De boom des levens

13 maart 1959

Wij zijn niet alwetend en ook niet onfeilbaar. Vanavond zou ik graag eens met u willen praten over: De boom des levens.

De boom des levens vinden wij overal terug. Wij vinden hem in de kabbalistische wijsbegeerte, wij vinden hem terug in de esoterie, wij vinden hem terug ook in het volksgeloof in meerdere vormen. Die boom moet dan voorstellen het bewustzijn, dat in de materie wortelt, maar zich verheft tot de zon, het Goddelijk bewustzijn. Aan één kant is dat erg plezierig, omdat het idee dat je je kunt verheffen tot het Goddelijke, op zichzelf zeer vreugdig is. Aan de andere kant is menigeen geneigd te zeggen, dat wij nog niet zo ver zijn gekomen. Het is juist daarom, dat ik vandaag over dit onderwerp zo het een en ander zou willen zeggen.

Kan er ergens in de Schepping iets zijn, dat niet volmaakt is? Of bezit alles in zich volmaaktheid, een potentie, die alleen nog maar gerealiseerd hoeft te worden? Jaren van denken en onderzoeken hebben velen van ons ertoe gebracht dit laatste te aanvaarden. Er is een band tussen de laagste sferen en de hoogste. Er is een verbinding tussen de wereld van de stof en de zuiver lichte wereld, waarin eens de ziel geboren werd. Daartussen liggen al de droevige en lachende werelden, die de menselijke geest zo op zijn weg ontmoeten kan. Al die dingen bestaan gelijktijdig.

Dit klinkt in de oren van een mens vreemd. Hij gaat zich afvragen: “Waar blijft ons tijdservaren? Waarom leef ik een bepaalde tijd in deze wereld, om dan in gene verder te gaan?” Het antwoord dat ik daarop meen te mogen geven is dit: tijd, werkelijke tijd, is geen meetbare waarde, het is een ervaring. Een ervaring, die in de eerste plaats afhankelijk is van degene die ervaart, uzelf inclusief. Dat u daarnaast een gemeenschappelijke tijdmeting hebt, omdat alleen daardoor uw sociale samenleving redelijk gebaseerd kan zijn, doet niets af of toe aan de werkelijkheid van tijd. Uw tijd is gebaseerd op elk moment van ervaren. D.w.z. dat, wanneer u de prikkels van buiten af maar met één per uur ontvangt, een hele reeks nodig zijn, voordat voor u een minuut van leven voorbij is. Dat gerekend met zonuren, mensenuren.

De tijd is dus een ervaringskracht. Wanneer wij terug gaan tot die levensboom en wij denken daarbij even aan de lente, dan denken wij onwillekeurig aan een sapdrift. In de natuur komt altijd even een ogenblik, dat de sappen door de wortels beginnen te stromen met een buitengewone snelheid, dat de vele chemische processen en omzettingen in de bomen op een fantastisch snelle wijze plaats vinden, terwijl er nog niet het groene blad is, dat de uiteindelijke oplossing betekent, de voltooiing. Dan zien wij aan alle kanten de knoppen zwellen en juist in die tijd zien wij de bloesem. Wanneer de mens, gebonden aan de levensboom, in zichzelf zijnde een verbinding tussen de laagste en de hoogste wereld, langzaam maar zeker de krachten van bewustzijn in zich doet verder gaan, dan komt ook bij hem de tijd, dat hij tot een geestelijke bloei komt.

Menigeen verwart die bloei met rijpheid. In het begin leeft men zoals het dier leeft. Een hele wereld voor je open, jijzelf staat in het midden ervan. Wat jij doet is altijd goed. Alleen wanneer die wereld verkeerd reageert, word je voorzichtig. Niet omdat je schuld kent, maar omdat je de kwellingen die de wereld je aandoet, zou willen vermijden. Een wereld, waarin al het dierlijke en al het natuurlijke tot zijn recht komen. Een wereld, die ongetwijfeld ook geleid wordt door hogere krachten, maar waarin het individu zeker nog een volledig bewustzijn heeft. Dat is toch al heel wat trappen. Dan zijn zij al – vergelijkenderwijs – boven de grond gekomen. Want de eerste zaailing is de eerste cel geweest. De eerste levende cel ergens in een vreemde wereldzee in een ver verleden.

De ontplooiing van de hechting aan de lagere wereld, het bewustzijn van materie en al, wat ermee samenhangt, is het plantenleven geweest. Dan is het dier gekomen. Het heeft trap na trap zijn eigen kennis van die wereld uitgebreid. Maar dan is zo’n boompje nog te jong. Zo’n boompje kan nog geen werkelijke bloesem dragen. Het zoekt zijn weg wel. Of: de realisatie van de levende kracht is niet groot genoeg.

Nu komt de mens tot een beschouwen van zichzelf. Door die zelfbeschouwing kent hij onder meer zelfverwijt, hij kent waardebepaling van het Ik ten overstaan van de wereld, hij kent ook – belangrijk – een voorstelling omtrent die wereld, hij kent het ideaal. Wanneer je als mens leeft, of als geest in een lagere sfeer, dan denk je soms dat je met die processen al een heel eind bent gekomen. Maar in feite is dat maar het kale geraamte. Dat is de boom, zoals hij er staat in de winter. Wat kale takken, die lijnen trekken tegen de hemel en zwarte stammen, die als een vloek soms, afsteken tegen de met sneeuw bedekte wereld.

Maar nu ga je verder. Je gaat uit alle werelden voor jezelf kracht en kennis vergaren. Let wel, ik zeg: “kracht” en daarna pas “kennis”. Allereerst hebben wij een beheersing nodig om tot ervaring te komen. Wij moeten dus iets kunnen hanteren, voordat wij wat kunnen produceren. Op die manier begint het. Een spel van steeds weer falen, van steeds weer vallen, steeds weer herstellen en steeds weer opstaan. Het spel, waar de mensheid zich zozeer tegen verzet. “Waarvoor is het lijden op de wereld nodig?” zo roepen zij ons toe, “Waarom ik en niet een ander?” Een echo, die veelvuldig wordt herhaald.

Wanneer de ervaringen er zijn, komt daaruit het weten de kennis. De kennis vormt langzaam maar zeker een wereldbeeld, waarin een theorie mogelijk is. De theorie doet de kracht van het leven op duizenderlei wijze benaderen. Hieruit ontstaat een begrip, dat in zich draagt voor de eerste maal een bewust hanteren van een deel van de Goddelijke kracht. Het is kort gezegd, maar het telt vaak ongetelde generaties om zo ver te komen.

Dan krijg je de fase, waarin de mens alleen nog maar denkt aan het verhevene. Zijn kennis, zijn innerlijk ervaren, zijn verworven krachten doen hem als het ware boven de wereld opwieken. Hij wil niet meer in de materie wortelen. Hij wil niets meer weten van de lagere werelden, hij meent, dat hij het alleen kan redden daarboven. Hij is geen God, een mens is nooit een God. De mens moet eerst weer van daaruit terug keren tot een begrip van lagere werelden, tot een begrip van stoffelijke werkelijkheid, wil hij in staat zijn, om een ware, geestelijke bloei door te maken.

Ik zal u vertellen waarom. Het is duidelijk, dat een mens die zich boven de materie verheft, de wortels van de levensboom afsnijdt. Je kunt het verleden wel laten rusten, maar je kunt het nooit te niet doen, want het heeft je gemaakt en het heeft je gevormd. Door kunstmatig het verleden af te snijden, te verwerpen, maak je jezelf volkomen los van de basis, die je hebt, in de Goddelijke kracht. Wat noodzakelijk is voor de bewustwording, mijne vrienden, voor de bereiking van die top van die levensboom, is niet alleen maar stijgen, het is uitbreiden. Een boom groeit, dan breidt hij zijn wortels uit, naarmate de stam dikker en hoger wordt. Naarmate de kruin verder uitgrijpt in de luchten, zullen de wortels beneden steeds verdere banen zoeken om evenwicht te vinden. Voor een mens is dat precies hetzelfde. Dat beeld van die levensboom is niet alleen het beeld van een Goddelijke Schepping, waar u ergens in een pakje bengelt als een vrucht. Dat zou een mooie boom zijn. Neen, elk van jullie draagt in zich dezelfde krachten, waarvan de levensboom het symbool is.

Nu is er een heel eigenaardig beeld, dat wij vooral vinden in de brahmaanse filosofie. Wij vinden daar een levensbeeld en een doodsbeeld. Beiden vormen zij de vorm van een soort boom. Symbolisch wordt het wel eens een ypsilon. Dan doet het ons ook weer denken aan bepaalde runen van de Druïden. Over de oorsprong zullen wij niet te veel strijden. Belangrijk is het, dat er een beeld is, dat opgaat en zich uitbreidt, maar ook van de andere kant, een spiegelbeeld als het ware, komt de boom naar beneden. Het is alsof je een spiegelbeeld boven je ziet, waarbij de maximale uitbreiding van bewustzijn, het ontmoeten met God, het ontmoeten van het spiegelbeeld van het zijnde, het is, alsof je eigen wereld zich plotseling weerkaatst in een Goddelijke werkelijkheid.

Dat beeld nu is typisch, omdat het zo ontzettend waar is. Want elke mens, elke geest, elke ziel, die ooit ontstaan is, keert terug tot haar bron. Er is geen verschil tussen de wortel van uw levensboom, waarmee u langs de ervaring van ongetelde geslachten bent opgekomen, als een embryo, als foetus reproducerende, zelfs in uw geboorte, de vegetatieve elementen in zijn simpel vormende cellen, de verschillende elementaire krachten, eerst van het waterdier, dan van het landdier, en uiteindelijk van de mens. Dit is niet zo zonder meer: waar u vandaan bent gekomen, gaat u heen. U zou dus moeten zeggen: in de werkelijkheid van de levensboom is het niet voldoende om een kruin de hemelen in te steken, totdat zij de zon beroert, je moet verder gaan. Je moet de wortel terugvinden, zoals die zetelt in het Goddelijke, datgene, wat je verloren hebt, moet je hernieuwd ontdekken.

Er komt een ogenblik dat in uw leven, datgene, wat u geestelijk streven noemt, wat u materieel streven noemt, elkaar volkomen kruisen. Stelt u zich die twee y-tjes maar eens voor. Een omgekeerde y, een stijgende y en zij beroeren elkaar, totdat er één stam is, en dan zien wij op die stam een kruis staan. Wat zegt dat symbolische beeld eigenlijk? Dat de werelden van stof en geest in een hoogste bewustzijn volledig samenvloeien en zo de uitdrukking zijn van de levende kracht, die wortelt zowel in het allerhoogste als in het allerlaagste, omdat deze beiden in God volledig één zijn.

Bij deze theorie hoort nog een klein stukje praktijk. De praktijk is namelijk dit: De mens is gegroeid als mensheid vanuit de eenlingen tot de stam, van de stam tot het volk, van het volk tot de natie, en vandaaruit is men nu al gekomen tot oostelijke en westelijke blokken en wat dies meer zij. Gelijktijdig met die ontwikkeling heeft de mens ook kennis verworven. Het was in het begin de eenvoudige kwestie van de totem, van het uit God geborene, of van de geest uit geboren, het verbod van de fetisj, kortom, de geestelijke krachten in een stoffelijke uitdrukking, die hij een grote betekenis in zijn leven toekende. Vandaaruit is hij gestegen tot de hoogte van het occulte. Hij werd meester van de elementen. Hij wist – zij het dan op een stoffelijk op het ogenblik niet meer verantwoorde wijze – de geheimen te ontdekken van de wereld van het atoom, van het heelal, hij wist door te dringen in de ziekten van de mens, zowel als in de geestelijke kwalen en bezetenheid. Hij werd de magiër, wiens wetenschap bestond uit het hanteren van niet algemeen bekende natuurwetten.

Toen de mens dit bereikt had, ging hij verder en hij begon een maatschappij te vormen die deels uit vrije mensen en onvrijen bestond. Die fasen vallen ten dele zelfs samen. De onvrije werd elk persoonlijk leven ontzegd. Hij was de slaaf en de dienaar. De ander was door zijn bezit van slaven vrij. De kracht, die de mens eens had gevoerd tot een geestelijke ontwikkeling, die ook vanuit het standpunt van de huidige mens, zeer hoogstaand en zeer groots was, was geperverteerd tot macht. Langzaam maar zeker werd de machtsdwang in de mens zo groot, dat de slavernij ging vallen. Men kon niet meer de vrijheid zonder meer nemen. Men stelde daarvoor in de plaats het lokaas, het begeerlijke, waardoor men een ander verleidde zijn zin te doen. Van daaruit groeide een maatschappij, die steeds meer afhankelijk van groepen werd.

Bedenk wel, er is niets nieuws onder de zon. Er was al een bond van pottenbakkers in Rome, er waren al handwerkverenigingen in de middeleeuwen, tegenwoordig hebt u uw vakbond. Eén typisch verschijnsel heeft zich daarbij wel voorgedaan. Naarmate de mens materialistischer ging streven en dus meer en meer zich op de wetenschap ging toeleggen, heeft hij de vrijheid van het individu beperkt, om daardoor de houdbaarheid van de gemeenschap te vergroten. Dit is volledig aanvaardbaar, zolang de mens daarnaast een innerlijke, een geestelijke vrijheid behoudt. Want de macht die in de maatschappij wordt uitgedrukt, is van weinig belang, als daar tegenover staat de geestelijke kracht, die verworven wordt door verinnerlijking.

Begrijpt u nu misschien, waarom ik sprak over die levensbomen die elkaar spiegelen? Want de geest is niet begonnen in het individueel bestaan. Vraag het maar aan al diegenen die al die oude geheim- en esoterische scholen kennen. Zij zullen u dit precies vertellen. Er waren grote leidende geesten, die hebben het eerste leven helpen vormen. Zij zijn het, die nu nog vaak de gestalte bepalen van de plant en van het dier. Zij zijn het, die als groepsgeesten domineren over al datgene wat nog geen werkelijke vrijheid heeft. Zo was het in de beginne ook. Niet voor niets staat er in de bijbel geschreven, dat God eerst de engelen schiep en toen pas de mens. Grote geestelijke krachten hebben aan de wieg gestaan van dat wezen, dat mens zou worden, één van de fasen op zijn lange weg naar de bewustwording. Dat was een groepsgeest, dat was dezelfde gebondenheid in de geest, die zich thans op maatschappelijk peil zo langzaam maar zeker begint te reproduceren.

Maar zoals de maatschappij dan, om haar grootste vastbaarheid en houdbaarheid te krijgen, moet groeien naar een gemeenschapsleven, moet de geest juist vanuit de gemeenschap komen tot het persoonlijk beleven. En eerst waar het geestelijk persoonlijk beleven het begrip van de gemeenschap in de materie redt, kunnen wij een oplossing vinden voor de raadselen van het bestaan. Dan eerst heeft de levensboom zijn werkelijke zin en betekenis gekregen. Niet alleen maar een oprijzen naar de hemel, maar een elkaar ontmoeten van twee verschillende werelden. De Goddelijke kracht zoals geopenbaard in de ziel van de mens van het geestelijk bewustzijn, tot het voertuig wordt voor alle Gods realisatie van de ziel de stoffelijke normen vormt, waarin herscheppend uitdrukking wordt gegeven aan het bewustzijn van Gods volmaaktheid.

Door alle tijden heen zijn er profeten geweest. In de Oudheid hebben de profeten hun stem verheven. Zij hebben elk voor zich aan hun volk een Goddelijke wil kond gedaan. Het vreemde is daarbij, dat zij steeds twee punten gelijktijdig op de voorgrond schuiven. Mozes leert zijn volk enerzijds als gemeenschap te leven en te handelen, maar anderzijds ook om persoonlijk verantwoordelijk te zijn tegenover God. Jezus leraarde precies hetzelfde. Mohammed drukte het op zijn wijze uit. Ook de Boeddha heeft het geleerd. Sedert hen nog velen. In die lange reeks van stemmen, die de mensen vermaand hebben, begint de laatste tijd een nieuwe stem mee te klinken. Die stem leert ons iets, wat met die levensboom in direct verband staat, zeggende:

“Mens, indien je wilt beleven wat werkelijk is, niet ondergaan in waan, leef dan vanuit de wereld, waarin je bestaat, maar met een persoonlijk aanvoelen van God.”

Een stem, die zegt:

 “Mens, zet het zelfbedrog opzij, wees oprecht, wees eerlijk, aanvaard de Goddelijke wil, maar put uit de Goddelijke kracht om die wil te dragen.”

Een stem, die de wereld reeds nu zegt:   “Wereld, je sterft aan je streven naar volledigheid, omdat je de geest vergeet. Zonder de zon kan een boom niet leven. Zonder aarde kan een boom niet bestaan, hij zal niet groeien. Slechts indien zon en aarde samen zijn in één werken, ontstaat er een boom, die als een sequoia zijn top schijnt te verheffen tot ver boven de wolken. Een boom die oud is, die geslachten trotseert, op een wijze, die de mensen niet denkbaar is.”   Slechts indien de mens zoekt in de eerste plaats in de stof te vinden de uitdrukking, van al wat hem beweegt, eerlijk, oprecht en volledig, maar gelijktijdig grijpt naar de Goddelijke kracht in hem, is het mogelijk, dat een vernieuwing en een voltooiing plaats vindt op deze wereld.

Ik spreek nu wel ontzettend veel over die Goddelijke kracht, maar wanneer je met de mensen praat, of wanneer je de gedachten van de mensen gade slaat, dan hoor je altijd maar weer: “Ja, dat is wel mooi, maar waar is die God dan? Waar is die kracht?” Vrienden, die kracht kunt u alleen in uzelf vinden. Niemand kan u de sleutel geven, waarmee u onmiddellijk binnentreedt in een rijk van Goddelijke krachten. Het is uw eigen zoeken. Ik kan u misschien iets vertellen, wat u daarbij helpt.

Gods wereld is de wereld, waarin alles mogelijk is. Gods wereld is de wereld van volkomen zekerheid. Uw wereld is er een van onzekerheid, van veronderstelling. Op het ogenblik, dat u, levend in uw eigen wereld, een ogenblik die werkelijkheid terzijde stelt en de zekerheid van het Goddelijke durft te aanvaarden, even durft te vergeten, wat u bent en waar u bent en durft te ondergaan, dat er een levende kracht is, dan – vreemd genoeg – openbaart zich niet alleen maar de intensiteit van een bestaan, zoals u het kent. Dan vindt u daarop dat vlak, dat het uwe zo schijnbaar zo rechtlijnig en rechthoekig kruist, de kracht, waarover ik sprak. Op elk ogenblik dat u wilt vergeten, wat u bent en wat voor u belangrijk is, maar durft aanvaarden als een zekerheid de kracht, die u gegeven wordt, kunt u ervaren dat mijn woorden, waar ik sprak over kracht, zeker geen onwaarheid zijn, of een leugen, maar dat zij de meest directe waarheid bevat, die er op de wereld maar uit te drukken is.

Voor hen, die in de Bijbel zoeken, wil ik zeggen, de evangeliën zeggen: “en zo gij gelooft, zijn u alle dingen mogelijk.” Geloof niet in een bepaalde kracht, geloof niet aan het ingrijpen van een bepaald wezen, dat ligt in uw eigen vlak. Geloof dat door het aanvaarden van de Goddelijke wil alle dingen goed zullen zijn, kracht zullen bevatten. Dan hebt u daarmede waarschijnlijk een weg gevonden, die u het leven heel wat beter en gemakkelijker maakt.

  •  De twee Y’s, die elkaar kruisen, zijn ook het labarnum Christi.

 Inderdaad, maar ook méér dan dat. Het stelt voor: het elkaar beroeren van de Goddelijke en de menselijke wereld. In zijn kruispunt duidt het op de geboorte van helden en Goden, van de ingewijden. Het is een symbool van de Christusgeest, niet slechts van Jezus.

  •  In de beginselen der Orde staat: “Wij geloven dat voor elk wezen de bewustwording het enige doel en uiteindelijke einde van het bestaan kan zijn.” Welk bestaan?

 Onder bestaan verstaan wij, een voortdurend in staat zijn het bestaan te analyseren als een voortdurend aaneenvloeiende reeks van bestaansmomenten, waaruit op den duur een bestaansreactie wordt opgebouwd, die een bestaans realisering en verklaring inhoudt.  Een erkennen van alle bestaansvormen en tijdsmogelijkheden zal dan een één worden met het Goddelijke mogelijk maken. Of je nu bestaat in deze wereld, of in onze wereld: je bestaat. Dus zolang je je nog bewust bent in een wereld te bestaan, is dat het bestaan wat wij er mee bedoelen. Op het ogenblik, dat je het afzonderlijk zijn niet meer realiseert, is dit het einde van het bestaan, niet van het leven, maar van het bestaan in de zin van beperkt zijn. Daarvoor in de plaats treedt de eenheid met het Goddelijke, of het onbeperkte Zijn.

  •  Welke waarde heeft Krishnamurti voor de mensheid? Is hij een leraar?

Voor degenen, die hem begrijpen kunnen, ongetwijfeld. Geen leraar voor de massa, omdat hij weigert de verheerlijking door de massa te aanvaarden, die voor de meeste mensen een noodzakelijke bedinging is voor een aanvaarding. Hij laat zich namelijk niet aanbidden. Als hij een filmheldenrol zou willen spelen op geestelijk terrein, zou ik hem eerder een leraar kunnen noemen. Ik zou in dit geval eerder willen spreken over meester. Hij heeft wel degelijk betekenis voor deze wereld, omdat hij in een zuiver geestelijk denken komt tot een verwerping van al die bijkomstigheden, die de meeste mensen tot een zogenaamd geestelijk zijn verleiden met al de stoffelijke gevolgen van dien. Als hij verder was gegaan op het pad, waar men hem wilde drijven, dan was hij een soort pseudo Jezus geworden, die uiteindelijk alleen maar toestemming kreeg om de uitleggingen van zijn eigen leer te horen bij monde van anderen. Die kant was het al heel ver uitgegaan, toen hij zich uiteindelijk terugtrok. Zijn weg was er een van wijsheid, niet van idolatie.

  •  Het waren toch de topmensen van de Theosofen, die hem daartoe dreven?

Moeten wij de leiders van de christelijke maatschappij aansprakelijk stellen voor alles wat er in gebeurt? Is het de schuld van het christendom, dat zij zulke stommiteiten uithalen? Is het niet redelijker te zeggen, dat een bepaald deel van de Theosofen behoefte had aan een lijfelijke meester. En een mens erkennende – let wel – die als ingewijde leven kon, heeft men geprobeerd daaruit een speciale meester voor zichzelf te maken. Leadbeater is er ook bij betrokken geweest. Wijt dat niet aan de theosofie, maar wijt dit aan de behoefte van de mens om een zichtbaar punt te hebben voor zijn leringen. Iets, wat in de theosofie volkomen verkeerd is, omdat de theosofie uitgaat van een innerlijke bewustwording, waarbij meesters weliswaar leiding geven, maar men zelf geestelijk tot de meester moet komen en niet een meester op aarde moet worden geproduceerd, die a.h.w. met tam-tam en reclame je lokt.

  • Leadbeater en mevr. Besant waren, zo zeiden zij, in voortdurend contact met de  meesters van hun Orde. Hebben dezen hen dan niet gewezen op hun dwalingen?

Ongetwijfeld zullen zij dat gedaan hebben, maar, zoals het hoort voor een werkelijke meester, zonder hen de vrijheid tot interpretatie te ontnemen. De doorsneemens legt alle dingen altijd zo uit, als hij het wil hebben. Wij kunnen dat hier zo vaak vaststellen.

  • Beschouwt u Jezus van Nazareth als de meest verlichte wereldleraar van alle tijden  op aarde?

Op het gevaar af, dat ik een hoop mensen kwets of teleurstel: neen. Hij was de meest verlichte leraar van Zijn tijd, niet van alle tijden. Voor Hem zijn even verlichte leraren op de wereld geweest, na Hem zullen even verlichte leraren komen. De Christusgeest werkt niet alleen door één voertuig en op één plaats, maar door vele voertuigen op alle plaatsen en in alle tijden.

  •  Zou u iets kunnen zeggen over de belangrijkheid hiervan?

Is het nu werkelijk belangrijk hoe voornaam Hij is. Het voornaamste is, dat Hij de mensen een weg heeft gewezen om te gaan die werkelijk tot God leidt. Laten wij maar leven, zoals Jezus ons geleerd heeft te leven, dan doen wij al meer dan genoeg.

  • Is de Oxfordbeweging een uiting van de Orde der Verdraagzamen in een  andere vorm, of zijn beide vormen van elkaar gescheiden?  

Het is geen onderafdeling van onze Orde, noch omgekeerd. Dat bepaalde geestelijke tendensen sympathiek kunnen zijn en samen kunnen werken, ongeacht verschil van mening omtrent de wijze, waarop het best gewerkt wordt, dat zal u wel duidelijk en bekend geworden zijn. Vandaar, dat onze groep, wanneer het mogelijk en noodzakelijk is, ook aan de Oxfordbeweging en ook aan vele andere groepen, een volledige medewerking tracht te geven.

  •  Wat is de betrekking tussen esoterie en mystiek en tussen esoterie en  psychologie?

De betrekking tussen esoterie en mystiek is die van het innerlijk weten, plus de beleving. Want de mystiek wordt de beleving van het esoterisch streven. Zonder een innerlijk esoterisch streven is geen mystiek mogelijk, buiten een pseudo-mystiek, die uiteindelijk meer op een toneeleffect berust. Waar de esoterie begint, staat de psychologie hopeloos te trappelen. Waar de psychologie geen raad meer weet, geeft de esoterie de oplossing. De psychologie is de ontleding van een uiting en dan nog zeer onvolledig en met onvoldoende kennis van alle optredende factoren, terwijl de esoterie is de beleving van een innerlijke wereld, die uiteindelijk leidt tot een volledige zelfrealisatie, die psychologisch zelfs niet mogelijk is.

  •  In de lezing “Kringloop der Ziel” werd aangeduid, dat de grote kringloop zich beweegt van chaos tot chaos. De mens ontwikkelt zich daarbij van kosmische kracht onttrekkende entiteit tot licht verspreidend wezen, één zijnde met God. Zij, die achterblijven in bewustwording en evolutie gaan niet verloren, doch vangen een volgende cyclus aan op het ontwikkelingspeil, waarop zij stonden. Welke taak is bestemd voor degene, die de eenheid hebben bereikt?  

Die hebben geen taak meer. Het is net, alsof ik zeg: Als je bij God terecht bent gekomen, kun je gaan rentenieren. Zo is het toch niet. Als je één bent met God, dan moet je niet denken dat die eenheid alleen maar bestaat uit een ondergedompeld zijn in, of zoiets. Het is een volledig erkennen van God, waardoor zijn totale willen, zijn hele denken geopenbaard is. Hieruit vloeit voort, dat je handelt volgens die Goddelijke wil, als deel van de Goddelijke kracht, gedurende de volledige periode van eenheid met God. Zo ver wij die na kunnen gaan, is die oneindig. Er is dus geen bepaalde taak, maar Gods wil kan tijdelijk een met Hem verbonden individu projecteren als deel van Zijn wezen om een bepaalde functie, bv. een vormende, of leidinggevende functie te vervullen, hetzij bij een nieuwe wereld, of bij een nieuw ras. Maar dan is dit niet een entiteit, die handelt uit zichzelf. Het is de Goddelijke wil. Waarbij het dus zoiets wordt tot een hand of voet van God in Zijn Schepping, een duidelijke uiting op een lager niveau. De eenheid met God gaat niet teloor, maar de band blijft bestaan.

  •  Is dat de functie van een groepsgeest op aarde?

Neen, dit ligt zelfs nog boven de cherubijn en serafijn….. Dat zijn al betrekkelijk deftige heerschappen, hoor.

  •  Volgens de cursus Cosmoslogie, zou dat de Elohim zijn?

Inderdaad. De Elohim is deel van El, El is de uitdrukking voor het Allerhoogste, of Scheppend Principe. Als zodanig zijn zij de verpersoonlijking van het scheppend principe voor een bepaalde fase van bewustzijn en op een bepaald vlak, waarbij de Elohim elkaar kunnen afwisselen, maar in zich voortdurend met het Goddelijke verbonden blijven en een directe functie van dit Goddelijke op dat vlak blijven betekenen. De engelen komen wel uit een vorige fase. Om leiding te kunnen geven, moet je afstand hebben genomen. Leiding geven aan een groepsgeest vraagt objectiviteit. Die objectiviteit heb je nog niet, wanneer je te zeer door je eigen vroegere ervaringen nog gebonden bent met het milieu en de ervaringen ervan.

De besluiten, die een groepsgeest neemt, zijn soms erg hard voor de delen van de groep, maar noodzakelijk voor de vorming, zoals die noodzakelijk is volgens het weten van die groepsgeest. Daarom kunnen wij wel zeggen dat dergelijke geesten praktisch altijd uit een vorige bestaansfase, dus een vorige bewustwordingscyclus stammen. Dat zij dus de ouderen zijn. Maar daarboven zijn dan weer de oudsten, die uit een nog vroegere fase stammen, maar nog niet één geworden met God, optreden als een soort Goden, die, samenwerkende met, of handelende onder de Elohim, bepaalde krachtenfuncties en samengebundelde groeperingen, die leiden in een bepaalde vorm en bewustwording.