De gespleten mens

U denkt waarschijnlijk dat we nu onmiddellijk de kant uitgaan van de psychologie. Dat is eigenlijk niet de bedoeling.

De mens heeft aan de ene kant een tamelijk logisch denken. Hij denkt dus in oorzaak en gevolgverhoudingen, trekt conclusies en weet ook de toekomst te voorzien aan de hand van zijn ervaringen, aan de hand van het nu geconstateerde. Daarnaast achter wordt de mens geconfronteerd met een soort innerlijk weten dat volkomen a‑logisch is.

Als wij eens kijken naar de vrouw (dames, u moet het mij niet kwalijk nemen, het is geen discriminatie in dit geval), dan zien wij dat vrouwen de neiging hebben om schijnbaar onlogische conclusies te trekken. Daarbij blijkt echter wel dat ze heel vaak toch juist zijn. Als je dat moet vertalen kun je zeggen: Een vrouw denkt in hink-stapsprongen. De man echter denkt in marsritme. Daarin ligt het verschil. De vrouw gaat a.h.w. over een aantal tussenliggende stappen heen en neemt intuïtief zoals dat heet, een punt op dat schijnbaar geen direct logische samenhang vertoont en komt van daaruit tot een conclusie die eveneens, gezien het eerste en het tweede punt, niet logisch is. Dit zijn punten waar we eens over moeten nadenken. Er wordt natuurlijk gezegd: De vrouw werkt veel meer met het onderbewustzijn: iets wat ik waag te betwijfelen. Ik geloof dat het eerder een kwestie is van een denk‑discipline. Een mens leert op een bepaalde manier conclusies te trekken. Daarbij zal de vrouw meer intuïtief te werk gaan, al is dat in de laatste tijd afgenomen. De man is geneigd om precies volgens de regels te werk te gaan: iets wat ook de laatste tijd gelukkig iets is verminderd. De denk‑discipline maakt uit wat je redelijk in de wereld constateert en wat je in de wereld verwacht. Maar er zijn zaken, die redelijk gezien absoluut onzin zijn. Geloof, bijvoorbeeld.

Een geloof is iets waar je absoluut geen redelijke basis voor kunt aanvoeren. Je kunt een rationalisatie geven. Maar die rationalisatie op zichzelf gaat alweer uit van een aangenomen punt. Dat punt is onbewijsbaar: het is niet logisch. Ideologieën. Deze gaan ervan uit dat alle mensen volgens een bepaald systeem zullen reageren en denken, ofschoon in de praktijk voortdurend blijkt dat de mensen dat nooit doen. Toch zijn er mensen, die aan een bepaald systeem, een bepaald geloof zodanig vastgekleefd zijn dat ze daardoor zelfs hun redelijkheid a.h.w. terzijde schuiven. Komt er dan een ogenblik waarop dat geloof in hun ogen of volgens hun gevoel faalt. Dan weten ze helemaal geen weg meer omdat zo den het kind met het badwater gaan weggooien en niet begrijpen dat de logische samenhang niets te maken heeft met het gevoelde geloof, het innerlijke geweten. Als wij spreken over een gespleten mens, dan spreken we vooral over dit punt. Want een mens is een eenheid. Hij zou het althans moeten zijn. Maar die eenheid zou dan ook als eenheid moeten kunnen functioneren en reageren. Mag ik u een vraag stellen? Een gewetensvraag. U behoeft daarop geen antwoord te geven, anders wordt het een Toren van Babel of een doodse stilte.

Hoe vaak doet u dingen terwijl u weet, dat u iets anders zoudt moe­ten doen? Het is maar een vraag. Als u weet wat u zoudt moeten doen, waarom doet u het dan niet? Dat kun je alleen verklaren, als je zegt: een mens heeft bepaalde instinctdrangen, gewoontepatronen. Hij heeft be­paalde gevoelspatronen en die zijn eigenlijk bepalend voor zijn feitelijke daden. Dit is een stelling, die natuurlijk volkomen in strijd is met de mens als redelijk wezen. Dat is duidelijk.

Toch ben ik bereid de stelling te verdedigen en te zeggen dat on­geveer 80 tot 90 % van de mensen waar ook ter wereld, dus van al wat er op aarde leeft aan mensen, niet door redelijk denken maar door die gewoontepatronen, denkpatronen en vooral gevoelspatronen worden bepaald. Als dat het geval is, dan staat die arme mens in een wereld waar hij niets van begrijpt. Want hij wil toch het goede: hij doet het alleen verkeerd. Hij bedoelt het wel goed, maar het valt altijd anders uit. Hij verwacht be­paalde dingen, maar redelijk gezien zou hij die niet mogen verwachten. Toch voelt hij zich in zijn verwachtingen beschaamd en wil dan vaak wraak gaan nemen op de wereld. Het is begrijpelijk, dat bij de mensheid er zoveel eigenaardige dingen ontstaan.

Als wij denken aan bv. de houding van bepaalde sekten. Die kunt u in de islam zoeken, in India of waar u maar wilt. U behoeft heus niet te kijken naar wat hier in Nederland aan dat soort dingen allemaal voorhanden is. Dan blijkt vaak dat deze mensen in een tweestrijd verkeren en eigen lijk geen oplossing weten.

De orthodoxe islamieten bv. willen in feite terug naar de tijd van Mohammed. Zij willen het geloof in zijn pure essentie beleven en daarom proberen ze de hele ontwikkeling van de wereld een beetje opzij te schuiven: zij willen er niet teveel mee te maken hebben. Alleen als het binnen het geloofspatroon past, dan is iets aanvaardbaar. Als je daar nu rekening mee houdt, dan wordt duidelijk waarom zoveel islamitische landen in deze tijd in grote moeilijkheden verkeren. Aan de ene kant is het een zeer echt een qua geloofswaarde tamelijk simpele geloofsgemeenschap. Aan de andere kant zijn de eisen van de moderne wereld in strijd met de denkbeelden van de islam.

De islam zal u niet verbieden om een ander geld te lenen, maar wel om rente te vragen. De islam stelt, dat u als onderdaan 1/10 van uw in­komen moet betalen aan de staat. Ik denk, dat menig Nederlander blij zou zijn, als de Tiende Penning waartegen de mensen in Alva’s tijd zo hebben gevochten nu nog van toepassing zou zijn. Maar in de moderne wereld kan dat niet, omdat de staat een veel te complex geheel is geworden, dat de functies daarvan te groot zijn en bovendien omdat de internationale ver­houdingen altijd weer elk land in zijn mogelijkheden en ook in zijn noodzaken bepalen. U denkt waarschijnlijk: dat is een gek verhaal. Toch is dat werkelijk zo.

Datgene wat er in Iran gebeurt is te danken aan de wens om terug te keren naar voorheen. Maar gelijktijdig heeft men wel de olieproductie nodig, want men moet het financieren. Aan de ene kant wil men geen rente betalen of rente ontvangen. Aan de andere kant heeft men eigen wapens nodig en die kunnen weer niet functioneren, als er niet allerlei rentepercentages bestaan. Het is juist daarom dat men in de eenvoudigere zaken die het volk niet direct kan zien zo ontzettend doordrijverig orthodox blijft. Datzelfde kunnen we ook zien als we in Nederland gaan kijken. Aan de ene kant is men in Nederland wel liberaler ingesteld. Het is vreemd, maar Nederland is een van de landen waar de meeste liberale socialisten wonen. Dat is al een contradictio in terminis. In Nederland wordt men in feite nog steeds geregeerd door kerken, stemming en belang. De wetgeving wordt niet bepaald door de behoeften en de noodzaken van de gemeenschap maar door bepaalde idealen, zelfs als die niet passen in de structuur van een dergelijke kleine overbevolkte staat als het land is. Het is een gespletenheid die zich zowel maatschappelijk als anderszins voortdurend profileert.

Waar je ook gaat, waar je ook staat altijd weer ontmoet je het denkbeeld dat voert tot allerlei handelingen die redelijk gezien onverantwoord, overbodig of zelfs misdadig zijn. Wat zoudt u ervan denken, als we eens gingen kijken naar de wereld van het geloof? Waarom geloof je eigenlijk? Je gelooft, omdat je in jezelf de behoefte hebt een verklaring te vinden. Het geloof is een poging om je te onttrekken aan een logica, die je ‑ gezien allerlei patronen in je weken ‑ toch niet helemaal kunt volgen. Vergeving van zonden wordt steeds noodzakelijker naarmate de gelovingen zich duidelijk als zondaars ervaren. Want door het afwentelen van de schuld behouden ze dan voor zichzelf de mogelijkheid om in een redelijke gezondheid verder te zondigen. Als u kijkt naar allerlei ideële denkbeelden ‑ dan kunt u wat mij betreft gaan informeren bij de vakbondsman, bij de socialisten of liberalen ‑ dan zult u ontdekken dat ze wel bepaalde stellingen verkondigen, maar dat ze niet in staat zijn om volgens die stellingen zelf te leven. Waarom hebben ze die stellingen nodig? Omdat ze in hun streven en gedrag elementen erkennen die alleen via een dergelijk ideaal gerechtvaardigd kunnen worden. Dan is die mens niet alleen gespleten, maar hij is eigenlijk een beetje hulpeloos. Hij wordt door allerlei andere verschijnselen voortgedreven.

De gespleten mens is juist door die gespletenheid het slachtoffer van allerlei stromingen. Je hebt de behoefte om het beter te weten dan een ander. Maar hoeveel van die betweters zullen hun pretentie van beter voorgelicht of ingelicht te zijn niet baseren op de hoofdartikelen van de een of andere redacteur die ook niet beter is. Dan gaat men echter handelen alsof het waar is. Kijk eens naar die mens als geheel en probeer te begrijpen hoe de totale opbouw is. Wij hebben een geest. In feite ook een geloofspunt, maar langzamerhand kun je dat wel een beetje aanvaardbaar maken. Er is een deel van de persoonlijkheid dat ongeacht bestaan of niet bestaan van het lichaam aanwezig blijft. Daarin liggen herinneringen aan vele levens. Er is dus een heel ervaringspatroon opgebouwd. Dat ervaringspatroon wordt bij een geboorte op aarde omgezet in een conditionering. Je bent geconditioneerd tot bepaalde reacties op grond van vroegere belevingen en ervaringen waaraan je bewust geen deel meer kunt hebben.

Dan hebben we verder nog de geestelijke wereld. De geestelijke wereld heeft eigen wetten, eigen mogelijkheden, eigen verhoudingen, eigen krachten. Die passen niet in een redelijk mensenbeeld, maar ze zijn wel aanwezig. Ook deze spelen een rol in al hetgeen u bent, doet en zelfs in de wijze waarop u uw denken hanteert. Want wij mogen dat nu wel toeschrijven aan het onderbewustzijn, maar het is zeker dat deden en bewuste gedachten daardoor worden beïnvloed.

U komt dus op aarde en u bent niet zonder meer vrij: u bent geconditioneerd. U heeft bepaalde kwaliteiten als een soort Voorrecht boven anderen, maar u kunt ook beladen zijn met allerlei moeilijkheden die voor een ander mens niet eens redelijk benaderbaar of begrijpelijk zijn, hoogstens emotioneel aanvoelbaar. Dan begint u te leren om maatschappelijk te leven. Met andere woorden, u leert dat uw wereld aan een aantal regels dient te gehoorzamen. U loert, dat in die maatschappij op een bepaalde manier dient te functioneren. Maar uw innerlijk zegt: neen, dat kan niet. Ik kan dit niet zus of zo doen.

Er zijn mensen, die op een gegeven ogenblik in hun leven zover komen dat ze eenvoudig alles erbij neer gooien, omdat ze die strijdigheden niet meer kunnen verwerken. Gaat u eens kijken naar bv. de clochards in Londen of Parijs. Daar zijn mensen onder die bv. advocaat zijn geweest, die een lange tijd buitengewoon goed hebben gefunctioneerd en nu als schamele bedelaars en drankzuchtigen langs de wegen lopen en is nachts misschien slapen boven de roosters van de Metro. Realiseer u wat dat betekent. Mensen die losgeslagen zijn. Iemand wordt geboren met een bepaalde drang. Hij komt terecht in een wereld waarin hij die drang niet meer kwijt kan, waarin hij geen mogelijkheid meer ziet om datgene wat toch in hem zo dwingend bestaat vorm te geven. Dan krijgen we een andere vorm van drop-out. Wij krijgen de drugverslaafden, de drankzuchtigen: een vroegere vorm ervan. Wij krijgen te maken met mensen, die in opstand komen, die rebellen worden. Wij krijgen te maken met mensen wier gedrag, volgens de geldende norm althans, volledig a‑sociaal is. Dan zeggen wij: dat kan niet.

Ik vind het heel vreemd dat er mensen zijn die ontzettend verbolgen reageren op het feit, dat er nog steeds diefstallen en inbraken worden gepleegd, ja, dat er op straat zelfs berovingen plaatsvinden. Terwijl deze zelfde mensen ‑ zij het via rekenkundige trucs en andere handigheden ‑ wel degelijk ten onrechte veel grotere kapitalen anderen ontnemen. Kijk, dat kun je niet verklaren of je moet zeggen: Er moet een gespletenheid zijn. Deze gespletenheid wordt nu duidelijk. Deze mens wordt gedreven door een begeertepatroon, door een patroon van zelfzucht of van zelfbevestiging. Maar gelijktijdig probeert hij zich vast te haken aan een sterk gereglementeerd maatschappij. Daarin kunnen dergelijke afwijkingen niet voorkomen. Hij schakelt zichzelf a.h.w. helemaal uit. Wat hij zelf doet, valt immers niet onder die regels en dat hoofd. Dat is heel iets anders, zo vertelt hij zichzelf. Hij vergeet, dat redelijkerwijs een vergelijkbaarheid wel degelijk aanwezig is. Daarom gaat hij dan aan de ene kant eisen dat er voor orde en regelmaat wordt gezorgd, terwijl hij anderzijds voor zichzelf voorrechten opeist die precies overeenstemmen met datgene wat hij anderen wil verbieden. Natuurlijk een onzinnige situatie.

Laten ons nog even verder gaan kijken. Er zijn nog meer van die dingen. Iemand weet dat hij eigenlijk verstandig zou doen om op z’n eentje door het leven verder te gaan. Hij kan dan carrière maken. Hij kan zijn artistieke gaven verder ontwikkelen en al wat hij maar wil. Dan ontmoet hij een medemens en opeens is hij een en al emotie. In Nederland drukt men dat uit door te zeggen: hij denkt niet met z’n hoofd maar met z’n …… Als wij dan proberen de zaak goed te bekijken, dan blijkt dat instinctieve reacties mede op zuiver lichamelijke zaken en oorzaken zijn gericht en de daaruit ontstane handeling aanleiding kan zijn tot een volkomen a‑logisch gedrag, terwijl de mens zelf dit soms wel beseft, maar deze logica naast zich neerlegt. Vraag u eens af in hoeverre dit zinvol is.  Wij moeten proberen een eenheid te vormen met al wat er in ons bestaat. Dit betekent, dat we ook die instinctdrang moeten erkennen voor hetgeen ze is, zelfs als wij ons daaraan niet kunnen onttrekken. Het betekent dat wij al die onbewuste factoren, die ons conditioneren, moeten proberen zo niet naar voren te brengen en volledig te kennen dan toch in ieder geval te begrijpen, er zijn factoren die mij beheersen. Wij zouden het redelijk denken van de mens moeten aanpassen aan deze erkenning van zijn eigen dan toch tamelijk complexe structuur. Is dit mogelijk? Theoretisch is het denkbaar.

Als een mens de mogelijkheid heeft om zich van een groot gedeelte van zijn instinctdrang en van een groot gedeelte van zijn innerlijke gevoelens te ontdoen door ze tot uiting te brengen, dan kan hij inderdaad zeer scherpzinnig en redelijk zeer logisch zijn. Maar zoals men zelfs in The Church of Scientology (een kerk die ik overigens niet zeer op prijs stel) de mens probeert te conditioneren tot hij alleen maar logisch functioneert, dan is dat een poging om de gespletenheid van de mens ongedaan te maken en daarmee al zijn mogelijkheden en capaciteiten op een logisch vlak te brengen en ze zo te laten ontplooien als iets wat menselijk logisch en redelijk gezien belangrijk is. U kunt het ook omdraaien.

Er zijn andere bewegingen waar wordt geprobeerd om de mens eigenlijk alles (zijn geloof, zijn emotionele behoeften) te laten uitleven. Waar men de mens tot een soort gemeenschapsdier gaat maken dat juist in die gemeenschap zijn eigen wereld vindt. En nu het typerende, ook onder deze omstandigheden zullen de op a-logische basis levenden in staat zijn buitengewoon scherpzinnig en logisch te reageren in de maatschappij. Alleen al vanuit maatschappelijk standpunt zou die eenheid dus wel zeer gewenst zijn en zou de eenzijdigheid die op dit ogenblik een groot gedeelte van de wereld toch bepaalt, ongedaan gemaakt kunnen worden. Maar wij moeten weten waar we aan beginnen.

Er zijn op aarde nogal wat mensen die dan geestesziek heten. Een geest is over het algemeen kerngezond. Er zijn echter bepaalde lichamelijke en psychische oorzaken waardoor zij a.h.w. in verscheidene persoonlijkheden uiteenvallen. Ook dit is gespletenheid. Er is zelfs een tijd geweest dat ze in de psychiatrie troef was. Als je geen andere verklaring meer wist, speelde je gespletenheid uit en dan was het in orde. Tegenwoordig, is men gelukkig al een eindje verder. Deze z.g. ziekelijke gespletenheid komt ook voort uit het onderdrukken van een deel van de persoonlijkheid, van haar emotionaliteit, van haar behoeftepatronen. Het reguleren ervan waardoor het instinctpatroon in het gedrang komt. Juist daardoor ontstaat dan naast de naar buiten volledig aangepaste persoonlijkheid een tweede ik. Een ik, dat juist al dingen doet die maatschappelijk niet aanvaardbaar, niet meer reëel of niet meer logisch zijn. De mens is een geheel. Zijn gespletenheid is alleen maar het afwisselend tonen van bepaalde delen van de totale persoonlijkheid.

Wanneer wij over de gespleten mens spreken en dat zijn we vanavond aan het doen, dan zitten we met precies hetzelfde probleem. Wij hebben niet te maken met mensen die in twee delen uiteenvallen. Wij hebben te maken met een mensheid die om welke reden dan ook bepaalde delen van het eigen wezen, zijn kwaliteiten en persoonlijkheden verloochent en zo in een situatie wordt gedwongen waardoor ze bepaalde delen van de persoonlijkheid excessief tot uiting gaat brengen. Het is toch eigenlijk krankzinnig, als je goed nagaat dat mensen, die gelijktijdig beulen en bewakers van concentratiekampen waren in hun dagelijks leven de meest zorgzame, liefdevolle, begripsvolle medeburger, huisvaders enz. waren. Hetzelfde geldt ook voor een soort dames, die zich in bepaalde kampen ook voor dergelijke diensten hebben geleend. Zodra je buiten het kamp kwam, had je met heel iets anders te maken. Het waren twee afzonderlijke persoonlijkheden. Maar zodra je in het kamp kwam, dan was je ook als bewaker onderworpen aan bepaalde denkbeelden, een soort wetmatigheid. Je moest een deel van je persoonlijkheid verloochenen. Daardoor was je uitermate wreed en onverschillig en om dat te compenseren was je buiten het kamp juist extra begrijpend, extra liefdevol. Het klinkt krankzinnig maar het is waar.

Het is eigenlijk waanzin dat mensen, die oorlogen beginnen en anderen de dood in drijven alleen maar omdat hun behoefte aan gelijk of aan macht dat nodig maakt, gelijktijdig in zichzelf de meest vrome vereerders zijn van een God en zich tot de uitverkorenen rekenen. Rationalisatie? Misschien wel, maar waarschijnlijk iets veel ergers, een gespletenheid.

Wat men op aarde doet en wat men met die macht wil doen is niet alleen de eigen persoonlijkheid op de voorgrond brengen, maar een kracht ontwikkelen waarmee je de wereld in handen hebt. Eigenlijk wil je vrede tussen jezelf en de kosmos. Je probeert die vrede op aarde af te dwingen desnoods met terreur, met allerlei dictatoriale praktijken, terwijl je aan de andere kant in God toch de rechtvaardiging vindt voor alles wat je doet, want je streeft toch naar God. Arme gespleten mensheid. Een gespleten mensheid. Je kunt er zoveel voorbeelden van vinden. Wat moeten wij zeggen van christenen die elkaar bestrijden? Het komt toch voor. Wat moeten we denken van broeders in hetzelfde geloof de islam in Irak en Iran die voortdurend met elkaar in oorlog zijn. Wat moeten wij denken van groepen mensen als in Libanon, die meestal hetzelfde geloof en vaak zelfs een vergelijkbaar sociaal doel hebben en die alleen omdat zij het willen doorvoeren en een ander niet vertrouwen bereid zijn voortdurend opnieuw de levens van onschuldigen, van hun tegenstanders en zichzelf daaraan op te offeren? Dat is toch alleen maar te verklaren uit de gespletenheid die ik heb genoemd.

Als we naar u kijken, dan kunt u ook, als u helemaal eerlijk bent, wel toegeven dat u ook, niet helemaal redelijk bent. U probeert het wel te zijn, maar er zijn altijd wel delen van uw persoonlijkheid die om de een of andere reden onderdrukt worden. De een hunkert in zijn hart naar vrolijkheid en vreugde, maar op de een of andere manier is hij in een patroon terechtgekomen waardoor u en anderen hem aanspreken als droogstoppel. Sommigen zoeken in hun hart naar een ideaal. In hun gedrag doen ze meer denken aan Don Juan of aan Messalina. De mensen zijn zo verdeeld tegen zichzelf.

Wij kunnen God niet onderbrengen in ons denken, zoals we echte liefde niet kunnen onderbrengen in redelijk denken. Zoals bij genegenheid, vertrouwen en al die andere dingen we niet eenvoudig maar kunnen eisen of kunnen geven, maar die we in onszelf moeten voelen. Wij leven in een wereld waarin onze gevoelens veel meer dan we beseffen bepalen wat wij zijn, wat we doen, hoe wij reageren. En als we dat verstandelijk kunnen begrijpen, dan zijn we in staat om er rekening mee te houden. Wat meer is om onze kwaliteiten, die er nu eenmaal zijn, positief te gebruiken en niet onszelf en misschien ook anderen te vernietigen door de voortdurende strijdigheden tussen denken en gevoel. Aan het begin van deze inleiding heb ik gezegd: Je God. Maar God kun je redelijk niet bewijzen. Een zeer punt voor heel velen die in God geloven. Om hen tevreden te stellen wil ik allereerst stellen dat ík geloof in God. Wat is God anders dan een poging om iets een naam te geven of misschien zelfs te omschrijven waarvan wij voelen dat het wel ergens moet zijn, maar zonder dat we ooit kunnen waarmaken dat het direct manifest is.

Werpt u mij nu niet voor dat er zoveel wonderen zijn geschied. De meeste wonderen zijn ook op een andere manier te verklaren. Heel veel wonderen vallen eerder onder het hoofd: paranormale kwaliteiten dan onder het hoofd, direct ingrijpen van de Schepper zelf. Ik geloof in God, maar ik weet niet wat hij is. Laat mij dat toegeven. En als ik niet weet wat God is, hoe kan ik dan weten wat God wil, wat God van mij eist of van een ander? Ik kan het eenvoudig niet weten. Ik kan handelen volgens hetgeen ik innerlijk aanvoel wat God of het Onbekende van mij eist. Daarmee beantwoord ik in ieder geval voor een groot gedeelte aan al die patronen waarover ik al heb gesproken. Ik kan het niet van een ander vragen. Ik kan er geen leer aan verbinden die een ander tot de letter aan mijn waarheid verknocht doet zijn.

U kunt zeggen: Ik geloof in Jezus Christus. Maar ook dat is een geloof. Ik zal daar niet verder op doorgaan. Wij hebben daar vroeger al meer over gesproken. Ik weet, dat Jezus bestaat. Ik weet dat hij een grote lichtende geest is. Maar wat hij precies is, kan ik u niet zeggen. Nu heb ik persoonlijke ervaring, terwijl u het moet stellen met allerlei geschriften waarin deze Jezus op een bepaalde manier wordt voorgesteld. U weet eigenlijk niet eens zeker of hij heeft geleefd al weet ik dat hij bestaat. Waarom moet u dan van die Christusfiguur, die Jezus, iets maken dat de macht over de wereld heeft of zal krijgen? De rechtvaardiging van al datgene wat u zelf van anderen gaat eisen. Dat is niet reëel. Je kunt je innerlijke wereld niet omvormen tot iets dat jou rationeel het recht geeft anderen te domineren, te beheersen en te vormen. Mijn conclusie:

Elke mens moet eerst eens leren zichzelf een beetje te begrijpen, te weten aan welke dwangneurosen en dwangpatronen hij is onderwerpen. Op welke manier hij innerlijk staat tegenover de wereld waarin hij moet leven en wat hij daar eigenlijk van wenst. Dan pas kan hij zich redelijk gaan afvragen. Wat kan ik daarmee doen? Wat kan ik daarvan waarmaken? En dan zal blijken, dat u niet alleen tot een voor u juister en dus ook gelukkiger en beter leven komt, maar daarnaast dat de grote problemen, die kort na de overgang bij vele mensen oprijzen bij u wegvallen. Want ook hier hebben we te maken met gespletenheid.

In het duister leven is niet een noodzaak of een straf. Het is doodgewoon een niet in staat zijn een deel van datgene wat je bent en waartoe je werkelijk behoort te aanvaarden. De geest moet eveneens een eenheid zijn en kan niet delen van de stof verwerpen of ontkennen. Zomin als de stof de geest of delen van de geest kan verwerpen of ontkennen.

Deze voordracht heeft ten doel u duidelijk te maken dat er een eenheid nodig is. Een eenheid waarin intuïtie, geloof, aanvoelen en logisch denken tot een eenheid worden. Een wijze van leven waarin al datgene wat u zelf bent en u zelf voelt te moeten doen toch kan worden verenigd met het mens-zijn en de menselijke samenleving. Het doel was om duidelijk te maken dat het kan en u erop te wijzen dat het de enige manier is om geestelijk en stoffelijk verder te komen en verder te gaan dan een ontwikkeling waarbij we te maken hebben met een door instinct gedreven dier dat zijn daden vervolgens via logische denkwijzen probeert te verklaren.

 

Tenslotte:

Wij hebben gesproken over de strijdigheden of gespletenheden die in de mens en in het mens‑zijn en de mensheid bestaan. Ik wil daarop niet zo nadrukkelijk altijd weer ingaan. Dat moet u begrijpen. Het is een onderwerp dat in feite werd gesteld over geloof en denken waaruit wij deze titel hebben gedistilleerd.

Het is misschien goed te begrijpen dat er in elke mens een verdeeld­heid bestaat. Want als we niet kunnen aanvaarden dat geloof en verstand gewoon twee verschillende dingen zijn, dan kunnen wij niet komen tot een samensmelting van beide in onszelf zonder gelijktijdig het contact met de werkelijkheid rond ons te verliezen.

Als wij spreken over de gehele wereld en alles wat daarin gebeurt, dan komen we ook dergelijke tegenstellingen en strijdigheden voortdurend tegen. Wij moeten deze aanvaarden. Ze zijn deel van het bestaan. Maar voor onszelf moeten we proberen datgene te vinden wat deze strijdigheden verbindt en niet zoals veel mensen doen een steeds scherpere begrenzing en scheiding tussen beide aanbrengen. Als wezen zijn we een geheel, ook al is voor ons besef de gespleten­heid en de strijdigheid een feit. Als wij leren leven als een geheel, dan zullen wij beter kunnen waarmaken wat er aan belangrijke factoren in ons leeft. Wij zullen daarnaast in de wereld kunnen leven zonder de werkelijk­ heid daarvan uit het een te verliezen.

Ieder, die zoekt naar bewustwording en waarheid, moet begrijpen dat bewustwording de erkenning is van jezelf in de wereld waarin je denkt te leven en dat de waarheid is de verbondenheid die in en door jou bestaat met al het zijnde. Het is deze weg, die we moeten gaan. Het gaan van deze weg kan op vele verschillende wijze geschieden. Niemand kan zeggen welke weg de beste is. Je kunt alleen zeggen welke weg jezelf wilt gaan. Maar als u dan kiest voor een dergelijke weg, begin dan niet met te spreken over hetgeen er in de wereld fout is, dat kunt u later altijd nog doen. Praat ook niet over hetgeen er met uzelf fout is. Vraag u af wat uw wereld voor u betekent, wat u voor uw wereld betekent, en hoe u deze relatie op een voor u aanvaardbare wijze zo goed en zo intens mogelijk kunt aanknopen.

Wie zoekt naar de eenheid wordt door de verdeeldheid niet te zeer ge­stoord. Maar hij, die eerst zoekt de verdeeldheid te beseffen, zal de een­heid niet meer kunnen vinden. Wij moeten streven naar het goede. Niet omdat het goede beter is dan het boze, maar omdat het goede het aanvaardbare is. Het aanvaardbare waarnaar wij streven brengt ons als vanzelf in contact met het aanvaardbare en dan kunnen wij een geheel vormen. We kunnen proberen uit alles toch een eenheid te maken die het ons mogelijk maakt verder te leven zonder innerlijk in conflict te komen zonder onnodig uiterlijke conflicten te veroorzaken.

Laten wij daarnaast nog oven constateren dat in een wereld als de uwe een ieder tot op zekere hoogte de plicht en het recht heeft zichzelf te verdedigen. Je behoeft niet weerloos te zijn. Maar een verdediging die uitgaat van de vernietiging van het andere is altijd verkeerd. Je moet uitgaan van het vinden van de mogelijkheid tot eenheid of samenwerking met het andere. Pas daar waar je deze eenheid voor jezelf kunt vinden, kun je haar in het andere misschien waarmaken. Wie met verdeeldheid leeft, veroorzaakt verdeeldheid. Wie in zich probeert te leven in, met en vanuit de eenheid, zal rond zich een steeds grotere eenheid, een steeds groter begrip scheppen. Dit is, meen ik, de belangrijkste gedachte van deze bijeenkomst.

U kunnen veel meer zijn, als we beginnen met onszelf en onze wereld eerst eens te accepteren. We kunnen veel meer bereiken, als wij positief zijn en onze kritiek hoogstens beschouwen als een soort kader waarin ons begrip voor vooruitgang en eenheid wordt opgebouwd. Ten laatste, wij moeten samen met anderen leven of we willen of niet. Daarom mogen wij nooit anderen afwijzen of afstoten, indien voor ons de vorm, die het contact aanneemt, onaanvaardbaar is. Maar laten we wel begrijpen, dat het andere ook zijn rechten heeft, dat het andere zichzelf mag, ja moet zijn, zo goed als wijzelf dit mogen en moeten zijn. Uit deze erkenning ontstaat niet alleen verdraagzaamheid, maar de mogelijkheid tot een werkelijke liefde tot de naaste en tot een werkelijke groei van het bewustzijn.

Daarmee neem ik werkelijk afscheid van u. Denk hierover maar eens na en probeer niet te krampachtig er iets mee te doen. Houd het in herinnering, maar als het zo te pas komt, pas het dan een keertje toe, dan komt u vanzelf verder.