De geheime leer en de strevingen der magiërs, alchemisten, enz.

Dinsdag, 27 januari 1981

U zoekt nogal wat uit. Laten we proberen het simpel te houden. Magiërs zijn praktisch zo oud als het meer religieuze denken van de mens. Magiërs zijn in het begin ontstaan doordat mensen capaciteiten ontwikkelden en over kennis beschikten, die voor anderen onbegrijpelijk waren. De magie in het begin moet dan ook werkelijk gezien worden als een méér bezitten van kennis.

Langzaam maar zeker komen er allerlei verklaringen bij. Die verklaringen zijn eigenlijk het begin van wat je magie kunt noemen. Het is ook de basis van de meer rituele zaken. Een Sjamaan, die zich met een bepaald ritme, een bepaalde beweging in een soort trance brengt, is eigelijk niets bijzonders. We kennen dat nog over de hele wereld. Als u bij voodoo of een dergelijke cultus gaat kijken, kunt u het nog steeds zien. Hierbij ging het om het bereiken van een andere bewustzijnstoestand. Nu blijkt, dat dat over de hele wereld betrekkelijk snel is erkend. Het is mogelijk onder bepaalde omstandigheden het menselijk bewustzijn zodanig te veranderen, dat het anders reageert. Wat je dan zegt, doet, ervaart, wijkt af van de redelijke normen van de mensen om je heen. Op grond daarvan kun je een hele hoop dingen stellen en ook zijn, die voor die ander ongelooflijk zijn. Dat men probeerde om die dingen een beetje te versterken, ja, we weten, dat de eerste magiërs – dan zitten we toch al zo’n 5000 jr. voor Christus – in de eerste plaats eigenlijk goochelaars zijn en in de tweede plaats wichelaars. De goocheltrucs, die ze gebruiken hebben ze nodig om duidelijk te maken wat ze kunnen. Men begrijpt het niet en ziet het als bovennatuurlijk. Hierdoor krijgen ze de aandacht, die ze nodig hebben voor eventuele voorspellingen, maar ze krijgen daardoor ook greep op de massa. Suggestie en massahypnose spelen een hele grote rol in de primitieve magie.

Wanneer we uiteindelijk proberen om die magie te ontleden, dan moeten we wel tot de suggestie komen, dat heel veel van hetgeen als magisch werken omschreven wordt, één of andere procedure is van heel sterke zelfsuggestie of zelfhypnose. Dat is erg nuchter, dat weet ik wel, maar u vraagt om een geheime leer. Er is echter geen werkelijke geheime leer. Dat wil zeggen, dat alle geheimen van de magie ook normaal bekend zouden kunnen zijn. Het enige is, dat de magie het mogelijk maakt de zaken zo te combineren, dat je op één of andere manier redelijk of wetenschappelijk niet geloofwaardig bent.

Laat ik er een heel eenvoudig voorbeeld van geven. In uw tijd wordt door iemand, die een beetje maanziek is, Ginseng nogal eens aanbevolen als het geneesmiddel voor alle kwalen, ouderdomskwalen, onrust en dergelijke. Dat is natuurlijk voor een deel kolder. In Ginseng zitten bestanddelen, die inderdaad werkzaam zijn. Nu komt er iemand, die wel een werkzaam middel maakt met datzelfde product. Als je kijkt wat hij gedaan heeft, dan blijkt, dat hij daaraan van alles heeft bijgevoegd: extract van bepaalde bessenstruiken, extract van bepaalde planten, vitaminen. Het is een heel gek brouwsel en iedereen zegt, dat het redelijk gezien niets kan doen. Maar nu kan het wel iets doen en waarom? Omdat het juiste evenwicht tussen verschillende normale bestanddelen wel degelijk een totale verandering van werking te weeg kan brengen. Dat geef ik als voorbeeld, want dat is magie. Magie is werken met evenwichten. Die evenwichten kun je natuurlijk gaan benoemen, maar de benoeming van die evenwichten op zichzelf is vaak heel erg willekeurig. Wanneer je bijvoorbeeld denkt aan de simpele magie zoals die een hele tijd in veel religies een rol heeft gespeeld, dan is het zoiets als: gelijk trekt gelijk aan. Twee identieke waarden zijn gelijk. Verander ik de een, moet ik de ander ook veranderen. Vandaar dus, wanneer ik de aarde water geef, moet ik uitkijken want anders gaat het regenen. Zo beneden, zo boven. Dat is ergens niet helemaal waar en toch weer wel.

Het werkelijke geheim van dit soort zaken is eigenlijk gelegen in de concentratie, die je de mensen kunt opleggen. Wanneer honderd mensen allemaal hetzelfde hopen en verwachten, dan vormen ze een mentale eenheid. Een mens, die denkt straalt ook iets uit. Dat hebben ze de laatste tijd kunnen constateren al weten ze nog niet precies hoe. Die mensen hebben een veel sterker signaal. Is dat gebonden met natuurlijke omstandigheden, dan kunnen die daardoor beïnvloed worden. Heel simpel.

De magiërs, die daar mee bezig zijn zeggen, dat dit voor hen moeilijk is en dat ze het niet één, twee, drie kunnen en zeggen, dat ze zich moeten voorbereiden. Die voorbereidingen nemen dan enige tijd. Op den duur gaat men steeds meer speciale instrumenten gebruiken. Om een voorbeeld te geven: In de oude magie was het symbool van de magiërs meestal gewoon een staf. Het was een gewone wandelstok. Het ding werd niet in het bijzonder gewijd of zo. Er stonden ook geen geheime tekens in gegrift. Uit die staf van de primitieve magiërs is later de toverstok – de magische staf -gekomen. Als we die staf bekijken, ziet hij er heel anders uit. Dan zitten er ringen om heen. Namen van bepaalde sterren staan er in gegraveerd. Er staan tekens op van de verschillende planeetgeesten. Enfin, het is een hele geschiedenis. Maar is het nodig? Wanneer je niet in een gewone stok kunt geloven, ja. Daar waar ik geloof overschrijd ik mijn redelijke grenzen van mogelijkheden. Als je dat doet ben je al een eind verder. Op deze manier heeft men langzaam maar zeker geleerd, dat je allerlei dingen kunt doen. Je kunt in de toekomst schouwen. Er bestaat nog steeds helderziendheid in ruimte en tijd. Dat is bekend. Wanneer je die mensen nu een opleiding geeft, die sterk suggestief is, dan kun je een bepaald beeldje of voorwerp binden met de waarneming.

Dat is één van de redenen waarom zoveel mensen kristalkijkers zijn of waterkijkers. Ze hebben een bepaalde waarde nodig om in die toestand te komen. Al weer, het is niet het water wat het doet, het is niet het loodkristal, het is ook niet het ruwe, kleine piramidetje, wat men in Egypte een tijdlang heeft gebruikt om die helderziendheid en telepathische gaven te stimuleren. Het heeft er gewoon niets mee te maken. Het is het geheim van de menselijke geest.

Langzaam maar zeker leert men verder, dat we te maken hebben met een groot aantal verschillende trillingen. Trilling is natuurlijk maar een naam, dat begrijpt u ook wel. Je zoudt net zo goed kunnen zeggen verschillende frequenties, verschillende niveaus van reactie. De Pythagoreeën hebben zelfs een deel van hun leer speciaal daarop gebaseerd. Vandaar, dat ze ondermeer muziek moesten leren. Voor hen was welsprekendheid niet alleen het uitdrukken van ideeën, maar wel degelijk het gebruik maken van een bepaalde manier om te spreken. Daarom moest je ook een paar jaar luisteren voor je een woord mocht zeggen. Je moest eerst weten hoe je het moest doen. Er is erg veel over die magie indertijd in Alexandrië verbrand; eerst de grote bibliotheek, die vernietigd is, later is datgene wat overgebleven ook nog vernietigd. Er is maar heel weinig van overgebleven.

De alchemisten waren er eigenlijk ook al. De eerste alchemisten zijn in feite chemici, al weten ze zelf nog niet, dat ze zo genoemd zouden moeten worden in Egypte. Wat zij doen is weer niet wat u denkt: allerlei mirakelen tot stand brengen. Neen, ze maken bijvoorbeeld bepaalde oogzalven. Ze maken geneesmiddelen. Ze kennen een methode om schijngoud te maken. Vandaar ook het goud maken, dat altijd zo belangrijk zal blijven. Deze kunde en kennis – overigens aan een bepaald doel van de priesterkaste toegekend – verbreid zich overal. De geheimen gaan verder en komen terecht tot in Griekenland, Kreta en ook naar het Oosten toe. leder gaat er op zijn manier mee werken. Nu, echter, ontdekt men weer iets zonderlings: dat bepaalde reacties niet altijd even goed gelukken, maar dat sommige mensen het wel kunnen en anderen weer niet. Op de vraag hoe dat komt zegt men, dat het geestelijk moet zijn. Dus is het geheim van het geslaagde alchemistische pogen weer het vinden van de juiste innerlijke structuur en afstemming om datgene te kunnen doen waar je mee bezig bent. Vandaar ook, dat de alchemie al betrekkelijk vroeg uiteen valt in twee verschillende disciplines, die toch met elkaar verbonden zijn. Je hebt de studeerkamer of beter meditatiekamer en daarnaast het laboratorium. Ook de alchemisten hebben hun geheimen, natuurlijk, maar naar buiten toe kun je alleen maar de procedure omschrijven. Al die innerlijke waarden kun je gewoon niet weergeven. Dat is niet uitdrukbaar, dat moet door ervaren overgedragen worden. Net zoals bij de magie. Een magiër neemt een leerling, zeker. Maar waarom kan die leerling dan niet uit een boekje leren? Heel eenvoudig, omdat er innerlijke processen bij zijn, die je wel met een ander mee kunt beleven, maar die je niet kunt om­schrijven. Het zijn juist deze dingen, die de werkelijke geheimen vormen van zowel de magie als van de juiste kabbalistische structuren, noem maar op: magie, alchemie, wat u maar wilt. Alles vat met het occulte, het bovennatuurlijke verbonden is, kent een bepaald deel van de inner­lijke wereld wat reageert op de uiterlijke wereld.

We zullen eens proberen of we een paar geheimen kunnen onthullen. Ik heb eerst duidelijk gemaakt, dat er niet veel zijn. Je kunt niet spreken met dode dingen, die geven geen antwoord. Wanneer ik dan ziel erken in datgene waartoe ik spreek, dan kan die ziel mij antwoorden. Dat is ook duidelijk, nietwaar? Het is een veronderstelling, zeker, maar het is niet zo’n gekke veronderstelling, want wij kunnen inderdaad zodra wij een persoonlijke waarde erkennen in een voorwerp er veel van aflezen. Zonder dat gaat het niet. Als u gewoon kijkt naar een voorwerp en u zegt: “Ja, dat moet dan wel een geschiedenis hebben, vertel het me dan maar”, dan gaat het niet. Als je zegt, dat iets een eigen uitstraling heeft en je brengt dit in je eigen aura, dan kun je er een hoop van aflezen als je een beetje gevoelig bent. Dat is nu het typerende: ik ken een persoonlijkheid toe, naar buiten toe. Dat is erg belangrijk. Wanneer ik zeg: de zon, dan heeft die zon een heerser, die noem ik dan maar Hia (?) of Alfa Romeo, die is te hoog, daar kan ik niet direct bijkomen en ik heb een helper nodig. Nou, dat is toevallig Arcan, de eerste dienaar van de zon. Maar de zon is degene, die de maan beheerst, dus dan zal de dienaar van de zon wel de dienaar van de maan zijn: Arcan, dezelfde. Mars Foveg (??), dat is de heerser van Mars. Al die namen op zichzelf lijken betrekkelijk zinloos totdat we ons gaan realiseren, dat ze ook een gevoelswaarde hebben. Een klank heeft ook gevoelswaarde. Dan blijkt opeens, dat ik dus helemaal niet die naam gebruik omdat die man, die persoonlijkheid of die planeet zo heet, maar omdat die naam in zichzelf een vibratiereeks omvat, een stemvork als het ware, waarmee ik mij afstem op dit geheel, op die persoonlijkheid zeg maar. Wanneer ik een aantal facetten erken in de werking van de planeet, dan moet ik ze ook benoemen. Dan benoem ik dus een heel aantal tweede dienaren, de kleine heersers en dan nog de geest van de geest, etc. etc. Elk facet geef ik een naam. Elke naam is wederom een sleutel. Het is een afstemmingssysteem. Daarom is het heel wat anders of u zegt: Adonai of Here God. Adonai heeft meer betekenis. Het is een klankbeeld, dat je ergens mee in contact brengt. Here God zonder meer niet. Een magiër heeft daardoor behoefte aan ontzettend veel namen, aan geheime lettergrepen. Die klankgeheimen vinden we overal. Of we nu gaan naar Azië, tot zelfs in Tibet toe, of dat we gaan kijken bij de Maori’s, bij de Bantoes, in Zuid-Amerika of bij de Eskimo’s, deze klankmagie blijkt overal te bestaan. Deze klankmagie is dan altijd weer geënt op een klankbetekenis. Wanneer u een bezwering kent en die bezwering is oorspronkelijk opgesteld in bijvoorbeeld het Engels, dan kunt u hem niet vertalen in het Nederlands. Dan wordt de klankbetekenis een andere en dus de werking ook. Ik hoop, dat dit duidelijk is. Het is iets heel anders wanneer ik in het Engels uitroep: Oh, Lord, Thou greatness is the power from which I live, of dat je zegt: Oh Here, uw kracht is datgene waaruit ik leef. Twee verschillende dingen. Dat kun je niet doen. Magie wordt daarom heel vaak gebaseerd op dode of onvergankelijke talen. Dat is al van het begin af aan zo geweest. Denk bijvoorbeeld aan het Sanskriet, dat op het ogenblik heel veel van de Hindoe-incantaties nog steeds omvat. Al kent men de betekenis niet meer, men weet, dat ze werken, omdat ze een klanksleutel zijn en geen begripsleutel. Hetzelfde geldt voor alle grimoires van Europa, daar vindt u namen in, namen, namen en nog een namen. Vaak is er meer nodig. Je kunt als magiër, maar ook als alchemist op een gegeven ogenblik iets tot stand willen brengen, maar daar zijn bepaalde verhoudingen bij nodig. Er is een relatie nodig. Wanneer ik al alchemist het zwarte en het rode poeder samen gebruik, dan kan daar wel iets mee gebeuren. Het kan ook zijn, dat de zaak ontploft. Wanneer ik de juiste samenstelling weet, dan kan ik met deze twee poeders niet alleen zelfs van lood zilver en goud maken, maar dan kan ik met deze twee poeders ook nog iets anders maken: een substantie, die een beetje zeepachtig aandoet en die de steen der wijzen wordt genoemd, maar die als onderdeel ook weer goud en zilver kan maken en die bovendien voor heel veel andere doeleinden geschikt is. Het is zoiets als een soort algemeen middeltje, waarmee je 24 kwalen tegelijk kan aanpassen. Dat doet de chemische en biochemische industrie net zo goed in deze tijd. U krijgt niet meer een injectie voor elke afzonderlijke kwaal, die u op kunt lopen, u krijgt een cocktail.

Dan hebben we al weer iets. Verhoudingen zijn belangrijk. Wat merken we op wanneer we bijvoorbeeld met bezweringen bezig zijn? Dat er een aantal zeer nauwkeurige voorschriften zijn, maar ook zeer nauwkeurige diagrammen. Wanneer je die diagrammen uitzet, in een pentakel bijvoorbeeld, is het niet belangrijk hoe groot je het maakt. Wel is belangrijk, dat alles precies op zijn plaats staat en het precies in verhouding is. Het gaat namelijk niet precies om datgene wat je neertekent, maar om een evenwicht van krachtsvoorstellen, die je er aan verbindt en welke je centreert in het pentakel.

Dan ga je verder, olielampen zetten of kaarsen bijvoorbeeld. Soms ook nog je reukwerk. Je brengt er misschien ook nog een driepoot met reukwerk in en nog een paar dingen. Dat is allemaal iets waarbij je zeker moet zijn, dat het precies op zijn plaats staat. Het is alsof je een kaart maakt waardoor je gaat beantwoorden aan een ander continuüm. Dat is natuurlijk niet zo, maar het lijkt er op. Waarom doe je dat? In de eerste plaats: het heeft een enorme suggestie-invloed. Het feit, dat je er nauwkeurig mee bezig bent, conditioneert je. Je kunt niet een naam neerschrijven. Als u iridium wilt schrijven en u moet het precies tussen twee banen doen van een dubbele of drievoudige cirkel bijvoorbeeld en u weet, dat u precies uit moet komen tussen de twee kruisjes of tussen de twee dolken, die er staan, dan bent u daar zeer intens mee bezig. Wanneer u die tekening maakt en u moet zich oriënteren op noord en oost, dan bent u al weer sterk geconcentreerd op hetgeen u doet.

De kern van de magie is, dat ik een stoffelijk replica creëer met heel veel moeite en omstandigheden, dat ik geestelijk nodig heb omdat het voor mijn geestelijke toestand is waardoor door mij bepaalde krachten en bepaalde mogelijkheden actief worden. Dat is ook een geheim. Als je tegen die lui zelf zegt, dat dat hun geheim is, zeggen ze dat je gek bent en dat niemand hun diepste geheimen weet. Logisch, dat weten ze zelf ook niet. Wanneer je geen geheimen meer hebt, ben je weg. Als je op een gegeven ogenblik tegen de dominee zegt, dat het best is dat hij het Evangelie predikt, maar dat u niet gelooft, dat het door God geschreven is, dan zit die man ook omhoog. Dan heeft hij niet het Goddelijk gezag om de zaak door te zetten. Hij heeft die suggestie nodig om u te doordringen van de op zichzelf waardevolle feiten, die hij probeert u te verkondigen, althans we nemen aan, dat het een goede dominee is. Er zijn ook slechte, maar daar praten we niet over.

Het volgende geheim is nog veel eenvoudiger. Ik gebruik reukstoffen. Men zegt, dat daardoor verschijningen gemakkelijker worden. Inderdaad, er zijn enkele dingen bij waarvan je zegt, dat het waar is. Geurstoffen, die je gebruikt beïnvloeden uzelf. Als u het niet gelooft moet u zich toch eens afvragen waarom zoveel dames en heren zich parfumeren. Als het niets uithaalt ben je toch gek om al dat geld weg te gooien. Maar als het een indruk geeft aan een ander, dan betekent het, dat geuren een mens kunnen beïnvloeden. Daar kunnen we nog wel heel wat meer over vertellen. We kunnen zelfs zeggen, dat het paringsgedrag van dieren sterk afhankelijk is van geuren en dergelijke. Ook insecten. Wanneer ik de juiste geurstoffen gebruik, dan heb ik al weer een suggestieve factor. Die suggestieve factor bepaalt mijn eigen wezen, mijn reactie-uitstraling van dat ogenblik, dus wederom datgene waar ik wel of niet mee harmonisch ben.

Als je dat zo bekeken hebt dan vraag je waarom bepaalde kruiden verbrand worden of bepaalde oliën. Dat kan ik ook vertellen. Ze geven dan wel geen geuren af of ze stinken (bij sommige magiërs valt dat niet op, die stinken zelf nog veel erger. Dat komt tegenwoordig niet zo veel meer voor. Vroeger werd een magiër bij zijn geboorte gewassen en misschien ook nog een keer als hij dood was, voor de rest had hij zijn eigen aroma om zich heen) wanneer je werkt met al die geurstoffen, schep je een invloed. Die invloed is weer belangrijk. Verbrand je nu die andere stoffen echter, dan breng je iets in de lucht. Neem maar een etherische olie, die verdeelt zich in heel fijne deeltjes en zweeft door de lucht. Zeker als je hem verdunt met een andere stof of als je hem verbrandt, zodat hij gasvormig wordt. Dat zijn hele kleine partikels. Die kunnen gebruikt worden door bepaalde entiteiten, maar ook door gedachtevormen om dus een zichtbare vorm aan te nemen. Dat is ook erg belangrijk. Die zichtbare vorm daar wordt ontzettend veel belang aan gehecht. Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe het komt, dat goden en demonen in verschillende landen er allemaal anders uitzien, hoewel ze toch uit dezelfde wereld schijnen te komen, omdat het beeld van de mens bepaalt in welke vorm de God zich manifesteert. U neemt het me misschien kwalijk, dat ik het zeg, maar het is toch werkelijk zo. Vroeger zou God zich misschien gemanifesteerd hebben als een man met een baard; tegenwoordig is hij alleen maar een wolk licht. Waarom? Omdat de mens niet meer gelooft in een man met een baard. Gladgeschoren is nog erger in deze tijd. Dat is helemaal niet in, ofschoon het in-zijn van de baard langzaam maar zeker out begint te raken.

De goden, de geesten, de demonen, de engelen waarmee we te maken hebben ontlenen de vorm waarin ze zich manifesteren aan ons. Het is voor ons en de in ons levende voorstelling, geactiveerd door iets wat die vorm niet bezit in zich, maar dat ons beroert, waardoor wij hen waarnemen zoals wij hen zien. Vandaar dat ik van licht duister en van duister licht kan maken alleen door mijn eigen innerlijk. Het lijkt zo vreemd, dat de zwarte en de witte magie vaak precies dezelfde dingen doen, maar wat ik doe voor een ander zonder er zelf beter van te willen worden, wit is wit. Mijn instelling is ten goede, is positief. Wanneer ik probeer een ander de nek om te draaien om er zelf beter van te worden, is het negatief. Dat geldt in net zakenleven, zo goed als in de magie. Je moet ook heel goed begrijpen, dat in de magie de ritualen op zichzelf niet bepalend zijn en dat de samenvoegingen en recepten niet zonder meer bepalend zijn, maar dat we te maken hebben met een aantal voorstellingen, die we nodig hebben om onze geestelijke waarden, die niet uitdrukbaar zijn en niet uitdrukkelijk in stoffelijke vorm weer te geven zijn, voor onszelf aanvaardbaar te maken. Ik dacht, dat dat een geheim is waarvoor menige magiër niet zal voelen.

Iedereen is in wezen magiër, want iedereen heeft de gewoonte wel eens om door bepaalde uitroepen en door zich te beroepen op onbekende krachten zijn persoonlijke visie nadrukkelijk te vermelden of dat nu is: God zegene je of GVD.

Nu komen we langzaam maar zeker in deze tijd. Wie nu aan magie wil doen, zal heel vaak grijpen naar de oude rituelen. Als je die rituelen niet kent en niet begrijpt kun je er niets mee doen. Wanneer je er iets van begrijpt dan is het levensgevaarlijk. Net zo gevaarlijk als een kind dat met twee vingers zit te peuteren in een stopcontact. Pas wanneer je precies weet wat je wilt doen, welke krachten er bij behoren, ben je in staat de juiste instelling te vinden en dan ontstaat de juiste uitwisseling van krachten.

Een ander geheim wat men meestal niet kent is, dat de magiër zelf de kracht is, die hij uitzendt. In de groene magie van Afrika kennen we het zenden van een doodsgeest. Die doodsgeest is gewoon een deel van de magiër zelf. Daarnaast is hij over het algemeen een deel van de suggestie. Wanneer we kijken naar de goena-goena dan zien we ook al weer, dat hier sprake is van een projectie van meestal de doekoen die het doet, plus vaak nog het toedienen van bepaalde middelen. Dat hoort er ook bij. Hierdoor kan vaak op grote afstand het verval, de dood van dat lichaam worden bewerkstelligd. Ook wanneer je er niet in gelooft, voel je je in het begin beroerd door de middelen, die je krijgt. Dan vraag je je af of er iets van waar zou kunnen zijn en vanaf dat ogenblik ben je verloren.

Dat heeft ons zover gebracht, dat we in deze tijd magie dus betrekkelijk willekeurig kunnen opbouwen, maar er is één ding nodig: we moeten dingen hebben waarin we zelf intens geloven, dat is punt één. Punt twee: wanneer het even mogelijk is moeten die begrippen ontleend zijn aan een gemeenschappelijk bewustzijn. Hoe meer mensen denken aan God of aan Pietje Pel wat mij betreft, hoe groter de energie die daar invloeit en hoe groter dus de energie, die ik uit dat begrip kan aftappen. Iedereen kan zijn eigen vorm van magie bedrijven.

*  Dus dat is een begrip wat jezelf opbouwt.

Ja, maar je moet precies weten wat je wilt, wat je tot stand kunt brengen. Omdat het tot stand brengen voor de meeste mensen die zich met het occultisme bezighouden gereleerd is met bepaalde duivels, demonen, goden, engelen, planeten of sterren is het verstandig om dezen ook voor jezelf als symbool te kiezen. Het ritueel is over het algemeen eveneens een vrije keuze. Wanneer je echter aan een ritueel begint moet je er rekening mee houden, dat elk ritueel wat werkzaam is een grote hoeveelheid inspanning moet eisen en sterke concentratie. Die concentratie heb je namelijk nodig voor de juiste afstemming, het scheppen van een zekere invloed in aura om jezelf heen, waardoor je later als magiër eventueel ook anderen kunt beïnvloeden.

Vat zijn dan de basisgeheimen waarmee we over het algemeen mee zien werken? Die basisgeheimen zijn ondermeer de volgende:

  1. de eenheid van de mensheid. De mensheid is een geheel waarbij het geheel een bewustzijn heeft, dat alles omvat wat in de delen daarvan aanwezig kan zijn.
  2. de mensheid is onsterfelijk. Binnen dit geheel maakt iedereen een soort kringloop door. Hierbij zal hij zich in uiting en verschijningsvorm voortdurend herhalen zover het de omstandigheden betreft, die hij voor zich ervaart. Hij zal echter niet herhalen datgene wat hij gevoeld en ervaren heeft. Het is de variatie van dit laatste waardoor hoger bewustzijn een juister overeenstemmen met de totaliteit bereikbaar is.
  3. alle krachten, die in de kosmos bestaan hebben invloed op alle andere krachten. Dit geldt binnen een atoom. Dit geldt binnen een kosmos, een sterrenhemel. Dit betekent, dat wij al die krachten, die dicht bij ons zijn, moeten beschouwen als hebbende invloed op onszelf. Deze invloed wordt bepaald door onze eigen reactie op datgene wat die planeet of ster tot stand brengt.

*  Deze laatste zin begrijp ik niet helemaal.

We zullen het eenvoudiger formuleren. Planeten hebben invloed op de aarde. Nu kunnen we dat zelfs herleiden tot natuurlijke omstandigheden, door de massa, al staat ze op een afstand, toch kleine varianten in de aardatmosfeer kunnen veroorzaken. Of het nu deze veranderingen zijn of werkelijke persoonlijkheden, doet niet ter zake. De effecten, echter, die ik heb leren herkennen als behorende bij een bepaalde planeet geef ik weer met een persoonlijkheid. Dat doe ik dus om in dat ene beeld, dat voor mij makkelijk te onthouden is, het geheel van mijn onbewuste en bewuste kennis en ervaring ten aanzien van de inwerking van de planeet mee tot uiting te kunnen brengen.

Daardoor nemen wij aan, dat alle planeten en sterren bezield zijn, dat deze zielen ten aanzien van elkaar een relatie vertonen en dat net erkennen van deze relatie het mogelijk maken de invloeden door, rond, in ons bestaan te definiëren. Dat houdt in, dat bijna alle magie bijvoorbeeld gepaard gaat met astrologie. Dat wil zeggen, dat ook in de alchemie bepaalde experimenten gebonden zijn aan zeer bepaalde standen van de planeten onderling en van een bepaalde zonnestand. Wanneer je bijvoorbeeld weet, dat bij een rijzende zon, de invloed van de zon altijd sterker is, dan weet je dus, dat wanneer je de invloed van de zon nodig hebt, je moet wachten tot ze tenminste over het middaguur heen is en afnemend is, ten aanzien van de plaats waar ik mij bevind. Hetzelfde geldt voor alle planeten natuurlijk. Op deze manier werk je met invloeden waarvan de geaardheid en het wezen eigenlijk niet te omschrijven is. Niemand weet het precies. Omdat je echter uitgaat van ervaringen, kun je met die ervaringen wel degelijk iets doen. Wanneer u hier door een straat loopt en u kunt niet zien waarom u op één plek altijd een klap op uw hoofd krijgt, u ziet niemand en er is niets maar toch voelt u het, dan zult u zeggen, dat u omloopt. Laat die ander nou daar eens lopen, dan kan ik ook lachen. Op die manier moet u zich dat voorstellen. Het is een kwestie van ervaring. Je weet hoe je bepaalde invloeden – gewenste of ongewenste effecten – kunt bereiken of kunt vermijden.

Dan is er nog één geheim bij en dat is een geheim, dat ik persoonlijk als een geheim zie van de magiër, ook van de alchemisten, trouwens, en dat is dit: de wereld, die ik ken is niet mijn werkelijke wereld. Mijn werkelijke wereld omvat alle fasen van mijn persoonlijkheid. Dat wil zeggen, dat er vanuit menselijk standpunt vele werelden bij betrokken zijn. Wanneer ik leer in mijzelf mijn bewustzijn te verplaatsen van de ene sfeer naar de andere, dan zal ik daardoor de krachten van die sfeer in mijzelf kunnen wekken en concentreren en vanuit mijzelf kunnen ontladen en zelfs kunnen richten vanuit die sfeer op objecten of personen, wanneer ik dit wens.

Nu zult u zeggen, dat dit een sprookje is. Misschien voor sommige mensen. Maar u bent een geest. U droomt en als u droomt, leeft u in een werkelijkheid. Als u wakker wordt, dan is het een droom. Nu zou ik u alleen willen vragen: wat zou nu meer echt zijn, een intense droom of datgene wat je ziet wanneer je wakker wordt. Voor uzelf denk ik niet, dat u zult zeggen de gewone werkelijkheid, want dat sleurtje kent u wel. Die droom was iets bijzonders. Onze eigen werkelijkheid is door onze eigen toestand, inhoud en mogelijkheden een variabele. In die variabele van mijn eigen besef en vermogen, zal ik echter steeds alles wat in mijn persoonlijkheid is en niet strookt met een bepaalde wereld waarin ik mij wil bewegen en waarvan ik deel ben, moeten overwinnen, moeten achterlaten. Daarom betekent elk je verplaatsen van wereld tot wereld, of van sfeer tot sfeer ook in jezelf het overwinnen van bepaalde krachten en een zekere mate van zelfoverwinning, net afstoten van zaken, die negatief zijn vaak.

Men zegt bijvoorbeeld, wanneer je overgaat van de lichtwereld naar de wereld van de magie, dan ontmoet je op de grens de wachter. De wachter is het monster van de angst. Elke mens is wel ergens bang voor. Je moet beseffen, dat die angst in die nieuwe wereld niet doeltreffend is, anders kun je haar niet betreden. Maar keer je terug, dan is die angst zo sterk in je geworden, dat ze steeds meer op de voorgrond komt en dan ben je het slachtoffer.

Dat zijn maar een paar van de geheimen, die er in zitten. Het zijn, dacht ik, de belangrijkste en dat u – uitgaande van hetgeen ik u gezegd heb – de betekenis beter gaat inzien van hetgeen u in alle grimoires, in alle alchemistische verhandelingen en.dergelijke aantreft.

Ten laatste, maar nogmaals zeer nadrukkelijk: onthoud u één ding; ook in de magie, in de alchemie bestaan wel degelijk zuiver stoffelijk en wetenschappelijke, wetenschappelijk verklaarbaar ingrepen. Dus niet alles wat magie is, is werkelijk tovenarij. Het kan ook kruidkunde zijn. Het kan menskunde zijn. Het kan psychologie zijn, dat kan er ook bij te pas komen. Niet alles wat in de alchemie komt is zuiver geestelijk of alleen zuiver chemie. Het is voor een heel groot gedeelte eenvoudig een poging om begrippen bij elkaar te brengen. Dat is het bewuste weten van de mensheid, de wetenschap of de kennis samen te voegen met veronderstellingen en zo te komen tot het experiment. Dat experiment is kentekenend voor alle soorten van occultisme, zodra deze daadwerkelijk wordt beleefd.

*  Hoe komen ze aan zo’n amulettekening? Wie verzon deze voor het eerst.

Amulettekeningen zijn niet altijd dezelfde, ofschoon er wel een aantal verzamelingen bestaan, die nogal berucht zijn geworden, bijvoorbeeld de verzameling amuletten uit het derde boek van Mozes, de verzameling van ene profeet Izaäk en nog wat, die kabbalistisch zijn. We kennen de amulettenreeks van koning Solomon, die overigens niet de koning was maar een betrekkelijk eenvoudige rabbi, die zich die naam als scribent had toegeëigend. Dan kennen we verder nog een aantal oud-Egyptische zaken, waar een Egyptenaar zich ongetwijfeld de beroerte om zou lachen, want er worden – zonder gekheid – als magische amuletten tekens verkocht plaatjes van metaal en er staan tekens op gegrift. Er staan een aantal niet zo gemakkelijk bekende tekens in. Als je die nu samenvoegt met al het andere, dan staat er niet, dat de God u zal beschermen, maar doodgewoon, dat u het recept op moet schrijven. Wat heb je daar aan? Het maakt je wel gezond, brengt je geluk. Als je er in gelooft is het nog waar ook. Er zijn heel wat verschillende reeksen en series. Om het heel simpel te zeggen, het gebeurt eigenlijk zo. Iemand heeft op een gegeven ogenblik een mooi kiezelsteentje gezien. Hij neemt het mee, loopt er mee te spelen en ineens ziet hij jachtbuit. Hij vraagt zich af of dat steentje er wat mee te maken heeft. Hij steekt het bij zich. Wanneer dat nog een paar keer gebeurt, dan zegt hij, dat het zijn amulet is en dat het hem geluk brengt. Of hij loopt net om een gevaar heen. Hij zegt, dat het steentje zijn beschermamulet is. Zo is het begonnen. Sedertdien heeft men het steeds ingewikkelder gemaakt. U kunt nu op het ogenblik nog wanneer u naar Noord-Afrika gaat, nog gewoon zo’n ding kopen. Als u het goed bekijkt, zit er een klein papiertje in waarop staat: in naam van Allah, de almachtige en dan vaak een regel uit de Koran. Daaromheen zijn wat figuurtjes getekend en dat beschermt u of dat helpt u. Als u goedgelovig bent kunt u er zelfs eens kopen, dat u onkwetsbaar maakt.

U moet het aanvaarden als betekenisvol, anders kan het niet werken. Het gaat namelijk helemaal niet om het zegel zelf, het gaat er niet om wat er geschreven wordt, maar het gaat wel om de concentratie van de magiër. De magiër concentreert daarin een bepaalde afstemming. Wanneer u dat ding bij u draagt en u denkt er aan, dan bent u geneigd diezelfde afstemming aan te nemen en dan werkt het voor u. Het stimuleert je in een bepaalde richting tot gemakkelijker aanslaan, aanspreken, harmonie, sneller reageren vaak soms.

*  Je kunt er dus alles voor gebruiken als je er zelf maar wat in legt.

Inderdaad, wanneer je het er sterk genoeg in legt. In Nederland moet u bijvoorbeeld dat werkelijk niet doen, want bij een Nederlander is het pas goed wanneer het van het buitenland komt, vooral als het Egyptisch is, dan staat er Made in Taiwan op het voetstukje. Het moet iets buitenissig zijn, met andere voorden we hebben een hele boel suggestieve versiering nodig om iets als werkzaam te kunnen accepteren, maar doen we dat dan zijn we geneigd om die werking te versterken. We zoeken zelf naar alle punten waarbij het bevestigd wordt, het geloof wordt dus groter. Daardoor ontwikkelen we een zekerheid, waarbij we inderdaad steeds meer waarmaken van hetgeen er allemaal gezegd wordt, dat er gegeven wordt. Zo is het eigenlijk.

*  Het is tijd.

Als het tijd is, is het tijd. Tijd is namelijk iets wat niet bestaat behalve wanneer je er aan gelooft. Maar aangezien u er aan gelooft en ook het medium, is het tijd voor mij om heen te gaan, al zou ik wat mijzelf betreft nog wel wat tijd hebben. Dank voor uw aandacht, goedenavond.

HET SCHONE WOORD

Wanneer je met een leugen vrede zoekt, dan heb je magie nodig om de poort tot de vrede enigszins open te houden.

Ik speel het spel van machten en krachten heen en weer zend ik datgene wat ik in mijzelf leer beheersen als een kracht van geest of de natuur en zo bepaal ik uit mijn eigen zijn het alverterend vuur dat heel de aarde omringt of het engelenkoor dat mensen toch nog van de vrede zingt.

Maar ben ik eerlijk en oprecht dan weet ik: ik kan dit niet gedogen, een mens moet leven, sterven, ook als mensen dat verloochenen.

De mens moet zelf spelen zijn spel en zoeken naar zijn kracht, moet vinden vrede in zichzelf uit zichzelf voortgebracht en anderen vrede geven.

Dat is de zin van het bestaan, het leren en het leven en zoek je dan de grote poort, die tot de vrede leidt begin dan allereerst een keer met wat verdraagzaamheid.

Want als je anderen kunt verdragen en weten dat ze anders zijn en toch aanvaarden eigen wegen zonder pijn, dat de anderen anders zijn, dan wordt je hele bestaan een zegen.

Dan vind je in jezelf een kracht waardoor het beste uit je wezen gedurend weer wordt voortgebracht als uiting en als zijn in leven.

Dan vind je zo uit de onsterfelijkheid de kracht, die in je leeft en zweeft. Dan maak je die tot werkelijkheid daar waar mensen leven.

Dan sterft de leugen wordt de waarheid vorst wordt de vrede snel geboren opdat het magisch zijn van mens met mens dan strijdt een leugen tot verloren gaan en uit zichzelf doet ontstaan de waarheid van het leven die in het begin toen alles één was door de eeuwigheid is neergeschreven.