De goddelijke liefde

uit de cursus ‘Kosmische krachten aan het werk‘ ( hoofdstuk 10 ) – juli 1978

De goddelijke liefde

Het is een beetje moeilijk om daarover te spreken want de goddelijke liefde is één facet van de totaliteit. De meeste mensen kijken eraan voorbij. Ze begrijpen niet precies wat er eigenlijk aan de hand is. Zij zeggen: God is liefde. Inderdaad. Indien wij de totaliteit met liefde benaderen, dan wordt er een soort liefde teruggestraald. Maar als wij het totaal met haat benaderen, dan zal ook haat tot ons terugkeren. Als wij met intense aandacht leven, dan is het leven vol en rijk. Maar als wij die aandacht niet geven, dan verwerpt het leven ons. Daaraan doen we nu eenmaal niets.

God is niet alleen het liefdevolle licht dat voortdurend alles goed maakt. God is het totaal van alle kosmische invloeden en het totaal van alle mogelijkheden. God is liefde én haat. God is intensiteit van belangstelling én absolute onverschilligheid. God is geboorte en dood. God is tederheid en geweld. En daarom is zo’n onderwerp wat moeilijker te behandelen dan u denkt. Want als je de goddelijke liefde als uitgangspunt stelt, dan ben je geneigd om alleen de eenzijdige facetten van instandhouding e.d. aan te snijden. Laten we proberen het een beetje veelzijdiger te doen en ons allereerst afvragen: Als het totaal van de kosmische invloeden zowel goed als nadelig kan zijn voor de mens, is God dan ook niet nadelig voor de mens?

Het antwoord is, ja. Wij leven in een wereld die wij vanuit onszelf beschouwen. Daar kunnen wij niet aan ontkomen. Al wat wij zijn, vinden wij terug in de kosmos rondom ons. Dat wat wij naar de wereld uitstralen, straalt de wereld naar ons uit ‑ of wij het beseffen of niet. Daarom is God alle dingen. En alle invloeden, die uit de kosmos tot ons komen – of ze nu goed of kwaad zijn vanuit uw menselijk standpunt ‑ zijn evenzeer goddelijk, evenzeer deel van datzelfde licht. Maar het is de manier waarop wij reageren op die invloeden waardoor hun betekenis voor ons in de eerste plaats wordt bepaald en in de tweede plaats de bewustwording, die wij daaruit laten putten, voor ons wordt gedefinieerd.

De tweede vraag is: Als God liefde is, waarom laat Hij dan al deze dingen toe? Dat is een vraag die men steeds weer hoort.

Laat God de dingen toe of schept God de mogelijkheid daartoe? Hier zou men met theologen kunnen komen aandragen die hebben geconstateerd dat God de mensen een vrije wil heeft gegeven en daarom alles toelaat, ofschoon Hij het niet wil. Maar dan zeg ik: dan is die God toch wel een wat rare pias, als Hij regels stelt waardoor het zeker is ‑ want Hij is alwetend ‑ dat al zijn schepselen alles gaan doen wat Hij niet wil. Dat is onbegrijpelijk. Maar ja, God zelf is onbegrijpelijk. Daarom kun je er altijd onderuit komen.

Ik meen, dat je het anders moet zeggen: de wereld van de mensen is een weerkaatsing van de wereld zoals die rond u bestaat. Kijk naar de dieren. Het is: eet of wordt gegeten. Kijk naar de gevechten, de hardheid die er overal is. Kijk naar een paar vredesduiven, wanneer er toevallig een jonge doffer op het terrein van een andere komt en kijk dan eens hoe bloedig de strijd kan worden. Kijk naar die mooie, zachte herten en zie hoe ze op een gegeven ogenblik wel degelijk vechten om de suprematie. Kijk naar al die insecten waar de een de ander vaak doodt op walgelijk wrede manieren en vraag u dan eens af of dit beeld van de schepping niet veel dichter bij de werkelijkheid ligt dan het een of andere droombeeld van een liefdevolle God en van mensen die voortdurend in vrede leven. Er is echter een verschil tussen de mens en het dier: het dier aanvaardt zijn wereld zoals die is. De mens probeert de wereld te veranderen totdat ze beantwoordt aan datgene wat hij, de mens, wil zijn. Daar kunnen we dan zeggen: dat is een goddelijke opdracht of een goddelijke taak. Maar is dat waar? Wat is redelijk in dit verband?

Als ik kijk naar de kosmische invloeden om ons heen, dan zie ik voortdurend dat ze ook geweld brengen. Dezelfde kosmische golf die een mens bewustwording brengt, kan ook de aarde doen beven zodat er hele steden in puin vallen. Dezelfde regen die hier vruchtbaarheid brengt, veroorzaakt elders een ramp waardoor dieren verdrinken, mensen in nood komen of omkomen en armoede en hongersnood voor zeer velen het gevolg ervan zijn. Ligt dat aan de regen? Ligt dat aan de mensen? Dat is moeilijk uit te maken. Het patroon waarmee wij te maken hebben, kunnen wij natuurlijk wel enigszins analyseren en dan blijkt: de natuur is in haar wezen gewelddadig. Zij is dit niet bewust en gericht. Alles wat denkt, beïnvloedt daardoor de omgeving en wordt door de omgeving beïnvloed. Er is niet alleen maar sprake van een daadwerkelijk ingrijpen. Neen, er is daarnaast een uitstraling, een gedachtenkracht waardoor de mens zelf in die omgeving eigenlijk een soort atmosfeer schept.

Die sfeer of atmosfeer kan negatief zijn. En als die sfeer t.a.v. de totaliteit negatief genoeg is, dan is de kans groot dat, wanneer er in die buurt een ramp plaatsheeft en de natuur in opstand komt, juist dat gebied het zwaarst wordt getroffen. Dat blijkt elke keer weer. Als u zich even wilt realiseren dat in de tijd van de strijd rond Vietnam er in die streek tenminste 12 malen overstromingen en andere rampen, waaronder tyfoons, zodanig hebben huisgehouden dat hele streken onder water stonden, dat hele oogsten werden vernietigd, dan is het toch niet zo vreemd als je dat zo stelt. Zeker als daarnaast andere, vrediger gebieden geen schade leden. De instelling van de mens trekt dus bepaalde werkingen aan. Maar dan is het de mens zelf die dat doet, niet God.

God heeft echter wel een wet geschapen waardoor alle geestelijke en stoffelijke krachten in een bepaalde evenwichtigheid ten opzichte van elkaar functioneren. En dat betekent dat wij ‑ wanneer wij als mens of als geest zoeken naar liefde en naar vrede ‑ in de eerste plaats de bereidheid moeten hebben om die zelf uit te stralen, om zelf dat te zijn. Wij kunnen door de manier waarop wij denken, leven en reageren, invloed uitoefenen op de wereld om ons heen.

U zegt : God is liefde. Maar als God liefde is, waarom heeft Hij dan de dood toegelaten? Het antwoord is alweer duidelijk: de dood is voor de mens het einde van zijn bestaan omdat hij het verdere niet kan zien. Hij kan zich dat niet voorstellen. Maar moet dan de rups zeggen dat hij sterft, wanneer hij een vlinder wordt? Je verandert van toestand en daarmee veranderen je levenscondities, de eisen die je aan het leven stelt, de mogelijkheden die je in het leven hebt, ongetwijfeld, maar je leeft voort. Dan is de dood dus geen straf maar ook geen zegening. Hij is eenvoudig een continuïteit. Het is weer het eigen wezen van de mens dat bepaalt hoe hij sterft en hoe hij na de dood verder leeft. Is het de liefde Gods die dat toelaat? Misschien wel in zeer kosmische zin, maar zeker niet in de beperkte zin waarin wij ermee te maken hebben.

Als je kijkt naar mensen die b.v. magie bedrijven (dat gebeurt zo vaak), dan kun je je wel gaan afvragen of dat wel of niet toelaatbaar is. De magie is het gebruikmaken van allerlei krachten die de doorsneemens niet kent. Wat blijkt daarbij zeer belangrijk? Dat je werkt in overeenstemming met bepaalde kosmische stralingen. Vandaar dat sommige magische riten alleen voltrokken kunnen worden bij opgaande zon. Andere juist weer bij ondergaande zon. Sommige zaken kun je alleen in het voorjaar doen wanneer bovendien Venus, Mars, Saturnus of Jupiter goed staan. En zo kun je verder gaan.

Die aanwijzingen klinken allemaal gek. Maar als wij rekening houden met het feit dat er in de kosmos allerlei invloeden op ons afkomen, dan is het duidelijk dat een magiër gebruik maakt van allerlei kosmische waarden door de juiste combinatie van krachten te berekenen en zich daarop in te stellen. Daardoor kan hij resultaten verkrijgen die voor een ander gewoon niet denkbaar zijn. Is dat nu God, die dat doet? Daarop is geen antwoord te geven. Die krachten zijn er. Het gebruik dat ervan wordt gemaakt, is weer afhankelijk van het bewustzijn, de instelling, de persoonlijkheid van de mens, in casu de magiër.

Als die resultaten anderen beroeren, dan kan dat alleen indien er een harmonische factor is. Je kunt iemand met magie de dood zenden. Maar dan moet de ander in zich die elementen dragen waardoor de dood voor hem op de een of andere manier aanvaardbaar is. Zelfs als verschrikking, maar híj moet aanvaardbaar zijn. Op het ogenblik dat die mens zegt: dit is een kracht die ik erken, kaatst hij die kracht terug. Het is dus wel heel duidelijk dat wij ook in dit opzicht niet kunnen zeggen dat God liefde is of haat of de oorzaak van al dat magische of andere gebeuren. Wij kunnen alleen zeggen: God is. Misschien is dat wel het belangrijkste als wij proberen alle kosmische waarden samen te vatten. Wij hebben nu al heel wat onderwerpen daarover samen besproken.

Als ik spreek over God, dan spreek ik over het grote Onbekende. Als mens ken je daaraan eigenschappen toe. Als u volledig daarin gelooft, dan zullen die eigenschappen voor u het meest klaarblijkelijk zijn. Wij kunnen het misschien anders stellen: uit het gehele scala van kosmische invloeden die rond mij zijn, selecteer ik al datgene wat voor mij de liefde Gods bevestigt. Dan is onze gerichtheid op een bepaalde eigenschap van het Goddelijke én het Onbekende helemaal niet iets waarmee wij die God bepalen, maar wel onze relatie met onze omgeving te midden van het totaal der mogelijkheden.

Nu weet ik wel dat er heel veel mensen zijn die zeggen: ja maar, en dan komen ze aandragen met de bijbel of met andere waarheden. Jezus heeft gezegd. Dat hoor je zo vaak. Wat heeft Jezus eigenlijk gezegd? Hij heeft gezegd dat je zelf op een bepaalde manier moet leven. Hij heeft gezegd dat je gewoon vertrouwen moet hebben, dat je moet geloven. Met andere woorden, dat je je relatie met de kosmos ook op niet geheel redelijke manier kunt definiëren. Jezus heeft gezegd dat, als je dat doet op de juiste manier, je dan resultaat hebt. Dat geldt voor het uitdrijven van duivelen, voor het opwekken van doden, voor het genezen van zieken enz. Is dat dan een wonder? Och, misschien is het ergens een wonder. Maar zeker is dat de mens door zijn eigen instelling bepalend is.

Als u een medemens wilt helpen, b.v. wilt genezen en u gelooft niet dat u het kunt of u betwijfelt dat u het kunt, dan zult u nooit goede resultaten behalen. Op het ogenblik dat u voelt: hier kan ik helpen, dan mag dat verstandelijk volkomen onjuist zijn, maar dan kunt u helpen.

Een bekend voorbeeld is Petrus die Jezus over het water ziet wandelen en denkt: ik neem ook maar de kortste weg. En dan loopt hij over het water totdat hij zich realiseert wat hij doet. Op dat ogenblik stelt hij in zijn bewustzijn een andere relatie tussen zichzelf en het water. Hij zegt dan: het water kan mij niet dragen en dan roept hij prompt: Heer, ik zink. Hij had het zelf veroorzaakt. Zo zou ik willen zeggen: de mens is te zeer zichzelf om in die zin te spreken van een goddelijke liefde.

Misschien moeten wij ons dan afvragen wat God is. Dat is ook een moeilijk onderwerp.

God is alle dingen. Als God alle dingen is, dan is er niets wat wij kunnen afkeuren omdat het niet Gods wil is. Ook geen moord, ook geen doodslag, ook geen oorlog, ook niet al die andere dingen waarvan de mensen zeggen: dat wil God niet. Wij kunnen niets verwerpen en niets afkeuren op grond van het feit dat God het niet wil, want God maakt het mogelijk. God is de kracht waarin die mogelijkheid wordt geschapen.

Dan zeggen de mensen: maar het is Gods liefde waardoor wij de kans krijgen om tegen zijn wil in te handelen. Nu, dat vind ik gewoon onzin. Dat is gewoon niet aanvaardbaar. Hier wordt een grootmoedigheid verondersteld die zal moeten voeren tot de eeuwige verdoemenis. Dat vind ik niet alleen geen liefde maar dat vind ik ook geen rechtvaardigheid. Dan is God eigenlijk iemand die uitverkiezing pleegt. Hij heeft een aantal uitverkorenen, die mogen dan de hemel binnen en alle anderen worden voortdurend in verleiding gebracht met drugs en alle andere dingen in de wereld die leuk zijn. En als ze ervoor bezwijken, dan zegt God: dat heb ik jullie juist verboden en nu gaan jullie naar de hel. Kom nou.

God is alle dingen, ook de dingen die de mensen niet goed vinden. Want goed of niet goed, aanvaardbaar of niet aanvaardbaar, dat wordt door de mens bepaald, niet door God. Wat voor de mens bewustzijn brengt, wat zijn wezen verder doet openbloeien, dat wordt niet bepaald door Gods genade alleen. Neen, het is de selectie van de kosmische waarde Gods die de mens, als harmonisch met zichzelf ervarend, omzet in een werkelijkheid. Zodra hij dat doet, is die werkelijkheid er inderdaad en dan maakt hij voor zichzelf een deel van de kosmos waar. Maar als God alle dingen is, dan is God dus ook alle tijd.

Dan kunnen wij zeggen: God heeft zijn gehele schepping lief. Ongetwijfeld zal Hij zichzelf aanvaarden en daarmede het geheel van zijn schepping. Misschien mogen we dat liefde noemen. Ik weet het niet. Maar zeker is wel dat het gehele wezen Gods ‑ vanuit ons standpunt althans ‑ harmonisch moet zijn. Het is alomvattend. Het is een evenwicht. Als het onevenwichtig is, dan valt het uiteen. In dat evenwicht passen wij. Niet zoals wij zouden willen zijn of zoals wij menen dat wij zouden moeten zijn, maar zoals wij zijn.

Het feit dat ieder van ons ‑ welke weg hij ook gaat, wat hij ook doet – deel uitmaakt van die tijdloze werkelijkheid die we dan maar God noemen, het feit dat alle krachten, die zich in die werkelijkheid manifesteren – ook als wij die achtereenvolgens ervaren – invloed hebben op ons en onze harmonische binding vormen met de totaliteit, dat zou ik dan misschien de liefde Gods willen noemen. Maar ik zou nooit zo ver willen gaan dat ik zeg: er is maar één waarheid. De mensen kunnen die aanvaarden en begrijpen. Ik zou nooit zo ver gaan dat ik zeg: God is alleen maar liefde, een soort fondantachtige Schepper, die met overdadige zoetheid de wereld medelijdend beziet en opneemt in zijn genade.

Het is erg gemakkelijk als je zo denkt. Het is veel moeilijker als je zegt: als ik mijzelf lief heb, dan is dat niet om dat wat ik denk te zijn, maar omdat ik ben, omdat ik leef. En omdat ik besta, heb ik God lief. Het leven dat in mij is en dat voor mij bestaat in welke sfeer of wereld dan ook, van het hoogste licht tot het diepste duister, van de grofste stof tot de meest lichtende vervluchtiging, dat is Gods liefde. Dan zit ik er misschien heel dicht bij.

Wat wij de liefde Gods noemen, is eigenlijk het veld waarin wij leven. Het is de wereld waarin wij bestaan. Het is de kracht waarmee wij werken. Als wij dan spreken over kosmische invloeden, kosmische krachten, dan moeten wij wel begrijpen dat wij het hebben over delen van het geheel. Zaken die nu voor ons duidelijk worden en die morgen voor ons vervluchtigen, maar die in wezen altijd blijven bestaan.

Er is een oude legende, een soort sciencefiction verhaal uit ongeveer 1896‑1897 waarin iemand zo ver van de aarde weet weg te komen, dat hij het licht van de aarde kan opvangen én kijk, hij ziet Adam en Eva in het paradijs. Nu was dat in die tijd natuurlijk noodzakelijk: als je het begin van de wereld zag, dan moest je mensen zien en wel Adam en Eva in het paradijs. God aan het werk. Als die man zich dan omkeert en dichterbij komt, dan ziet hij ineens de gehele geschiedenis zich ontrollen. Hij ziet de legioenen van Rome, de grootheid van Egypte. Hij ziet later Karel de Grote en tenslotte Napoleon optrekken. Die dingen zijn er allemaal. En dan komt er een heel eigenaardige vraag naar voren: is het nu eigenlijk wel zo lang geleden, want voor mij is het nu. En daarmee is een antwoord gegeven op een grote vraag.

Al deze kosmische invloeden zijn altijd wel ergens aanwezig en actief. Ze zijn voortdurend deel van de kosmos. Maar wij beleven ze achtereenvolgens door onze positie, door onze benadering en instelling. Dan kunnen wij wel zeggen: dat is in het begin een decreet, dat is de wil Gods in de schepping, maar daaraan hebben wij niets want wij zitten er vandaag mee. En dan niet met het geheel maar met dat stukje dat wij vandaag te beleven hebben. Dan is het toch logisch dat wij zeggen: voor mij is dit nu. Voor mij is het heden. Dan is het geheel van onze beleving een registratie van iets wat tijdloos bestaat maar wel in vele opeenvolgende fasen. Misschien is de liefde Gods wel dat wij geen deel kunnen zijn van de totaliteit zonder eens die totaliteit te beseffen. Dat zou ik misschien nog aanvaardbaar achten, al het andere verwerp ik.

Dan blijft er nog over de vraag: is er een goddelijke waarheid want God is zo liefdevol. Hij heeft ons op aarde de waarheid gegeven door Jezus Christus. Of Allah heeft zijn profeet Mohammed gezonden. Er zijn 1001 methoden om het te omschrijven. Kan er een goddelijke waarheid zijn?

Ik meen niet dat er een goddelijke waarheid is. Ik meen dat er een goddelijke werkelijkheid zou kunnen bestaan. Wat wij als een goddelijke waarheid zien, is één klein aspect van de totaliteit, één splinter van de rots der eeuwigheid. En dan roepen wij: wij weten het. Wij hebben de goddelijke waarheid.

Wat hebben wij eigenlijk? Vaak een isolement waardoor wij het ons onmogelijk maken om verder te gaan. En dan verkondigen wij onze waarheid fervent. Dan roepen wij uit: dit is de enige waarheid, al het andere is leugen. Ondertussen liegen wij want onze twijfels en onzekerheden verbergen wij, onze onmacht ontkennen wij. En daar waar we slagen, zeggen wij : het is God die het doet, waardoor wij zelf niet aansprakelijk zijn. Ik geloof niet dat dat juist is.

Wij hebben allemaal menselijkheden die je moet kunnen aanvaarden. Maar als ik kijk naar het begrip dat u heeft genoemd: de goddelijke liefde, het alomvattende, dan zeg ik: hoe jammer eigenlijk dat een mens, door zich blind te staren op één klein korreltje waarheid, voorbijgaat aan die totale werkelijkheid waarin hij leeft en daardoor minder beseft van die waarheid dan noodzakelijk is.

Ik geloof dat je voortdurend moet leren, voortdurend moet ervaren, dat je eigenlijk niets moet verwerpen behalve als het disharmonisch voor je is op dit ogenblik. En dat je in de aanvaarding van alle gebeuren en alle verschijnselen dan misschien de harmonie en de vrede kunt vinden waardoor de verschijnselen onbelangrijker worden en het enig belangrijke naar voren komt: je verbondenheid met het geheel.

Dat is voor mij de enige uiting van goddelijke liefde die ik mij kan voorstellen. Te zeggen: dit is de bron van alle dingen, is juist. Maar te zeggen dat het de bron is van de goede dingen, lijkt mij al een splitsing van de werkelijkheid. Tegenover de scheppende kracht en de enige werkelijkheid, andere goden of duistere krachten te poneren, lijkt mij een verloochening van het wezen van de werkelijkheid. En dat betekent ook, dat de mens niet zal oordelen, niet mag oordelen. Dat het enige waarover hij een oordeel mag en kan vellen, zijn eigen wezen is. En dan niet op grond van uiterlijkheden maar alleen op grond van zijn eigen harmonie, zijn eigen ervaring, zijn eigen beleven.

De vrede die zo voor u kan ontstaan, juist door de aanvaarding van het geheel van alle belevingen, door de aanvaarding van het geheel van alle werkingen en verschuivingen in uw bewustzijn, dat zou dan volgens mij de uiting moeten zijn van de totaliteit. En wilt u die vrede, die aanvaarding goddelijke liefde noemen, dan is mij dat best. Maar als u denkt dat de goddelijke liefde u het recht geeft om wetten te stellen aan de wereld, eisen te stellen aan God, dan vrees ik dat u niet weet wat de goddelijke liefde in wezen is.

Is de naam Adonai zoveel omvattend?

Adonai is een godsbegrip vanuit een bepaalde religieuze benadering en oorspronkelijk een zonnegod. De naam betekent wat de mens erin zoekt.

Als u zegt Adonai, dan heeft u het volgens mij over de hoofdtrilling, die in dit zonnestelsel regeert, maar niet over God, over de totale werkelijkheid. U heeft het over een klein aspect ervan. Daarom is het mogelijk dat er een God is die een bepaalde stam beschermt, begunstigt en voorgaat.

Een stamgod, een kleine deelgod. Voor die stam is dat de enige God. In de kosmos is het echter maar één klein straaltje van de goddelijke zon dat toevallig en tijdelijk een bepaald volk een bepaalde tijd beroert.

Adonai is door zijn klank een magische naam. Het is een geheime naam, in zekere zin, door de aanduiding van de goddelijke liefde en de aanvaarding, die er ongetwijfeld in schuilt.

Zo kan ik ook de rechter en de macht aanroepen J.H.V.H., of Jehova, als u dat liever heeft. Maar ook dan heb ik te maken met een God die in feite uit het vuur geboren is, want Jehova was de naam van een vuurgod.

Wanneer wij proberen door te dringen tot de werkelijkheid, dan zijn de namen van de goden die ons zijn overgeleverd niets anders dan heel kleine schaduwlijntjes die aanduiden waar de werkelijkheid begint, en dat is daar waar die schaduwlijn ophoudt.

Met je bewustzijn, je kennen en je weten kun je een deel van het vlak van het bestaan invullen. Dat is je kennis, je besef, je inzicht, je wijsheid. Maar er blijft altijd een onbenaderbaar vlak over, een wit gebied waarvan je niet weet wat erin zit. Door de begrenzing van dit witte ge­bied kun je in ieder geval zeggen: Kijk, hier is God. Maar je kunt niet zeggen wat God is. Je kunt hem ook niet benoemen, want met alle menselijke namen, met alle menselijke klanken, tonen en mogelijkheden kun je niet de naam spreken van de 144 tekens, die volgens de overlevering onuitspreekbaar en onberekenbaar de werkelijke God omvat. En dan is het getal 144 – vreemd genoeg – te herleiden tot 9. Het hogepriesterlijke getal van de mens, die voor zijn God treedt en Hem mag aanschouwen, maar niet kan doordringen in zijn Wezen.

Kosmische krachten

Men moet begrijpen dat allerlei invloeden op de hele wereld inwerken. Elke invloed op zichzelf is aanvaardbaar. Het vervelende is dat ze soms met elkaar in botsing komen. En wanneer krachten met elkaar in botsing komen, weten de meeste mensen daar geen raad mee. Daarom wil ik daarover een paar eenvoudige regels geven.

Elke kosmische kracht op zichzelf is positief bruikbaar. Wanneer twee positieve krachten tezamen u bereiken, dan zult u ze moeten samenvoegen tot een gelijk gericht zijn, anders worden ze in u tot strijdige krachten. Wanneer u strijdige krachten in u ervaart, dan kost u dat veel energie om daarmee verder te leven. Een mens die tegen zichzelf verdeeld is, is in feite een mens die probeert een kosmos in zijn vele verschillende factoren actief te beleven zonder daarbij in staat te zijn in zichzelf de nodige  harmonie op te brengen waardoor alle krachten hem verder stuwen naar een bewustwording, naar een beleving, naar een erkenning.

Er zijn heel veel mensen die zeggen: kosmische krachten zijn heel mooi, maar wat doe je ermee. Eigenlijk doet u er niets mee. Een kosmische kracht doet ook niets met u. Een kosmische kracht is vergelijkbaar met een stroming in een rivier waar u in een bootje op zit. Als u de juiste stroming te pakken heeft, dan komt u gemakkelijker op uw bestemming aan. Roeit u tegen de stroom op, dan wordt u doodmoe en u komt nergens. Daarom is het belangrijk dat u elke kosmische kracht of stroming aanvaardt in de zin en de richting waarin ze wijst en daarna besluit wat u zult doen.

Er zijn bepaalde krachten, die tegengericht zijn aan alles wat wij nastreven. Wat doet u dus? U probeert buiten de stroom te komen, ook als dat betekent dat u een tijdje een stilstand moet verwerken. Er zijn soms gebeurtenissen die plotseling voor vele jaren worden verbroken en daarna weer herleven. Er zijn bepaalde invloeden die u innerlijk een buitengewoon gevoel van bewustzijn geven en voordat u het weet, is het weer afgelopen. Dan zegt u: ik ben iets kwijt geraakt. Maar dat is helemaal niet waar. Als u beseft welke invloeden er op dat ogenblik werkzaam zijn, dan ontdekt u dat er alleen een verschuiving heeft plaatsgevonden.

Mijn raad voor eenieder die probeert met kosmische krachten te werken is dan: ga steeds uit van uw eigen harmonische factor. Als u het gevoel heeft dat iets ‑ om welke reden dan ook ‑ niet helemaal harmonisch of aanvaardbaar is, laat het dan rusten. Het komt misschien later.

Als u te maken heeft met een wereld waarin u geen weg weet omdat ze te verward lijkt, kies die richting welke voor u op dat ogenblik de meest harmonische, dus de meest aanvaardbare is. Beleef deze, maar tracht niet anderen mee te sleuren in de richting die u heeft gekozen. Op deze manier krijgt u een aantal belevingen die uw bewustwording bevordert en tevens een grotere innerlijke vrede verschaft.

Wanneer u te maken heeft met mensen die anders zijn, dus anders reageren dan u had verwacht of had gewenst, dan moet u altijd onthouden dat zij hebben te werken met hun eigen kosmische verhoudingen en krachten. Datgene wat zij misschien als disharmonisch verwerpen, kan voor u harmonisch zijn. Maar op het ogenblik dat u hun disharmonie overneemt ‑‑ op welke wijze dan ook ‑ zult u uw eigen harmonische mogelijkheden daardoor verliezen. Het is tenslotte prettiger om innerlijk vrede te hebben, toch nog licht te zien om verder te gaan ondanks alles, dan om verwikkeld te raken in het negativisme van andere mensen.

Verder moet u onthouden: een kosmische kracht of stroming kunt u alleen zelf gebruiken. Het is dus niet zo, dat u tegen een ander kunt zeggen: daar komt een kosmische kracht, doe jij dit of dat ermee. U kunt het alleen zelf doen. Dit houdt in dat u attent moet zijn op de ritmen en de invloeden die u zelf ondergaat. Op het ogenblik dat u voelt: nu word ik beroerd door een kracht van materiële energie, doet u stoffelijke dingen. Het volgende ogenblik zegt u: ik ben in een bespiegelende stemming. Dan gaat u mediteren of doet u andere zaken die van geestelijke aard zijn. Steeds erop letten: wat beroert mij op dit ogenblik. Nooit onrustig zijn.

Onrust is te vergelijken met het volgende: er zijn mensen die zo bang zijn dat ze niet zullen kunnen slapen, dat ze daardoor niet in slaap komen, waarna ze zich beklagen over het feit dat ze niet hebben geslapen en daardoor zich moe voelen zonder dat ze feitelijk moe zijn, zodat ze door hun vermoeidheid alleen dan slapen als ze actief moeten zijn, maar zodra ze behoren te slapen weer slapeloos blijken. Dit is een verschijnsel dat wij heel vaak zien en dat u ook in uw eigen leven heeft. Op het ogenblik dat u in verzet komt tegen alles, put u zichzelf uit en u bereikt weinig. Als er iets gebeurt, dan is ook de kosmos daarbij betrokken. Probeer dus na te gaan wat voor u uit de kosmos op dat ogenblik positief is en werk daarmee. U zult zien dat het andere opeens aanvaardbaarder wordt. Maar u moet zich aanpassen.

Er is een heel mooi verhaal over mensen, die aan kosmische bewustwording doen en daarom voor de spiegel gaan staan. Dat kan helpen als je beseft: dat wat ik zie, dat ben ik eigenlijk niet. Op het ogenblik dat je zegt: Ach, wat mooi, kun je beter doorlopen. Want je hebt niet te maken met uiterlijkheden, dat denken de mensen wel. Wat u van buiten lijkt te zijn, dat bent u toch niet. Wat u zegt te willen, dat wilt u soms helemaal niet. En datgene waarvan u zegt dat u het afkeurt, dat zou u misschien best willen, als u dacht dat anderen het niet zouden afkeuren. Waar of niet? Besef dat dan even. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat u nu heel anders moet gaan leven. Het wil alleen zeggen, dat u anders moet gaan beseffen.

Als u weet wat u in wezen bent, dan voelt u die invloeden veel zuiverder aan. Want als u alleen bezig bent met het waanbeeld dat u van uzelf heeft opgebouwd, dan veronderstelt u kosmische mogelijkheden die er voor u niet zijn. Dus, probeer altijd de juiste harmonieën te vinden.

Dan heb ik een paar heel praktische tips voor sommige mensen in deze tijd.

  1. U moet er rekening mee houden dat de eerstvolgende periode voor de meeste mensen nogal wat tegenstellingen brengt. Heel vaak zijn dat teleurstellingen omdat de mensen nl. op iets rekenen wat niet waar kan worden in de wereld. Daar zijn kosmische stromingen tegen gericht. Aanvaard dat en kijk wat u wel aan positieve mogelijkheden vindt. U zult dan tot uw verbazing ontdekken dat ze voortdurend aanwezig zijn maar dat ze alleen anders liggen dan u dacht.
  2. Voor de meeste mensen begint rond 19 september een periode die wat gunstiger is. Heel veel mensen, die lange tijd een beetje tegenslag hebben gehad, krijgen het gevoel: nu gaat het wel. Maar besef dan heel goed wat u eigenlijk wilde bereiken in de afgelopen tijd, want dat is dan te verwezenlijken. Maar als u zegt: nu gaat het goed en u begint dan plannen te maken, dan grijpt u weer voorbij de mogelijkheden die u heeft en komt u niet verder. Het is een periode van ongeveer 2 maanden. In die tijd kunt u heel wat in orde maken, als u dat wilt. U kunt dan vooral afrekenen met heel veel dingen uit het verleden, die eigenlijk op de een of andere manier niet zo harmonisch waren.
  3. Verder moet u er rekening mee houden dat we een periode krijgen, dat geldt voor later in het jaar, die heel sterk de bewustwording in de hand werkt. Het is een soort wijsheid. U gaat zien wat er achter de uiterlijkheden schuilt. Maar als u dat ziet en u kijkt niet naar uzelf, dan meent u dat u zelf veel beter bent dan alle anderen, en dat is natuurlijk dwaas. Begrijp in hoeverre u zelf betrokken bent bij alle dingen, die in uw ogen verkeerd lijken. Probeer te begrijpen hoe de goede dingen, die u nu opeens achter de uiterlijkheden ontdekt, een rol spelen voor u en op welke wijze u daarop kunt in­haken. Op die manier kunt u veel meer begrijpen, veel meer bereiken en ook heeft u een grote kans dat u het nieuwe jaar ingaat als een bewuster en wat gelukkiger mens.
  4. Dan wil ik u erop wijzen (dit is eigenlijk al voor het volgende jaar) dat er voor veel mensen zo ongeveer half februari een periode van tegenstellingen intreedt. Dat komt omdat de meeste mensen een wereldbeeld hebben waaraan de wereld niet meer beantwoordt. Ze zullen dus dingen, waarvan ze dachten: dat is van mij of dat behoort bij mij, moeten afstaan. Ze zullen zaken waarvan ze dachten: dat komt nooit, plotseling ontvangen zonder dat ze weten hoe ze eraan komen. In die tijd is dus het gebeuren uitermate onverwacht. Stel u in die periode dus in op gelijkmatigheid of vrede, want dan is er een straal van levenskracht die kan worden omgezet in evenwichtigheid. Door evenwichtig te blijven ‑ ongeacht wat u wint of verliest, ongeacht alle toevalligheden die u schijnen te overspoelen ‑ zult u in staat zijn om uit die periode een bewuster gebruik te maken van kosmische krachten. Daarmee kunt u een heel eind verder komen.

Dit is niet veel meer dan een heel kort en praktisch overzicht van een groot aantal stromingen en werkingen die in de komende periode optreden. Ik heb enkele hoofdtendensen aangegeven die voor de meeste mensen gelden.

Als u de voorgaande regels daarbij betrekt, zult u tot uw verbazing ontdekken dat we hier toch wel een handig en praktisch bruikbaar geheel hebben. Het is zoiets als de gebruiksaanwijzing die bij vele elektrische apparaten is te vinden. Het is niet helemaal duidelijk, je moet wel even kijken hoe het kan en je weet niet of het snoer wel lang genoeg is, je moet misschien de apparatuur verplaatsen, maar dan kan het apparaat functioneren.

Uw innerlijke mogelijkheden en uw harmonie kunnen onder deze omstandigheden steeds juister gaan functioneren met een grote mogelijkheid om bewuster te worden tegen de tijd dat de volgende Wessac‑bijeenkomst plaatsvindt.

Indien u uitgaat van wat er is en de gebruiksaanwijzing die ik u heb gegeven hanteert om u innerlijk te oriënteren met een steeds groeiend besef van wat u in wezen bent, in wezen wilt, in wezen veroordeelt, dan kunt u uzelf meer waarmaken en gelijktijdig uw verbondenheid met de totaliteit juister beleven.

Verbeelding

Verbeelding is een moeilijke zaak. Ik ken mensen die verbeelding bezitten en mensen die verbeelding hebben. Nu is het zo: iemand die verbeelding heeft, verbeeldt zich dat hij meer is dan hij feitelijk is. Daardoor beeldt hij zich in dat hij meer mag eisen van de wereld dan redelijk is, terwijl hij gelijktijdig pretendeert geestelijk meer te zijn dan hij ooit kan zijn.

Verbeelding op zichzelf is eigenlijk voorstellingsvermogen. Voorstellingsvermogen gebaseerd op een innerlijke harmonie verschaft de mens beelden omtrent zijn wereld, zichzelf, zijn mogelijkheden en bereikingen van waaruit hij zijn gedrag maar ook zijn kosmische verbondenheden juister kan definiëren.

Verbeelding wordt dan een soort functie. Een uitbeelden van werkelijkheden, die in de wereld nog niet zo concreet tot uiting zijn gekomen. In deze uitbeelding vind je dan jezelf terug, maar ook je mogelijkheden. Niet zoals ze in de wereld op dit moment concreet bestaan, maar zoals ze in jou op dit ogenblik concreet berusten.

Door waar te maken wat in de verbeelding is ontstaan als een deel van je besefte werkelijkheid en je bestaan, kun je als vanzelf een bewustwording opbouwen waarin de kosmische krachten een grotere rol spelen, waarin je eigen erkenning van de feiten en je innerlijke vrede toenemen en waardoor je de problemen die er voor je bestaan, leert overwinnen totdat je op den duur zegt: wat er ook gebeurt, ik ben niet bang want in mijn verbeelding heb ik reeds gezien wat de werkelijkheid kan worden, als ik mijn belemmeringen verlies.

Namens allen die hebben gesproken in de loop van deze cursus: hartelijk dank voor de gegeven belangstelling voor de gegeven onderwerpen. Wij hopen dat u uit de veelheid van woorden voor uzelf een paar essentiële gegevens hebt kunnen distilleren waarmee u zelf iets kunt doen.

Wij hebben geprobeerd u sleutels te geven, maar u moet ze toch zelf in het slot steken en weten welke deur u daarmee voor uzelf kunt openmaken.