De Christusgeest

 

‘Kosmische krachten aan het werk’

Inleiding

Het is de bedoeling dat u zelf die punten aangeeft waarop u wilt doorgaan. Dat is in afwijking van het normale en daar zijn drie redenen voor:

  1. op deze manier wordt u meer actief betrokken bij het geheel,
  2. wij weten niet met zekerheid of we het gehele curriculum kunnen afwerken en dat betekent dat wij dan gemakkelijker een afsluiting kunnen maken na elk onderwerp,
  3. wij hopen dat u dit zult billijken. Wij willen proberen om niet alleen de hoge filosofie aan het woord te laten komen maar ook de meer praktische trekken zo hier en daar te laten zien. Uw belangstelling zal dan mede aanduiden waar uw gevoeligheden en uw mogelijkheden liggen. Het is dan wat gemakkelijker op het geheel in te haken.

Als wij zeggen dat er kosmische krachten aan het werk zijn, dan doelen wij op het geheel van de macro‑ en microkosmische processen die zich rond, in en door de mens kunnen afspelen. Dat betekent dat alle levende waarden en levende krachten in het geding zijn. Elke mens is voortdurend het brandpunt waarin kosmische invloeden samenkomen. Als wij proberen om die invloeden weer tot hun bronnen terug te leiden, dan komen wij aan een paar hoofdlijnen.

  1. De meest bekende daarvan is de Christusgeest. We zouden het ook het voortdurende meesterschap in de tijd kunnen noemen.
  2. Dan hebben wij het scheppende of kosmische Licht, iets wat filosofisch wel ontleedbaar is maar voor ons toch altijd de werking heeft van een direct bestaan en bestaansuitdrukking.
  3. Vervolgens hebben we de z.g. deelinvloeden. Daaronder vallen heel veel invloeden. We kunnen er alle Heren van Stralen e.d. bij halen zonder dat we ook maar één jota van het onderwerp afwijken. We zullen echter proberen om niet zozeer in te gaan op de filosofische achtergronden van dit alles dan wel op de directe betekenis der dingen.

In een inleidend onderwerp als dit moet ik trachten een kader neer te zetten waaruit u later kunt bepalen welke punten voor u de meest interessante zijn. En omdat er zoveel over is gesproken, wil ik hier allereerst wijzen op de Christusgeest. Dit wordt door de mensen vaak kerkelijk gezien. Het wordt gezien als een soort verlossing. In wezen is het iets anders. De Christusgeest is namelijk in de eerste plaats de uitdrukking van verbondenheid. In de gehele kosmos is alles onderling verbonden. Wanneer deze verbondenheid wordt gerealiseerd, dan worden wij ons van de Christus bewust. Wanneer wij echter op ons eigen niveau uitdrukking geven aan die verbondenheid op een wijze waar het hogere bij betrokken is, dan spreken we over een manifestatie van de Christusgeest. Dit houdt in dat gewone daden op aarde deel kunnen zijn van de Christusgeest. Het betekent anderszins ook dat werkingen, die helemaal buiten het menselijk begrip om gaan, er deel van kunnen zijn. Voor ons is natuurlijk het meest belangrijke wat direct daarbij betrokken is. Ik wil proberen om daarvan kort en summier een overzicht te geven.

Christusgeest is verbondenheid. Waar één punt – onverschillig waar en in welke wereld – de harmonie uitdrukt, die in het geheel op grond van verbondenheid bestaat, zal op dat punt de kracht van het geheel eveneens manifest worden. Het is een situatie die misschien het best kan worden samengevat in Jezus’ woorden: “Waar drie of meer van u in mijn naam tezamen zijn, daar ben ik in uw midden.” Dat is een typische Christus‑uitspraak omdat de actie van de mens op zich de Christus manifest maakt en de kracht van de Christus a.h.w. verbreidt zonder dat er verder iets gebeurt. Er behoeft dus niet iets spectaculairs te gebeuren.

Dan hebben we in de Christusgeest nog een ander aspect. Als wij werken met krachten om een medemens te helpen hier op aarde of als wij proberen een medegeest licht te geven of een weg te wijzen, dan doen wij dit gedreven door het begrip van verbondenheid, van eenheid of van liefde. Als wij dit doen, dan zijn wij niet alleen in harmonie met de Christus maar dan zijn wij gelijktijdig daardoor ook verbonden met de krachtbronnen van het Al. De hoogste krachtbron daarvan is het z.g. kosmische Licht.

Nu zullen er mensen zijn, die denken: kosmisch Licht is identiek met Goddelijk Licht. Dat is niet helemaal waar. Het Goddelijk Licht omvaamt alles. Het omvaamt elke denkbare mogelijkheid in elke denkbare vorm en elke denkbare gedachte. Het kosmisch Licht is daarvan de uiting.

Het Goddelijk Licht wordt a.h.w. weerkaatst in een wereld van beperkingen en werkt in die beperkingen door ze te voorzien van meer kracht. Het kosmisch Licht is dus voor de mens vooral een verbreking van beperking maar het is gelijktijdig ook een bepaling van harmonie. Het zal u duidelijk zijn dat het kosmische Licht het tweede punt is waar wij een ogenblik de aandacht op zullen richten.

Wanneer u, om welke reden dan ook, in strijd komt met anderen, dan is het kosmische Licht wel werkzaam maar het wordt a.h.w. opgeheven; het wordt een botsing van krachten. Op het ogenblik dat er een begrip is – op welke wijze dit ook wordt uitgedrukt – is er een versterking van de factor kosmisch Licht. Het wonderlijke is dus dat wij de Christus en het kosmisch Licht zeer verbonden zien.

Nu werkt het kosmisch Licht ook in de stoffelijke kosmos. Dat wil zeggen dat elke ster, elke planeet, maar ook elk ion, elk atoom, elk elektron door diezelfde kracht wordt beroerd en vervuld. De aard van de materie bepaalt de manifestatie van de kracht. Zo is het kosmisch Licht iets wat zich in een veelheid manifesteert terwijl de Christusgeest zich alleen manifesteert op grond van een instelling.

We kunnen met de Christusgeest en de Christuskracht nooit magisch werken. Het kosmisch Licht op zich is de krachtbron van waaruit alle magisch gebeuren mogelijk wordt. Dat is een heel groot onderscheid.

Als wij dan verder rekening houden met alle deelinvloeden, die uit dit kosmisch Licht voortkomen, dan worden wij o.m. geconfronteerd met onze eigen ontwikkeling.

Elke mens heeft een bepaalde ontwikkeling die hij doormaakt. Dat bestaat dan uit een aantal problemen en een aantal antwoorden. Wanneer problemen en antwoorden juist zijn en in overeenstemming met de persoonlijkheid, dan is er niets aan de hand. Dan beleven wij op onze beperkte weg volledig het kosmische Licht, we worden erdoor gesterkt en kunnen ook gemakkelijker denken en een harmonie met anderen bereiken. Wanneer echter de tegenstellingen erg groot zijn en het antwoord dat wij op de vragen vinden niet juist is, dan zullen wij daardoor juist sterker worden beperkt in onze gerichtheid en onze geneigdheid. Bijvoorbeeld: als u uw problemen harmonisch oplost, dan zult u niet zeggen: astronomie en niet astrologie of omgekeerd. Dan zult u zeggen: beide hebben hun betekenis. U zult niet alleen spreken over wetenschap maar evenzeer over godsdienst. U zult de mystiek niet verwerpen, maar de redelijkheid ook niet uitschakelen. Dat gebeurt bij een harmonische weg. Is er nu in de mens of in de geest een onvermogen om een probleem op te lossen (je komt steeds met foute antwoorden aandragen), dan blijkt dat je wordt beperkt. In plaats van alle zaken te zien, kies je. Bij die keuze ga je niet uit van hetgeen alleen met jou harmonisch is, maar vooral van een uitschakeling van het andere. Die uitschakeling betekent tevens weer dat je steeds meer wordt beperkt in je mogelijkheden. Misschien kun u het zo het best begrijpen:

Wanneer je op een weg rijdt en je hebt een goed uitzicht, dan kun je overal elk kruispunt overzien. Niets aan de hand, geen gevaar. Voorzichtig­heid is niet nodig. Stel nu dat je op een weg tussen hagen rijdt. Je kunt dus niet zien wat daarbuiten is. Elke kruising, elke verandering op de weg komt onverwacht en dat betekent dat je meestal niet tijdig daarop kunt rea­geren of je moet voorzichtiger zijn dan een ander, anders maak je meer brok­ken. Zo eenvoudig is het eigenlijk.

Nu zijn kosmische krachten dingen die erg mooi zijn als ze ver weg zijn. Wij bewonderen God waarschijnlijk vooral omdat Hij zo weinig van zich laat ho­ren. Op dezelfde manier kunnen we zeggen: deugden bewonderen wij vooral om­dat we weten dat ze in werkelijkheid niet eens bestaan. Het is meer: wat voor rol speelt dit alles in ons bestaan? Hoe werken die kosmische krach­ten voor ons? Want het is erg leuk om te zeggen: er zijn kosmische krachten aan het werk, maar als je een straat met gaten voor de deur hebt, dan is het geen troost te weten dat de wegwerkers ergens in Maastricht bezig zijn. Dan wil je ze dichtbij weten. Dichtbij zijn de werkingen voor ons het meest belangrijk. En dan moeten wij als vanzelf overschakelen naar een meer per­soonlijk vlak.

Nu kan ik in een inleiding bij de behandeling van een onderwerp niet al die vlakken precies voor elke persoon apart bespreken. Dat zou – ook al omdat dit gepubliceerd wordt – eenvoudig onmogelijk zijn. Maar er zijn hoofd­lijnen te geven. Enkele daarvan wil ik in deze inleiding betrekken.

Wanneer u, op welke wijze dan ook, harmonie tot stand brengt, beschikt u daardoor over extra kracht. Er is in u dan meer kosmische kracht. Indien die verbondenheid bovendien nog wordt beleefd in de vorm van een aanvaarding daarvan, dan hebben wij ook de Christusgeest geactiveerd. Op het ogenblik dat ik een brandpunt van deze kracht ben, zullen alle in­vloeden – ook mijn persoonlijke lijn van ontwikkeling – daardoor tijdelijk weg­vallen. Ik krijg dus een veel grotere vrijheid dan zonder dat denkbaar is. Die vrijheid bestaat zolang de toestand bestaat. Een mens die op deze ma­nier in zich de volledige vrijheid en het volledig inzicht weet te vinden, kan met betrekkelijk weinig moeite een medemens genezen b.v. Maar hij kan nog meer doen: hij kan zijn wereldbeeld veranderen. Het veranderen van een wereldbeeld hangt samen met die kosmische kracht.

Bij een magneet stoten gelijke polen elkaar af en anders gerichte polen trekken elkaar aan, een bekend gegeven. Als ik nu die kosmische kracht in mij heb en ik ken mijn doel, dan kan ik daarmee ook iets veranderen in de materie. U heeft dat op Steravonden wel eens gezien aan de manier van in­straling. Die berust ook op een dergelijk verschijnsel. Daardoor kun je de geaardheid maar ook de mogelijkheid van de materie veranderen. Ook hier gaat een voorbeeld bij: een mens houdt van zijn auto. Dat wil zeggen, hij bereikt daarmee een gevoel van verbondenheid en eenheid. Dat is voor die mens een afstemming waarbij de Christusgeest wel degelijk een rol speelt. Nu is die man ook nog zo ingesteld dat daardoor geen andere automobilisten of andere verkeersge­bruikers zijn tegenstanders worden. Hij beschouwt het eigenlijk als een soort ritmische dans van het verkeer. Op dat ogenblik zal die invloed de auto doortrekken. Wat gebeurt er? Die auto zal minder gebreken vertonen dan nor­maal is. Het materiaal houdt zich net iets beter dan men zou kunnen verwach­ten. Schade komt minder voor dan men zou denken. Anders gezegd: door de mentaliteit en instelling van de berijder gaat de auto beter functioneren. Iets wat technisch gezien onzin is maar wat in de praktijk wel constateerbaar is.

Dit houdt in dat je je omgeving heel sterk kunt beïnvloeden indien je weet te werken met de krachten die in je optreden. Juist het gevoel dat iets belangrijk is, kun je op twee manieren beïnvloeden. De eerste is: het is belangrijk. Ik moet het dus afschermen. Vergrote kwetsbaarheid. Iets waar u heel voorzichtig mee bent, loopt eerder kans om kapot te gaan dan iets waarmee u minder zorgvuldig bent maar waarin u wel voortdurend een zekere vreugde schept. In het eerste geval heeft u het andere afgewezen, de eenheid verbroken. En alles wat optreedt, is eigenlijk uw eigen invloed. Maar ze is zo druk bezig met af te wijzen, dat die afwijzende invloed – en die is dan niet georiënteerd op één persoon maar op alles – in het voorwerp wordt vastgelegd. Het gevolg is dat het voorwerp in zich elke benadering eigenlijk probeert af te wijzen. Is de invloed sterk genoeg en kom je er dichter bij, dan valt het stuk als het een schaal of een vaas is. Zo sterk kan het zijn.

Het weten dat je zo de materie kunt beïnvloeden, is op zichzelf natuurlijk erg aardig maar wat betekent het voor jezelf? Het betekent allereerst dat je iets bewuster en zorgvuldiger te werk moet gaan met de materialen die je gebruikt en met de voorwerpen in de omgeving. Dat betekent ook dat je je eigen houding t.a.v. mensen zorgvuldiger moet bepalen. Want op deze manier kunnen wij zowel het kosmisch Licht als de kracht activeren alsook in andere gevallen eventueel de Christusgeest en zo de algehele verbondenheid verkrijgen. Als er een algehele verbondenheid is, dan ontstaat ook als vanzelf een aanvulling van je besef. Je weet een paar dingen maar daartussen ligt een niemandsland.

Stel dat je nu in die verbondenheid leeft, dan is het net alsof de hiaten van buitenaf tijdelijk worden aangevuld. Je ziet opeens allerlei nieuwe mogelijkheden, nieuwe facetten die je normaal ontgaan. Daardoor reageer je juister en als je dan de kracht gebruikt die uit de kosmos komt, dan is het ook duidelijk dat je veel meer effect zult bereiken. Daar waar strijd is, wordt kracht misbruikt, gaat kracht teloor voor de mens en zullen voortdurend weer defecten en schade zijn.

Als ik u dit allemaal vertel, dan moet u wel begrijpen dat niemand een kracht kan gebruiken die te groot voor hem is. De kracht kan in u evenmin een grotere omvang aannemen als dat  u meer water in een glas kunt krijgen dan de inhoud daarvan toestaat. Dat wat ik ben, bepaalt dus wel de mogelijkheden waarmee ik kosmische kracht kan gebruiken. Maar het bepaalt niet – en dat is een ander punt – de wijze waarop ik mij kan afstemmen. Die afstemming is van groot belang omdat ik dan wordt geconfronteerd met mijn eigen wezen.

Iedereen heeft zo zijn eigen straal. De meeste mensen, die daarover nadenken, vragen zich af: wat voor straal heb ik? Dat is niet belangrijk, Het wonderlijke is namelijk dat die straal gewoon de grondeigenschap van uw bestaan is. Het is de tendens van uw ontwikkeling. Het is de basis van uw reactie op alle dingen. Daar hangt het mee samen. Elke straal heeft haar eigen harmonische. U weet dat ook uit de astrologie. Men zegt: dit teken past wel bij dat teken maar minder goed bij dit teken en helemaal niet bij dat andere teken. Stel u dat ongeveer als volgt voor: u heeft een eigen inhoud. Die inhoud bepaalt de hoofdontwikkeling die u doormaakt, tot u bewust wordt; daarna is ze niet meer van belang. In die hoofdontwikkeling zijn een aantal factoren in de kosmos waarop u beter kunt reageren dan op andere, die u beter aanvoelt en waarmee u wat meer resultaten kunt verkrijgen. Het is voor u erg belangrijk in uw leven te leren welke dingen voor u wel en welke niet harmonisch zijn. Er zijn dingen die u honderd keer kunt proberen en het loopt altijd mis. Er zijn dingen waar u eigenlijk per ongeluk in blundert en die gaan wel goed. Dat laatste is de moeite waard te noteren.

Wat voor dingen zijn het waarmee het spontaan, als vanzelf, tamelijk goed gaat? Dat zijn dan de dingen waarmee u door uw geaardheid en straal harmonisch bent. Het betekent ook dat u bij elk ervaren van kosmische krachten in uzelf, bij elk manipuleren van bepaalde krachten uit de kosmos daar­mee de beste resultaten en ook het meest juiste antwoord kunt krijgen. Hier is het dus een analyse van de eigen persoonlijkheid. Maar niet op grond van: wat ben ik? maar op grond van: wat gaat bij mij vlot en wat gaat niet vlot. Heb je dat bekeken, dan zul je ook een ander punt ontdekken.

Elk mens en vele geesten hebben een zekere behoudzucht. Dat wil zeggen dat zij alleen reageren in een bepaalde richting en dan nog volgens een be­paalde norm. Nu zijn er dingen waarbij je gewoon weet: dit is niet juist. Dat moet je dan ook niet doen. Maar wij kennen ook de fase van de z.g. ver­legenheid. Een geremdheid zegt men dan. Dergelijke gevoelens zeggen ook iets. Indien ze alle op hetzelfde terrein liggen, dan geven ze aan welke factor in u sterk is want de angst voor iets wat heel sterk in u is, brengt die verlegenheden tot stand. Ook hier kan men dus weer zeggen: dit is voor mij een mogelijkheid om te bepalen waar ik harmonisch kan werken, waar ik mij har­monisch kan uitdrukken. En dan heb ik hiermee voor de inleiding al het meeste gezegd.

Ik weet dat er veel mensen zeggen: het is eigenlijk allemaal erg een­voudig maar we kunnen het beter zo doen. Er zijn op aarde, als ze precies worden uitgerekend, 12 hoofdstralen. Dat zijn de kleuren, de Heren van de Stralen, de Heren van Wijsheid en nog twee factoren. Deze 12 kunnen we dan weer in 12 verschillende facetten zien. Er zijn dus 144 typen. Dat is heel eigenaardig. Het klinkt een beetje apocalyptisch (het getal 144.000), maar het is toch werkelijk waar. De normale harmonie reikt niet verder dan onge­veer 12 tot 24 van die factoren. Op het ogenblik echter dat de harmonie met alle 144 aanvaardbaar en bereikbaar is, dan is er tevens een totaal contact met de kosmos ontstaan. Dit noemt men de volledige geestelijke inwijding of het volledige bewustzijn. Met de indelingen behoeft u zich niet te vermoeien. Het is een zeer in­gewikkeld systeem en je kunt er als mens moeilijk mee werken omdat je nooit alle factoren kunt overzien, noch van jezelf, noch van anderen. Ik noem dit dus meer als een wetenswaardigheid en ook om aan te geven in welke verhou­dingen het ligt.

Een mens zal tenminste 6 harmonische factoren hebben; dus met 6 van hem verschillende typen persoonlijkheden een goed rapport hebben. Dat is het minimum voor het mens-zijn. Het gemiddelde ligt tussen de 24 en 36. Alles wat daarboven komt, geeft een verhoogde harmonie aan, een verhoogd begripsvermo­gen en gelijktijdig een grotere ontvankelijkheid voor alle kosmische krachten. Wij noemen daarom zoiets een inwijding. Wij zullen de verschillende harmonieën en de aantallen waardoor die harmonieën ontstaan, nog in graden onderscheiden. Het is helemaal niet belangrijk in welke graad u ingewijd bent. Net zo min als belangrijk is welk nummer er op een klas staat. Het is alleen belangrijk wat u er leert.

U zult in de loop van deze lezingen, mits u dat zelf wenst, geconfron­teerd kunnen worden met de betekenissen van die harmonieën, de waarden die eraan verbonden zijn. Daarnaast zullen wij ongetwijfeld ook moeten ingaan op de wijze waarop de planeten en ook zon en maan invloed hebben op de aarde en hoe de verschillende typen weer daarop reageren. Ook dat kan belangrijk zijn. Want per slot van rekening, als u weet dat de meeste mensen in deze periode voortdurend stimulansen krijgen die tot ongedurigheid en soms twistziekte aanleiding geven, dan hebben wij geconstateerd: die invloed is er. Wat voor type ben ik? Dat bepaalt de manier waarop ik die kracht verwerk. Wanneer ik echter de kracht ken, kan ik mijn eigen wezen daar harmonisch bij aanpassen. Mijn mogelijkheden worden vergroot. Als ik er niets van af weet, ga ik er recht tegenin en dan worden mijn mogelijkheden kleiner.

Bewust leven wil zeggen dat je ook in zekere mate de kans krijgt om je eigen leven en je eigen ontwikkeling bewust te helpen bepalen. Het is niet een draaimolen waar je instapt en door moet blijven draaien totdat er iemand zegt: het is tijd om uit te stappen. Het leven is wel degelijk een weg die je kunt afleggen. Hoe je die weg aflegt en op welke manier je dat doet, hangt samen met de manier waarop je de invloeden, die rond je optreden, leert beseffen en gelijktijdig je eigen persoonlijkheid en de hoofdlijn van ontwikkeling weet te hanteren.

Wij zullen zeker ook niet geheel kunnen ontkomen aan de persoonlijke facetten als geesten, engelen, demonen, duivels en wat dies meer. Zij zijn namelijk wezens die een verschillende richting van ontwikkeling hebben. Nu zullen heel veel mensen zeggen: een demon, daar wil ik niets mee te maken hebben, die deugt niet. Dan zegt u eigenlijk: ik ga van A naar B en wie van B naar A gaat, deugt niet; zij hebben een andere weg. Wanneer ik erken wat de weg van een dergelijk wezen is, dan weet ik ook hoe hij functioneert t.a.v. mij en de wereld. Als ik dat weet en ik kan dat aanvaarden (dat is weer de verbondenheid die een grote rol speelt), dan zal hij ook krachten kunnen richten volgens zijn wezen en niet alleen volgens mijn wezen. Dit is een van de hoofdbeginselen van de witte magie. Op die manier kom je tot een zeer omvattend beeld van alles wat de kosmische krachten doen, wanneer ze aan het werk zijn.

De hoofdkrachten werken altijd. Maar daarnaast zijn er heel veel krachten die periodiek optreden. Er zijn krachten die optreden met tussenruimten van bijna 24.000 jaar, een heel lange fase. Er zijn ook krachten die optreden in fasen van 7 dagen.

Die fasen op zich zijn weer niet zo belangrijk. U kunt ze in enkele gevallen voor uzelf berekenen. U komt vanzelf achter die periodiciteit. Belangrijk is te weten dat die periodiciteiten bestaan en dat zij het gehele ‘ik’ beïnvloeden. Wij hebben een zich voortdurend aanpassende instelling nodig om een zo groot mogelijke harmonie met anderen te bereiken, een verbondenheid te blijven voelen met de wereld waarin wij vertoeven en als zodanig de Christusgeest in ons te activeren.

Er zijn zeer veel doel‑invloeden. Het is niet genoeg te zeggen dat er Eén God is. Er is Eén God maar wij spreken ook over een duivel. En of we die nu letterlijk bedoelen of als een persoonlijk bestaand wezen of eerder als een invloed, doet niet veel ter zake. Maar als er één God is en niet twee, dan is de duivel deel van God. Wanneer er vele krachten werkzaam zijn en ze hebben één en dezelfde bron, dan moeten ze verbonden zijn. De erkenning van verbondenheid is belangrijk. Het gaat er bij wijze van spreken niet om dat u weet waar het station is en van welk perron u moet vertrekken, dat doet niet ter zake. Maar als u weet wat het net van een spoorwegmaatschappij is, dan weet u welke punten voor u bereikbaar zijn en op welke manier. Het is die bereikbaarheid die het meest belangrijk is wanneer wij de kosmische krachten aan het werk zien. Want ze zijn in ons. Maar wij hebben een bewustzijn en door dat bewustzijn zijn wij wel degelijk in staat de werking van die krachten voor ons mede te bepalen. Wat meer is, wij kunnen in zeer vele gevallen de effecten welke die krachten hebben in de wereld rond ons, ten dele bepalen.

Wij zijn niet machteloos. Daar waar bewustzijn in staat is een begrip als God te aanvaarden, een bewustzijn van ‘ik’ als factor in een leven, daar is ook de mogelijkheid om zelf te richten en zelf te beslissen. Het zijn deze aspecten die volgens ons de belangrijkste mogelijkheid vormen van deze cursus.

 

uit de cursus ‘Kosmische krachten aan het werk‘ (hoofdstuk 1 ) – oktober 1977

De Christusgeest

U heeft dit onderwerp nu zelf gekozen. Als wij beginnen, dan moeten we eerst begrijpen dat de Christusgeest geen mannetje is, eigenlijk niet eens een invloed, die je kunt definiëren. Maar er zitten heel veel aardige dingen aan vast. Op het ogenblik dat je iets volledig aanvaardt, blijkt opeens dat het door die aanvaarding alle weerstand heeft verloren. Er zijn heel vreemde dingen te zien.

Iemand is ziek. Hij aanvaardt het feit van zijn ziek zijn; hij geneest beter. Iemand is voortdurend in conflict met zijn omgeving. Hij aanvaardt op een gegeven moment het bestaan van het conflict; het conflict ebt af. Het is er niet meer. Het verdwijnt. Dit is heel eigenaardig en heel veel mensen zullen daar vreemd tegenover staan.

De Christusgeest is de kracht van de grote verbondenheid. Dat wil zeggen dat hij overal kan opduiken, net zo goed in een tweepersoonsbed als in een kathedraal. Net zo goed op een voetbalveld als midden in het stadsverkeer. Op het ogenblik dat ik aanvaard wat ik zelf ben en wat de wereld is en mij toch ermee verbonden kan voelen, werkt die kracht.

Je vraagt je af: wat kunnen wij daarmee doen? Daarom zullen wij beginnen om de Christusgeest te analyseren en tevens eraan toe te voegen: kijk, op die manier zou het kunnen. Of u het kunt, dat ligt aan uzelf.

De Christusgeest, de Christuskracht is verbondenheid. Wat is verbondenheid? Verbondenheid is elke wederkerige erkenning, onverschillig op welk niveau en op welk terrein. Als u een vlieg of een wesp ziet en u denkt: “ik vind je eigenlijk wel mooi”, dan kijkt de wesp naar u en denkt: “daar is toch geen nectar te puren” en u heeft geen last van elkaar. Sla naar de wesp en zij steekt u.

Verbondenheid kan beperkt zijn. Dat wil zeggen: ze kan tussen mensen bestaan maar ze kan ook kosmisch zijn. Verbondenheid kan dus het gehele bestaan omvatten. Dat impliceert dat alle denkbare sterren, volkeren, invloeden in het bekende heelal, alle geestelijke sferen en alles wat je je verder kunt voorstellen, daarbij betrokken zijn. Het wonderlijke is nl. dat al datgene wat ik niet afwijs, desnoods omdat ik het niet ken, met mij harmonisch is. Alleen dat wat ik wel afwijs, daardoor ontstaat het conflict. Als je daarmee rekening houdt, kun je zeggen: er zijn zeer veel onbekende krachten waarmee ik voortdurend verbonden ben. Ik kan echter, omdat ik die krachten niet ken, ze ook niet gebruiken. Ik kan er niets van beleven, ik kan er niets mee doen. Op het ogenblik echter dat ik – al is het maar op één enkel punt – in mijn eigen wereld die volledige aanvaarding van het bestaan, van alle waarden, van alle krachten voor mij waarmaak, zijn al die onbekende krachten ineens op dit punt voor mij kenbaar geworden.

Een mens denkt misschien dat hij nogal zwak is. De één is het moreel, de ander lichamelijk en zo heeft een ieder zijn eigen moeilijkheden. Maar er komt een ogenblik dat die mensen op een punt tot een volledige aanvaarding komen. Misschien van een enkel denkbeeld, van een enkele mens, van een landschap of wat anders. En wat gebeurt er? Opeens is hij geladen. Ineens is de wereld even veranderd en nu is het de grote kunst om dat te continueren. Het is niet zo moeilijk om die eenheid voor een ogenblik waar te maken. Dat gebeurt elk ogenblik weer in elk mensenleven, maar het is heel moeilijk om ze zo lang in stand te houden dat daardoor je beleving verandert. Dit is nu het aardige.

Wanneer ik een harmonie heb die beperkt is maar ik kan die beperkte harmonie blijven aanvaarden, ook als ze niet meer feitelijk is uitgedrukt maar ze blijft voor mij bestaan, dan zal op grond daarvan een nieuwe harmonische mogelijkheid zich aandienen. Het is dus een uitbreiding. De boom wordt hoe langer hoe dikker.

Elke mens die denkt: ik ben eenzaam, ik ben verlaten, ik heb niets, zal alleen al door die houding voor zich een hoop contacten onmogelijk maken. Elke mens die denkt: ik aanvaard alles zoals het is, ik doe er niets aan, die blijft zitten waar hij zit en verroert zich niet. Er gebeurt niets. Nu komt er iemand die het aanvaardt en die probeert de aanvaarding van het bestaan uit te drukken tegenover zijn medemensen, onverschillig hoe, al is het alleen maar door een beetje vriendelijker te kijken. Dan is er een werking ontstaan. Op het ogenblik dat wij beginnen aan datgene wat wij in ons aanvaarden, uitdrukking te geven als een aanvaarding op ons eigen vlak van bewustzijn, dan ontstaat er kracht, er ontstaat werking. Het blijkt dan dat iemand die zo eenzaam, zo verlaten is, vaak door op één enkel punt even die aanvaarding te vinden en te continueren, ineens ziet dat ze moet worden uitgedrukt met een gebaar, misschien met een daad. En dan gaat het er niet om of anderen het merken. Het gaat er alleen om dat je vanuit jezelf tot actie overgaat. Op dat ogenblik wordt de zaak kenbaar.

In Goethe’s Faust staat het zo leuk. Als de duivel begint te spreken, zegt hij: “Ze zeggen, in het begin was het Woord. Dat is niet waar. Het begin was de daad.” Ja, maar het Woord was er eerst, want het Woord was de gedachte. Maar op het ogenblik dat het daad werd, werd het schepping. Hij had dus volkomen gelijk. Op die manier moet u het ook zien.

Als ik begin iets waar te maken, dan ontstaat er een proces dat groeit. Naarmate het groeit, wordt mijn eigen kracht groter. Ze zal tot uiting komen op het punt waarop ik ben begonnen, dat is duidelijk. Als u bent begonnen met kool te planten, dan kunt u een schitterende kooloogst krijgen als daar uw genegenheid naar uitgaat. Maar het zal u waarschijnlijk niet meevallen om asters te telen want die vragen weer een andere instelling. Dan moet u eerst weer harmonisch daarmee zijn.

Wat is de kracht die op deze manier ontstaat? Dat is ook erg belangrijk. Als ik iets aanvaard, dan breek ik een grens af tussen mij en de kosmos. Soms een heel klein grensje, soms een grotere. Maar wanneer ik dat doe, zal ik niet alleen het gevoel van verbondenheid in mij tussen mijzelf en het andere gaan omzetten in iets wat gebeurt, maar ik ga gelijktijdig ook die kracht omzetten in iets wat mij kan bereiken. De Christusgeest is de sleutel waardoor wij de kosmische krachten kunnen bereiken. Maar als wij de kosmische krachten kunnen bereiken, dan zijn wij ook veel minder beperkt.

Als u hier zo zit, dan zegt u: Ik heb voortdurend dit en ik heb dat. Vult u zelf maar in: Maar als u al die klachten heeft, is dat nu werkelijk zo erg? Is het de moeite wel waard om u daartegen te verzetten zoals u doet? Wat zijn er voor punten in, die misschien toch wel aanvaardbaar zijn? Concentreer u daarop. Wanneer u dat doet, is de tegenstelling al aan het veranderen en wanneer u dat omzet in de daad, krijgt u bovendien de energie die niet alleen in u maar ook in de ander ontstaat. Het is dus niet zo dat u alleen de energie krijgt. Het ontstaat ook in de ander. Dat is heel eigenaardig U kunt zich dat op een bepaald niveau waarschijnlijk wel voorstellen, op een ander niveau niet.

Stel nu dat iemand ziek is. Dan moet u eerst aanvaarden dat die ander ziek is. Als u zegt: jij bent niet ziek, dan kunt u hem niet genezen; ook als u denkt: zou het geen aanstellerij zijn? of, zoals dat tegenwoordig heet, zou het geen psychologische kwestie zijn? U moet toch eerst aanvaarden wat die ander denkt te zijn in zijn ziekte. Op het ogenblik dat u dat aanvaardt, is het een benaderbare werkelijkheid geworden. Nu gaat u zeggen: ik wil al die onaangename facetten daaruit verwijderen. Ik wil dat er harmonie komt, dat die mens gezonder wordt, zich prettiger voelt, dat hij opgewekter wordt. Op het moment dat u dat denkt, heeft u grenzen afgebroken. U wordt zelf sterker. Maar de ander ervaart dit ook want de kracht ontstaat ook in de ander. Als u zegt: ik ga mijn kracht uitzenden, dan zegt u in feite: ik ga mijn intenties nog eens een keer verankeren in de kracht die in de ander is ontstaan. Het is duidelijk dat je daar helemaal geen ingewikkelde procedures voor nodig hebt. Er zijn mensen die denken dat je de Christusgeest alleen kunt krijgen als je eerst eelt op de knieën hebt van het bidden, na het zeggen van bepaalde gebeden of het uitvoeren van bepaalde rituelen. Voor jezelf kan het misschien nodig zijn omdat je zonder dat die vooroor­delen of tegenstellingen niet kunt overwinnen of voor een ogenblik vergeten. Maar is dat nodig? Helemaal niet. Dat is nu het typische van de Christus­geest. De Christusgeest is een kracht die ontstaat op het ogenblik van de aanvaarding, zonder meer.

Nu zeggen de mensen: het is zo moeilijk het hele leven te aanvaarden. Dat is het, natuurlijk, want wij zijn bezig dat leven steeds onze maatstaven op te leggen. Als de hele wereld roept: je moet hard lopen, dan kun je het eens bekijken en denken: voor mij hoeft het niet en dan kuier je langzaam verder. Je kunt ook zeggen: nu doe ik helemaal niets meer, nijdig worden en tegen de wereld gaan schelden. Dan ben je veel vermoeider dan als je hard was gaan lopen. Wat de wereld van u wil, is helemaal niet zo belangrijk. Het is wat u zelf wilt. Maar dat kunt u alleen werkelijk waarmaken, indien u die anderen accepteert zoals ze zijn. Als u zich laat dragen door wat er in die anderen leeft.

Verbondenheid is één van die dingen die ook wel vaak wordt uitge­beeld met het bekende beeld van het rijshout. Eén rijsje breek je. Twee, drie rijsjes breek je nog, maar als je er zo’n 50 bij elkaar hebt, dan kom je er niet doorheen. Zo is het ook bij aanvaarding. Als ik iets aanvaard, dan ontstaat er een band. Dat betekent dat het veel moeilijker wordt om hier iets kapot te maken. Hoe groter het aantal aanvaarde waarden in mijn bestaan, hoe moeilijker het zal worden om mijn relatie met die kracht, met de kosmos te verbreken.

Ik heb, al ging u uit van aanvaarding, er als kop boven gezet: Christus­geest. Mijn lieve mensen, dat is toch heel begrijpelijk. Want wat is het op­vallende van de Christus? De voortdurende aanvaarding. Lees er het Evangelie op na en u zult het ontdekken.

Jezus kan wel boos zijn over omstandigheden maar niet tegen mensen. Jezus kan bepaalde dingen niet goed vinden maar hij is niet vertoornd om de dingen, alleen om de verhoudingen. De Christusgeest berust op precies dat­gene wat daarin wordt gedemonstreerd. Je kunt heus wel de wisselaars uit de tempel jagen, dat is helemaal niet erg, als je hen maar aanvaardt en alleen de manier van wisselen onjuist vindt.

U kunt de hele wereld met alles wat er op gebeurt, onjuist vinden. Een revolutie willen. Best mogelijk, maar dan moet u de wereld eerst aan­vaarden zoals ze is. Als u dat niet doet, dan krijgt u alleen maar toenemen­de conflicten, een toenemend isolement en steeds minder kracht, minder mo­gelijkheden hebben om iets te doen. Het is de verbondenheid waaruit de kracht voortkomt. Verbondenheid kan echter alleen bestaan indien er aanvaarding is. De aanvaarding is de basis van de Christus. Het is de essentie misschien ook wel van de Christusgeest.

Er zijn mensen die zeggen: dat moet je niet zo letterlijk nemen. Er zijn ook mensen die zeggen: Jezus zegt wel: hebt uw naasten lief; maar daarom moet je toch wel fatsoenlijk blijven. Ja, dan zeg ik tegen diezelfde christe­nen: waarom maakt u die beperking als uw Meester ze niet heeft gemaakt? Want als u uw naaste werkelijk liefheeft, zult u die naaste niets aandoen wat voor hem geen vreugde is. Met andere woorden: de naaste bepaalt mede wat er gebeurt. Het is nooit een wil opleggen.

Wanneer ik bezig ben in de kosmos, in bepaalde sferen, dan zit ik met precies hetzelfde probleem. Ik kan mijzelf niet aan u opleggen. Ik kan niet zeggen: zo is het. Ik kan alleen maar zeggen: zo ben ik. Ik kan u aanvaar­den zoals u bent en dan zal daaruit het resultaat komen. Want wanneer ik u aanvaard, komt er een ogenblik dat u ook iets van mij aanvaardt. Het is die wederkerigheid van de aanvaarding waarop de rest is gebaseerd.

Wat kun je ermee doen? Als u iets krampachtig gaat zitten aanvaarden in de hoop dat u daaruit kracht krijgt, dan aanvaardt u het niet werkelijk.

Wanneer u probeert een medemens krampachtig te aanvaarden (het is een rot­zak maar ik aanvaard hem) dan is die rotzak datgene wat telt en het ‘ik aanvaard hem’ is gewoon een kwestie van zelfsuggestie. Dan helpt het niet. Het is niet: het is een rotzak maar ik aanvaard hem. Het is doodgewoon: daar zit wel iets in. Wat zit er in die mens of in de wereld waarvoor ik toch wel waardering heb. Laat mij daarvan uitgaan. Op dat ogenblik is er aan­vaarding. En waar aanvaarding is, daar wordt de verbondenheid weer kenbaar. Daar wordt de mogelijkheid van krachtuitwisseling kenbaar. Er ontstaan aller­lei brandpunten waarmee men heel veel kan doen.

Dus nooit denken: ik ga iets klakkeloos zitten aanvaarden ondanks alles. U kunt wel zeggen: ik aanvaard Van Agt. Sommige mensen hebben er geen moeite mee, anderen vinden hem een griezel. Nu ja, je moet hem toch wel aanvaarden. Neen. Denk: wat waardeer ik in die man het meest? Dat punt dat je waardeert, is ook deel van zijn wezen. Ga daarvan uit bij je aanvaarding. Probeer de kri­tiek op de rest dan maar een beetje op de achtergrond te schuiven. Het is een verschuiving van waardering.

Wanneer u hier zo bij elkaar zit, dan krijg je zo de indruk: die zullen met elkaar niet zoveel kunnen doen. Maar op het ogenblik dat u vergeet: wij zijn maar met zo weinigen en die is dit en die is dat, dan is de kracht kos­misch. De aanvaarding is het wegvallen van een grens. Het is het ontstaan van een verbondenheid waarbij onnoemelijk veel sferen, krachten, entiteiten en personen betrokken kunnen zijn, die u hier niet ziet en die u niet kent. Wat meer is, wanneer u bewust in uw aanvaarding de kracht niet alleen voor uzelf absorbeert maar probeert haar uit te sturen, dan bereikt u wat. Het is nl. ook zo dat je kunt zeggen: ik ga kracht zitten oppotten. Waar is de kosmische kracht? Ik wil kosmische kracht. Erg mooi, maar je hebt er niets aan. Want je kunt die kracht alleen maar in zoverre krijgen als je haar kunt verdragen. Maar als ik zeg: ik aanvaard, dan heb ik niet alleen met mijzelf te maken. Dan is het een kwestie van communicerende vaten. Dan is elk wezen, elke toestand, elke sfeer, elke wereld waarin die kracht aanwezig is, met mij verbonden. Dan kan voortdurend kracht van daaruit naar mij toevloeien. Mijn kracht is niet meer beperkt terwijl ze dat wel is als ik probeer dat alleen voor mijzelf te krijgen.

Hier heb je weer de noodzaak tot aanvaarden van het andere. Er zijn te­genstellingen, altijd. Maar tegenstellingen dragen bij tot de kenbaarheid. Als wij in de tegenstelling datgene weten te vinden wat aanvaardbaar is, dan is er een band mogelijk. Waar een bandmogelijkheid is, daar is als vanzelf ook een eenheid van kracht, een eenheid van werking mogelijk. Dat is het be­langrijkste dat er bestaat.

Ik heb zo-even de nadruk gelegd op de daad. Er zijn heel veel mensen die denken: wat moet je dan niet allemaal gaan doen? Dat is eenvoudig: als er een disharmonie is en u zegt: ik aanvaard datgene waaruit het is voortgekomen, dan is dat het enig belangrijke. U knipt met de vingers en het andere verdwijnt. Wat overblijft is een contactmogelijkheid, een relatie waarin beide waarden, ongeacht het geschil op dat ogenblik, een eenheid vormen. Een eenheid van kracht, een eenheid van vermogen en zeer waarschijnlijk zelfs t.a.v. een enkel punt een eenheid van streven.

Eenheid van streven is ook heel belangrijk. Er bestaat een bekend verhaal over Abraham Lincoln. Lincoln zag een keer een stel mensen die bezig waren een paar zware balken te versjouwen. Daarbij stonden een paar opzichters die aan het schreeuwen waren en aanwijzingen gaven. Abraham bekeek het eens en zei toen: nu deze kant uit, en hijzelf gaf een duwtje. En vreemd, toen ging het ineens wel.

Als je kijkt naar de wereld en je ziet de mensen daar zo bezig, dan kun je zeggen: dat deugt niet. Je moet zus en je moet zo doen. Maar dat helpt niet. Op het ogenblik dat wij onze eigen kracht voegen bij die van de anderen, ontstaat er een veel grotere mogelijkheid. We moeten niet de mogelijkheden van anderen uitbuiten. We moeten onze eigen mogelijkheden voegen bij de mogelijkhe­den van anderen. Dat wil zeggen dat je moet aanvaarden dat je zelf geheel en al betrokken bent bij alles waarmee je je bezighoudt. Je kunt nooit zeggen: een ander moet het doen. Je kunt alleen zeggen: wij moeten het doen. ‘Wij’ is een heel belangrijk begrip in elke relatie met kosmische krachten.

Al die krachten zijn aan het werk maar al die krachten worden verschil­lend gebruikt en gericht en daaraan gaat heel veel te gronde. Op het ogenblik dat wij die krachten gelijk kunnen richten omdat wij niet meer denken over de­gene die dit moet doen of degene die dat moet doen maar wij moeten dat tot stand brengen, dan verandert de situatie. Dan houdt de verdeeldheid op en uit de eenheid, die zo ontstaat, komt ook de energie voort die nodig is.

In deze eerste les moeten wij een paar regels geven waarmee u werkelijk iets kunt doen.

  1. Het besef van verbondenheid is gebaseerd op de aanvaarding van het andere.
  2. Elk besef van verbondenheid kan door een daad worden omgezet in een werking.
  3. Hoe meer ik aanvaard wat is zoals het is, hoe meer ik door die aanvaarding kan werken met de kracht die in mij en in al het andere bestaat. Mijn kracht neemt toe naarmate ik meer aanvaard wat is.
  4. Ik maak fouten en een ander maakt fouten. Ik wil geen fouten maken en de ander wil geen fouten maken. Wanneer wij tezamen aanvaarden dat wij fouten maken en ons willen bijeenvoegen, zullen de fouten veranderen in positieve resultaten.
  5. Wat ik doe, doe ik vanuit mijn wezen, niet met mijn woorden, niet door mijn rituelen of gebaren. Daarom beroep ik mij steeds op de erkenning in mij. Daar waar ik niet in staat ben een werkelijke verbondenheid te voelen – op welke wijze dan ook – met datgene wat ik tot stand wil brengen, zal ik niets blijvends en werkelijks bereiken. Op het ogenblik dat dit voorbehoud niet be­staat, kan ik alles bereiken.

Dan is het voor u ook nog interessant als u een kleine samenhang leert.

Elk mij beroepen op hogere krachten en hogere wezens, is mede gebaseerd op mijn voorstellingsvermogen. Wanneer ik bid tot God, spreek ik in negen van de tien gevallen met mijzelf. Daarom moet ik in een streven naar aanvaarding en verbondenheid mij niet bezighouden met het ongeziene maar wel met het ge­kende.

Als ik een eenheid krijg in de wereld die ik ken, zal daardoor als van­zelf een eenheid ontstaan met de door mij nog niet gekende wereld. De hoogste kracht die alle vermogen bezit, zelfs de scheppende, openbaart zich slechts indien ik eerst het zijnde aanvaard en in een harmonie met het zijnde actief ben. Dat is misschien wel de verklaring van het bekende boek ‘Thoth’ waarin wordt gezegd: “Wie deze geheimen kent, hij kan de zon uitblussen en de aarde doen verdwijnen. Hij kan een nieuw heelal scheppen, alleen door zijn woord.” Dat is de eenheid. Dat is de Christusgeest. Dat is de verbonden­heid.

Als u denkt dat Jezus alleen maar een weg is die u moet volgen of, erger nog, een voorganger die als een super‑kosmische kruier de lasten van uw zon­den voor u vooruit sjouwt zodat u gemakkelijker in de hemel kunt komen, dan heeft u het mis. Als u denkt aan de werkelijkheid, dan moet u zeggen: er is licht, maar dat licht is in mij. Niet de Jezus buiten mij, maar de Christus in mij is belangrijk. Alleen waar dit bestaat, kan ik wat doen.

Dus als u een geloof heeft – en u moogt van mij geloven wat u wilt – houdt u er dan rekening mee dat het in uzelf moet zijn. Het is niet hoe het buiten u bestaat of hoe anderen denken of hoe anderen het doen. Het is wat in u bestaat. En dat betekent ook dat u moet aanvaarden wat anderen zijn, denken en geloven, zelfs wanneer ze het helemaal niet met u eens zijn, om die kracht die in u is, tot uiting te brengen.

De werkelijke levende kracht bewijst zichzelf voortdurend maar alleen daar waar de tegenstellingen worden uitgewist door de aanvaarding van het bestaande, erkenning van de verbondenheid in alle dingen en zo metter­daad de uiting van het eigen wezen in het geheel.

Het is misschien wel aardig te weten dat we hier bezig zijn met de oude geheimen van de Griekse inwijdingen en met bepaalde priestergeheimen uit de cultus van Isis en Osiris. Daar bestonden ze ook. Anders en veel mooier uitgedrukt in symbolen maar het komt op hetzelfde neer. De geheimen van de christelijke kerk en de christelijke mystiek vindt u ook in de voorgaande regels terug. Denk a.u.b. niet dat het allemaal zo ingewikkeld is.

De kosmos is voortdurend werkzaam. Kosmische krachten zijn op dit moment bezig de aarde te beroeren om bepaalde dingen te veranderen, om invloeden te scheppen die uw reacties kunnen bepalen. Maar indien u één bent met die krachten, dan zult u bewust veranderen. Dan zult u bewust de verandering beleven. Dan zult u meer één worden, niet alleen met de wereld waarin die krachten uitwerken, maar met de kracht zelf en al wat erin bestaat. Het is verbonden met de kracht die u kan helpen. Denk niet dat u dat alleen t.a.v. een ander kan doen. Ik zal u nog één voorbeeld geven:

Als u aanvaardt dat u bent zoals u bent – eventueel met de gebreken van de ouderdom, met een geheugen dat het niet helemaal meer doet of met een verstand dat sommige dingen niet zo gemakkelijk kan begrijpen, diep in u weet u dat wel – dan kunt u zeggen: ik wil harmonie hebben. Ik accepteer mijzelf zoals ik ben. Ik accepteer de wereld zoals ze is en daardoor kan ik rustig en vredig zijn. En nu aanvaard ik de kracht van het geheel in mijzelf.

Er zijn mensen die zeggen: stel je maar voor dat er een zoeklicht op je kruin staat en de kracht door je heen tintelt. Dat moogt u doen. Het is helemaal niet belangrijk of het het wel doet of niet. Belangrijk is dat u in die eenheid zegt: nu is die kracht in mij werkzaam; dat u constateert dat door de aanvaarding van het geheel de kracht uit het geheel in u werkzaam wordt.

Wanneer u een harmonie aanvaardt in uzelf en niet de tegenstelling, dan zal die harmonie zich uitdrukken. Dan wordt uw geheugen beter, dan worden uw kwalen minder, dan heeft u meer energie, meer mogelijkheden. Dus denk niet: het is zo ingewikkeld, ik kan het niet. U moet echter wel uw voorbehoud afschaffen t.a.v. uw fouten, uw feilen, van: het is niet zo erg, het is de schuld van een ander. U zult uw afkeuring van de wereld moeten afschaffen. U zult eerst moeten aanvaarden wat u zelf bent, wat uw wereld is. In die aanvaarding bereikt u dan een eenheid in Christus.

De eenheid in Christus is de totale aanvaarding waardoor in een besef van volledige eenheid het ‘ik’ zich met zijn hoogste kracht en waarde voortdurend in die eenheid manifesteert en in de uitdrukking van zichzelf gelijktijdig uit die eenheid de kracht en het vermogen verkrijgt om steeds beter te beseffen wat er is, wat er moet gebeuren en hoe het zichzelf tot een hogere harmonie kan verheffen.

Ik hoop dat wij reeds in de eerste les hebben aangetoond dat er voor u praktische mogelijkheden en waarden in zijn gelegen; dat kosmische krachten niet alleen iets zijn om over te denken maar dat het wel degelijk zaken zijn waar u voortdurend bij betrokken bent, die voortdurend in u werken en die u ook altijd zelf kunt activeren in en rond u.