De belangen van de materie en van de geest

image_pdf

11 januari 1966

Wij hebben deze bijeenkomst een gastspreker. Daarnaast zou ik zelf u het een en ander willen zeggen. Misschien mag ik beginnen met een klein citaat:

Het leven van een mens is als een druppel water in een poel een ogenblik van beroering, dan niets.

Dat is erg pessimistisch natuurlijk. Maar de belangen van de materie en de belangen van de geest kun je tegenover elkaar inderdaad op deze manier aflezen. Wanneer je de innerlijke weg wilt gaan, dan begin je al toe el snel met te zeggen; mijn leven is belangrijk. Maar wat het belangrijke is in dit leven, dat weten de meesten van ons niet. Pas na heel lang denken en zoeken begin je langzaamaan aan te voelen, wat eigenlijk telt en wat niet. Ik wil heden proberen de verschillen wat duidelijker te maken.

Wanneer je als mens op de wereld leeft, dan is naastenliefde misschien een gebod, maar het is een absoluut zinloos iets, tenzij het geestelijk leven voor jou belangrijker is dan het materiële. Je kunt die naastenliefde ongeveer als volgt verklaren: God leeft in alle dingen. Daar God in alle dingen leeft en mijn totale beleven in de eeuwigheid gebaseerd is op mijn bewust deel zijn van de Godheid, zal ik door mijn naaste lief te hebben zelf intenser leven.

Wanneer dat waar is, ja, dan is naastenliefde belangrijk. Maar dat betekent nog niet, dat wij die naastenliefde dan maar moeten zien als een prettige manier om met onze medemensen om te gaan. Er liggen grote verschillen tussen datgene, wat esoterisch aanvaardbaar is en datgene, wat men over het algemeen doet. Een klein voorbeeld: U kunt uw naaste liefhebben en dus uzelf a.h.w. aan die naaste ondergeschikt maken. Zolang dat het geval is en u gelijktijdig trouw bent aan uzelf, verwerft zelfkennis, u hebt deel aan de goddelijke schoonheid. U ontdekt a.h.w. de waarheid (u verkrijgt dus een zekere wijsheid), kortom, uw bewustwording, is een betrekkelijk snel proces.

Op het ogenblik dat u uw naaste lief hebt, omdat u daarvoor een erkenning wilt hebben, of misschien nog erger – omdat u daarvan voor uzelf bepaalde voordelen verwacht, een bepaalde bevrediging of wat dan ook, dan hebben we precies het omgekeerde. Op het ogenblik dat het uitgaan in de wereld voor ons een kwestie wordt van onszelf helpen, onszelf verrijken en onszelf dienen, dan kunnen wij wel zeggen, dat we het demonische, het duivelse a.h.w. maar voren hebben gebracht.

Want al, wat tot mijzelf gericht is, is voor mij demonisch, wanneer het uit mijzelf stamt. Al datgene, wat vanuit mij tot de wereld gericht is, zelfs wanneer het weer tot mij terugkeert, is goddelijk, is vormend. U ziet dus, dat je met zo’n heel eenvoudig iets als naastenliefde eigenlijk, al een heel begrip van de schepping nodig hebt om zelfs te weten wat juist is en wat niet.

Het wordt nog veel moeilijker, wanneer je dat geheel niet alleen esoterisch wilt verklaren en begrijpen, maar als je er ook de relaties nog bij wilt brengen, die voor het ik zo belangrijk zijn en die we vooral in de magie dus ook geëxploiteerd,………gebruikt zien. En nu geld weer hetzelfde. Al datgene, wat ik volgens mijn innerlijk wezen dus mijn eigen bedoelingen doe aan een ander, zal terugkeren tot mij. Al datgene, wat ik in mijzelf wek als gericht op mijzelf, zal ik mede richten op elk ander, die ik als deel van mijzelf of met mij verbonden beschouw. En dat maakt wel duidelijk, dat de relatie tussen mens en mens, tussen geest en geest, niet een heel eenvoudige is.

Wij zeggen misschien graag, dat de mens zijn naaste liefheeft, dat wij tweelingzielen zijn, maar dat is allemaal te eenvoudig gesteld. Er is sprake van identificatie. Maar die behoeft niet eens te bestaan in de persoon. Ik behoef de persoon niet te kennen om met die persoon harmonisch te zijn. Want de harmonie ligt in de afstemming van mijn eigen wezen. Op het ogenblik dat ik in die afstemming binnen mijzelf een bepaalde invloed op mijzelf richt, doe ik dat gelijktijdig op alle anderen.

Laten we een simpel voorbeeld nemen: Ik begeer voor mijzelf bezit, onrechtmatig. Ik maak dit voor mijzelf waar. Naast mij is iemand, of in mijn omgeving is iemand, die met mij harmonisch is. Dan is het zeer waarschijnlijk, dat mijn onrechtmatige daad onmiddellijk gepaard gaat met een onrechtmatige daad van die ander. Maar die onrechtmatige daad zal direct of indirect betrekking hebben op mijzelf. Bv. 2 zakkenrollers die aan het werk zijn. De eerste is degene, die het initiatief neemt de tweede is degene die een storing veroorzaakt. De eerste wordt gepakt, de tweede niet.

U zult zeggen dat is kolder. Maar het is ergens waar. Want de gelijkheid van omstandigheid, de harmonie van punten, feiten en personen (om het precies te zeggen) veroorzaakt een absolute gelijkheid van werkingen, die in de tijd licht verschillend kan zijn, maar die in haar essentie en betekenis voor allen uiterlijk gelijk is en in haar gevolg het sterkst geldt voor de eerste.

U kunt het ook op een andere manier bekijken bv. bij branden. Er is een brand. Er zijn omstandigheden bij die brand aanwezig, die elders bestaan. De kans is zeer groot, dat binnen korte tijd soortgelijke branden uitbreken. En dan krijgen we het curieuze. Het kan zijn dat de schade, de directe schade, zoals die geraamd wordt, bij de tweede, of misschien zelfs de derde of vierde brand groter is. Maar de gevolgen van de eerste brand zullen het meest bepalend zijn. Daar vindt een absolute verandering plaats. Bij de anderen kan nog een herstel of een herbouw plaatsvinden.

Als je deze, regel begrijpt, ga je hierdoor ook je eigen relatie met God – en niet alleen maar met je medemensen – anders bekijken. Wanneer ik leef voor God, dan stel ik ook een zekere magische procedure in het werk. Want daardoor bereik ik dat God, voor zover ik leef voor God, in mij leeft. Anders gezegd: De krachten die in het Goddelijke bestaan zijn in mij, zodra het totaal van mijn kracht aan het Goddelijke is gewijd.

Wanneer ik denk of filosofeer en ik denk alleen om voor mijzelf een weg te vinden, dan zal dit meestal een doodlopende weg zijn. Dan zullen wij daarin de eigenschappen zien van zovele filosofieën – het kan uitermate knap zijn -, maar er zijn ergens een paar tegenstrijdigheden, er zijn een paar incongruenties.

Maar wanneer mijn denken nu gericht is op een probleem, dat met mijzelf niets te maken heeft, dan is de kans zeer groot, dat ik gedachten bouw, waardoor buiten mij de oplossing van het probleem aan de gang wordt gezet en ik zo mijn eigen theorie kan voleinden en aanpassen in mijzelf.

Ik weet wel, dit zijn materiële beelden. Maar hoe kan ik iets duidelijk maken, wanneer het alleen maar op abstracties moet berusten. Dit zijn de feiten. En zo ga ik nog een kleine stap verder. Wanneer ik een ander een deel van zijn vrijheid of persoonlijk leven of persoonlijke zeggenschap ontneem, dan zal ik daardoor in wezen mijzelf en wel in meerdere mate eveneens mijn vrijheid ontnemen. Waar ik dwang schep, is er een dwang die mij beheerst. Waar ik vrijheid geef, ontstaat voor mij een vrijheid.

In jezelf gelden die wetten even goed als naar buiten toe. Hoe vrijer wij onszelf oriënteren t.o.v. de kosmos, hoe groter de vrijheid is, die wij vinden in ons kosmisch streven en hoe gemakkelijker we tot resultaten komen. De geest zelf speelt hierbij ook nog een rol. En voor de meeste mensen, is dat dus een innerlijke kwestie; ze zien dat niet zo van buitenaf. We zouden dit dus eigenlijk zij het aarzelend ergens bij de esoterie mogen betrekken.

Wanneer het leven van de mens in overeenstemming is of harmonisch is met het wezen van een bepaalde entiteit, zal tussen mens en geest een relatie ontstaan, die gebaseerd is op die eerste gelijkvormigheid. De beïnvloeding mens geest en geest mens is wederkerig en zal blijven bestaan, zolang deze harmonie aanwezig is. Dat is iets, wat we bij de overigens vaak vraag waardig zijnde redding seances kunnen zien. Het is ook iets, wat je kunt ontdekken wanneer je dus een probleem stelt in jezelf.

Een mens, die in zichzelf een probleem stelt, kan dat natuurlijk tot zichzelf richten. Hij komt dan met een antwoord uit de bus, dat zonder betekenis is. Hij denkt dat hij het heeft opgelost, maar bij nader beschouwen heeft hij niets.

Wij kunnen die vraag ook in de ruimte projecteren. Wij krijgen een veelheid van antwoorden, waardoor onze innerlijke zekerheid meestal niet direct bevorderd wordt. We weten het antwoord wel, maar we weten het niet goed.

En dan bestaat ook de mogelijkheid om het op een bepaalde kracht te richten. En dat is een punt, dat van groot belang kan worden. Want mits ik met die kracht, waarop ik mij richt, een harmonie kan bereiken – hetzij tijdelijk of blijvend – zal het volledige antwoord, dat in de andere kracht bestaat, ook mij volledig en zeker bereiken.

Stel nu, dat u esoterisch wilt streven en werken. U richt zich op de Christus. De Christus is een alomvattend principe. Elke afstemming van het ik, die niet egocentrisch-egoïstisch is, zal dus harmonie met dit begrip a.h.w. mogelijk maken. Dan is voor ons deze Christus een weg, waarin wij de wijsheid en ook de kracht kunnen vinden, die wij nodig hebben om onze onzelfzuchtige bestrevingen tot een goed einde te brengen.

Als ik dit zo bekijk, dan voel ik de neiging in mij opkomen, hier wat woorden aan vast te knopen, die de zaak wat beter omschrijven, een paar regels misschien.

  1. Datgene in mij, dat harmonisch kan zijn met een deel van het Goddelijke, betekent voor mij de mogelijkheid uit het Goddelijke al datgene te verkrijgen, wat ik niet voor mijzelf alleen opeis of bestem.
  2. Daar elke kracht in mij, die ik richt op de wereld, een antwoord uit die wereld veroorzaakt, zal ik sterker worden naarmate ik mijn krachten op een juiste en onzelfzuchtige wijze in grotere mate schenk.
  1. Het meest belangrijke bij mijn esoterisch streven zowel bij elke andere, magische of zelfs normale levenshouding, is dus wel de eigen intentie. Zelfbedrog heeft hierbij geen zin, want het is niet de redenering, die het antwoord wekt, maar het eigen wezen. Daarom; leer steeds onzelfzuchtiger denken en leer in dit denken steeds vrijer te staan tegenover het Goddelijke. Hieruit wordt voor de mens een toenemende kracht geboren. Dit zijn zo een paar regels.

Wanneer ik dan verderga, kom ik automatisch van die naastenliefde op geloof, hoop en liefde terecht. Dat is een soort christelijke trilogie, die in haar exploitatie en uitleg meer herhalingen kent, dan de dikste Noorse pil in drie delen.

Geloof. Geloof is niet een willen aanvaarden, maar een zonder bewijs weten. Dientengevolge is geloof nooit een streven, maar een toestand. Men kan er naar streven een toestand van geloof te bereiken. Maar dit bereiken is alleen mogelijk, wanneer datgene wat ik geloof in mij leeft, voor mij dus aanvaardbaar is. Het typische hierbij is, dat een geloof dat volledig bestaat zichzelf pleegt te bewijzen.

Als u esoterisch streeft, dan werkt u met veel onzekerheden. De grootste daarvan bent u misschien zelf. Maar ook daarbuiten de begrippen God, de weg die wij gaan, de poorten die wij door moeten om een bepaalde bewustwording te bereiken, onze relatie tot de archetype, tot spiegelsfeer, tot Goddelijke werkelijkheid, dat zijn allemaal punten, waarvan wij maar weinig weten. Wanneer wij dus moeten uitgaan van iets, dan kan dat alleen maar zijn vanuit het weinige, waarvan wij zeker zijn. En één van de punten, die bij de esoterie als begingeloofspunt buitengewoon belangrijk kan zijn, is: Wanneer ik geen geestelijke waarde heb, is mijn leven onbelangrijk. Dat is gelijktijdig een aansporing, een drijfveer, maar het is ook een realisatie.

Stap ik vandaar iets hoger op, dan kan ik zeggen; het weinige wat ik geloof bewijst mij, dat er meer is dan ik kennen kan. Mijn mogelijkheid wordt groter tot geloven en beseffen beide, naarmate ik mijn primaire geloof beperk tot datgene, wat werkelijk in mij leeft.

En dan hebben wij natuurlijk: Hoop. Als je ziet hoe de hoop wordt geëxploiteerd op aarde, dan lijkt het je bijna net zo waardevol als dat, wat een hond laat vallen. Hoop is een verwachting. Maar de werkelijke hoop is iets meer. Het is een verwachting van het mogelijke, nooit van het onmogelijke. Hoop is een vooruitzien in de toekomst, waarbij de verwezenlijking van het geziene mogelijk en zelfs waarschijnlijk is.

Wanneer wij onze hoop richten op een plotselinge loutering van ons eigen wezen of een plotselinge verandering in onszelf, dan zullen wij dat nooit bereiken. De hoop is geen kracht. Op het ogenblik echter, dat ik hoop langzaam aan iets meer te begrijpen, ontstaat het proces in mij. De hoop is het autosuggestieve proces, waardoor de beperkte waarden van het geloof in het ik gestimuleerd en gericht worden.

En de Liefde. daarover hebben wij in het begin al wat gezegd. Over naastenliefde. Maar liefde in zijn geheel is aanvaarding. Dat klinkt gek. De mens ziet aanvaarding als iets zorgelijks en liefde als iets uitbundigs. Maar zeker in de esoterie is dit niet waar. De liefde is eenvoudig de aanvaarding. Dus een gebrek aan afwijzing, verwerping, beperking, tegenstand. Het is een aanvaarding, waarbij dus geen kritiek bestaat. Of een kind zoet is of stout, wanneer ik het liefheb, heb ik het lief. Wanneer een mens goed is of kwaad, wanneer ik die mens werkelijk liefheb, dan aanvaard ik die mens zoals hij is.

En zo is het met God. Wanneer ik God werkelijk liefheb, dan probeer ik God niet te vertellen wat Hij moet doen, dan aanvaard ik Hem zoals Hij is, zoals ik Hem besef. Dus wanneer ik kom tot een aanvaarding van het Hogere, dan zal mijn hoop (mijn gerichtheid dus) binnen mijn geloof een waarde verkrijgen, die onmiddellijk actief is. De dooddoener geloof, hoop en liefde – dit vrome beuzelpraat je – blijkt in zich een aanwijzing te zijn voor het esoterisch-magisch proces der actieve bewustwording.

Ik zal het nog kort even samenvatten, dat is misschien het meest eenvoudige. Mijn geloof, hoe beperkt ook, schenkt mij verwachtingen, die te verwezenlijken zijn. Het feit dat zij te verwezenlijken zijn en de levensaanvaarding, die ik mede daardoor misschien in mijzelf erken, geeft mij toegang tot de goddelijke kracht en stelt mij zo in staat meer te geloven, mijn geloof steeds meer te bewijzen, de toekomst steeds nauwkeuriger te onderkennen en mijn hoop dus meer concreet uit te drukken en daardoor in de totale aanvaarding van het leven een maximum aan persoonlijke actie en bereiking voor mijzelf te vinden.

Dat is dus geloof, hoop en liefde. En als je dat allemaal bij elkaar past, dan zeg je: Ja, die mens is dus misschien in zijn leven niet belangrijk, materieel niet erg belangrijk, maar de feitelijke belangrijkheid ligt in de harmonieën, die hij met anderen bereikt die hij met God, met de kosmos, met het leven, onverschillig met wat dan ook bereikt. Je zou dus kunnen zeggen Het proces, de esoterische bewustwording is in feite gelijktijdig een desintegratie van persoonlijk begrip van belang en een integratie met een totaliteit, waarin het ik zichzelf als werkzaam bestanddeel erkent.

En nu gaan wij even proberen om die hele zaak op te bouwen in het eigen wezen. Dan gebruik ik bij voorkeur de eenvoudige, de vaak bekende beelden.

Wanneer ik in mijzelf zoek naar kennis van mijzelf, dring ik door in een jungle vol  verscheurende dieren, zelfs wanneer, daarachter misschien een tempel is gelegen. 

De eerste poging om jezelf te kennen is het erkennen van vele gevaren en vele angsten. Nu is elke angst, die in ons bestaat, de tegenhanger van een machtsbegrip of een machtsbegeren. Dat kan een eigenwaan zijn, een voorstelling die niet concreet is. Het kan dus ook een reële machtsuitoefening mee inhouden. Hoe groter de macht is, die ik mijzelf toeken, dus hoe meer ik mijn eigen vermogens over waardeer, hoe groter mijn innerlijke angsten, die het mij onmogelijk maken mijn ware ik te erkennen. Want wanneer wij al over een tempel spreken, dan moeten wij toch zeggen, dat dit in eerste plaats de weergave is van het ego zonder angsten, zonder dat er begeerten aan toe worden gevoegd, een klaar en helder beeld van jezelf. Maar zolang ik bang ben, kan ik mijzelf niet aanvaarden zoals ik ben.

En daarmede blijkt de eerste fase van de esoterische bewustwording gelijk te komen aan de dood. Want ook de dood is een afstand doen van bezit, van begeerte en mogelijkheden. En wil je dus die dood werkelijk mooi en bewust doorleven een terzijde stellen van de angst voor het verlies, de aanvaarding dat je bent. Punt, uit.

In dit beeld hebben wij natuurlijk toch een zekere gids nodig. Want elke mens heeft een jungle van binnen. En heel veel geesten die ik ken mijzelf niet uitgesloten ook. Misschien dat wij wat meer jonge poesjes hebben en wat minder panters, maar groot is dat verschil toch verder niet. Nu gaan wij dit associëren. Wanneer ik een hoop, een verwachting, heb, die gebaseerd is op een geloof, op een misschien niet bewezen maar in mij bestaande zekerheid, dan is dit een leidraad. Het zegt mij wat in mijzelf belangrijk is en wat niet.

Dat is heel belangrijk. Want wanneer wij proberen tot zelfontdekking, tot zelferkenning te komen, dan lopen wij heel vaak onnodig vast in een moeras van psychologische verwarringen, eigenlijk zuiver lichamelijke invloeden, die als je ze op de keper beschouwt onbelangrijk zijn.

Wij moeten niet proberen onszelf onze zonden en onze deugden te verklaren, we moeten proberen onszelf te kennen. En hier is het geloof plus deze hoop, deze verwachting, de richting. Die kant moeten wij uitgaan.

En dan hebben wij natuurlijk daarbij het gevoel van verbondenheid, dat dus ook in dit begrip liefde of harmonie altijd geborgen ligt. Ik kan in mijzelf alleen een beter inzicht verkrijgen, een hoger peil van bewustwording bereiken, wanneer ik ook een liefde ken, een harmonie ken met iets hogers, waarbij ik aan dit hogere geen eisen stel, maar eenvoudig dit hogere aanvaard, dankbaar aanvaard. Heb ik deze 3 factoren, dan kan ik dus door de jungle heen. Ik kan in mijn tempel komen.

En dan zegt men ook wel weer:

Wie de tempel van zijn eigen hart betreedt, betreedt een tempel zonder altaar. Daarin is slechts de echo van zijn eigen stem.

Heel mooi gezegd. Maar waar komt dat op neer? Mijn eerste confrontatie met mijn ware ik brengt mij tevens tot de realisatie, dat mijn geloof ergens een geloof in mijn ware ego is. Dat mijn liefde voor de kosmos en voor de wereld in feite een bevestiging is van mijzelf ín deze kosmos en dit leven. En zelfs mijn toekomstbeeld, mijn droom, mijn hoop, vrolijk te zijn een concretisering van de gestalte, die ik in mijzelf heb vermoed.

Wij moeten dus niet denken, dat het zo doodeenvoudig is. Ik ken, mijzelf, basta en ik ga verder. Neen. Ik ken mijzelf en nu moet ik eerst met mijzelf afrekenen. Want zolang wij spreken tot onszelf, voeren wij meestal een tamelijk vruchteloze dialoog met een tweede ik.

leder van ons is een beetje gespleten. Wij spelen meestal, wanneer wij God zoeken in zo’n tempel, zelf l’avocat du diable, de duivel a.h.w. of de verdediger van de duivel. Wij proberen het kwade goed te praten. En het goede in ons geeft dan weer antwoord en zegt: Ja, maar je moet het evenwichtig zien. En zo blijven we bezig. Dat wordt een vorm van narcisme.

Een van de grote gevaren in de esoterische bewustwording is wel die fase, waarin je met jezelf in debat komt over jezelf. Kun je deze fase niet doorbreken, dan is er geen sprake van een feitelijke bewustwording maar dan zal ongeacht de vroeger bestaande waarden van; geloof, hoop en liefde, ja, zelfs de naastenliefde, die misschien je hele leven beweegt het ik geïsoleerd worden. Stilstand, die na de dood gedeeltelijk kan worden opgeheven, maar via een herleving bijna altijd weer een reïncarnatie ten gevolge heeft.

De macht die je gehad hebt, gaat juist in dit narcisme teloor. Want je wilt die macht met jezelf a.h.w. uitwissen. En dat gaat niet, omdat je eigen potentiaal aan beide kanten even groot is. Kort en goed, je moet verder. En dit verdergaan, daarvoor heb ik dan weer een citaat, dat wordt omschreven als:

In de ledigheid van de tempel hoorde ik mijzelf Gods woorden spreken en ik ging verder door de tuinen der vergetelheid.

Nu zou je zeggen: wat moet ik daar nu mee doen? Dat is heel eenvoudig. Ik hoor mijzelf. Maar ik moet beseffen, dat wat ik ben deel is van God. Wanneer ik tot mijzelf spreek, moet ik geen debat beginnen, maar ik moet zeggen; Hier is ergens een aanwijzing van het Hogere aanwezig. En nu ga ik alles vergeten, wat in mij in strijd is daarmee. Dat is gewoon onbelangrijk.

Ik denk dat niemand van u de korreltjes suiker gaat tellen, die er in een kopje koffie of thee gaan. Dat is kinderachtig. Toch zijn er veel mensen, die hun zonden aan het tellen zijn en daar zijn ze zo druk mee bezig, dat de koffie van het leven koud is geworden en de bewustwording langzaam maar zeker versleten. Dat is natuurlijk dwaasheid. Een ander citaat maar toch ook wel leuk: De zonde is datgene, wat de bittere drank des levens de nodige zoetheid verschaft. En daarbij wijs ik erop, dat zonde een menselijke definitie is.

Wij hebben dus de tuin der vergetelheid. Je hebt veel dingen in jezelf, die je beter vergeten kunt. Wanneer je nu eenmaal gezien hebt, wanneer je ermee geconfronteerd bent, dan heeft het geen zin meer daarmee bezig te zijn. De mens, die zichzelf erkend heeft in de stilte van zijn eigen wezen, die moet zich niet meer met het ik bezighouden, die gaat verder. Hij moet dit ik vergeten.

En waarom zegt men de tuin der vergetelheid? Heel eenvoudig. Omdat wij onszelf vergeten door het vele, dat rond ons is. Uit de zelferkenning, die het ik kan laten voor wat het is, bloeit de ontdekking. van de schoonheid op.

En wanneer wij die schoonheid vinden, dan gaat men volgens het citaat door de tuinen der vergetelheid, men bestijgt de berg des lichts en men doopt zich in het levend vuur. Allemaal symboliek.

Maar wanneer je dit dus praktisch verder verwerkt, dan ga je zeggen; Wanneer ik eenmaal zover ben, dat ik het leven aanvaard, dat ik de belangrijkheid van mijn eigen persoontje en al die eigenschappen, die ik nu eenmaal ontdekt heb, al die gebeurtenissen, die eigenlijk van geen belang meer zijn, die in mijn vorming verwerkt zijn, wanneer ik die vergeten heb, dan moet ik klimmen. Ik moet hogerop. En dit hogerop kan ik niet uitdrukken als een klimmen met de ogen naar boven toe gericht. Het is een verkrijgen van overzicht.

De mens, die zichzelf eenmaal aanvaard heeft, die zichzelf gezien heeft zoals hij is met alle moois en lelijks en in staat is daar vrede mee te hebben, gaat meer zien in het leven van anderen. Er ontstaat een groter, intenser, dieper begrip voor die anderen. Hij ziet hun motiveringen, hun daden anders. Zijn waardering voor het wereldgebeuren zelfs wordt een andere. En juist omdat hij in zichzelf toch ook God ontdekt heeft, zal hij dus ook de goddelijke actie daarin juister ontdekken. En dat geldt in een sfeer natuurlijk ook.

Wanneer je dus op die manier eigenlijk een overzicht krijgt, beklim je de berg des lichts. Maar naarmate dit overzicht, dit inzicht in het gebeuren, in het leven groter wordt, worden wij ook meer geconfronteerd met het onbegrijpelijke.

Je, moet nooit denken, dat de esoterie een weg is, die de oplossing geeft van het raadsel. Neen. De esoterie is een weg, die je voor het raadsel plaatst zonder bijkomstigheden. Het is een methode of de schil van illusies, van waan en van zelfbegoocheling op den duur te verliezen. En wat overblijft is dan het ego, het leven en het probleem van een kracht in dat leven, die je niet kunt erkennen.

Een mens, die bang is voor het onbekende, zal nooit veel verder komen. Juist in de esoterie moet je het ongedachte, het ondenkbare a.h.w. nog kunnen accepteren. En dat is dan het je baden in het levende vuur. Want het leven zelf, de goddelijke kracht door alle sferen, en werelden heen trouwens, is zo ontzettend omvattend, zo groot, dat het lijkt of wij daarin verteerd zullen worden. Maar wanneer wij de moed hebben om ons erin te dompelen, dan blijkt alleen maar, dat wij in een andere atmosfeer gaan leven. Het is of we op een andere manier ademen en rustig verdergaan bij wijze van spreken. De verandering is dan, dat de kracht, het licht dus, de levenskracht, nu niet meer iets is dat ons bereikt via via, maar wat direct door een onmiddellijke beroering a.h.w. deel is van ons wezen.

En juist wanneer je zover bent gekomen, dan sta je dus weer bij de magie. Het is geen cirkelgang. Het is nu niet direct de Roeboeros, die zichzelf verslindt. Maar wanneer wij dus beginnen met de esoterie, dan komt er een punt, dat de kracht en de uiting van de kracht buiten alle regels behalve die van het leven essentieel wordt in ons eigen bestaan. Wij zijn dan magiër.

Is men in die magie verder doorgedrongen, dan komt er ook een ogenblik, dat je kiezen of delen moet. Je moet verwerpen of aanvaarden. Dat is o.m. met Shastri het geval geweest. Wanneer je niet aanvaarden kunt, dat jouw redelijkheid voor een ander onredelijkheid blijft, dan kun je nooit verwerken wat er gebeurt. Dan schep je rond jezelf omstandigheden, die ik zou haast zeggen tot een overhaast vertrek moeten voeren. Een vertrek, waarin misschien anderen een hand kunnen hebben, maar dat door jezelf wordt veroorzaakt.

Dat zien wij nu altijd weer, ook op aarde. Wanneer wij zover zijn, dat wij in ons het beste hebben, dan, willen wij dat beste uiten en we verwachten, dat iedereen dat als het beste zal erkennen. En daardoor mislukken wij. Ons innerlijk en esoterisch beleven is niet iets, wat een ander moet goedkeuren of moet aanvaarden. Het is slechts de bron van de kracht, waardoor wij met die ander in harmonie kunnen zijn ondanks de verschillen.

En wanneer ik dat nu weer kort moet samenvatten, dan kan ik dat het beste zo zeggen: In het geheel van de innerlijke bewustwording zul je via een confrontatie met jezelf moeten komen tot een punt, waarbij je het geheel van de wereld en van alle mensen, kunt aanvaarden, zoals het is. Pas op het ogenblik dat je dit werkelijk en volkomen doet, zal elke kracht die in jezelf bestaat, ook in de ander projecteerbaar zijn. Omgekeerd kan elke kracht, in de ander erkend, niet buiten je om of tegen je gericht bestaan. Ze is altijd een kracht, die in jou en mede voor jou werkt. Zo worden esoterie en magie één en is de benadering van het Goddelijke geworden tot het omvatten van de schepping en het totaal van haar krachten.

Dan ga ik nu de les besluiten. En ik wil dat graag doen door even te proberen het geheel, van die esoterie terug te brengen tot de feiten.

U leeft op het ogenblik op een wereld, die tracht om het steeds beter te krijgen. Hoe beter wij het krijgen, hoe groter het gevaar wordt, dat wij het slechter krijgen.

Wanneer ik naar vrede streef en ik ben bereid alle middelen te gebruiken om die vrede te handhaven, dan zal de vrede meer in gevaar komen, naarmate ik meer middelen voor de handhaving daarvan inzet.

Wanneer ik vrijheid wil en ik ben bereid mijzelf daar geheel voor in te zetten, dan wordt het gevaar groot, dat ik ander en in hun vrijheid ga beperken om mijn vrijheid mogelijk te maken.

Anders gezegd: Elke waarde, die erkend wordt in de mens of in de wereld, brengt potentieel of reëel haar tegendeel volledig met zich. Het is onmogelijk om in de wereld een ding goed te doen en de rest verkeerd. Het is altijd slechts mogelijk om zoveel kwaad te doen als je goed doet. En zoveel goed zul je doen of je het wilt of niet als je kwaad doet. De keuze in de wereld is dus eigenlijk heel anders, dan men schijnt te denken. Men schijnt te denken  dat wanneer wij dat allemaal steeds beter, en edeler en zuiverder maken, dat het dan vanzelf beter wordt. Maar dat is niet waar. Naarmate wij zelf proberen om de zaak mooier, edeler, beter, reiner, zuiverder enz. te maken, maken wij het gevaar groter, dat het tegendeel waar wordt. En op het ogenblik dat wij dit gevaar beseffen, zullen wij zelf het realiseren. Wij maken het in de wereld waar. Dat is niet alleen geestelijk, dat is ook feitelijk.

Als je dus in het leven wilt proberen het goede te bereiken, dan zal je allereerst moeten spreken over het pad of het gulden midden. De beperking, zowel in het kwade als in het goede, is het begin van harmonie. Het extreme in het goede, of in het kwade vernietigt altijd zichzelf en zijn doel. Wil je iets bereiken, dan zal je dat dus altijd moeten doen langs de weg van het gemiddelde.

Voor onszelf geldt: In mijzelf kan ik slechts door een evenwicht van waarden of dit nu stoffelijke en geestelijke zijn, of dit geloofswaarden tegenover redelijke waarden zijn of wat anders eerst wanneer wij in onszelf het evenwicht handhaven, zullen wij niet alleen een redelijk harmonische persoonlijkheid zijn, maar zullen wij ook iets bereiken. Want de waarderingen, waar men zich in de wereld zo druk mee bezig houdt, zijn op zichzelf waardeloos.

U leeft in een welvaartsstaat en het aantal zelfmoorden neemt toe. Hoe kan dat? Die welvaartsstaat is kennelijk niet zo gelukbrengend als men stelt. Want geluk is geen welvaart. Geluk is een innerlijke aanvaarding, een vreugde, een voortdurend idee van bereiking misschien. Niet bezit. Op dezelfde wijze is het in jezelf dus ook gesteld. Je kunt dus wel zeggen: Ik maak het goede waar. Maar wat ik goed noem, is niet goed. Dat is alleen maar de omgeving, het milieu. De mensheid streeft maar welvaart en naar vrede. En eigenlijk zou ze moeten streven naar geluk. Dat is het enige. Niet naar bevrediging, maar geluk, naar het gevoel van tevredenheid. Al het andere is middel tot het doel.

Dan zou ik willen zeggen: Op deze wereld van u en overal elders moeten wij met erkenning van deze feiten allereerst beslissen wat ons doel is. En dat doel mag nimmer buiten ons liggen. Het moet een in ons en voor ons voorstelbaar iets zijn. Wanneer ik dat heb gedaan, ik heb mij dat gesteld, dan is de evenwichtigheid voor alle andere waarden in en rond mij een methode, waardoor ik snel vooruit kom en snel iets bereik. En daarmede heb ik misschien het belangrijkste gezegd, wat ik u op deze avond zeggen kan.

Het doel blijft altijd buiten de waarderingen. Maar om het doel te bereiken moeten alle verdere waarderingen en middelen in absolute evenwichtigheid worden toegepast. Krachtens de evenwichtigheid ontstaat de reikbaarheid van het doel. Als u dus in uzelf bezig bent, zoek niet alleen naar wijsheid, zoek niet alleen de schoonheid te erkennen. Zoek beide in uzelf te aanvaarden. En kies uw doel elders. Dat is de levensboom.

En zo kunt u ook zeggen: Wanneer u in het leven een grote geestelijke bereiking waar wilt maken voor uzelf, dan kunt u dat nooit doen door u zelf een deel van het stoffelijke te ontzeggen of daarvoor bang te zijn. U kunt het ook niet doen door u op die stoffelijke wereld te storten om er ervaringen op te doen. U kunt het alleen doen, wanneer u het doel beseffende en u, daarvan voorlopig reeds een zo juist mogelijke voorstelling makend, hetzij als een gevoel, hetzij als een omschreven begrip dan met het evenwicht van de andere dingen u daar voortdurend naar toe gaat bewegen.

Het goddelijk Licht openbaart zich naast het goddelijk Duister. Wie God erkennen wil  schouwe naar Licht en Duister en zie hun eenheid.

Dat is het laatste citaat voor deze bijeenkomst. Daarmee, heb ik getracht op mijn manier wat esoterie te geven. Ik geef nu het woord over aan een gastspreker. En ik meen, dat diens mededelingen in een wat ander vlak zullen liggen, zeker volgens uw waarderingen.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Gastspreker

Wie het spel der sterren ziet en ziet hoe lichten dansen, vraagt zich af of het niet verkieslijker is boven de losbandigheid, die heel het Al beheerst.

Wanneer je kijkt naar de uitingen en verschijnselen van het Goddelijke met een menselijk oog, zo zul je ontdekken, dat God en Zijn wegen verwerpelijk zijn vanuit het standpunt der mensen. Wie de wereld van vandaag, beziet en al haar dwaasheid aanschouwt, begrijpt niet, dat er een God is, Die via door Hem gestuurde en bezielde krachten deze wereld bouwt en richt tot bewustwording van de mensheid. En toch is het een feit.

Het geheel van het leven en het geheel van de mensheid gaat met snelle schreden een voor velen bijna dwangmatige bewustwording tegemoet. De wijze, waarop dit geschiedt, zal menigeen onaanvaardbaar zijn. Men zal uitroepen Waarom rampen, nood, oorlog? Waarom deze dwang van een toenemende overbevolking? Waarom dit lijden voor zovelen? Maar dit lijden is onbelangrijk, daar het slechts een les is. Misschien een harde, maar een les.

In deze opvatting van het totale gebeuren, het is een lering van voorbijgaande aard telkenmale wanneer een les geleefd is, volgt onmiddellijk een aanvulling, dus de volgende lering kan men het geheel, dat zich op het ogenblik op de wereld manifesteert, begrijpen en verklaren.

Op dit ogenblik is een van de belangrijkste punten – al wordt die niet beseft – de strijd om een morele suprematie tussen de rassen. Deze is a.h.w. conditioneel, want hij wordt alleen daar uitgedrukt, waar een dergelijk conflict direct of indirect tot actie komt. Maar in uw wereld zal daardoor juist de scheiding tussen de rassen aanmerkelijk gaan toenemen. Zelfs in de integratie, die men overal tracht te bereiken, wordt de scheiding in feite groter. En daardoor vormt zich voor de mensheid de noodzaak tot strijd.

Strijd en oorlog en al deze menselijke oproerigheden zijn vanuit het standpunt van de mens verwerpelijk. Maar het geheel van de wereld moet langzaam maar zeker haar spanning kunnen afreageren, opdat geen algemene onredelijkheid, een soort lemmingdrift, onder de mensen kan ontstaan.

Door de volheid van het moderne leven en het steeds toenemende tempo met de ergernissen, daaraan verbonden, ontstaat in de mens een teruggrijpen naar een verleden, waar hij erfelijk bepaalde herinneringen aan heeft. Dit werkelijke verleden is voor hem onbereikbaar geworden. Maar hij trekt daar nog heen of voelt zich daarheen getrokken en zou dus trachtend het onmogelijke te bereiken daarin zichzelf vernietigen. Vandaar mijn gebruik van het woord lemmingdrang.

De voortdurende ontlading, waarin de menselijke frustraties, de menselijke gevoelens van onbehagen en vooral ook deze strijd van rassensuprematie, kan worden afgereageerd, schept de mogelijkheid tot een integratie van menselijk begrip. Wat iets anders is dan een integratie van rassen.

Het geheel van uw wereld ondergaat dan ook op het ogenblik een betrekkelijk belangrijke geestelijke fase. Het is een oriëntatie a.h.w. En daarbij blijkt verder, dat de doorsnee mens zijn eigen initiatief aan het verliezen is door een steeds groter gevoel van onmacht t.o.v. de massa.

Nu weten wij, dat dit ergens natuurlijk geestelijk onaanvaardbaar is. Want elke mens heeft t.o.v. het goddelijke zoveel mogelijkheden en krachten, dat hij nimmer aan de massa gebonden is tegen zichzelf in. Maar de mens voelt zich machteloos. Het gevolg is, dat wij te maken krijgen op deze wereld met steeds kleinere en intenser werkende pressiegroepen, die een steeds grotere neutraal reagerende massa kunnen drijven in de richting, die zij wensen.

Voor de bewustwording is dit misschien aan een kant schadelijk. Maar het gevoel, dat men aan vele dingen niets kan veranderen iets wat ik een sociaal fatalisme zou willen noemen brengt toch ook met zich mede, dat – zo er in die mens spanningen zijn en een ontlading daarvan ergens nodig is – hij daarnaast de in hem bestaande energieën zal kunnen gebruiken om datgene aan te vallen, waardoor hij zich machteloos en gefrustreerd weet. De eenling, die zich machteloos voelt in de massa, gaat gelijktijdig komen tot een toenemend verzet tegen die massa.

De poging om met een verwerpen van elke maatschappelijke en religieuze band een zuiver persoonlijke uitdrukking en beleving te bereiken is daarom niet zo ongunstig, als zij wordt voorgesteld. Zij is een opgroeien naar een overgangsfase, waarin enerzijds de massa en de massaliteit erkend worden met alle beperkingen die zij betekenen, maar waarin anderzijds een persoonlijke uitdrukkingsmogelijkheid kan worden gevonden.

Het zal nog een behoorlijke tijd duren, voordat de meerderheid van de mensen dit gaat beseffen. Maar in minder dan 12 jaren kan worden verwacht, dat de werkzame tegenstellingen (deze verwerping van de massa dus), bij velen geleid hebben tot een integratie van hun persoonlijkheid. Als ik het zo eens mag uitdrukken: Over een jaar of 10 a 12 is de modernere jeugd die door haar ressentimenten het meest actieve deel is van de haat tegen massaliteit zover, dat zij uiteenvalt in eeuwige putters en in bewust levenden. Het aantal bewust levenden, zal zo groot zijn, dat het op de massa als geheel invloed kan uitoefenen.

Hierdoor heeft zich voor de geest en ook voor de Broederschap de mogelijkheid geopend reeds nu voorbereidingen te treffen om dit persoonlijk element tot uiting te doen komen. Ik kan u daarin geen volledig inzicht geven, maar ik kan u toch wel enkele punten noemen.

  1. Het zelf gekozen isolement i.p.v. de door de gemeenschap, vaak opgedrongen eenzaamheid. Hierdoor een persoonlijke creativiteit, die de waarden van de massa voortdurend verrijkt.
  1. Eveneens van groot belang. Het verzet tegen massa en massaliteit wordt op zichzelf een dwang. Op het ogenblik dat de conventie der onconventionaliteit beseft wordt, kan zich een wijze van leven en denken op aarde manifesteren, die noch conventioneel noch onconventioneel is, maar volledig utilitair. Deze utilitaire leefwijze zal gericht zijn op zelfbevrediging en geluk. Maar de bevrediging van het ik en het geluk zijn alleen te vinden, wanneer naast de materiële waarden geestelijke waarden steeds hoger worden gesteld.

Het is duidelijk dat wij hierin en in vele andere aspecten, die ik nu niet vandaag wil belichten, een machtig middel hebben gekregen om een reform op korte termijn mogelijk te maken. Een dergelijke omvorming zal echter eveneens verband moeten houden met de wijze, waarop de goddelijke krachten de wereld beroeren. En wanneer wij via Jahwe, Adonai en de Christus tot het heden zijn gekomen, zo is het onvermijdelijk dat een nieuwe vorm van Godsopenbaring en Godsbeleving ontstaat.

We hebben alle reden om aan te nemen, dat deze openbaring een feit zal zijn binnen de gestelde periode. De geestelijke weg zal weer duidelijk en helder gesteld worden. En ook deze zal niet conventioneel of onconventioneel zijn. Zij zal eenvoudig een persoonlijke vrijheid om God te beleven inhouden en eisen.

Wanneer wij op een bijeenkomst als deze van u de situatie van de wereld weer eens belichten, dan doen wij dit, omdat een besef van de processen die zich afspelen zelfs voor hen, die daar persoonlijk geen feitelijk deel meer van kunnen vormen toch de mogelijkheid baart om in de eerste plaats meer harmonisch en gelijktijdig progressief te leven.

En in de tweede plaats, omdat hun geestelijke instelling, op deze kennis gebaseerd, voor het geheel der massa de nodige vitaliteit en verdraagzaamheid gelijktijdig kan opbrengen, waardoor de openbaring en. de omvorming a.h.w. zonder geweld een feit wordt. Want dat geweld voor de wereld op dit moment een dreigend gevaar is, zodra het onbeperkt optreedt, zal een ieder met mij eens zijn.

De wijze, waarop dit alles geestelijk tot stand is gekomen, is u meerdere malen belicht, naar ik aanneem. Ik wil daarom trachten u een klein deel van de werkelijkheid te openbaren, zoals deze in de vormloze sfeer bestaat. Ik kan dit alleen doen uit de aard der zaak door beelden te gebruiken, die in zich misschien enige samenhang ontberen, maar die als emotie, als stemming en als begrip veelbetekenend zijn.

Ik ga door een donkere gang. En in de verte is een schemering van licht. Ik beweeg mij steeds sneller. Maar het schijnt, dat het licht voor mij wijkt met dezelfde snelheid. In mijn wanhoop en toenemende uitputting, besluit ik in het duister te toeven. En zie, het licht verwijdert zich niet meer van mij, maar het nadert mij. Want nu ik uitgeput, stil ben, kan het licht tot mij komen. Zolang ik het nadrukkelijk zoek en najaag, vlucht het voor mij weg. Ik sta op een berghelling en rond mij zijn nevelen. Ik weet, dat ik gezellen heb en ik roep. Maar de mist smoort mijn stem. Ik vraag mij af, of ik alleen ben. Ik zoek zelf de tekenen te vinden, waardoor ik weet wat omhoog is. En wanneer ik die tekenen gevonden heb en volg, sta ik boven de mist en ben niet meer eenzaam.

Ik ben machtig. Zo machtig, dat ik een wereld kan tillen met een hand. Ik ben sterk. Zo sterk, dat ik de rotsen verpulver tot poeder in een beweging van mijn vingers. En ik zie voor mij de schoonheid van het menselijk leven. En ik wil dit menselijk leven beschermen en rijker maken.  Maar ik heb niet de fijnheid van gevoel om het zonder schade op te nemen. En zo verbrijzel ik de schoonheid, die ik wil behoeden.

En nu trek ik mij terug en zoek en zoek en zoek. Tot de beheersing zo groot is, dat ik dezelfde etherische schoonheid kan bouwen. Ik herschep wat ik vernietigd heb. En in deze herschepping ervaar ik eerst de volle schoonheid van wat was en weer is.

Ik sta aan een kloof, waarin de storm van de tijd woedt. En beneden mij is slechts het voordagen van een donderende storm. En ik zou die kloof van tijd willen oversteken, kan dit niet doen zonder mij daarin onder te dompelen. Ik vrees de tijd. En zo begeef ik mij in de tijd, maar neem alle middelen mee om de gang van de tijd onkenbaar te maken. En hierdoor vergeet ik, dat ik de oever moet bereiken en word ik meegesleurd.

Maar de tijd is een cirkelgang. En beseffend hoezeer ik mijzelf misleid heb, kijk ik op en ik zie wederom hetzelfde punt op diezelfde oever naderen. Want in een herhaling ligt vaak de bereiking. Ik droom. En ik droom, dat ik ben in een tuin vol vruchten. Het is een ware vreugde er te zijn. Ik eet, ik geniet en ik wandel. En daardoor vergeet ik te leven. En zo versteen ik met de bomen en de vruchten, die zijn als stalactieten en stalagmieten in een grot vol vochtigheid. En ik beklaag mij over mijn lot. Want ik aanvaard het gebeuren. Tot er een invloed komt, die mij wekt. En zo ik mijzelf bewust en ge licht beweeg, zie, de verstening rond mij herwordt een tuin. Maar nu eet ik niet en luier ik niet. Mijn paradijs is niet om slechts te leven. Ik moet het aan alle zijden. Ik doorschrijd het in alle richtingen. En ik erken daarin het diagram van een wereld buiten de tuin. En zo ga ik een weg, die mij verder voert.

Ik meen dat ik gespeeld word als een pop in een theater. Een marionet, door onzichtbare handen bewogen, woorden sprekend, die een andere. stem voor mij zegt. En ik blijf die bewegingen maken. En met onverwonderde lusteloosheid, met een haast wanhopige verbazing beschouw ik mijzelf. En ik vraag mijzelf, of dit dan mijn leven is. En ik zoek de onbekende toespeler. Tot ik in de coulissen het stuk ontdek en zie, dat het geschreven stuk bepaalt wat ik zeg en hoe ik mij beweeg, en niet iemand, die mij manipuleert. Nu ben ik een acteur en ik vraag mij af wie de schrijver is van het stuk. Tot ik mijn tekst vergeet en ik woorden spreek, die niet geschreven staan. En langzaam verandert het stuk. En de andere marionetten komen tot leven, omdat ik mijn woorden heb gesproken vanuit mijzelf.

Dit is de wereld, zoals ik die op dit moment kan zien beter gezegd kan aanvoelen vanuit de vormloosheid. Het is een wereld vol eenzaamheid. Een wereld vol frustraties. Vol hopeloos verzet tegen het onveranderlijke. Maar ik vind in elke wijze van denken, in elk ras, in elk volk, in elk geloof, elementen waarin de bevrijding mogelijk is. En daarom acht ik deze tijd een zo grote tijd. Als ik mijn beeld van het totaal en nu niet van heden, maar daarmee een deel van de komende tijd mee betrek en omschrijf, dan zou ik het als volgt willen zeggen: Een hut, vuil, vol spinnenwebben. Daarin staan vele schijnbaar vervallen meubels. Het stinkt er. Ik ga binnen, want hier moet ik vertoeven. En ik ben haast wanhopig. Ik grijp in woede en verzet een paar voorwerpen en smijt ze door de geblindeerde ruiten. De frisse lucht, die binnendringt, doet mij wat ontzet over eigen daad ontwaken.

En nu begin ik al het andere op te ruimen. Ik begin de gaten die ik geslagen heb te dichten, zo goed ik kan, voorlopig. En tot mijn verbazing blijkt, dat al die rommel in feite kostbaar antiek is. Dat al dat afgedankte en nutteloze een nieuwe glans kan krijgen. En voor ik het weet, brandt er een vuur in de haard en voel ik mij gelukkig. En in dit geluk besluit ik om meer te maken, en mijn huis meer waarlijk mijn huis te maken. Dat is het emotionele beeld natuurlijk, dat uw wereld mij geeft over een periode van ongeveer 100 jaar. Ik geloof, dat wij daarin voor ons allen een zekere genoegdoening kunnen vinden. Want vergeet één ding niet Al zien de ogen duizend maal, wanneer het brein het beeld niet vertaalt en vergelijkt, is het waardeloos wat het oog ziet.

Wat de mens is en doet op deze wereld moge misschien ingewikkeld, goed en mooi lijken. Maar wanneer de geest daaraan geen achtergrond geeft, dan valt het uiteen, dan gaat het teloor. Dan leeft het niet waarlijk en kan het in de tijd niet voortbestaan, maar wanneer er een daad is waarin de geest leeft, waarin de kracht van de geest zich mede manifesteert, dan vinden wij een opbouw.

Het is beter om desnoods te vernietigen, maar dan met inzet van het gehele wezen, wanneer de geest erbij betrokken is, dan in daadloosheid zonder meer te aanvaarden. Want wanneer de geest er in is, dan hebben wij daar geschapen. De continuïteit, niet slechts van uw wereld en de mensheid, maar van alle bewustwording en ontwikkeling. Want onze benadering van en onze erkenning van het Goddelijke is gelegen in de geest, die ligt achter de feiten. De geest die mede actief is in alle dingen.

En wanneer de dood u soms scheiden zou van de wereld voor mijn droombeelden, die toch ergens werkelijkheid zijn, waar zijn geworden voor u, dan is daarmee niets gebeurd. Want wij zijn de kracht, die leeft niet de materie. De materie leeft alleen, wanneer de geest leeft. Maar de geest leeft voort, ook wanneer zij niet zelve een persoonlijkheid in de materie manipuleert.

Door het geestelijk bewustzijn kunnen wij een wereld houwen, niet alleen op aarde, maar overal. En wij kunnen van die wereld maken een ontmoetings-oord voor elk ego, dat bewustzijn zoekt en de hoogste openbaring, van alle dingen. Wanneer het woord Niet alomvattend wordt en heel het Zijn in zich omvat, ontmoet de mens zijn God en in die God erkent hij al wat is en zijn kan.

Ik heb u hiermede een paar beelden gegeven, die naar ik hoop voor u niet slechts interessant maar ook stimulerend zijn. Besef dat gij niet door uw daden, maar door uw geesteshouding in de eerste plaats de toekomst bepaalt de bereiking van uw eigen geest en stof zowel als van het totaal van het Zijnde mogelijk maakt, en dat gij daardoor een eigen verantwoordelijkheid draagt in de wereld van het Goddelijke. Dat gij daardoor een eigen gerichtheid en taak bezit binnen de wereld van het Goddelijke. En dat gij evenwichtigheid en vrede voor uzelf voortdurend kunt kennen vanuit het Goddelijke.

Dat, mijne vrienden, is ongeveer wat ik u te zeggen heb. Ongeveer. Want woorden schieten hier en daar toch wel tekort.

Ik dank u, dat u mij hebt willen ontvangen op deze bijeenkomst. Ik hoop, dat u de harmonie, die ik hier met sommigen bespeurd heb, niet beperken zult tot deze avond, maar door een geestelijke instelling zult continueren, opdat het licht van de geest of beter de werkelijkheidszin van de geest de eenzijdige beperkingen van het mens zijn helpe overwinnen in dat, wat voor u komende tijd is.

image_pdf