De Adam en Eva-mythe

28 september 1956

Wij weten niet alles; wij kunnen falen. Denkt u zelf na gebruik uw eigen verstand. Probeer, wanneer het u gelukt, om uit hetgeen wij zeggen, iets te vinden, dat uw eigen leven harmonischer, beter en mooier maakt.

De Adam en Eva-mythe is gebaseerd op de geboorte van de twee verschillende geslachten, zijnde het begin van de mensheid. Zij leefden in het paradijs en in het paradijs vonden zij dan ook al wat zij nodig hadden. Tot de begeerte hen te sterk werd en zij de verboden vrucht plukten, waarop zij uit het paradijs werden uitgeworpen.

Adam, het mannelijk, het vruchtgevend principe, eerder aanwezig dan Eva, die hieruit voortkomt.

Verder kennen wij de mythe van Lilith, die als eerste vrouw van Adam het dier vertegenwoordigde. Hieruit zou geconcludeerd moeten worden, dat in de eerste plaats het mannelijk ras dus tegenover het vrouwelijk ras staande, kwam tot een redelijke ontwikkeling.

Wanneer de dames het mij kwalijk nemen, dat ik het zeg, kunnen zij dat na afloop kenbaar maken. Eva, wordt geboren uit een rib van Adam, die naar men zegt, ook wel eens Adamsrib noemt, als een vrouw lastig wordt. Maar ook deze mythe moet ergens gebaseerd zijn op een feit. Wanneer wij denken aan een splitsing, die wij in een cel zien, celdeling, dan zouden wij ons voor kunnen stellen, dat op de achtergrond van dit geloof dus ligt een voortplanting door celdeling, die bij betrekkelijk hoogstaande wezens, toch nog bekend moet zijn geweest en overgeleverd aan de soort, die later “mens” zou worden. Voor dat Adam word geschapen, had God al de planten en de dieren geschapen. Volledig in overeenstemming, met hetgeen wij weten op het gebied der natuurhistorische onderzoekingen.

Eerst waren er de planten, daarna de dieren, zeker op het land. De conclusie ligt dus voor de hand, dat Adam staat niet voor één mens, maar voor een ras, waarin zich een ontwikkeling af die een redelijk aanvaarden van de wereld stelt in de plaats van een onbewust, een instinctief aanvaarden.

Eva betekent de vervolmaking van dit jonge geslacht, dit jonge ras, waar zij het is, die heel voortaan kinderen baart. Maar in hun paradijsstaat zijn zij nog niet zoverre van elkaar bewust, dat zij komen tot – wat men tegenwoordig noemt – een huwelijkse staats een bewuste samenleving.

Wat wij omtrent de verhalen omtrent Eden kunnen vernemen, doet ons verder veronderstellen, dat zij niet direct tuinieren waren, maar eerder, zoals de Kanaka’s soms nog wel doen, leefden in de vreugde, die de natuur hen bracht, zonder zich verder zorgen te maken. Een mens die geen zorgen heeft en die doen de natuur krijgt, alles wat hij nodig heeft, die kan natuurlijk, mijne vrienden, wel eens duidelijk en begrijpelijk, een zeer dicht contact met de natuur benaderen. Hij leeft immers uit haar. En uit de natuur spreekt dan ook God tot deze eerste mensen.

Zij wandelen met God….. De wetten der natuur, het wezen der wereld – geestelijk en stoffelijk – beheerst zozeer hun bestaan dat zij zonder dat geen leven voor kunnen stellen.

Dit wordt ons bevestigd, wanneer wij zien, dat na, de uitdrijving in het paradijs de eerste zin is, de vloek zin; “En in het zweet uw aanschijn zult gij uw brood verdienen… en in weeën zult gij baren…

Op zichzelf een zeer opvallend iets. Dit houdt dus in, dat op dat ogenblik geen arbeid bestond en ook dat het proces der baring nog niet zo plaats vond als thans. Logisch zou dus zijn aan te nemen, dat de voortplanting ietwat anders plaats vond.

Hieruit kom ik dan tot de conclusie, dat het Adam en Eva-verhaal dus niet slechts een mythe is, maar eerder een legende genoemd kan worden, want het mythologisch aspect wordt langzaam verdrongen door het legendarische, omdat wij allerhande bekende feiten terugvinden in de betogen, in de verhalende trant ook, betogende en verhalende trant, waarin hier dit alles naar voren wordt gebracht. Bv.: Adam geeft de dieren namen. Zit er geen uitdrukking in van het ontwakend bewustzijn, dat verschil maakt tussen verschillende dieren? Niet alleen als gevaarlijk en niet gevaarlijk of als voedsel en niet-voedsel, maar als soorten. Alles wijst hierop, dat hier inderdaad de menselijke ontwikkeling in een verhaal is samengevat.

Het paradijs, ingedeeld met zijn stromen, zijn grenzen, blijkt ons verder nog in zich verschillende kabbalistische getallen en esoterische kentekenen, geheim esoterische kentekenen te dragen. Het paradijs is in dit geval een wereld, die in zich het water des levens draagt, het levenswater. Vandaar ook de onsterfelijkheid van Adam en Eva. Geen bewustzijn van een persoonlijk zijn, maar een ras, dat als zodanig; erfelijk het bewustzijn van vader op zoon voort draagt, zoals thans de dieren nog doen.

Begrenzingen naar vier zijden, de vier windrichtingen, ofwel beperking van het bewustzijn en heen bewustzijn omtrent het Al. Wij kunnen verder natuurlijk ontleden, waarom er vier stromen zijn en ook weer vier-getal van het dier, vier grenzen enz. Het zou mij te ver voeren om dit allemaal zo hier te gaan vertellen.

Wanneer wij verder gaan, dan komt voor ons de grote vraag; “Wat is de vrucht” en dan ben ik niet geneigd om met de theologen een spelletje te gaan spelen van appel, peer of pruim. Het gaat hier niet om een vruchtboom, ook al komt deze in het verhaal naar voren. De bomen op zichzelf zijn symbolen. Boom des levens. De levenskracht uit de natuur geput, is toegankelijk voor deze mensen. Daartegenover de boom van kennis, goed en kwaad. De boom des oordeels dus.

Op het ogenblik dat ik oordeel, zal ik op mijn eigen wijze en volgens mijn eigen belangen reageren op al, wat de natuur mij biedt. Ik word dus afgesloten van de boom des levens, want ik heb het contact met de levende kracht niet meer, dat noodzakelijk is om daaruit voortdurend mijn levensenergieën te putten, de continuïteit van bewustzijn – ook evt. in het nageslacht – te bewaren.

Naast deze Adam en Eva moeten er op de wereld ongetwijfeld meerdere stammen bestaan hebben die deze fase nog niets of nauwelijks bereikt hadden. Dit wordt ons duidelijk; wanneer wij horen dat Kaïn naar een vreemd volk ging en zich daar een vrouw nam. Klaarblijkelijk was dus Adam een soort stamvader van een bepaalde clan en zijn de namen van de kinderen die ons genoemd worden ook eerder weer symbolen voor ontwikkeling. Wanneer wij horen dat de één jager en de ander landbouwer is, dan blijkt het ons beperkt te zijn, want later horen wij dat Kaïn de eerste smid, de eerste handwerksman was en waarschijnlijk ook de eerste uitvinder.

Wij zien verder – uitgedrukt in de kinderen – de logische ontwikkeling van de mensheid. Vanaf het ogenblik, dat zij het vermogen tot oordelen heeft verworven. Zij zal zich splitsen in twee richtingen. De ene richting zoekt terug in de natuur de geborgenheid van het dierlijke te vinden de andere daarentegen verwerpt de natuur en tracht zich – ondanks de natuur – een eigen milieu,, een eigen omgeving te scheppen volledig aangepast aan hetgeen hijzelf wenst. Dit leidt tot conflicten en hij zal de natuurvolger vernietigen, om de eenvoudige reden dat hij zijn eigen levenssfeer belangrijker acht dan al het andere.

Dit wordt bij latere beschavingen overigens gespiegeld, zie het geval van de indianen in Noord-Amerika bv. en ook wel van verscheidene stammen in Afrika enz. Het natuurvolk zal altijd ondergeschikt zijn aan het volk, dat technisch denkt. Reeds voor Noach moet er een technocratie hebben bestaan overigens een verhaal, waarover wij op het ogenblik maar niet moeten praten, want dan zouden wij over Atlantis kunnen redeneren.

Adam is de weifelaar. D.w.z.: het mannelijk, het bevruchtend principe blijkt niet op zichzelf in staat een oordeel te vormen. De vrouw daarentegen doet dit intuïtief. Hierbij wordt een verschil tussen beide seksen vastgelegd, dat zich, zover mij bekend, nog heden ten dage handhaaft. Mannen praten en komen uiteindelijk misschien tot doen, vrouwen doen waarna zij dan heel veel praten om te verklaren, dat het toch wel goed is geweest.

Hier zien wij dus een psychologisch juweeltje in de verleiding van Adam door Eva. Men heeft dat in sommige kringen op het geslachtelijke willen schuiven. Ik geloof dat dat niet juist is. Hier heeft meer gespeeld dan alleen maar de begeerte of de bewuste begeerte. Mogelijkerwijze is de bewuste begeerte dus het seksueel verkeer door bewustzijn en niet slechts alleen door drift ontstaan op het ogenblik, dat de mens het vermogen kreeg tot oordelen. Maar het lijkt mij eerder aannemelijk, dat het vrouwelijk element intuïtief de mogelijkheden aanvoelende en – alweer mijn excuses aan de aanwezige dames – het nestbouw instinct, dat ongetwijfeld van het begin af aan in al het vrouwelijke aanwezig is geweest, als een soort stimulans gevoelt om zich tegen de omgeving te verdedigen. Zij was het dus die op deze wijze aanvoelende dat groter zekerheid mogelijk was, een betere aanpassing voor haar wezen de man stimuleerde tot zijn zoeken naar kennis en met zijn zoeken naar kennis was zijn paradijs verloren.

Wat dat betreft, kan ik het eens zijn met Proust, die eens zei dat een man een vrouw wint en denkt een paradijs te winnen, maar later denkt een paradijs verloren te hebben.

Overigens kan ik aan deze pessimistische uitspraak van mijzelf toevoegen, dat m.i. het paradijs nooit gezocht mag worden in het materiële. Ik kan mij geen stoffelijk paradijs voorstellen. Zelfs indien, aannemende de geschiedenis van het joodse volk en de overleveringen, die dus Abraham reeds moet hebben meegebracht, wij het paradijs zelf waarschijnlijk kunnen plaatsen in het zuiden van Indië en misschien in het gebied van Eufraat en Tigris. Het lijkt mij inderdaad waarschijnlijk.

Ook andere verhalen uit de begintijd wijzen ons erop. De uitdrukkingen, die gebruikt worden, zoals de verwensingsformule, de engel met het vlammende zwaard e.d. doen evenzeer denken aan verschijnselen uit die tijd. Had men toen geen grote schrik voor het vuur dat uit de bodem – aardolie – ontsproot, dat als een geheimzinnig baken soms de mens geleidden maar in vele gevallen het hem onmogelijk maakte de juiste weg te vinden. Zijn vlucht voor de geheimzinnige vlam, waarin hij een wrekende God zag, was zo’n mens dan meestal niet meer te bewegen om de weg verder te vervolgen. Zo kunnen wij ons voorstellen, dat inderdaad voor primitievere stammen eens een veel begane weg is afgesloten, doordat zij door blikseminslag of door andere oorzaken, een aardolievlam daar uit de bodem kwam.

Wij weten ook, dat dat bij de Perzen voorkwam en dat men zelfs daar erediensten heeft gemaakt en één keer zelfs een tempel heeft gebouwd rond zo’n primitieve oliebron, die haar vuur dag en nacht ten hemel spuwde.

Het zou aardig de relatie hier na te gaan met de Heer, die in een zuil van rook overdag en ’s nachts als een lichtend vuur de volkeren van Israël voorgaat, de stammen van Israël voorgaat, naar het Beloofde Land. Ook dat zou waarschijnlijk kunnen berusten op een dergelijk verschijnsel.

Laat ik dan kort vaststellen dat m.i. Adam en Eva in de mythe de vertegenwoordigers zijn van de eerste bewustwording op aarde, a.h.w. de eersten ven een menselijk ras, dat nog niet de tegenwoordige soort behoeft te zijn geweest, mijnentwege de eerste mutatie na de recht opgaande aap.

Ik meen dat het gehele verhaal, wat gebruikt wordt om de verdrijving uit het paradijs te verklaren en de toestand dus ook, waarin de mensen op het ogenblik leven, is geboren uit een esoterische kennis omtrent bepaalde feiten, die werd verhuld in verhaalvorm, dus op een dergelijke wijze om voor de niet-ingewijde eens tot leerstof te kunnen dienen en hun denken te kunnen bepalen in een zekere richting.

Verder meen ik, dat op grond van de gegevens, die in het Adam- en Eva verhaal vermeld zijn, een duidelijk beeld kan worden gevormd omtrent de mogelijkheden en deze mogelijkheden zijn in overeenstemming met hetgeen wij weten, dat het verleden eens heeft betekend.

Wanneer u mijn oordeel zoudt vragen over het boek “Genesis”, zou ik zeggen: Een zeer knappe verborgen uitleg, waarin de voor de mensen niet begrijpbare waarheden worden uitgedrukt op een zodanige wijze, dat men, zo zij al niet begrepen konden worden, deze in ieder geval toch kon aannemen.

  • Staat deze legende van Lilith alleen in de Talmoed, of ook in de Bijbel beschreven?

Neen, in de Bijbel staat zij niet. In de Talmoed staat zij overigens ook niet. Zij behoort tot de joodse legenden en is als zodanig overgenomen in het vroeg-christelijke, zodat wij in enkele vroege schriftrollen uit de jaren 1300 – 1400 reeds vermeldingen vinden, waarbij men ook spreekt over Lilith; het zijn geen verhalen, het zijn theologische verhandelingen

Daar waren de heren in die tijd ook al sterk in. Maar Lilith is inderdaad iets, wat erbij hoort. Het eigenaardige is, dat wij bij vele geheimscholen de figuur van Lilith, zij het onder een andere naam soms, terugvinden. Eigenaardig is ook, dat wanneer wij de verklaring van het Bijbelverhaal in “Genesis” aanhouden op deze wijze, waarin aanmerkelijk in overeenstemming komt met andere leringen, van heel andere denk- en geloofsrichtingen, mits wij dezen ontdoen van hun symbolen, van hun Goden e.d. en deze trachten te herleiden tot natuurlijke waarden.

  • Heeft Lilith kinderen gehad?

Volgens de legende wel. Het is ook begrijpelijk, dat men dit aan moest nemen. Want dit moest dan het vreemde volk zijn; waarheen Kaïn vluchtte.

  • Het is mij dan toch niet erg duidelijk, hoe de geboorte van Eva verklaard moet worden.

Heeft u wel eens gehoord, dat hoog ontwikkelde vleesetende planten stekken? Ja, het bekende gewone stekkie, wat u aan uw vriendinnen vraagt, wanneer die plant zo mooi is…..die zich daardoor voortplant. Hier hebben wij te maken met een zeer fijn en op zijn manier een hoogontwikkeld organisme, dat zich desondanks op deze wijze voortplant. Het is dus aannemelijk, dat ook reeds hoger bewuste en ontwikkelde wezens zich nog op die wijze hebben voortgeplant. Dat dit op het ogenblik niet zo veel meer gebeurt, behoeft nog geen bewijs te zijn, dat het vroeger niet zo was.

Verder kunnen wij bv. bewijzen, dat de vroegere zoogdieren – en daar zijn er nog wel van over – door het leggen van eieren zich voortplantten. Wij kunnen bewijzen, dat hoger ontwikkelde soorten een tijdlang optreden als man en daarna vrouw worden.

In de oudheid kwam dit bij veel meer soorten voor, dan tegenwoordig, maar wij vinden het op het ogenblik nog bij verschillende soorten vissen kenbaar, ook bij andere dieren. Dus een andere groepering van seksgenen en de mogelijkheid tot ommekeer daarin. Dit houdt ook dan mogelijkheid tot zelfbevruchting in.

  • Dus een mutatie van hermafroditisme?

Inderdaad. Waarbij dus ook weer mag worden aangenomen – en nu hoop ik, dat de heren niet boos werden at Eva een meer gecompliceerd type was dan Adam ooit kon zijn. Ik weet niet, of dit thans nog zo is. Maar dat volgt logisch hieruit.

  • Is Lilith een naam ook voor een soort maan?

Inderdaad. Men heeft die naam een tijdlang gegeven bv. aan een van de kleinere manen, maar die is later omgedoopt, ik geloof dat het bij Jupiter was. Toen heeft men allerhande eigenaardige namen verzonnen, maar er is één maan geweest, die was al 30 jaar ontdekt, voordat hij werkelijk werd benoemd met een Griekse Godinnennaam. Maar voor die tijd heeft men haar een tijd Lilith genoemd, maar het staat niet i.v.m. de aarde. De aarde heeft wel 2 manen gehad. Zij bezit zelfs op het ogenblik een zeer kleine satelliet, die ook als maan zou kunnen worden beschouwd. Deze heeft een zeer snelle omlooptijd, is zeer klein en wordt dus praktisch niet gezien. Het zou een groot toeval zijn als men dat zou ontdekken.

  • Wat verstaat U onder bewustzijn?

Ik kan deze vraag met het onderwerp in verband brengen. Bewustzijn wil voor mij zeggen: niet slechts ervaren en reageren, maar ervaringen bewust behouden en de reacties op de bewuste ervaring baseren.

  • Heeft het iets te maken met het verschil van bewustzijn tussen kinderen en volwassenen?

Ik ben bang, dat ik u desillusioneer, wanneer ik zeg, dat over het algemeen de kinderen voor het 14e jaar vrijer denken dan na die tijd. Maar omdat de grote mensen er dan minder op letten, nemen zij aan, dat de kinderen pas kunnen denken, wanneer zij in hetzelfde keurslijf van denkgewoonten zijn gekomen als de volwassenen.Dus dit zou ik niet onder bewustzijn willen verstaan.

  • Wat mankeert er aan?

Ik bedoel rond 14-jarige leeftijd ontwaakt het kind, komt tot seksuele rijpheid, gedraagt zich meer bewust van verantwoording enz.. Dat is een fase van bewustwording. Het is overigens ook lang niet de laatste fase. Maar het bewustzijn zelf bestaat reeds lang voordien. Wanneer u deze punten aanhaalt, zou ik erop willen wijzen, dat juist het kind voeding neemt, waar hij het krijgen kan, zich ontdekking slechts zoverre bekommert, als deze werkelijk noodzakelijk is, zodat het zich eigenlijk beter en sneller beperkt tot de uiterste behoeften dan een volwassen mens. Het bereiken van bewustzijn in ouderdom is dus eigenlijk een terugkeer tot het kinderlijke.

Jezus bedoelde dit, toen Hij zei; “Indien gij niet wordt als de kinderen…..” enz..

Het enige verschil is dus uw bewust zoeken naar God, wat bij het kind onbewust geschiedt. Hier hebben wij dus te maken met een rijpingsproces binnen de mens, waardoor zijn gedachteleven anders wordt gericht. Dit kunnen wij als bewustwording omschrijven. Maar het bewustzijn is ongetwijfeld in de eerste en in de laatste fase gelijk.

Mag ik voorstellen, dat u mijn definitie van bewustzijn mogelijkerwijze nog eens overdenkt en bestudeert. U zult zien, dat zij alles omvat.

  • De Adam en Eva-mythe kon ik als kind nooit geloven. Vooral niet, omdat er mensen geleefd hebben, duizenden jaren voor Adam en Eva leefden volgens de Bijbel.

Dat kan ik mij voorstellen, kinderen zijn altijd de schrik der theologen geweest. Zij zijn te logisch. Maar dit raadsel is nu opgelost, hoop ik.

In de eerste plaats. Een tijdsbepaling, zoals men doet…..4.000, of 6.000, of 8.000 jaar geleden leefden Adam en Eva, is niet mogelijk. Ook niet aan de hand van de gegevens uit de Bijbel. Wat dat betreft, kunt u gerust zijn.

  • Adam en Eva zijn de symbolen van de eerste mensen. U maakte zo-even verschil tussen legende en mythe. Zoudt u ons een definitie willen geven, waarin het verschil tussen deze beiden duidelijk uitkomt?

Een legende is een verhaal gebaseerd op ware gebeurtenissen, door de volksfantasie zo vervormd, dat de realiteit een schijnbaar sprookje is geworden, ofschoon de waarheid der feiten onder het sprookje ook steeds kenbaar blijven.

Bij de mythe zien wij een overdracht van het natuurlijke in het Goddelijke, waardoor het bovennatuurlijk effect in de plaats komt van het natuurlijk gebeuren en een herleiding praktisch niet meer mogelijk is.

  • Wat is de functie van het verstand in het menselijk bestaan? Ter controle en correctie van het gevoel bevredigt mij niet, waar dan het verstand superieur zou zijn aan het gevoel.

Ik zou zeggen, dat het verstand de middelaar of verbindingsofficier is tussen geest en stof. Ik acht echter, ondanks de afkeer hiervan, het verstand superieur aan het gevoel. Wel om de volgende redenen. Zeer veel van de menselijke gevoelens komen voort uit stoffelijke omstandigheden. Gevoelens kunnen, o.a. door hormonen en enzymen in de mens worden gewekt. Een dergelijk uit stoffelijke waarden voortspruitend gevoel m.i. inferieur aan het verstand, dat althans de mogelijkheid tot beschouwing en overleg heeft. Ik wil hier aan toevoegen, dat een gedeelte, maar een betrekkelijk klein gedeelte der gevoelens, onmiddellijk uit de geest spruit, daarin overgebracht via het onderbewustzijn. Waar het aandeel van de geest in de gevoelens minder dan 10% bedraagt, meen ik het verstand hoger te moeten en te mogen stellen.

  • De voorvaderen van homo sapiens kende reeds het gebruik van het vuur. Hoe zijn zij tot de ontdekking gekomen dit door wrijving te doen? Blikseminslag, waardoor vuur ontstond, kan hier niet als voorbeeld gediend hebben.

Het is misschien wat eigenaardig. Het is wel historisch, maar staat niet in de u bekende geschiedenis. De gedachte, dat wrijving hitte ontwikkelt, ontstond doordat een mens op de vlucht een zeer steile helling afgleed in de geringe kleding, die in die dagen werd gedragen. De daarbij ontstaande, haast wondende hitte, deed de gedachte opkomen, dat er verband moest bestaan tussen wrijving en warmte, tussen warmte en vuur. De wrijfboog, waarmee het vuur werd gemaakt, stamt uit een latere periode. In het begin werd vuur gemaakt op een wijze, die ook door uw meer nabije voorvaderen werd gebruikt. Door het ketsen van stenen – vuurstenen – boven een hoopje droog ontvlambaar materiaal of tondel,

  • De mensapen zijn ook afstammelingen van deze voorvaderen. Hoe komt het, dat dezen het vuur nu niet meer beheersen?

In de eerste plaats zou ik gaarne weten, hoe vrager tot de conclusie komt, dat de voorvaderen van de apen het vuur reeds beheersten en niet alleen kenden. Verder wil ik er op wijzen, dat de grote mensapen, wanneer zij in gevaar zijn, van voorhanden zijnde vuur gebruik weten te maken om verwoestingen aan te richten en verwarring te stichten. De apen leven echter in omstandigheden, waar vuur voor alle levende wezens een groot gevaar betekent. Zij hebben er in normale omstandigheden dan ook meer eerbied voor dan de mens, die geleerd heeft, hoe vuur te bestrijden en te doven. De apen kennen dan ook geen stookplaatsen. Wel kennen de grote apen – en ook de chimpansee kan daar soms aan mee doen – een gewoonte om zich rond een niet te groot vuur bij bepaalde gelegenheden te bewegen met stampende en zwaaiende bewegingen. Dit gebeurt alleen, wanneer een vuur door natuurlijke oorzaken is ontstaan en brand in een vochtige omgeving. Zodra de omgeving droger is, zullen de apen vluchten. Dit pleit voor zekere ervaring met het vuur en enige kennis van de het vuur beperkende omstandigheden. Wat ik u hier vertel, behoeft u overigens niet mij zonder meer te geloven. Ook Martin Johnson, bekend Afrika-reiziger, verhaalt in één van zijn boeken, dat dit een bij de negers bekend verhaal is. Hij noemt het legende. Dit, terwijl hij – ik meen in zijn boek “Congorilla”, zeker weet ik dit niet, want zijn boeken zijn na mijn tijd geschreven – verhaalt, hoe ontsnapte apen op hun vlucht een geheel negerdorp in brand staken. Hij neemt echter aan, dat dit toeval is. Ik voor mij meen, dat het wel eigenaardig is, dat het hele dorp in vlammen opging, doordat er te veel verschillende vuurhaarden ontstonden. Johnson zegt dit laatste zelf. Wanneer er enkele apen ontvluchten en op zo veel verschillende plaatsen gelijk brand uitbreekt, lijkt mij dit toch wel te wijzen op een weten van de verwoestende mogelijkheden van het vuur.

  • Hoe kan de geest van een overgegane ontdekken, of hij te maken heeft met goede of met kwade geesten, die hem verder willen leiden?

Dit is zeer moeilijk. De overgegane is n.l. nog niet gewend aan het vormgevend werken der eigen gedachten. Elke gedachte en impuls binnen het “ik” manifesteert zich buiten het “ik”. Zo kunnen dus heel goede geesten in de ogen van iemand, die duivels verwacht, er satanisch uitzien. Laten wij het dus maar zo stellen. Elke geest, die antwoordt op een aanroepen van God en goede geesten, is voor u een goede geest. Wel zullen er ook misschien kwade geesten op afkomen, maar, indien gij u vasthoudt aan het licht en de goede God, zal voor u het licht komen. De gestalten, die u gedurende dit denken rond u ziet, waren in het begin allen in uw ogen lichtend. Zij veranderen echter langzaamaan van vorm en kleur. Enkele blijven licht. Zij zijn dan de ware geleiders. Over het algemeen geldt bij elke overgang, dat men moet geloven aan een vertrouwen op een Goddelijke liefde. Met een liefde, die zegt: Ziet, ik schenk u de volmaaktheid: maar een liefde, die u zegt: Ziet, ik zal u helpen in uw streven de volmaaktheid te vinden. Verder is het wel belangrijk bij de overgang niet te vrezen voor demonische machten, te gaan in vertrouwen op een overgave aan God. De innerlijke gesteldheid is daarom zo belangrijk, dat zij in ons wezen de hoogst bewuste geestelijke toestand wekt en de geestelijke projectie, zoals die in de sferen nu eenmaal voorkomt, zodanig richt, dat wij hierdoor alleen reeds de duistere machten op een afstand, houden. Vrees niet en gij zult het licht binnen treden. Vrees, en de monsters geboren uit uw eigen gedachten zouden u blijven vervolgen tot in het diepste duister.

  • Men nam aan, dat Atlantis gelegen heeft voor de kusten van Spanje en Afrika. In een reliëf, gevonden in de tempel van Medinet Habu, gebouwd door Ramses II zou nu vermeld staan, dat Atlantis gelegen heeft bij Helgoland. Is dit zo?

Neen. De vele legenden, die hierover bestaan hebben al meer verwarringen gesticht. Het eilandenrijk Atlantis strekte zich gedeeltelijk uit voor de kusten van Afrika, maar ging ver naar het Noorden, tot ongeveer Schotland. Delen van Engeland en Ierland maakten deel van het Atlantische rijk uit, evenals de zuidelijke kustgebieden van Portugal en Spanje, Atlantis was echter in zijn laatste dagen niet het enige grote rijk, dat er bestond. Er was ook nog een rijk van Kimbrisch-Germaanse karakteristiek? Het z.g. Alteland. Dit is een later ontstaan rijk met een andere beschaving. De Atlantische beschaving werd, door dat men veel koloniën stichtte na de ondergang van dit rijk, op vele verschillende punten terug gevonden o.a. een klein deel daarvan in het buurland Alteland, dat gelegen was o.a. op de plaats van de huidige Noordzee. Het Atlantische rijk strekte zich in zijn gloriedagen uit van ongeveer 0° lengte 0° breedte tot het Noorden van Schotland en toonde verder een eilandenarchipel van kleinere eilanden, ongeveer in de lijn tussen Porthsmouth en San Fernandez. Ik meen hiermede weer enige gegevens over Atlantis te hebben verstrekt, wil echter niet besluiten, zonder er op te wijzen, dat nationale en volkse trots vaak een grote invloed hebben op hetgeen men over het onderwerp wil vinden, evenals heden ten dage het geval is bij de Brits-Israëlische theorie. Ook hierin zijn grove fouten geslopen, doordat men een te groot deel van het oude volk en de oude glorie tot zich wilde trekken.

  • Wat denkt u van de dogmatisch satan?

M.i. is de dogmatische satan het symbool van het dogma zelf, dat aan de mens de mogelijkheid tot bewustwording langs eigen weg tracht te ontnemen. Het dogma stelt een leer van beloning en straf, wat m.i. in strijd is met de Goddelijke rechtvaardigheid. Door te scheppen heeft de Schepper nu een verplichting op zich genomen t.o.v. het geschapene, waaraan hij zich als God niet zal onttrekken. Het lijkt mij dan ook dwaas aan te nemen, dat hij een grote kracht heeft geschapen, die hij, of niet beheersen kan, ofwel dwingt de mensen aan het door hem voor hen gestelde doel te onttrekken. Ik meen dan ook in de plaats van de dogmatische satan te mogen stellen de onevenwichtigheid van de mens. Hierdoor kan dan een grote geestelijke kracht ontstaan, waarvan zowel de mensheid zelf als de mensheid hatende geesten gebruik kunnen maken om de mens te schaden, of tot het duister te brengen en uiteindelijk zelfs tot de chaos. Ik meen, dat een mens wel de chaos zal kunnen bereiken, maar dat deze niet door hem zal zijn een vernietiging, maar een herboren worden en hernieuwd beginnen met het vergaren van bewustzijn.

  • Bijzondere gaven op aarde, waardoor men betekenis en naam heeft gekregen op aarde, hebben die ook betekenis in de sferen?

Helaas bestaan er bij ons in de sferen noch uitgevers, critici, of personen, die studies en kunstwerken uitgeven of weergeven. M.a.w. de scheppingen, of studies zelf hebben geen enkele waarde. Maar een oprecht kunstenaar bv. schept uit het diepst van zijn wezen. Wanneer in zijn werk dus edele krachten naar voren komen, mogen wij aannemen, dat dezen ook in hen leven. Deze krachten zijn wel van belang in de sferen. Dit is het dus, dat hem erkenning en een plaats in de sferen zal kunnen bezorgen. Het is geen kwestie, van prestatie, maar van bewustzijn.

  • Waarom zijn zoveel kunstenaars zo verwaand op hun gaven, terwijl zij daar toch zelf niets aan kunnen doen, behalve hard werken om ze verder te ontwikkelen?

Men zou evengoed kunnen vragen: Waarom is een schone vrouw trots op haar schoonheid? Want ook dit is een gave. Nu ja, meestal dan. Ik heb tenminste gehoord, dat je de schoonheid tegenwoordig ook wel tegen betaling kunt verkrijgen in een beauty salon. Maar laten wij dit nu even buiten beschouwing laten. De mens is trots op zijn gaven, omdat hij of zij zich daardoor onderscheiden weet van een ander. De mens is n.l. een heel eigenaardig wezen. Eerst probeert hij gelijk te zijn aan een ander. Heeft hij dat eenmaal bereikt, dan probeert hij weer alles om van die ander verder te verschillen. Men tracht daardoor aandacht en achting van anderen te verwerven. De eerbied en achting, ja, verering, waarmede menigeen een kunstenaar beschouwt, zal dus wel mede aanleiding zijn tot deze verwaandheid. Wanneer een Caruso door de hele wereld wordt vereerd en geroepen, dan is hij verwaand, wanneer hij zich daarop voor laat staan en zich meer permitteert dan een ander. Zou diezelfde Caruso geen zanger maar een vorst zijn, dan zou men hetzelfde gedrag zeer democratisch heten. Hier is dus in de eerste plaats sprake van menselijke opvattingen. Nu was Enrico Caruso een vorst der zangers. De menigte, die hem enerzijds als zodanig erkende en verheerlijkte, vond, dat hij zich dan toch als een gewoon mens moest gedragen, wat hij dan ook vaak deed. Laten wij dus maar onthouden, dat de meest verwaande kunstenaar niet altijd de besten zijn. Wel altijd degenen, die de meeste verering genieten, of zich met het beste resultaat zelf als onbegrepen genieën kunnen zien.

  • Heeft de mens een vrije wil?

De mens heeft een vrije wil. Binnen de beperking van zijn geestelijke ontwikkeling. a. zijn omgeving: b. zijn wereld: c. zijn kennis hiervan en zijn reacties hierop. D.w.z. dat het lot van de mens vast ligt. De weg is uitgestippeld. Maar de wijze, waarop de mens deze weg wil gaan, is door hem zelf te bepalen. Voorbeeld: Het leven is een grote weg van laten wij zeggen 18 meter breed. De mens moet deze weg gaan. Dit is gepredestineerd, dit is zijn lot. Hij kan echter langzaam of hard lopen. Hij kan even links aan de weg gaan zitten of rechts. Hij kan zigzag lopen, of meteen recht door gaan. De weg gaan moet hij. Maar hoe hij hem gaat is zijn eigen zaak. Dat komt hier dus op neer. De vrije wil van de mens ligt niet in de eerste plaats in zijn daden, maar wel in de wijze, waarop hij deze daden stelt on beleeft.

  • Hoe komt men aan de naam: Lemurië?

Dit is de naam van een hypothetisch vasteland. Een naam, die dus uit het rijk der fabelen stamt. Naar ik meen kunnen wij deze naam betrekkelijk ver terug volgen en zullen wij haar in Indië reeds vinden ongeveer 3 a 4- duizend jaren vóór onze jaartelling. Zij het dan ook, dat het iets anders gespeld en geheel anders uitgesproken werd. Daar wordt de naam echter verbonden aan een volk, dat, naar men vertelt, in de aarde is verdwenen en daar zal blijven wonen, totdat de Goden, of hoge geesten – dit veranderd naarmate de plaats, waar men komt – de vorst der aarde met zijn gevolg zullen wekken, waarna deze vorst met zijn volk weer op de aarde zullen verschijnen. Deze wezens worden n.l. ook wel Lemuren genoemd. De naam Lemurië zal waarschijnlijk ook in deze dagen weer zijn afgeleid van een plaatsnaam, waarschijnlijk een plaats aanduidende van karakter en gezien de geheimzinnigheid van de plaats later gebruikt zijn in theorieën omtrent het ontstaan der mensheid.