De filosofie

5 oktober 1987

Inleiding

Ik ben zoals gebruikelijk de inleider, dus ik hoop dat u lijdzaam bent ingesteld. Onze gast voor vandaag is lid geweest van het Collegium Triso Forum Romanum. De man komt oorspronkelijk uit Zwitserland, heeft heel eigenaardige opvattingen over de kosmos als u het mij vraagt, en ik denk wel dat hij erg interessant is. Maar dat is iets wat we natuurlijk moeten afwachten.

Wanneer u mij vraagt: hoe zit het eigenlijk met de kosmos, dan denk ik ook wel: ja, er is een kracht. En die kracht is zo groot dat ruimte er alleen maar een functie van is. In ruimte kan straling ontstaan, materie; er kunnen wervelingen zijn en alles wat je wilt.

Daaruit is dan uiteindelijk een hele reeks zonnen ontstaan en wat planeten, en ook de aarde. En aangezien ze op aarde niet wisten dat er zoveel andere planeten zouden zijn, hebben ze gezegd: ja, wij zijn Gods enige creatie, zoals de haan die op mesthoop staat en kraait, zegt: zie hier, hoe mooi is mijn troon.

In die kosmos zijn er naar mijn persoonlijke mening vier verschillende kwaliteiten. We hebben natuurlijk de materie, en daar reken ik ook de half‑materie bij, dus de kleinste deeltjes, gasvormig, astraal e.d.

Dan hebben we daarnaast wat u geestelijk noemt: bewustzijnssferen. Daarachter hebben we weer een gebied, dat zou ik willen aanduiden als een energiegebied. Daar is alles kracht zonder meer.

En daarachter ligt nog een gebied en ik vermoed dat je dat het kosmisch denken kunt noemen, maar precies weten doe ik dat eigenlijk niet, zover ben ik nog niet gekomen.

In al die gebieden bestaan een oneindig aantal mogelijkheden. Binnen het kosmisch denken is elke mogelijkheid een werkelijkheid. Of, om het anders te zeggen: daarin is al het voorstelbare ook feitelijk. Er is daarin verder geen tijd, er is gelijktijdigheid.

De aardigheid zit nu in het feit dat daardoor allerhande parallellen ontstaan, niet alleen in geestelijke werelden, waar we ontzettend veel parallelle zomerlanden hebben en al die dingen meer, maar ook wat werelden betreft.

U zou kunnen zeggen: het heelal heeft zoveel verschillende mogelijkheden dat het uiteindelijk loopt van een gloeiende chaos tot de absolute rust en dat bestaat allemaal gelijktijdig. Er is heel waarschijnlijk een aarde bij, waar Napoleon het uiteindelijk gewonnen heeft, en een waarbij Hitler het uiteindelijk gewonnen heeft, en een waar keizer Wilhelm het uiteindelijk gewonnen heeft, noem het maar op. Al die dingen zijn er wel. De grote moeilijkheid is dat wij door ons eigen bewustzijn altijd geketend zijn aan een hoofdlijn, een stam dus van gebeuren. En we zijn geneigd om daarin rechtlijnig verder te gaan.

Maar op het ogenblik dat we opzij zouden afwijken, in een andere wereld terecht komen, dan gebeurt er iets heel eigenaardigs: we zijn dan niet in staat het voorgaande te herinneren. Het wordt dan een droom, een soort fantasie.

En elke keer wanneer er een belangrijke gebeurtenis is kan zo’n verschuiving optreden, maar het is niet noodzakelijk. Dat houdt in dat wij op het ene ogenblik bezig zijn aan deze realiteit en noem het: lijn A. Daarnaast ligt een lijn met kleine varianten en daarnaast ligt er weer een, en weer een. En nu zou het wel eens kunnen zijn dat we op een gegeven ogenblik in lijn A niet de ervaring kunnen vinden die we zoeken. Dat we incarneren in lijn X. Dat is voor degene die deze lijn (A) volgt iets wat niet bestaat. Toch is de ervaring die daar wordt opgedaan een volledige wereldervaring met alle geestelijke aspecten die daaraan verbonden zijn.

Stel nu verder dat zo iemand het bewustzijn heeft dat grotendeels op aarde, dus lijn A, gevormd is. Dan zal hij in de geestelijke wereld terugkeren naar een Zomerlandsfeer bijvoorbeeld, die bij die lijn, die werkelijkheidslijn hoort. Dan is de kans heel erg groot dat zo iemand dus weer incarneert op aarde.

Dan zeggen ze: wat heb jij daar lang over gedaan, je bent 900 jaar weg geweest! Maar ondertussen heeft hij misschien twee, drie levens op die andere wereld gehad. Het is je ervaring, dus je bewustzijn in feite en je relatie met alles wat om je heen is die bepaalt in welke werkelijkheid je incarneert.

En dat klinkt dan voor u misschien tamelijk nutteloos, maar ik ben zo vrij geweest om dat na te gaan en ik kwam tot mijn verbazing tot de conclusie dat ik op andere werkelijkheidslijnen geleefd heb. Ik kan dat niet voor iedereen zeggen, maar bijvoorbeeld Theodotus is een grote zondaar geweest op zeg maar lijn 3 en hij is daarna een heilige geworden op lijn 7! Dus daar zijn de meest krankzinnige dingen mogelijk.

Verder blijkt, dat wat u moraal noemt, zoals zedelijkheidsoverwegingen, rechtsoverwegingen en al die dingen meer, van de ene tot de andere lijn kunnen verschillen. D.w.z. dat alles wat je hier op dit moment in je ervaring regeert, kan worden gecompenseerd door je naar een andere lijn te brengen, waar je wel vergelijkbare ervaringsmogelijkheden hebt, maar waar totaal andere wetten en regels heersen.

Daarnaast heb je natuurlijk ook nog de mogelijkheid om op deze werkelijkheidslijn op een andere planeet te incarneren, want er zijn veel planeten met leven.

Dus als je dat zo bekijkt is dat een onmetelijke hoeveelheid mogelijkheden om ervaringen op te doen.

Als je dan een beetje verder gaat denken, dan vraag je je af: waar is dat eigenlijk voor nodig?

U weet dat zelf ook, u zult het merken als u doodgaat, dan kijkt u terug naar deze wereld en als u het een klein beetje goed geschoten hebt, dan schudt u uw wijze geestelijke hoofd dat er niet meer is, en dan zegt u: ik ben blij toe, voor mij hoeft het niet meer. Maar het gebeurt toch. En dan ga je je afvragen: hoe zit dat allemaal in elkaar?

Op het ogenblik dat een werkelijkheidsverschuiving optreedt vervallen alle herinneringen aan de voorgaande lijn. Ik ben zo vrij geweest om dat geestelijk ook een keer na te gaan. En het wonderlijke is dit: wanneer je dus een andere werkelijkheidswereld hebt gehad, dan zul je je niet herinneren wat daar gebeurd is. Dus de aspecten die je van een dergelijk leven herinnert, zijn alleen de aspecten die passen bij de huidige werkelijkheidslijn. Daar moeten consequenties aan vast zitten.

Ik kwam bijvoorbeeld tot de volgende conclusie: er zijn mensen, die – wanneer je probeert hun vroegere incarnatie naar voren te roepen – aan komen dragen met een hele hoop feiten die net niet helemaal kloppen. Voor hen is het echt, voor hen is het werkelijk. Maar je constateert toch dat het niet helemaal klopt.

Het wonderlijke is dan dat het wel die ervaringen zijn, maar die worden overgebracht naar deze wereld.

Om u een voorbeeld te geven: je hebt te maken met iemand die ontzettend bang is voor open vuur. Je gaat dan zoeken in het verleden en komt er achter dat hij in de tijd van Torquemada door de inquisitie is verbrand. Helemaal niet. Die heer of die vrouw heeft in een hele andere wereld geleefd, maar was schuldig, wilde vluchten en kwam om in een brand. Maar er waren omstandigheden bij die niet zouden passen in de huidige werkelijkheid. En wat doet nu het menselijk denken? Het verzint de daarbij passende historie.

Als je het zo bekijkt dan heb je heel veel herinneringen die niet helemaal juist zijn. Is het u wel eens op gevallen?

Soms heb je dat vage gevoel van: ja, ze hebben het nu allemaal over Troelstra, maar ik heb zo’n idee dat het meneer Venema was. Het is maar een voorbeeld. Dan hebt u waarschijnlijk in een parallelwereld geleefd waarin een soortgelijke sociale revolutie op gang is gekomen en daar was het meneer Venema. Er is daar verder heel wat anders gebeurd, maar u kunt dat niet meer thuis brengen, want u zit in de huidige historiereeks.

Het bewustzijn van de mens is uitermate selectief. Het onbewuste van de mens kan nog wel associaties met een vorig leven bevatten, maar het kan niet een volledig wereldbeeld overbrengen in de termen van deze wereld.

Dat maakt ook misschien duidelijker waarom het zo moeilijk is om er achter te komen wat er tussen die incarnaties heeft gezeten. Mensen die geïncarneerd zijn en weer teruggaan: ja, dan zitten ze in het donker, in het donker. En dan ineens dan hebben ze weer wat.

Wat is dat donker? Ik heb dat ook op mijn manier nagegaan en ik kwam tot de conclusie: alle geestelijke werelden zijn wel in het geestelijk bewustzijn aanwezig, maar referentie daaraan op aarde is voor de meesten bijna onmogelijk. Pas wanneer men ook op aarde in staat is met de sferen contact op te nemen is het mogelijk die herinneringen langzaam maar zeker over te brengen naar het onderbewustzijn en van daar naar het bewustzijn.

Ik vind het een fantastisch iets, maar is dat nu de kosmos? Is de kosmos dan een soort prentenboek waar wij met ons bewustzijn in bladeren? Waarbij het omslaan van een blad betekent dat we het voorgaande vergeten? Het lijkt er wel op. Het enige wat blijft bestaan in die kosmos is ervaring.

Wanneer ik kom in de wereld van het witte licht of achter het witte licht, dan ontdek ik dat energieën zich voortdurend omvormen. Om het simpel te zeggen: ze veranderen van trilling of afstemming, hoewel dat in onze termen niet denkbaar is.

Daar blijkt echter dat het geheel van al die ervaringen steeds grotere eenheden energie van gelijke trilling vormt. Ik gebruik het woord ‘trilling’ voor het onbeschrijfbare. Wanneer het doel zou zijn om alle energie een gelijke trilling te geven (zeker weten doe je dat niet) dan zou daaruit voortvloeien dat wat wij het scheppend moment en eventueel de Schepper noemen, uiteindelijk niets anders is dan al die energie die uiteindelijk één geheel is geworden en dan net als een atoombom een te grote onderlinge activiteit heeft en weer explodeert in bewustzijnsvormen.

Daarachter, ja, wat ligt daarachter?

Ik heb het het kosmisch denken genoemd. Is het een denken? Het enige wat je ervan ziet is een regel, die je dan vertaalt als kosmische wetten: wet van gelijkblijvende velden, wet van evenwicht en nog zo wat. Al die wetten bij elkaar genomen zeggen eigenlijk alleen maar dat het de functie van de kosmos, zoals je die als mens kent, is om alle hiaten op te vullen. Dus voortdurend een gelijkmatigheid te veroorzaken en gelijktijdig daarbij een zo groot mogelijke evenwichtigheid te bewaren.

Hebt u in uw jeugd misschien wel eens gespeeld met een gyroscoop? U weet wel, zo’n vliegwieltje, dat dan zo’n hele tijd rechtop staat, wankel op een punt van een spelt. Dan uiteindelijk wat bewegingen maakt en gaat draaien, maar eigenlijk altijd zijn positie behoudt. Je kunt zo’n gyroscoop zelfs over een draadje laten lopen als je de helling maar groot genoeg maakt. En het blijft overeind.

Ik heb het idee dat wat wij beschouwen als onze kosmos, zeker als we op aarde zijn, eigenlijk dat gyroscoopeffect heeft. Het geheel van de beweging is bedoeld om dat evenwicht te bewaren. Alleen, een normale gyroscoop verbruikt energie. Het schijnt dat deze gyroscoop geen energie verbruikt. De kosmos zelf gebruikt geen energie, maar ze verandert energie van kwaliteit, van geaardheid. En die verandering schijnt dan weer te maken te hebben met die ruimte achter het witte licht.

Wanneer je al die andere heelallen e.d. bekijkt, dan proberen we natuurlijk er rijm en reden voor te vinden.

Zo zeggen wij bijvoorbeeld: er zijn 63 heelallen. Waarom 63? Omdat 6 het getal is van de mens, 3 het getal van de geopenbaarde godheid, 63 tezamen de 9 vormt, het getal van de hogepriester die voor het aanschijn Gods treedt.

Maar er zijn andere heelallen. En heus niet alleen parallele. Er zijn op het ogenblik dat dit heelal bestaat andere heelallen in verschillende vormen en stadia van ontwikkeling. U zult ze waarschijnlijk niet kunnen bereiken of kunnen zien omdat ze ruimtelijk van u verschillen. Een deel daarvan is zelfs antimaterie, maar dat hebt u in uw eigen heelal ook, daar zit ook een hele hoop antimaterie. Maar daar is dan een heel heelal op antimaterie gebaseerd en daar zeggen ze dan: “hé, daar heb je een materiester in plaats van een antimaterieaster, zoals hier.

Al deze dingen samen leiden toch weer terug op de vraag: wat is God? God is onomschrijfbaar, je weet het niet.

Maar is de Schepping nu Zijn droom, of is wat wij de Schepping noemen nu onze droom die wij selecteren uit de beroering met Zijn wezen? Dromen we nu of zijn we wakker?

Je leeft en je gaat dood. Best. Maar is dat nu echt of droom je het? Waar ligt de werkelijkheid? Hoe meer je de kosmos onderzoekt en alles wat er mee samenhangt en wat erin werkt, hoe meer je je eigenlijk af gaat vragen: is er eigenlijk wel een werkelijkheid? Die gelijktijdigheid van al die parallelwerelden bijvoorbeeld, met al die verschillende stadia, al die verschillende gebeurtenissen, kan dat nog werkelijkheid zijn?

Ik denk dat werkelijkheid een toestand kan zijn in ons, onze verbondenheid met een reeks van gebeurtenissen. En op grond daarvan een beleven van die gebeurtenissen voor ons een zekere waarschijnlijkheidsmodus kan zijn. Maar om nu te zeggen: het is echt – ik weet het heus niet.

Ben ik echt? Besta ik? Voor mezelf besta ik. En dus is het voor mij beter om aan te nemen dat ik er ben. Maar besta ik overal? Misschien in 10.000 verschillende vormen, ben ik misschien in het ene heelal mens, in het volgende veldspaat en weer een heelal verder misschien een beschermgeest of een soort engel. Het is allemaal denkbaar.

Ik denk dat iemand die probeert de werkelijkheid te benaderen geconfronteerd wordt met een steeds grotere onzekerheid. Maar wanneer je alleen maar onzekerheden hebt dan kun je slechts terugvallen op datgene wat op dit ogenblik echt lijkt.

Daarom zou ik willen zeggen – en dat is dan meteen het einde van dit betoog: met uw innerlijk kunt u heel veel veranderen, want bewust of onbewust kunt u uw werkelijkheidslijn verschuiven. Maar zolang u het als een werkelijkheid aanvaardt moet u ook leven volgens de regels daarvan.

Nog een ding daarbij: een verschuiving van werkelijkheidslijn gebeurt meestal wanneer we te maken hebben met krampachtige emoties. Haat, liefde bijvoorbeeld, angst, dat zijn meestal de effecten waarbij die verandering het gemakkelijkst optreedt. U zult er zelf niet veel van merken misschien, maar het gaat dan net anders als het had moeten gaan.

Daarom zou ik zeggen: maak je niet druk. Leef in de wereld die je kent. Besef dat er geen zekerheid is. En verwacht dus niets met zekerheid. Maar handel zo goed als je kunt. Want de enige factor waaraan je je vast kunt klampen is je bewustzijn en datgene wat van daaruit in wisselwerking met je wereld voor jou ontstaat. Dat is je bewustzijn.

Het zal dit bewustzijn, volgens mij, wel worden, dat zich kan verenigen met die energieën en dan daar een harmonie vinden en zo deel worden van een gelijktrillend heelal van kracht. Dat openbaart zich dan weer misschien als een nieuwe schepping, ofschoon ik zelfs dat niet met zekerheid weet.

Ik hoop dat ik u nu een beetje het idee heb gegeven dat er een hele hoop dingen zijn die je eenvoudig niet te weten kunt komen, maar die er wel zijn. Dat zou u dan kunnen helpen om al datgene wat u bent en beleeft toch een beetje beter te begrijpen.

Dat je zegt: die hiaat betekent niet dat er niets is, het betekent dat er iets is dat niet past in deze wereld en het bewustzijn daarvan.

Dat je niet zegt: ik kan het allemaal verklaren, want je kunt het niet echt verklaren. Je kunt alleen maar verklaren in de termen van je eigen wereld. Leef dan in de termen van je eigen wereld, maar besef dat de verklaringen die je geeft niet veel meer zijn dan een werkhypothese in een wereld waarvan je eigenlijk niets snapt.

De Gastspreker

Men heeft mij gevraagd om wat te vertellen over mijn eigen denkwijze, kortom de filosofie, want dat is het eigenlijk.

Wanneer je leeft, leef je maar voor een deel bewust.

Hoe bewuster je wordt, hoe moeilijker het wordt om normaal te leven. Want het normale leven is gebaseerd op het uitschakelen van ongeveer tweederde van je normale bewustzijnstoestand.

Wij zijn ingericht voor een reeks zogenaamde occulte, dus verborgen mogelijkheden en daarnaast voor datgene wat men dan de talenten van de mens noemt.

Opvallend is dat naarmate je meer talenten ontwikkelt op aarde, je heel waarschijnlijk in het occulte minder doet. Maar er zijn ook mensen die, eigenlijk van jongs af aan bijna, leven met dat ‘extra’ in hun beleving. Ze zien misschien geesten, ze voelen dingen aan, ze zijn in staat om a.h.w. aan te voelen of het historische bodem is, waar ze op lopen of niet, en deze mensen zullen over het algemeen in hun ontwikkeling betrekkelijk traag zijn.

Wanneer ze dan tot ontwikkeling beginnen te komen hebben ze een reeks kwaliteiten waar anderen zich afvragen: hoe is het mogelijk? Het is eerder een kwestie van Zien van de dingen dan beredeneren. Heel vaak krijg je dan bij deze mensen dat ze zich dus ook aan de mystiek gaan wijden. De mystiek is eigenlijk een soort vlucht naar binnen toe, waardoor wij die delen van onze persoonlijkheid welke in wezen onderdrukt zijn een vrije hand laten waardoor contacten van meer algemeen kosmische aard kunnen ontstaan.

Wanneer die mensen dan proberen om wat daaruit voortkomt om te zetten in materie, dan hebben ze een hulpmiddel nodig. Sommigen gebruiken automatisch schrift, anderen gebruiken de meest eigenaardige concentratiemethoden, gaan bijvoorbeeld op een heel drukke plaats zitten zodat het lijkt alsof ze door een zoemende bijenmenigte omgeven zijn. Door die ruis heen kunnen ze juist beter aanvoelen wat er binnen in hen is en het omzetten naar hun eigen wereld.

Weer anderen hebben er een geleidegeest voor nodig, al dan niet reëel, of misschien de hulp van de een of andere persoonlijkheid die hen stimuleert.

Als we denken aan een overigens mislukte mysticus Savinorola, dan lijkt het misschien of deze man gedreven werd door fanatisme alleen. In feite echter wilde hij werkelijk iets bereiken wat de moeite waard was. Hij wilde a.h.w. die verkrampte, rijke burgerij terugbrengen naar een christelijke eenvoud en gelijktijdig een grotere aansprakelijkheid voor de gemeenschap. Maar hij kon voor zichzelf niet formuleren en daarom had hij een jonge monnik die zwakzinnig was, en deze bleef steeds bij hem.

Wanneer hij nu met vragen naar die jonge monnik ging, meestal terwijl ze wandelden in een kloostertuin, dan nam hij al datgene wat die jongen zei op alsof het het Woord Gods was. Daardoor werd het hem namelijk mogelijk gemaakt de onbestemde wetenschap die in hem leefde te formuleren. Dat hij daarbij de fout heeft gemaakt in de latere jaren van zijn leven om al datgene wat deze jonge monnik zei voor zuivere koek aan te nemen zonder er zelf iets aan toe te voegen, dat is te betreuren, maar zijn opkomst en zijn grote mogelijkheden heeft hij toch wel te danken aan het feit dat hij a.h.w. een soort assistent had die hem de mogelijkheid bood om te formuleren.

Wij worden altijd geconfronteerd met grote raadselen. Neem bijvoorbeeld geboorte, leven en dood. We weten heus wel hoe het allemaal gaat, natuurlijk wel. Maar toch is er ergens een raadsel. Hoe komt het dat er een bewust leven ontstaat? Waarom zullen zoveel mensen in hun leven het gevoel hebben dat ze niet geheel vrij zijn, omdat ze, wat ze ook kiezen, altijd terecht komen op plaatsen en bij taken die hen toch misschien minder aangenaam zijn of die minder mogelijkheden bieden dan ze voor zichzelf zouden wensen. Ze voelen zich de gevangenen van het leven.

En dan komt de dood. Dan begint weer het grote raden: is de dood nu alleen maar een ‘poor York, are you’n well?’ (Ja, ik heb Shakespeare later ontmoet, hij heeft uit verschillende drama’s voor mij geciteerd en ik moet zeggen, ik vond hem eigenlijk een publieksschrijver. Maar hij formuleerde heel goed). Het zou ook kunnen zijn: to dream. Dromen, misschien, wanneer we sterven. Ik vond dat een zeer opbouwende gedachte: wanneer wij sterven dromen wij, maar we weten niet waarom en wat.

De werkelijkheid van het leven confronteert ons voortdurend met het onverklaarbare dat we dan maar liever ontwijken. Maar de dingen staan geschreven. Ik ben geen aanhanger van een karmaleer, waarin klap op klap dient te volgen. Maar ik ben er van overtuigd dat wij allen al een keuze hebben gemaakt voor een leven voor we geboren worden. Ik ben er ook van overtuigd dat we in ons leven, bewust of onbewust, de wereld al opbouwen waarin we kort na de dood zullen leven en ervaren.

In de mens zou de mogelijkheid bestaan om het leven na de dood al te versmelten met wat hij ziet als het leven in deze wereld. Maar al deze dingen worden terzijde geschoven. Want wat wij werkelijk zijn en wat ons in feite voortdurend beroert vanuit een diepe innerlijke werkelijkheid, proberen we eenvoudigweg te omgaan; het past niet in ons wereldbeeld en het zou het beeld van ons zelf drastisch kunnen veranderen.

De werkelijkheid is, dat wij gebonden zijn aan onszelf. Er zijn geen engelen en demonen die ons lot besturen. Zo dergelijke wezens al bestaan kunnen ze hoogstens de echo vormen van hetgeen wij zelf zijn. Daarom heeft het zo weinig zin om weg te vluchten in schijnvroomheid, of in bijgelovigheid, demonen te bannen die er in feite niet zijn. De mens is bang voor het andere deel van zichzelf.

En toch, hoe goed is het vaak niet om te weten wat op je af komt, ook al kun je het niet omschrijven. Je bent gewaarschuwd.

Hoe goed is het niet om te voelen dat degenen die schijnbaar zijn heengegaan nog bestaan, nog deel uitmaken van jouw werkelijkheid, al zie je ze niet meer. Hoe goed zou het niet zijn om door de verblindende luister van kerkelijk vertoon of de over Bijbelse gestrengheid van de hagenpredikers heen te zien, en te beseffen hoezeer in deze dingen verblinding wordt veroorzaakt voor de werkelijkheid?

Men zegt: de Bijbel is het Woord Gods. God spreekt tot u door de Bijbel opdat de God die in u woont u a.h.w. doet begrijpen wat bedoeld is. Maar dan is het niet Gods Woord, het zijn Gods Gedachten. En die gedachten probeer je dan te verdrijven door Bijbelspreuken op te zamelen of plechtstatige gezangen te zingen, eventueel bekroond met een Te Deum.

U leeft, maar leeft u ook bewust? Wat weet u van de krachten die u omringen? Tenzij u bewust bent en dus niet meer gebonden bent aan dat kleine deelbeseffen dat velen tot de enige werkelijkheid proberen te verheffen. Wat voor krachten woelen er in en rond u? Hoeveel gestalten tonen zich regelmatig en trachten u te leiden? Welke vreemde onaardse kleuren beroeren u en zingen tot u in een onverstaanbare taal over een vrede die u toch aanvaardt?

Ik zeg u niet: zoek uw geleidegeest. Die geest zal waarschijnlijk in uzelf schuilen, en zelfs als er een kracht buiten u is kan ze alleen bepaalde galmen van uw eigen ziel versterken.

Ik zeg u: wees bewust van uzelf, niet: wees trots op uzelf. Zij die zich verheffen, om hetgeen zij innerlijk en anderszins bereikt hebben, zijn dwazen. Wanneer je een park hebt om in te wandelen ben je een dwaas als je op het voetstuk van een fontein klautert om daar voortaan waterspuiend te staan. En toch is datgene, wat ik nu omschrijf, het doel van zeer vele mensen. Niet de tuinen des levens doorkruisen, maar verheven boven anderen staan. Met een gul gebaar een geleend overschot uitbraken waarvan uiteindelijk de betekenis allang is versikkert voordat een ander een pad verder is gegaan.

Men zegt wel eens: het leven is een doolhof. Maar een doolhof heeft een regel, een wet. Als je die kent, dan zul je nimmer falen. Dan kun je haar doorkruisen zonder dat ze je werkelijk tegenhoudt. Maar zij die in de doolhof zoeken hun eigen ritme te volgen, zij zullen lange tijd blijven zoeken en moeten misschien door een of andere dienaar gered worden van een te lang verblijf in groene en vaak speelse onuitstaanbare verwarring.

We hebben een regel. Ons leven heeft een regel. Sommigen noemen dat de Straal waartoe men behoort. Maar eigenlijk zouden ze veel beter kunnen zeggen: het is de wet waardoor je de gebeurtenissen van de doolhof kunt doorschrijden, zonder nodeloos en nutteloos steeds weer je neus te stoten en in feite niets te bereiken. De Wet is voor sommigen ‘weten’, voor anderen ‘erkennen’, voor weer anderen ‘doen’. Dat is de eerste regel. Maar daar waar al deze waarden gaan samenvloeien, hebben wij te maken met de mens die zich verheffen kan boven de doolhof, zijn weg kan kiezen en overzien, en zo zijn doel bereiken.

In de nadagen van heksenwaan en heksenvervolging vroegen de mensen zich af of iemand soms een pact had met de duivel. De enigen die het demonische in zichzelf met een pact vereerden waren de vervolgers. Want zij verdedigden hun meerwaardigheid door hun onwerkelijkheid op te leggen aan het onvermogen van anderen.

Ik heb hervormers gekend. Ze zeiden: “Dit is de waarheid!” Maar ze konden er zelf niet naar leven. Het was aardig om te zeggen: ik weet wat God wil, maar God wil niet dat je je laveloos drinkt. Luther deed dat nog al eens een keer. En God wil ook niet dat je de veelheid van de andere sekse probeert te maken tot je eigen boomgaard, zoals Zwingli deed. En zelfs niet dat je door anderen te veroordelen in feite je eigen invloedssfeer uitbreidt, zoals Calvijn heeft gedaan.

Waarheid is iets anders. Waarheid is zien, begrijpen en dan bewust en gericht handelen.

In jezelf leeft de kracht waaruit je kunt handelen. In jezelf leeft het besef waardoor je kunt begrijpen. In jezelf ligt ook het vermogen tot absorberen waardoor je kunt leren. Maar wanneer je grenzen stelt aan een van dezen, bereik je in wezen niets.

Dit is het probleem en het raadsel van het leven.

U leeft; leeft u?

U bestaat, maar bent u zich wezenlijk bewust van al datgene wat in u en in anderen bestaat? Of hebt u die dingen maar opzij geschoven, omdat het eenvoudiger is uw eigen weg te gaan?

U leeft. U beroept zich op de krachten die anderen moeten geven, de wijsheid die anderen met u moeten delen, kortom: u verwaarloost wat u zelf bent en kunt, omdat het u toeschijnt dat anderen het beter zouden kunnen. Wie zelf een fout maakt: erken de fout. Wie vele fouten maakt: erken een klein gebied dat voor het ‘ik’ niet fout is. Wie zich dan richt op dat gebied dat niet fout is, beseft zijn wereld plotseling helderder en duidelijker. En wanneer hij dan deze regel niet oplegt aan anderen, maar in hen zoekt naar de waarheid die hij in zichzelf als goed heeft ervaren, dan zal hij de Goddelijke waarheid leren kennen.

Geestelijk zijn er vele werelden. Sommige van die werelden zijn schijnbaar mooi, maar ze zijn wezenloos. Grazige weiden, mooie tuinen, bergen aan de horizon. En de daadloosheid van de met zich babbelende geest die rondgaat rond de vijvers van de hergeboorte en niet beseft dat achter de bergen toch een andere wereld moet liggen.

Ik ben niet meer dan u. Sommigen zitten te wachten op de uitbarsting van energie of van goddelijke wijsheid. Ik ben anders dan u. Maar wij zijn onszelf, u, zowel als ik. In ons is de Bron. Soms zullen we die bron alleen kunnen aanboren, dat geef ik toe, wanneer buiten ons een gebeuren is, maar uit ons moet het komen.

In ons zelf bouwen we de trap op, trede na trede. Als we denken dat we naar de hemel gaan, dan is het een hele lange trap. Een jakobsladder die uitkomt in een leegte.

Maar wanneer we de trap bestijgen en niet denken: ik verlaat mijn wereld, maar ik zie meer van mijn wereld. Wanneer wij in onszelf zoeken naar het elixer van leven, dan vinden we een Kracht die overal in onze wereld bestaat. Dan vinden we een begrip voor al wat in onze wereld bestaat, dan verliezen we eindelijk de grenzen van menselijke redelijkheid.

De menselijke rede is niets anders dan de omheining van het weten en het voelen. Maar ons werkelijk weten is onbegrensd, althans in zijn mogelijkheden.

Ons werkelijk voelen omvat een gehele wereld, niet alleen maar enkele selecte stukjes ervan.

Kort geleden sprak ik met een kunstenaar en die vertelde over wat hij noemde de flikkerplaatjes, wat dus modern ‘cinema’ schijnt te heten. En hij zei: ja, dan huilen de mensen voor het leed van andere mensen dat nooit zo zou kunnen bestaan, terwijl ze voorbij gaan aan degenen die op straat van de honger bijna creperen. Hij had gelijk. De vervalsing van onze gevoelens, van onze aandacht, van onze verwachtingen is juist datgene waardoor we blind worden voor de werkelijkheid waarin we waar zouden kunnen leven, waar zouden kunnen zijn.

Ik kan natuurlijk, zoals velen hebben gedaan goochelen met kracht, met suggestieve methoden iets opwekken in u. Maar wanneer uzelf niet wakker wordt, wat hebt u er dan aan?

Waarlijk bewust worden, waar zo velen naar zeggen te streven, is open zijn voor alle dingen, vooral voor die dingen die in jezelf bestaan. D.w.z. in jezelf durven keren tot je de diepe vrede die in je leeft ondergaat en niet wegvluchten als je de chaotische duisternis ontmoet die eveneens deel is van je wezen.

Niet zeggen: ik ben alleen licht, of vrede, maar beseffen: ik ben alle dingen. Ik ben liefde en haat, ik ben rijkdom en armoede. Ik ben licht en duister en alle gradaties die daarvan bestaan in mij.

Maar zeg ook tot uzelf: ik ben de levende kracht. Uit het onbekende is deze kracht in mij gelegd. In mij is het weten, het werken van mijn god. En in mij schuilen de grotten waarin demonen hun wraakzucht proberen uit te leven.

Ik ben de kosmos, gevangen in een menselijke gestalte. Ik ben het totaal van alle tijd, gevangen in een korte reeks van jaren.

Maar wat mij tijdelijk bindt kan mijn wezen niet veranderen.

Ik ben de kracht.

Ik ben het leven.

Ik ben het besef.

Ik ben de inwijding zelve, inwijden en smekeling tegelijk. Zoekend naar oneindigheden en niet in staat de tijd te beheersen. Maar in de tijd ligt mijn oneindigheid. Mijn oneindigheid is alleen zinvol wanneer ze ontstaat uit de samensmelting van alle tijd die ik ervaren heb.

Licht ben ik en in mij spreekt het bewustzijn dat al heeft voortgebracht. Maar in mij spreekt ook mijn zwakte, mijn onvermogen, mijn steeds weer terugvallen, de beperkingen van de dag. En de mogelijkheden van een kleine wereld die mijn innerlijk met een vingerwijzing zou kunnen veranderen.

Zeg tot u zelve: Gij hebt van U zelve gezegd, Heer: Ik Ben, die Ben. Dan zeg ik u: Heer, Ik ben, die Gij gemaakt hebt en ben mijzelf.

Denken is de eerste aanloop naar ervaren. Ervaren is de eerste schrede naar het doorleven. Doorleven brengt het voelen. En wanneer deze dingen versmelten zie ik voor het eerst een beeld van wat ik ben, van wat ik zou kunnen zijn.

Uw bewustzijn is geketend aan de tijd, niet uw wezen. Opdat gij uw tijd kunt begrijpen: keer in tot uw wezen. Alchemisten zoeken goud te maken uit wat de aarde voortbrengt en uit de kracht die in hen leeft. Wees een alchemist. Uit dat wat uw wereld u aan mogelijkheden geeft: maak met uw geestelijke kracht het geestelijk goud. Dit is uw sleutel, uw sleutel tot werkelijkheid en ook tot uw bevrijding.

Er staat geschreven dat de apostel in de kerker was geworpen. Maar hij wantrouwde God niet, hij vroeg zich niet af wat zijn lot moest zijn, maar sprak in zich datgene wat hem beroerd had. Als wat geschreven is juist is, waar is: er kwam een engel in de nacht, de kerkerpoorten vielen open, de wachten waren in slaap en de apostel kon vrijelijk naar buiten gaan. Of die engel een geest was, of een mens; wie vraagt daarnaar?

Het gaat om de bevrijding. De bevrijding is de aanvaarding in jezelf van de kracht die zo groot is dat niets, maar dan ook werkelijk niets die kracht kan ongedaan maken, die kracht kan ketenen.

Wanneer je één bent met de kracht die in je woont ben je vrij. Wanneer je je afvraagt of de kracht je uit de kerker kan redden, zit je in het diepst verlies geketend.

Daarom zeg ik dat de mens die geleerd heeft in zichzelf te gaan, in zichzelf te zoeken tot de ruis van de gedachten weg is gesmolten in het licht van het beleven, degene is die de sleutel heeft gevonden om zijn kerker te verlaten. Oh, hij zal verder leven in de wereld zoals u allen, maar die mens zal vrij zijn; niet uiterlijk vrij, maar innerlijk vrij. Daarom zal zijn wereld hem niet kunnen beroeren, tenzij hijzelf dit wenst, wil of toelaat.

In het oosten bestaan denkwijzen waarbij men aanneemt dat het lot bepaald is. De wenteling van het wiel des Levens, die het leven symboliseert en gelijktijdig zijn vereerders vernietigt. Er zijn mensen die geloven in een noodlot, waardoor al wat zij ervaren door een wil buiten hen, die van een god, is opgelegd. Hoe dit te rijmen met de oude spreuk: Ex Oriente Lux (= het licht komt uit het Oosten). Het licht is de onverschilligheid.

Niet wat op deze wereld gebeurd is belangrijk, wat in u gebeurd is het enig belangrijke. Een leven of vele levens, zolang ge innerlijk licht bent, zal uw wereld licht zijn. En wanneer ge licht in u draagt, deel het vrijelijk met anderen.

Heeft niet Jezus gezegd: gij zult uw licht niet onder een korenmaat stellen? Maar verspil uw licht niet. Velen denken: ik heb mijn wijsheid gevonden, ik zal ze aan een ieder geven. Zij verspillen hun licht.

Anderen zeggen: ik zal wachten tot iemand in duisternis zoekt. Dan zal ik mijn licht ontplooien. Zij zijn wijs. Want zij die weten waar behoefte bestaat aan licht en het dan kunnen geven, zij zijn waarlijk deel van het lichtende waaruit ‘Al’ is geschapen.

Vergeef mij wanneer ik bijna Bijbels spreek. In mijn tijd was geen rede goed wanneer ze niet vol stond met aanhalingen van Griekse filosofen, de Bijbel en desnoods nog van andere werken. Maar wat ik u verkondig is waar, ongeacht de vorm waarin het gegeven is.

Ik tracht mijn licht te delen met u wanneer u zoekend bent. En wijs het niet af uit een valse zekerheid. Want de waarheid is zo groot dat ze niet te omschrijven valt.

Wees daarom uzelf, maar alleen vanuit het licht dat in u woont.

Laat de wereld de vreugde van uw bestaan ervaren en draagt gij de lasten van uw wereld en buig ze om tot vreugde in u zelf.

En ik, die u dit zegt, heb met vele fouten, en door vele redeneringen heen deze waarheid moeten bereiken.

Maar ik ben licht, ik ben de vreugde die het leed kan dragen, omdat ik deel ben geworden van dat wat in mij woont en niet slechts uit mijzelf stamt.

Moge de kracht u voeren tot de beleving.

Moge de beleving worden tot ervaring.

En de ervaring u worden tot een weten dat niet gebonden is en u bevrijding kan geven van uw beperkingen die het u nu onmogelijk maken waarlijk en volledig uzelf te zijn.

De Kracht des Heren verlichte uw pad.