je eigenlijk daarmee jezelf moeten vermoeien… Een dergelijke situatie zullen de meesten wel kennen.  Een katholiek zegt: “In België gaan wij naar de kleine mis toe”. Dan bedoelen zij: “Wij gaan naar het lof”, dat is in de middaguren en dan kan men het middagdutje i.p.v. thuis, in de kerkbank doen. Zo spaart men tijd. Hier zeggen zij waarschijnlijk: “O, wij gaan wel naar het late kerkje toe”. Dan gaan zij om 12 uur. Als de pastoor langer dan 5 minuten durft te preken, dan zijn zij nog nijdig ook. Nu zijn dat wel dingen, waar een zekere verplichting ligt, n.l. dat kerkbezoek.  Maar waar is die verplichting bv. voor degenen onder u, die niet tot een bepaalde richting of kerk zich aangetrokken gevoelen? Toch hebt u ook behoefte aan geestelijk voedsel. U begint eenvoudig met te zeggen: “Nu ja, één keer hindert niet”. Maar wanneer u dat drie keer hebt gedaan over een periode van drie maanden, dan komt er een ogenblik, dat u zegt: “Nu ja, het schikt mij niet”. U zou wel kunnen gaan, maar iets anders is interessanter.  Dat is nog steeds niet erg, het is heel natuurlijk. Alleen daardoor denkt u minder aan geestelijke zaken, daardoor vergeet u wel eens uw levenshouding op de juiste wijze te bepalen. Op de duur hebt u absoluut geen interesse meer voor het geestelijke, zij het dan theoretisch een enkele keer om eens wat ermee op te scheppen bijvoorbeeld. Het gevolg, elke mogelijkheid om voor u te komen tot een intens beleven van het bestaan, dat u hier op aarde hebt, elke mogelijkheid, vooral om inzicht te krijgen in de bedoelingen van hetgeen zich op aarde afspeelt, gaat u voorbij. U loopt dus eigenlijk jarenlang in uw leven zonder werkelijk te weten, wat u voor uzelf aan oorzaken hebt geschapen. De geestelijke inhoud van kleine dingen en daden gaat u meestal voorbij. Maar wanneer het tot grotere besluiten komt, wanneer het komt tot conflicten met de buitenwereld, dan zou je in een geval van verwaarlozing van het geestelijk streven vergeten de inhoud van je eigen daden nader te kennen en te onderzoeken. Dan denk je binnen te komen in het andere leven met een groots fanfareorkest van bazuinspelende engelen, zodat het lijkt, alsof de beroemde zegemars uit de “Aïda” ook voor u wordt afgespeeld op geestelijke wijze. Dan komt u tot de conclusie, dat er geen zegemars is. Dat u eigenlijk de enige kameel bent, die te tonele verschijnt, want dat u alle kansen voor een Lichter bestaan hebt verprutst. Ik weet niet, of u begrijpt, waar ik naar toe wil.  Wanneer verwaarlozing cumulatieve effecten kan hebben en kan voeren uiteindelijk zelfs tot een geestelijke ondergang, dan zou dat ook omgekeerd mogelijk kunnen zijn.

Ik ga weer terug naar mijn ministerie X, waar ook nog een tweede meneer Y zit. In de voorbeelden zijn de Y’s a.h.w. de Jansens van de meetkunde, zoals u weet. Meneer Y zit daar en ziet, dat hij een hele hoop werk heeft, maar hij gaat niet zeggen, dat hij een assistent nodig heeft, maar: “Ik vereenvoudig”. Die vereenvoudiging blijkt doelmatig te zijn. Daardoor heeft meneer Y meer tijd vrij en probeert hij wat meer werk te verrichten. Door dit steeds meer werken wordt het gebied, waarover hij heerst, steeds groter. Hij stijgt dus op de ambtelijke ladder en gelijktijdig vermindert hij de noodzakelijke arbeid, terwijl het resultaat van zijn werk steeds groter wordt. Dan zal die meneer Y wel eens erg onpopulair kunnen worden, aangezien hij werkeloosheid onder de ambtenaren op een verschrikkelijke manier bevordert, maar voor het geheel van de gemeenschap, waarvoor hij administreert, is hij een zegen en voor zichzelf een gelukkig mens. Zet dat over in het geestelijke. ”Nu ja”, zegt u, “ik interesseer mij voor het geestelijke en per slot van rekening, een ogenblik op de dag wil ik er wel aan wijden.” U begint zo ’s avonds 5 minuten na te denken, te mediteren. Je hebt ook nog andere dingen te doen. Dat is heel logisch. Maar wij vergeten niet, dat er een geestelijke inhoud is. Desnoods bidden wij even. Wanneer wij verder komen, ga dan eens een ogenblik na, wat wij eigenlijk deze afgelopen dag gedaan hebben. Daardoor worden wij ons bewust van gemaakte fouten, worden wij ons bewust van krachten, die in ons leven. Het resultaat is, dat wij ons eigen leven, dank zij dit nadenken, doelmatiger gaan indelen. Wij houden dus meer tijd over op het stoffelijk terrein. Een deel ervan zullen wij gebruiken om stoffelijk vooruit te komen. Daarnaast zullen wij ook het geestelijke werk intenser doen worden.

Dan kunnen wij niet zeggen, dat u, wanneer u dit systeem volgt, ongetwijfeld eindigt als de zoveelste vrouwelijke minister van Nederland, of de nieuwste directeur van Philips, enz. Dat is onmogelijk. U zult wel komen tot een afgerond, harmonisch, stoffelijk leven, waarin de grote tegenstellingen niet meer (die) invloed hebben, omdat u ze leert beheersen; door de vereenvoudiging van waarden loopt u niet vast in een doolhof van problemen en gedachten. Verder gaat u ook steeds geestelijk intenser de geestelijke waarden na van uw eigen bestaan. U komt er op een gegeven ogenblik toe om bijna alles, wat u in het leven doet, nevenbij a.h.w. van de meer esoterische kant te beschouwen, u gaat zich realiseren, dat uw eigen werken voortdurend een contact betekent niet alleen voor mensen en met een stoffelijke wereld, maar met invloed, die ook geestelijk werkzaam is. U wordt er zich van bewust, dat uw gedachten voor uw medemensen een grotere betekenis hebben, dan u ooit vroeger had durven vermoeden. Verder bemerkt u, dat u ten bate van uw medemensen veel meer kunt doen dan stoffelijk redelijk mogelijk leek. Zo vergroot u uw geestelijke activiteit, terwijl u gelijktijdig stoffelijk meer en meer harmonisch wordt. U leert meer en meer de eigenaardige slagen van het noodlot, de vreemde verhoudingen, niet alleen voor uzelf te verwerkelijken, maar ook te overwinnen, zodat zij voor u een nuttiger ervaring worden i.p.v. een pijnlijke.

Dan krijgen wij ook hier een reeks. Wij beginnen met enkele minuten per dag. Dat is niet veel. Elk uur heeft 60 minuten. Reken eens uit, hoeveel dat er zijn in 24 uur. Wat is 2 of 3 minuten daarvan? Een onbetekenend deeltje. Maar de invloed ervan is een oorzaak, die op twee gebieden, het stoffelijke en het geestelijke, een eerste resultaat heeft. Een vergroting van inzicht, een vergroting dus ook van geestelijke zelfwerkzaamheid. Daaruit komen steeds weer splitsingen voor. Een steeds groter gebied ontplooit zich voor uw eigen geestelijk weten, uw eigen geestelijk vermogen.  Wanneer dat waar is, dan moeten wij toch eens eventjes ernstig nadenken. Wanneer dit geldt voor een geestelijke Kracht in onszelf, – esoterisch – moet het ook exoterisch bestaan, dus buiten ons. Ik stel, dat ik een onvriendelijke gedachte heb. Een kleine gedachte van een beetje haat, angst, wrevel, enz. Op zichzelf onbelangrijk. Een flits en het is voorbij. Maar die flits heeft daar juffrouw C en daar meneer D geraakt. Die twee hebben toevallig een innerlijke toestand, waardoor de wrevel bij hen doorbreekt, de haat versterkt wordt. Zij bereiken meerdere personen. Op een gegeven ogenblik sta ik in een omgeving, die volkomen geladen is met haat, die vol is van wrevel, op mij weerkaatsend, die oorspronkelijke gedachte maakt van een vliedend ogenblik tot iets, wat dagen, weken, maanden, ja, jaren, misschien zelfs een heel leven kan voortbestaan.

Dat is niet zo leuk. Ik ga nog een eindje verder. Wanneer je een grote spoorwegwagen hebt staan op rails en je drukt er zo met één vinger tegen, krijg je er geen beweging in. Als er nu eens 1.000 mensen met één vinger stevig drukken, dan heb je kans, dat er al beweging inkomt. Zijn er 10.000 mensen, dan is het zeker, dat er beweging inkomt en wel met een behoorlijke snelheid. Vanaf dat ogenblik is er iets in beweging gekomen, wat u niet meer beheersen kunt. Want u kunt zelfs niet met 10.000 vingerdrukken die wagen weer remmen, zonder ernstige schade aan allen, die voor de beweging oorzakelijk waren. Toch is die wagon eigenlijk een soort dood wezen. Zij heeft zelf geen wil, zij heeft zelf geen kracht. Maar hebben wij ook iets, wat ons draagt, zolang wij in de stof zijn? Geen spoorwagen, maar dat is de aarde. Moeder Gea. Deze aarde is voor een enkele gedachte van haat of wrevel absoluut ongevoelig. Voor een miljoen van die gedachten is zij wel gevoelig en brengt dus zichzelf als het ware onder deze druk in beweging. Zij geeft mee om zo voor zichzelf de innerlijke spanningen te compenseren en begint een beweging, waarvan de gevolgen niet meer te overzien zijn. Wanneer wij dat nu heel scherp stellen, dan zou dus één verkeerde gedachte, die op het kritieke ogenblik sterk wordt uitgezonden, aansprakelijk kunnen zijn voor een totale verandering van elke stoffelijke toestand op de wereld. Dan wordt het al ernstiger.

Men kan het ook omkeren. Deze dingen werken twee kanten uit. Eigenlijk een uiting van de rechtvaardigheid. God heeft ons een weegschaal gegeven, ons eigen leven. Goed en kwaad, een balans. Uiting van de volmaaktheid. Licht en duister samenvloeiend tot één wezen. Het ligt maar aan ons, hoe wij een onevenwichtigheid gaan bereiken. Doen wij dat ten goede, dan ligt de evenwichtsverstoring op geestelijk terrein. Zij betekent voor ons een vermogen om verder op te gaan dan normaal is voor ons wezen en ons bewustzijn. Doen wij het negatief, ten kwade, dan is de invloed in de eerste plaats materie. Zij betekent voor ons een grotere stofgebondenheid, maar gelijktijdig ook een grotere impuls in het stoffelijke. Daaruit zou kunnen volgen, dat een ten goede streven, of geestelijk streven, een wegnemen is van pressies op materieel gebied. Neemt u dat voor waar aan, dan kan één gedachte van zelfbeheersing, op het juiste ogenblik, één gedachte van naastenliefde, ondanks alles wat er rond u bestaat of gebeurt wat verkeerd is, vaak betekenen een verandering van een groot gedeelte van de omringende omstandigheden. Op de duur zelfs een vermindering van spanning voor de stoffelijke aarde. Daarmede een aanpassing van deze aarde aan een harmonische toestand, zoals door de mens begeerd is.

U denkt misschien: “Hij kon in het begin het woord niet eens goed zeggen, wat weet hij er eigenlijk van?” Van die grote woorden weet ik ook niet zo veel af. Maar waar ik wel iets van af weet, is van de kleine menselijke dingen. Ik weet er zoveel te meer van af, omdat ik rijkelijk mijn portie van ervaringen heb opgedaan. Ik kan u uit ervaring vertellen, dat bepaalde factoren – geestelijk en stoffelijk – bepalend zijn voor uw verdere loopbaan, ook al beseft u dat niet. Ik zal er een paar opnoemen. Opgewekt blijven, ondanks alles. Opgewekt blijven om de doodeenvoudige reden, omdat opgewekt blijven inhoudt de positieve kant van de dingen zoeken, het goede bevestigen en gelijktijdig het kwade miniseren, uiteindelijk wegdrukken uit je eigen bestaan en daardoor stoffelijk en geestelijk al de werkelijke betekenissen en waarden naar je toe trekken en een positieve stimulans geven voor al, wat er verder tot ontwikkeling komt.

Er is nog een tweede punt. Altijd proberen van binnen meer en sterker te zijn dan van buiten. Begrijpelijk. Uiteindelijk, in het leven, al is het stoffelijke ook nog zo belangrijk, het is vaak niet veel minder of meer dan een marionet, die gehanteerd wordt door krachten, die groter zijn dan dat lichaam zelf. De poppenspeler, geassisteerd waarschijnlijk door de grotere krachten, zou ik de geest kunnen noemen. Wanneer de geest sterk is, zal de pop zijn bewegingen vanzelf goed volvoeren en zullen de gebreken, die de pop zou mogen bezitten, geminiseerd worden door de deskundige behandeling van een manipulator. Maar op het ogenblik, dat ik alle aandacht ga besteden aan die pop, ik haar volmaakt maak van technisch kunnen en ik zet een zwakkeling ernaast, die eigenlijk maar net in staat is om het kruis met die pop omhoog te houden, dan betekent het niets. Dan zeg je: “Wat een zielig miserabel ding is dat”. Wanneer u binnen in u probeert sterk te zijn, hebt u geen reden om dat uiterlijk weer te geven. Het is beter die kracht in jezelf te dragen als een soort innerlijk heiligdom. Daar kun je altijd een beroep op doen, wanneer het noodzakelijk is in de stoffelijke wereld op te treden, en te handelen wanneer het noodzakelijk is, soms om je te beheersen. Met deze kracht kun je gelijktijdig geestelijk stijgen en toch stoffelijk in de wereld je aanpassen.

Ga je daarentegen elke kracht aan de buitenkant leggen, weet je , wat je dan eigenlijk wordt? Een soort leeghoofdige krachtfiguur, die door de gedachten van anderen wordt geleid, omdat hij te dom is om zelf te denken: iemand, die geestelijk wordt meegesleept door een pressie, omdat hij nu eenmaal voor zichzelf nog niet eens de kracht heeft geestelijk op zijn benen te staan. Dat zou jammer zijn. Probeer van binnen altijd iets sterker, iets beter, iets redelijker te zijn dan de buitenkant toont. Mag ik even commentaar leveren voor het geval, dat die ene gedachte zich verder zou ontwikkelen als een fatale vergissing: nu moet je niet zeggen: “Ik ben al niet erg vriendelijk, dan zal ik maar wat onvriendelijker gaan doen, dan heb ik van binnen tenminste meer vriendelijkheid”. Dat is absoluut niet de bedoeling. Wel, dat u probeert van binnen gunstiger over de mensen te denken, dan u uiterlijk normaal laat blijken.

Dan hebben wij nog aan punt. Geef nooit iets op, tenzij je weet, dat het van geen betekenis is. Het is soms zo gemakkelijk iets maar naast je neer te leggen, omdat het problemen met zich brengt, of omdat het je leven te veel overheerst. Maar alles, wat in je leven voorkomt, heeft wel degelijk een doel en een bedoeling. Je komt hier heus niet op aarde – zoals sommigen schijnen te denken – als een soort hondje uit de geest, dat even in het woud van de stoffelijke bomen wordt uitgelaten. M.a.w. een geest incarneert niet op aarde om zijn vuil te spuien, maar om te leren.  De wijze, waarop zij op aarde geplaatst wordt is zodanig, dat zij juist daaruit lering en bewustzijn kan putten. De manier, waarop zij leeft, is volledig aangepast aan haar mogelijkheden tot geestelijke bewustwording. Wanneer die geest zich verder ontwikkelt, zal de stof volgen. Want niet de stof beheerst, maar de geest. Wanneer de geest in staat is over die steeds sterker wordende effecten één ogenblik waar in God te geloven, één ogenblik in zich waarlijk het Licht te ervaren, ook al wordt dat nooit meer gerealiseerd, is daarmee een Kracht geboren, die de mensen het leven verder stuwt, die elke geestelijke mogelijkheid beter doet uitbuiten, die elke stoffelijke gelegenheid doet aanpakken tot verdere bewustwording, tot een juistere uiting van het geestelijke leven en doel. Dan kan één zo een beleving betekenen het verschil tussen de hoogste Geestelijke Sfeer en de laagste. Per slot van rekening, ik weet niet, hoe het u gaat. Maar als je voor dezelfde moeite in de loge kunt zitten i.p.v. op het schellinkje.  Het kost in feite bijna net zoveel moeite om naar geestelijk Licht te streven, dan om te proberen stoffelijk gelukkig te worden zonder geestelijke inhoud. Laten wij onze moeite dan richten op een geestelijk evenwicht. Dan kunnen wij beginnen misschien met zeer kleine dingen, en dan op de duur de kracht in ons voelen groeien, werken, tot het als een vlam uitbreekt en zich verenigt met grote en Goddelijke Licht. Als je daar een ogenblik in opgaat en zo in je hele leven een impuls plukt, dat stoffelijk en geestelijk van belang blijft, tot je eenmaal weer ditzelfde bereikt. Daarom zou je ook moeten zeggen, voor elke mens – en ook voor elke geest – is het noodzakelijk zich steeds voor ogen te houden: rond mij is Licht, rond mij is Kracht. Licht en Kracht zijn vreugde en bewustzijn. Indien ik mij hiervoor openstel, zullen deze mijn deel zijn.

Slechts op die manier kan de mens een begin maken met de weidse vlucht, die ieder van ons – geest of stof – kan nemen op het ogenblik, dat hij leert zich in het kleine – later ook in het grote – steeds sterker in te stellen op de Goddelijke Volmaaktheid die hem omringt. Wanneer je dat zo doet, dan geloof ik, dat ik aarzelend op mijzelf mag wijzen. Niet om op te scheppen, maar ik ben ook maar een beginneling. Ik heb geleerd – dat was mijn eerste overwinning – om de haat te overwinnen en de haat om te zetten in een soms wat scherp sarcasme, dat niet meer kwaad bedoeld was. Nu ben ik al zover, dat ik u een lesje zit te geven.  Je kunt aardig vlug promotie maken; geestelijk en ook stoffelijk. Wanneer ik dit kan doen, ik, die heus niets bijzonders ben geweest; die in mijn leven heus geen intellectueel was, wanneer ik dit heb kunnen doen door eenvoudig te zoeken naar het antwoord op de mogelijkheden van het leven in een Lichtende Kracht, hoe zijn dan de mogelijkheden niet voor u?

Uiteindelijk, ik was misvormd. Dat zijn de meesten onder u toch niet. Ik was armer dan iedereen van u hier aanwezig. Ik heb meer moeilijkheden gehad dan de meesten van jullie zich voor kunnen stellen. En ik heb het toch zo ver gebracht. Zou u, met uw mogelijkheden, u met uw opvoeding, uw begrip, uw geloof, uw zoeken naar het Licht op een wijze, die mij, helaas, niet geopenbaard was in mijn dagen, zou u minder moeten zijn dan ik? Neen, vrienden, wanneer u wilt, kunt u veel meer bereiken dan ik tot nog toe bereiken kon. U kunt veel intenser Goddelijke Kracht ervaren, en u kunt veel beter weten, wat voor troost er gelegen is in de innige band met de wereld van de Lichtende Geest. Om dat te bereiken, hoeft u niet eens veel te doen. Je moet een eenvoudig begin maken met volle wil. Dan zult u veel ervaren wat u toch wel weer even afstoot. U zult plotseling ontdekken dat het moeite kost om te veranderen. Desondanks lukt het jou van binnen sneller, beter dan van buiten. Op de duur bereik je zo de Geestelijke Kracht en het inzicht, die ons stellen voor de laatste stap van het bekrompen “ik” naar de grote oneindigheid van een Volmaaktheid.  Ik ben op het ogenblik druk bezig om vooruit te komen. Als u een hekel aan mij hebt, blijft u dan niet achter, maar probeert u mij voorbij te lopen. Als u mij een leuke jongen vindt, probeert u mij dan bij te houden. Dat is voor ons allen toch wel de prettigste oplossing.

ESOTERISCHE BESCHOUWINGEN

Ik zou graag uw aandacht willen vragen voor enkele esoterische beschouwingen.  Dit zoeken naar de innerlijke weg komt zo vaak in het gedrang onder de veelheid van andere onderwerpen. Het gaat om de weg, die wij zoeken naar onszelf. Je zoekt altijd naar wegen. Je meent misschien, dat je doel in de wereld is gelegen, of ergens in een hemels schone sfeer, die thans nog ver van je is verwijderd. De werkelijkheid is een andere. In jezelf leeft a.h.w. alle Licht en alle Kracht. In u ligt de enige ware weg tot bewustwording, tot realisatie van het Goddelijke. Het is vandaar, dat ik wil trachten een kort ogenblik uw aandacht te richten op punten, die toch zo belangrijk zijn daarbij. De wereld is een geheel. De mens kan zichzelf niet zien als afgezonderd uit de massa, een individu, dat staat buiten alles, wat de wereld en de mensheid betreft. Of wij willen of niet, wij zijn als mens en als geest gebonden aan de grote eenheid, waaruit wij zijn voortgekomen. Wij kunnen nooit uit de uiterlijke vorm en wereld ontsnappen. Zo komen wij dan tot de werkelijke weg, die voor ons betekent: een aanpassen van het “ik”, en aan onze bron, de kleinere wereld, waaruit wij voortkomen, en aan de Goddelijke Kracht, die ons leven is en die ons in stand houdt. Daartoe is het noodzakelijk, dat wij leren ons eigen wezen te begrijpen. Wanneer ik spreek over dit “begrijpen”, wil ik gaarne dit trachten te doen in de eerste plaats vanuit een stoffelijk standpunt.

Je bent – of je wilt of niet – een wezen, dat beheerst wordt door impulsen. Je wordt geregeerd door het toeval. Je weet soms niet eens, waar je werkelijk naar hongert, waar je werkelijk naar streeft. Toch liggen de oorzaken hiervan grotendeels in uzelf. Men kan niet verwachten, dat de wereld van buitenaf u maakt tot geestelijk Licht. Dat de wereld van buitenaf, u vormt tot een bewust deel van de Volmaaktheid. Integendeel! Het is aan u om te begrijpen, wat u bent in de wereld. Dan voel ik mij genoodzaakt alweer een beeld te gebruiken, dat u zult herkennen.  Wanneer uit vele bronnen beken ontspringen en zich samen voegen tot één grote rivier, dan wordt er vaak wat steen, wat gruis meegevoerd, dat afgeslepen wordt door deze voortdurende wrijving, dit voortdurend wervelen. Wanneer u de platte en afgeronde stukjes steen ziet, die op de duinpaden worden gestrooid, dan valt het moeilijk je voor te stellen, dat het eens vreemde, brokkelige stukjes waren, waar iemand de handen aan open had kunnen halen. Scherp misschien als een mes, onregelmatig van vorm, hoekig; kortom, het beeld van de onvolmaakte mens. Ook wij worden meegevoerd door een stroom. De stroom van de tijd. Ook deze tijd dwingt ons, steeds weer, kleine dingen prijs te geven; ons te wijzigen. Zij past zich althans enigszins aan. Maar kan men met zo een rond geslepen blokje nu meer doen dan het bewonderen? Zeker, men kan het in cement gieten. Dan krijgen wij een onregelmatige muur vol van grote stukken steen, die zelfs dan nog in de vorm gehouwen moeten worden.

Wat is noodzakelijk? Een steen die vast omlijnd is, die kwaliteiten en eigenschappen heeft, a.h.w. van een kristal? Zo moeten wij zijn.  Wij behoren te zijn in ons leven: gekristalliseerd Goddelijk Licht, aangepast aan de omgeving, waarin dit kristal door de wil wordt geopenbaard. Wij moeten die onbehouwenheid van ons afleggen. Dat kunnen wij nooit, wanneer wij voortdurend maar blijven vastkleven aan alles, wat rond ons is. In ons liggen de wetten, die de bouw van het kristal mogelijk maken. In ons is de Kracht, die ons eens in de ware vormgeving zal stellen, volledig passend in het grote geheel van de Schepping. Het is deze Kracht, die wij moeten zoeken te activeren. Die Kracht openbaart zich aan ons op velerlei wijzen. Natuurlijk in het geweten, maar dat is zo een moeilijke zaak. Wij kunnen zeggen, het openbaart zich in de Wetten, waaraan wij moeten gehoorzamen. Maar ook deze Wetten staan soms zo ver af. Maar er is één ding, dat zeker ook behoort tot deze ons drijvende Krachten, deze kristallisatiemogelijkheid in ons. Dat is onze neiging, die wij kunnen beschouwen als een neiging “ten goede”. In ons bestaat altijd een zoeken naar werkelijkheid, een verlangen naar volmaakt- heid, naar vrede, naar sfeer. Het is juist hiermee, dat wij werkzaam moeten zijn. Dit verlangen in ons is a.h.w. de richtlijn. Dit verlangen geeft aan, hoe de volmaaktheid zich eens moet realiseren.

Wij moeten dan ook luisteren naar die innerlijke stem die ons een ideaal tekent van ons eigen wezen. Niet omgeven door stoffelijke begeerten, maar zijnde iets, dat staat door alle eeuwen heen; goed, krachtig, lichtend misschien, uiting gevend aan één bepaald aspect van de Goddelijke Schepping. Het zoeken hiernaar is een van de eerste wegen tot zelfkennis. Die zelfkennis is noodzakelijk. Want wanneer een kristal zich vormt, dan kan men zeggen dat in de lijnen, de innerlijke structuur en spanning van het kristal, de geaardheid van de stof volledig wordt uitgedrukt. Zo kan van de mens gezegd worden, die het ideaal a.h.w. ziet als verwerkelijkende Kracht, prijsgevende alle bijkomstigheden, die toch zo onbelangrijk zijn.

Dat maakt zichzelf tot een deel van het Ware Zijn, van de Scheppende Kracht, die ook de mens heeft geschapen, niet als een alomvattend wezen, maar als een wezen met een zeer bepaalde functie en taak, a.h.w. met een zeer aparte weg temidden van de kosmos. Een mens die in zich het bewustzijn kan dragen van alle dingen, in zich het weten kan dragen van het totaal van de kosmos, maar die gelijktijdig niet veel meer blijft dan een bouwsteen van de Volmaakte Schepping. Er zijn voor ons vele wegen om te komen tot een kennis van het “ik”, te komen tot een bewustzijn, dat ons verheft boven dit alledaagse, dat ons steeds weer kwelt. Die wegen zijn gedeeltelijk afhankelijk van onze eigen wijze van leven en aanvaarding, maar het doel blijft hetzelfde. De middelen zijn vele, doch de weg is één. De weg van de volmaaktheid is: het jezelf aanpassen aan het volmaakte, dat jou heeft voortgebracht. Passend in het volledig weerkaatsende beeld, dat deze Volmaaktheid van zichzelf heeft opgericht.

Vrienden, dan wordt ons duidelijk, dat juist deze innerlijke structuur van de mens zijn enige mogelijkheid is om met dit Grote in onmiddellijk contact te komen. Een kristal, dat volledig zuiver gekristalliseerd is, dat dus een vast vorm heeft, is a.h.w. één in klank en wezen met alle andere kristallen. Zo kan het Wezen van al deze kristallen dan in dit ene kristal worden geopenbaard. In een volmaakt mens kan het werkelijke doel van alle menselijke Zijn, de ontplooiing van alle tijd, waarin de mens bestaat, worden weergegeven. Krachten schoon en zuiver, zonder enige verwording. De Kracht, die leeft in de mensheid, leeft ook in de mens. De mens, die boven zichzelf uitreikt, kan de krachten van de mensheid als geheel tijdloos en eeuwig plotseling binnen zich kennen en eeuwig met zich mee dragen. De mens, die zelfs verder stijgt dan dit, kan vanuit het menselijke voor het eerst opkijken naar het Grotere, waarvan de mensheid deel uitmaakt. Daarom is het, wanneer je leeft in de stof, goed om te leven als een stoffelijk mens. Dit is je taak, dit is je weg, dit is je mogelijkheid. Het is ook goed in dit menselijke te trachten het geheel van de mensheid te begrijpen, door te dringen achter de schermen van usances en gebaren, door te dringen achter het scherm van vreemd verdrongen begeerten en misvormde gedachten. Wie vanuit zijn eigen kleine wezen kan komen tot een bereiking van het hogere, kan vanuit dit hogere de Allerhoogste erkennen. Als gewoon doorsnee mens is dit onmogelijk. Daarom, leef als mens, tracht niet te streven naar het bovenmenselijke, maar tracht in uzelf het volmaakt menselijke te ontdekken. Het menselijke, dat beantwoordt aan de droom, die u is ingegeven, aan het geestelijk weten, dat uw leven beweegt en drijft. Tracht te erkennen, wat u bent als mens. Te volvoeren uw werkelijke wil en uw werkelijk doel als mens. Dit is de weg tot het kennen van het “ik” en zo de poort tot groter bewustwording.

  • Er werd gesteld, dat de uitbreiding van Licht, vermindering van duister ten gevolge heeft. De Wet van evenwicht zegt, dat een uitbreiding naar één zijde een gelijke uitbreiding aan de andere zijde ten gevolg heeft. Is hier geen tegenspraak?

Evenwicht is een kwestie van kosmische waarden in persoonlijk ervaren. Het maakt de uitdrukking van het Al op kenbare wijze mogelijk. Hieruit volgt, dat gezien het besloten Al, uitbreiding van Licht niet feitelijk kan zijn, indien wij aannemen, dat “Licht” een afzonderlijke waarde is. Ik geef u het voorbeeld van een kat. Indien zij hetzelfde volle licht kan verdragen als de mens, en daarbij even scherp kan zien – gesteld, niet volledig waar – doch gelijktijdig door bijzondere constructie van het oog ook reeds dáár kan zien, waar voor de mens duisternis lijkt te heersen, dan is voor de kat het gebied, “licht” aanmerkelijk groter dan voor de mens; het gebied “duister” echter is aanmerkelijk kleiner. Eigen instelling veroorzaakt hier dus in de gekende verhouding een aanmerkelijk verschil, zonder dat een feitelijke verandering nodig is.

  • Bij een bloedtransfusie zou met het bloed een deel van de eigenschappen van de donor in de ontvanger overgaan. Bij meermalige transfusies zou dus de eigen persoonlijkheid geheel kunnen worden verdrongen?  

Bloed is drager van verschillende prikkelstoffen, die het organische evenwicht binnen het lichaam bepalen. Evenwichtigheid van de organen en de wijze, waarop het evenwicht bestaat, bepalen de lichamelijke karaktereigenschappen. Dit heeft tevens invloed op gemiddeld humeur, reactie op de wereld e.d. Dit zijn echter zuiver stoffelijke factoren. Wanneer de donor bloed geeft kunnen inkomende prikkelstoffen bij de ontvanger een correctie veroorzaken van interne secreties. Deze correctie hoeft niet blijvend te zijn. Toch is dit onder omstandigheden mogelijk. Zelfs in het laatste geval wordt hiermede slechts het stoffelijke karakter gewijzigd, doch niet de geestelijke inhoud. Voor de bewustwording is het dan ook niet schadelijk. Verder kan worden opgemerkt, indien de invloeden niet te zeer strijdig zijn met eigen intern evenwicht, dat de invloed van de gever slechts gedurende beperkte tijd kenbaar is in het lichaam van de ontvanger. Dit staat i.v.m. de periode, die nodig is om nieuw vervangend bloed binnen het lichaam van de ontvanger te origineren. Bij hoeveelheden tot een liter, een verloop van vier maanden. Bij grotere, of gehele transfusie, tot 3 jaar, nooit langer. Daarna is de mens weer zichzelf; slechts permanent geworden wijzigingen van de interne secreties kunnen daarna nog voortbestaan. Conclusie: geen werkelijk geestelijke schade. Wel wijziging van gewoonten, gedrag en karaktereigenschappen, veranderingen in begeerte- en drangleven zijn mogelijk.

  • Wanneer iemand ons heeft mishaagd, kunnen wij dit vergeven. Hebben wij dit vergeten ook in eigen hand?

Vergeten hebben wij in eigen hand vanaf het ogenblik, dat wij het stoffelijk voertuig achterlaten. Elk mishagen en ongenoegen wordt stoffelijk echter in het onderbewustzijn vastgelegd. Zo de herinnering niet op de voorgrond treedt, zal zij toch mede actie en reactie blijven bepalen. Wij kunnen dus vergeven; wanneer echter het feit een grote indruk op ons heeft gemaakt, komt dit als referentie-factor steeds weer naar voren, bij gelijksoortige, of slechts zeer gedeeltelijk gelijke omstandigheden. Wij vergeten dus niet, doch – vergeven hebbende – mogen wij slechts de ervaring gebruiken om onze houding beter te bepalen, zonder daarbij onze houding tegenover persoon of groep, die de herinnering veroorzaakten, in ons het gedrag het herinnerde tot uiting te laten komen. Pas bij een verandering in de hersenen – door shock of dood – is een werkelijk vergeten mogelijk. Tot zolang blijft het gebeurde een actieve factor in eigen leven en beleven.

  •  Ik las, dat Jezus door de islamieten als profeet wordt aanvaard. Kunt u dit  toelichten?

 Mohammed heeft in verschillende lezingen er uitdrukkelijk op gewezen, dat Jezus behoort tot de profeten. De grote profeet is voor hem Mozes, Jezus is een navolger a.h.w. van Mozes, wiens leer ook zeker niet verworpen mag worden. Men kan dit laatste vinden in enkele soera’s van de koran, ook in andere geschriften kan men het vinden. De weerstand bij de islam tegen het christendom is dan ook niet, dat men Jezus ziet als een profeet of leraar, maar dat men Jezus vergoddelijkt en ziet als de enige leraar. De islam stelt, dat de grootste en dus ware profeet is geweest Mohammed.

  • Waarom worden in de vrijmetselaarsloges geen vrouwen toegelaten? Is dit niet in  strijd met hun hoge beginselen?

 Ik geloof het niet. Wanneer men wil komen tot bespiegeling en concentratie zal men zoveel mogelijk alle uiterlijke omstandigheden, die deze concentratie kunnen verstoren of verhinderen, trachten te verwijderen. Er bestaat een zeer groot verschil, zowel lichamelijk als psychisch, tussen man en vrouw. Het resultaat is, dat de denkwijze van een man voor de vrouw in veel gevallen niet te volgen of te benaderen is. Terwijl ook omgekeerd de moeilijkheid tot begrip heel vaak aanwezig is. Ik geloof niet, dat een onder u zal verklaren, dat een vrouw een man volledig kan volgen in zijn denken, of omgekeerd. Dat ligt o.a. in het verschil, bij de man met zijn poging tot logische opbouw, bij de vrouw echter met haar intuïtief voortgaan, waarbij de vrouw van punt tot punt springt en helaas ook wel eens van de hak op de tak… Dit houdt niet in, dat de vrouw minder zou kunnen bereiken dan de man. Het houdt wel in, dat haar wijze van bereiken een geheel andere is.

Dit impliceert, dat een gemengde loge een rem betekent van beide factoren, daar voor de vrouw het niet mogelijk is het mannelijk denken te volgen, maar wel een deel van de energie moet besteden voor het begrijpen van dit mannelijk denken, terwijl omgekeerd de man zal worden gehinderd door de schijnbare alogica van de vrouw en, geprikkeld hierdoor, ook zijn eigen mogelijkheden geringer ziet worden. Ik spreek nu nog niet eens over de lichamelijke verschillen, die in sommige gevallen ook onrust in de harten kunnen stoken en als zodanig door zuiver stoffelijke factoren het geestelijke tijdelijk op de achtergrond kunnen doen treden. Op grond hiervan zal u dus duidelijk zijn, dat er o.i. geen bezwaar mag bestaan tegen aparte vrouwenloges, of de aparte mannenloge, dat dus binnen één vrijmetselaarsgenootschap beide soorten toelaatbaar en zelfs te bevorderen zouden zijn. Maar dat een gemengde loge te grote bezwaren met zich mee zou brengen. Hetzelfde lijkt mij ook omtrent het toelaten van broeders, die een bepaalde graad bereikt hebben in vrouwenloges, terwijl omgekeerd deze rechten niet volledig gelijk bestaan. Ik meen, dat ook hier bezwaren geopperd kunnen worden, omdat zelfs met het bereiken van een hogere graad nog niet altijd de mogelijkheid is geschapen om volledig in te dringen in het ware wezen van de vrouw en zo ook haar denken volledig te beseffen. Daarnaast zou een zo nu en dan samengaan bij sommige gelegenheden van mannelijke en vrouwelijke loges ongetwijfeld aardig zijn. Maar het aspect is dan meer sociaal dan geestelijk te zien.

  • Bestaan er nog specifieke verschillen tussen man en vrouw na de dood?

Zoals dat stoffelijk bestaat niet. Maar de ontwikkelingsgang van de man is een andere dan van de vrouw. Deze verschillen blijven nog enige tijd kenbaar. Zij verbleken langzaam tot op de duur het volledig bewustzijn van de oorspronkelijke sfeer en geestelijke waarde gewonnen is. Vanaf dat ogenblik bestaat er geen verschil meer, daar men dan beschikt over zijn totale herinneringsvermogen.

  • Onze Orde ziet geen bezwaar in gemengde loge’s?

Geen bezwaar, omdat de wijze, waarop deze Orde werkt een andere is. Ik mag hier misschien even teruggrijpen naar het verleden. Wij hebben een poging gedaan een groep voor mannen te stichten en de bedoeling, die wij toen hadden dit ook voor vrouwen te doen, stuk moest lopen op het feit, dat de heren enkel wilden komen wanneer vrouwlief het goed vond, die wilden dan graag mee, terwijl omgekeerd ook soms dames het prettiger vonden met hun echtgenoot samen te gaan. Wij zijn gebonden aan de mogelijkheden, die ons geboden worden. Dit betekent dus, dat wij zeker op deze avonden, zeker niet onder optimale condities werken. Wij werken binnen de mogelijkheid, die ons gegeven wordt; wanneer ik mag wijzen op de samenstelling van het publiek, zal het u duidelijk zijn, dat wij toch grotendeels de aandacht van de vrouw trekken, met daarnaast in geringere mate die van de man.

Wanneer wij nu die man helemaal buiten sluiten, komen wij voor grote moeilijkheden. Organisatorisch gezien is veelal de wijze van handelen van de man zakelijker en te verkiezen boven die van de vrouw. Wij zouden dus een mannelijk bestuur moeten stichten voor een vrouwenvereniging, wat ook weer bezwaren met zich mee zou brengen. Daarnaast zouden wij dan twee avonden moeten geven, – terwijl nu een avond voor beide seksen wordt gegeven – zouden wij gelijke mogelijkheden willen scheppen. Ik wil dan niet spreken over de wrijving, die tussen de mannelijke en vrouwelijke seksen zouden kunnen ontstaan. Het feit, dat wij dus te klein zijn om deze mogelijkheid te hebben, houdt echter niet in, dat wij – indien wij groepen zouden willen en kunnen stichten, die groot genoeg daarvoor zouden zijn – niet een soort dergelijke indeling voor onze eigen cursussen e.d. in zouden voeren.

  • Ofschoon de opbouw van uw betogen steeds strikt logisch is, zijn de vrouwen er  toch bijzonder ontvankelijk voor.

 Omdat de logica, die voor de man wordt gebracht, zich steeds baseert op de gevoels- en begripswaarden van de vrouw. Waar de man onze logische argumenten met interesse volgt en tracht zijn eigen conclusies met de onze te vergelijken, de vrouw reeds de conclusie heeft getrokken, wanneer wij de eerste drie woorden hebben gezegd en deze dan herziet naarmate onze argumentatie verder gaat.

  • Heeft de mens meer te lijden van ziekten en kwalen dan het zoogdier in het algemeen?

In de eerste plaats leeft het doorsnee-zoogdier in een natuurlijke omgeving, waarbij het van geslacht op geslacht aangepast is aan de condities die het in de natuur ontmoet. De mens daarentegen schept zich zelf kunstmatige levenscondities en een kunstmatig klimaat, terwijl ook de indeling van rust en werkperioden kunstmatig wordt genoemd. Dit houdt voor de mens in, een verwijdering van de natuur, waarbij natuurlijke condities strijdig kunnen zijn met conditionering door gewoontevorming en dus met de structuur van het menselijk lichaam.  Ten tweede heeft de mens als gave boven het dier de mogelijkheid tot intens en verstandelijk doordenken. Hierdoor is de mens sterker vatbaar voor geestesschokken, geestesziekten, psychosen, neurosen, e.d. Deze geestelijke waarden betekenen dan vaak een aantasting van het menselijk weerstandsvermogen, daardoor het optreden van lichamelijke ziekten. Dit komt bij een zoogdier, dat de menselijke gedachtegang niet kent, in mindere mate of geheel niet voor. Hierbij wil ik onder uw aandacht brengen, dat mensen, die gerekend worden onder de dommen, de eenvoudigen, de zwakken van geest, veelal sterker zijn en minder ziekten door zullen maken dan z.g. intellectuele typen. Ook bij het zoogdier mens is dus een dergelijk onderscheid te maken.

  • Ik las: het feit, dat de islam slechts één God en één profeet erkent, maakt dit geloof enigszins agressief. Ik zie geen verband. Wilt u dit duidelijk maken?

Naarmate er meer Goden worden gekend, is er in het geloof meer plaats voor het aanvaarden van andere Goden. Naarmate men komt tot beperking van het aantal Goden, en scherper omschrijven van de leer, zal het moeilijker worden, het geloof van anderen te begrijpen, te aanvaarden, of als gelijkwaardig te zien. Hierdoor wordt men gedreven de eigen heilsleer, die volgens begrip de enige goede is aan anderen te schenken. Indien dit schenken niet vlot genoeg gaat, dringt men de leer aan anderen op om, en zo hun lichaam daarbij al ten onder gaat, tenminste hun ziel te redden. Dit laatste wordt gebruikt in enkele van de heilige oorlogen, die door de islamieten werden gevoerd, doch ook door christenen in hun oorlogen tegen heidenen en bij de inquisitie.

  • Kan een ego rechtstreeks uit de duistere sferen belichaamd worden, of volgt wetmatig bij hen, die tot het rechte pad behoren, daarna eerst een overgang tot lichtere werelden? Kan hier sprake zijn van geestelijk leed?

Overgang van duister tot lichte sfeer is soms niet mogelijk, daar het gevangen zijn in eigen denken het onmogelijk maakt grotere of hogere werelden te aanvaarden. De normen, die voor het “Ik” nog aanvaardbaar zijn, blijken vaak van stoffelijke geaardheid. Nadat men inziet gevangen te zijn in eigen waan, komt men dan ook wel tot verblijf in een schaduwland, waarin geen realisatie van werkelijk Licht mogelijk is. Ofschoon men het bestaan ervan soms wel erkent. Indien deze aanvaarding te moeilijk is, zal het noodzakelijk zijn eerst te reïncarneren.  Uit alle sferen is een reïncarnatie mogelijk, zodra voldoende harmonie tussen eigen wezen en stoffelijke wereld aanwezig is, met een gelijktijdig verwerpen van eigen huidige, geestelijke toestand en sfeer. Ook uit het duister kan een onmiddellijke reïncarnatie plaats vinden. Gebruikelijk is echter het voordien enige tijd vertoeven in een wereld zonder Licht of duister, waar eigen leven en denken nogmaals wordt beschouwd. Het gaan van sfeer tot sfeer betekent een uitbreiding van bewustzijn, daardoor het kennen van meer in de omringende wereld, en zo een vergroting van eigen beleven. Scheiding tussen Licht en duister is niet te baseren op tijd of plaats, doch is slechts een weergave van de beleving van het Zijn. Een Lichte geest kan zich in de meest duistere sfeer bewegen, zonder daarbij eigen sfeer te verlaten. Een duistere geest kan zich bewegen in de hoogste sfeer zonder enige verandering van eigen wereld te bemerken.

  • Bij reïncarnatie kan de geest vlug of trager incarneren. Ligt dit aan het overwegen van eigen leven? Of kan het voordien?

Voorbeeld: Je valt in het duister in water, weet niet wat het is, doch je ervaart het als onaangenaam. Uw eerste reactie is trachten hieraan te ontkomen. U kunt zonder begrip uitgeput in de modder blijven liggen, een kademuur vinden, die u niet beklimmen kunt. Slechts door toeval kunt u een trap vinden, langs welke u weer de straat bereiken kan. De geest uit het duister, in haar bewustzijn beperkt door angst of begeerte, begrijpt of aanvaardt een groot gedeelte van haar wereld niet. Alles buiten haar is niet harmonisch met haar wezen. Zolang zij zich hiertegen verzet door – zie voorbeeld – te zeggen: het water heeft geen recht hier te zijn, blijft zij in het water. Wanneer zij zegt: ik moet mij verplaatsen en van toestand veranderen, zoekt zij. Hierin ligt de mogelijkheid om aan eigen beperkingen te ontkomen. Om vanuit het water tot op de straat te komen, moet je eerste de afstand ertussen overbruggen. Dit betekent een overgangsperiode, waarin het bewustzijn wordt gericht op de mogelijkheid van reïncarnatie en de weg zoekt naar de wereld. Hierbij hoeft de geest zich niet van de Lichte wereld bewust te zijn, of van de oorzaak van haar val. De enige noodzaak is: een begeerte tot reïncarnatie. Dit brengt haar in contact met andere, bewustere geesten. Dezen tonen de oorzaak van eigen val en bieden hulp om door ervaring deze oorzaak teniet te doen.  De periode tot de reïncarnatie voor hen die in het duister leven is tenminste 1200 jaar; vanuit de diepste duister plus minus 20.000 jaar. Zij, die aan het duister gebonden zijn, is de periode onbeperkt; bovenste sferen van het duister 190 tot 280 jaar. Dit laatste geldt dus voor schaduwland. Voor Lichtere sferen acht tot tien jaar; voor de hogere geest, onder de gunstigste omstandigheden, tussen dood en hernieuwde in-bezit-name van een wordend lichaam: drie uur. Dit is alleen mogelijk door bijstand van anderen.

  • Vindt u niet, dat het humanisme uw levensleer ook vertolkt?

Ongetwijfeld. Daarnaast de levensleer van praktisch elk ten goede gericht geloof. Dit echter met de beperking, dat hieraan geen geestelijke grondslag wordt gegeven. Het humanisme beoefent zijn “waardig-mens-zijn” ten behoeve van het mensdom terwille van het mens-zijn. M.a.w. bij humanisme is het niet noodzakelijk bovennatuurlijke drijfveren te aanvaarden, noch is het noodzakelijk bij de humanist een geestelijk streven te veronderstellen. Het is in het humanisme slechts noodzakelijk, dat men beantwoordt aan de voorstelling van een goed mens. Eerst dan zal men in de ware zin des woords humanist genoemd kunnen worden.

  • Persoonlijke basis?

Voor mijzelf ben ik daarvoor het bewijs; voor u echter is dit niet zeker. Dat moet u maar aannemen. Het derde en vierde geslacht? Er zijn er bij ons, die al 80 en meer geslachten op aarde voorbij hebben zien gaan, maar nog steeds leven in hun sfeer en voor ons kenbaar zijn als een persoonlijkheid. Voor mij is dan ook geen beperking van het persoonlijk voortbestaan denkbaar, zij het door een uit eigen wil verwerpen van de beperkte persoonlijkheid, om daardoor op te gaan in het totaal van het Goddelijke. Naar mijn mening blijft ook daar nog een deel van de persoonlijkheid behouden, niet meer als een beperking met eigenschappen, doch als een functie van het grote geheel. U stelt. Ik geef mijn ervaring. Vergelijk ze met elkaar. Eén ding is echter zeker: wij kunnen nooit geheel teloor gaan, al is het slechts door de oorzakelijkheid, die wij voor anderen betekenen.

  • Acht u aanzitten met kruis en bord aanbevelenswaardig?

Kruis en bord is een wijze van werken, waarbij onder meer suggestie een zeer grote invloed geeft. Ook het onderbewustzijn kan sterk tot uiting komen. Bij het experimenteren met kruis en bord zou niemand in staat moeten zijn te zien, welke letters worden aangetikt, behalve de schrijver. M.i. zou dit het best kunnen worden bereikt door het op een bord aanbrengen van onderling verwisselbare elektrische contacten, die lichtjes doen opvlammen achter lettertekens bij de zich op afstand bevindende schrijver. Zo kan niemand van de aanzittenden weten, wat wordt doorgegeven voor de boodschap geheel voleind is. Maar dat gebeurt niet, de suggestie heeft een zeer grote invloed. De ernstige wil hoeft nog geen belemmering te zijn om ernstig een zeker antwoord te begeren, of een ernstige poging om contact te krijgen met zekere geesten. Kruis en bord is een instrument, waar onder omstandigheden grote en goede resultaten mee kunnen worden behaald. Maar waarvan, uitzonderingen daar gelaten, over het algemeen gezegd moet worden, dat het met grote voorzichtigheid gehanteerd moet worden en zeker niet beschouwd moet worden als een onfeilbaar middel om bv. de wil van de geest te weten te komen.

  • Als de deelnemers geblinddoekt zouden zijn?

Dan zou het alleen dienstig zijn, indien het bord word geplaatst, nadat de deelnemers geblinddoekt zijn, zodat zij niet op de hoogte zijn van de positie van de letters. Slechts zo krijgen wij een volkomen willekeurige beweging van het kruis en is een onwillekeurige beïnvloeding, zelfs door reactie op tast, bij de te ontvangen boodschap uitgesloten.

  • Dan blijft nog de suggestie bestaan.

Suggestie langs telepathische weg, waarbij het eigen denkbeeld wordt uitgedrukt, wordt ook inderdaad zo niet helemaal uitgeschakeld. Maar de suggestieve werkingen van bepaalde woorden uit een van de aanzittenden voortgekomen, als reactie op bepaalde letters, is nu uitgeschakeld. Het aanstippen van letters kan n.l. geschieden door onbewuste invloed van een van de aanzittenden, of voortvloeien uit vermoeidheidsverschijnselen. Door genoemde maatregel wordt het bereikte resultaat in ieder geval veel betrouwbaarder.

  • En bij een planchette?

Bij een planchette kan het gelijke worden gesteld; indien met planchette geblinddoekt wordt geschreven, is de betrouwbaarheid groter dan wanneer men zelf het geschrevene meeleest. Werkelijke beheersing hiervan is afhankelijk van de instelling bij degene, die het instrument hanteert. Als zodanig kan worden gezegd, als iemand in semi-trance, of iemand, die tijdens het schrijven zijn aandacht op iets anders richt, – er zijn schrijvers, die tijdens het experiment een boek lezen of een gesprek voeren – wordt het resultaat eveneens veel betrouwbaarder. Toch kunnen ook dan onderbewuste invloeden niet helemaal worden uitgeschakeld.

  • Rekent u dit tot het spiritualisme?

Neen, dit reken ik tot het spiritisme. De wijze, waarop de boodschappen worden verwerkt, kan onder omstandigheden spiritualistisch zijn. De boodschap zelf blijft echter een spiritistisch verschijnsel.