De duivel

uit de cursus ‘God in verschillende gedaanten’ 1985-1986

Ongeacht het opzien dat het hier en daar heeft gebaard toen ik de vorige keer over God sprak, zou ik het nu over de duivel willen hebben.

Om de duivel maar direct bij de horens te pakken, de duivel is een afgekeurde godheid. Het is namelijk Pan die uit zijn Arcadia is verdwenen en die daarom is terecht gekomen in de onderwereld die al vanouds de verblijfplaats was van alle zielen die het slecht hadden. Ik weet waarom, want als je tegenwoordig naar de sterren gaat, dan kun je ook exploderen. Maar goed, de duivel dus.

Wat is de duivel? Is hij de personificatie van alle kwaad? Dat weet ik nog zo net niet. Hij is een gevallen engel. Ik heb in mijn tijd gewone vrouwen gekend die toch allesbehalve duivels waren. Dus eigenlijk is de duivel een engel. Maar als de duivel een engel is, dan hoort hij vlak bij God thuis. Waarom maken wij er dan een duivel van? Waarom maken wij er iets kwaads uit? Dat is heel eenvoudig. De mensheid heeft iemand nodig die ze de schuld kan geven van al datgene wat ze zelf verkeerd doet. Aangezien de god Pan toch al horentjes had en deze als vertegenwoordiger van de natuurlijke drang van de mens, de kerk niet zeer welgevallig was, heeft men dus een engel Gods genomen en hem de horens van Pan opgezet. Waar Pan horendol van werd en waar de engel waarschijnlijk niet blij van is geworden, maar waarmee in ieder geval het dualisme in het geloof kon worden gehandhaafd.

Dan vraag ik mij verder af: Waarom zit de duivel in de hel? Wat is de hel? Als ik kijk naar de landen waar het redelijk warm is, daar is het in de hel doodgewoon heet. Maar gaan we naar de noordelijke volkeren waar een beetje warmte maar al te welkom is, dan is het juist de diepvrieskast waarin zielen lijden ander een voortdurende eindeloze onderkoeling.

Gaan we kijken naar de situatie zoals die christelijk is gegroeid, dan ga je de ladder maar op, eventueel de jakobsladder. Waarschijnlijk omdat jakobsladders met baggermolens toch in de mode zijn en de zielen zo gemakkelijk naar boven komen. In het modernste denken is het een soort lift. Je stapt in, er staat een liftbediende en dan hoop je dat hij haar boven roept eerste etage, aankomende zaligen tweede etage, de zaligen derde etage, de heiligen. Als je pech hebt, dan ga je naar beneden. Eerste stop vagevuur. Tweede stop, eerste hel, tweede hel, derde hel, zevende hel. Beëlzebub zelf. Een warenhuis van hiernamaals-mogelijkheden. En als je het goed bekijkt, zo onzinnig als maar wat.

Dan denk ik: waarom praten we zoveel over de hel? Waarschijnlijk omdat je een mens gemakkelijker regeert met zijn angsten, dan door een beroep te doen op zijn deugden. Als je maar voldoende angst schept, dan kun je de mens elke richting uitdrijven die je wilt. De mensen zijn verliefd op hun angsten. Ik weet wel dat u dat natuurlijk niet helemaal beseft.

U moet eens gaan kijken op de kermis. Daar laten mensen zich tegen betaling mangelen op een manier die vroeger marteling zou worden genoemd. Ze worden in achtbanen de ruimte in geslingerd, komen lichtgroen naar beneden en vertellen dat ze plezier hebben gehad. Ze laten zich rondslingeren in bovenmaatse centrifuges totdat de honig (ja, honig) eruit spuit. En dat noemen ze plezier.

Kijk naar uw vermaak. Als u naar de televisie kijkt, dan is elk stuk dat veel aandacht krijgt, bezaaid met doden. Van martelingen wil ik maar niet spreken. Bovendien hebben we nog een genre waar u kunt genieten van uw angst voor weerwolven, vampiers, zombies en wat er verder nog voor bovennatuurlijke fantasieën van bedrieglijke aard bestaat. Waarom? Omdat u verliefd bent op uw angst. Zo vreemd als het moge klinken, als het werkelijk goed is, dan verveelt u zich kapot.

Waarom denken de mensen nu niet even na? Als je de mensen die voortdurend leven met hun angsten voor de hel, in de hemel zet, dan hebben ze niets meer om voor te leven. Dan hadden ze net zo goed helemaal weg kunnen zijn. Als je ze in de hel brengt, nu ja, dan kunnen ze zich in ieder geval op de borst kloppen en zeggen: Zie je wel dat ik altijd gelijk heb gehad. Want menige prediker schijnt in de hel bijzonder goed thuis te zijn, terwijl de liefde Gods als een vage zweem boven zijn verstandelijk en woordelijk vermogen uitblinkt.

Wat moeten wij ons voorstellen van de hel? Misschien dat Sartre nog de beste regels daarover heeft gezegd: l’enfer cest vous. De hel dat zijn we zelf. Want als wij leven met onze angsten – we zijn er zo verliefd op – dan maken wij ze waar.

Een leven waarin je voortdurend bang bent om iets verkeerd te doen, is geestelijk gezien nog erger dan te veel krab, kreeft of oesters eten zodat je maag zich uit in een aantal droombeelden die meer dan misselijkmakend zijn. Als je voortdurend bezig bent met wat verkeerd is, dan leeft dat verkeerde in jou en maak je het ook waar. Daarom denk ik dat elke hel, die je je maar kunt voorstellen, bestaat.

Ergens in de diepte zit de ijsheks te wachten op het ogenblik dat de krachten van de onderwereld en de reuzen zullen uittrekken om de goden, de Asen, te bestrijden. Een hel van koude. Waarom niet. Is verlatenheid niet als een kilte? Misschien als je bang bent voor alle dingen en je alles afwijst, dat je dan werkelijk in een hel leeft. De kille eenzaamheid en de stilte die je steeds confronteren met alles wat je zelf bent, die jou geen ogenblik de kans geeft om ook maar even je aandacht op wat anders te richten, dat lijkt mij de koude hel van het noorden te zijn.

Laten we dan ook eens denken aan de Brug van de islam, dat is ook zoiets moois. Er ligt namelijk een brug en daar moet je overheen. Onder de brug ligt de hel en aan de andere kant ligt het paradijs. Dat lijkt mij ontzettend gezellig vooral voor degenen die van een stevige slok hebben gehouden in het leven. Die kunnen over een brug zo smal als de kling van een zwaard niet heen komen. En alsof dat nog niet genoeg is, de duivel heeft een luchtmacht. Want er stijgen uit de hel gevleugelde duivelen op die proberen je van de brug af te laten vallen. Het is waarschijnlijk het Verre Oosten dat ook meespreekt: Wil je het paradijs, kom over de brug. Dat kun je in Cairo ook nog weleens horen. Het paradijs is dan over het algemeen niet zo paradijslijk. Als je goed over de brug komt, dan kun je naar de oevers gaan. Denk maar even na.

Dan vind ik de christelijke hel daarbij eigenlijk maar een beetje armzalig. Je komt in de christelijke hel en dan wandel je over gloeiende kolen, tussen laaiende vlammen. Dan komt er een duivel, die steekt je aan zijn drievork. Misschien dat ze modern zijn en dat ze nu een elektrische spit hebben en die draaien ze automatisch. Vroeger stond er nog een duivel te zwengelen. Werkverschaffing. Wat moeten we met zoiets eigenlijk beginnen?

Wij gaan een klein eindje terug in de tijd. Er is een enorme duivel. Hij doet niets anders dan zielen vreten, maar ze blijven leven dus komen ze er onder de grond weer uit. Het lijkt mij geen lollige ervaring. Het is in ieder geval duidelijk dat de verdoemden na een dergelijke behandeling er een beetje ongezond uitzien.

Hoe kom je aan die denkbeelden? Behemoth, het beest dat vreet. Het is eigenlijk de god Baäl. Maar god Baäl baalde van het christendom. Hij is naar de hel gegaan en daar is hij Behemoth geworden. Dat zijn die oude overleveringen van alle offers die werden gebracht.

De christenen hebben natuurlijk ook wel wat uitgevonden, het judaïsme. Dat is Jezus, de zondebok, die draagt de schuld de woestijn in. Maar ook om in de hemel te komen. Maar als je de hemel niet in jezelf hebt, hoe kun je dan erin komen? Daarom denk ik, dat de meeste mensen lang moeten wachten tot ze in de hemel komen. Dan kun je wel zeggen: In het huis Gods zijn vele woningen. Dank je de donder.

Ga eens naar een grote stad kijken. Kijk bv. naar Den Haag. Villa’s, paleizen, krotten, middenstandswoningen, de bajes, dat zit er allemaal in. Dan kun je zeggen: Den Haag heeft vele woningen. Het ligt er maar aan waar je terecht komt, in het Oranjehotel of in het Kurhaus. Als je je dat gaat realiseren, zeg je: Is het dan niet wat ik zelf ben? Ik geloof dat het hele leven van de mens is gebaseerd op angst, maar ook op begeerte.

Wat is begeerte? Begeerte is angst dat je iets niet zult krijgen, anders behoefde je het niet te begeren, dan had je het al. Dus als je maar steeds bezig bent met te verwerpen, te zeggen; dit niet, dat niet, dan leef je eigenlijk in de hel. Dan heb je de hel in jezelf.

De hel is haast hebben om ergens te komen en dan ontdekken dat je op een rotonde zit waar alle wegen die daarop uitkomen een verbodsschildje hebben; eenrichtingsverkeer. Je blijft als een molentje rondtollen, je kunt niet verder komen. Dan moet je gewoon de moed hebben te zeggen; Als ik er zo niet kan uitkomen, rijd ik desnoods tegen het verkeer in voorzichtig, maar ik ga die kant uit. En dan kom je eruit.

Uit de hel kom je pas op het ogenblik dat je zegt: Ik heb geen zin meer om bang te zijn. De verwerping van de angst is eigenlijk de verwerping van de duivel als demon. Dan maken we de duivel weer een engel. Dan maken we van de hel gewoon weer een onderafdeling van de hemel wat ze feitelijk is.

Alle mensen hebben zo hun eigen visie. Ik vind het natuurlijk heel mooi als iemand zegt: Als je doodgaat, dan kom je in de wachtkamer, dan ga je door de hel heen, dan kom je in de hemel terecht en dan word je weer geboren. Het zit nog dicht bij de waarheid ook. Maar ze spreken over een eeuwige hel. De mensen denken: de hel is eeuwig, dus wie erin komt zit er eeuwig in. Dat denkt u maar. Dan zeggen ze. Er is eeuwig geween en geklaag. Natuurlijk, want er zit altijd wel iemand in. Het wil niet zeggen dat hij erin blijft zitten. Dus laten we dat eens even afschaffen.

Omdat de hel een toestand is die in ons bestaat, bestaat ze niet eeuwig, want wij kunnen veranderen. Wij kunnen bewust worden. Een hel is datgene wat wij voor onszelf scheppen, waaronder wij zelf lijden door ons onvermogen onze andere kanten te beseffen en waaruit wij ons kunnen bevrijden, zodra wij weten dat de hel een denkbeeld is waarbij de werkelijkheid van ons bestaan eigenlijk in het niet valt zolang wij het denkbeeld aanhangen, maar waar in ons bestaan het denkbeeld overwint zodra wij uitgaan van ons bestaan. En dan kan het zijn dat je weer wordt geboren.

Reïncarnatie waar zoveel mensen bang voor zijn, dat is eigenlijk niets anders dan op herhalingsoefening gaan. U heeft het niet goed gedaan. Als u terugkomt en u bent gereïncarneerd, dan bent u in de klas van het stoffelijk leven blijven zitten. Dat schijnt in de mode te zijn. Er zijn mensen geweest die kwamen zeggen: U zegt dat nu wel, maar ik ben al 360 keer gereïncarneerd. Een vriend van mij heeft dat letterlijk meegemaakt hier in Den Haag. Ik zal het erbij zeggen. Hij keek toen heel meewarig de betreffende persoon aan en zei: Bent u dan nog niet verder gekomen?

Wij moeten loskomen van die dingen. De duivel is gewoon de zondebok die we zoeken, omdat we onze eigen dwaasheid niet willen erkennen. Maar als we willen erkennen wat onze eigen fouten zijn, wat ons eigen wezen is, dan is er geen duivel meer.

De waarheid is het licht. De waarheid is licht en schaduw samengevoegd tot een beeld waarvan we eindelijk kunnen begrijpen wat wij zijn en wat het bestaan betekent. Het is natuurlijk aan de ene kant zielig als je zo denkt, want als je werkelijk gelooft in de diepere regionen en je zegt tegen iemand: Loop naar de hel en hij loopt weg, dan heb je toch verwachtingen. Dan denk je: misschien komt hij daar wel terecht. Als iemand zijn eigen hel is, dan kun je niemand naar de hel wensen, want hij is het of hij is het niet. Jammer.

Aan de andere kant, als je erkent dat er geen hel bestaat, wat is er dan wel? Als ik zeg dat er geen duivel is, wat is er dan wel? Het is heel leuk om de zaak af te breken maar je moet er toch wat tegenoverstellen. Ik ben niet als sommige bouwondernemers dat ik goede oude huizen afbreek en daarvoor moderne krotten in de plaats zet. Dan denk ik altijd: wat een geluk dat je er niet meer in zit.

Wanneer de hel in onszelf is, dan moeten wij eigenlijk ook zeggen; De wereld is in onszelf. Het bestaan is datgene wat wij ervan maken door de manier waarop wij daarnaar kijken. Dan is het duidelijk, dat er heel wat werelden zijn, lichte en duistere. En wat is de duivel? Misschien is de duivel degene met wie wij harmonisch zijn. Want wij liggen op hetzelfde niveau. Wij hebben dezelfde ervaringen die wij delen zeg maar. Wij vinden die ervaringen niet leuk, dus moet de ander wel het demonische zijn dat ons beheerst. Dat is helemaal niet waar, maar wij moeten het zeggen.

Er zijn heel veel duistere werelden. Ik weet het, want ik zit af en toe ook in de afhaaldienst. Dat is nu het verschil. Wij zijn dus een soort Salvation Army die met bom bom en tra tra proberen duidelijk te maken: ik ben net zo gek geweest als jij, maar ik heb er geen last van, dus behoef jij er ook geen last van te hebben.

Wij hebben natuurlijk ook de andere kant, de vuilophaaldienst. Jij zegt: Je ziet jezelf als een stuk afval, dus kom maar mee. We zullen je even naar de vuilgoedverbranding brengen.

Harmonieën zijn bepalend. Maar als er zoveel werelden zijn gebon­den aan hetgeen wij zelf beleven en denken, dan moeten wij ons niet laten beheersen door onze wereld, niet geestelijk en niet anderszins. Op het ogenblik dat wij uitgaan van wat wij nu kunnen beleven als goed, als harmonisch, komen wij vanzelf in een wereld terecht die voor ons he­mel is. Zolang wij aannemen dat wij wel goed en harmonisch zijn, maar dat het niet echt rond ons bestaat, zitten we in de hel. Het slechte dat we denken, wordt onze wereld.

En die arme duivel dan? Ik kan begrijpen dat ze Pan hebben uitgebannen. Pan was de vorst van de Saters. Hij had bokkenpoten, de jonkheer met de paardenvoet. Daar zitten we dan met zo’n oude heidense godheid. Waarom is hij zo verwerpelijk? Wel, om de doodeenvoudige reden dat hij voortdurend achter herderinnen aanzat. Die god maakte overuren. Dat hij een god was kun je begrijpen anders had hij al die herderinnen niet aangekund. Hij was gewoon het voorbeeld van de natuur. Hij was de vertegenwoordiger van de kracht van de natuur. Hij was niet alleen maar de jager op herderinnen. Hij was ook de groeikracht van het bos. Hij was de geboorte, de vruchtbaarheid, de ondergang van de dieren zoals dat samenhangt met de natuur.

Als je de natuur moet aanvaarden, dan zit je met de moeilijkheid dat het niet past bij ons beeld van wat goed is en moet het dus wel kwaad zijn. Als het dan kwaad is en het loopt op bokkenpoten, het heeft horentjes, dan is het de duivel. Wij hebben ook eens geleerd dat er een zekere Lucifer naar beneden is gevallen. Dus is het Lucifer. Arme Pan heeft zijn naam ook nog moeten prijsgeven. Je kunt gewoon zeggen: ze hebben van de duivel een Pan gemaakt of van Pan een duivel, dat kunt u zelf uitzoeken. Waarom? Omdat wij niet willen erkennen wat wij zijn.

Wij zijn mens. Een mens is meer dan een dier. Inderdaad, mensen kunnen zich veel beestachtiger gedragen. Volledig waar. Mensen kunnen zich ook veel beter gedragen. De mens beoordeelt het dier vanuit zijn standpunt. Hij weet niet hoe het dier in zijn eigen denkwereld en mogelijkheden leeft.

Men zegt: De mier is ijverig. Een mier is ook niet ijverig. Maar ze lijkt ijverig, omdat er zoveel mieren zijn die werken, dat het niet opvalt dat er een hele hoop zijn die niets doen.

Men zegt. Een krekel is een muzikant. Altijd maar dansen. Dat beest heeft nu eenmaal springpoten. Hij speelt ook geen viool, maar hij zit alleen maar over die achterpoten te raspen alsof hij zeggen wil: hier is een mannetje dat een vrouwtje nodig heeft.

Als we niet willen weten dat we dierlijk zijn met alle kwaliteiten van het goede en het kwade, hoe kunnen wij dan ooit onze geestelijke kwaliteiten ontwikkelen? Ontwikkelen wij onze kwaliteiten niet door iets anders te zijn dan we zijn, maar door zo harmonisch en zo volledig mogelijk te zijn wat we zijn, dan zijn we inderdaad ook nog onze eigen duivel.

Ik zie dat al. De priester die daar rondloopt met goddelijke kracht geladen en onder de gordel met dierlijke kracht geladen en die in een voortdurende tweestrijd dan probeert zijn heiligheid te bewijzen. Wat tenslotte vaak uitloopt in een schijnheiligheid en een huishoudster. Dan moeten we toch wel zeggen: Dat is de duivel. Moeten we dan zeggen: De duivel is het deel van de mens dat onder de gordel zit. Welneen, de duivel is dat deel van de mens dat hij niet durft erkennen als normaal deel van zijn zijn, zijn wezen, zijn bestaan.

En dan kunnen wij daar zoveel figuren bij bedenken als we willen, maar het is onze verwerping van een deel van onszelf of onze ontkenning van onszelf waardoor we niet in staat zijn met onszelf te delen. En dan doen we gekke dingen. Die gekke dingen heeft de duivel ons ingeblazen.

Laten we gewoon van onszelf niet zeggen: Dat is goed en dat is kwaad, maar dat is menselijk en dat ervaar ik als menselijk. Laten we dan het niet-menselijke niet vrezen maar opzijzetten, dan blijft het menselijke over.

Dat menselijke dat we zijn, is de hemel waarin we leven, dat is de hemel die leeft in ons. Dat is toch wel heel wat anders dan zo’n liftbediende die u een beetje meewarig aankijkt, de deuren sluit en roept. Naar beneden. En misschien als het een hele slechte is, van onderen

Neen, ik geloof dat je de duivel niet moet zien als een persoon. Er zijn genoeg persoonlijkheden die in tweestrijd en in beleving van hun angsten invloed op je kunnen hebben. Dan kun je desnoods nog zeggen dat het demonen zijn, maar zeg niet dat het duivels zijn. Het zijn wezens. Wezens, die voor ons gevaarlijk kunnen zijn, omdat ze ons meeslepen in hun patroon van angsten, hun patroon van zelfverwerping, de vervulling van een begeerte die we gelijktijdig vrezen omdat ze ons aantast.

De duivel is alleen maar een facet van God. Als wij iets vrezen, dan overheerst in ons het duister. Als wij iets aanvaarden, dan overheerst in ons het licht. Maar wij zijn licht en duister, we zijn hemel en hel tegelijk. Als wij een evenwicht vinden tussen die twee, dan zijn we eindelijk zover dat we buiten dromen, leven naar de waarheid toe. Daarom zeg ik:

Mensen, het heeft geen zin om bang te zijn voor een hel of een duistere wereld in het hiernamaals. Want wat je dan beleeft, is dat wat nu al in je woont. Probeer dan eerst van jezelf eens een wezen te maken dat zichzelf aanvaardt en dat een beetje harmonisch is, dan komt de rest vanzelf.

Mensen, wees ook niet bang voor een duivel die je inblazingen geeft Je hebt gekke ideeën genoeg van jezelf. Als je nu maar overweegt wat bij je past, als je iets uitvoert, dan zul je nooit zeggen. Het is de duivel die het, mij heeft ingeblazen. Je zult gewoon zeggen”. Ik heb een ervaring opgedaan en ik heb ervan geleerd.

Bewustwording is het opdoen van ervaringen waardoor je begrip van het Al groter wordt. Als ik kijk naar de mogelijkheden om ervaring op te doen, dan krijg ik soms het gevoel dat datgene wat de mensen de duivel noemen, juist al die ervaringen beheerst, terwijl God alleen bezig is om bordjes verboden toegang neer te zetten. Dat is natuurlijk onzin, want God heeft juist het leven geschapen. Laten wij dan zeggen

Wij ervaren. Wij leven volgens wat we zelf kunnen aanvaarden. Er is geen kracht die ons tot het kwade beweegt. Het is ons eigen wezen, onze eigen natuur. Er is god en kracht die ons tot het goede beweegt, geen engelbewaarder die klapwiekend, compleet met notitieboekje ons zit aan te sporen, wees minder zelfzuchtig. Het is ons besef van God in ons dat ons doet proberen een grotere eenheid met het zijnde, met de mensen, met het Al te beleven.

Het is onze andere kant die ons ertoe brengt om onszelf te handhanen, onszelf te uiten of te vermeerderen wanneer we in de stof zijn en al wat daarbij hoort. Wij zijn het zelf. Als we dat aanvaarden en weten dat wij onze eigen hel zijn, onze eigen rechter, dan kunnen we uit onze hel ontsnappen, dan kunnen we onze hemel beleven en misschien het punt bereiken waarop we geen hemel en geen hel nodig hebben en het bestaan op zichzelf een erkenning is van een kosmische harmonie.

Ik hoop dat ik niemand de duvel heb aangedaan met dit onderwerp. Ik hoop ook dat ik u niet heb aangemoedigd om maar alles te doen waar u zin in heeft. Want als u dat doet, dan gelooft u er zelf ook niet in. Dan zegt u later: Had ik het maar niet gedaan. En dan heb je de duivel nodig, want jezelf toegeven dat je zo stom bent geweest dat kost moeite.

Door u echter te realiseren dat u al die dingen in uzelf draagt, hemel en hel, God en duivel, gaat u misschien meer respect krijgen voor uw bestaan. En dan zult u daardoor misschien ook de weg vinden om het bestaande te aanvaarden

In die aanvaarding is het eerste dat je vindt een groeiend begrip. Uit het groeiend begrip komt de groeiende beleving. De groeiende beleving is eindelijk de bewustwording die in de vervulling van hetgeen je waarlijk bent alle problemen en tegenstellingen voor je oplost.