De cycli op aarde

9 november 1956

Mag ik u er hernieuwd op wijzen aan het begin van deze bijeenkomst dat wij  sprekers van de Orde  noch alwetend noch onfeilbaar zijn. Wij hopen, dat u hiervan nota wilt nemen en u een eigen oordeel zult willen vormen over hetgeen hier gesproken wordt.

De wereld is onderhevig aan voortdurende impulsen, die met vaststaande tussenruimten terugkeren. De verschijnselen, die zij met zich meebrengen, zijn in de historie herkenbaar, worden in de overlevering nog steeds uitgedrukt. Men noemt dezen wel: de cyclische verschijnselen.

Nu weten wij allen, dat er een groot aantal verschillend is. De kortste loopt ongeveer drie dagen. Dit is een vitaliteitscyclus. Daarna kennen wij om 7 en 14 dagen, Maar wij kennen ook cycli van 3 jaren, van ongeveer één maand, van ong. 71/2 jaar, van 21 jaar, 250 jaar en 750 jaren, ook weer plus minus. Daarnaast kennen wij de grotere cycli, die liggen tussen de 2100 en de 2200 jaar en de grootste cyclus, die ong. 22700 jaren neemt.

Dat deze cycli niet zonder enige reden of oorzaak bestaan, zal een ieder begrijpen. Toch kunnen wij deze verschijnselen niet terug brengen tot een geestelijke oorzaak. Wij weten, dat zij veroorzaakt worden door het stoffelijke Al en de daarin optredende krachten en krachtverschuivingen. Het is interessant om na te gaan, hoe steeds weer bepaalde impulsen op aarde een totale verandering teweeg brachten. Het is ook interessant om na te gaan, hoe de ondergang en de ondergangperiode van grote staten, ja, van vaste landen zelfs, precies vallen in de grote cyclus van 2100 jaren.

Nu kunnen wij natuurlijk geen vergelijk maken met hetgeen hier op het ogenblik gebeurt. Wij kunnen niet gaan zeggen: “Dit is nu de grote cyclus en er komt een wereldondergang”. Dat zou dwaas zijn.

Wij moeten voor onszelf toch wel gaan constateren, dat, gezien de herhaling met bepaalde tussenruimten van grote wereldbranden met daartussen optredende kleinere oorlogen  of zoals men het tegenwoordig noemt: politionele acties aanduidt, dat wij ons op het ogenblik bevinden in een stoffelijke beïnvloeding van deze wereld, die de gewelddadigheid sterk in de hand werkt.

Verder zijn er nog verschijnselen, die ons al evenzeer doen denken aan oude gebeurtenissen. Wij zien steeds weer wereldrijken ondergaan door materialisme. In deze wereld is op het ogenblik het materialisme nog het meest belangrijke, de leidende gedachtegang. Het zal u niet verwonderen te horen, dat er verband bestaat; tussen het materialisme en het geweld in dit geval. Want waar deze cyclische verschijnselen t.o.v. elkaar kunnen verschuiven, kan het voorkomen, dat meerdere krachten  praktisch gelijktijdig  op aarde werkzaam worden. Op dit moment is het inderdaad zo. De verschijnselen, verschuiven zich langzaam rond de aarde, iets, wat een periode van 1 tot 3 jaren vraagt naargelang de cyclus, die loopt.

In de oudheid, in de werkelijke oudheid, is ontwikkeling van de mens tot ongeveer de tegenwoordige homo sapiens wel degelijk zwaar beïnvloed door gebeurtenissen van dezelfde geaardheid, die wij thans doormaken. Er is voortdurend weer een invloed van buitenaf geweest van sterke invloed, die alle morele waarden ging veranderen, die mentale toestanden schiep, die als noodzakelijkerwijze bij gebrek aan geestelijke beheersing moesten leiden in gewelddadigheid en strijd en daarmede gelijktijdig de ontwikkeling van de nieuwe mens, de nieuwe vorm, en daarmede ook een nieuw moreel besef, een nieuw geloof en een nieuwe maatschappij. Wanneer ik spreek over maatschappij, dan denkt u ongetwijfeld aan de hedendaagse grote steden en cultuur. Maar elke kleine stam in de oertijd vormde op zijn manier toch ook een maatschappijtje. Een groepering met zijn eigen wetten, zijn eigen waarderingen, zijn eigen kunst, zijn eigen fouten en eigen deugden.

Daarna is de mens steeds weer door die cycli geleid. Eigenaardig genoeg deden zij dit niet alleen gelden op zuiver stoffelijk gebied, maar waren zij mede verantwoordelijk voor de geestelijke ontwikkeling van de mens. Die geestelijke ontwikkeling kwam n.l. tot stand, nadat onder invloed van de cyclus  de huidige, stoffelijke condities onhoudbaar bleken. Dan moest eerst de geest zich gaan aanpassen aan een nieuwe toestand. Als resultaat daarvan was men dan in staat ook stoffelijk een aanpassing te vinden, waardoor de door mij reeds genoemde vernieuwingen, inderdaad plaats konden vinden.

Wanneer u dit meer in het actuele zo dadelijk wilt overzetten, dan heb ik daartegen geen bezwaar. In verband met onze reeks van lezingen lijkt het mij toch goed om in de eerste plaats deze verschijnselen te zien als krachten, die medevormend werken op de wereld en in verband staan met wetmatigheden van de materie.

Hoe komen dan deze cyclische verschijnselen tot stand? In de eerste plaats door de plaats, die de zon inneemt in het Al in een vast omschreven baan. De zon loopt binnen het Melkwegstelsel weg van sommige sterren en benadert andere sterren. Zij verplaatst zich zelfs iets meer naar de rand van deze grote nevel en als resultaat kunnen wij zeggen, dat haar eigen plaats t.o.v. het middelpunt al sterk bepalend is voor de werking  wisselwerking , die tussen zon en dit middelpunt van de sterrennevel bestaat.

Deze wijziging is continu. Maar de realisatie daarvan door de schepselen op aarde kan niet continu zijn. Zij gebeurt schoksgewijze n.l. wanneer t.o.v. een aanvaarde  dus ook stoffelijk en geestelijke gerealiseerde  toestand een grote wijziging optreedt, dan moet dit een zekere afstand, een zeker merkbaar verschil betekenen voordat de mensheid zich daaraan aan gaat passen. Daarnaast hebben wij te maken met invloeden van de maan, de zon, de planeten, in kleine cycli en wat wij noemen  de sterrenbeelden voor de grote cycli. Die sterrenbeelden tonen ons, dat rond ons de kosmos in beweging is. En dat wij dus  t.o.v. het kosmisch middelpunt  ook steeds weer een andere plaats innemen.

Ook hierdoor vinden wijzigingen plaats op aarde. Zij zijn klein en op aarde zelf praktisch niet merkbaar. Langzaam wijzigt zich bv. de zwaartekracht. Het aardmagnetisch veld wordt sterker, of zwakker. Het is niet veel en deze kleine afwijkingen zijn praktisch niet te bemerken voor u, voor ons wel. Daarnaast zien wij, dat de straling, die vanuit de ruimte tot de aarde doordringt, ook varieert. Hierbij spelen weliswaar de planeten nog een grote rol, omdat zij door hun eigen baan en veld soms bepaalde bronnen van straling voor ons afschermen. In andere gevallen  ook weer t.o.v. van hun eigen plaatsing van zon en aarde  een toevloeien van deze straling tot de aarde bevorderen. De straling zelf komt uit verdere delen der ruimte.

Zij is zwak. Zij is niet eens te vergelijken, met wat men aan verschillende soorten vindt hier binnen het zonnestelsel. Men zou haast willen zeggen “Deze straling is bijna etherisch”. Want zij kan niet worden vastgesteld in licht, kracht; zij kan niet worden vastgesteld in een bepaalde trilling; zij kan alleen worden vastgesteld door de resultaten, die zij veroorzaakt. Het is zoiets als de lucht bij u. U bent er zo aan gewend om adem te halen, dat u van de lucht niets bemerkt, tenzij er een afwijking plaats vindt.

De afwijking echter in deze kosmische straling, groot genoeg om kenbaar te worden op aarde, spelen zich af over een zodanig lange tijd, dat de mensheid in doorsnee niet in staat is waarnemingen gedurende deze gehele tijd te bewaren en over te leveren. Eerst dan zou na een periode van ong. 40.000 – 45.000 jaren definitief vast te stellen zijn, wat er eigenlijk gebeurt.

Het spijt mij dus, dat ik u moet vragen om hiervoor mijn woord te aanvaarden. Mijn woord, natuurlijk ondergeschikt aan en naast de vele andere grote leraren op esoterisch gebied, die deze zelfde stellingen aan de mensheid hebben voorgelegd. De ontwikkeling van de mensheid  vooral de geestelijke ontwikkeling van de mensheid  is zeer gediend met deze verandering, Stoffelijk betekenen zij voortdurend ongemak, strijd, lijden. Geestelijk gezien betekent juist dit ongemak, betekent juist deze strijd, een mogelijkheid te voorkomen, dat de mens zo gemoedelijk weg dut in een gewoonte sleurtje.

Per slot van rekening, wanneer u alles heeft, wat u nodig heeft, en alles gaat zo gezellig verder, dan komt u er niet toe om grote risico’s te nemen en werkelijke maatregelen te treffen. Toch zijn die dingen juist noodzakelijk willen wij van vooruitgang, vooral vooruitgang qua bewustzijn en geestelijk besef, enige sprake zijn.

Een oorlog met al zijn gewelddadigheid is voor ons verwerpelijk vanuit een persoonlijk standpunt. In kosmisch opzicht betekent zij een noodzakelijke verandering op aarde, een noodzakelijke omwenteling in menselijk denken, in de waardering, die men heeft voor zijn bezit, voor zijn positie en wat dies meer zij. Ook op het ogenblik speelt zich – praktisch van 1890 reeds – een dergelijk proces op aarde af. Het samentreffen van meerdere cycli op één punt in de tijd betekent een opeenhoping van oorlogen, rampen, van ongevallen, kortom, alle waarden, die voor de mensen uitermate storend  zijn en die zijn genoeglijke gezapigheid van alle dag wegneemt.

Echter, nogmaals, deze invloeden zijn stoffelijk. Wanneer die invloed stoffelijk is, dan zijn wij ook in staat om ons geestelijk daarboven te verheffen en ons daartegen teweer  te stellen.

Een aardig voorbeeld daarvan hebben wij gezien in de periode, dat Atlantis onderging. Ook toen waren er bewusten. D.w.z. mensen , die geestelijk boven de stof leerden te staan en die de stof maakten tot hulpmiddel van hun eigen ontwikkeling, i.p.v. het werkelijk doel van hun streven. Dezen konden zich redden en terugtrekken. Wat hen waardevol was; een esoterisch weten en magische kennis, ja, zelfs aan beschaving hebben zij over weten te brengen en eerst langzaam is hier en daar het bewustzijn weggestorven. De bewijzen daarvoor vindt u bv. in de holentekeningen, waar de oudere van lijn zuiverder zijn, van uitdrukking verfijnder ik zou haast zeggen geraffineerder  dan de latere. Er sterft bij de mens, die dit geestelijk weten verwerpt, op de duur dit erfdeel af. Maar de werkelijk bewusten weten zich te redden, zij weten hun eigen gaven voort te planten en de wereld de mogelijkheid te geven althans in deze richting van geestelijke beheersing en geestelijk bewustzijn vorder te gaan.

In deze dagen zouden wij kunnen zeggen, dat precies hetzelfde geldt. Een mens, die door hartstocht wordt opgezweept, die alleen maar kijkt naar stoffelijke waarden en stoffelijke risico’s, zal ofwel te vlug handelen, ofwel niet handelen. Toch zijn beiden even fataal in deze tijd. Je kunt niet meer zeggen: “Ik ben neutraal en ik wil alleen maar mijn eigen zaakje behouden en beschermen”. Je moet wel mee in de wereld. De wijze, waarop je in deze wereld mee kunt doen met de mensheid, je aan kunt passen bij de heersende stromingen en toch voor jezelf je geestelijk bewustzijn vergroten, is de weg die een ontsnapping biedt uit alle ramp en alle ondergang, een geestelijke bevrijding betekent en steeds sterker beheersing van de stof.

Wie het zullen zijn, die in deze wereld de geestelijke vernieuwing tot stand brengen, weet men niet. Wel weten wij, dat er velen zijn, die in de stof geïncarneerd op het ogenblik werken aan deze reddende geestelijke stroming. Wel weten wij ook, dat vanuit onze sferen en veel hogere sferen ook, voortdurend wordt gewerkt aan dit geestelijk bewustzijn. Daaruit vallen conclusies te trekken.

Er staat een vernieuwing der mensheid voor de deur. Een vernieuwing, waarbij wij niet kunnen zeggen, dat zij zus of zo zal geschieden, waarvan wij niet kunnen bepalen, of zij met rampen gepaard zal gaan, of dat de nieuwe levenshouding onder de volkeren een nieuw besef voor elkaar en voor menselijke waarden deze rampen zal weten te voorkomen. Maar hoe men ook kiest op deze wereld, de cyclus gaat verder. Wanneer deze cyclus haar voltooiing nadert, dan zal zij een nieuwe vorm van menselijk zijn hebben gesteld, een nieuwe vorm van menselijk denken, die op haar beurt een ontwikkeling door zal maken aan het peil van de stoffelijke vorm, waarin de geest moet incarneren, op een nieuwe hoogte zal hebben gebracht, de wereld zal hebben gemaakt tot een nieuwe en betere scholing voor alle geest, die daarop af moet dalen.

Het was zo in de oudheid, het is zo in deze dagen. Want de stof is de school van de geest, maar slechts de geest, die bewust streeft in deze leerschool, haar leerstof beheerst, d.w.z haar eigen leven beheersen kan, is in staat om het volle nut daaruit te trekken.

  • Wat is een impuls?

Een impuls is een drijfveer, of drijvende kracht, die meestal plotseling optreedt en waarvan de bron dan wel bekend of onbekend kan zijn. Wanneer u dus een elektrische leiding heeft, waardoor een stroomstoot gaat, dan spreken wij over een impuls. In gelijke termen spreekt u ook over een impuls, wanneer een plotselinge verandering van zonnekracht op aarde magnetische storingen veroorzaakt. En bij een mens spreekt u ook over een impuls, wanneer waarden, die hij niet kan bepalen of beseffen, hem plotseling brengen tot een zekere wijze van handelingen.

Wij kunnen dus zeggen: een impuls is een stuwende kracht,die in de moest verschillende vormen op kan treden en in haar verschijningsvorm – ongeacht geaardheid en wezen – voortdurend impuls genoemd wordt, omdat hiermede niet haar wezen, maar wel haar kwaliteit wordt aangegeven.

  • Ik ben nieuw hier. Ik zou daarom graag willen weten, hoe u denkt over crematie?

Ach, wij vinden het een zeer zindelijke wijze om de stoffelijke restanten van het aards bestaan op te ruimen. De geest, die hierdoor lijdt, zal ook – en waarschijnlijk langer – lijden bij begraven. De geest, die hierdoor niet lijdt, zal bij een andere wijze van vernietiging ook niet lijden. De vraag is dus hoofdzakelijk, wat zijn de voor en wat zijn de nadelen. Het nadeel is, dat de onbewuste geest zich sterk identificerende met het verlaten lichaam, op een gegeven ogenblik komt tot een aan den lijve mee beleven van het verbrandingsproces. Hiertegenover staat, dat hierdoor een snelle en volledige realisatie van het feit der overgang een zekerheid wordt, zodat zo’n iemand dus veel gemakkelijker van geestelijke zijde benaderd kan worden. Het begraven daarentegen zal soms resulteren in een algehele reproductie van het vervalverschijnsel van het lichaam. Dit neemt in verhouding langere tijd en ook hieraan is veel lijden verbonden. U zult dan ook bemerken, dat volkeren en groepen, die het stoffelijk leven minder hoog achten, of de dood beter begrijpen, over het algemeen één van deze twee wegen kiezen: ofwel het lichaam zo prepareren, dat de vorm daarvan voortdurend behouden zal blijven, dan wel het lichaam geheel qua vorm vernietigen. Dit laatste meestal door verbranding, maar soms ook door het aan dieren als voedsel voor te werpen. Crematie is dan ook o.i. zeer zeker acceptabel.

  • Als ik u goed begrijp is de verdere bewustwording van de geest en ook haar beleven op aarde hoofdzakelijk een stoffelijke kwestie. Is het mogelijk, dat men hetzelfde meerdere malen zal beleven? 

Ik zou het zo uit willen drukken: Een geest kan hetzelfde meerdere malen mee moeten maken. Ofwel in haar nieuwe levens, dan wel door een veelvoudige geestelijke herhaling en herbeleving. Dit laatste komt vooral in de meer duistere sferen nogal eens voor. Een volkomen gelijk beleven bij reïncarnatie op aarde zal alleen voorkomen, indien de geest hieromtrent geen bewustzijn bezit, ofwel niet in staat bleek krachtens dit bewustzijn vorm te geven aan het stoffelijk deel van haar leven.

  • Het goede behoeft toch niet eerst geestelijk te bestaan voor men het stoffelijk in de praktijk kan brengen.

Inderdaad. Maar zoals u zich misschien kunt realiseren, zijn in dergelijke gevallen de eerste ogenblikken na de overgang wel zeer belangrijk. Dit is dan bepalend voor het bewustzijn en het gezelschap, dat de geest zich kiest. Wanneer er een nadelige impuls bestaat vanuit de stof, dan kan de geest daarvan wel vrij zijn, maar stoffelijke is het een emotionele toestand. D.w.z. dat deze tendens mede door de geest wordt gerealiseerd en ook – althans in de meeste gevallen – geaccepteerd. Verwerpt de geest, dan zal reeds voor de dood veelal een zekere aanvaarding van de toestand tot stand zijn gekomen. Dit gebeurt echter zelden. Meestal zal de geest het gebeuren als emotionele impuls in zich dragen. Het resultaat is, dat zij – ondanks haar scheiding van het stoffelijke, die zij vaak niet eens geheel beseft – zal trachten het resultaat van haar impuls uit te werken en dus daden ook op stoffelijk peil verder zal stellen. Dit komt helaas vaak voor. Daarvan bevrijd kan die geest op de duur misschien wel erg hoog stijgen en een zeer lichtende geest worden, maar zolang zij onder de ban staat van deze emotie, zal haar streven en handelen hierdoor grotendeels worden bepaald met alle gevolgen vandien.

  • Is treuren schadelijk voor degenen, die van ons zijn heengegaan?

Treuren is begrijpelijk, maar het lijkt mij toch niet goed. In vele gevallen betekent treuren nl., een verwerpen van het goede, dat het leven biedt. Ik meen, dat een ieder, die bewust wil leven zich zal realiseren, dat je wel niets bewust moogt begeren, maar dat je daarentegen ook niets van de wereld moogt verwerpen. Degene, die treurt, sluit zich af van de wereld. Zijn wereldervaring wordt daardoor kleiner. Ik meen dan ook, dat treuren in deze tijd weinig waarde heeft. De geest wordt hierdoor bemoeilijkt in haar poging de mens te helpen, of hulp van de mens te ontvangen. Indien u mij zoudt vragen, wat mijn waardering is voor treurmuziek uitgezonden aan de hand van het gebeuren der laatste dagen, ofwel over redevoeringen, meetings enz., dan kan ik zeggen, dat mij dit een ongezond iets lijkt.

Ik kan mij voorstellen, dat men een ogenblik wil af reageren, wat men aan spanningen in zich draagt. Het is m.i., echter ongezond een ieder te dwingen gelijke emoties door te maken. Verder lijkt het mij gevaarlijk op deze wijze de zenuwen sterker te spannen en sterker gespannen te houden dan werkelijk noodzakelijk is. U ziet dus, dat ik vanuit mijn standpunt ook deze treurigheid niet kan accepteren, de ogenblikkelijke impuls van de mens wel, maar in geen geval accepteer ik een kunstmatig verlengen, of aankweken hiervan. Ook bij het persoonlijk treuren zien wij dit in vele gevallen gebeuren. Dan kunnen wij vaststellen, dat geen werkelijke treurnis bestaat, waar men deze kunstmatig weer in zich opwekt om zich op deze wijze een bepaalde noodzaak en verantwoordelijkheden in het leven te kunnen onttrekken. Dat is absoluut ongezond.