De aura en de inwerking van kleuren

image_pdf

04 januari 1982

Ik zal u eerst beginnen te vertellen dat we niet zo zeker van ons zelf zijn, dat weet u waarschijnlijk wel, maar denkt u alstublieft zelf na. Het onderwerp is: De aura, de inwerking van kleuren daarin. Ik zal proberen om het een beetje systematisch en eenvoudig op te zetten.

De aura heeft dus bepaalde eigen grondkleuren, dat weet u waarschijnlijk. Deze grondkleuren die omschrijven we dan als: rood, dat is de lichaamsstraling, ligt op een paar centimeter van het lichaam af. Daarbuiten krijgen we een vitaliteitsstraling die over het algemeen als lichtgeel wordt beschreven, en daarbuiten krijgen we dus een uiteindelijke uitstraling die we blauw noemen. Deze drie geven aan wat er eigenlijk aan de hand is.

Wanneer we te maken hebben met iemands roodstraling en die is evenwichtig, dan is zijn lichaam gezond. Begint een van de organen een beetje op te spelen, dan zal er ook minder energie zijn of meer. We zien dus een uitstulping naar binnen of naar buiten toe op dat punt in die aura. Het geel houdt eigenlijk ook nog verband met het gedachteleven en daarnaast ook met bepaalde levensstromen die in het lichaam aanwezig zijn. Wanneer iemand psychisch onder grote spanning staat, dan zien we dat dat verkleurt. De verkleuringen kunnen dan zilver zijn, heel erg mooi. Maar het kan ook groen zijn, het kan zelfs heel vaal roze tegen bruin aan zijn. Wat betreft die uiterste straling, daar zien we eigenlijk heel weinig van, die is blauw, maar in dat blauw komen dan soms een soort zilveren spikkels voor, dan nemen we aan dat iemand dicht bij een toestand van verrukking ligt.

Het kan zijn dat een innerlijk proces gelijktijdig het onderbewustzijn aanspreekt, dat bepaalde geestelijke herinneringsvermogens, die het ook nog bezit, en dan zien we dat bijvoorbeeld verkleuren naar violet of naar paars. Deze kleuren met hun varianten zijn op zichzelf indicaties van datgene wat er in de persoon gebeurt. En wanneer wij willen spreken over de kleuren en de inwerking daarvan op de aura, dan moeten we wel begrijpen dat de inwerking van die kleuren dus niet vergeleken kan worden met de kleurenuitstraling die wij in de aura constateren.
Dat zijn twee verschillende dingen. Ze zijn van een verschillende grootorde zeg maar.

Maar een kleur heeft wel psychische invloed. En nu blijkt dus dat kleuren buiten ons de aura wel degelijk beïnvloeden. Wanneer je iemand neerzet in een wat gedempt blauw licht, als iets van maanlicht binnenshuis, dan komt zo iemand over het algemeen sterk tot rust. De processen van het denken worden wat trager, ietwat contemplatief vaak, soms meditatief, en daardoor zal het hele lichaam eigenlijk zich ontspannen. We zien dus in de eerste plaats dat de vitaliteit in de tweede laag van de aura aanmerkelijk rustiger wordt, uitschieters en vlammen daarin verdwijnen voor een groot gedeelte. Maar we zien ook dat daardoor de geestelijke factoren in de mens worden gewekt en daardoor wordt de buitenste laag, die blauwe dus, aanmerkelijk sterker. Nu zou je zeggen: ja, dat is gemakkelijk, blauw bij blauw. Maar dat is helemaal niet waar, want er zijn ook mensen die zo reageren op wat wij gouden licht noemen, je zou kunnen zeggen zonlicht, want er zit een factor geel in. Wanneer dat licht werkelijk rustgevend en intens is, dan kun je ook zo lekker ontspannen, maar dan wordt die buitenste laag van die aura ook dieper en vaak violet.

Ik hoop na deze paar voorbeelden het u duidelijk te hebben gemaakt dat kleuren in uw omgeving invloed kunnen hebben op uw aura. En indirect dus in hun uitstraling tegenover anderen.

Het omgekeerd is eveneens waar. Wanneer u nu een sterke persoonlijkheid bent, laten we dat nu maar eens aannemen, dan bent u dus in staat om uw eigen stemming als het ware te behouden, uw instelling, ongeacht wat daarbuiten gebeurt, dan krijg je heel eigenaardige verschijnselen. Want wanneer bij mij de uitstraling sterk violet is bijvoorbeeld, dan geef ik als het ware anderen daarmee een zekere bezinnelijkheid.

En daarmee kunnen we ons bevinden in een omgeving met allerhande opwekkende kleuren. Oranje bijvoorbeeld, normaal zijn de mensen daardoor gestimuleerd, ze zijn iets vitaler, maar dan zien we deze rustiger worden. Maar gelijktijdig worden ze diepzinniger. Dat kun je dan merken aan een gesprek, maar je kunt het ook zien aan de manier waarop iemand een kopje oppakt, de manier waarop iemand een gebaar maakt. Het is net of dat hij een zekere souplesse heeft gekregen.

Ik wil dus daarmee – ik zou nog vele voorbeelden kunnen geven maar het lijkt me voldoende – willen betogen dat er een wisselwerking bestaat. De omgeving beïnvloed de kleursamenstelling van de aura, maar omgekeerd, de vaste kleurwaarden van de aura die sterk uitstraalt beïnvloeden ook wel degelijk de omgeving. En dan ga je ook begrijpen dat…. volgens mij hangt het er een beetje mee samen.

Ik denk nu bijvoorbeeld aan de termen van magie. In de magie zien wij dat bepaalde kleurschakeringen worden gebruikt. Niet alleen maar mooie witte lijntjes, maar heel vaak, vooral bij de ingewikkelde rituele magie, zien we dat tekens in verschillende kleuren worden geschreven. Zien we dat het geheel eigenlijk verlicht wordt en dat soms dat licht ook nog een eigen tint krijgt. Vooral wanneer je werkt in de Ster d’Orleans bijvoorbeeld, wordt hier dus eigenlijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in de eerste plaats jezelf af te stemmen op de omgeving en daardoor weer vanuit jezelf dominant te worden ten aanzien van die omgeving. Dat is een krankzinnig proces misschien, maar het is volledig waar.

En wanneer u zich gaat realiseren wat er gebeurt, gewoon in kerken bijvoorbeeld, dan zult u ook begrijpen waarom een bepaalde sfeer kan ontstaan. Gaat u eens naar een Rooms-Katholieke Kerk, ze zijn over het algemeen, zelfs in deze dagen nog, het aanzien zeker waard. Vaak nog barokke pracht misschien, soms een te grote eenvoud, maar altijd is er wel een lampje dat brandt, rood. Dat is heel eigenaardig. Want rood vinden we ook heel ergens anders. Weet u misschien wel. In sommige straten in de steden bijvoorbeeld kom je dat licht tegen, is het gelijktijdig ‘beroepsaanduiding’. Maar dat wil dus zeggen: een zekere ontspannenheid, een bijna zinnelijk iets. En omdat er maar een zo een lampje flikkert daar, dan gaat dat sterk op je inwerken, je kijkt er naar, je wordt er naar getrokken. Het gevolg is dat je eigenlijk in een toestand van ontvankelijkheid terecht komt. Dan, kijk eens verder, dan hebben we de dienst. Wat valt weer op? Er is over het algemeen nogal veel goudkleur aanwezig. Daarnaast zijn er nog wat andere kleuren, maar er zijn vooral de kaarsen. Die kaarsen hebben een heel eigen, een warm zacht licht. Geel, maar het leeft. Ook dat maakt je weer receptiever. Voeg daar dan nog bij de vaak wat eentonige stem van een of andere priester en u weet die hebben zo een bijzondere dreun wanneer ze bezig zijn: “deu-dededeu de deu enz. Vaak denkt de pastoor dat hij daartussen God ontmoet, maar ja goed. Maar alweer het verzwakt, het is wegdrijven uit de werkelijkheid. En de verwachting dat God er is.

En dan hoeven we er niet over te gaan vechten of God nu wel of niet in het tabernakel zit. Zo idioot, iemand die beweert: ik zal iemand op zijn “tabernakel” geven, maar ja, dat is een kwestie van smaak. Ik geloof namelijk dat God overal is, dat waar wij God zien Hij voor ons manifest is. Maar goed, hierdoor ontstaat dus een sterke beïnvloeding. Wij noemen die beïnvloeding meestal: tussen goud en groen. Groen omdat, ja, omdat er zitten wat blauw factoren bij, er zit wat geel bij of wat samen, soms zit er ook nog een beetje roodfactor tussendoor, maar zeg maar de einduitstraling is toch eigenlijk voor die mensen, vooral gelovig, naar groen, accepteren, vruchtbaar als het ware afwachtend, maar gelijktijdig ook verwachtend, dat stralen ze uit. Maar die kerk is gebouwd uit steen. En natuurlijk dat gipsen beeld van Antonius heeft er iets mee te maken, maar het absorbeert wel.

Dat marmer van het altaar heeft er ook iets mee te maken, maar het absorbeert. Wanneer zo een gebouw een tijd in gebruik is en er is steeds diezelfde vrome gelovigheid, die ontspannen godsaanvaarding aanwezig, dan gaat het gebouw op u inwerken. Het heeft als het ware de kleur, maar nu een psychische kleur geabsorbeerd. Wanneer u in dat gebouw komt dan ondergaat u, zonder dat u eigenlijk weet waarom, iets van die sfeer. Het is alsof u zachter gaat lopen, uw stem gaat anders klinken, u voelt zich misschien een beetje gevangen in iets wat u misschien niet begrijpt, tenzij u toevallig zelf katholiek bent, en dat vind je overal.

Als je dat nu alleen in een grote kathedraal zou zien, dan zou dat misschien verklaart kunnen worden uit de architectonische structuur van dat alles. Maar je hebt hele kleine kerkjes, denk nu eens aan die zaaltjes zoals bepaald oudkatholieke gemeenten bijvoorbeeld hebben. Daar vind je ook datzelfde. Daar zit diezelfde warmte, diezelfde eigenaardige sfeer. Vergelijk dit nu eens met een joodse sjoel. Een synagoge. Wanneer u die synagoge binnen komt dan heeft ze ook een eigenaardige sfeer, een beetje anders. Het is net of je daar gestimuleerd wordt eigenlijk, om zelf wat te gaan zeggen. Ja, dat ligt weer in de uitstraling van die mensen. Die mensen zijn bezig met God, die mensen spreken tegen God. Ze zeggen: “een jodenkerk”, omdat een mens niet in staat is om zijn rommel buiten de kerk te houden, maar God’s lof. Dus ook daar weer sfeer.

Ga naar een moskee toe, en er is weer een heel andere sfeer. Eentje van “bezinnelijk beschouwen”. Dat klinkt natuurlijk gek, maar ja, dat ligt weer aan de eenvoud van de mensen die daar bepaalde voorlezing aanhoren, het ligt ook weer aan de eigen melodie die ze kennen.

Dat hele ritme is ook weer een systeem hé, en dat beïnvloed je ook weer in je aura. Dus wanneer u, ik zal maar eens een voorbeeld nemen, u bent naar de Gouden Moskee geweest, u hebt daar staan kijken naar de rots waarvan Mohammed de sprong naar de zevende hemel waagde, u hebt daar nog een voetstap van zijn paard gezien misschien en u hebt ook nog gezien waar Abraham of Mozes of weet ik wie, gezeten heeft en u gaat naar buiten, dan denkt u dat u nog steeds toerist bent. Maar kijk eens, wanneer u buiten komt, bent u toch anders, nu ligt het maar aan uw eigen uitstraling of u daarmee beter of minder goed terecht bent gekomen. Dat houdt dus in dat het niet alleen maar gaat om kleur.

Het zou ontzettend zijn als daar maar een hele verhandeling over gehouden kon worden, over kleur en haar bepaalde betekenis en een beetje bij bepaalde ziektegevallen bijvoorbeeld, zo met, mensen in een zonnig milieu hebben geel, in andere gevallen geef ze groen of geef ze blauw. Dan kan je zeggen dat is het dus wel. Die kleur beïnvloed de mens, daardoor het krachtenspel in die mens en daardoor wordt die aura als het ware gereguleerd. Maar nu kun je alle kleuren van de regenboog aanbrengen als je ze had, maar het helpt niet, tenzij de zieke zelf de kans heeft om ook in een sfeer gevangen te worden die past bij de kleur.

En ja, ik weet niet of het nog is, maar wanneer je ’s morgens uit je slaap, uit je bed wordt gewekt, wordt ineens zo een ding in je achterwerk gepropt, en tegen die tijd dat je weer wat bent bijgekomen van de schrik, krijg je weer een nat washandje in je gezicht of zo, nou zo was dat vroeger. Als je dan een washandje kreeg. Soms was het wel een spons, dat is nog erger. Maar dan ben jij niet in een bezinnelijke stemming. Dan is je rust gestoord. En als je dan die rust nodig hebt, kunnen de meesten lichtblauw wel gebruiken, dat je een zekere blijheid krijgt, maar dat heb je doodgewoon niet. Bovendien als het personeel dan ook nog een beetje erg daadkrachtig is, want die heb je er ook bij, die beschouwen je zodra je ziek bent als een minderwaardige, tenminste dat is mijn ervaring. Maar ja, dat is op het ogenblik bijna 80 jaar geleden. Misschien dat het nu beter is, misschien ook niet, dat weet ik niet. Ofschoon ik zo nu en dan nog wel eens eigenaardige berichten hoor. Degenen die, laten we zeggen, overleden zijn zonder een dokter en wettelijke schuld van een ziekenhuis en zo. Maar goed, wat ik wil betogen is dit:

Wanneer ik een kleur heb, behoort daar ook een sfeer bij. Een sfeer zou je kunnen omschrijven als een geestelijke kleur. Wanneer de omgevingskleur en de sfeer “de geestelijke kleur” overeen stemmen, dan hebben ze een bijzonder sterke inwerking op uw aura, op uw persoon en daardoor op de harmonie van uw aura. Wanneer uw eigen aura sterk is, dan zal ze de omgeving veranderen en ze zal daarin ook de kwaliteiten veranderen die aanwezig zijn.

Tussen twee haakjes, is het tot zover aanvaardbaar? Ja, ik heb voor jullie een paar wandelingetjes gemaakt onderweg, maar geen commentaar nog?

Wanneer we nu spreken over de aura, dan hebben we het natuurlijk niet alleen over de aura. In die aura komen nog een aantal van die eigenaardige draaistoelen voor die men dan “chakra’s” pleegt te noemen. Een chakra, ja, dat is een soort half geestelijk orgaan, heeft te maken met levensstromingen, heeft te maken met het zenuwstelsel, vooral naar het lichaam en het heeft ook te maken met geestelijke voertuigen. Een soort verbinding ertussen aan de ene kant. En aan de andere kant is het ook een orgaan dat energie kan opnemen en kan uitstoten, zoals u misschien weet.

Wanneer die aura gelijkmatig geladen is, dan zal een chakra daardoor eveneens bijzonder snel en scherp kunnen reageren. Dat wil zeggen dat het veel beter en sneller kan uitstralen dan anders. En dat, waar energie nodig is, ook meer energie wordt opgenomen dan normaal. Want elk chakra bestaat uit een aantal verschillende factoren. Het wordt meestal voorgesteld als een bloem met een aantal blaadjes. Nu moet u niet denken dat u met een stel zonnebloemen in uw aura loopt; dat is natuurlijk onzin. Maar elk blaadje staat dan als het ware weer voor een bepaalde factor die voor u harmonisch is.

En wanneer nu een factor wel en een andere factor niet harmonisch is, wel dan is het duidelijk, dan heffen die twee elkaar op. Dan kan daardoor dus geen van die twee factoren werken. Als je dat hebt in de laatste van de vier bladeren, dan is het duidelijk dat daardoor je mogelijkheid om energie op te nemen met vijftig procent vermindert is.

Kan dat voor je in een 44-bladige, ja, dan is dat niet zo erg. Maar er zijn een hele hoop van die blaadjes wel met elkaar verwant. Dat wil zeggen dat er toch altijd nog wel, ik wil niet ‘veel’ zeggen, maar toch 30 – 40 % is uitgeschakeld. Dat wil zeggen dat je dan minder kunt ontvangen en minder kunt uitzenden. Het is dus erg belangrijk dat de aura harmonisch is en zo gelijkmatig mogelijk. Daardoor wordt het mogelijk voor u om meer kracht op te nemen uit uw omgeving, ook geestelijke kracht uit wat men een geestelijke omgeving zou noemen. En daarnaast is het voor u veel gemakkelijker om ook de juiste kracht uit te stralen. En hoe meer u bewust of onbewust de juiste kracht uitstraalt, hoe sterker u uw omgeving aanpast aan hetgeen uzelf bent.

En daarom lijkt het mij erg belangrijk voor mensen, die een klein beetje weten welke kleuren voor hem of voor haar harmonisch zijn.

Dat klinkt misschien erg gek, maar het is voor een groot gedeelte eigenlijk het aanvoelen van keuze. U moet maar eens opletten. Er zijn mensen die altijd een voorkeur hebben voor een bepaalde kleur in hun omgeving. Dan kun je niet zeggen: die kleur is een aanduiding van hetgeen ze zijn, want de kleur op zichzelf zegt niets, maar ze betekent voor hen een soort stimulans, een tevredenheid. Zoek in je eigen omgeving altijd die kleuren aan te brengen als hoofdtoon, die voor jezelf rustgevend zijn, meest aanvaardbaar. Dus niet te veel, misschien dat ik daarmee tegen de mode inga, maar kies niet te veel voor bijvoorbeeld zuiver wit of zo. ‘t Lijkt misschien mooi, maar het versterkt accentelijk. En dat wil zeggen dat elke kleine kleurstip die u aanbrengt dan veel scherper op u inwerkt. En weet u, in kleine dingen breng je vaak een kleurtje binnen omdat je het wel leuk vindt, maar gelijktijdig toch een kleur die eigenlijk niet helemaal bij je past. Wanneer je uitgaat van de hoofdkleur en die zelf prettig vindt en onthoud je verder: de meeste tinten die direct zijn en onvermengd spreken te duidelijk. Laten we daarom eerder kiezen voor een pastelversie of zo. Een iets zachtere kleur, een beetje gewassen. Kies kleur uitsluitend volgens uw eigen smaak, maar probeer te voorkomen dat ze met elkaar vloeken. Hierdoor schept u wederom allerhande kleine stimuli die ook bij u passen en die het u mogelijk maken om net eventjes, bewust of onbewust, die enkele impuls op te nemen die u nodig hebt voor een bepaalde taak bijvoorbeeld.

Een hoofdtoon oranje zal bijvoorbeeld onverkwikkelijke gevolgen hebben. Iemand die helemaal in het oranje leeft en die denkt misschien: “Oranje boven”, maar hij gaat er wel onderdoor. Maar iemand die accenten oranje, die voor hemzelf aanvaardbaar zijn, binnen brengt in een omgeving waarin, ik zal maar eens wat zeggen, crème of rood misschien met goud aanwezig zijn, die zal daar ongetwijfeld heel beslist door worden opgevrolijkt, gestimuleerd. Kies niet voor al te drukke kleuren. Er zijn van die mensen, heb ik me laten vertellen, die tegenwoordig gordijnen hebben hangen en dan asjeblieft nog wel een hele wand bedekken met zo van die “harlekijn ruiten” (glas-in-lood, red.) in vreemde kleuren. Nou het zal misschien leuk staan, maar het is wel uitermate verwarrend en het zal op den duur uitputtend kunnen werken. Kies dus voor kleuren die bij u passen.

Probeer ook de kleur aan te passen aan datgene wat u in zo een vertrek bij voorkeur wil doen. In een keuken bijvoorbeeld, nou die zou ik toch een klein beetje rustiger houden dan de meeste mensen doen. Ik denk aan kleuren als aquamarijn bv. voor mensen die dat past of als u wat anders wilt. Houttint, maar alsjeblieft niet te zwaar of te donker. Geef er wat accenten bij die ernstig zijn. In een keuken moet je rustig blijven, want, ofschoon de heren en dames van de schepping het wel eens vergeten in deze tijd van blik en televisiemaaltijd. Koken is een creatieve bezigheid. En wanneer je rustig en ontspannen bent, dan kook je niet alleen beter, maar ook doelmatiger, je maakt minder fouten in een rustiger omgeving. In je kantoor, ach, dan heb je eigenlijk een rustpunt nodig. Zorg dat de kleuren die je ziet terwijl je werkt sterk passen bij je persoonlijkheid en gedekt zijn. Ze mogen niet de aandacht trekken, maar ze moeten een soort gemoedelijkheid naar je toe stralen. Want iemand die ontspannen werkt, kan beter denken, kan beter werken. In een speelkamer, ja, zorg dan dat er veel contrasten zijn. Want die contrasten die helpen u als het ware om afwisseling te vinden. Dan leg je daarin niet alleen je vitaliteit maar ook, laten we maar zeggen, een nieuwsgierigheid én de bezigheidslust die we nodig hebben.

In al deze gevallen hebt u dan een omgeving geschapen waardoor uw aura niet alleen redelijk gelijk gericht kan worden. Fysische invloed doet dat, maar waarbij u bovendien vooral die energieën op kunt nemen en die signalen kunt ontvangen die voor een bepaalde taak nodig zijn. Iemand die creatief werk doet die zal een omgeving nodig hebben met veel licht. Want als hij geen licht in zichzelf heeft, hoe kan hij dan nog iets zien van de werkelijkheid die in hemzelf bestaat. Nu kan hij die op welke wijze dan ook naar buiten brengen.

Dat geldt nu of je schrijft of dat je “industrial design” pleegt, reclame wilt maken of wat anders. Je moet zorgen dat dat stemminkje, dat sfeertje bij je past. Dan, onthoud je verder dit maar: je lichaam zal op den duur wel eens wat ongelijkmatig worden, dat wil zeggen, dat die eerste onderlaag van je aura wel eens wat hiaten, wat kleurverschillen te zien geven. Dit is niet erg. Elk lichaam verslijt wel, maar er zit iets anders aan vast. Wanneer de tweede laag, de subsidische laag als het ware zeer sterk is, dan wordt daardoor niet alleen maar levenskracht voor u toegankelijk, maar zult u daardoor sterker compenseren ten aanzien van die eerste laag van de aura. Wanneer u geestelijk nog zo ver bent, u kunt het diepste blauw tot zilver toe, blauw met zilver spikkels, kan u allemaal opwekken en u bent niet in staat om dat om te zetten in de richting van de levenskracht, dan zal uw lichaam er niets aan hebben. Je kunt je dus niet, al zegt men van wel, gezond mediteren. Je kunt wel een meditatie gebruiken om daardoor de innerlijke rust zodanig te versterken, dat in die psychische gelijkmatigheid die ontstaan is, ook de levenskracht blijvend toestroomt en dan kan daardoor een genezingsproces op gang komen. Maar dat wordt dan in feite bepaald door allerhande taken die je lichaam in zich draagt of die je tevoren door geconcentreerd denken, jezelf hebt opgelegd. Het is dus wonderlijk samenspel vandaag.

Ik zou er heel lang over door kunnen gaan, maar het belangrijkste hebben we eigenlijk, in verband met de titel, gezegd. De aura kent in zich bepaalde hoofdkleuren waar steeds weer varianten op kunnen treden, kleuren buiten u die hebben invloed op uw psyche en daardoor indirect op de reacties en mogelijkheden die uw aura ontvangt. Wanneer uw aura sterk evenwichtig is, kan zij door haar eigen geestelijke kleur uitstralen en vastleggen in uw omgeving. Maar laat ik nu eerst even infomeren of dit alles voor u allen begrijpelijk of aanvaardbaar is en of u er iets meer over wilt weten.

  • Ja het is, natuurlijk in dit geval, wel interessant om dat te horen, maar ik geloof, ik kan het althans wel aannemen, dat er hier mensen zijn die niet weten wat voor soort aura ze zelf hebben.

Nu dat is eigenlijk heel erg eenvoudig. De hoofdkleuren, zoals ik u die hier heb gegeven, zijn voor ongeveer 999.999 van de miljoen mensen juist. Er komen afwijkingen voor maar zeer weinig. In de tweede plaats: wanneer u uw aura, de inhouden daarvan niet kent, zo kent u wel uw eigen omgeving, uw voorkeur. U zult heus wel weten of u meer door groen of door blauwe tinten bijvoorbeeld rustig wordt. Zoals u ook weet of bepaalde kleuren opwekkend werken op u, rood misschien, voor een ander kan het ook fel groen zijn of zeer felle andere kleuren, blauw zelfs een heel fel staalblauw. Wanneer u dat weet, dan weet u dus iets omtrent uw reactie op omgeving en dat is dan eenvoudig genoeg.

Wanneer u een bepaald beeld hebt, een bepaald denkbeeld zoals een bepaald stemming, dan moet u gewoon tegen uzelf zeggen: “Nu, ik voel me nu werkelijk wel prettig”, ‘senang’ zo zeiden ze vroeger ook wel, maar dat is de Indische invloed. Dat straal ik dus hier uit. En als u dat gedaan hebt, gaat u rustig een eindje wandelen, en dan kijkt u eens naar de familieleden die het vertrek zijn binnengekomen voor reacties. Negen van de tien gevallen zult u zien dat ze op een of andere manier van hun normgedrag afwijken. Dat is voor u het bewijs dat u iets doet, velen van uw medemensen ook die daar binnen komen, dan kunt u zelf zien welke invloed u hebt gehad. Dat betekent dus gewoon dat we hier te maken hebben met iets wat door ervaring en zelfs met bepaalde testen volgens mij “meetbaar” is. Dan weet u wel niet hoe uw aura eruit ziet en dat weten de meeste mensen trouwens niet. Een helderziende die denkt dat hij het weet, omdat hij een aura ziet. Maar die aura die hij ziet is weer niet de werkelijke aura, maar is zijn vertaling in begrippen en kleurbegrippen van datgene dat hij ervaart. Als zodanig dus een weergave die voor iedereen precies gelijk kan zijn, omdat ieder toch nog wel op een andere manier opgevoed is, een andere kleurwaardering zal toekennen. Dus we hebben hier te maken met die aurakenner, in de zin van: die kan ik nu eens even mooi uittekenen, maar aura zien, die kan het voor mij doen, die kan een benadering geven, maar dan moeten we wel onthouden dat de benadering gegeven wordt op grond van de innerlijke waardering voor kleuren, die in het teken van de helderziende bestaan. Ik geef het toe, die weet het. Maar je kunt wel aan de hand van de kleuren – en daar hebben we het nu juist over gehad – kunt u dus leren om bepaalde effecten te veroorzaken. En die effecten die u veroorzaakt die zouden u zelf dan weer helpen om die aura te ervaren, die sfeer, geestelijke kleur die je niet omschrijven kunt, maar iets dat je wel degelijk in jezelf ervaart.

  • Ja, dat is nu wel allemaal aardig als je alleen woont, maar laten we nu veronderstellen dat je met een man of tien woont in een huis. Dat zijn dan verschillende persoonlijkheden met allerhande verschillende kleuren. Dan krijgen we wel een bonte verscheidenheid.

Dan krijg je dus een heel bonte reeks van uitstralingen en dan is dus de vraag: Wie is de meest evenwichtige? Want wie de meeste evenwichtige uitstraling heeft, die zullen over het algemeen mede bepalend zijn voor de reacties van de overigen. Dan blijkt dus, als u zegt tien man, dat er twee of drie zijn die afwisselend eigenlijk het gehele sfeertje voor allemaal zullen beïnvloeden. En die andere zeven, ja, die scheppen misschien wel eens oorzaken voor de sfeerverandering, maar ze kunnen ze niet vanuit zichzelf voor langdurend bepalen. Die drie kunnen dat wel.

En er zijn dus degelijk praktische gegevens aanwezig waardoor datgene wat ik gezegd heb – en wat op zichzelf niet controleerbaar is althans – op ons eigen wijze dat resultaat wel kunt controleren. Wanneer iets constateerbaar is, dan kunt u – wat mij betreft – van al dat andere zeggen: wat interessant, maar je hebt er niets aan, dan kun je dat als werkhypothese gebruiken. Maar als een werkhypothese brengt die weinig voorkomen. Het gaat me er dus niet om die resultaten als punt te brengen, dat is absoluut niet belangrijk. Het is niet belangrijk wat een mens denkt, maar wat hij gelooft. Mensen denken heel vaak: het is belangrijk dat ik gelijk krijg. Ach, wat geeft dat. Maar het is wel belangrijk dat je, hoe dan ook, de wegen en middelen van een hypothese te vinden waardoor we meer kunnen vinden dan we zonder dat kunnen. En als dat nu een kerkelijk geloof is, is dat ook niet erg, als het een betoog is zoals wij dat hebben opgezet – ’t was wel een beetje samenraapsel, dat geef ik toe – of dat het misschien een filosofie is, dat doet verder weinig ter zake. Hoe ik het in woorden omzet, op welke manier ik dat wil weergeven, uiterlijk, vind ik niet zo belangrijk. Maar het is wel belangrijk dat ik een resultaat kan bereiken. En wat meer is: dat dat resultaat voor mij controleerbaar is, anders heb ik er ook nog niets aan.

En dan zeg ik u, wat ik nu verteld heb over de aura en kleuren, dat is een werkhypothese voor u. Nu kunt u zeggen: ja, maar ik ben niet in staat om dat ideaal te doen. Natuurlijk, de meeste mensen zullen dat niet kunnen. Maar u weet wat het ideaal zou kunnen zijn. Ik wil zeggen dat u binnen uw eigen omstandigheden kunt proberen om althans t.o.v. van dat ideaal meer naar voren te brengen, en dat u kunt proberen, uzelf als het ware geestelijk te voeden. En dan zult u als gevolg daarvan zien dat uw invloed op anderen, niet in de vorm van zeggenschap maar in een soort gevoelsgelijkheid die van u uitgaat en die u toch eigenlijk alleen kunt bepalen door hetgeen u bent op dat ogenblik, niet door hetgeen u wilt. En als u dat geleerd hebt, dan kunt u zelfs bij tien verschillende mensen in een huis toch komen tot een gemeenschappelijke factor waarbij u zelf als een soort ergens reageert in het geheel en daardoor die sfeer schept waardoor voor u de kracht gemakkelijker opneembaar wordt – dat zult u dan wel merken – maar waardoor gelijktijdig voor anderen u eveneens een mate van harmonie kunt scheppen, op zuiver persoonlijke waarden overigens, waardoor ook zij zich ergens prettiger gaan voelen. Evenwichtiger kunnen reageren en misschien zelfs in hun denken ook evenwichtiger worden en daardoor gemakkelijker verder gaan.

Dan weet ik wel, dat al dat gemakkelijk gezegd is en dat het vaak wat moeite kost om te willen. Tja, ik ben dood, ik heb het gemakkelijk, dadelijk laat ik het medium achter en die moet maar verhaal halen. Maar ja, ik heb u het verhaal verteld. Ik heb u, dacht ik, een aantal aanwijzingen gegeven die kunnen worden omgezet in praktische proeven, die u voor uzelf nemen kunt. Die proeven hoeven niet onder optimale omstandigheden te gebeuren, maar wilt u een optimaal resultaat, ja, dan natuurlijk wel. Hebt u eenmaal in de gaten dat u op deze manier voor uzelf en voor uw omgeving iets tot stand kunt brengen, dan kunt u misschien meer bewust gebruik er van gaan maken, hoe u dat doet hangt dan van uw persoonlijkheid en van de omstandigheden af, wanneer dat allemaal meewerkt. U zult zelf moeten uitmaken wat u ermee wil doen. Maar dat neemt niet weg dat u dan geleerd hebt iets te doen wat heel veel mensen in deze dagen vergeten hebben.

Ja, ik ga weer een kleine wandeling maken, ik hoop dat u het niet erg vind. Kijk, in de oudheid waren er een groot aantal feesten voor onze moderne opvattingen, erg leuke en voor andere minder moderne opvattingen toch wel erg liederlijk, maar die feesten waren in feite gebaseerd op het scheppen van een bepaalde sfeer. Een bepaalde uitstraling, Dat was van buiten naar binnen en van binnen naar buiten. En hierdoor, zo zeiden de mensen, komen wij in contact met de goden. Dat gebeurde soms in een soort sfeer waarbij men goden vertegenwoordigde, het gebeurde soms door allerhande wonderlijke zogenaamde inwijdingstochten door verduisterde kelders heen en elders weer gewoon door een samenkomen in de wouden en zich heel anders gedragen dan men normaal deed. De Griekse vrouwen, daarvan is bekend dat ze erg gehoorzaam waren, behalve in huis zelf, maar in bepaalde tijd van het jaar gingen ze de bossen in. En onzalig de man, die door deze oer-feministen dan gevat kon worden. Ja, dan leefden ze even de andere kant van hun persoonlijkheid uit. Maar daardoor kwamen ze wel in een situatie waardoor ze dan dat volgend jaar de spanningen die anders ongetwijfeld zouden zijn opgebouwd, konden verwerken. Dus dat had wel degelijk nut.

Al die Tempelfeesten, al die oude processies, die eigenaardige feesten in Zuid-Italië, feesten die over bepaalde heiligen die over vuur gaan lopen, dan zeg je ook: ja, wat heb je eraan, je kan beter op asfalt lopen. Maar voor die mensen is dat een verrukkingstoestand. En het is meer, het is een veranderen van zichzelf, vooral dan van het evenwicht in hun aura, hun uitstraling in hun psyche. En daardoor verwerven zij een weerstand, een rust, een zekerheid die ze anders niet zouden hebben. En  dat is de hele historie door.

We kunnen het allemaal natuurlijk weg verklaren, we kunnen zeggen: natuurlijk dat “flagellanten” uiteindelijk mensen waren die een licht masochistische inslag hadden, en die zo in de religie een mogelijkheid vonden om hun seksuele bevrediging bovendien nog exhibitionistisch te brengen. Dat klinkt allemaal heel mooi, er zullen wel een aantal psychiaters zijn die het daar mee eens zijn. Maar er was ook iets anders. De flagellant onttrekt zich, mede door zijn zelfkastijding, aan de normale wereld en de spanningen die daarin bestonden. Hij kwam in een andere wereld en een andere toestand te verkeren. En nu is er een vreemd ding, flagellanten gingen of wel ten onder aan hun verslaafdheid aan deze roes, of wel kwamen ze eruit, maar dan waren ze vaak de meest evenwichtige mensen die er waren.

Dus je kunt zelfs de bekende Foeller, je weet wel die grote handelaar uit Duitsland, die in zijn jeugd in de flagellantengroep enkele maanden is aangetroffen. Toen waren ze niet eens meer zo in de mode. Ik wilde maar zeggen, er zijn duizend en een methoden geweest in het verleden waarin de medemens zich losmaakte van de gewone wereld en een eigen sfeer ging opbouwen, een eigen evenwicht, een eigen nieuwe kracht opbouwde. Dat hebben ze in de moderne tijd vergeten. Het is ook een van de redenen van al de spanningen die in de maatschappij bestaan.

  • Carnaval, is dat ook zo iets in zekere mate ?

Carnaval in zekere mate is dat ook, ja. Dat is ook het scheppen van een sfeer waarin je eigenlijk je evenwicht terugvindt. Het wonderlijke is dat dat dan niet in bandeloosheid behoeft te worden gevonden, maar gewoon in een totale verandering van beweging, van zijn, dus van uitstraling. Maar ja, carnaval, er zijn een hoop mensen die het vieren. Maar als je denkt dat carnaval op de bodem van een bierglas ligt, heb je het goed mis. Het is gewoon een vreugde en een even afstand doen van je menszijn. De dingen van het leven. En men heeft dat voor een groot gedeelte vergeten. En je kunt de mensen niet zeggen: Ga nu maar op die manier een of ander ritueel volbrengen, en dan komt het wel. Want dat hangt van heel veel factoren af.

Maar wat ik u nu vertelt heb, dat zou in de plaats van een dergelijk ritueel kunnen komen. Maar dat ik u vertel hoe het werkt, ach, dat is eigenlijk niet zo belangrijk. Er zijn een hele hoop automobilisten die niet weten hoe een motor werkt, maar ze rijden goed. En hier is het ook zo, die uitleg doet er eigenlijk niet zo veel toe, ik geef ze hoofdzakelijk opdat u nu weet dat het zinvol kan zijn.

Maar wanneer u die evenwichtigheid tussen de kleuren buiten u en uw innerlijk werkelijk zo goed mogelijk hanteert, wanneer u dat uw instelling leert, waardoor u evenwichtig wordt, waardoor u in zekere mate ook meer vitaal wordt, dan hebt u daar inderdaad de werkelijke mogelijkheid om te ontwijken, waar de belastingen van de wereld u anders zouden verscheuren en u werkelijk onevenwichtig maken. Je kunt er iets tegenover zetten. En daarom denk ik dat hetgeen ik gezegd heb toch belangrijk en bruikbaar is.

Maar ja goed, ik ben dus degene die is afgeweken, nietwaar? Maar ja, als je dus steeds bij de mensen komt praten, moet je wel een afwijking hebben, denk ik. Maar de meeste geesten die zeggen: ik kom later terug om wat te vertellen, maar doen het niet en weet u waarom niet? Ach, ze zeggen: Waarom zou ik die mensen nog ongeruster maken dan ze al zijn. Goed. Had u nog commentaar?

  • Ja ik wilde wat vragen over Rudolf Steiner. Steiner beweert dus dat je kinderen die agressief zijn, agressief blijven, dat die eigenlijk in een rode omgeving zouden moeten leven, dus agressieve omgeving, dat ze rode kleding om zouden moeten hebben. Ziet u daar het nut van in?

Rood-elementen in hun omgeving wel, als dat betekend dat de uitschieters naar buiten toe worden onderdrukt. Zodat er een innerlijk evenwicht zou kunnen worden opgebouwd. Maar ik zou ze niet allemaal in het rood willen kleden. Dat lijkt mij een beetje overdreven. Ik denk dat je kinderen de kans moet geven om zich zo te kleden – dat is weer een heel ander onderwerp natuurlijk – dat ze voor hun eigen gevoel meetellen. Omdat de kleding voor de mens eigenlijk een soort symbool is van zijn ‘behoren bij’, het is een vaststelling van een positie en als je dat dan kunstmatig in kleur gaat vastleggen, dan schep je weer een sociale spanning die alle goede invloeden toch teniet doet.

  • Kunt u misschien iets vertellen over de woonomgeving van de hedendaagse mens. Bijvoorbeeld, ik kan me voorstellen dat het wonen in betonnen dozen eigenlijk niet zo een goede invloed heeft op de aura.

Nu, dat zal nog wel meevallen. Maar er zijn natuurlijk wel bepaalde punten waar je rekening mee moet houden. In de eerste plaats: men woont niet alleen in beton, maar woont in gewapend beton. En gewapend beton dat wil zeggen dat daar geaard ijzer aanwezig is. En iemand die een beetje op de hoogte is van de bekende term, die weet van de kooi van Faraday. De kooi van Faraday wil zeggen: dat spanningen van buitenaf, en als het ware ook golven van buitenaf, dus niet naar binnen door kunnen dringen. Dat wil zeggen dat je voor een deel van het normaal milieu bent afgesneden. Het klinkt misschien gek, maar u hebt bijvoorbeeld ‘aarde-potentiaal’. Maar in de flat zijn dus eigenlijk potentialen bijna nul. Van de hoogste verdieping tot geheel beneden maakt geen verschil. Dan hebben we bepaalde magnetische golven en u weet wel, waarvan een hele hoop mensen zeggen: dat is onzin, maar we leven in een magnetisch veld, een aards magnetisch veld. Dat wil zeggen dat we gesneden worden door krachtlijnen, zo nu en dan. Dat zeggen dat daardoor bepaalde reacties worden opgewekt, dat kan ondermeer belangrijk zijn voor de bio-elektrische opbrengst van de dwarsgestreepte spieren. Neem je die dingen weg, dan neem je dus ook die opbrengst weg. En zelfs deze dingen alleen zijn (er zijn meer factoren) eigenlijk dan schadelijk. Ik kan het niet anders zeggen.

Dat betekent dat gemakkelijker gevoelens van verveling, gevoelens van machteloosheid en hulpeloosheid kunnen optreden. En  als gevolg daarvan weer soms ook agressies wakker worden, hetzij tegen “ik gericht”, hetzij tegen anderen gericht.

Ik vind dus wat dat betreft het moderne woonmilieu sowieso niet geheel aangepast aan de werkelijke behoefte van de mens. En men zou er aan moeten denken dat men tenminste in die flatwoningen voldoende toegang heeft van frisse lucht, ook al dat kost dat wat meer energie, dat men als het even kan dus wat contact heeft met zonlicht en dergelijke. Goed, maar er is nog wel iets anders.

Kijk, een rechte lijn is voor ons een onnatuurlijk element. Dat vindt u misschien gek, maar het is war. Emotioneel denken wij niet rechtlijnig. Er zijn mensen die denken dat ze rechtlijnig denken, maar die praten dan vaak bijzonder krom. Dat zie je bv. wel in de politiek. Voor ons ligt de afwijking van de rechte vorm erg belangrijk.  Daarnaast heeft de mens, en vooral de stadsmens, behoefte aan een zekere mate van ruimte, maar gelijktijdig van geborgenheid. Die geborgenheid die houdt in dat die niet overweldigend moet worden, hij moet niet klein gemaakt worden, hele matige proporties, maar hij moet als het ware zichzelf in relatie tot de omgeving kunnen zien als normaal. Dat kan door gewenning langzaam veranderen, maar vooral in het begin, als je in een flat woont, overdonderd dat je. Het is net of je een Nederlander ergens tussen een heel smal dal in de bergen zet. Dan wordt je daar ook in het begin gewoon ziek van. Het kan zwartgalligheid en angst opwekken. Dan, en ook verder dus, gebogen lijnen niet voortdurend naar de oneindigheid kijkend maar een voortdurend veranderende visie. Voortdurend geboeid kunnen zijn door hetgeen je ziet, licht gebogen straten zijn voor de mens wezenlijk een rechte straat. Een voortdurende gelijkvormigheid werkt verdovend. Wanneer echter voortdurend varianten ontstaan, dan zal de mens daardoor geboeid zijn en dat betekend gelijktijdig dat daardoor zijn eigen reactievermogen verhoogd wordt. En dat hij door die belangstelling die de omgeving blijft wekken, gelijktijdig hoopt op al het andere wat tot zijn normale bestaan behoort, gevarieerder en daardoor juister kan reageren.

Dan heb ik het nog over het kleuraspect. Kijk, wanneer je alles in één kleur brengt, heb je kans dat 99 van de 100 mensen nijdig worden, of dat nu een betonkleur is of wat anders. Je hebt dus kleuraccenten nodig. Maar die kleuraccenten die moeten divers zijn, ze moeten dus niet allemaal gelijk of vergelijkbaar zijn. Als het even kan moeten ze ook niet in vaste volgorde voorkomen. Er zijn mogelijkheden om zelfs zeer hoge gebouwen toch op een of andere manier visueel en daardoor emotioneel aanvaardbaar te maken. Ik denk hier aan bv. hetgeen men in Mexico heeft gedaan. Ik zeg Mexico maar ook elders. Maar, waar men dus enorme afbeeldingen heeft aangebracht die door hun kleuren zelf, eigenlijk het gehele perspectief veranderen. Kijk, dan heb je iets wat wel goed is. Maar ik geloof dat de mensen te weinig begrijpen op het ogenblik, helaas vooral de architecten, dat we niet moeten bouwen in de zin van “zakelijkheid” maar in de zin van “emotionaliteit”. Want de reactie van de mensen, zakelijk of niet, wordt emotioneel meebepaalt en wanneer ik daarin voor zich een mate van harmonie kan vinden en gelijktijdig voldoende diversiteit zal ik eigenlijk innerlijk rustiger zijn, je zal minder agressief, meer beheerst reageren, observeren en je zal ook beter presteren. Dus in zoverre heb ik wel enige kritiek op de woonomgeving van vele mensen. Dat was dan een klein extraatje, het heeft er natuurlijk maar weinig mee te maken, maar ja, als je officiële verklaringen leest dan vraag je je ook wel eens af hoe het een bij het ander terecht is gekomen. Dus, dan heeft u hier ook iets waar u zich mee bezig kunt houden, wanneer er geen vragen meer zijn zou ik nu dit deel willen besluiten.

Dan zou ik het graag hierbij laten als u het niet erg vindt. Ik weet wel voor mij was het zeer aangenaam, voor u was het hopelijk interessant. Ik dank u in gegeven aandacht, voor de vraagjes die mij de kans gaven om ook ergens van leer te trekken.

Tweede gedeelte

Vragen

  • Ja, dan heb ik nog een vraagje over de term aura. Omvat deze alle voertuigen, inclusief het stoffelijke of wordt met name het levenslichaam en hogere voertuigen bedoeld. Kun je van een lijk ook zeggen dat ze een aura heeft?

Jawel, een lijk heeft tot ongeveer 24 tot 36 uur na overlijden in deze streken nog een aura. Heeft nog een uitstraling en, het woord aura zegt het al, het is uitstraling en die uitstraling omvat dus niet alle voertuigen, maar geeft de werking van alle voertuigen weer zover als die vanuit het centrum van het stoffelijk voertuig plaats vinden.

  • Kun je bij de verlichte Boeddha, die in het Hoogste Licht is opgegaan, ontstegen aan alle voertuigen ook nog van een aura spreken?

Dat is een moeilijke vraag. Maar nou, ja ik zou het toch willen doen. Want, Zijn wezen is een met de totale kracht van alle wezens en onderscheid zich daarvan slechts doordat het deze kracht in zichzelf centreert en van daaruit via een bewustzijn kan projecteren. Dus zal het totaal van alle krachten in de Boeddha gelijktijdig een uitstraling zijn en dus een aura en een inkomende waarde waardoor zijn eigen betekenis voor hem ook bepaald wordt.

  • Kunt u enigszins omschrijven wat bij een zeer goede uitwisseling tussen twee personen bv. man-vrouwverhouding, in de aura zichtbaar is, als bij een minder gunstige bv. de relatie heerszuchtige personen en sympathiek maar zwak slachtoffer ?

Ja, dat wordt wel moeilijk. Daar begint de seksualiteit een rol te spelen. Maar, moet u eens luisteren, wanneer er dus sprake is van een heel goed en sterk contact – ik neem aan dat er sprake is van een bijna of werkelijk lichamelijk contact – onverschillig welke vorm dat aanneemt. Op dat ogenblik vloeien de aura’s in elkaar over. Dat is duidelijk. Is er sprake van een goed contact, dan zullen de harmonische factoren in die aura’s elkaar versterken. Met andere woorden: Ieder krijgt in feite een verrijking van de evenwichtigheid in zijn eigen aura, en bepaalde zaken die normaal niet zo sterk tot uiting komen, zijn een tijdlang sterker en daardoor kan het geheel meer omvattend en harmonischer zijn.

En nu zeg je, als het nu verkeerd is, nu goed, dan botsen ze met elkaar, dan vreten ze elkaars kwaliteiten als het ware op. Ze elimineren ze. Dat wil zeggen dat wanneer je de aura dan bekijkt, dat er dus veel meer donkere plekken in zitten. Dus plaatsen waar dus eigenlijk geen activiteit meer is. Dan wordt de actie weggenomen, de uitstraling en daardoor ook de reactiemogelijkheid van die aura-opname energie. Zo is dat gewoon, het wordt weggehaald. En nu ja, dan zeg je: ze hebben elkaar opgevreten. Daarom zeggen ze wel eens: “liefde kan een wederkerige verrijking zijn, maar het kan ontaarden in een “wederkerig vampirisme”. Nu, in dat laatste geval heb je het slechte.

  • En dat kan zich uitstrekken over de diepere lagen van de aura of niet, of over het algemeen slechts het levenslichaam?

Ja, het kan zich uitstrekken zover als men voor elkaar vatbaar is. En hoe meer het geheel van het “ik” erbij betrokken is, kan het zijn dat dat dramatische invloeden zijn. Die spelen bijvoorbeeld. Nu ja dan zie je vanzelf dat bepaalde geestelijke voertuigen er ook bij betrokken zijn. En dat kan ten goede en ten kwade gaan. Maar normalerwijze gaat het, nu een levenslichaam, astraal zo, weet u wel, nu veel verder komt het niet. Totdat werkelijk een innerlijke band is ontstaan en dan blijkt dat hij verder gaat dan tot bepaald geestelijke voertuigen. En welk voertuig daarbij het hoogst is, wordt weer bepaald door het gemiddelde bewustzijn van de persoon.

  • Maar bij de dood wordt dit bij wijze van spreken weer uitgewist?

Ja kijk eens, u gaat op vakantie en je gaat naar bv. Gran Canaria, geef je veel meer uit dan je kunt. Denk je dan dat je thuis kunt komen zonder met schulden te zitten? Met andere woorden, het wordt niet uitgewist, neen, maar de invloed als zodanig, zolang ze op seksualiteit berust, is uitgewist, want dat bestaat dus niet meer.

Maar de verdere harmonische of disharmonische factoren blijven bestaan. En wanneer die binding bijvoorbeeld een uitstraling is, kan die heel lang blijven bestaan, dat is als een verhouding van licht en die kan oneindig blijven bestaan. Als er maar tijdsgevoel is.

  • Het hangt dan van de persoonlijke reactie af?

Het hangt ondermeer van de persoon af, ja. Dus van zijn reactie niet. En weet dat u als een mens reageert, dan doet hij dat meestal tegen beter weten in, weet u wel. En geestelijk geldt dan het beter weten en niet de reactie.

  • Is het juist dat laagsgewijs een aantal kleurenvlakken in de aura zichtbaar zijn te beginnen met rood, oranje-geel beneden, niet van top tot teen maar van teen tot top.

Ja, nu het is dus niet zo dat het in laagjes wordt opgebouwd. Van beneden naar boven, het is wel zo dat van binnen naar buiten je kunt spreken over dergelijke laagjes. En dan moet je zeggen dat de rood-laag altijd het dichtst bij het lichaam zit. En daar verwante kleuren in voor kunnen komen en op de grens weer van dat geestelijke, uitstralingen, nu vaak zeggen ze goud of zo, nu ja het is ook geen goud wat je in kunt wisselen. Je kunt er geen kies van maken.

Maar op de grens daarvan daar krijg je dus heel veel kleurschakeringen omdat daar stoffelijke en zeg maar geestelijke bepaalde waarden in elkaar overvloeien. En daar zie je dus een hele reeks kleuren en datzelfde zie je dan weer aan de grens waar die geestelijke uitstraling begint. Dat is dus dat punt eigenlijk waar het lichaam bijna een blauwtje loopt.

  • Is er dan wel nog sprake van een enkele overeenkomst met de chakra’s?

Nou, het is natuurlijk wel zo. Chakra’s … u moet begrijpen dat zijn als het ware organen. Weliswaar geestelijke organen, maar het zijn een soort organen en nu moet u maar zo denken: u heeft klieren in uw lichaam die maar één afscheiding produceren. U heeft er boven ook nog een, zo een klein kogeltje, zitten binnenin en die ziet kans om ruim dertig afscheidingen te produceren. En nu is het met een hoop chakra’s, die produceren dus meer verschillende mogelijkheden dan normaal, maar in alle overige chakra’s zijn alle mogelijkheden van alle andere chakra’s aanwezig. Begrijpt u wat ik bedoel?

Dus je kunt er geen volle oordeel op bouwen, tenzij je het wilt gaan doen op grond van de functie ten aanzien van het lichaam. Dan beginnen we bij de stuitchakra en zeggen: kijk, daar zal wel het zakelijk levensenergie in zijn opgenomen. Dan gaan we een eindje verder en dan wordt de levensenergie ook uitgewisseld en nog bepaalde andere dingen. Dan gaan we weer een stap hoger en dan komen dus bepaalde gevoeligheden en die liggen zo een beetje tegen het astraal aan, die komen daar dan ook bij en zo ga je dus verder. Maar dat is dus een uitgebreidheid van functies. Het is dus niet dat je zegt van top tot teen of zo.

  • Iemand, die laten we zeggen vrij sterk geestelijk emplooy heeft, dus een hoog chakra, chakra ontplooit ziet, is het ook zo dat binnen zijn aura het geestelijk gedeelte vrij actief is vrij, vrij veel zilverkleur vertoont?

Nu dat ligt wel een klein beetje aan de manier waarop je er mee werkt. Kijk, de aura, dat moet je heel goed begrijpen, is gewoon de uitstraling. En nu kunnen we zeggen, we hebben allemaal een en dezelfde uitstraling, als een fabriek met de lichten. Maar ja, we zetten er allemaal filtertjes voor hè. Net als voor zo een toneelschijnwerper. Dat weet je. Je kunt rood maken, blauw, als je er maar een glaasje voorzet.

En dan zegt u dus nu: Ja, maar als een chakra helemaal ontwikkeld is, krijgt hij dan een bepaalde kleur? Dat ligt er maar aan wat ik ben op het ogenblik in mij, zeg maar stof voor de factor, laat me er even van uitgaan dat je in de stof bent of in een bepaald geestelijk voertuig. Dan wordt de uitstraling bepaald door de activiteiten, de harmonieën van dat voertuig. En dus niet zonder meer door de chakra. Maar wel kunt u zeggen dat iemand die een ontplooit hoge chakra heeft, zeer waarschijnlijk veel meer geestelijke harmonieën zal vertonen dan iemand die nog aan het stuitbeen niet ontwassen is. Want zo iemand heeft vaak stuitende invloeden.

  • In de aura zijn geestelijke factoren aanwezig waarin voor de geest duidelijk wordt wat voor bewustzijn de persoon heeft. Wat voor factoren zijn dit en hoe zijn deze zichtbaar?

Ja, dat is ook weer zo een leuke vraag. Je zou het zo kunnen zeggen: wanneer wij naar de aura kijken, dan valt een groot gedeelte van die uitstraling, die voor een helderziende op aarde meestal het helderste is, voor een deel weg. En wat overblijft dat is een aantal kleurtjes die naast elkaar staan. En wanneer die kleurtjes nu op een bepaalde manier in elkaar overgaan en harmonisch blijven, dan zeggen wij: nu daar hebben we iemand met een goed bewustzijn. Maar als het zo een soort Mondriaan-resultaat wordt, dan zeg je: er staan nog zoveel hokjes en grensjes in hé. Dat is iemand die zijn persoonlijkheid nog niet tot eenheid maken kan.

Laat ik maar rekenen op een lager bewustzijn. Maar ja, hoger en lager zijn ook van die gekke termen. Per slot van rekening: een hoger bewustzijn zou een meer omvattend bewustzijn moeten worden en een lager bewustzijn een meer beperkt bewustzijn. Want een heel laag bewustzijn kan zeer omvattend zijn, alleen is het dan voor ons niet aanvaardbaar omdat het niet met ons harmonisch is. Maar laten we het maar heel simpel stellen.

Denkt u dat als de duivel zo stom zou zijn als de meeste mensen ondanks alles schijnen te denken, dat hij na zoveel tijd nog steeds in business zou zijn? Alleen, hij is negatief ten aanzien van ons, en wat wij God noemen, is positief ten aanzien van ons. En wat zeggen wij? Oh ja, maar dat is iets dat “motten” we niet, dat laten we niet, daar willen we van af. En als we zien dat er veel van die negatieve factoren in een aura zitten, dan zeggen we: ja kijk, dat is voor ons toch nog niet een bewustzijn waar we gemakkelijk mee contact op kunnen nemen. En als we zien dat deze lichte en die donkere waarden sterk van elkaar begrensd optreden, een hele sterke lijn daartussen, dan zeg je: ja, voor ons is dat geen ontwikkeld bewustzijn, punt. Ja, dat zeg ik op grond van mijn eigen ervaring, hoor. Spijt me, misschien had je daar een formule voor willen hebben, maar ik kan er zou gauw niet een bedenken helaas.

  • Hoe moet je je die hokjes en vakjes voorstellen?

Nu, weet u wat, u gaat naar de eerste de beste kerk waar ze die mooie gebrandschilderde ramen hebben. En dan moet je nooit zeggen wat ik je heb aangeraden.

Maar lak nou eens op een van de vijf van die stukken even zwart, en kijk er dan naar en dan ziet u precies wat wij zien wanneer we zo een aura zien van iemand die wel eens te veel uit het glaasje heeft gedronken. Oh hemel, laat ik het niet zeggen, stel je voor dat iemand het gaat doen.

  • Wat voor processen spelen zich af in de aura bij het opnemen van kracht voor bijvoorbeeld geestelijke genezing ?

Ook dat is een heel interessant iets. Kijk, wanneer je dat doet, dan doe je dat over algemeen via een chakra. Je doet dat met een geestelijk orgaan. En daarmee neem je kracht op. Hoe hoger dat chakra ontwikkelt is en vooral hoe hoger het in de rangorde ligt, dus hoe meer omvattend het is, hoe groter en hoe juister de krachten die je op kunt nemen. En op het ogenblik dat je die opneemt, kun je dus uitstralen. Dat wil zeggen dat je aura verzadigt raakt van die kracht die je hebt opgenomen. Dat zie je vooral dus in, zeg maar, de middelste laag. En dat begint dus als het ware te groeien. En dan gaat u geestelijk genezen. U gaat het uitzenden, dus met uw gedachten wegwerpen of u gaat het misschien met de handjes doen, weet u wel. Dat vind ik altijd zo leuk, net een schimmenspel. Maar de kracht die druipt er gewoon uit ondertussen. En dan zie je dus die kracht wordt overgedragen.

Maar nu het gekke, naarmate je meer lichte krachten overdraagt op een ander, wordt de middelste laag van je aura lichter, dus het is net of je meer krijgt in plaats van minder. Dat is heel gek. En wanneer je dan kijkt wat er verder gebeurt, dan zie je heel vaak dat een deel van de aura van de ander, dat is tijdelijk, gekopieerd wordt. Dan zie je dus een soort spiegelbeeld in de aura, iemand heeft, stel, donkere uitstulpingen weet je wel, en ja wat heeft hij, voor mijn part een rotte kies of eksterogen, een milt die het niet helemaal doet, een long die een beetje hapert of een spier die geen zin heeft. Nu, op zo een punt zie je dus die uitstraling en dan zie je die spiegelbeeldig optreden in die binnenste laag, die rooie laag. Daar zie je dus die donkere vlekken ontstaan. En wanneer dat sterk genoeg wordt, dan zie je bovendien dat er uitschieters komen in dat witte licht. Het is net of er lijntjes uitgaan van die donkere plekken in dat witte licht. En ja, je kunt niet zeggen dat is ’ton sur ton’, zeg je er geloof ik tegen. Het is wel dezelfde kleur, maar je ziet er toch lijnen in. En als zo iemand dan klaar is met genezen, dan heeft hij over het algemeen en vooral wanneer het intens is, ergens het gevoel van die pijn of die gevoeligheid tijdelijk overgenomen en dan wordt het heel erg leuk want dan zie je dat terwijl het licht wegsterft, een beetje weer normaal wordt, zie je gelijktijdig dat die kleur – verkleuring moet ik maar zeggen – die verkleuring als het ware door het weggaande licht worden meegenomen en dan zakt het weg. Dus dat zijn de dingen die je er in kunt zien. En als iemand nu toevallig heel hoog werkt – maar dat komt zo vaak niet voor – dan zie je bovendien dat, en dat is meestal op een of twee plaatsen, dus niet in die hele uitstraling, in de buitenste laag, dat is net of iemand daar van straaltjes een vlechtje heeft gemaakt. Die leuke dingen waar je op school de meidjes zo goed aan kon trekken. Tenminste als je op de gemengde school zat natuurlijk. Maar, dat is dus zo een soort vervlechting en dan is het net of dat daar draden inzitten. Hoe moet je dat zeggen: Stel je voor violet licht dat zo fel is en dat het bijna wit is, net nog niet helemaal. Dat loopt door elkaar. Dat gaat dan op zo een plaats naar binnen en waar het dan die tweede laag van de aura raakt, daar schijnt het over te gaan in een soort goud, goudkleur. Het verandert iets van kleur en dan waaiert het uit en dan zie je het niet meer. Als je er wat aan hebt, ik vind het best.

  • Die situatie, wanneer treed die op?

Ja, die situatie, wanneer treed die op? Soms wanneer een mens eigenlijk in een toestand van verrukking is. Op andere ogenblikken waarin hij zichzelf volledig vergeet voor hetgeen hij gaat doen. Altijd schijnt er bij te behoren dat je je besef van jezelf, zoals je op aarde normaal aan jezelf denkt, dat dat even verdwijnt, dat daar iets anders voor in de plaats komt. Dat schijnt de voorwaarde te zijn. Maar precies weten doe ik het gewoon niet.

  • Als iemand een gat in zijn aura heeft, wat wil dat zeggen?

Ja, het omgekeerde zou erger zijn. Het antwoord is gewoon: neen. De mens die heeft normalerwijze gesloten velden. Wanneer daar een opening in zit, dat is een punt waar het minder dicht is in feite, daar blijft die kracht dus niet bij elkaar, maar kan een deel van de energie naar buiten toe afvloeien. Maar daar zou ook iemand iets van buitenaf versterking kunnen projecteren bij wijze van spreken. Zo is dat.

Ja, u zit nu maar te lachen, maar u moet maar eens een ding onthouden, wij leven in een lichtere wereld. Kunt u zich voorstellen dat er een wereld bestaat waar licht en vreugde is en waar je niet kunt lachen? En wanneer je dat betrekt op het stoffelijke lichaam, dan zijn uw associaties misschien een beetje anders dan bij ons, maar er om lachen kun je toch niet laten.

  • En dan verdergaand, over genezen, als we bedenken dat in de kerk sterk met offers wordt gewerkt, of dat genezend is speelt een belangrijke rol. Als je daarin geloof hebt, en dit heb ik niet, maar het gaat om de krachtoverbrenging van de priester op de patiënt of is in dit geval de priester een doorgeefluik.

Nu, je zou kunnen zeggen dat in zo een geval de priester eigenlijk een soort brandglas is. Iedereen is er mee bezig, maar activeert zijn hoge krachten. Die zijn er, hopen we dan, nu ja en als die hoge krachten komen, dan is iemand nu eenmaal het brandpunt van die vergadering. Het brandpunt is meestal in zo een geval de priester. Dat wil dus zeggen dat de priester eigenlijk doorgeeft. Hij kan wel proberen zelf te geven, moet hij eigenlijk wel doen, maar dat is eigenlijk maar een breekdeeltje in de werkelijkheid.

Je zou kunnen zeggen: het is net als met een pomp. Ik weet niet of jullie nog pompen hebben, hetzij dat het economisch pompen of verzuipen is, als je een pomp moet gebruiken, gooi je er eerst een beetje water in. En dan kun je pas water pompen. En het is dus eigenlijk zo, als je dat als priester zou moeten doen, dan moet je werkelijk heel intens mee bidden en proberen die kracht te voelen en de kracht die je in je hebt geven. Maar op dat ogenblik dat je dat doet, begint het proces, want nu loopt de pomp. En dat blijft doorgaan. Begrijp je? Dat is de bedoeling. Ik zou zeggen het is toch eigenlijk een brandpunt.

  • Ja, ik snap het allemaal niet zo zeer, maar het loopt me allemaal een beetje door elkaar, maar in consequentie, dat bij minder aura een hoeveelheid kracht zou komen van de andere zijde, en bij het opeten daarvan zou die kracht ook weer naar boven gaan. Is dat een daadwerkelijke kracht of iets wat niet valt te zien, ik kan die kracht niet zien.

Laten we nu heel voorzichtig zijn. Kijk, maar het is zo, je gelooft er aan, voor jouw is dat HET beeld, die kracht. En het tot je nemen van dat beeld, van die kracht betekend voor jouw de aanvaarding van die kracht. Dat wil zeggen, dat de werkelijke invloed eigenlijk meer een psychische is dan een feitelijke kracht. Maar de helderziende die gelooft in die kracht, ziet ze voor zich gecentraliseerd, in zo een ouweltje, en wanneer je dat ouweltje in je opneemt en je gelooft in die kracht dan sta je daardoor open voor die kracht, die kracht is overal. Maar door die actie, door het symbool sta je open voor de werkelijkheid, laat ik het zo zeggen. En al dat andere dat is gewoon nodig om de mensen tot dit openstaan te brengen. Niet erg bevredigend misschien, dat kan ik me voorstellen, maar het is toch echt zo.

En ja het eind nadert, ik mag het zo lang niet meer maken, krijg ik een tip van de andere kant. Nog drie minuten. Zo zie je de Nederlanders willen geen wetten lezen, maar nu vertellen ze het je. Jullie zegt het maar, jullie begrijpen het niet allemaal, maar u gelooft wel. Kijk als u het zou begrijpen, zou u het niet geloven. Ons geloven is een gevoelsmatig vooruitlopen op het weten dat we nog niet bezitten.

Nou dat was het dan.

image_pdf