De achtergronden van het Christendom

8 april 1974

De gastspreker van vanavond is een dominee. Overigens behoeft u niet bezorgd te zijn of bang; de man is een typische figuur geweest. Hij heeft geleefd rond 1890 – ik meen, dat hij in 1893 is overgegaan – en heeft zich beziggehouden met wat hij noemt “het geheime christendom.” Daar zitten verschillende aspecten aan vast die niet algemeen bekend zijn en deze hebben wel degelijk betrekking op de innerlijke mens, de krachten van de mens, wat is het Koninkrijk, enz. Hij is overigens uit de kerk gestuurd. Misschien dat hij het daaraan te danken heeft dat hij nu in het licht is. Voor mij is het een beetje moeilijk, omdat ik een inleiding moet gaan houden over de achtergronden van het christendom.

Wanneer wij ons bezighouden met Jezus, de leraar en Jezus de leer, de weg, dan zitten wij vast aan een kerkelijke visie. We zitten vast in allerlei geschreven woorden die voor iedereen bestemd zijn. Maar diezelfde Jezus doet heel veel dingen waarvan je je afvraagt: hoe speelt hij het klaar? Hij reinigt melaatsen, hij beheerst het weer (het meer van Tiberias), hij voorspelt, hij wekt doden tot leven op enz.

Een belangrijk punt hierbij is, dat hij zich voortdurend alleen of met zijn leerlingen terugtrekt in de woestijn. En dat is een punt waar weinig over bekend is – officieel – maar wat weleens essentieel zou kunnen zijn voor die achtergronden van het christendom. Voor datgene wat er aan magische en esoterische krachten leeft achter de uiterlijke leer.

Van Jezus wordt verteld, dat hij ook bepaalde riten volbracht met zijn leerlingen in de woestijn. Hij zou hierbij o.a. bepaalde woorden in vier richtingen – de windrichtingen – hebben geroepen. Hij zou een reeks incantaties en invocaties hebben uitgesproken en hij zou bepaalde krachten hebben overgedragen.

Nu ben ik zelf geen expert op dit terrein, maar wanneer men mij vertelt, dat tijdens die bijeenkomst in de woestijn verschijnselen optraden die doen denken aan hetgeen over het Pinksterfeest wordt verteld, dan beginnen toch ergens mijn geestelijke oren te klapperen. Dan is kennelijk die heilige geest geen Pinksterverschijnsel, maar zou je eerder kunnen zeggen: Pinksteren is de herbeleving van iets, wat in de tijd van Jezus’ leven al bestond.

Verder horen wij dat Jezus bepaalde groepen had en dan wordt er gesproken over de twaalf – de leerlingen – die wij ook in de evangeliën aantreffen. Daarnaast over de veertig en over de zeventig. Het is niet helemaal uitgemaakt of bij die veertig b.v. de twaalf meegerekend waren en in de zeventig ook de veertig zijn opgenomen, maar het schijnt zo te zijn, dat er hier sprake is van verschillende groepen. De samenstelling van die groepen schijnt ook nogal afwijkend geweest te zijn. Van de leerlingen weten wij ongeveer wie ze zijn geweest. Het zijn over het algemeen goede middenstanders geweest, een enkeling was rijk en van adel t.w. Judas Iscarioth, die zijn rijkdom kennelijk tot het laatste toe trouw is gebleven en daarnaast allemaal handwerkers, maar toch van een redelijke stand. Simon Petrus b.v. was niet alleen maar een eenvoudige visser, zoals men zegt, want hij had met zijn broer samen een aantal boten. Hij was dus eigenlijk een soort redertje. Hij had een grote vishandel en grossierde in vis. Hij bracht die zelfs onder omstandigheden naar Jeruzalem. En dat klinkt heel anders dan een eenvoudige visserman en zo zou je kunnen doorgaan.

De veertig onderscheiden zich doordat er mensen bij zitten, die geen jood zijn. Onder de veertig zouden enkele Grieken geweest zijn, daarnaast een paar Romeinen. Wat daar geleerd werd, was kennelijk van een andere geaardheid dan het toch sterk Judaïsche christendom. De zeventig schijnen voor het merendeel joods te zijn geweest en wat hier werd geleerd komt neer op een systeem van innerlijk schouwen plus een systeem van beheersing van bepaalde krachten.

Nu heb ik dat allemaal gehoord van onze gast van vanavond. Maar wat mij erg intrigeerde was: waarom deed Jezus – volgens deze groeperingen althans – aan magie? Wat is de kern hiervan en wat is het beschouwelijke systeem waarover wordt gesproken? Om dat na te gaan kun je in de sferen hier en daar bepaalde gegevens terugvinden en ook personen. Wat ik u hier voorleg is een kwestie van persoonlijk onderzoek geweest en het grootste gedeelte heb ik van horen zeggen, een klein gedeelte is historisch geverifieerd.

Een mens draagt in zich een kracht, die verder reikt dan zijn eigen lichaam. Dat weten wij allemaal. Een mens heeft een aura, een mens kan gedachten uitstralen, een mens kan krachten uitstralen, dat is dus te begrijpen. Door deze grotere persoonlijkheid in het midden waarvan – volgens deze leer – de mens zelf zich bevindt, werkt een kracht, die wij de kracht van God, of die wij de kracht van het Licht kunnen noemen. Jezus bedoelde kennelijk deze uitstraling toen hij sprak over “Het Koninkrijk Gods in u.” Het was dus niet iets wat in de mens alleen was, het was een actieve factor van de uitstraling van die mens. Waar die mens aanwezig was, daar bracht hij deze Goddelijke kracht, dit Licht, tot uiting. En het is heel waarschijnlijk dat wij de bede, die wij in het Onze Vader terugvinden: “Uw Koninkrijk kome, in de hemel zowel als op aarde,” dat dit een aanduiding is voor het feit dat die kracht zichzelf kan manifesteren. En dat op het ogenblik dat die kracht zich manifesteert, God onmiddellijk aanwezig is op deze wereld, tussen de mensen.

Dat maakt dan ook weer begrijpelijk, waarom Jezus de mensen vertelt, dat hij op een gegeven moment God is. Hij zegt niet: ik ben God, maar hij zegt: “Het is de Vader, Die spreekt door mij.” Hier manifesteert zich de kracht die bedoeld wordt met het Koninkrijk, maar die kracht is op dat moment alleen in Jezus tegenwoordig, hij zou overaltegenwoordig kunnen zijn. Hoe kom je aan die kracht? Wat Jezus betreft schijnt zijn vooropleiding, de mystieke vooropleiding, daar veel aan toegedaan te hebben en daarnaast die reinigende en vastende meditatie van veertig dagen. Of die nu werkelijk gepaard is gegaan met een bekoring door de duivel, is een vraag waarover wij kunnen vechten.

Wel is zeker, dat deze wijze van mediteren bij onthouding van voedsel – niet van drank – veel voorkomt en bij vele volkeren voorkomt en dat het bij die volkeren altijd een poging is om een hoogste inwijding te bereiken. Wat ook zeker is: je wordt in deze periode geconfronteerd met jezelf.

De duivel uit het verhaal van het evangelie zou in dit geval een deel van Jezus’ eigen persoonlijkheid kunnen zijn. Het strookt met hetgeen ik heb gehoord over dit geestelijk systeem, dat aan de zeventig geleerd zou zijn. Hierbij gaat Jezus uit van het standpunt, dat elke mens dualistisch is. In u leeft het goed, leeft God en leeft het kwaad, de duivel. Hij zegt: “Elke mens is zo zijn eigen vijand.” Maar de mens die in zich de kracht vindt om God, om het lichtende te aanvaarden en daardoor het kwade te verwijzen – dus uit zijn bewust gezichtsvermogen te verdringen – die staat in de directe verbinding met de Vader, met het licht.

Ik heb dat meteen willen toepassen en er bestaat een Latijnse vertaling, die volgens mij wel juist is, maar waarin iets achterwege is gelaten. Wanneer Jezus namelijk tot die duivel spreekt, dan zegt hij niet: “Retrovade Satanas – ga heen Satan” maar hij zegt: “Ga achter mij, Satan”. En dat betekent, dat je het kwade dat in je bestaat; uit je gezichtsvermogen verdringt en het a.h.w. achter jezelf plaatst. Het kwade is nu een kracht, waartegen je je kunt afzetten; het is niet meer een remming, die op je weg optreedt.

Dit zou psychologisch gezien volkomen juist zijn. Wat leert Jezus verder aan de mensen? Hij leert: wees stil in uzelf. Hij zegt niet: “luister naar God of spreek met God,” neen, “wees stil in u-zelve.”

Daar waar de mens stil is, zal hij zichzelf ontmoeten. Waar hij zichzelf ontmoet, ontmoet hij God en waar hij God ontmoet, ziet hij zijn wegen voor zich. Het systeem schijnt erop neer te komen dat je in jezelf in stilte afwacht, zonder je te beklagen of zonder na te denken over wat je zou moeten doen. Totdat je in jezelf het gevoel krijgt van: hé, wat ben ik eigenlijk? Dat is de ontmoeting van het ik. Je gaat jezelf beschouwen, maar wanneer je jezelf beschouwt, kun je dat niet alleen doen.

Eén van degenen, die ik hierover heb gevraagd, gaf mij een uitspraak, die volgens hem letterlijk van Jezus was:

“Gij kunt niet uzelf beschouwen zonder het geheel van de wereld te zien waarin ge geplaatst zijt. Zo beschouwt hij, die zichzelf beschouwt, de wereld en de wereld beschouwende, kent hij de wereld en zichzelf en daardoor kent hij de wil Gods in hemzelf en de wereld.”

Het is een mooie spreuk, maar er zit weer iets eigenaardigs in. Wanneer ik mijzelf beschouw en ik ga mijzelf beschouwen als een deel van de wereld, dan weet ik niet alleen wat ik ben of wat de wereld is. Neen, ik weet wat ik volgens God moet zijn in de wereld. Dat leek mij een beetje dubieus, want dan kom je erg dicht in de buurt van een predestinatieleer. Er is een optimale vorm. Die optimale vorm moet je vinden en zodra je die bereikt hebt, ligt alles eigenlijk stil. Het lijkt bijna boeddhistisch. Ik ben daarom in de historie teruggegaan en ik heb getracht enkele van die lessen mee te maken. Ik ben zover gekomen, dat ik een drietal lessen van de veertig heb meegemaakt en een vijftal van de lezingen van de zeventig, ofschoon wat deze laatste betreft mijn concentratie niet altijd helemaal perfect is geweest. Dat moet ik erbij zeggen.

Wat Jezus leert is een magisch-esoterische eenheid. Er is een kracht, die alle dingen beweegt. Wij zijn die kracht, wij bewegen dus alle dingen. Maar wij zijn niet alleen die kracht. En zolang wij ons niet van die kracht bewust zijn, worden wij bewogen. Wat wij in ons leven doormaken, wat wij denken, wat wij willen, kan allemaal wel aardig zijn, maar het lukt niet altijd. Maar op een gegeven moment lukt het wel. En daar zit nu juist het wonderlijke punt. Het lukt op het ogenblik dat wij niet meer aan onszelf denken als aan onszelf. Het is een leer, die nogal eens is voorgekomen en bij de veertig vond ik toen dit:

“De hele wereld bestaat uit kracht. Die kracht kan verdeeld worden in verschillende fasen en verschillende trillingen. Elke fase of trilling kan benoemd worden. De kennis van de naam of van het wezen – die schijnen dus niet helemaal gelijk te zijn – is voldoende om deze kracht actief te maken. Wanneer je je beroept op die kracht met name, dan zal je a.h.w. in beslag worden genomen, omgevormd worden door de kracht, waarop je je beroept. Je bent tijdelijk niet jezelf en daardoor ben je in staat om alle krachten die niet zoals jij geïntegreerd zijn met een hogere kracht, te bedwingen.”

Een ander punt: Wanneer ik in die krachten een keuze kan maken, kan ik door mijn wil – en die schijnt dus wel degelijk een heel grote rol te spelen – bepalen welk deel van de Goddelijke kracht in mij aanwezig is en welk deel van die Goddelijke kracht door mij werken zal. De achtergronden zijn misschien wat vaag, omdat wij vastlopen – althans ik – tegen de vaak rabbinale spreekwijzen. D.w.z.: er wordt in gelijkenissen gesproken. Er wordt gezegd: “Indien gij een vogel wilt zijn, zo zult ge de vogel moeten roepen, opdat ge vleugels moge bezitten en met deze vleugels zult gij vliegen. Maar ge kunt niet verder vliegen dan de vogel vliegen kan.” M.a.w. ik ben in mijn krachten gelimiteerd tot datgene, wat in het vermogen ligt van de kracht die ik aanroep. Ik meen, dat dat de betekenis ervan is.

Een tweede punt dat mij opviel in de bijeenkomst van de veertig was hun gewoonte om in stilte bijeen te zijn en dat is eigenlijk wel erg typisch. Want in die stilte werd de groep een eenheid, waar Jezus als middelpunt fungeerde, maar er gelijktijdig een beetje buitenstond. Hij maakte geen deel uit van de groep, zoals die mediteerde, maar zat wel in het midden. Het was alsof hij de kracht gaf, waardoor ze zich konden concentreren. Zo heb ik het bij de waarneming geïnterpreteerd.

Dit allemaal is door mij persoonlijk gezien: De manier waarop ze mediteren is kennelijk bijna gedachteloos. Ze zitten te zitten en dat duurt nogal lang en dan ineens is er inderdaad licht. Ik heb geprobeerd dat licht – en dat kun je als geest gemakkelijker doen – te lokaliseren en dat licht bleek te zijn een sterke uitstraling bij het kruin-chakrum. Jezus vertelde deze mensen nu, dat wanneer zij dat licht in zichzelf konden oproepen, ze daardoor in staat zouden zijn om alle dingen te doen die nodig waren.

En dan heb je weer zo’n vaagheid. Ik meen dat hierbij gedoeld werd op iets wat ook in de leringen van de zeventig naar voren komt. Ik hoop, dat mijn concentratie voldoende is geweest om dat helemaal te begrijpen; daar werd namelijk gezegd:

“De gehele wereld is vol van geesten de demonen. Een geest of een demon is een kracht, die ontleend wordt aan een levend wezen, aan een bewustzijn. Een demon kan leven overal waar leven is. Een geest kan leven overal waar een geest bestaat.”

Ik heb hieruit opgemaakt dat het hier gaat om twee soorten entiteiten. De één kan gebruik maken van alle soorten van leven, de ander is gelimiteerd tot de mens. Dus tot een hogere, geestelijke ontwikkeling.

“Wanneer gij in uzelf het licht hebt gewekt – het is dus een procedure – zo kunt gij de geest terugwijzen naar de plaats waarop zij dient te vertoeven en zult gij de demon kunnen uitdrijven naar het leven, waarin hij geen schade kan aanrichten.”

Misschien is het iets dergelijks als met de uitdrijving van de demon uit de verlaten man op de berg, waarvan de demon zei: “Ik ben legio” en dat Jezus zei: “Je gaat toch uit” en toen gingen ze in een kudde zwijnen. Het is mogelijk.

Teruggaande naar wat ik van de veertig heb meegemaakt:

“Wanneer je het licht hebt, dan moet je het licht vanuit jezelf doen stralen. Wie het licht op zichzelf richt, dooft het.” Dat betekent, dat je naar buiten toe je innerlijke krachten moet uitleven. Het is opvallend, dat Jezus deze mensen vrijstelt van alle wetten zodra het gaat om dit innerlijk licht. Ik citeer hier uit een deel van de bijeenkomst van de veertig:

“En zo het licht in u is, is er geen wet die u bindt. Niet de tempel, niet de keizer, niet de gebruiken zullen u zeggen hoe te handelen of hoe te zijn. Ge zult zijn uit het licht, dat in u is en krachtens het licht dat in u is en uitende wat in u is, zult ge verwezenlijken wat deel van het Koninkrijk is.”

Ik stond er zelf een beetje van te kijken. Ik ben vroeger ook christen geweest en ik heb het altijd zo’n beetje laten zweven, wat de meesten van u trouwens ook doen. Voor mij was het een beetje onthullend. Hier is dus een soort tweede wereld gesteld. In die tweede wereld geldt het licht in de mens. Maar dat licht staat boven alle wetten. Dat doet de vraag rijzen: zijn er eigen wetten? Ik heb in de bijeenkomst van de veertig, die ik heb kunnen opsporen en heb kunnen volgen, indertijd daarvan niets gevonden. Wel heb ik iets gevonden, naar ik meen, in de bijeenkomsten van de zeventig, die ik bijwoonde, want daar spreekt Jezus op een gegeven ogenblik over de grote wet.

“De grote wet” zegt hij, “is het Koninkrijk dat in u heerst. Indien ge u bewust zijt van God, zo weet gij wat vanuit God noodzakelijk is. En zolang ge niet het noodzakelijke vanuit God volvoerd hebt, zult ge niets anders doen. Slechts hij die zijn taak vervuld heeft, kan keren tot zijn eigen taak. Want de grote krachten die ons – je zou haast zeggen – verschuiven als pionnen op een bord (Jezus gebruik een andere gelijkenis) zoeken ons niet te beheersen, maar wij kunnen slechts bewust leven door hun bestaan. Zo moeten wij hun bestaan bevestigen en dit is de wet, die staat boven alle wetten.”

Ik probeer dat altijd weer te vertalen in simpele termen en dan komt het hierop neer, dat wanneer je weet dat iets werkelijk Goddelijk in je is, je niets anders meer mag denken, niets anders meer mag doen, voordat je vervuld hebt wat noodzakelijk is. Wanneer je waar hebt gemaakt wat je ziet als je taak, dan kun je verdergaan, maar niet voordien.

Dat is een tamelijk strikte leer. En het verbaast mij helemaal niet waarom wij van de zeventig zo weinig horen. Over de veertig nog wel. Het zijn waarschijnlijk de veertig, dezelfde leerlingen die vermoedelijk tezamen met de apostelen aanwezig zijn geweest op de markt in Jeruzalem bij het Pinkstergebeuren. Maar van de zeventig horen wij weinig en dat is begrijpelijk, want die wet is zodanig groot gesteld, dat je zelfs niet kunt gehoorzamen aan de wetten van een groep. De eerste christenen hebben geprobeerd hun eigen wetten te maken. Maar daarbij hebben ze schijnbaar uit het oog verloren, dat er een Goddelijke wet is, die boven alle wetten staat. De zeventig zullen waarschijnlijk uitgegaan zijn door alle landen. Er zijn enkele bewijzen, zegt onze gast, dat zij o.a. in het Verre Oosten, maar ook tot in Brittannië toe – dus waarschijnlijk Engeland – die boodschap hebben uitgedragen zonder daarbij ooit te spreken over een geloof. Ze hebben gewoon de manifestatie van die wet uitgedragen.

Wat de veertig, betreft: die schijnen zich vooral als magiërs kenbaar te hebben gemaakt. En als magiërs vertelden ze – dat heb ik zelf weer kunnen vinden – o.m. de volgende verschijnselen: zij spraken in talen en zij spraken met stemmen. In talen, die zij normaal niet zelf beheersten en met stemmen werden ze tijdelijk andere persoonlijkheden. Hier zou je kunnen zeggen, dat de veertig mediamieke kwaliteiten hadden ontwikkeld en onder omstandigheden ook manifesteerden.

Daarnaast zagen zij de geesten. Ze waren dus kennelijk een soort helderzienden en zij konden deze terugwijzen of een richting geven. Terugwijzen is heel eenvoudig. Je loopt hier te spoken, daar hebben we geen zin in. Hoepel op. Een soort uitdrijving. Maar de juiste richting wijzen? Hoe doe je dat? Hier kun je alleen maar vermoeden, dat de veertig getraind zijn in het erkennen van geestelijke uitstralingen en dat ze in staat zijn contacten te leggen, niet alleen met die geesten, maar ook met de sfeer of wereld, waartoe zij wezenlijk behoren krachtens hun eigen trillingsgetal. U zou waarschijnlijk zeggen: eigen sfeer.

De situatie wordt nog interessanter, want deze veertig zijn degenen, die de kunst kennen van het genezen. Onder hen is een zekere Zacharias en die zou degene zijn geweest, die Paulus heeft genezen en heeft ingewijd. Dat inwijden houdt kennelijk in, dat er krachten kunnen worden overgedragen. Die overdracht van krachten gebeurde aan de veertig door Jezus zelf en wel tijdens een bijeenkomst, waarvan ik een deel heb kunnen bijwonen – of terugroepen. – Jezus legde hen n.l. de linkerhand op het hoofd. Daarbij strekte hij de andere hand omhoog uit, hij riep een aantal namen, daarna legde hij de hand op de schouder en zei: “Dit zijn de krachten, waarmee ik u verbind in de naam van mijn Vader, Die in mij is. Want ik ben en uit mij is Al. Ik geef u de macht om uit te drijven en te genezen. Ik open uw ogen, opdat ge moogt erkennen en verzegel u tot de tijd gekomen is.”

Nu vraag je je af hoe je dat modern moet interpreteren. Hij geeft dus kennelijk bepaalde krachten aan die mensen. De namen die gebruikt worden, zijn niet altijd dezelfde. Mijn conclusie van wat Jezus daar overdroeg was niet een kosmisch pakket, een soort eenheidssoep van geestelijke kracht, maar het was wel degelijk een voor ieder bereikbaar pakket van trillingen, waardoor hij met kosmische waarden werd verbonden. Of misschien zou u zeggen: voor kosmische waarden open kwam te staan. Daarnaast krijgt hij een zeker gezag. Het vermogen om bepaalde krachten te hanteren. Ik neem aan, dat dit een zeer sterke beïnvloeding van het zenuwstelsel en een deel van de hersenen is geweest en daarnaast werd hij verzegeld.

Verzegelen doet mij denken aan een soort hypnose. De veertig konden dus niet openbaren wat ze hadden geleerd. Vanaf het moment, dat ze die macht hadden en een bepaald inzicht hadden, konden ze er niet over spreken. Ze konden het alleen gebruiken. Waarom Jezus dat heeft gedaan, blijft een raadsel.

En dan moet ik weer terug naar die zeventig, wat ik daar heb gezien en vooral gehoord. Daar is één zinsnede, die mij persoonlijk lijkt hierop te passen. Want wat zegt Jezus?

“Wie doordringt in de werkelijkheid van het rijk, wie de namen en de machten kent die uit de naam van de Vader volbrengen, hij zal zijn mond gesloten houden. Hij zal deze namen niet spreken, zodat anderen ze kunnen horen en hij zal hen niet beschrijven. Hij zal hen niet weergeven of zelfs verklaren dat hij werkt uit zijn Kracht. Want wie behoort tot het rijk, hij moet in dit rijk leven en het rijk niet openbaren, voordat het rijk zichzelf openbaart.”

Ik meen, dat het rijk hier het Koninkrijk Gods is en dan zegt Jezus volgens mij letterlijk tot die mensen: luister, er zijn bepaalde geheimen en die behoren tot het Koninkrijk Gods. Je kunt deze geheimen niet precies openbaren zoals ze zijn en je kunt ook niet vertellen wat de machten zijn die van daaruit werken, ook door jou of voor jou, want dat Koninkrijk moet eerst zichzelf geopenbaard hebben. Wij kunnen niet werken vanuit het Koninkrijk, maar alleen binnen het Koninkrijk.

Anders gezegd: wat voor Jezus het rijk Gods is, is gelijktijdig de begrenzing, waarbinnen je werkt. En het rijk Gods schijnt te berusten op een erkenning van of een relatie met die God bij degenen met wie je contact hebt. Het houdt ook in, dat het Koninkrijk, zoals Jezus het ziet, niet overal tegenwoordig is – en ik heb getracht dat te definiëren en ik ben er niet helemaal in geslaagd. Je kunt bij ons in de sferen nog weleens bepaalde contacten maken. Ik heb met een aantal mensen gesproken, mensen die op aarde zijn geweest en die kort geleden zijn overgegaan en mensen die al heel lang over zijn. Ik heb zelfs mensen gesproken die inmiddels alweer een incarnatie hebben afgewerkt of meerdere, maar allemaal mensen, die op de één of andere manier met dat Koninkrijk der hemelen te maken hebben gehad.

Nu blijkt uit hun antwoorden, als ik het goed en kort genoeg samenvat, dat het Koninkrijk Gods eigenlijk een vorm is van harmonie. Daar, waar een zekere lijn bestaat. Waar chaos, waar wanorde bestaat is het Koninkrijk niet. En dat betekent, dat het Koninkrijk Gods, waar Jezus over spreekt, niet identiek is met de schepping. Maar eigenlijk alleen gaat over dat deel van de schepping, dat met die God in verbinding is, in gelijkheid van trilling verkeert. Al het andere is dus niet het Koninkrijk Gods.

Dan wordt ook begrijpelijk waarom bepaalde gaven en ook bepaalde kwaliteiten, die hij aan zijn leerlingen overdraagt, alleen binnen het kader van dit Koninkrijk kunnen worden overgedragen. Wat mij overigens wel erg intrigeert is hierbij het feit, dat Jezus bepaalde krachten en gaven ook aan Judas Iscarioth heeft overgedragen. Deze was dus geen buitenbeentje, die er helemaal buiten stond. Integendeel, hij was dus ingewijde zoals alle leerlingen van Jezus. Deze Judas heeft – ofschoon dat niet verteld wordt – zieken genezen en duivelen uitgedreven. Deze Judas was overigens wel één van degenen, die het heel erg vond dat anderen het ook konden. Dat is niets bijzonders, dat zien we overal op de wereld.

Wanneer Judas de rol van verrader speelt, dan vraag ik mij af of dit niet iets is wat past binnen dit Koninkrijk Gods. Het is in ieder geval geen deel van de chaos. En dat zou erop wijzen dat het gehele leven van Jezus – zijn kruisdood en de verdere ontwikkelingen er omheen – dat die behoren tot een vaste lijn, een vaste lijn die onvermijdelijk is geweest. Het was dus een deel van de Goddelijke harmonie, die alleen op die manier uitdrukbaar was.

Dan kunnen we wat mij betreft tot deze eindconclusie komen: Jezus heeft een geheime, christelijke leer gehad. Deze geheime leer van Jezus bestond kennelijk uit verschillende klassen. Niet iedereen werd op dezelfde manier ingewijd, dat is zeker. Niet iedereen kon dezelfde begaafdheden of kwaliteiten bereiken vanuit Jezus. En wat ook erg belangrijk was: deze leer was in de eerste plaats een leer die over het innerlijk gaat. De wonderen die gedaan worden, vloeien voort uit die innerlijke situatie; niet uit de wil om naar buiten toe iets te zijn.

Aan de andere kant is dat Koninkrijk niet iets, waar je innerlijk in op kunt gaan. Het is alleen iets wat je beleven kunt en vanuit jezelf kenbaar kunt maken. Maar dan word je gelijktijdig geregeerd door de wet van het Koninkrijk en moet je jezelf, zodra die wet spreekt, terugstellen. Dan is het niet belangrijk wat je beleeft of niet beleeft, bent of niet bent. Het is dan alleen belangrijk, dat je trouw bent aan die wet.

Dit zijn zo’n beetje mijn conclusies en ik moet zeggen dat het een boeiende materie voor mij is. Ik ben eigenlijk een beetje blij dat ik hierop ben gestoten, want ik ben in mijn geestelijk leven eigenlijk erg areligieus geworden. Onze gast van vanavond is een man die dit juist vanuit de religie heeft benaderd en ik geloof dat het aan de ene kant een zekere subjectiviteit inhoudt en aan de andere kant moet ik zeggen dat de man gelukkig niet de taal der Kanaäns spreekt. Integendeel, hij spreekt als een normaal mens. Al is hij dominee geweest en voor hem is de aanvaarding van zijn geloof gelijktijdig de reden geweest, dat hij de inhoud van het geloof wilde zoeken.

Hij lijkt mij – ook gezien het niveau dat hij bereikt heeft -inderdaad iets van dat werkelijke Koninkrijk Gods gevonden te hebben. Hoe hij dat kan uiten en wat hij daarmee kan doen hier, weet ik niet. Ik weet niet eens in hoeverre die uiting denkbaar mogelijk is. Wel hebben mijn eigen onderzoekingen mij ervan overtuigd dat dit koninkrijk inderdaad bestaat. Dat er enorm veel mensen zijn die tot dit koninkrijk behoren en dat er een wet van dit koninkrijk is – ook al kan ik deze niet formuleren.

En hiermede heb ik getracht u een basis te geven van waaruit u hetgeen de spreker zegt zo dadelijk kunt benaderen. Want wanneer hij alleen maar komt praten en u hebt geen achtergrond hierbij, dan zou u hem misschien verkeerd kunnen verstaan. Wanneer u dingen hoort van: dit kan wel en dat kan niet, dan zult u waarschijnlijk geneigd zijn te zeggen: dat is een technische gebruiksaanwijzing. Maar als je begrijpt dat het voor hem gaat om dat Koninkrijk Gods, dan zult u het wat anders zien en vragen: wat ben ik en wat ben ik niet? Daarom gaat het.

Verder neem ik ook aan dat zijn persoonlijkheid bepaalde aspecten heeft, die u zult moeten assimileren, die uzelf in u zult moeten opnemen. Veel gastsprekers bij ons werken een beetje met magie en voor zover ik deze man heb leren kennen, doet hij dat heel sterk. Wat hij tot stand brengt, is een raadsel. Ik kan u alleen één ding beloven: al is het dan een dominee, u krijgt iemand, die zeer interessant is als persoonlijkheid, als denker. En u krijgt contact met iemand, die m.i. ook in korte tijd geestelijk zeer hoog is gestegen en daarmee toch – naar mijn inzicht althans – de waarheid van een groot gedeelte van hetgeen hij meedeelt en in zich draagt, heeft bevestigd.

Het Koninkrijk Gods

Voor mij is het christendom een punt van uitgang en van studie geweest en ik zou u een filosofie willen voorleggen, die juist hiermede samenhangt. Wanneer wij in het christendom spreken over het Koninkrijk Gods, dan spreken wij van onze eigen illusies t.a.v. de Heer en zijn werken. Maar in ons is een kracht, die deel is van dit Koninkrijk Gods. De waarheid van het christendom is helaas verborgen gebleven. Wij blijven staan aan de buitenste grenzen en dringen niet door tot de lichtende essentie, die de werkelijkheid van Jezus’ leer weergeeft en voor ons de eenheid in Christus mogelijk maakt.

Indien u het goedkeurt zou ik met u willen spreken – ook al gezien de aanspreektitel mij aanbevolen – als vrienden onder elkaar. Dit vereenvoudigt voor mij de uiteenzetting, die noodzakelijk is.

Je bent deel van het leven, maar het leven kent vele vormen. In al die vormen is diezelfde kracht van leven vertegenwoordigd. Wanneer u rond u kijkt en u ziet niets, dan kan toch die wereld gevuld zijn met krachten van licht, krachten van chaos, met geesten van degenen die heen zijn gegaan en misschien zelfs van die geesten, die wachten op hun beurt en gelegenheid om in het menselijk leven verdere ervaringen op te doen. Dit schijnbare niets is dus gevuld, ook al zien wij het niet.

Wanneer wij in onszelf schouwen, dan ontmoeten wij vele droombeelden, vele illusies en gedachten en daarachter is niets. Maar dit niets is eveneens gevuld. In dit niets weerspiegelt zich het geheel van de schepping, weerspiegelt zich vooral het geheel van de kracht, die alle leven mogelijk maakt. Wij kunnen dit natuurlijk het Koninkrijk Gods noemen, maar welke naam wij er ook aan geven, het betekent, dat je als mens verbonden bent met de hoogste krachten zowel als met de duisterste wezens, die misschien ook rond u gaan op deze wereld of elders.

Deze verbondenheid wordt niet beseft. Het geheim van de christelijke leer is, dat je kunt leren beseffen hoe deze verbondenheid bestaat. In de mens leeft de geest. En de geest is niet alleen maar een wat veredeld replica van de mens die leeft, maar het is een golf van licht, waarin vele kleuren wisselend spelen. Het is ook niet wat men in uw tijd wel zegt: een aura. Een aura is meestal het kenbaar worden van een klein deel van die werkelijkheid, van die geest en dan als een uitstraling rond een menselijk lichaam. Maar de werkelijkheid is meer.

Ik ben nu hier, mijn bewustzijn heeft zich gevoegd in een gastlichaam, maar mijn uitstraling omvat u en meer dan u alleen. Ik ben a.h.w. een soort rijkje van trilling, dat al uw trillingen, al uw wezen en kracht mee omvaamt, mee vast neemt in zichzelf en probeert en al die waarden in zichzelf te begrijpen. Het is een afstemming.

Wanneer je preekt in een kerk – ik heb ervaring op dit terrein -dan is het vaak de vraag: tot wie spreek ik? Wil ik filosofisch spreken, uitgaande van de Griekse denkers van de filosofie als geheel om zo het christendom een bijzonder reliëf te geven, dan moet ik alleen spreken tegen hen die mij kunnen begrijpen. En zij zijn weinigen. Indien ik de hel en de hemel tezamen voeg als een waanbeeld voor de zondaar, dan bereik ik vooral het eenvoudige volk, dat nu eenmaal in zijn begeerte naar vrijheid en rust en zijn angst voor kwelling gevoelig is voor deze argumenten.

Maar een enkele keer slaag je erin om van God te spreken als mens tegenover mens. En op dat ogenblik spreek je tot de intelligentie, tegen de kleinhandelaren en grutters, die elk woord wegen alsof ze per ons zouden moeten verkopen, en tegen de eenvoudigen, die misschien zelfs de dwazen of uitgestotenen van een gemeenschap zijn. En zij begrijpen allen.

Mens zijn betekent eigenlijk: zo je wezen rond die ander heen laten vloeien, dat die ander daarin zichzelf kan zijn en toch uit jou een antwoord krijgt op al wat er in hem leeft. Maar wanneer ik die kracht heb, wanneer ik vanuit mijzelf in staat ben met deze anderen een eenheid van gevoelen en denken te bereiken, dan bereik ik veel meer dan dit. Want de kracht die in mij is, en die ik dan noem “het koninkrijk”, is in die ander aanwezig en kan door mij gewekt worden. Ik kan hen bewust maken van dat, wat in hen leeft. En wanneer zij ziek zijn, zullen zij misschien gezonder worden. Wanneer zij bedrukt zijn, zullen zij getroost zijn en zelfs zij, die gevangenen schijnen te zijn van een noodlot, zien plotseling de grendels van hun kooi vlieden en gaan uit alsof een geheimzinnige engel hen bevrijd had. Dat is het wonder van het Koninkrijk, maar ook het geheim van het christendom.

Let wel: ik zeg niet tegen u dat ge ter kerken moet. Want mijn ervaring is helaas dat in de kerken meer scheidsmuren tussen mensen worden opgetrokken dan muren van onbegrip worden geslecht. Maar wat wij nodig hebben is het begrip, de eenheid. Het onderling vormen van een kracht, waarin ook de hoogste kracht zijn woord kan spreken, kan zijn, zich kan uitdrukken. De wet die boven ons staat, de wet Gods, is in wezen geen wet. Dit is het grootste geheim van het christendom. Er is geen wet, er is alleen wat men noemt de liefde, de aanvaarding. Waar de aanvaarding is, daar verdwijnt het andere. Daar waar het begrip van eenheid ontstaat, daar vloeit uit die eenheid het besef en leven en uiting voort en gaat al het andere onder in zijn onnutte nietigheid.

De liefde die Jezus preekt, is de aanvaarding van al zonder voorbehoud. In zijn leven heeft hij nooit iemand weggezonden omdat hij zondig, onrein of verworpen was. Hij heeft nooit iemand aanvaard omdat hij hoog, rijk, machtig of schijnbaar goed was. Hij heeft alleen aanvaard wat hij werkelijk kon liefhebben, wat hij met zijn gehele wezen kon aanvaarden zonder enige terughoudendheid of verwerping.

Er zijn meer geheimen in het christendom. De kracht waaruit wij leven, is de kracht die alles beheerst. De vormen, maar ook de verschijningen in de geestelijke werelden, de gestalten van de engelen en de demonen, de krachten van de kosmos en van de natuur: deze leven allemaal als deel van de kracht van dit koninkrijk. Maar het koninkrijk is in ons. Wij zijn in onszelf verbonden met alle dingen. Indien die verbondenheid bestaat, zo zal het leven beantwoorden aan die verbondenheid. Dan is het geen mirakel meer, dat je tot een zieke kunt zeggen: neem je bed op en wandel. Want de kracht die spreekt, is de kracht die leeft in de mens. Het is niet een kwaal die wordt genezen, het is de kracht die een harmonie erkent en bevestigt. Ook in een uiterlijke vorm.

Wanneer je duivelen uitdrijft, dan is dat geen kwestie van verwerpen, van haten en uitdrijven. Een demon vlucht niet voor macht of voor haat. Hij vlucht voor aanvaarding en liefde. Want dit zijn de elementen, waarin hij zichzelf niet meer kan zijn. Waarin hij zijn gestalte niet meer kan bewaren. De demon vlucht voor iemand die hem wil aanvaarden zoals hij is.

Het koninkrijk, waar het christendom van spreekt, is een goddelijk rijk zonder vrees en zonder vijandschap. Groot zijn de geheimen die de mensen vergeten zijn. Jezus heeft met zijn discipelen vele riten volbracht, die men nu liever vergeet. Hij heeft zich beroepen op krachten, die voor de redelijke mens niet bestaan of op machten die zich niet aan kerkelijke regels willen onderwerpen. Maar hij heeft zich beroepen in de naam van de liefde en de kracht. De kracht en de liefde. Omdat deze vormen van het Goddelijk geheel één konden zijn met hem en hij één met hen. Zijn riten waren bevestiging van een eenheid. Niet de bezwering van machten van de afgod. Jezus heeft vele magische riten bedreven. De kerk ontkent het, maar ik heb het onderzocht en er zijn schrifturen waarin dit, ook nu nog, is vastgelegd. Maar de riten waren alleen de uitbeelding van een kosmisch aanvaarden.

En het geheim? Wanneer je liefhebt zonder voorbehoud, zonder eis, wanneer je aanvaardt wat is zoals het is, omdat het deel is van God en dus zijn koninkrijk, dan is het deel van jezelf. Dan vloeien de machten her en der, van jou tot een ander en van een ander tot jou. Dan kunnen vele geesten, vele mensen samenvloeien in die macht van eeuwigheid en wat zij zijn ervaren als een eenheid.

Toch ga je verder als mens. Toen onze Heer veroordeeld werd, gegeseld werd en naar het kruis werd geleid, toen scheen het alsof de aarde stilstond. Maar het was de liefde, niet de haat, die dit alles onderging. Te spreken over het zoenoffer, het bloed van het lam dat ons reinigt, is schoon, maar legende, tenzij wij zelf bereid zijn zo nodig die weg te gaan. Wanneer voor ons de eenheid belangrijker is dan het uiterlijke. Wanneer van ons uit de kern van de kracht die wij leven meer betekent dan een ogenblik van stoffelijke pijn of een ogenblik van stoffelijke afwijzing. Dat is het geheim van Jezus’ dood en van Jezus’ opstand. Dat is het grote geheim van het christendom.

Wanneer wij aanvaarden zonder vragen, zonder eisen, in erkenning van de eenheid die is, dan is het Al met ons. Dan is het koninkrijk in ons ook het koninkrijk buiten ons. Dan is het, het koninkrijk der hemelen, omdat de niet geziene machten en krachten deel zijn geworden van wat ook wij zijn en is het koninkrijk geopenbaard op aarde. Want zelfs de aarde kan niet verwerpen waar de liefde tot haar komt.

“Zoek in jezelf” heeft Jezus gezegd. Niet om de mens duidelijk te maken, dat hij door een zelfonderzoek de waarheid moest vinden, maar opdat de mens zou beseffen hoeveel hij boven anderen wil bezitten. Hoezeer hij anderen verwerpt. Want als je dat weet en het ongedaan kunt maken, dan leeft de werkelijke kracht in je.

Ik heb gepreekt, de Heer vergeve het mij overigens! Ik heb gesproken van de absolute waarheid van een rechterlijke God, die zal veroordelen. Het geheim van het christendom is dit: er is geen rechter. Er is alleen aanvaarding. Een liefde, die niet vraagt. Wanneer wij dit kunnen verdragen, kunnen verdragen dat er een liefde is die niets eist, niets vraagt en voortdurend is en nimmer ons alleen laat, dan zullen wij weten wat het Koninkrijk Gods is.

Indien wij vrezen voor deze alles onthullende, voortdurende tegenwoordigheid, zo zullen wij vluchten. Want dat is het oordeel dat wij spreken. Zelfs in het oordeel zijn wij niet verlaten. Jezus heeft mensen uit de dood opgewekt. Toen onze Heer werd geroepen omdat zijn vriend Lazarus was heengegaan, de vrouwen hem zeiden: “Heer, ga niet in tot het graf want hij riekt reeds”, toen omvatte zijn geest alle leven, ook dat van Lazarus. Zijn liefde verwierp niets, zelfs niet de verrotting. In die liefde kon Lazarus terugkeren. In die liefde kon ongedaan worden gemaakt, wat al vervallen was in het lichaam. Zo kon het leven zich manifesteren in een vorm, die juist door die liefde op dat moment noodzakelijk was.

Wanneer u alleen maar die kracht kent, die genegenheid, die alles wil aanvaarden omdat het deel is van het geheel, waar je zelf toe behoort, dan brengt u in de praktijk wat de geheime leer van het christendom in wezen omvat.

Wanneer u in die liefde uw gedachten uitzendt, zo zullen ze verstaan worden. Indien ge uw krachten wilt delen met een ander, zo zullen ze gedeeld zijn en aanvaard worden. Vanuit deze kracht is niets onmogelijk. Maar dan zult ge niet uzelf moeten zoeken, maar slechts de aanvaarding van het zijnde, opdat de volheid van de kracht, die is in alle dingen, in al het zijnde, geopenbaard moge worden en het koninkrijk bewust en erkend ook voor u moge leven op uw wereld.

Ik ben bang, dat ik toch wat gepreekt heb, maar ik heb getracht u de waarheid te doen gevoelen. De waarheid, dat ik u allen aanvaard zonder oordeel of voorbehoud, omdat u deel bent van de kracht, waaruit ik leef. De waarheid dat wij allen de onbeperkte kracht bezitten, wanneer wij de liefde kennen die niet vraagt, maar de eenheid met het zijnde erkennen.

Moge het licht, de goddelijke eenheid en liefde in u zijn en uit u voortgaan, opdat het beeld van onze heer Jezus Christus u moge voeren tot het Koninkrijk Gods, dat in u leeft en dat zich rond u openbaart. Amen.