De chaos

 

 

‘De vernieuwing in deze tijd’

Inleiding

Wanneer veranderingen zich voltrekken, dan doen ze dat nooit op één enkel niveau. Om een voorbeeld te geven Een economische verandering kan alleen plaatsvinden, indien ze gepaard gaat met een sociale verandering. En die kan alleen werkelijk slagen, indien ze gepaard gaat met een mentaliteitsverandering.

Als wij ons bezighouden met de vernieuwingen van deze tijd, dan vergeten we over het algemeen hoeveel er bij een werkelijke verandering te pas komt. Wij kunnen niet eenvoudig zeggen: Er is een nieuwe invloed en wij worden anders. Wij kunnen hoogstens zeggen: Er is een nieuwe invloed en daardoor kunnen we niet meer aanvaarden wat er precies is geweest.

De verandering op zichzelf betekent dat wij ons eerst niet op ons gemak gaan voelen, dat wij proberen om ons op de een of andere wijze aan te passen; dat wij proberen een beetje anders te leven, te denken of te doen. En dat betekent dan weer dat door de verandering van ons gedrag er een verandering plaatsvindt in de wereld. Zolang dat alleen uiterlijk blijft, zullen we niet in staat zijn de gevolgen daarvan te aanvaarden.

De gevolgen van een verandering vragen in de eerste plaats een innerlijke verandering of bewustwording. Elke vernieuwing op zich eist een bewustwording. Zolang de uiterlijkheden veranderen, zonder dat de innerlijke verandering daarmee gepaard gaat, ontstaat er inderdaad een chaos; een totale tegenstrijdigheid van waarden, een voortdurende verandering zonder zin waarin wij onszelf eigenlijk niet meer weten te richten en daardoor juist ons verlaten en stuurloos gaan voelen.

De periode die is aangebroken bevat vele elementen van deze vernieuwing. Wij worden geconfronteerd met uiterlijke veranderingen die niet zonder meer voor ons aanvaardbaar zijn. Wij zitten met de noodzaak, ons gedrag binnen de gemeenschap opnieuw te waarderen. Daarbij hebben wij dan nog de grote moeilijkheid dat we eigenlijk ons innerlijk weer in overeenstemming moeten brengen met onze uiterlijke mogelijkheden. Al die dingen tezamen vormen in wezen de vernieuwing van deze tijd. Maar al die dingen tezamen zijn gelijktijdig de last die de mensheid in het bijzonder in deze dagen krijgt opgelegd.

In deze cursus zullen wij proberen u althans iets te laten zien van al deze verschillende processen. Wij zullen ook proberen om gevolgtrekkingen te maken die voor u misschien aanvaardbaar zijn en mogelijk toepasselijk.

Het is niet denkbaar dat iemand u een juist schema geeft van de komende 40 à 50 jaren. Daarvoor is alles te tegenstrijdig en wijken de belevingen van de mensen te sterk af. Wij zullen ons dan ook niet vermeten op deze wijze te werk te gaan. Wat wij wel kunnen doen, is duidelijk maken wat er nu bestaat, wat daaruit bijna onvermijdelijk resulteert en hoe men zich daarop innerlijk kan voorbereiden, zodat men zich uiterlijk gemakkelijker met de nieuwe ontwikkelingen één gaat voelen en vanuit die eenheid komt tot een reële ontplooiing van de eigen persoonlijkheid.

De eigen persoonlijkheid is en blijft ‑ ook in een tijd als de huidige ‑ het meest belangrijke. U kunt op aarde denken in termen van massaliteit, massamanipulatie, maar geestelijk kunt u dat niet. Geestelijk kunt u alleen denken in de term van de eenling en zijn zeer specifieke mogelijkheden en onmogelijkheden.

In een poging om ook deze dingen duidelijk te maken zullen wij binnen het verband van de cursus steeds weer teruggrijpen naar de innerlijke waarden en geestelijke processen, die ook in de sferen daarmee verbonden zijn. Daarnaast zullen wij in tweede onderwerpen trachten enige analyses te geven van hetgeen er feitelijk op de wereld gebeurt en de manier waarop men zich daartegenover het best kan opstellen.

Wij hopen, dat deze cursus voor u een stimulans zal zijn om u in deze tijden op de juiste wijze en harmonischer op te stellen.

 

uit de cursus ‘De vernieuwing in deze tijd’ (hoofdstuk 1) – oktober 1980

De chaos

De chaos is het ongevormde. Het heeft wel vorm, maar die is niet permanent. Als u zich het beeld van een chaos wilt voorstellen, denk aan een wervelwind waarin door een voortdurend ronddrijven de voorwerpen van plaats en tevens ook nog van vorm en eigenschap schijnen te veranderen.

Elke keer, wanneer een periode is afgesloten en een nieuw tijdperk aanbreekt, bevindt de aarde zich op de een of andere manier in een dergelijke chaotische toestand. Het oude wil blijven bestaan, maar is niet in staat zich te handhaven. Daarom probeert het zijn vorm aan te passen aan het nieuwe en verliest daardoor zijn kwaliteiten en eigenschappen. Het nieuwe op zijn beurt probeert in de eerste plaats zich te manifesteren volgens de oude wetten en normen en kan dit niet. Op deze manier ontstaat er eigenlijk een soort wisseling die dermate snel geschiedt dat een zich oriënteren in de chaos bijna onmogelijk is. Ik kan u een voorbeeld geven van hetgeen er stoffelijk denkbaar is.

In de tijd dat Jezus werd geboren, was er een wereldrijk: Rome. In diezelfde periode was Rome echter niet in staat innerlijk zijn kracht te handhaven. Het was een vervallen staat geworden, geregeerd door halfedele handelaren, vrijgelaten slaven met goede relaties en een hofhouding die geen enkele norm erkende behalve haar eigen wens en wil. De moed van de Romein, die eens een wereldrijk had gevestigd, was geslonken totdat de legers in feite bestonden uit huurlingen waarin soms enkele edelen nog wel officiersdienst deden, maar dan toch wel buiten de vuurlinies.

In die tijd waarin ook de verschillende goden steeds meer met elkaar verward raakten, waarin soms in een en dezelfde tempel Demeter en Isis werden aanbeden, ontstond er ook een nieuwe wijze van denken.

Het christendom kan zich niet oriënteren in het heidendom; het verliest meer en meer de samenhang ermee. De eens zo moedige Romeinen worden meer en meer afhankelijk van hun legers en slaven. Ze zijn zelfs niet in staat om hun eigen stad te verdedigen. Zij moeten de aanvallen van bepaalde barbaarse stammen afkopen.

Het christendom vestigt zich in Klein‑Azië, daarna langzaan maar zeker in Rome en breidt zich naar het noorden uit. Die verandering was niet te overzien. Het christendom van toen was niet het christendom van nu. De waarde van de klassieken, die we tegenwoordig zo vaak horen roemen, was niet te vergelijken met datgene wat men er nu uit leest. Uiterlijkheden en schetslijnen geven niet het gehele schilderij weer: Een enkel thema zegt niet hoe een symfonie is opgebouwd. Uw herinneringen aan het verleden zeggen niet hoe groot de verwarring is geweest waarin de wereld zich tussen het jaar nul christelijke tijdrekening en 100 jaar na Christus heeft bevonden.

Als u probeert u uw eigen situatie in te denken, dan zult u veel vergelijkbare zaken zien. Er zijn natuurlijk nog steeds mensen, die voor een zo liberaal mogelijk beleid zijn. Anderen noemen zich socialisten. Weer anderen noemen zich christenen of hebben nog een andere titel. Maar als u kijkt naar de werkelijkheid, dan blijkt dat ze alleen verschillen in leer niet in praxis. Zo is het eens geweest.

De tijd van de martelaren is een beetje voorbij. Iedereen wil graag bij iedereen in het gevlei komen. Dat is niet erg, maar het is wel een veeg teken, als het gaat om een geloof waarin men erg consequent moet zijn. Dat geldt net zoals het gaat om een politiek systeem. Want als degenen die in het uitvoeren niet consequent zijn wat blijft er dan nog over? Overal zijn gapingen en hiaten. Datgene wat de mensen in de weg staat, proberen ze te slopen.

Soms zijn dat morele opvattingen. In een ander geval zijn het esthetische normen. In weer een ander geval gaat het om de waardering van de mens of de medemens. Maar daardoor is de samenhang langzaam maar zeker verloren gegaan. Er zijn zoveel waarden van betekenis verdwenen uit de samenleving dat er eigenlijk niets meer overblijft waarvan men kan zeggen; Dat is consequent, dat heeft een werkelijke samenhang, een eenheid. De chaos heerst, inderdaad.

Als er chaos is, dan zoek je naar een vaste lijn. Ook die kunnen we overal zien. Overal rijzen de sekten de pan uit. U kunt kiezen wat u maar wilt. Wilt u het langs astrologische weg doen? Wilt u werken met allerlei elektronische apparatuur? De mogelijkheid bestaat. Wilt u ingewijd worden in oude mysteriën? Er zijn scholen die pretenderen dit te kunnen doen. Wilt u zoeken naar uzelf, in een overweging om tot een juiste houding in de wereld komen? E is een systeem dat zegt dat het kan. Wilt u goden hebben die aan de natuur gebonden zijn? Er zijn sekten die dergelijke goden prediken. Wilt u vrij zijn van alle normen? Er zijn leraren en profeten die u ook dat aanbevelen. Het is allemaal strijdig; het heeft geen samenhang.

Als je naar die sekten kijkt, dan zie je dat ze enorm veranderen, steeds weer. Elke keer lijkt het alsof ze een stukje aan de ene kant verliezen en gelijktijdig aan de andere kant weer nieuwigheden bijbouwen. Er is geen consequent waar geestelijk leven. Er is geen consequente uiting van een geestelijk beginsel in de wereld. Dit aspect moogt u volgens mij chaotisch noemen en misschien zelfs de bloedroes van de maenaden (bacchanten). Zo gaat het nu eenmaal. Waar geen vaste lijn meer is, daar worden de mensen radeloos. Daar gaan ze irreëel reageren. Dan houden ze geen rekening meer met waarden of werkelijkheden. Dan houden ze alleen nog maar rekening met ideeën die al veranderen, terwijl zij ze uitspreken. Voor het innerlijk leven is dat natuurlijk niet altijd even gezond.

Als je in een chaos terecht komt, dan moet je in die voortdurende verandering zoeken naar dat ene punt waaraan je houvast hebt. En het enige punt dat zichzelf innerlijk gelijk kan blijven, ben je zelf. Want al zal je uiterlijk veranderen, je kunt moeilijk afstand doen van de kwaliteiten die je innerlijk bezit. Het punt “ik” betekent een rustpunt in een wereld die niet helemaal aanvaardbaar en begrijpelijk is.

Is dit “ik” te lichamelijk uitgedrukt dan staat het teveel onder invloed van al datgene wat er omheen gebeurt. Daar kun je ook al niets mee doen. Maar stel, dat het “ik” in zich een geestelijke rust, een geestelijke harmonie weet te vinden, dan worden zelfs de stoffelijke veranderingen in wezen onbelangrijk, omdat het niet meer gaat om de vorm maar om de uiting en de reactie. De emotionaliteit van de mens, de belangrijke taal als het gaat om bepaalde belevenissen en gebeur­tenissen te etsen in de geest, blijft gelijkwaardig. Er ontstaat geen verschoven beeld vol vaagheden: Er blijft een klare, heldere voor­stelling van het eigen “ik”. Dat is erg belangrijk.

Nu hebben we de neiging om uit te roepen dat de chaos mede wordt veroorzaakt door demonen, die op deze wereld zijn losgelaten. In zekere zin, maar alleen in zekere zin is dat waar. Een demon is niets anders dan een ziel. Daemon is in het Grieks het woord voor ziel of geest; voor het innerlijk van de mens. De demonen die wij vrezen zijn eigenlijk onze eigen zielen die losgebroken zijn. Wij hebben geen werkelijkheidsbegrip meer, geen houvast, dus zijn wij vernietigers geworden. Wij vernietigen alles, omdat wij het vrezen. Wij vallen aan, niet omdat wij weten dat die aanval gerechtvaardigd is, maar omdat wij vrezen zonder die aanval zelf aangevallen te worden. In een voortdurend toenemende angst verliezen wij de werkelijkheid die wij zijn.

 Kijk dan naar de feiten van vandaag en u ziet het volgende: Bewapening. Toenemend wantrouwen in de wereld. Gevecht om waarheden die dermate betrekkelijk zijn dat het niet eens belangrijk is om over die kleine verschillen te vechten. In het christendom vechten ze. In het communisme is angst en verdeeldheid tussen communisten. Zelfs in het christendom komt men tegen elkaar in opstand. Realiseer u dat de situatie in de wereld alleen zo gespannen is, omdat niemand meer erop vertrouwt dat de ander rechtlijnig denkt, consequent is. Iedereen denkt dat de ander onbetrouwbaar en niet consequent is.

Hetzelfde beeld zien we ook in de samenleving optreden. In de samenleving gaat het er helemaal niet om of nu de mens een beetje meer of een beetje minder krijgt. Eigenlijk is dat onbelangrijk. Het gaat er echter wel om dat de mensen niet meer durven vertrouwen dat, als ze met minder genoegen nemen er elders werkelijk iets zal gebeuren. Men vertrouwt elkaar niet. Men ziet het eenvoudig niet meer.

Kijk naar uzelf en uw eigen leven. Hoeveel fantastische gebeurtenissen overkomen ook u niet? Elke keer gaat er weer iets mis of is er weer iets anders dan u had verwacht. Elke keer zien we dat de zaken verschuiven. En wat kunt u daartegenover stellen? U kunt u niet steeds weer aanpassen. Ja, u kunt misschien de zaak oplossen door uzelf te beladen en te belasten met schuldgevoelens of met gevoelens van opluchting en kreten als: Dat heeft de ander gedaan. Maar werkelijk consequent zijn kunt u alleen, indien u in u de krachtbron heeft. Ik zou in dit onderwerp eerst een paar regels willen geven voor de mens die buiten zichzelf met die wisselvalligheid, met dat chaotisch aspect van samenleving of eigen leven en omgeving wordt geconfronteerd. Onthoudt u het volgende.

U bent zelf de enige basis waarvan u kunt uitgaan. U bent zelf de enige waarde waarop u zonder meer kunt vertrouwen, mits u uzelf aanvaardt. Ga uit van uzelf bij alle ontwikkelingen en gebeurtenissen die u niet kunt beheersen en waarvan u misschien zelfs de gehele werking niet begrijpt.

Streef nooit naar ordening bij anderen. U kunt niet voor anderen iets ordenen, terwijl de hele wereld in een steeds sneller tempo in een aantal niet redelijke veranderingen betrokken is geraakt. Probeer alleen vanuit uzelf de zekerheden, de kracht of het vertrouwen dat u bezit over te dragen aan anderen. Als u dat doet, dan geeft u de ander namelijk geen oordeel over uiterlijkheden, maar blijft u zich vasthouden aan de innerlijke waarde van de medemens; en die moet van binnenuit de zaken afhandelen. Hij kan niet van buitenaf werken.

Probeer voor uzelf niet uit te gaan van al datgene wat er is of wat u graag zou willen, maar bereidt u voor om op uw wereld elk ogenblik opnieuw te reageren, alsof het elk ogenblik weer helemaal nieuw was. Men zegt van zeer veel kansspelen dat ze elke keer geheel opnieuw beginnen, zodat een kansberekening geen zin heeft. In een chaotische toestand is het met de wereld net zo gesteld. U kunt geen enkele toekomstige ontwikkeling berekenen. U kunt alleen maar reageren op de situatie zoals die voor u elk ogenblik opnieuw ontstaat. Vandaar mijn raad: Reageer elke dag volgens de waarden van de dag. Verwacht niets van morgen. Vrees niets voor morgen, maar reken vandaag af met wat er vandaag is. Dat is de beste methode om uw innerlijk evenwicht te behouden en niet te worden meegesleurd in een innerlijke verdeeldheid door de uiterlijke veranderingen van omstandigheden.

Dan zeggen de mensen. Maar wij hebben toch een innerlijke kracht. Kunnen wij die niet voor de wereld gebruiken? Die leuzen horen we altijd weer.

De kracht die in u is, kan alleen spreken tot krachten die vergelijkbaar zijn. Dat wil zeggen, dat u soms inderdaad onverwachts een resonantie krijgt, ook van mensen van wie u het helemaal niet verwacht; dat u feiten tot stand brengt die absoluut niet redelijk zijn, volgens de normen van uw leven of van uw tijd. Maar u kunt ze niet berekenen. Dat wil zeggen dat u bereid moet zijn, als u met geestelijke krachten werkt, dit bij voortduring te doen zonder u af te vragen, of ze resultaten zullen opleveren. De resultaten constateert u wel achteraf. En als er enige resultaten zijn ‑ dat gebeurt meestal wel ‑ dan is dit een voldoende stimulans om met uw innerlijk werk voort te gaan zonder daaraan vooral meteen de voorwaarde van een slagen te verbinden.

Kunt u de wereld vrede geven? Neen. U kunt zelf vredig zijn en de vrede met de wereld delen voor zover dat mogelijk is, maar u kunt niemand vrede geven. U bent de ander niet.

Denk niet dat u op welke manier dan ook de wereld in haar huidige situatie gemakkelijk kunt voeren naar een nieuwe, consequente en juiste ontwikkeling waardoor vorming uit de chaos ontstaat.

Als u die regels en redeneringen hoort, dan wordt u misschien pessimistisch. Er is geen reden voor om dat te zijn. In de chaos zullen evenveel harmonische elementen optreden als disharmonische, alleen kunt u ze niet van tevoren voorspellen. U kunt er niet van tevoren op rekenen, maar ze zijn er wel. Als u positief bent en steeds probeert positief te zijn en te blijven, dan zult u toch altijd, wanneer in de chaos een positieve mogelijkheid opduikt, deze activeren. Dan brengt u iets positiefs over zonder dat u kunt zeggen wat voor uiterlijke vorm dit specifiek zal aannemen. Er is geen reden tot pessimisme.

Bovendien is chaos nu eenmaal een noodzaak als vorming het gevolg moet zijn. Want je kunt niet het oude langzaam veranderen zonder eerst de mentaliteit te veranderen waardoor de verandering van het oude, het gewende aanvaardbaar wordt. Daarom moeten wij ook niet bang zijn, als de mensen met elkaar in strijd komen.

De mensen strijden. Dat ze voortdurend tegen elkaar in opstand komen, is normaal in deze dagen. Het enige dat niet normaal zou zijn is, dat u zoekend naar het licht en naar het bewuste in staat bent om zelfs in deze voortdurende strijd een mate van harmonie of een zekere mate van eenheid te vinden met anderen.

Een chaos is ook niet afgronddiep en duister zoals de mensen denken. Zij zeggen vaak: Ach, het leven speelt zich af tussen de chaos en de kroon. En dan denken ze daartussen de Levensboom. Maar realiseert men zich wel dat de boom wordt gevoed uit de chaos en dat zonder de voeding van de chaos de kroon niet zou kunnen bestaan?

De chaos is niet kwaadaardig, maar ze staat eenvoudig aan het begin. Ze is de mogelijkheid van een nieuwe groei. Wanneer die groei er is, dan zal het de chaos zijn met haar veelheid aan elementen en mogelijkheden die in de groei een vorming en een bewustwording mogelijk maakt.

Het is gemakkelijk om het allemaal filosofisch te verklaren. Als we alleen maar spreken van de Levensboom, dan kan ik u duizend voorbeelden geven waaruit blijkt dat de chaos een noodzakelijk aspect is van de vorming. Zeker omdat eenieder, die een weg gaat al datgene wat hij heeft afgelegd in zich als waarde behoudt. Maar waarom zouden we? Is het nodig zoveel te filosoferen? Misschien is het gemakkelijker om realist te zijn.

Ik kijk naar uw wereld. Ik zie, dat de jaargetijden soms een beetje verschuiven. Ik zie dat stromingen in de oceanen zich wat aan het veranderen zijn. Ik weet dat voor sommigen van u dat erg belangrijk is en voor anderen helemaal niet; het ligt er maar aan waar u woont en wie u bent. Die veranderingen op zichzelf zijn dan niet goed of kwaad. Het enig belangrijke is dat degene, die een verandering constateert welke voor hem disharmonisch is, probeert ofwel de verandering te ontwijken danwel daarin een harmonisch element te vinden waardoor hij vanuit zichzelf in deze verandering en vernieuwing een rol kan spelen… zonder met zichzelf in strijd te komen. Leven is in wezen veranderen. Het is een beetje moeilijk voor een mens om dat te beseffen. Hoeveel malen heeft u niet geleefd? Hoeveel vormen zijn de uwe niet geweest? Nu bent u een man, vroeger was u een vrouw of omgekeerd. Nu bent u misschien arm, eens was u rijk en machtig. Nu heeft u misschien alles wat u redelijk nodig heeft, eens was u armer, dan de armste slaaf. Het is allemaal denkbaar. U bent door vele vormen gegaan. En door al datgene wat u heeft beleefd, bent u geworden wat u nu bent. Niet de mens die u nu bent, want dat is alleen maar een voertuig, dat is een uiting, maar de innerlijke persoonlijkheid die u bent. U heeft de eeuwen a.h.w. samengeperst en gemaakt tot een deel van wat u als leven betekent. Daarom is leven wel degelijk de verandering. Maar het is meer dan de verandering alleen. Het is de vaste waarde waardoor in de verandering de waarde zichzelf duidelijker begint af te tekenen en zich beter gaat beseffen.

Chaos is de schijnbare strijdigheid, maar het is tevens de fantastisch snelle verandering. Dat betekent, dat het bewustzijn in staat is die snelle verandering te verwerken, een veel snellere realisatie van zijn eigen “ik” en eigen betekenis kan verwerven dan wie dan ook. De chaos van deze tijd is gelijktijdig een inwijdings‑ en een bewustwordingsmogelijkheid waarvan misschien eerst over duizenden jaren een gelijke weer zal optreden. Het is de tijd voor de innerlijke ontplooiing binnen de schijnbare onvolledigheid van een alle regels verliezende stoffelijke werkelijkheid.

De gouden eeuwen volgen altijd na de chaos. Toen Rome viel, kwam een ogenblik de gloed en de glans van Byzantium. Byzantium is verdwenen. Het rijk van de Karolingers trad op en verging. En toch, in de kloosters bleef bewaard wat later belangrijk werd. Tot in een tijd waarin de steden eindelijk hun macht begonnen te krijgen en overal opnieuw de vindingrijkheid, de kunstzinnigheid zich ging ontplooien. Vanaf de 12e eeuw tot de 17e eeuw zien wij een periode waarin de mens steeds meer kan presteren, maar ook geestelijk steeds meer mogelijkheden krijgt. Dan neemt het weer af.

Vanaf 1720 tot 1730 gaat alles in de richting van verwarring. De eerste tekenen van chaos kent u allemaal. Misschien begint het met de Bundschuh (boerenopstand aan de Rijn in 1523), later volgt de Franse Revolutie. Het zijn allemaal kleine signalen van het niet meer mee kunnen waarbij de hang naar het oude soms wordt gevormd door het optreden van heksenkringen en het antwoord daarop de heksenvervolging, door de stoeten van de Penitenten en Flagellanten, die ‑ zichzelf masochistisch kwellend ‑ door de steden trekken om hun hoogheid te bewijzen, omdat ze geen kans meer zien om in een maatschappij, die zich zo snel ontwikkelt, op een andere wijze de werkelijke, innerlijke betekenis nog met het uiterlijke in overeenstemming te brengen. Die tekenen zijn er altijd.

En dan de oorlogen. Oorlogen zijn er ook altijd. Maar als de techniek langzaam maar zeker de mensheid begint te overheersen dan zien we ontstellende veranderingen in de mogelijkheden van de mens. Al datgene wat eens belangrijk en waardevol was, verliest aan aanzien. Het behoren tot de eigen gemeenschap maakt plaats voor het meer verdienen in de industrie. De steden worden conglomeraten van mensen die eigenlijk niets meer gemeen hebben behalve dit ene; de verwachting eens weelde te vinden in vergelijking tot wat zij kenden. Dat lijkt misschien een treurige ontbinding. Maar realiseer u toch ook wel dat daardoor de vaste gemeenschappen worden gebroken. Het is niet alleen het verleden dat in ontbinding verkeert. Het is een gistingsproces waardoor uit het verleden, dat zichzelf niet verder kon ontwikkelen, een nieuwe toekomst gaat ontstaan waarin een verdere ontwikkeling mogelijk is.

Kijk naar uw eigen tijd. In uw dagen wordt de mens gedomineerd door de technieken die hij heeft geschapen. Langzaam maar zeker maakt hij zich meer en meer onderworpen aan zaken als productieprocessen, winst, maar eigenlijk ook aan de verdere hantering van de technieken die hij heeft uitgevonden en het continueren van de macht daarvan. En dan komt de innerlijke revolutie.

De innerlijke revolutie mag nooit leiden tot een absolute vernietiging van de techniek, dat is duidelijk. Dat is ook practisch onmogelijk of je moet de mensheid uitroeien. Wat je wel kunt doen, is de techniek terugbrengen tot dat punt waarop ze behoort te staan, namelijk het instrument van de bewust handelende mens worden en niet meer de factor die zijn leven domineert. Dat is hetgeen er misschien gaat komen en volgens mij inderdaad zal komen. Maar voordat het zover is, moeten alle banden en verbindingen die nu tot stand zijn gekomen teniet worden gedaan.

De gemeenschappen van eens hebben weinig betekenis en zin van bestaan meer. Er moeten andere regels en wetten worden gevonden, omdat menselijke harmonieën niet op uiterlijkheden maar op innerlijke erkenningen moeten berusten, zeker voor een nieuwe tijd. Als je daarnaar gaat zoeken in een periode die zichzelf nog niet heeft gevonden, dan word je geconfronteerd met chaos. Dan schijn je omgeven te zijn door een zee van wanhoop, van mensen die niet meer weten hoe of wat.

Kijk naar uzelf. Vraag u af of u inderdaad zo harmonisch mogelijk bent geweest, of u steeds probeert het beste te doen dat u kunt. Zeg tegen uzelf dat die uiterlijkheden als vanzelf veranderen, dat het alleen uw innerlijk bewustzijn is waardoor de richting kan worden aangegeven. En wordt de vernieuwing van het leven, de vernieuwing van de maatschappij opeens iets heel natuurlijks, dan zijn er geen angsten meer, omdat elke verandering op zichzelf de belofte inhoudt van een nieuwe erkenning, een nieuwe ervaring, van een nog meer waarmaken van wat u werkelijk bent.

Zeker, dit is een tijd van chaos. Een tijd waarin het gezag alleen nog maar een schim is die schimmig blijft worstelen tegen werkelijkheden die ze niet eens kan beseffen in een tijd waarin economische grootmachten proberen een economie in stand te houden die allang in stukken uiteen is gevallen en die op deze manier niet kan voortgaan. Het is een tijd waarin machthebbers en machten steeds proberen de oude traditie van invloed te handhaven, terwijl ze hun invloed en het vertrouwen dat ze daarvoor nodig hebben steeds meer verliezen.

U heeft gelijk. Het is chaos, toenemende chaos in deze dagen, maar ook toenemende vorming. In de voortdurende daaruit voortkomende veranderingen is er ook een toenemende mogelijkheid tot harmonische aanpassing aan een nieuwe tijd, aan nieuwe kosmische invloeden en aan je eigen ware “ik” dat door zovele generaties heen is gekomen tot dit punt van beleving in deze tijd van ontstellende verandering en ontstellende gewichtigheid.

Ik heb geprobeerd in deze eerste lezing niet zwaarwichtig te zijn. Chaos is iets waarmee u wordt geconfronteerd of u wilt of niet. Als u beseft dat ze dit is, des te beter. Maar als u ook weet en het innerlijk ook beseft dat u het zelf moet zijn die de beslissingen neemt, dat u vanuit uw innerlijk moet waarmaken, moet leven en gelijktijdig de uiterlijke situatie moet aanvaarden, dan zult u merken dat deze chaos u enorme waarden van geestelijke kracht brengt, van geestelijk inzicht, van een innerlijke vernieuwing en uitbreiding van besef.

Laat u niet door de chaos misleiden. De schijn van ondergang is slechts het teken van de vernieuwing. Als ik u dit duidelijk heb kunnen maken, dan hebben wij, meen ik, ook een goed begin gemaakt met een reeks lezingen die alle tezamen u ongetwijfeld zullen confronteren met de werkelijkheid van deze dagen en de werkelijke mogelijkheden van uw persoonlijkheid.

Atoomenergie

U weet dat erop het ogenblik een sterke neiging is om overal atoomcentrales te bouwen en dat steeds meer mensen zich onzeker gevoelen ten aanzien van die centrales en menen dat het beter is om dat niet te doen. Het resultaat is, dat er een aantal krachtmetingen tot stand komen waarvan je je toch wel afvraagt of ze zinvol zijn. Ik zou u graag duidelijk willen maken waarom atoomenergie onvermijdelijk is. Dat zal bij vele mensen niet zo prettig aankomen, vrees ik.

Atoomenergie is onvermijdelijk, omdat u leeft in een maatschappij die is gebaseerd op een groeiende productie en dus een groeiende economie. Dat betekent, dat voor fabricageprocessen steeds meer energie beschikbaar moet zijn. Dit houdt weer in, dat bij een gepland toenemend energieverbruik voor fabricage met ongeveer 6 á 7 (wat heel waarschijnlijk is als we tenminste een productievermeerdering willen hebben van ongeveer 2%, dat is wel het minimum in een groeiende economie als de uwe), dan is het inderdaad onvermijdelijk dat er vanaf omstreeks 1990 atoomenergie is. Want het is eenvoudig niet mogelijk de elektrische energie, die in hoofdzaak wordt gebruikt voor de fabricageprocessen op een andere wijze in voldoende mate te leveren zonder ze gelijktijdig te onttrekken aan de burger.

De burger verbruikt ook veel meer energie dan nodig is en wordt daartoe ook feitelijk gestimuleerd: Men zegt u wel dat u energie moet besparen, maar gelijktijdig beveelt men u een nieuwe koelkast aan, een nieuwe radio met vooral 4 kanalen. Quadrofonie noemen ze dat. Ik meen dat er al gekakel genoeg is. Dan moet u kleurentelevisie hebben die ongeveer het drievoudige aan energie verbruikt van een vergelijkbaar zwart‑wit toestel met gelijke techniek. Ze kunnen we doorgaan.

Die energie wordt door de producten gebruikt, dat is inderdaad waar. Maar die producten moeten worden verkocht, opdat de industrieën, die iedere keer weer veel meer energie nodig hebben, verder kunnen uitbreiden; dus meer energie verbruiken om meer energieverbruikende producten te kunnen presenteren. Dat klinkt waanzinnig, als je dat zo zegt, maar toch is dat de redenering waarop de noodzaak berust van het gebruiken van atoomenergie.

Dan zult u zeggen; Er zijn zoveel zaken die geen elektriciteit behoeven. Natuurlijk, u kunt autotijden. Om auto te rijden verbruikt u benzine. Benzine is in feite een distillaat uit verschillende aardoliesoorten. Als u dus autorijdt, dan verbruik u eigenlijk olie en wel geraffineerde olie die dus alweer energie heeft gekost. Daardoor maakt u het onmogelijk dat veel minder geraffineerde olie wordt gebruikt als vervanging van elektriciteit in de vele industrieën. Zo moeten we dus komen tot de elektrische auto. Maar een elektrische auto kunnen wel alleen hebben, als we voldoende elektriciteit hebben om de auto’s voldoende op te laden. Dat kan alleen, indien er voldoende elektrische energie is. En om die voldoende energie in de toekomst ter beschikking te kunnen stellen, moeten we de beschikking hebben over centrales die dat kunnen leveren. De enige centrales die dat kunnen leveren zonder gelijktijdig de olievoorraden in zeer korte tijd uit te putten, zijn de atoomcentrales. Merkt u wat er aan de hand is?

Men heeft u gesproken over de chaos en over de eigenaardige strijdigheden die er zijn. Dit is nu een van die strijdigheden. Het is duidelijk dat je de atoomenergie wel kunt vervangen door een andere energie, maar dan raak je weer in moeilijkheden. Waar moet je heen met een G.E.B., als iedereen een elektriciteit-winnend paneeltje op zijn dak heeft staan? Dan wordt het verbruik wel veel minder, maar dat betekent dat de mensen die daar werken ook minder werk krijgen. Dat betekent dat er in wezen dus minder wordt omgezet, dat daardoor minder salarissen kunnen worden betaald, dat er minder directeuren nodig zijn om de zaak te reguleren. Dat kun je ook niet hebben. Dus moet je er wat anders op vinden.

Stadsverwarming, vind ik vooral voor een stad als Den Haag een voorbeeld voor chaos. Je begint met stadsverwarming. Je gaat dus iedereen verwarmen met het warme water dat je overhoudt van de productie van elektriciteit. Maar als iedereen dan minder elektriciteit gaat verbruiken, dan heb je te weinig warm water. En dat betekent weer dat iedereen in de kou zit, tenzij hij meer elektriciteit verbruikt. Het zijn allemaal redeneringen in cirkels. Het klinkt misschien een beetje speels.

Daar staat natuurlijk wel iets tegenover. Als we zien welke vorm van energiewinning door atoomkracht er op het ogenblik is, dan blijkt dat voor de energie die men wint in verhouding zeer grote hoeveelheden afvalstoffen vrijkomen. Afvalstoffen die weer radioactief zijn en die dus niet zonder meer ergens kunnen worden opgeslagen.

Nu zijn er mensen die hebben uitgevonden dat je dat in een zoutkoepel kunt doen. Dat is wel heel aardig, maar als er een aardbeving komt, dan heb je meteen een soort radioactieve uitbarsting. Anderen zeggen; Gooi het maar in zee. Totdat er de een of andere poliep radio‑inactief wordt en dan hebben we het monster van Frankenstein maar nu in de zee. Of je hebt helemaal geen vis meer. Dat zal voor de Scheveningse vissers misschien niet veel uitmaken, want die mogen toch zo weinig vangen. Maar het is voor de visserij en voor de mensheid erg slecht, als iedereen die op zee gaat vissen opeens bot vangt. Er zitten dus wel nadelen aan.

Dan hebben we opwerkingscentrales. Deze zijn op zichzelf tamelijk riskant. Het minst riskant is het centrifugeproces, maar zelfs dat heeft toch ook bepaalde bezwaren, bepaalde gevaren. Daarmee is dan wel een deel van de rotzooi opgeruimd, die is weer bruikbaar geworden (de kringloop), maar een ander deel blijft over. Dat andere deel heeft over het algemeen een halfleven van tenminste een paar honderd jaar tot 6000 jaar. Ze komen overigens maar in heel kleine hoeveelheden voor. Het resultaat is dat je het een en ander kwijt moet.

Waar moet je dat naartoe sturen. Je zou het natuurlijk naar de maan of naar de zon kunnen sturen. Maar daarvoor heb je raketten nodig. Raketten hebben weer energie nodig. Het is een soort paradox geworden. Wat kun je daartegenover stellen?

Er bestaan bepaalde processen. Men is op het ogenblik bezig om die te ontdekken, o.a. de atoomfusie. Daarmee kan men eveneens grote hoeveelheden energie winnen. Daarbij is het halfleven van de residuen (restproducten zo laag dat het met een opslag van 2 tot 3 jaar over het algemeen al practisch onschadelijk is. Dan is de uitstraling van de stof niet veel sterker dan die van een horloge met lichtende cijfers. Dus dat zou wel kunnen.

Maar er zit weer een moeilijkheid bij. Als men zou beginnen deze fusiecentrales in te richten, die bovendien zeer sterke magneetvelden nodig hebben en daarbij ook energie voor aanloop behoeven, dan zouden de huidige kostbare installaties niet meer bruikbaar zijn. Er is te veel in al die reactoren geïnvesteerd om dat nu maar eenvoudig op te geven. Dan komen we weer met het economisch argument.

In de praktijk zou daarvoor wel een oplossing te vinden zijn. Kijk, als iedereen (inclusief de industrieën) per jaar een energiebesparing bereikt van omstreeks 41/2 %, dan zou men binnen 6 jaar zover zijn dat men met de huidige beschikbare middelen plus zuivere natuurkrachten (ik denk aan waterenergie, windenergie, getijdenenergie e.d.) in het werkelijk noodzakelijke kunnen voorzien. Maar dat betekent weer dat het centralisme, dat overheersend is in elke industriële en ambtelijke staat, zou wegvallen omdat er teveel verschillende bronnen zouden zijn. Dat houdt dus weer in dat het om een andere reden sociaal niet aanvaardbaar wordt geacht.

Ik zou zeggen dat atoomenergie eigenlijk geen product is voor deze tijd, omdat de mens zichzelf niet beheerst. Als de mensen zichzelf beheersen, dan is het heel goed mogelijk om in beperkte mate zelfs van splijtingsenergieën gebruik te maken (maar wel beheerste splijtingsprocessen) zonder dat men daarvan werkelijk overlast krijgt. Maar dat betekent dan wel dat men bedrijven moet hebben die niet kunnen uitbreiden, die zich nooit te buitengaan aan extra opslag hetzij van grondstof (b. v. uraanstaven) hetzij van residuproducten van meer dan een bepaalde omvang. Wordt het meer, dan moeten de bedrijven worden stil gelegd. En dat kun je weer niet doen, want dat is economisch niet haalbaar.

Als verder elke mens zou leren gebruik te maken van de restwarmte die b.v in muren en dergelijke terecht komt, dan zou dit betekenen dat de werkelijke warmte die men nodig heeft al veel minder wordt. Zou men zonnewarmte kunnen activeren (eventuele opslagmogelijkheden zijn er), dan zou de warmtebehoefte aanmerkelijk afnemen. De mens zou gemakkelijker kunnen leven.

Zou men de woonruimten zodanig inrichten dat ze een optimale warmtecirculatie geven, dan is het eveneens weer mogelijk om met nog minder energie zich toch behaaglijk te voelen. Maar dan moet u niet beginnen met de doorzonkamer.

De doorzonkamer is nuttig zolang de zon schijnt, daarna wordt het een doortochtkamer voor de rest van de tijd. Als u dan uitrekent hoe vaak de zon schijnt en hoe vaak het tocht, dan komt u tot de conclusie dat u wel een beetje op de tocht staat wat betreft uw energieverbruik. Er zijn natuurlijk weer allerlei dubbelzinnige redeneringen. Dat je dat bv. kunt oplossen met dubbele ramen aan te brengen. Inderdaad, daarmee kun je energie besparen. Maar als je rekent wat je er aan energie mee bespaart en wat het je kost, dan is het maar de vraag hoe je eruit komt. Met andere woorden; het rendement is maar zeer betrekkelijk.

Hetzelfde geldt voor wat men noemt spouwmuurisolatie, Dat is gewoon de gaatjes laten opvullen met pasta. Het zijn dingen die heel mooi blinken, maar waarbij men uitgaat van de veronderstelling dat de mens zijn woning zodanig moet inrichten dat ze op de werkelijke eisen van het klimaat zijn gebouwd; en dat er extra voorzieningen moeten worden aangebracht, omdat het nu eenmaal niet de mode is om deze in te bouwen.

Verder gaat men uit van het standpunt dat woningen goedkoop moeten zijn en dus niet goed kunnen zijn. Daarom maken ze die duur, dan lijken ze beter, zonder dat ze het zijn. Want dat hangt weer samen met de winst.

Het gehele proces dat we hier hebben ontleed is een proces dat afhankelijk is van een mentaliteit. Ik geloof, dat men dat niet over het hoofd mag zien. Natuurlijk, een atoomcentrale kan exploderen. Zeeland is indertijd ook onder water gekomen en dat heeft ook een hoop geld gekost. Dan moet u niet zeggen. Dat duurt bij een atoomcentrale veel langer. Het werkelijke deel dat een lange tijd niet meer ontsmet kan worden, is niet zo groot. Dat zou men waarschijnlijk met een 50 km2 voor de op het ogenblik bestaande centrales, zoals Borssele, wel kunnen dekken. Wat daarbuiten ligt is na een paar jaar weer bruikbaar. Dan is er niets aan de hand. Je krijgt zelfs een tijdlang een betere oogst, omdat er graansoorten zijn die gunstig reageren op een verhoogde uitstraling. Dit is experimenteel bewezen.

Op zichzelf is het allemaal niet zo erg. Het is een kwestie van aantasting. Degenen die daar wonen worden het slachtoffer. Dat kun je weer niet hebben, maar je moet wel de winst behouden en dat gaat niet. Je moet op een gegeven ogenblik tot een gemeenschappelijke beslissing komen van wat je werkelijk wilt. En dat is dan niet een kwestie van; wij willen steeds meer en minder daarvoor opofferen. Dat kan niet. Het is gewoon de vraag van: Wat willen wij opofferen aan mogelijkheden, aan zekerheden etc. om daaruit een bepaalde mogelijkheid te verwerven? En dan blijkt dat een atoomcentrale op zichzelf een betrekkelijk groot offer vergt aan zekerheid, aan veiligheid, veel groter dan de ontwerpers over het algemeen zullen willen toegeven.

Het betekent verder dat een atoomcentrale wel veel energie kan geven, maar in de productie daarvan kostbaarder is dan vele andere manieren van energiewinning; dus dat dat veel geld kost. Dan blijkt verder dat een dergelijke vorm van energievoorziening een aantal zeer goed betaalde banen pleegt op te leveren voor degenen die leidinggeven. Dus trek je conclusie?

Wat wil je? Wil je die paar goed betaalde banen? Wil je de mogelijkheid om het energieverbruik onbeperkt verder op te voeren? Dan moet je daarvoor kiezen. Maar dan moet je, daarbij ook aanvaarden dat je zelf in levensgevaar verkeert, zij het dat de kans misschien 1 op 150.000 is dat er werkelijk iets gebeurt in de centrale. En dat het misschien een kans is van 1 op 3 á 4 miljoen dat het werkelijk tot een explosie komt. Maar die keuze maak je dan.

Het gaat niet om het feit, dat atoomenergie op zichzelf te allen tijde verwerpelijk is. Het gaat er doodgewoon om dat atoomenergie in vele gevallen een risico, een belasting en eigenlijk een kostenverhogende factor betekent voor een groot aantal mensen die daar geen zeggenschap in hebben. Daar wringt de schoen het meest. Mensen die geen direct beslissingsrecht hebben, die geen directe invloed kunnen uitoefenen zijn degenen die zowel de risico’s moeten dragen als de kosten. Dat is fout. Nu zit u te denken; waar zijn we mee bezig? Het is allemaal wel aardig, maar wat moet je ermee doen? Dat zal ik ook proberen te vertellen.

Als wij dit geheel zien in de ontwikkeling van deze tijd, dan blijkt dat er steeds meer tegengestelde stromingen ontstaan, dat is duidelijk. Tegengestelde stromingen die op vreedzame wijze willen protesteren tegen een atoomcentrale daar heb ik geen bezwaar tegen en u waarschijnlijk ook niet. De enigen die bezwaar hebben zijn de mensen van de atoomcentrale en de politie. Maar blijft het daarbij? Misschien komt het op een gegeven ogenblik ergens zo ver dat er mensen zijn die zeggen: Nu ja, misschien word ik zelf ook het slachtoffer, maar ik laat die atoomcentrale exploderen. Ik wil mijn gelijk halen.

Wat dat betreft, moeten wij toegeven dat ‑ tenzij er natuurlijk een demonstratie is aangekondigd ‑ de gemiddelde toegankelijkheid van belangrijke delen van atoomcentrales dermate groot is, dat iedere idioot die dat wil met een ladinkje t.n.t. van een halve kilo of een plasticbom van ongeveer 750 gram in staat is om de hele zaak zo de lucht in te laten vliegen dat er inderdaad een ramp uit resulteert.

In deze tijd zit je niet alleen met de vraag van: atoomcentrales ja of neen? Je zit met de vraag in hoeverre kun je veiligheid en zekerheid scheppen tegenover mensen die misschien zich op de een of andere manier willen verzetten? Als de mensen beheerst blijven, is het gevaar betrekkelijk gering en is de werkelijke kans op een ramp 1 op de 3 miljoen. Als je dat omslaat op 1 gevaar per dag en je rekent het uit op het aantal dagen, het aantal jaren, dan valt het ontzettend mee. En tegen die tijd is de centrale allang weer vernieuwd.

Als we rekening houden met die gespleten mentaliteiten, dan wordt het anders. Wij kunnen het misschien vergelijken met het krakersprobleem. Het kraken van woningen op zichzelf is aanvaardbaar op het ogenblik, dat het eigendomsrecht wordt misbruikt. In vele gevallen wordt dit speculatief misbruikt op een wijze die niet meer past in een maatschappij, die de mogelijkheden voor de niet‑bezitter zeer beperkt heeft.

Maar als nu die krakers hun kraakrecht gaan verdedigen met stenen of met een brandbommetje en misschien dadelijk met geweren, dan blijkt dat iets wat op zichzelf gerechtvaardigd is de oorzaak kan zijn van een aantasting van de gerechtigde verlangens naar veiligheid en zekerheid van vele anderen. En dan is de vraag weer: kun je dat voorkomen?

Amsterdam heeft gedacht. Wij kunnen dat voorkomen. Wij zijn toch een keizersstad, de kroon op de Westen en nu de Grote Keizer erbij is zijn we compleet. Maar is dat werkelijk de oplossing? De oplossing ligt niet in het eenvoudig toegeven aan de krakers. Het ligt niet in het met geweld onderdrukken van rellen of het voorkomen dat men ze uitlokt. Het ligt in het veranderen van de mentaliteit waardoor het probleem, dat de krakers terecht aansnijden, in wezen niet meer aanwezig is. En dan zullen ze vanzelf voor een groot gedeelte verdwijnen.

Je moet de maatschappij aanpassen aan de noden van degenen die in de maatschappij leven. Met atoomcentrales doe je dit niet, want je beantwoordt niet aan de werkelijke behoefte van de maatschappij maar alleen van bepaalde belangengroepen binnen die maatschappij. Dan is ook het probleem bouwspeculant tegen kraker ongeveer hetzelfde als het probleem van de mensen die atoomcentrales willen bouwen tegen degenen die proberen ze absoluut de grond in te stampen.

Beide partijen hebben een beetje gelijk. Maar beide partijen zijn niet bereid om zichzelf en de maatschappij zodanig te veranderen dat de gevaren, die er reëel zijn, verdwijnen. Beide partijen zijn niet bereid om een zodanige verandering aan te brengen in de maatschappij dat ook de noden, die in de maatschappij langzaam maar zeker groeien en waarvoor men dan die verkeerde oplossingen zoekt, verdwijnen.

Atoomcentrales, atoomenergie is een van de zaken waaraan men duidelijk kan zien wat er feitelijk wordt gespeeld. Er wordt gespeeld met macht tegen macht. Er wordt gespeeld met de belangen van juist degenen die geen zeggenschap hebben; en dat feit is medeaansprakelijk voor een toenemende verwarring. Het zijn dergelijke benaderingen van de problemen van de huidige maatschappij waardoor steeds meer actiegroepen ontstaan, ook harde actiegroepen of ze nu fascistisch of uiterst links zijn. Het is ook de oorzaak voor het optreden van mensen in de Rote Armee en de vele anderen die op dezelfde manier te werk gaan. Ook bepaalde fracties van de PLO die met geweld te werk gaan.

Die mensen doen dat niet zonder meer. Dat is voortgekomen uit een totaal verkeerde benadering van de menselijke samenleving. Die moet je veranderen voordat je in veiligheid atoomcentrales redelijk kunt exploiteren, voordat je een redelijke vorm van huisvesting tot stand brengt; voordat je een vrede tot stand kunt brengen zelfs tussen Israëli’s en Palestijnen, want zelfs dit is mogelijk. Maar dan moet je eerst de wereld veranderen. En dat kun je nooit doen door aan deelbehoeften tegemoet te komen tegen het belang of tegen de zekerheid in van zeer velen en zeker niet door op kosten van een meerderheid, een minderheid de kans te geven zich verder te ontplooien. Als u dit niet actueel heeft gevonden, dan spijt mij dat. Als u het niet geestelijk genoeg vond, dan heeft u niet goed geluisterd. Want de geestelijke waarde in dit alles maakt duidelijk, dat u het recht niet heeft meer te eisen van een ander dan u zelf kunt geven en offeren. Het maakt duidelijk dat de rechten van anderen even heilig zijn als de uwe. Het maakt u duidelijk, dat u in uzelf de vrede en de harmonie moet zoeken waardoor het mogelijk wordt uiterlijk dergelijke excessieve tegenstellingen te vermijden.

Harp

Harp. Zingende snaren met eigen klank en zang, gedempt, versteld, beïnvloed, die toch een invloed geven en een indruk maken van werkelijkheid. Misschien dat daarom veel engelen met harpen worden voorgesteld. Want wanneer de engelen zingen, dan moet het wel de vrijheid zijn van klank die toch bewust geregeld zingt van harmonie en eenheid en van kracht die samenvloeien.

Een harp, een instrument waarop je alles spelen kunt. Dat ben je niet gewend misschien om het lichte spel te spelen in de zing‑zang van zwaarwichtigheid die meestal wel de harp bevangt, wanneer ze begeleidt of zelfs als solo speelt. Ze is als u.

In u zijn er vele snaren. En juist gedempt, juist versteld ontstaat een schoonheid, een geweld van harmonie waarin u steeds uzelf herkent en daardoor juist voor anderen bent een straling van de schoonheid en kracht, die u zelf heeft voortgebracht.

Maar als u slechts uzelve speelt tegenover de wereld en uzelf verveelt, het wordt een ketel en een pannenconcert; de gemengde tegenstelling waarin de mens zichzelf niet is en niet kan vinden. En zonder harmonie waarin elk deel van het eigen “ik” met alle delen samenspeelt en zo weerklinkend tekent de werkelijkheid, die het “ik” kan zijn, wanneer het zich bewust de schijn van grenzen overwint.