De drie grote krachten in de schepping

18 november 1960

Aan het begin van deze avond maak ik u erop attent, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Ons onderwerp voor heden is: De drie grote krachten in de schepping.

Wanneer wij de kosmos bezien, valt ons op, dat wij daarin met vele verschillende krachten te maken hebben. Wij noemen deze krachten Aspecten van het Goddelijke, maar kennen deze ook een eigen persoonlijkheid toe. In dit laatste geval noemen wij hen regeerders van een bepaald gebied in de Schepping. Wij zien deze regeerders over het algemeen als zich uitende over het geheel van het Zijn, zodat zij hun aspecten uiten onder elk van de vier hoofdelementen. Indien wij dit alles zo al aannemen, zo zal bij nader beschouwen, toch een eigenaardig feit zich aan ons opdringen: de regerende krachten blijken in drie groepen uiteen te vallen. De werking en bereiking van een dezer groepen ligt hoofdzakelijk in de mens. Deze krachten kunnen voor uw wereld alleen in de mens en door de mens geuit worden. Deze tweede groep van kracht uit zich hoofdzakelijk in wat voor u zich kenbaar maakt: als de natuur, het noodlot en alle waarden, die daaronder ressorteren. De derde groep van krachten, die evenals de andere verschillende regeerders omvat, blijkt hoofdzakelijk een geestelijk element te vormen. Naast de hardheid en vaste regels van de tweede groep toont deze groep zich aan ons hoofdzakelijk als goedheid, geestelijke hulp en kracht, die wij in het leven zozeer nodig hebben.

Met deze opsomming zou ik alle groepen van krachten hebben opgesomd, die in het menselijke leven optreden, wanneer er nog niet een eigenaardige vierde soort van kracht – of groep van krachten – binnen de menselijke mogelijkheid tot ervaren en waarnemen op zou treden. Eenvoudigheidshalve zullen wij deze groep als één enkele kracht beschouwen, omdat zij zich toch steeds als één geheel aan de mens toont en geen verschil van regeerders daarin, zelfs voor de ingewijde mens, vaststelbaar is vanuit die ontwikkeling. Deze vierde factor behoort niet tot het stoffelijke stelsel of het gekende geestelijke stelsel. Zij openbaart zich wel in de mens, maar maakt toch geen deel uit van de machten en krachten, die zich tijdens de menselijke ontwikkeling en de geestelijke voortzetting daarvan als bewuste delen van ons wezen kunnen openbaren. Kortweg spreekt men over deze kracht wel als “kennis”. Dit is wel niet heel juist, maar voor ons doel kunnen wij met deze naam wel volstaan. Ik noem deze kracht volledigheidshalve, daar zij in de mens, die zich een hoger inzicht heeft verworven, werkzaam wordt. Er blijkt dan een buiten het normale kader liggende bewustwording zich af te spelen.

Het aspect van deze kracht, dat zich openbaart in onze werelden, noemen wij met een andere naam ook nog wel eens kosmisch geheugen of kosmisch bewustzijn, waar het in deze vorm voor ons toegankelijk kan worden. In deze vorm heeft het de eigenaardigheid, dat het zich alleen aan de mens kan openbaren tot de grenzen van het voor de mens redelijk bevatbare. De hoogste krachten van de drie eerst genoemde groepen worden gezamenlijk ook nog wel eens als een afzonderlijk geheel beschouwd, waarbij men hen aanspreekt als de Drievoudig Gesluierde Waarheid, of de Verborgen Drie-eenheid. De hoogste kracht van alle groepen is voor de mens niet te benaderen, zolang hij nog behoort tot een stoffelijke of geestelijke vormkennende wereld. Eerst de geest, die het verblindende witte Licht heeft aanvaard en voor zich heeft doorleefd, kan bewust en kennende de hoogste entiteiten van de drie genoemde groepen ontmoeten en hun ware betekenis geheel begrijpen. Voor de mens is er één hoopvol feit: de hoogst staande kracht uit dit geheel, openbaart zich aan ons niet in de natuur, of in de geestelijke openbaring, die van buiten tot ons kan komen, maar leeft en bestaat op de weg, die de bewust wordende mens zelf moet gaan. Ook de slechtste kant van het bestaan, de materie zelf, de vormgevende, vormbarende en vormdragende kracht, behoort tot de ontwikkelingsreeks, waarin de mens zelf zich bevindt en maakt deel uit van het innerlijke pad.

Stellen wij de regeerders soort bij soort in reeksen op, dan krijgen wij drie lijnen: de natuur, het pad van het ego en de krachten van de geest. De middelste lijn is voor mens en mensheid natuurlijk de belangrijkste. De krachten, die wij onder het hoofd natuur hebben ondergebracht, hebben op de mens een vormende, maar ook rechterlijke en berechtende invloed. Saturnus, in zijn rol van de rechter, maakt deel uit van deze groep. De vrucht, die wij van een erkennen en beleven van deze groepen regeerders kunnen hebben, wordt voor ons geestelijk en stoffelijk neergelegd in ervaring. De groep van regeerders, die wij de goedheid noemden, de geestelijke kant, liggen in hun wezen en werken eigenlijk buiten het menselijke leven. Zij werken daarop in, en een contact met deze krachten is wel degelijk mogelijk. Maar in deze krachten kunnen wij niet leven. Ten hoogste kunnen wij in het eigen leven een pad zoeken te gaan, dat ons ook voor de invloeden van deze krachten bewust meer vatbaar maakt en ons een beter begrip geeft van hun ingrijpen en werken.

Voor degenen, die zich hiervoor interesseren, merk ik nog op dat wij spreken van tien hoofdkrachten, die, aangevuld met een elfde factor of verborgen kracht, het geheel van de Schepping voor ons uitmaken. Zij vormen in hun onderlinge samenwerking de drie lijnen, tellende 3, 4, en 3 geopenbaarde persoonlijkheden. De verhoudingen tussen deze krachten worden uitgedrukt in de 32 paden. Overigens klopt dit niet zonder meer, wanneer u dit wilt voorstellen. Daaraan is een aardigheidje verbonden, dat ik hier niet verder bespreek.

Het kennen van deze 3 hoofdrichtingen in onze kosmos wordt voor ons belangrijk, ook in verband met het wereldgebeuren, wanneer wij deze indeling op het gekende Al toepassen. Wij zien dan de materie als een soort rechterlijk, een streng oordelend en vormend geheel. Aan de andere zijde wordt de mensheid beïnvloed door de geestelijke waarden, een zuivere en goede kracht, die mild is en de mensheid zal trachten te helpen. Daartussen staat de mensheid zelf, met de daarin werkende invloeden. Ik meen er verstandig aan te doen u eerst te vertellen, dat de middelste groep van krachten, die direct in het menselijke bewustzijn zelf werkzaam zijn, als hoofdwaarde en mogelijkheid voor de stoffelijke mens, een entiteit in zich bergt, die wel vaak de Verlosser wordt genoemd. De gang, die wij zelf doormaken en de krachten, die innerlijk in ons werkzaam zijn, moeten ons allereerst gaan brengen tot een verlost zijn. Dit is in overeenstemming met de grote godsdiensten van deze wereld.

Maar van wat moeten wij verlost worden? De mensheid pleegt dit nogal stoffelijk te zien en noemt dan een zich losmaken van stoffelijke gebondenheid als voorwaarde voor een verlost worden. Men meent niet meer lekker te mogen eten, men verwerpt: “Wein, Weib und Gesang” als demonisch. Dit is natuurlijk kolder. Anderen menen, dat men zich los moet maken van de wereld. De verlossing, waarover in ons eigen wezen wordt gesproken, is niet een verlost worden van de wereld, of de krachten van de wereld. Zelfs een verlossing van de vorm ligt in ons wezen niet opgesloten. De verlossing, waarover wordt gesproken, is de verlossing van de banden, die voortkomen uit een onvolkomen besef van de Goddelijke waarheid. Om hiertoe te komen volgt de mens vanuit zijn wereld weten een innerlijke weg, die recht als een pijl naar boven gaat. Maar voor hij deze verlossing kan bereiken vindt hij nog een andere regeerder op zijn pad. Voor wij onszelf vrij kunnen maken van de waan, waarin wij leven, zullen wij een inwijding doormaken, die vanuit ons standpunt en vergeleken met de voor ons mogelijke aanvaarding van de Goddelijke werkelijkheid, nog waan is. Deze regeerder is niet een kracht, die ons vlak voor de hogere werkelijkheid brengt, of ons in staat stelt om met een aanloop over de afgronden van onbegrip en onvermogen innerlijk te springen van micro-kosmisch naar macro-kosmisch bewustzijn.

Dit is natuurlijk een punt, waarbij wij even stil moeten blijven staan. Ongeacht de invloeden, die op ons werken, brengt de innerlijke weg en bewustwording van de mens altijd eerst een opgaan van het zuiver stofgebonden naar een vlak van bewustzijn, waarin waan een belangrijke rol speelt. Eerst vanuit deze waanwereld en het aanvaarden van de wetten, die in deze waanwereld bestaan, kan de mens verder gaan naar de verlossing. Dit alles is bij de mensheid een innerlijk proces. Ongetwijfeld verlangt elke mens in zich de perfecte kroon van de bewustwording als een kracht in zich te dragen. Maar deze kroon is niet te bereiken, noch voor de enkeling, noch voor de mensheid als geheel, zolang de vorm nog betekenis heeft boven alle dingen. Zoals in een van de werken hierover geschreven staat: wie de hoogste paden wil gaan: 11, 12 en 13, moet mensloos zijn geworden en het mens-zijn vergeten. Hetzelfde werk leert ons overigens, dat het bereiken van de top volgens de bewustwording der mensheid en met een begrip voor de krachten die de mensheid vormen, slechts het begin zal zijn van een nieuwe stijging. Dit alles is esoterie.

Laat ons tot de feiten terug keren. Alles, wat boven de verlossing ligt in geestelijk opzicht, is te ver van de hedendaagse mensheid verwijderd, zodat een beschouwen daarvan weinig of geen werkelijke betekenis zou hebben voor ons, zoals wij hier samenzijn. De drie hoofdkrachten in de kosmos kunnen ons helpen het gedrag en de ontwikkeling van het menselijke ras beter en vollediger te verklaren. Zij zouden ons verder kunnen vertellen, welke affiniteiten de mens van heden heeft met de kosmische persoonlijkheden en ook duidelijk kunnen maken, waarin bepaalde heersers op het ogenblik zo sterk hun invloed op aarde bevestigen. Neem als voorbeeld Mars, de krijger met de ijzeren hand. Hij regeert een groot deel van de mensheid als in een direct contact en heeft dan ook in de ontwikkelingen op deze wereld heel wat meer in te brengen, dan men oppervlakkig zou willen aannemen. Hoe komt het, dat de mensheid de Mars invloeden zo sterk ondergaat? Om dit te verklaren zullen wij een hypothese op moeten bouwen, die met alle bekende feiten klopt. Wij beginnen natuurlijk in het stoffelijk bestaan. Onder deze krachten ligt nog wel een stoffelijke oervorm met haar eigen heerser, maar in de wereld van de mensen kunnen wij deze wel buiten beschouwing laten. Immers, deze wereld van menselijke handelingen en gedachten in onze wereld, daarbij terug te gaan tot het oerprincipe, zou ons te ver voeren.

Veiligheidshalve stel ik nog even vast: voor ons is onze wereld het laagste punt in de kosmische waarden, het punt van uitgang voor elke hogere geestelijke ontwikkeling volgens de hoge weg van het Ik, het laagst aanvaardbare en bruikbare punt in de stoffelijke ontwikkelingen. Alle uiterlijkheden in de wereld van de mensen zullen in de eerste plaats en het sterkst worden beïnvloed door de regeerders van natuur en geest, die zich het dichtst bij het door de mensheid bereikte punt bevinden. Dit geldt gelijkelijk sterk voor de krachten, die een oordeel brengen en rechtvaardigheid scheppen, als voor de krachten, die goedheid geven en geestelijke ontwikkelingen brengen. Het menselijke ras als zodanig zal nooit op een bepaald punt van zijn ontwikkeling stil kunnen blijven staan. Gezien deze toestand ook reeds 6.000 jaren geldt, is het redelijk aan te nemen dat de mensheid zowel waar het haar contacten met en begrip voor de natuur als de inzichten in de werelden van de geest betreft, een stapje verder is gekomen, ook al is de individuele mens zich van deze inwijding als eenling niet bewust.

De mensheid heeft haar eerste fase op het pad naar innerlijke bewustwording reeds afgelegd en is van een zuiver materieel bestaan naar een door meer geestelijke waarden bepaald bestaan geëvolueerd. Tijdens die ontwikkeling krijgt zij verder steeds weer te maken met een andere kosmische heerser, terwijl ook een andere planeet tot hoofdinvloed op het aardse gebeuren is geworden. Zesduizend jaar geleden was er sprake van een bijna parallel-zijn van invloeden en eigen innerlijke ontwikkelingen van de mens. Nu blijken er invloeden van buiten op de mensheid in te werken, die als regeerders veel hoger in de kosmische orde staan dan alleen uit de normale vooruitgang en de innerlijke ontwikkeling van de mens zou mogen verwacht of verondersteld worden. Bij nader onderzoek blijkt nu, dat een hogere kracht van de lijn der rechtvaardigheid een sterke invloed heeft op een lagere regeerder op diezelfde lijn en van daaruit zich sterk richt op het brandpunt van de geestelijke ontwikkeling der mensheid volgens de waarden van het heden. Ook voor de andere lijn geldt hetzelfde. Een voorstelling van deze werking kunnen wij het best duidelijk maken, wanneer wij ons een geslepen potlood voor ogen stellen: het grafiet is de menselijke ontwikkelingsbaan. De buitenzijde – stomp einde – toont ons nu, hoe langs deze buitenzijde invloeden rechtlijnig naar beneden kunnen dalen, maar daar, waar de spits – mogelijkheid tot onmiddellijke beïnvloeding – begint, zich rechtlijnig naar het grafiet wenden. Het focus van alle hogere krachten vindt op het ogenblik volgens het voor omschreven procedé, hun brandpunt in het menselijke leven en werken.

In het eigen wezen van de mens zijn bovendien nog twee krachten, die op praktisch alle mensen gelijkelijk inwerken en zo innerlijk leiding geven aan die ontwikkeling. De mensheid bevindt zich op het ogenblik reeds boven het zuiver stoffelijke, maar heeft nog niet een punt van voldoende verlossing kunnen bereiken. Zij kan op dit ogenblik niet haar bereikte punt, geestelijk zowel als stoffelijk, zonder meer blijven handhaven. Zij zal moeten kiezen en/ofwel verdergaan naar de verlosser, die een vrijmaking geeft, maar tevens de waarderingen, die nu nog bestaan, geheel zal moeten veranderen in de menselijke wereld, zowel als in het innerlijk leven van alle mensen, dan wel terug moeten vallen in haar ontwikkeling en zich weerom moeten gaan richten op de driehoek van de zuiver stoffelijke belevingen en vormen. Een andere mogelijkheid bestaat niet.

Nu wil de mensheid wel verder gaan, maar hoe? Zij kan alleen vanuit haar bestaande inwijding verder gaan, indien zij een verlossing en de daarmede gepaard gaande verandering van leven en waarderen wil aanvaarden. De verlossing houdt onder meer in een loslaten van vele redelijke stellingen en gedachten. Een loslaten van redelijke termen betekent echter, dat alles, waarop de mensheid als geheel nu haar leven tracht te baseren, omver zal worden geworpen. Het is duidelijk, dat vele invloeden binnen de mensheid zich hiertegen, op zuiver materiële gronden, zullen verzetten. Een tegenhouden betekent een terugval, die evenzeer vele, nu aanvaardbare en bestaande stoffelijke waarden zal aantasten. Eerst wanneer de mensheid als geheel het punt van de innerlijke verlossing benadert, kan de mensheid ook alle invloeden vanuit de kosmos direct ondergaan en leren begrijpen. Voordien blijft dit een onmogelijkheid.

Met deze stellingen en feiten als basis zullen wij trachten de ogenblikkelijke mogelijkheden en verhoudingen nader te berekenen. Vanuit de lijn van het geestelijke, het goede, is voor de wereld als geheel de toestand buitengewoon gunstig. Steeds meer en steeds hogere geestelijke krachten benaderen de wereld. Steeds meer wordt de mensheid als geheel gestimuleerd om de grote stap te doen en veel van hetgeen zij nu reëel, ofschoon betreurenswaardig, acht, in te wisselen voor een hogere geestelijke werkelijkheid. De mogelijkheid is groot, indien men werkelijk wil trachten los te komen van een eenzijdig gebonden zijn aan te stoffelijke waarderingen en waarden. Deze geestelijke lijn is op haar wijze werkzaam: zij inspireert de mens, geeft de mens wetenschap, machtsmiddelen, de gedachten en ideeën, waardoor het mogelijk zal zijn de mensheid tot een eenheid tezamen te smeden, terwijl toch elke mens afzonderlijk zijn eigen rechten en mogelijkheden zal kunnen behouden.

Vanuit de natuur, de rechtvaardigheid, wordt de mens ook gestuwd tot een verder gaan. Maar deze krachten kunnen niet, zoals de geestelijke krachten, werken met goedheid en zachtheid. De krachten van de natuurlijke regeerders willen natuurlijk wel hetzelfde als de geestelijke heersers, maar bezitten daarvoor de juiste geaardheid, de juiste mentaliteit niet. Stoffelijke gevolgen worden dan ook opgevoerd boven alles, wat men redelijk zou mogen verwachten en zullen meer dan normaal pijnlijk kunnen zijn, niet alleen voor enkelingen, maar voor grote groepen, of zelfs de gehele mensheid. De natuur schopt de mens a.h.w. omhoog. U hebt waarschijnlijk zelf, zij het door ervaring of aanschouwing, wel vast kunnen stellen, dat een wel geplaatste voetdruk op het zitvlak, de verplaatsingsmogelijkheid van de mens aanmerkelijk kan vermeerderen, wanneer hij tenminste niet valt door gebrek aan reactie en evenwichtszin. M.a.w., hoe pijnlijk ook de vele stoffelijke impulsen zullen zijn, die vanuit de natuur en het noodlot de mensheid bereiken, toch kunnen zij de mensheid zeer snel tot een nieuwe bewustwording brengen, wanneer de mensheid onder deze druk van omstandigheden tenminste niet het evenwicht verliest. Een val betekent een waarschijnlijke ondergang en een zekere teruggang. De mensheid kan niet verderop gaan, wanneer hij niet voldoende evenwichtig is om de schokken van een te snel gaande stoffelijke en natuurlijke ontwikkeling op te volgen. Sommigen zullen opmerken, dat de mens, die de stellingen van de driehoekige piramide kent, al deze dingen anders leert zien en daardoor evenwichtig zal blijven ondanks alles. Maar er zijn zovele mensen, die van deze dingen niets weten.

Voor de mensheid geldt – gezien een tekort aan ingewijden – de vraag: hoe moeten wij het evenwicht in de wereld behouden en ons tegen de schokken van natuur en noodlot gedragen, wanneer dezen ons voor de gemiddelde geestelijke ontwikkeling wat te snel verder stuwen? Belangrijk is, dat de mensheid aanpassingsvermogen bezit en leert met deze schokken en gebeurtenissen mee te geven, er met mee te gaan en zo er profijt van te trekken. Dit is gelukkig eenvoudiger dan het op het eerste gezicht wel lijkt; ook wanneer wij in de geest niet vrijelijk de paden kunnen gaan, die ons bewust van kracht tot kracht voeren en niet door kunnen dringen in het wezen van de regerende krachten zelf, zullen wij – zij het onbewust of instinctief – toch deel hebben aan al deze krachten.

Hetgeen ik gesteld heb, is immers een beeld van de kosmos als geheel. Dit geldt niet alleen voor de aarde, het zonnestelsel, of een zonnenevel, maar voor het gehele Al, zonder uitzondering. En in het Al geldt een regel, die ik hier met nadruk nog eens onder uw aandacht breng.

Elke macrokosmische kracht en de bestaande verhoudingsmogelijkheden tussen kosmische krachten, zullen ook microkosmisch uitgedrukt zijn. Wij spreken nu over de hoge en kosmische krachten. In vergelijk met hen bent u microkosmisch. Zo zullen in u alle verhoudingen en krachten kunnen bestaan, die in de macrokosmos aanwezig zijn. U bent niet alleen een deel van de weg, u bent ook nog eens dé weg, het gehele systeem van de Schepping. Terwijl je als mens een partikel bent, dat in de levensboom naar de top gaat, ben je in jezelf tevens de potentiële levensboom met alle krachten en mogelijkheden. Innerlijk ben je, ongeacht je bewustzijn, dus identiek met de levende kracht en zijn uiting, ook wanneer je je daarvan niet of niet voldoende bewust bent.

  • Is de verhouding als die tussen een soldaat en een leger?

Enigszins. Een leger is een machine om te vechten. Alles, wat dit leger wil en kan doen, zal het trachten te weerkaatsen binnen elke soldaat, zodat de principiële waarde van het leger binnen elke soldaat geheel zou moeten bestaan. De eenheid en gelijkheid werd door Napoleon uitgedrukt, toen hij sprak: “Elke soldaat heeft de veldmaarschalkstaf in zijn ransel”. Wanneer wij in onszelf – ook al is dit niet bewust – al de kosmische krachten dragen, dan zullen wij zelf onbewust van de werkelijke waarden en gebeurtenissen harmonisch kunnen zijn met enkele of alle krachten. Indien wij een evenwicht zoeken om in de stof op de juiste wijze mee te kunnen leven met de druk van de krachten van natuur en noodlot, zullen wij er zorg voor moeten dragen, dat in ons een evenwicht bestaat tussen stof en geest. Enerzijds openbaren zich in het wezen van de mens immers de krachten van het stoffelijke bestaan, de natuur en het noodlot, die zich openbaren in de materiële verhoudingen, terwijl aan de andere kant ook de Lichtende krachten van de geest en goedheid ons innerlijk leven en de wijze, waarop wij de wereld beleven, beïnvloeden.

De kracht van de stof werd overigens door de oude Egyptenaren de moederkracht genoemd, terwijl men de geestelijke, de belerende en helpende kracht vaderkracht noemde. De erfelijkheidsleer zegt ons, dat een evenwichtig en gezond mens voortkomt uit een evenwichtig zich openbaren van de krachten en eigenschappen van vader en moeder binnen de ordende mens. Dit geldt ook geestelijk. Wanneer je in de geest een evenwicht tussen deze waarden weet te handhaven, is je eigen geestelijke ontwikkeling – middelste lijn van het schema – ook gezond en zul je elke van buiten komende invloed geheel en harmonisch kunnen verwerken. Degene, die de van buiten komende krachten innerlijk kan verwerken, zal ontdekken, dat hij aan de ene kant wordt geleid naar een beter en voller geestelijk bestaan, terwijl hij aan de andere kant tot een innerlijke bereiking wordt gestuwd. Op deze wijze zal elke mens voor zich reeds gebruik kunnen maken van de invloeden, waarover wij spreken.

Misschien bent u nu geneigd, dit alles zeer mystiek te gaan bekijken, maar de mystiek brengt ons, wanneer het om eigen wereld en leven gaat, soms zó ver van huis, dat zij ons brengt in allerhande vreemde werelden en toestanden, waar wij eerst weer zullen moeten leren, wat wij nu wel en wat wij niet kunnen doen. Dit brengt vele gevaren met zich mee. Het pad van de mysticus is als het smalle pad door het moeras; zolang je op de weg blijft gaat alles goed; wie links of rechts terzijde zou stappen gaat ten onder. Bovendien is het in de stof niet onmogelijk, dat je op een dergelijk paadje een koddebeier ontmoet, die vraagt, of je wel een wandelkaart hebt. In de geest bestaan ook wachters. Hieruit volgt, dat wij ons als mens reeds niet zonder voldoende voorbereidingen naar de mystieke beleving kunnen wenden. Wij mogen zeker niet verwachten, dat de mensheid als geheel dit eens zal kunnen doen. Zo blijft alleen de stoffelijke rede plus de innerlijke kracht voor de mensheid als mogelijkheid over. De rede beschikt over sommige belangrijke wapens. Eén daarvan is de psychologie, waardoor wij voor anderen en voor onszelf de werkelijkheid aanmerkelijk kunnen wijzigen en zelfs op den duur een geheel andere werkelijkheid kunnen scheppen. Zodra het om geheel de mensheid gaat, zullen wij hiervan, evenals van de andere nu en hier bestaande mogelijkheden gebruik moeten maken.

Dit houdt in, dat het in het stoffelijke leven er nooit om kan gaan een bepaalde idee te doen overwinnen, een bepaalde geestelijke of stoffelijke zienswijze aan een zegepraal te helpen. Het is wel onze taak er zorg voor te dragen, dat elke idee kan leven en bestaan onder de mensen, dat elke praktijk kan bestaan, zonder dat een bepaalde praktijk een overheersing van alle andere mogelijke praktijken in zou houden. Juist de meer ingewijde zal daarom in de stof gemeenlijk de boot in het midden laten. Deze term is van de rivierschippers afkomstig, die uit ervaring al wisten, dat degene, die zich te dicht bij deze of gene zijde van de rivier waagt, in groot gevaar verkeert zelf te stranden; laat je de boot in het midden, dan ben je voor de invloeden van de kant betrekkelijk veilig, terwijl de boot zelf door de stroom wordt voortgedragen. Dit is nu op het ogenblik voor allen de bedoeling. Omdat de mensheid als geheel niet volledig bewust kan zijn, zal deze door de stroom der kosmische invloeden en ontwikkelingen naar het volgende punt van bestemming voortgedragen dienen te worden. De nadruk komt daarom voor de ingewijde niet te liggen op de vooruitgang, maar op het bewaren van een innerlijk en uiterlijk evenwicht gedurende het verder gaan. Het punt van evenwicht is een schijnbaar punt van rust, maar voor de mensheid tevens een schijnbaar punt van frustratie, omdat niemand geheel zijn zin krijgt. Toch is dit punt, ongeacht de bezwaren die wij persoonlijk daartegen kunnen hebben, voor de mensheid het meest gunstige, omdat alleen op dit punt de kosmische regeerders hun invloed en bedoeling geheel in de mensheid vast kunnen leggen.

De mens, die nadenkt, gaat nog een stap verder en stelt: Wat moeten wij doen? Wij weten, dat die kosmische regeerders – of krachten – er zijn. Goed, maar wat moeten wij doen? Wat is onze taak dan hierin? Het beste maak ik dit duidelijk in het volgende voorbeeld. U hebt misschien wel eens de tewaterlating van een schuit in een smalle stroom meegemaakt. Dan weet u ook, dat in de meeste gevallen een schuit met de steven in de tegenoverliggende oever vastloopt. De bouwers van de schuiten, die dit wisten, nodigden voor de tewaterlating dan ook een aantal jongens aan boord; die vonden dat natuurlijk schitterend. Zodra men nu zag, dat de boot in de tegenoverliggende oever vast zou lopen, gaf men de knapen bevel allen tezamen van de ene zijde van het schip naar de andere zijde te lopen en vice versa. De boot werd hierdoor in een waggelende beweging gebracht en kwam, zelfs indien zij behoorlijk vast liep, snel en zonder te grote middelen weer vrij.

Het schip van de mensheid lijkt in deze dagen ook nogal eens vast te lopen. Wij kunnen als mensen alleen door voortdurend heen en weer te lopen, nu eens aan deze zijde te helpen dan weer eens daar invloed uit te oefenen, voorkomen, dat de mensheid geheel vastloopt, of in eenzijdigheid zichzelf ten onder richt. De kosmische krachten voeren de mensheid wel, wanneer wij er maar voor zorgen, dat de mensheid niet in een bepaalde denk- of leefwijze geheel vastloopt. Dit betekent, dat men zelf alle eenzijdigheid moet vermijden. Het betekent, dat men verdraagzaam moet zijn. De verdraagzaamheid betekent zelfs, dat men strijdige bewegingen, denkrichtingen en partijen steunt op de ogenblikken, dat zij ten bate van het geheel kunnen werken en de evenwichtigheid van de mensheid als geheel ten goede schijnen te komen. De onafhankelijke mens, die zich voortdurend als een onpartijdige gedraagt en verdraagzaam met allen in zekere eenheid leeft, is wel het ideale voorbeeld voor de mens. Het zijn dezen, die de mensheid kunnen helpen zichzelf te overwinnen en het geheel van de mensheid verder kunnen voeren tot het punt van verlossing, het nieuwe geestelijke inzicht. Aquarius belooft ons het nieuwe geestelijke inzicht. Dit houdt in, dat niet slechts voor de eenling, maar ook voor de massa het bereiken van het nieuwe inzicht steeds dichterbij komt, dat het voor mens en geest steeds eenvoudiger is de weg van de bewustwording tot de verlosser te gaan. Dan zijn wij – kosmisch gezien – nog wel niet ver, maar wij zijn boven het lagere uitgekomen en kunnen beginnen te zoeken naar het ware geheim Gods. Voor alles is het noodzakelijk de verlossing van de grote waan te vinden.

Voor uzelf zou ik verder – als levensleer – bovendien nog willen zeggen:   Bedenk goed, dat iets, wat je vandaag doet, iets, dat nu geheel aanvaardbaar is, morgen reeds kwaad en niet aanvaardbaar meer kan zijn. Vandaag geeft u een arme te eten en redt daardoor mede een mensenleven. Morgen geeft u een arme te eten, maar in plaats een mens het leven te redden, brengt u een mens tot een morele ondergang, waar hij gemakkelijk op kosten van anderen meent te kunnen leven en uw maal hem in deze overtuiging sterkt. Van ogenblik tot ogenblik veranderen de mogelijkheden en de situaties in het leven, ook voor u. Handel niet naar al te vaste regels, maar vraag u steeds weer af; kan dit nu goed zijn? Wat voor mogelijkheden geeft dit mij nu? Wees vandaag desnoods streng en sla met de vuist op tafel, om morgen voor precies hetzelfde gebeuren slechts een zachtmoedig aanvaarden over te hebben.

Bedenk, dat het bij dit alles niet om het veranderen van standpunt alleen gaat; belangrijk is de zin, die men in de dingen en daden ziet. Elke mens dient zeer wel te beseffen, dat de maatstaven in deze dagen zo snel veranderen, dat elke in het ik als vast en blijven gehanteerde maatstaf, die betrekking heeft op de stof, noodzakelijkerwijze reeds tot een eenzijdigheid van gedrag en daardoor mogelijke schade voert. Dit niet alleen voor uzelf, maar ook voor vele anderen. Het gevolg zal zijn, dat men de verlossing niet bereiken kan, waarheen de mensheid zich op het ogenblik reeds beweegt, ongeacht de onaangename verschijnselen van deze dagen, de trappen, die wij van natuur en noodlot achterna krijgen. Ga voor alles steeds ook zelf de weg naar verlossing en Licht, elk ogenblik afzonderlijk beziende, wat mag en wat niet mag, wat gedaan moet worden en wat men moet laten. Pas u steeds weer aan, aan elke mens en aan elke situatie. Realiseert u steeds, ook wanneer u de grote lijnen nog niet kunt zien, zo goed mogelijk, wat op dit ogenblik, voor deze zaak en voor deze mens het goede, het noodzakelijke is. Alleen dan zullen wij de kosmische krachten, die immers ook in ons aanwezig zijn, steeds beter leren beseffen en het contact met de regeerders van het leven steeds beter leren gebruiken om tot een steeds beter en groter resultaat te komen. Je zou het zo kunnen zeggen: erkennende, dat buiten ons krachten van de natuur en de geest bestaan, moeten wij zelf daartussen leren staan als het pad van verlossing en bewustwording, weergevende in ons wezen de verlossing en de geestelijke hergeboorte, die voortkomen uit een waar en geestelijk bereiken.

  • Ik denk hierbij aan de lijn van het midden, die ook de Roomse kerk kent. Ook  hierbij  moet al de krachten van links en rechts elkaar opheffen. Dit lijkt mij aanvaardbaar  en een parallel van hetgeen u op andere basis hebt gezegd.

Persoonlijk vind ik dit niet aanvaardbaar, ofschoon u voor uzelf wel weet dat hetgeen ik naar voren bracht, nog wel wat verder gaat dan het gesprokene duidelijk maakt. Ik stel, dat deze weg van het midden niet alleen mag bestaan in een kerk, of een bepaald genootschap. Zij moet worden doorgevoerd t.o.v. alle krachten. Zodra wij dit alleen binnen een bepaalde gemeenschap willen zien, waarbij die gemeenschap zich superioriteit toekent en in zich besloten wil blijven, is het gevaar van een afwijken aan de hand van de beginselen van de groep, zij het naar links of naar rechts. Dan kom ik weer op mijn voorbeeld van het moeras terecht: een kleine afwijking van het juiste pad, doet reeds afdwalen van de juiste geestelijke weg. Of u naast het pad een moeras wilt zien of een jungle, waarin u door ongekende wilde dieren wordt belaagd, is hetzelfde: het gevaar is er. Afwijken van het geestelijke pad is zeer gevaarlijk. Eenzijdigheid voert tot afwijkingen. Dit geldt niet alleen voor de geestelijke sferen, maar wel degelijk ook voor de stof en de mensheid. In deze zin is elk dogma een gevaar.   Verder gaat men in de meeste kerken niet de gehele bewustwording na, maar blijft men steken bij de openbaring of de verlossing. M.a.w.: men maakt iets, wat nog onder het middelpunt van de kosmische wording voor mens en mensheid ligt, tot einddoel. Wanneer wij zo streven, als door mij werd aangegeven, zal dat alleen geheel zin hebben, indien wij ook onze verlossing niet willen zien als voortkomende uit een bepaalde denkwijze, of uit een bepaalde groep op aarde. Alleen wanneer wij zo de geestelijke vrijheid paren met het gaan van het juiste innerlijke pad, zullen wij stoffelijke bereikingen en geestelijke vorming met het kennen van de kroon der schepping kunnen paren. Zonder dit zal er altijd een verwarring blijven bestaan, omdat wij een deel van de harmonische krachten in de kosmos ontkennen, of als demonisch beschouwen. Hierop mogen wij wel de nadruk leggen, indien wij niet teloor willen gaan in de eenzijdigheid. Voor wetenden voeg ik hier duidelijkheidshalve nog aan toe, dat ik als punt van uitgang Malkuth heb gebruikt, waar deze kracht voor mij het beeld is van uw wereld.

In mijn betoog ging het mij verder om de conclusie, dat links en rechts elkaar niet alleen binnen het ik op kunnen heffen, maar als uiterlijke waarde voortdurend stuivertje wisselen, zonder dat dit wisselen van uiterlijke waarden voor ons een beïnvloeding van het innerlijke leven mag betekenen. Er is immers geen goed en geen kwaad in de kosmos! Het enige, wat wel bestaat is evenwicht – harmonie – en onevenwichtigheid: chaos. Juist wanneer je bewuster wordt, zul je ontdekken, dat zelfs indien vaste krachten en entiteiten je beïnvloeden, je de waarderingen – die je stoffelijk hanteert – ook voor deze voortdurend zult moeten wijzigen. De vastheid van waarden, die men in de wereld stelt is hierdoor in feite waardeloos geworden. Voor de bewuste blijft alles afhankelijk van de vraag: “Zal deze gedachte, handeling of waarde in de wereld gecompenseerd kunnen worden, zodat er in de wereld en onszelf een zo groot mogelijke harmonie ontstaat, of zullen wij hierdoor tot een vergroting van onevenwichtigheid komen?” Mijn waarschuwing blijft dus: handel niet naar gewoonten en hanteer niet te veel vaste maatstaven. Beoordeel elke daad en elke gedachte vanuit uw innerlijk weten en stel daarbij voor alles steeds weer de vraag: wat is noodzakelijk om tot een zo groot mogelijk innerlijk evenwicht te komen?

Wanneer men spreekt over de moeilijkheden, die men in het leven moet overwinnen denk ik niet zozeer aan de krachten van natuur en gerechtigheid. Ik denk dan meer aan de beproevingen, de wachters, die wij op het pad der inwijding voortdurend zullen ontmoeten. Indien u spreekt over toeval, oorzaak en gevolg en daarmede de vanuit de wereld komende moeilijkheden bedoelt, die wij zelf tot moeilijkheden kunt maken, dan is de door u aangeduide weg aanvaardbaar. Bedenk verder, dat de moeilijkheden die wij in het leven te overwinnen krijgen vaak evenveel deuren zijn, die wij moeten openen en desnoods zelfs forceren, om het geestelijke pad verder te kunnen gaan. Indien wij invloeden moeten overwinnen, bv. kosmische, dan is ons dit alleen mogelijk, door er zorg voor te dragen dat zij op ons geen eenzijdige werking kunnen hebben, zodat ons evenwicht hierdoor niet verstoord wordt. Wanneer God ons in zijn wereld tussen zijn Liefde en Zijn gestrengheid doet balanceren, zo moeten wij in onszelf leren, zijn Goedertierenheid in, voor en vanuit onszelf te ervaren en te beleven. Alleen zo zullen de uit het goddelijke tot ons komende waarden in ons tot een God openbarende eenheid kunnen worden. Dit is dan het esoterische pad van het midden, waarom het mij in hoofdzaak gaat.

  • In de natuur zien wij, dat een evenwicht dat verstoord is, op den duur langs natuurlijke weg hersteld zal worden. Zoals bij vloeistoffen bv. Geschiedt dit in de mens niet evenzo?

Op het punt van laagste ontwikkeling, zo wij daar terugkeren, ja. Maar dit punt ligt nog onder de kracht die ik als beeld van uw wereld genoemd heb. Indien de mens terugkeert tot de chaos herstelt zich in hem het evenwicht der krachten en hij zal hernieuwd het pad der bewustwording kunnen gaan. Maar zolang wij ons nog op het pad bevinden is er geen sprake van een natuurlijk herstel van het evenwicht. Anders gezegd: water, dat van niveau tot niveau stroomt, tracht zijn evenwicht te herstellen, maar vindt dit eerst in het laagste bassin. Wij echter zijn niet bewust deel van een kracht, maar bewegen ons op de paden, die van kracht tot kracht voeren Eerst wanneer wij teruggekeerd zijn tot het laagste niveau, is er voor ons een mogelijkheid, dat een automatisch herstel van evenwicht optreedt. Waar wij, zolang er nog sprake is van bewustzijn, de laagste trap niet hebben bereikt, zal er dus voor de mens geen sprake kunnen zijn van een herstellen van het evenwicht door de kracht van de natuur. De plaats, waarop wij in de kosmos ons bevinden, staat in het watervoorbeeld gelijk met de stroom die tussen de niveaus zal staan. Wij zullen dus de invloeden, die ons beroeren voortdurend moeten compenseren, om onszelf te kunnen zijn en blijven. Op den duur zullen wij echter boven de stroming uit kunnen rijzen en zo, overzicht gewinnende, van de beïnvloedingen van alle stromingen in de kosmos vrij worden, In dat geval bezitten wij een eigen en blijvend evenwicht, overzien alle vlakken van de openbaring, zonder ooit van de werking op een van die vlakken verder afhankelijk te zijn.

Voor ik afscheid neem van u, zou ik nog graag een tweede punt kort met u aansnijden. Er bestaan bepaalde spreuken, die wij bij haast alle volkeren en in haast alle grote leringen terug kunnen vinden. Een daarvan, die wij ook in de evangeliën vinden, luidt: “Vraagt en u zal gegeven worden, klopt en u zal worden opengedaan”. De betekenis hiervan is onder meer dat de mens, die werkelijk, met geheel zijn wezen en bij voortduring, om een bepaalde vervulling vraagt in het leven, deze ook wel zal verkrijgen. De mens, die werkelijk door wil dringen tot een hoger geestelijk vlak zal, volgens deze zelfde spreuk dit kunnen bereiken, indien hij zich hier met geheel zijn wezen op blijft richten. Nemen wij dit echter aan, dan moeten wij ook stellen: Indien ik alles kan bereiken, wat ik verlang – en dit is het geval volgens de grootste meesters die op aarde hebben geleefd – zal mijn verlangen niet altijd in overeenstemming kunnen zijn met de wensen en verlangens van anderen, die evenzeer met geheel hun wezen naar dit doel streven. Het zal voor kunnen komen, dat twee mensen, beide met eenzelfde geloof en gehele inzet van hun persoonlijkheid strevende, een zelfde probleem op tegengestelde wijze opgelost willen zien.

Dit is volgens de menselijke rede onmogelijk. Zij kunnen niet beiden geheel hun zin krijgen, zolang zij in dezelfde werkelijkheid bestaan. Een vreemd punt. Indien ik echter stel, dat beiden niet noodzakelijkerwijze in dezelfde werkelijkheid hoeven voort te leven, zo is vervulling van de tegenstrijdige wensen zonder meer mogelijk. Dit zou dan ook gelden voor een stoffelijk gebeuren in een stoffelijke wereld. Deze mogelijkheid ontstaat dan dank zij het feit, dat een verschuiving van waarden plaats vindt. Deze verschuiving kan er ook een zijn, die in de mens zelf is gelegen. In de praktijk zien wij meerdere gevallen van strijd, waarbij beide participanten menen er het beste af te zijn gekomen, terwijl volgens ons beiden er even slecht af zijn gekomen Hieruit volgt, dat onze eigen instelling voor een zeer groot deel uitmaakt van wat wij van de wereldwerkelijkheid ook werkelijk zullen beleven.

Nu stel ik het volgende: Op het ogenblik dat ik, met inzet van mijn gehele persoonlijkheid, een volledig vertrouwen, en een zo klein mogelijke zelfzucht een bepaalde waarde tracht te verwerkelijken, wordt het begeerde voor mij ook zonder meer werkelijk. Slechts het stellen van condities, die te ver gaan en daardoor mijn eigen geloof kunnen verminderen – zoals een stellen, dat iets juist op die plaats, krachten, die oorzaak of op die tijd zal dienen te geschieden – zullen hierin een beperking kunnen vormen. Overigens zal de verwerkelijking van het verlangde – wordt er geen conditie bij gesteld – vaak zeer snel plaats vinden. Het begeerde zal dan voor mij reëel bestaan, maar niet voor alle anderen even werkelijk of klaarblijkelijk zijn. Laat mij het eenvoudiger stellen: u wilt op een gegeven ogenblik rijk zijn. U krijgt nu – waar u deze rijkdom niet voor uzelf begeert – zoveel mogelijkheden anderen te helpen, dat u voor uw gevoel werkelijk rijk bent. Een ander zal dit echter niet zo kunnen beseffen, zodat u in de ogen van die ander niet rijker bent geworden en dezelfde blijft.

Wanneer wij met geheel ons wezen en zonder zelfzucht iets tot werkelijkheid trachten te maken, zo zal dit voor ons reëel worden omdat wij uit de ons omringende grootkrachten – tien in getal plus de factor weten – juist die invloeden wekken, waardoor iets geschapen kan worden dat, zover het ons betreft, geheel echt, blijvend en werkelijk is. Dit reikt vanaf de mogelijkheid om op tijd te eten tot het opwekken van doden en het wandelen in de hemelen, tot een doordringen in werelden van Licht, waarin zelfs engelen slechts aarzelend durven binnen gaan. Zo sterk is dit.

M.i. vloeit hieruit voort, dat het menselijke denken voor de mens in de kosmos wel degelijk een selectieve werking heeft. Zolang de mens echter iets door wil zetten en daarbij van zichzelf uitgaat, zal hij dit zien als een bereiken t.o.v. de gemeenschap, waardoor hij aan die gemeen- schap gebonden zal blijven. Zodra de mens iets wil volbrengen en daarbij niet uitgaat van eigen verhoudingen, van de behoeften van anderen, maakt hij dit voor zichzelf – en zonder de beperkingen, die uit de mensheid voort kunnen komen – tot werkelijkheid. Het gevolg hiervan is, dat de mens, die in perfecte naastenliefde tracht te leven, daardoor voor zichzelf een perfecte en feitelijke Goddelijke Liefde tot stand brengt. Zelfs de mens, die met volledig geloof en overtuiging een medemens tracht te bevrijden van hetgeen hij als kwaad ziet, zal, ongeacht de verdere mogelijkheden, zichzelf daarbij van onevenwichtigheden zuiveren en evolueren naar een hoger besef.

Een buitenstaander zal hiervan weinig bemerken. Toch betekent dit, dat die mens in zich een veel hogere kracht heeft, waardoor het hem mogelijk zal zijn, zijn medemensen te steunen en tot evenwichtigheid te brengen. Voor ons allen, stof en geest gelijkelijk, geldt dan ook, dat – zo wij precies weten, wat wij willen en het hoe, waar en wanneer aan de kosmos overlaten – wij al het verlangde tot werkelijkheid zullen kunnen maken. Hebben wij het verlangde bereikt, dan zal dit, omdat het met ons beste en onzelfzuchtigste streven strookt, ons innerlijk groter evenwicht en bewustzijn geven. Groter bewustzijn maakt een beter en overlegder handelen en een bewuster hanteren van invloeden mogelijk, zodat daardoor ook de evenwichtigheid van de mensheid versterkt zal worden.

Laat mij ten laatste nog eens herhalen: om als mens te midden van de grote kosmische persoonlijkheden of krachten het juiste pad te vinden en bij voortduring te gaan, zal men bezield moeten zijn door een innig geloof, dat in zich ook een beeld draagt van de wijze, waarop dit geloof eens tot werkelijkheid zal worden. Kennis kan hoogstens een instrument zijn voor de mens. Zij kan ons misschien tonen, op welke wijze wij het juiste inzicht verwerven en met de juiste krachten in contact kunnen komen. Maar kennis zonder een geloof kan de mens nooit voeren tot in het werkelijke Licht, of het hem mogelijk maken door te dringen achter de grote geheimen van de Schepping. Het geloof kan dit wel: de mens, die handelt uit geloof, ongeacht zijn uitgangspunt, zal voor zich de bewustwording verwerkelijken, zolang hij niet zichzelf zoekt. De sleutels van het Al zal men door het geloof kunnen ontdekken en daarmee tevens voor elke niet volbewuste kracht in geest en stof een evenwicht brengende kracht zijn, zodat – dankzij hen, die geloven en waarheid zoeken – de gemeenschap sneller zal kunnen opgaan en evolueren tot hoger begrip. Dit zal sneller gaan, naarmate meer mensen durven leven uit een geloof en trachten voor hun medemensen de wereld beter te maken, levende in de zekerheid, dat al, wat zij dromen, in God eens voor hen, werkelijkheid zal zijn.

Het voorgaande geldt niet in elk verband, maar wel in verband met de vooromschreven kosmische krachten, evenals bij bepaalde magische werkingen waarover ik u hier niet verder mag spreken.

———————————–

Esoterische werkingen in de mens

In het eerste gedeelte hebt u een kabbalist over werkingen in de wereld horen spreken. Voor mij betekent dit, dat ik de esoterische werkingen in de mens moet gaan beschrijven. Nu zult u wel begrijpen, dat het mij onmogelijk is hier opeens en zonder meer de kabbalistische esoterie te gaan behandelen. Ten eerste zou dit te ver voeren en teveel tijd vergen, terwijl mij bovendien teveel grenzen worden gesteld. Wel kan ik u iets vertellen op hetgeen er in de mens zo ongeveer kan gebeuren. Ik grijp hiervoor terug op wat u in het eerste deel hebt gehoord.

In het Al zijn er verschillende grote krachten, die ten dele ook met de planeten worden vereenzelvigd. Om esoterisch door te dringen tot de werkelijkheid, moeten wij allereerst wel beseffen, dat ons ik niet zonder meer en altijd aan deze krachten zelf gebonden kan zijn. Elk wezen, mens en geest, leeft in een wereld van verschijnselen, die voor ons bestaan en beleven zó belangrijk zijn, dat wij vaak meer belang zullen hebben bij de werkingen van kracht, die tussen twee kosmische heersers bestaan, dan bij het feitelijke wezen zelf van deze krachten. Het is ons eerst esoterisch dan mogelijk tot het kennen van de grootmachten te komen, die de Schepping beheersen, wanneer wij eerst hebben geleerd de werelden der verschijnselen en alle verhoudingen, die daarin tussen de kosmische grootmachten kunnen bestaan voor onszelf als een geestelijk beleven te ondergaan.

Daarmee staan wij voor de vraag, die de esotericus zich steeds weer zal stellen: hoe moet ik denken? Wat moet ik gaan beleven?

Elke mens bereikt een bepaald punt van bekwaamheid in het leven. Dit is logisch. Je streeft geestelijk in een bepaalde richting, je krijgt contact met bepaalde groepen en leert te werken met bepaalde waarden. Heel vaak kunnen wij dit voor een mens in de stof zien aan de heersende planeet. Deze geeft aan, voor welke geestelijke waarden en invloeden men het meest gevoelig is, waarin men het meeste kan bereiken. Wanneer een bepaalde planeet de horoscoop beheerst op de ascendenten, kunnen wij met betrekkelijk grote zekerheid stellen, dat de ervaringen, die wij op willen doen en de geestelijke bewustwording, die wij kunnen winnen, voornamelijk ligt tussen de aarde, waarop wij leven en de kracht, die door genoemde planeet wordt weergegeven. Eerst indien wij dit geheel bereikt hebben, zullen wij met andere machten op een esoterisch bevredigende wijze samen kunnen gaan. Dank zij dit feit hebben wij enig houvast bij een zoeken naar contact met hogere krachten en vinden wij voor onszelf een bepaald pad als eerste streven aangegeven.

Ook verstandelijk kunnen wij hieruit veel lering trekken, wanneer wij weten, welke eigenschappen aan de, geest, die door planeet wordt aangeduid – een sefira – worden toegeschreven. De geest heeft bepaalde eigenschappen en kwaliteiten, evenals een planeet bepaalde eigenschappen heeft. De eigenschappen van de geest zullen aanmerkelijk van de waarden van onze eigen wereld verschillen. Indien wij nu trachten een verband te vinden tussen ons eigen wereld beleven en de geest, die op de horoscoop heerst, zullen wij de eerste trap van bewustwording kunnen betreden. Dit is een belangrijk punt in de inwijding, omdat wij hieruit tevens de voor ons  meest belangrijke eigenschappen op de eigen wereld zullen kennen. Innerlijk kunnen wij alle ervaringen redelijk en belangrijk verwerken.

Toch zou dit alles nog niet zo belangrijk zijn, indien het hier alleen om de zuiver stoffelijke waarden ging. Maar alles, wat in de wereld bestaat, wordt in onze innerlijke wereld weerkaatst. Alles, wat is buiten u, vindt een evenwaardige kracht in uw innerlijk. Wanneer wij nu buiten ons een bepaalde waarde hebben vastgesteld, daarbij de waarden bepalende aan de hand van stoffelijke ondervindingen en zoeken, zo kunnen wij veilig aannemen, dat dezelfde waarden in ons bestaan, terwijl ongeveer gelijke regels in ons zullen gelden. Daardoor kun je nu gaan proberen dezelfde waarden zonder de stof – dus zuiver in de geest – na te gaan en de geestelijke achtergronden ervan te ontdekken. Men gaat, wat het in de hoofdlijn bleek te zijn, innerlijk na, om zo eigen geestelijke krachten te activeren. Dit is dan misschien wel de regelrechte bewustwording van het Licht, die wij allen zo graag door zouden maken, maar het helpt ons toch een heel eind op de goede weg. Vergeet daarbij niet, dat, indien wij innerlijke contacten met grootgeestelijke waarden kunnen beseffen, wij ook innerlijk steeds zullen weten wat ons eerst- volgende doel in bewust zoeken en streven moet zijn. Er ontstaat een schets van eigen innerlijk wezen, waaruit duidelijk wordt wat wij in de eerste plaats innerlijk zullen moeten doormaken en bereiken.

Deze bereiking ligt voor elke esotericus op eigen terrein. Je kunt een verwantschap met een grootgeestelijke kracht hebben, die alleen in meditatie kan worden uitgedrukt. Dan zul je de meditatie niet inschakelen als een noodzakelijk kwaad, maar alle overdenkingen, waartoe je geneigd bent, op die geestelijke grootmacht betrekken. Hierdoor bereik je, dat de boodschappers, wachters, of bemiddelaars, die zich op het geestelijke pad tussen uw wereld en de bedoelde geestelijke grootmacht bevinden, u leren kennen. Zij weten dan, dat u erbij hoort. Zij zullen u helpen en steunen in plaats van u hindernissen in de weg te leggen. Daardoor kunt u uittreden naar een andere geestelijke wereld, waarin u vele dingen kunt waarnemen en doormaken.

Dit alles wordt niet alleen een deel van uw geestelijke ervaring, maar wordt ook vastgelegd in het stoffelijke bewustzijn. Zo wordt het u steeds gemakkelijk om uw eigen doel te omschrijven en de wijze, waar op men moet denken en handelen, juist vast te stellen, terwijl men ook over meer ervaring en krachten beschikt om moeilijkheden van die weg te overwinnen. Een je daarbij vasthouden aan symbolische voorstellingen als bv. de indeling van de groot kosmische krachten in drie zuilen of lijnen, is vaak gevaarlijk en lastig. Hierdoor dringt zich een bepaalde waardering op en men komt tot het stellen van een volgorde van belangrijkheid. Maar wij kunnen voor ons zelf moeilijk zeggen, welke krachten voor ons de meest belangrijke zijn en in welke volgorde wij tot die krachten moeten trachten door te dringen.

Voor de leek geldt dat men in zekere zin op de gis moet werken. Men zoekt eenvoudig uit: onder welke kracht val ik in de eerste plaats, en begint alvast het contact met die kracht te zoeken. Er bestaat wel een kosmische lijn – men noemt deze de slang in de levensboom – aan de hand waarvan de ingewijden kunnen berekenen met welke krachten zij achtereenvolgens contact op moeten nemen. Zelfs indien je dit alles weet, zal deze voorstelling en de daaruit voortvloeiende kosmische ordening alleen gelden voor de mens, die zich stoffelijk geheel overwonnen heeft: Slechts hij, die meester is van zijn stoffelijk wezen en onaantastbaar is voor stoffelijk begeren en stoffelijke vrees, kan de kosmische weg gaan, zonder eenmaal af te wijken van het pad, of ook maar eenmaal te vallen.

In deze spreuk ontmoeten oost en west elkaar. De esoterie van de innerlijke wereld en de meer bewust zoekende, de meer actieve en strevende esoterie van de mens, die ook een doel zoekt en geen genoegen neemt met alleen bereiken, komen hier samen. De consequenties, die dit alles met zich brengt, zijn reeds op de eerste blik kenbaar: u bent geen meester van uzelf. Integendeel, u wordt voortdurend gedreven door angsten en begeerten. U hebt zeker de moed niet om de juiste weg zo maar opeens te gaan volgen, zonder uitzonderingen en afwijkingen. Dan kan als gevolg hiervan voor de doorsnee mens worden gesteld, dat eerst het contact moet worden gericht met de heersende planeet op de ascendant en daarna met de hierover heersende grotere kosmische kracht. Dit is, wanneer je geen beheersing hebt een eenvoudige en juiste benadering, waar hierin alle aspecten van je eigen wezen, die niet beheerst zijn, ten goede zullen kunnen worden gebruikt.

Esoterisch zijn de consequenties van het contact dat men opneemt met een grote kosmische kracht, betrekkelijk groot. Het bewust contact opnemen met de kracht betekent, dat men uit die kracht tevens een taak opgelegd krijgt. Er zijn vele mensen die menen, dat deze taak dan zuiver stoffelijk zal zijn. In negen van de tien gevallen is deze taak geheel, of voor het grootste deel, geestelijk. Want elke kracht in het Al heeft tenminste drie andere krachten als verbinding en is daarvan mede afhankelijk. Je leeft ook wanneer je slechts bewust contact hebt met één enkele kosmische macht, toch al onder invloed van een beperkte drie-eenheid, die innerlijk eisen stelt.

De taak die je wordt gesteld, kan niet grotendeels stoffelijk zijn, omdat je hiervoor het bewustzijn nog niet bezit en je deze niet juist en met genoemde krachten harmonisch zult kunnen volvoeren. In de Kabbalistische esoterie geldt dan ook: zelfs indien wij slechts één pad gaan, en slechts één Meester kennen, zo zijn waarden van het leven voor ons drie in getal, en de mogelijke wegen in het leven drie. De taak is in de eerste plaats wel de drie wegen en de drie waarden te kennen en innerlijk te realiseren. Dit laatste is overigens haast niet te vermijden. Er bestaat nu eenmaal een perfecte harmonie tussen stof en geest. De mens kan niet stellen: ik ga nu even oostelijk bewust worden, maar stoffelijk hang ik toch rustig het beest uit, om dat stof en geest twee verschillende dingen zijn. Voor de stof en de geest zich op aarde als een eenheid uiten, zal de stof de geestelijke ontwikkelingen weerspiegelen en omgekeerd de geest de stoffelijke daden en handelingen als een deel van eigen werkelijkheid ervaren. Alles, wat ik innerlijk ervaar, geloof, of met zekerheid leer kennen, zal ik dus ook stoffelijk moeten uiten. Zelfs indien een stoffelijke vrijheid bestaat, zo zal men toch zo veel mogelijk een harmonie moeten bewaren met de door geestelijke bewustzijn ontstane richtlijnen en beperkingen.

Dit is een van de belangrijkste punten van elke esoterische leer: elke handeling, die wordt gesteld, in tegenstelling tot de voor het Ik bestaande geestelijke ontwikkeling, betekent een teruggang op het pad der bewustwording, een afwijken van het geestelijke pad met alle daaraan verbonden gevaren, plus de noodzaak het gehele pad opnieuw te gaan, tot hetzelfde punt bereikt is, en men zonder verdere afwijking voort kan gaan. Wel zal de herhaling van een bepaald deel van het geestelijke pad zich sneller afspelen, dan de eerste maal mogelijk bleek.   Laat mij u hiervoor een voorbeeld uit het hedendaagse verkeer geven. Er is een eenrichtingsstraat. U rijdt op deze straat in de richting van een groot feest op een plein, dat uw ogenblikkelijke doel is. Nu besluit u onderweg van de eenrichtingsstraat af te buigen, zonder het verder verloop van deze weg, of de nevenwegen te kennen. Wanneer u afbuigt, zult u ontdek- ken dat u door eenrichtingsverkeer in andere straten wordt belemmerd en niet in de begeerde richting kunt gaan. Hoe meer u tracht door verder uit te wijken om zo toch de goede kant op te kunnen gaan, hoe groter de kans is, dat u zich steeds verder van uw doel verwijdert. Het verstandigste zal wel zijn zo snel mogelijk terug te keren op een vroeger punt van de eenrichtingsweg, een deel van deze weg een tweede maal af te leggen en zo, zij het met vertraging, het doel alsnog zeker te bereiken. Een afwijken van de weg, die men weet te moeten gaan, is de meest voorkomende reden voor incarnatie: wanneer wij een weg goed hebben afgelegd is er immers geen enkele reden, dit nog eens te doen. De mens echter laat zich in het leven te snel op een zijspoor brengen, waardoor het noodzakelijk wordt in een volgend stoffelijk leven nogmaals, zij het in versneld tempo, een deel van de reeds afgelegde weg te herhalen. Dan kan men, het juiste doel nu beter in het oog houdende, verder gaan op zijn pad.

Voor een ieder, die esoterisch bewust wil worden, geldt dan ook als een bijzonder belangrijk punt, dat het huidige handelen altijd in overeenkomst moet zijn met het huidige geestelijk bewustzijn. De esoterische Rota of tarot leert ons overigens nog meer hierover. De 22 grote kaarten, die daarin voorkomen, staan hier voor de paden, die de kosmische grootkrachten of persoonlijkheden met elkaar verbinden. Volgens de kabbala zouden wij al deze paden moeten betreden en ook alle wegen in onszelf beleefd hebben, voor wij tot een voleinding kunnen komen. U moet niet denken, dat u met het goed volbrengen van één enkele esoterische beleving, er nu verder af bent. De volle weg is eerder een met stukjes en beetjes in jezelf reproduceren van de gehele kosmos in jezelf. Eerst wanneer je innerlijk wezen geheel gelijk is geworden aan de nu, in deze wordingsgang van het Al, kenbare krachten, vind je voleinding. De voleinding wordt benaderd, wanneer men door kan dringen in de drie leidende of hoofdprincipes, waarop uw Al is opgebouwd. Noem deze de drie-eenheid en stel, dat de top de vader is, met daaronder links de geest en rechts de zoon. Door de geest wordt de zoon geboren. Wie de zoon kent, kent uit hem de geest en komt zo tot de Vader. Wie één is met de Vader, draagt heel het Al in zich. De hindoe drukt dit wel als volgt uit: Wanneer de nacht van Brahman komt, zal de ingewijde niet ondergaan, doch – dragende in zich het Al en het Licht van het Al – kunnen worden tot Brahma, de scheppende. Dit is wel de meest juiste weergave van dit esoterische concept dat ooit werd gegeven.

Wanneer wij zover zijn gekomen, dat wij niet alleen maar één enkel pad kennen, maar alle paden, die er in het Al bestaan, zo zijn wij zelf tot schepping geworden en kan de gehele geuite schepping uit ons wezen heropstaan. De oerkracht zelf zullen wij natuurlijk nooit kunnen worden, maar zelfs daaraan zullen wij – binnen de mogelijkheden van ons eigen wezen – een volmaakte uiting kunnen geven. Nu geloof ik echter niet dat onder ons, zoals wij in stof en geest hier samen zijn, iemand is, die zou kunnen zeggen: uit mijzelf zal ik hernieuwd het Al voortbrengen. Voor ons is de vraag dus wel bovenal: Hoe leven wij het meest doelmatig?

De eerste aanwijzing gaf ik u reeds, door u te wijzen op de planeet die in uw horoscoop het dichtst bij de ascendant staat. Iets omtrent de eigenschappen van deze planeet en de kosmische persoonlijkheid, die daarmee vereenzelvigd wordt kunt u reeds uit de eenvoudigste boekjes over astrologie leren. Wilt u verder gaan, dan kunt u over de eigenschappen van de heerser nog meerdere gegevens in de werken over de kabbala leren kennen. Zoek in ieder geval zoveel mogelijk gegevens over uw sterkste Heerser. Ik geef u deze raad niet, omdat deze kracht meestal een groot deel van uw leven beheerst, maar vooral, omdat hij geestelijk voor u het eerste doel vormt. U moet vanuit uw persoonlijk bestaan en denken tot een geestelijke eenheid met deze kracht trachten te komen.

Het zal u duidelijk zijn, dat elke mens veel meer mogelijkheden heeft, dan de door mij nu genoemde. Van deze mogelijkheden kunnen wij het beste gebruik maken, wanneer wij ons wenden tot het symbool: symboliek, ritueel e.d. zijn op zichzelf onbelangrijke dingen. Alleen door wat zij weergeven, kunnen zij voor ons een innerlijke betekenis hebben. Wanneer ik een kruis beschouw en daarin een openbaring van de Lichtende krachten zie, terwijl ik daarnaast kennis heb van mijn doel in het leven en de heerser, die voor mij regeert, dan kan ik alleen al door over dit kruis te mediteren, een innerlijke verlichting verwerven. Mijn gedachten, het contact van mijn wezen met hogere waarden wordt, alleen door het beschouwen van het kruis, overgebracht naar de levende kracht, die voor ons de eerste volgende openbaring is op het innerlijke pad. Past het kruis u niet, dan zijn er andere symbolen, die u misschien heilig zijn. De Ank bv., het sleutelkruis, een pentagram, een vijfhoek, een driehoek. Al deze symbolen zijn, indien wij innerlijk daaraan voldoende waarde hechten, voor ons een goed en bruikbaar punt van concentratie, dat het ons mogelijk zal maken op het geestelijke pad met rasse schreden verder te gaan.

Wanneer wij nu op deze wijze ons willen gaan instellen en concentreren, is elke afwijking van gewoonte voor ons afleidend en daardoor schadelijk. Daarom zullen wij verstandig doen door een dergelijke wijze van meditatie tot een soort persoonlijk ritueel te maken. Men hoeft er geen plechtigheid van te maken. Dat zou in de meeste gevallen overdreven zijn. Maar schep voor jezelf een klein ritueel, een vaste reeks van handelingen, die vereenzelvigd wordt met het je gaan instellen, het gaan mediteren. Overigens moet een ritueel ook werkelijke zin hebben. Wanneer dit niet het geval is en de handelingen of symbolen te willekeurig worden gekozen, voelt men zelf de strijdigheid tussen doel en wijze van handelen aan en komt tot een minderwaardig resultaat.

Stel, dat wij geestelijk naar een bepaalde sfeer willen gaan, dan is het logisch, dat wij alles, wat wij doen voor wij onze eigenlijke poging beginnen, reeds aan die sfeer aanpassen. Wanneer je naar een sfeer wilt gaan, waarin voor jou bloemen het meest opvallende zijn, dan zul je zorgen, dat er bloemen zijn en zul je naar die bloemen even kijken. Desnoods sprenkelt men zelfs wat bloemengeur rond. Hierdoor brengt men zijn stoffelijk lichaam, zijn verstand, een deel van het astrale en het mentale lichaam reeds in de juiste conditie voor de juiste concentratie en de uittreding zelf. Het brandpunt, dat ik bij meditatie gebruik, is dan niets anders dan een voorwerp, waarin ik voor mijzelf de sfeer, of het geestelijk gebeuren steeds sterker vastleg, tot het voorwerp representant van de sfeer of concentratie is geworden.

Elke esotericus, die de weg van meditatie pleegt te volgen, weet, dat op het ogenblik, dat door meditatie een concentratie op een enkel punt of begrip wordt bereikt, terwijl dit punt reeds geïdentificeerd werd met een geestelijke kracht of sfeer, dit punt voor ons de poort tot die sfeer of kracht wordt. Dit maakt ons het bereiken gemakkelijker en is dus wel belangrijk. Zouden wij met meer mensen gezamenlijk een dergelijke meditatie willen doen dan dienen wij een meer omvattend ritueel op te bouwen, dat voor allen een bepaalde sfeer met zich brengt. Maar ook hier moet het ritueel logisch zijn, het moet zin hebben. Alleen plechtstatigheid of uiterlijk vertoon is eerder storend dan bevorderlijk voor een goed resultaat. Gebruik ook nooit iets als een symbool, waarvoor men niet voldoende kan voelen. Een groot deel van de innerlijke verheffing die wij kunnen bereiken, is ook gebaseerd op het deel hebben van de menselijke emoties in de eerste fasen van bereiken. Je moet niet alleen verstandelijk en door voorstellingsvermogen, maar ook emotioneel één trachten te zijn met het symbool en de kracht of sfeer die het voor je weergeeft. Hierin leer je bovendien veel van jezelf kennen.

Zoals reeds werd gezegd, is elke mens met meer of minder dan een microkosmische weergave van het macrokosmische scheppingsgebeuren en de verhoudingen, die daarin bestaan. Wij kunnen ook gaan stellen: in elk menselijk leven ben ik niet alleen met een bepaalde kracht gebonden, maar zal ik ook in een bepaalde kracht denken, werken en streven. Dit geldt voor mijn geest en mijn stof. Het is voor geestelijk niet zozeer belangrijk de weg te kennen, langs welke ik de grote geest, die mij voert, bereiken kan. Het is voor mij buitengewoon belangrijk, dat ik de eenheid met die grootmacht zoveel en zo snel mogelijk leer bereiken. In mijn wezen zijn, evenals in de kosmos buiten mij, verschillende sferen. Elk van die sferen staat i.v.m. een groot macht in de kosmos buiten mij. Het is een wereld, die voortkomt uit een zeer apart aspect van de Schepping. Ik draag die sfeer in mijzelf, alleen wanneer ik een of meer van die sferen ook bewust kan beleven, is het mij mogelijk enigszins te beseffen, wie en wat ik in feite ben. Het is mij dan beter mogelijk ook te begrijpen, hoe ik in de wereld en geest ook voor anderen ben en waarheen mijn weg mij zal voeren.

Elke keer, wanneer ik een eenheid bereik met een sfeer en een grootmacht, zal ik bij een deel van het weten omtrent het eigen wezen worden aangevuld. Ik bouw mijn innerlijke persoonlijkheid op. Eerst bestond zij alleen potentieel, ongeuit. Door mij van mijn eigen geestelijk wezen meer en meer bewust te worden, verschaf ik mijzelf geestelijke ledematen. Het hart van ons wezen is er altijd: dit is de ziel zelf. Op een gegeven ogenblik moet dit hart zich kunnen verplaatsen. Daarvoor zijn voeten nodig. De benen zijn wel belangrijk. Heb ik mij die aangeschaft door een inzicht in de lagere sferen van mijn wezen, dan kan ik dit hart ronddragen: bewustzijn en ervaring zijn mogelijk geworden.

Geestelijk werken is een noodzaak. Zo schept men zich handen. Het hoofd komt het laatste, want slechts, indien de geestelijke mogelijkheden ontwikkeld zijn, is geestelijk weten belangrijk. Men moet leren in elke sfeer iets te bereiken en binnen elke sfeer eigen wezen te leren kennen. Voor de kabbalisten: Adam Kadmon. Voor leken geldt: streef naar eenheid tussen innerlijk beleven en de wereld, waarin je leeft. Tracht alle innerlijke krachten zo te regelen, dat zij zonder meer in de wereld tot uiting kunnen komen. Tracht sfeer, krachten, inspiratie te ontvangen, tot men de kracht in zichzelf voelt groeien. Voelt men dit, dan moet men deze kracht in de wereld uiten door het uitzenden van gedachten enz. Oefent u hierin.