De geheimen van de sfinx

Dinsdag, 24 maart 1981

De geheimen van de sfinx zijn eigenlijk lang niet zo groot als de mensen wel denken. Er is een tijd geweest waarin men probeerde bepaalde goddelijke kwaliteiten of bovennatuurlijke kwaliteiten uit te beelden door bijvoorbeeld mensen met dierenhoofden af te beelden of ook omgekeerd dierenlichamen te voorzien van mensenhoofden. Daarvan vinden we heel veel voorbeelden. Wanneer we denken aan de poorten van Babylon dan vinden we daar gevleugelde stieren. Wanneer we kijken naar de verschillende grote wegen die bijvoorbeeld naar tempels of graven voeren, dan vinden we daar eveneens heel vaak wezens, die in Egypte een leeuwenlichaam hebben en daarnaast een mensengezicht. Kijken we naar de tempelwachters van Bali dan zien we weer iets dergelijks: een menselijke gestalte maar dan heel vaak versierd als het ware met dierengezichten of op dieren lijkende gezichten. Wanneer je kijkt naar de dansers dan zie je bijvoorbeeld een mens, maar ook een aap. Ergens anders zien wij een man ronddansen, die het gezicht heeft van een olifant en het lichaam van een mens, etc.

Dat ik dit zo uitvoerig zeg is alleen om u duidelijk te maken, dat een sfinx niet exceptioneel is. Het exceptionele aan de sfinx is vooral zijn grootte, want we spreken nu natuurlijk over de sfinx bij Gizeh.

In de tijd, dat men dergelijke wachters probeerde te bouwen, meende men ook dat ze bezield zouden zijn. Een tempelwachter beschermde de tempel. Hij was de woonplaats voor een geest en die geest zou een ieder die de tempel zou schenden achtervolgen en bestraffen. Wanneer men een weg had, die beveiligd moest worden omdat vorsten en voorname priesters er regelmatig langs kwamen, dan stelde men daarlangs een hele reeks sfinxen op. Kleine geesten weliswaar, maar alweer bewoond door geesten. Het was een soort magie. Deze geesten waren veel afdoender bescherming, zo dacht men, dan alles wat menselijke krijgers zouden kunnen doen, want de geest ziet veel meer dan de mens kan overzien. Niet altijd is dat goed verlopen, dat weet u ook wel. Het is wel eens verkeerd afgelopen, maar toch moet u allereerst dat denkbeeld nemen, er zijn beschermers nodig.

De grote sfinx is gebouwd in ongeveer 2600 á 2700 jaar voor Christus, althans toen is de bouw begonnen. Men heeft dit beeld toen gebouwd om een bescherming te vinden voor het gehele land van Egypte omdat juist in die tijd, na heel veel spanningen, de twee kronen bijeen werden gevoegd. Wanneer je dit alles overziet, dan is het duidelijk dat we hier in de eerste plaats te maken hebben met de woonplaats van een beschermgeest. Dat men daarnaast ook gebruik maakte van zo’n sfinx om daar in bepaalde ruimten onder te brengen, ach dat was bijna secondair. Dat deed je overal. Zoals elke piramide, elke grafkelder nog wel zijn verborgen plaatsen had, had ook de sfinx die.

Nu kom ik op een heel ander chapiter. We komen nu op het terrein van de “fantasia”, maar ik hoop, dat u me toch nog even zult willen blijven volgen.

Egypte is een land, dat allerlei dingen heeft geërfd uit het verleden. Die erfenis is voornamelijk te wijten aan twee grote uittochten uit het land Atlantis. Alweer een fabel, die wel ergens een werkelijkheid bezit. In het eerste geval waren het zwarte slaven voornamelijk, die wegtrokken. Dat die zearte slaven zeker hoger in cultuur en beschaving waren dan men zich tegenwoordig kan voorstellen, kan men misschien nog hier en daar terugvinden. om u een voorbeeld te geven, er is een zeer oude Berberbeschaving geweest, die in de tijd dat er nog geen Sahara was – althans niet zo groot als nu – en er veel binnenzeeën waren, schilderkunst, bouwkunst beheersten op een wijze, die niet in overeenstemming is met hetgeen we elders vinden. Die Berbers, die tegen­woordig toch wel een beetje onderontwikkeld lijken hadden toen bijvoorbeeld een bouwkunst die al een paar stappen verder was dan die we aantreffen in de rijken van Ur, Uruketek (??) etc. Wanneer je dat allemaal bekijkt, dan is het duidelijk, dat van hieruit de golf van kennis is doorgedrongen. Niet – zoals men wel eens denkt – naar het mondingsgebied van de Nijl, maar juist naar het boven-Egyptisch rijk. Daar ontstaan eigenlijk de eerste vormen van bouwkunst, de eerste opvattingen omtrent tempelbouw, goden, technieken. Bouwtechnieken ontwikkelen zich hier wat eerder dan beneden. In het beneden-Egyptisch rijk ontwikkelde zich echter de krijgskunst.

Nu was de basis van veel wat die Atlantische stammen met zich meebrachten – zeker vanuit modem standpunt gezien occult, magisch – wetenschappen werden door de priesters bedreven en werden alleen binnen priesterlijke gemeenschappen overgeleverd. Wanneer er bepaalde beroepen waren dan werden ook die van vader op zoon overgegeven en waren ze omringd met allerlei magische rituelen. In die periode nu treffen we ook een aantal magisch impedimenten aan, voorwerpen zeg maar, die na langere tijd verdwijnen. Je hoort er niet zo veel meer van. Daaronder bevonden zich de zogenaamde magische spiegel. Deze moet u zich niet als een echte spiegel voorstellen maar meer als een stuk gepolijste steen, het was geen ruw glas, het was gewoon steen. Wanneer je daar licht in laat vallen krijgen je bijzonder effecten door de reflectie. Er waren zogenaamde magische kristallen, die ook weer helemaal niet doen denken aan wat u tegenwoordig kristal noemt. Ze bestonden in feite uit een ruwe glasmassa, die in haar eigenlijke kleur bruin-groen was, hoofdzakelijk, omdat er nogal wat ijzeroxide in zat. Die werd inderdaad wel met zeer veel zorg gepolijst. Daarin werd geschouwd, zoals men dat tegenwoordig nog wel doet in een bal van loodkristal.

Dergelijke voorwerpen werden op de duur zeer heilig verklaard. Er waren methoden bijvoorbeeld om met een wichelroede te gaan. Daar bestonden zeer bijzondere instrumenten voor. Ze bestonden uit handvatten die meestal waren opgebouwd uit dierlijk bot, waaraan een tweetal wijzers losdraaiend bevestigd. Deze waren meestal gemaakt van metaal en over het algemeen uit koper. Dergelijke voorwerpen zijn later samengebracht. Een deel daarvan heeft men ook ondergebracht onder de sfinx. Je zou kunnen zeggen in een soort tijdkluis. Hierdoor ontstond de legende, dat de sfinx zelf de bewaakster was van grote schatten. In zekere zin is dat waar. Men heeft daar een reeks van bereikingen, van de kunde van het land Egypte in die tijd van de bouw, de eerste bouw zelfs, samengebracht. Men heeft zelfs een verbinding gemaakt nog met één van de piramiden. Ik meen overigens, dat later deze gang grotendeels is ingestort, maar gezien het feit, dat hiervoor steen is gebruikt, zou ze terug te vinden moeten zijn.

De eredienst, die dan ontstaat, is dus eigenlijk veelvoudig. De piramiden zelf zijn gebaseerd op oude overleveringen en hebben direct te maken met de relatie aarde/zon. Dat is ook begrijpelijk. Zonverering is eigenlijk de nieuwe fase, nadat de eerste fase, de maanverering een beetje voorbij gaat. Het is vooral in de landen rond de Middellandse zee en voor een deal dus ook in de westelijke oceaan, dat deze aanbidding het eerst is opgekomen. We nemen dan ook aan, dat de zonaanbidding Atlantisch van aard is. Het wordt duidelijk, dat men allerlei tempeltjes gaat aanbrengen. Zo was er iets voor, maar in de richting gezien als het ware in het midden tussen de poten een klein tempeltje aangebracht. Dat tempeltje was niet, zoals men later wel heeft verondersteld, een vooroudertempeltje of een tempeltje waarin dus de reis van Osiris werd herdacht, neen, het was gewoon een tempel­tje waarin de oude kunde, de oude kennis werd herdacht. Er zijn rond dat complex in het geheel een kleine 70 tempeltjes geveest. Sommige daarvan heel klein, andere daarvan luxueus en in verhouding groot. In al die tempeltjes werden bepaalde goden aanbeden en herdenkingsplechtigheden gehouden. Vergeet niet, dat wanneer een farao begraven was en men eerde hem – men zag hem werkelijk als zoon van de zon die was teruggegaan naar die zon – dat men hem nog langere tijd bleef aanspreken. In dergelijke tempeltjes vond je dus een beeld of meerdere afbeeldingen van deze vorst en bovendien vaak een soort altaarruimte. Een ruimte waarin vaak pleng- en kleine brandoffers gebracht konden worden.

Dat alles maakt de sfinx tot iets wat veel minder geheimzinnig is dan men tegenwoordig wel wil doen geloven. Men wil die sfinx terug-projecteren tot in een ver verleden voor alle bekende beschavingen. Ik hoop duidelijk te hebben gemaakt, dat dit niet zeer waarschijnlijk is, al zullen dergelijke beelden misschien zo hier en daar hebben bestaan. De oudere beelden zijn over het algemeen veel grover van structuur, zijn minder kunstzinnig van uitvoering en hebben niet die juiste verhoudingen, die we hier in de sfinx aantreffen. Het is heel opvallend trouwens, wanneer je denkt aan de oermens, dat deze een uitstekend begrip heeft voor houding, de verhouding tussen lichaamsmaten en dat hij zelfs uitdrukkingen weet te pakken. Zodra je echter komt met snijwerk of boetseerwerk, dan blijkt, dat om de een of andere reden alles vervormd is. Die vervorming is natuurlijk magisch bedoeld. Men zou waarschijnlijk veel betere beeldjes hebben kunnen maken. Wanneer we kijken naar de beeldjes van de grote moeder, dan vinden we daarvan in het begin enkele zeer mooie uitvoeringen, een soort terra cotta (er zijn resten van bewaard gebleven), maar de meesten van die beeldjes zijn wanstaltig dik, overdreven nadruk op vrouwelijkheid, etc. Dat komt gewoon omdat men op de duur de godin los wil maken van de mens, zoals men bijvoorbeeld bij jachtbeelden de prooi los wilden maken van het enkele dier en in de plaats daarvan men een soort magisch gegeven wilde scheppen voor het totaal van alle dieren van de soort.

Het is duidelijk, dacht ik, dat de sfinx inderdaad oud is, maar zo oud als men pretendeert is ze zeker niet. Haar vormgeving, de wijze waarop de stenen zijn gestapeld, het materiaal dat werd gebruikt, het wijst alles naar die periode waarin men soms ook nog wel met gebruik van magische handigheden – dat is zeker waar – grote bouwwerken overal is gaan oprichten. De sfinx is eerder geweest dan de piramide. De wachter was er voor dat de graven er waren. Wanneer u daar rekening mee houdt en met al hetgeen ik hier gezegd heb, dan heeft u – dacht ik een antwoord op uw vraag. Is dat niet zo, dan zegt u het maar.

*  Ze hebben er toch bepaalde begrippen aan verbonden?

De mensen verbinden overal begrippen aan. Laten we daar voorzichtig mee zijn. Men neem bijvoorbeeld aan, dat het kruis een typisch christelijk symbool is, maar we kunnen dan niet verklaren hoe het komt, dat het kruis eveneens voorkomt in de Ganges-vallei, in beeldhouwwerken en versierselen van gebouwen waarvan we aan moet en nemen, dat ze stammen van 1900 tot 1500 voor Christus. Dat wordt erg moeilijk. We kunnen hooguit zeggen, dat ze er iets mee bedoeld hebben, maar wat ze bedoeld hebben is niet datgene wat wij er in zien. Dat is de grote fout, die de moderne mens heel vaak maakt. Hij projecteert zichzelf, zijn eigen historie, zijn visie op zijn eigen bestaan in datgene wat hij waarneemt. De bedoeling van die mensen was eenvoudig om een beschermgod te hebben. Een bijzondere bescherming, die overigens in een latere periode steeds meer is overgegaan naar de verering van de Nijl, de brenger van vruchtbaarheid, maar gelijktijdig ook degene die wel eens in kon grijpen in je bezit. Als u zich realiseert hoe moeilijk het was voor die mensen toen landeigendom was erkend, om na de overstroming weer uit te maken waar de grens liep, dan kunt u misschien ook wel begrijpen waarom ze zoveel deskundigen en rechters nodig hadden. Misschien is het ook wel leuk om erbij te vertellen, dat dit afmeten veelal gebeurde met koorden, die normalerwijze bewaard werden in de tempel, die stond onder de gouverneur. Trouwens die tempel had dan weer de bierbrouwerij, waar het speciale bier voor de priesters en de gouverneur werd gebrouwen. Wat dat betreft had Heineken vroeger ook al veel invloed.

Wat ik probeer duidelijk te maken is dit, wanneer je uit de moderne tijd kijkt naar die gigantische bouwwerken, kun je niet anders denken in termen van of de grootste occulte en magische gebeurtenissen en gegevens, of – wat ook voorkomt – dat je denkt aan enorme slavenarbeid. Ook dat is lang niet altijd het geval geveest. Vergeet niet, die mensen hadden tijd. Wanneer ze gevoed werden dan was het vaak voordeliger om gewoon te werken voor iemand die een tempel aan het bouwen was, dan om te proberen zo in leven te blijven. Het zijn de armen geveest, die daar gewerkt hebben, je kunt ze slaven noemen, maar ze kregen daarvoor hun onderhoud en vaak ook nog een zekere beloning. Dat die beloning in enkele gevallen de dood was, nu ja, dat was een risico, dat je moest nemen. Tegenwoordig werken arbeiders toch ook voor een loon. Je kunt dan ook zeggen, dat het slaven zijn. Misschien dat mensen later de enorme fabrieken kunnen reconstrueren, die in deze tijd bestaan, dan zeggen, dat dit alleen mogelijk is geveest met slavenarbeid. Die arbeiders van nu zien zichzelf zeker niet als slaven. Vaak eerder het tegendeel: ze zien zichzelf als de meester. Zo was dat ook in het verleden. Je moet de tijd zien zoals ze was. Zo kun je dan zeggen, dat al die dingen, vanuit ons standpunt gezien, onmetelijke schatten zijn. Dat is waar, maar word je er veel wijzer van? Het enige wat je leert, is dat er in het verleden technieken hebben bestaan, waarvan men tot nu toe heeft aangenomen, dat men ze niet kende. Dat is dan het enige wat je kunt zeggen. De magie van toen is in deze tijd niet denkbaar, dus is dit in deze tijd bijgeloof. De bedoeling van die mensen is zo eenvoudig als twee maal twee vier is. Zij beschouwden een grote, machtige beschermgeest op dezelfde manier als de USA early warning system. Dat is iets wat je tegen onheil kon beschermen. Ik geloof, dat er dan van het wonderbaarlijke minder overblijft in occulte zin, maar dat je gelijktijdig geconfronteerd wordt met enorme kunde en kunstzinnigheid. Kijk maar eens naar de verhoudingen zoals ze in het beeld liggen – het is eigenlijk een beeld – van een tijd waarvan men tegenwoordig denkt, dat ze zo primitief was. Ze was anders, maar was ze primitief? Ik geloof het niet.

*  Behalve bij Ichnaton.

Daar moeten we eventjes voorzichtig mee zijn, want Ichnaton is eigenlijk de grote ketter. Deze probeert los te komen van alle visies, die men in Egypte tot op dat ogenblik had. Misschien kan ik het het beste zo uitleggen. Ichnaton is ongeveer ten aanzien van het Egyptisch denken en het geloof van die dagen, als Luther ten aanzien van de katholieke kerk. Hij heeft niet de opzet om alle priesters werkeloos te maken, maar hij wenst, dat de priester terugtreedt en niet meer staat als enige – en goedbetaalde – bemiddelaar tussen de mens en zijn God. De mens heeft een direct contact met zijn God. Dat komt ook weer tot uitdrukking hoe die zonneschijf wordt afgebeeld in Ichnaton’s tijd, met stralen met handjes. Dat betekent, dat de God uitreikt naar het geheel van zijn schepping, de mens. Wanneer je dan kijkt naar de wijze waarop kunst zich plotseling ontwikkelt, dan valt ook op, dat we ineens afstand doen van het gemanierëerde, gestyleerde veergave van de werkelijkheid, die oorspronkelijk door de tempel zeer sterk in stand wordt gehouden, later ook weer terugkeert, omdat er een vast ritme moet zijn, een vaste vorm, een vaste verhouding. Bijvoorbeeld: een koning wordt altijd groter afgebeeld dan zijn koningin, ook al is hij een heel klein ventje van 1.50 m en zij een matrone van 1.92 m. Die dingen vallen dan weg. In Ichnaton’s tijd zien wij eigenlijk voor het eerst naturisme. Wanneer we zien hoe natuurlijk persoonlijkheden worden weergegeven, één van de bekendste beelden uit die tijd is een schrijver, dan zie je hoe werkelijk de mens wordt uitgebeeld. Terwijl de Egyptische kunst vanuit de tempel nooit de mens mocht uitbeelden, alleen de idee. Een mens is een soort goddelijk complex, het is duidelijk, dat juist daardoor, ook in de periode dat Ichnaton aan het bewind is geweest en die was niet zo erg lang, de kunstenaars heel vaak probeerden om als het ware oude denkbeelden te paraphraseren. Er is weinig van over gebleven, vooral omdat de zonnestad van Ichnaton praktisch helemaal vernietigd werd, maar men beeldde bijvoorbeeld sfinxen af maar op een heel andere manier. Men probeerde godenbeelden als van Anubis bijvoorbeeld te ontdoen van het goddelijk masker en in de plaats daarvan kreeg je te maken met een soort hyena, die heel natuurlijk was uitgebeeld. Dergelijke dingen vinden we veel. Om de goddelijkheid van die figuren dan toch aan te geven, vinden we in bepaalde reliëfs en bas-reliëfs dat men probeert een stralenkrans, een soort aura erbij te produceren. In enkele bewaarde tekeningen, het zijn er niet veel, zien we hetzelfde effect. het is een veel natuurlijker vorm waarbij symbolen worden toegevoegd om bijvoorbeeld goddelijkheid of functie aan te duiden. Ik geloof, dat dat de reden is, dat we bij de kunst, de tijd van deze grote vernieuwer, geconfronteerd worden met zaken die we voordien en nadien niet meer hebben gezien. Let wel een drakensnuit vinden we hier niet. We vinden wel bepaalde afbeeldingen die behoren bij Seketh, waarbij dan een krokodillensnuit op een wat wonderlijke manier stralend wordt afgebeeld. Dat heeft weer niets te maken met de zon, maar dat heeft te maken met de bezieldheid van het leven, waarin in de rivier bepaalde krachten, zeg maar reinigende krachten eigenlijk, ook een goddelijke rol spelen. Alleen nu als functie van de zon en niet meer als zelfstandige godheid. Het is juist die aantasting van de zelfstandigheid van de tempels, van de goden afzonderlijk, het herleiden van alles tot Aton, de Ene, waardoor die grote vijandschap is ontstaan tussen priesters en de vorst. Aangezien hij zijn schoonmoeder niet de kans liet om de baas te spelen en ook zijn eigen moeder heel vriendelijk verzocht de mond te houden wanneer ze wilde ingrijpen, ja, dan had hij zijn eigen familie ook tegen zich. Het resultaat is, dat de farao overleed, doordat men hem opereerde om zijn geest terug te laten gaan naar zijn vader, wat dus een soort trepanatie betekende.

We hebben voldoende verteld uit de oudheid. Ik heb nog iets tijd over, misschien mag ik die zelf besteden? Ik wilde namelijk een paar dingen vertellen, een paar heel gewone dingen.

We zijn de laatste tijd nog wel eens bezig met menselijke krachten. Nu weet ik, dat het uitstralen van kracht tot voor kort helemaal in twijfel word gesteld. Tegenwoordig erkend men, dat er zo iets bestaat, zoals bijvoorbeeld paranormale genezing, men weet niet precies of de theorie van de acupunctuur wel juist is, maar ze doet toch kennelijk wat en zo hebben we meer van die dingen. De basis van alles is een kracht. Die kracht kunnen we niet alleen maar buiten ons zoeken. In elke mens leeft kracht. In elke mens leeft een vorm van energie. Nu blijkt, dat die energie tot hele vreemde dingen in staat is. Wanneer we zien dat mensen in paniek raken soms, dan blijkt, dat hun lichamelijke prestatie op dat ogenblik verre hun normale mogelijkheden te boven gaat en dat ze dit langer vol kunnen houden dan zuiver theoretisch gezien volgens het biologisch geheel dat ze zijn, aanvaardbaar is. Dan zou al voor die tijd uitputting moeten zijn opgetreden. We veten, dat mensen die te maken hebben met grote spanningen dingen waarnemen op afstand. We weten, dat ze soms een eigenaardige, dominerende invloed hebben op anderen en we kunnen helemaal niet vertellen hoe het komt. Nu zeg ik, en dat is dan een stelling waar u nog maar eens over na moet denken, dat deze kracht in uzelf bestaat. Wanneer u zich volledig losmaakt van uw wereld, dan functioneert die kracht zodanig sterk, dat een aantal van de zogenaamde wetten van deze wereld op een andere manier op u inwerken, ook op uw lichaam. Een simpel voorbeeld is dit. Heiligen in diepste meditatie heten te leviteren. Levitatie wordt eveneens aangenomen bij bepaalde leermeesters, bepaalde mensen met geestelijke bereikingen. Er zijn tegenwoordig zelfs siddhi’s, die de moderne luchtvaart op geestelijke wijze concurrentie aan doen. Deze verhalen zijn niet voor herhaling vatbaar. het is één periode. Het zijn verhalen die door de tijd heen lopen. Dergelijke verhalen over mensen, die opstijgen kunnen we vinden bijvoorbeeld bij de Grieken, 500 v. Chr. We kunnen ze vinden in Rome. We kunnen er zelfs iets van vinden in de bijbel ofschoon het de vraag is of Simon de Tovenaar inderdaad leviteerde, anderen zeggen, dat hij koorddanser was. We horen dit over heiligen in de vroege en in de late Middeleeuwen. Wanneer je het overal hoort moet je aannemen, dat het kan. Stel nu eens, dat een mens, die normalerwijze met zijn wereld verbonden is in een wisselwerking, in staat is om die wisselwerking te beperken, bijvoorbeeld door wat u trance noemt of mystiek, of opgaan in iets anders dan zou het hierdoor wel eens mogelijk kunnen zijn, dat er een heel sterk krachtveld wordt ontwikkeld. Een krachtveld, dat op het ogenblik misschien nog moeilijk meetbaar is, met frequenties die waarschijnlijk liggen tussen de 4 en 7 mega Herz zelfs. Een schijnbaar verlies van zwaartekracht kan veroorzaakt worden wanneer we een metalen staaf brengen op een wisselend magnetisch veld. Dan danst het in de lucht, ondersteund door het veld, maar dat is niet zichtbaar. Stel, dat dat precies hetzelfde is, dan moot in elke mens – ik denk maar hardop – die kracht zijn. Die energie heeft in zich die kracht. Wanneer hij die kracht onder welke omstandigheden ook, bewust of onbewust, activeert dan verandert zijn relatie met zijn omgeving. Meer dan dat wil ik niet eens stellen. Kunt u het daar mee eens zijn? Dan mogen we daar, dacht ik, enkele consequenties aan verbinden.

U hebt kracht. Wanneer uw relatie met de wereld hoe dan ook verandert, verandert de werking van die kracht. Laten we dat nu eens aannemen. Stel nu eens, dat u zich op een gegeven ogenblik kunt afsluiten van de buitenwereld, hoe dan ook. Vanaf dat ogenblik zullen uw gedachteprocessen, dus uw persoonlijke bewustzijnsinhouden, de overhand krijgen. Wanneer die bewustzijnsinhouden gepaard gaan met emotie zodat er een eenheid ontstaat tussen het mentaal beeld en de lichamelijke reflectie daarvan, ontstaat een uitstraling die beantwoordt aan de voorstelling. Dan is het helemaal niet meer zo gek als ik zeg: ‘Heer geef mij kracht.’ Want voor mij is deze erkenning van een relatie niets anders dan een opnemen van kracht. Dan is het helemaal niet zo vreemd meer wanneer ik dit nu zeg in de naams des Vaders, in de naam van Jezus Christus of dat ik het gewoon zeg in de naam van het Oneindige of dat ik het alleen maar doe, maar ik moet het in mijzelf voelen, dat ik zeg: ‘dat gij genezen worde. Waarom zou ik dan niet een geestesstraling uit kunnen zenden, die inderdaad voor anderen prikkels bevat zowel voor het onderbewustzijn als waarschijnlijk ook voor het lichaam, waardoor genezingsprocessen bespoedigd worden. Energie wordt overgedragen, zodat krachtsreserves kunnen ontstaan. Als ik daar mee bezig ben, dan ben ik alleen maar aan het begin. Er is op het ogenblik een vrouw, Kaja, die het klaar heeft gespeeld om een contact te maken van een univesiteitsafdeling in Odessa met mensen van een universiteit bij Leningrad. Dat is een grote afstand. Het bleek, dat zij in staat was boodschappen tot ongeveer 12, 14 woorden door te geven, mits voldoende geconcentreerd, met zodanige snelheid, dat ze daar allang waren opgeschreven voordat de telegrafische controle kon plaats vinden. Toen men daarop begon met een radiocontrole, bleken ze nog sneller te zijn omdat men vanwege de proeven natuurlijk wel radio-ontvangst en zendstations gescheiden hadden gehouden van de plaats vaar de telepaten met elkaar in rapport kwamen. Het is mogelijk om gedachten over te brengen.

*  Tijd bestaat toch niet?

Voor de gedachten niet, voor de radio wel. Ik heb die dingen naar voren gebracht waardoor de Sovjet-geleerden gebiologeerd worden, namelijk het feit, dat het praktisch tijdloos schijnt te zijn, maar dat er onder andere omstandigheden vertragingen of tijdsverschuivingen voorkwamen. In één geval ontving een proefpersoon reeds twee uur voordat men met de proef begon de boodschap, terwijl de zendende telepaat die boodschap nog niet kende. Dat is een krankzinnige situatie natuurlijk. Hier ging het me niet om, het zijn alleen maar voorbeelden.

v* Wat voor een i.q. heeft deze vrouw?

I.Q. 87, ontwikkeling betrekkelijk laag. Andersom kan het ook, ontwikkeling houdt dit niet tegen. Wanneer je die gedachten uit kunt stralen, dan is het misschien niet zo gemakkelijk om bij iedereen een bewuste respons te krijgen, wat bij de telepaat wel gebeurt. Maar zou die beïnvloeding ook niet anders kunnen plaatsvinden, laten we zeggen in het onderbewustzijn. De wijze waarop u denkt, de wijze waarop u voelt ten aanzien van de wereld straalt uit. Als u nijdig bent op de wereld en u wilt u tegen de wereld verzetten, zoudt u dan misschien die emotie van geweld, van spanning aan anderen overdragen? Omgekeerd als u alleen maar die wereld wilt aanvaarden en probeert die wereld duidelijk te maken, dat je erbij hoort, dat die wereld erbij hoort, dat ze dan voor een groot deel van die agressie afstand doen? Ik denk, dat dat wel waar is. We hebben dan een heel belangrijk punt gescoord, nu. We hebben namelijk gezegd, dat de wijze waarop je denkt en voelt niet alleen maar je eigen zaak is. Dat ze wel degelijk invloed heeft op je verhouding met iedereen om je heen, waarschijnlijk met zeer velen die je niet eens kent, waarvan je niet eens weet dat ze bestaan op dat ogenblik. Je bent een voortdurende zender van emotionele boodschappen en golven of je het weet of niet. Een enkeling die het weet kan misschien ook begrijpen wat de taal is, die je spreekt. De anderen die de taal niet verstaan horen toch de emotionele melodie die je uitzendt, worden daardoor meegesleept en zullen daarop inspelen. Misschien dat het u nu duidelijk is, dat het gezegde: wie het zwaard trekt, zal door het zwaard vergaan juist is. Dat heeft helemaal niets te maken met het feit, dat je sterven zult door het wapen dat je hanteert, maar het betekent dat je mentaliteit bepalend is voor datgene wat op jou afkomt.

U leeft in een wereld met zo veel geveld. Hoe zou dat komen? Oh, u bent helemaal niet gewelddadig, dat weet ik. U bent helemaal niet iemand, die wat kracht zou willen nemen om eens eventjes die snotneuzen of die ellendelingen, die oplichters eens even op hun nummer te zetten. Helemaal niet. U denkt natuurlijk alleen maar in vrede en hoe kunnen we het beter doen. Vergeet het maar. Driekwart van de mensen op het ogenblik leeft met voortdurende frustraties. Die frustraties worden wel beseft, maar worden gevoed als een soort zelfrechtvaardiging. Men rechtvaardigt zichzelf door de minderwaardigheid, de verachtelijkheid van een ander uit te zenden. Die ander vangt dat op en die zal tegenover u dezelfde emotie kennen. Wacht even, nu wordt het anders……

Wanneer wij leren in ons denken, in ons gevoel voortdurend weer de wereld bij onszelf te betrekken en niet onszelf af te zetten tegen de wereld, dan geven wij die wereld iets waardoor zij ook ons beter kan begrijpen, beter aanvaarden, niet meer onze tegenstander wordt. Dan kunnen we die wereld ook kracht geven om te genezen en krijgen we de kracht, die we uitzenden ter vernietiging, teruggekaatst.

Het is natuurlijk maar theorie. Of het nu theorie is of niet, zijn er niet veel dingen die er voor spreken? Als u eerlijk bent zult u zeggen: ‘ja’.

Het is opvallend hoezeer agressie, agressie oproept. Het is opvallend hoe vaak ook erge agressie wordt afgeremd wanneer ze geen antwoord krijgt. Als dat het geval is, moeten we zeggen: in ons berust een kracht. Die kracht in ons stralen we uit of we villen of niet. Die kracht ontvangen wij van anderen of wij het beseffen of niet. Maar indien wij ons bewust worden van het feit, dat die kracht in ons bestaat, wanneer wij ons bewust worden van de mogelijkheden die die kracht ook in ons bezit, dan kunnen we misschien in plaats van angst en haat op de duur iets uitstralen. Wat meer aanvaarding, wat aarzelend meer zoeken naar samenwerking betekent. Proberen om wat meer genegenheid, wat vermindering van isolement uit te stralen. Wanneer je dat doet, dan kun je wel zeggen, dat het suggestie is of dat het iets anders is, maar wanneer het helpt, wanneer je er in je eigen leven of in de wereld iets beter mee maakt, wat geeft het dan wat de bron is?

Het zijn allemaal ergens trucjes, natuurlijk. Het zijn trucjes omdat de werkelijkheid niet erkent wordt, niet erkent kan worden op het ogenblik. Zover is de mens kennelijk nog niet. Hij is te zeer verliefd op zijn eigen kundigheden om zich werkelijk bezig te houden met de verborgen kern van zijn eigen vezen. Zelfs dan, wanneer ik hier zeg, dat er kracht is, dan spreek ik alleen maar een waarheid uit. Wanneer ik zeg, dat u die kracht in uzelf kunt voelen en ontvangen, dan zeg ik niets wat niet waar is, maar ik breng wel uw aandacht op een bepaald punt. Mijn suggestie is niet, dat ik de kracht opwek of de illusie van de kracht, het is alleen dat ik u bewust maak van iets waarvan u normaal van afgescheiden bent, waar u niet op reageert.

Als ik u zeg: neem die kracht in u op – en u kunt het doen op dit ogenblik – dan is dit niet alleen maar een spelletje. Dan ben ik het niet die die kracht geeft. Die kracht is er altijd. Door uw eigen instelling, uw eigen concentratie neemt u die kracht op. Misschien is het goed om u dit te realiseren in deze dagen. Als u bidden wilt, bidt. Als u vloeken wilt, vloek. Het maakt niet uit. Erken je verbondenheid met alle dingen. Wees bereid uit het Al voortdurend in jezelf op te nemen al datgene wat je evenwichtiger, meer harmonisch maakt. Probeer alles wat onevenwichtigheid bevordert te beantwoorden met juist een zoeken naar meer evenwicht, naar meer gelijkklank en harmonie. Wanneer je dat kunt doen dan doorbreek je één van de grootste problemen van deze tijd. Het isolement van mensen, die elkaar niet meer begrijpen. Invloeden, die niemand, zelfs de beste geleerden, niet van te voren in kaart kunnen brengen of omschrijven of naderhand volledig en juist verklaren. Dan breng je in de plaats van de voortdurende opzweping van haat, van verwerping iets terug van de eenheid, die de wereld wel degelijk nodig heeft.

Dat was het enige wat ik u wilde zeggen. Mijn excuses, dat ik u het woord ontnomen heb. Ik weet, dat er veel vragen zijn. Als u die na de pauze nu eens stelde, dan heeft u na de pauze misschien ook nog een heel interessant gedeelte. U ziet het, verwaandheid is ook de geest niet vreemd. Ik neem aan, dat datgene wat ik heb gebracht voor u wel enkele interessante punten heeft bevat. Als het niet het geval is, mijn excuses. Als het wel het geval is, dan hoop ik alleen, dat u die dingen niet vergeet wanneer u weer weg gaat, maar dat u voor uzelf eens overweegt of het misschien waar zou kunnen zijn. Als u nog enigszins twijfelt, probeer eens of het niet waar is, vooral wat het laatste betreft. Ik denk, dat u dan voor totaal nieuwe ontdekkingen staat en dat u ontdekt, dat vasthouden aan harmonie, ook wanneer tijdelijk golven van vijandigheid sterk op u afkomen, betekent, dat de vijandigheid op de duur verdwijnt. Dan wens ik u daarmede een stap in de richting van een nieuw tijdperk waarin geen leuzen als vrijheid of juistheid een rol spelen, maar alleen die van de werkelijke verwantschap van het mens-zijn van de mensen en het als mensheid verbonden zijn met de voortbrenger ervan.

Ik dank u voor uw aandacht.

HET SCHONE WOORD

Het besef van de betekenis en de waarde van kernenergie wordt in Aquarius pas volledig gerealiseerd.

Ik keek uit mijn raam en ik zag op de straat hoe bloemen bloeiden.

Ik hoorde laarzen verdergaan die eerst de vrede stil verknoeiden en toen ik weer zag waren bloemen wel vergaan.

Bloedvlekken op de straten.

Ik sprak van energie en nieuwe tijd, ik keek de wereld in en zocht een nieuwe werkelijkheid.

Ik sprak vanuit atoom, dat haast aanbeden, maar ook bevrijden zou de mensheid uit energie-armte en nood.

En opeens hoorde ik de donder gaan, ik hoorde golven tegen stenen slaan.

Toen was er plots een felle gloed, en toen, toen was er niets, geen bloed, niets wat er was alleen maar as.

Ik zag de mensheid samengaan, ik zag de mensen strijd vergeten ik zag de mensen samen zoeken naar nieuw bestaan, naar beter weten.

Ik zag ze vinden het atoom in fusie het bedwingen.

Ik zag ze vinden nieuwe kracht en nieuwe macht uit samengaan, en zo een nieuwe tijd ontstaan waarin de harten zinden.

Waarin de laarzen niet meer stampen, de golven van licht niet gaan.

Waarin de mensen niet meer zoeken naar strijd maar stil verstaan.

En daar in vrijheid samenleven zie ik hen al tesamen streven naar dat ene wat op aarde moet bestaan: een vrede met een vrij beseffen.

Een leven, vrij, zo naast elkaar totdat je in jezelf kunt proeven het werkelijke licht en dat, voorwaar, is meer dan de Aquarius-tijd.

Het is een stil, een vaag beseffen van grootste kracht ‘n eeuwigheid.

Ik zag de bloemen in de straten bloeien.

Het stampen van de laarzen kwam weer aan, maar mensen wilden niet meer luisteren.

Niet tot bloed zijn toen vergaan de bloemen, maar de laarzen werden door begrip opeens verteerd.

De mensheid had uit vredig streven de weg naar vrede zich geleerd en zo de bloemen plaats gegeven.

De bloei, het zijn in vreugd en licht, zodat de mensen samen streven naar hoger, beter zijn en blijvend zijn gericht op leven naar vrije waarde, maar zonder angst en zonder pijn.