De gouden stilte

Wij zitten met een onderwerp dat, als we het letterlijk nemen, mij zou verplichten onmiddellijk mijn mond te houden. Maar er zitten een aantal aspecten aan vast die we wel kunnen bespreken: dat is voornamelijk contemplatie, meditatie en bepaalde mystieke belevingen. Daarom zullen we toch spreken over de Gouden Stilte.

Stilte in jezelf is een vreemde, bijna verlichtende ervaring. Wanneer alles wegebt als zelfs het ruisen van het bloed in de aderen je niet meer bereikt, dan is er een moment dat je niet kunt beschrijven. Het is a.h.w. een opgaan in iets. Als je later dan uit die toestand ontwaakt, ben je meestal ook gesterkt, vaak blijmoedig. Ben je een beetje mystiek aangelegd, dan heb je het zeer waarschijnlijk over een gouden licht, een gouden stilte.

Hoe komen wij daaraan? Wij kunnen wel gaan mediteren en voortdurend met onze gedachten bezig zijn, we kunnen contempleren en doordringen in de essentie van één enkel onderwerp, maar daarmee zijn we niet aan de stilte toe, want die stilte ontstaat eigenlijk op het ogenblik dat we zelfs in ons denken, voelen en beleven even totaal daadloos zijn: een enkele actie vanuit onszelf vertonen. Een bekend gezegde is: Je moet je gedachten blank maken. En dan zitten de mensen, blank, blank, blank. Alles is blank, behalve blank, want blank overheerst alles. Je kunt dus niet op een dergelijke manier werken. Dus je gedachten helemaal schoonmaken gaat eenvoudig niet. Je kunt echter je gedachten a.h.w. laten afsterven. Rustig en ontspannen zijn. Zorgen dat je lichamelijk geen enkele hinder ondervindt al is het maar een gordel die iets te nauw is of een boord dat de adamsappel beknelt. Ze helemaal ontspannen kun je natuurlijk allerlei houdingen aannemen. Er zijn mensen die baat hebben bij een lotushouding. Maar de ervaring leert ons dat de meeste die zich daarmee bezighouden na ongeveer 2 minuten aan gewrichtspijn en spierpijn beginnen te denken. Anderen kunnen zich zittend heerlijk ontspannen. Daar is geen bezwaar tegen zolang je daarin een toestand kunt bereiken van bijna indommelen. De meest praktische houding die ik ken, is zo recht mogelijk liggen ( u moogt rustig op een matras liggen, het hoeft niet op de vloer), het hoofd op gelijke lijn met het lichaam, de handen ontspannen langs het lichaam zonder dit te raken en de benen een tikje van elkaar af zodat ook hier zo weinig mogelijk vlees beroert. Door zo te gaan liggen heb je een aantal signalen en ervaringen uitgeschakeld­. Zit je, dan komen er van bepaalde delen van het lichaam wel signalen, al is het maar van je ruggengraat, je zitvlak en misschien je nek. Deze door mij voorgestelde houding is overigens maar een raad. Probeer het eens, maar denk niet dat het de enige oplossing is.

Heeft u eenmaal en bepaalde meditatietechniek, dan zou ik u raden: Begint u voorlopig maar met de houding die u gewend bent daarvoor aan te nemen, omdat het hier een gewoontevorming is en deze kan bijdragen tot een gemakkelijker veranderen van het bewustzijn.

Een volgend punt is ook van belang: Wij moeten het gevoel hebben (dat is voor het onderbewustzijn nog belangrijker dan voor het bewustzijn) dat wij op dit uur, op deze plaats niet gestoord kunnen worden. Als je denkt: dadelijk gaat de telefoon, haal dan de stop er maar uit of leg de hoorn naast de haak, zodat je niet het gevoel hebt: die kan mij storen. Je moet echt het gevoel hebben, ik zit ingekapseld. Van buiten kan mij niets bereiken. Het lawaai dat er eventueel buiten is, gaat mij niet aan. Ik ben hier helemaal alleen met mijzelf.

Dan zijn er natuurlijk bepaalde trucjes die je kunt gebruiken: Ademhaling b.v. Weet u wat een reinigende ademhaling is? Een reinigende ademhaling is de adem met stoten zo ver mogelijk uit de longen persen. Als u niet in een bedompt vertrek zit (dat is voor uw meditatie ook niet goed) dan kunt u door de adem langzaam in de longen te laten komen een beter oxygenatie van het bloed krijgen, maar gelijk­tijdig wordt daardoor het behoefte element in het lichaam aanmerkelijk minder. Zenuwspanningen vallen weg. Als u eventueel nog een paar diepe ademhalingen ervoor over heeft, doe het dan zo dat u 4 tellen inademt. U moet zelf maar eens nagaan wat voor u de juiste tijd is. Eigenlijk moet u dat op de polsslag doen. Als u 4 tellen inademt, probeer uw adem 8 tellen in te houden en laat die dan gedurende 8 tellen ontsnappen. Als u dat niet helemaal lukt, is dat niet erg. Het gaat er alleen om dat u een ademritme vindt waardoor u de longen zoveel mogelijk de gelegenheid geeft de adem om te zetten en waardoor u langzaam, gedegener en vollediger uitademt. Door de betrekkelijk korte tijd waarin u dat doet vult u de longen toch geheel met verse lucht. Het blijkt, dat dit voor alle zenuwspanningen, bepaalde overspanningen zelfs van meer psychische aard een heel goed resultaat heeft. U heeft het allemaal gedaan en u bent erbij gaan zitten of gaan liggen.

Dan moeten we proberen een weg te vinden naar de gouden stilte. Die weg gaat altijd door een wirwar van gedachten. Wij kunnen dan wel over mooie dingen gaan denken, maar in de meeste gevallen blijven we daar dan weer in steken. We kunnen natuurlijk ook proberen aan niets te denken en dan denken wij zo intens eraan dat we aan niets moeten denken dat we een zeer hoge activiteit vertonen. Als u gedachten heeft, laat ze maar rustig gaan, maar zeg tegen uzelf: het is niet belangrijk. Luister niet naar uzelf als u denkt. Blijf zoveel mogelijk ontspannen ook wat uw ademhaling, uw houding betreft. Gaat u eens wat verliggen of verzitten, dat is helemaal niet erg. Alleen, niet bewust daarmee bezig zijn. Als u al een voorstelling wilt gebruiken, gebruik dan een woord waarvan u de betekenis niet kent. Herhaal dat dan maar als een soort heidens rozenhoedje of stel u een kleur of een licht voor. Doordat u daarmee bezig bent, bent u wel degelijk actief. Een kleur of een zinloos woord wordt langzamerhand een cadans en zal u dus niet tot gedachten aanzetten en als een bijna automatisme hindert het u niet in de verdere ontspanning. Wees ook niet bang dat u wegdroomt. Als u het gevoel heeft: ik zak weg, zak dan maar rustig weg. Deze ontspanningsmethode is uitstekend en heeft het grote voordeel dat u haar zelf te allen tijde kunt toepassen.

Er zijn andere ontspanningsmethoden waarbij u met suggestie e.d. werkt. Maar ja, de meeste mensen die in staat zijn anderen iets te suggereren, zijn niet in staat dit zichzelf te doen. Als u anderen niet kunt suggereren, is het ook weer heel moeilijk om uzelf ervan te overtuigen dat hetgeen u zegt belangrijk is. Dus ik vind die methode op zichzelf wel bruikbaar, maar de beschrevene de eenvoudigste.

Laten we dan eens kijken wat voor fasen je krijgt:

De 1e fase is over het algemeen zo’n beetje van: nou ja, laten we het maar proberen. Dan komen er van alle kanten gedachten zo van: ik moet nog een kaart schrijven aan Mien. Morgen moet ik toch eens kijken, of ze Brussels lof hebben. Of bij de heren: Laat mij die mop nu niet vergeten, dan kan ik die morgen aan Willems tegenover mij vertellen. Laat die gedachten maar rustig draaien. Zeg tegen uzelf: het is van geen belang. Ach, ik zal wel zien. In deze fase worden de gedachten steeds ijler. Bij heel veel mensen ontstaat er dan zoiets als een fluisterstemmetje dat in je iets schijnt te zeggen. Niet luisteren. Als iemand je wat te zeggen heeft, dan moet hij het maar duidelijk doen. Als hij het niet duidelijk doet, dan behoef je niet te luisteren. Laat dat dus gewoon maar sissen. Laat dat maar een beetje zijn gang gaan, dat verdwijnt wel.

Na de fase van het fluisteren krijgen we meestal een fase waarin men met bepaalde voorstellingen wordt geconfronteerd. U denkt ineens aan een landschap of aan een ballet. U ziet iets van het Zwanenmeer of van iets moderns. Laat dat maar rustig voorbij trekken. Als u zich daar later iets van herinnert, kan het u vaak helpen om iets van uw persoonlijke inhouden (uw voorkeur, uw afkeer) te leren kennen. Maar op dat moment is het niet belangrijk. Laat het voorbij gaan. Het wordt vager en op een gegeven ogenblik heeft u het gevoel alsof u in de mist zit. Alles is wat nevelig, alles is gedempt: ook wat u van buiten normaal nog hoort, is er eigenlijk bijna niet meer. Zeg dan niet tegen uzelf: nu moet ik wat gaan doen, maar laat dat zichzelf verder ontwikkelen. Als u dat doet, dan komt op een gegeven ogenblik de behoefte om iets te doen. Denk dan mijnentwege aan het gouden licht of gebruik een woord dat u als betekenis niet belangrijk vindt. Er zijn van die sleutels die u kunt herhalen. Wat mij betreft, kunt u net zo goed zeggen: artisjokken sjokken. Dat maakt niets uit. U gebruikt dat eenvoudig, omdat u de behoefte heeft om in die vaagheid toch weer iets te scheppen.

Een mens is een wezen dat geneigd is, zoals de hele natuur, om een ledig te vullen. Maar omdat hij het doet met iets wat voor u verder geen betekenis heeft, schept u een bevrediging enerzijds voor dat onbehaaglijke gevoel van leegte en anderzijds handhaaft u de rust. En dan zult u tot uw verbazing merken dat ‑ of het nu een kleur, een woord of wat anders is – het van binnen is alsof er een snaar wordt aangeslagen. Het is geen echte trilling, maar het is net of u ineens in een totale stilte ergens toch iets hoort maar heel vaag. Of dat u in een totaal duister ergens een enkel lichtflitsje ziet, misschien een glimwormpje.

Vanaf dat ogenblik, kijk naar het verschijnsel. Concentreer u niet daarop, maar volg het verschijnsel, of laat het toontje maar tot u door­dringen. Dan blijkt, dat het langzaam maar zeker ook overgaat in een rui­sen zoals de zee op een heel rustige windvrije zomerse dag, als de bran­ding heel zacht en regelmatig is. Heeft u die fase bereikt: dan bent u er op een gegeven ogenblik niet meer: u bent gewoon weg. U weet van niets meer. op dat ogenblik beleeft u – wat wij noemen – de gouden stilte. Dit is allemaal eenvoudig genoeg gezegd, meen ik.

Deel II.

Een beetje theorie die u waarschijnlijk wel kent, maar eenvoudigheidshalve hier toch weer even herhaald: De totale kosmos is eigenlijk opgebouwd uit energie. Wij zelve zijn daar ook uit opgebouwd. Onze geestelijke kracht is eveneens een vorm van kracht: energie. Normalerwijze bestaat er tussen ons en al het andere een scheiding. Die wordt gevormd door ons bewustzijn, door onze confrontatie a.h.w. met de wereld, met het andere. Ja zelfs met onze denkbeelden die ons heel vaak toch afzonderen van alles wat er om ons heen is. Wanneer wij nu in die toestand komen waarin wij eigenlijk helemaal niet meer actief zijn, dan zijn we ook niet meer begrensd ten aanzien van de energie om ons heen. Om het heel eenvoudig te zeggen: wij kunnen ons opladen tot het niveau dat wij als top kunnen verdragen binnen het ge­heel. Wij zullen nooit teveel energie krijgen, maar wij komen tot de top daarvan. Wij hebben een gevoel van vervuld zijn als gevolg daarvan. En als u dan weer een beetje bij troost komt, dan bent u blijmoedig, een beetje gelukkig van binnen. U heeft a.h.w. een ogenblik van zelfbevestiging. Dit is erg belangrijk.

Bij die zelfbevestiging zullen we niet zoals anders een bepaald aspect van onze persoonlijkheid op de voorgrond plaatsen. Wij zijn gewoon een geheel. Wij zijn daar gelukkig, tevreden mee en de reacties die daaruit zijn eigenlijk niet overlegd. Ze ontstaan eenvoudig en worden uit de aard der zaak weer ingepast in het dagelijkse schema van doen, van denken enz. Wij werken op dat ogenblik met kosmische energieën. Het wonderlijke is, dat als wij geconcentreerd zijn op iets dat niet tot onszelf behoort (het kan een grassprietje zijn, het kan een bloem of een boom zijn of een andere mens zijn, een hond, kat of paard) en u probeert daar kracht aan over te dragen, dus valt u eigenlijk ten dele terug in die toestand van absoluut stil zijn, van deel zijn van het geheel. Daardoor kunt u bij anderen beter energie opwekken, u kunt die anderen meer energie geven. Het allerbelangrijkste is wel: de energie die u geeft is evenwichtig. Ze wordt dus niet door uw persoonlijkheid gekleurd. Als u normaal magnetiseert, dan doet u dat wel. Dan geeft u eigenlijk een deel van uw persoonlijkheid en afstemming mee in de kracht die u aan een ander geeft.

Ook als de geest u extra van kracht voorziet en u bent middelaar, dan wordt de kracht toch als het ware getransformeerd tot iets dat lijkt op uw eigen energie. In dit geval gebeurt het dus veel minder. Iets blijft er altijd hangen, maar u krijgt een veel grotere evenwichtigheid en gelijkmatigheid en daardoor kunt u anderen helpen zichzelf te helpen in plaats van in te grijpen om anderen te helpen. Dit kan bij genezing erg belangrijk zijn, maar het kan vaak ook van belang zijn als we met psychische problemen van anderen te maken krijgen. U kunt niet zeggen: nu weet u ineens waar het vandaan komt of, hoe ik het moet oplossen. Maar doordat u op de ander bent geconcentreerd, wordt a.h.w. het beeld van het evenwicht dat in u op dat ogenblik bestaat geprojecteerd over de onevenwichtigheid van de ander en ziet u waar de afwijking zit.

Dan kunt u zeggen: als wij hier wat kunnen wegnemen en we kunnen het daar bijbrengen a.h.w. iets van het onderbewustzijn overbrengen naar het bewustzijn of middels een suggestie de nadruk hiervan verschuiven daarheen, dan kunnen wij die persoon evenwichtiger maken. Verder zullen we als we raad geven, bewust of onbewust eigenlijk optreden vanuit de ander. Want wij zijn nog steeds in een toestand dat wijzelf niet zo erg belangrijk zijn. De gouden stilte op zichzelf is iets dat je niet kunt beschrijven, dat is duidelijk. Maar de gevolgen ervan kun je wel schetsen. Ze berusten voor zover ik het kan nagaan op een tamelijk complex aantal relaties.

U heeft vele verschillende fasen van leven gekend waaronder zeer waarschijnlijk een redelijk aantal stoffelijke incarnaties. U bent dus een gereïncarneerde. Daardoor heeft u ervaringen opgedaan. U heeft daardoor mogelijkheden ontwikkeld. Aan de andere kant heeft u terughoudendheid om niet te zeggen: afkeer of angsten ontwikkeld. Bewust bent u zich daar niet van of maar zeer ten dele. Omdat u zoveel relaties heeft met anderen zonder ze te beseffen, kunnen die relaties een heel grote rol spelen bij de benadering van anderen. Is het een geestelijke benadering of is het een benadering waarmee u hulp probeert te geven. Dan is het heel duidelijk dat u juist, omdat u op dat moment eigenlijk niet zo scherp geformuleerd uzelf bent, vanuit de ander de impulsen kunt opnemen. U deelt op grond van een relatie, die waarschijnlijk in het verleden geestelijk of stoffelijk heeft bestaan, een deel van de problematiek van de ander, een deel van diens persoonlijkheidsinhoud, soms zelfs een deel van diens levensgeschiedenis. U bent echter niet daarbij betrokken. U kunt zelfs bepaalde dingen onbewust overbrengen naar het bewuste. U kunt onbewuste factoren stimuleren en daardoor iets te voorschijn brengen dat voor de persoon zelf een opluchting is. U kunt ontdekken in hoeverre de persoonlijkheid in een deel van het wezen haar bewustzijn al dan niet onderdrukt is. U kunt daarvoor meestal een evenwicht vinden. Het is dus echt belangrijk.

Verder is er nog iets dat in dit geval een rol speelt. Normalerwijs kan een mens onder omstandigheden één, misschien zelfs twee of drie incarnaties kennen. Je gehele wezen heeft achter een vaste lijn. Die lijn is veroorzaakt door de ontwikkelingen in alle fasen van bestaan, geestelijke zowel als stoffelijke incarnaties. In uw ontspannen toestand heeft u niet te maken met alle afzonderlijke fasen, maar alleen met die lijn. Dan zult u het ene ogenblik misschien denken aan het amfitheater in Rome, het volgende ogenblik voor uw gevoel met een Griekse amphora lopen te sjouwen en weer een ogenblik later misschien aan het één of ander hof strijkages maken, iets opdienen of bedienen. Misschien uzelf ook nog zien als een soldaat of een dame van de Tros. U krijgt dus eigenlijk een warrig beeld. In dat warrige beeld speelt dan steeds weer een bepaald element een rol. Bijvoorbeeld, u bent bij al die fasen toeschouwer geweest. Of u heeft al die fasen meegemaakt. U bent moe geweest, bang geweest, verveeld geweest. Als u die stemmingen herkent, dan herkent u gelijktijdig de belasting van uw huidige incarnatie. Dat kan ook heel belangrijk zijn.

Een mens is zozeer geneigd te zeggen: ik wil dat anders hebben. De vraag is alleen. Kun je werkelijk anders? En wel zonder een deel van je persoonlijkheid zo te onderdrukken dat je nog meer verminkt bent dan de dikke dame die steeds probeerde een wespentaille te krijgen door een stevig rijgsnoer te gebruiken. Weten, dat dit een deel is van je bestaan, maakt het gelijktijdig ook minder gewichtig. Het wordt iets als eten, drinken, lopen, ademhalen. Het is een proces waarmee je eenvoudig werkt en niet meer een proces waarmee je voortdurend bezig bent, waar je voortdurend voor wegloopt of dat je voortdurend probeert te corrigeren en om te werken. Dan heb je eigenlijk op dat ogenblik de lijn van je lot aanvaard en gelijktijdig door het te miniseren in belangrijkheid jezelf de mogelijkheid gegeven om het evenwichtiger aan te vullen: wat voor een geestelijk bestaan en later voor een volgende incarnatie eventueel van groot belang kan zijn. Alles omdat we behoren tot een eenheid. En in die eenheid niet alleen met het geheel verbonden zijn, maar ook nog bijzondere contacten en bindingen kennen met heel veel persoonlijkheden uit het verleden die misschien nu in geïncarneerde vorm aanwezig zijn. Ik meen, dat je ook daarom de gouden stilte niet moet onderschatten.

Het is een ervaring. Het is een onbeschrijfbaarheid. Maar het is een onbeschrijfbaarheid waarvan we althans enige manieren tot benadering kennen. Dat houdt in, dat we weten hoe wij er komen, maar niet hoe het eruit ziet. Nu is het belangrijk dat we op weg gaan. Wanneer we het bereiken, verandert ons bewustzijn zodanig dat we het toch niet terug kunnen brengen. Maar we moeten regelmatig op weg gaan omdat elke keer, wanneer die toestand wordt bereikt, ons wezen a.h.w. wordt gestabiliseerd, het een mate van vervulling ondergaat. Daaruit ontstaat ook, vooral wanneer men op aarde leeft met alle zorgen en problemen die daar gebruikelijk zijn, de mogelijkheid om de problemen beter onder ogen te zien, beter te beseffen en ook ze op een juister wijze op te lossen.

Nu wijk ik even voor een kort ogenblik af. Een “ik” is niet alleen maar het beeld dat je in de spiegel ziet of de voorstelling die je van jezelf maakt. Want de voorstelling die je maakt is niet ontleend aan wat je bént, maar aan datgene wat je zou wíllen zijn. Wat je wilt zijn, kun je niet zijn. Wat je bent, moet je zijn. Maar wetend wat je bent, kun je met jezelf leven. Dat kun je nooit, als je met een geprojecteerde figuur bezig ben, als je denkt: ik, kan misschien mijn spiegelbeeld op de spiegel schilderen, dan word ik zelf knapper. Dat gaat niet. Het is voor een mens dan bijzonder belang dat hij leert zichzelf te aanvaarden zoals hij/zij is. Pas nadat je jezelf hebt aanvaard en er geen probleem meer van maakt, kun je verdere oplossingen vinden.

Ons wezen bevat veel meer factoren dan we stoffelijk bewust ooit kunnen overzien. Laten we dan ook niet proberen die factoren te overzien: dat heeft weinig zin. Ken uzelf is een mooie leuze, als u bedoelt: ken uzelf in de totaliteit, want dat is niet bereikbaar zolang u in menselijke beperkingen leeft. Maar ken uzelf in de zin van: besef wat je werkelijk bent en aanvaard jezelf als zodanig, lijkt mij de grootste wijsheid die men op aarde kan uitspreken. Het is juist het jezelf zijn, het jezelf aanvaarden waardoor je toegang hebt tot zoveel werelden van geestelijke aard. Werelden van energie, van kracht, van licht. Sommige mensen zeggen zelfs van inwijding die je zonder dat nooit bereikt.

Er zijn mensen die proberen zichzelf weg te cijferen. Ik vind dat erg mooi. Het kan in een aantal vorige incarnaties liggen dat u dat nu probeert. Maar in 9 van de 10 gevallen is het eigenlijk dat u niet tevreden bent met uzelf. Hoe wilt u het gouden licht ooit bereiken, hoe wilt u ooit de gouden stilte kunnen beleven, als u niet eens vrede kunt hebben met uzelf. Want het gouden licht, de gouden stilte zijn de omschrijvingen van een onbeschrijflijke vrede. Het is daarom dat ik deze korte afwijking heb gepleegd. Het is misschien moeilijk jezelf te accepteren. Het is misschien nog moeilijker om jezelf te zien zoals je bent. Niet met de ogen van een ander, maar gewoon weten, wat doe ik voor anderen? Wat voor invloed oefen ik uit? Wat ben ik?

Wanneer u de fasen gaat doorlopen (ik heb ze in het begin voor u opgenoemd), dan zult u ontdekken dat in plaats van een fluisterende stem er misschien een stem komt die u wel kunt verstaan. Het betekent gewoon dat u op dat moment niet verder kunt. Die stem kan dan allerlei dingen gen u roepen: lapzwans, stommeling of kalm aan dan breekt het lijntje niet. Meestal zijn het korte kreten. Daarmee wordt u duidelijk gemaakt wat uw werkelijkheid op dat ogenblik bevat. Heeft u dat gemerkt, scheid dan maar uit. U zult de gouden stilte in deze meditatie niet bereiken. Denk dan liever na over hetgeen u heeft gehoord en probeer te begrijpen waarom. Het is een omschrijving van uzelf. Heeft u dat werkelijk en eerlijk gedaan, dan zult u een volgende maal ontdekken dat u wel verder komt. Denk niet, dat je de gouden stilte zo een, twee, drie bereikt. Je moet innerlijk teveel grenzen overschrijden om tot die absolute onverschilligheid te komen dan dat je dat in één keer of in een paar keren helemaal zou kunnen doen. Aan de andere kant, de gouden stilte en het daarin bestaande gouden licht, als we de mystici kunnen geloven, zijn zo belangrijk, zo waardevol en zelfs zo praktisch bruikbaar dat je werkelijk een tijdje zou moeten proberen om mediterend, wegzuchtend misschien, toch iets van die vrede te bereiken. Bereik je die niet helemaal en krijg je er maar een beetje van, dan is het toch wat rustiger geworden. Je hebt een beetje meer kracht, een beetje meer veerkracht en dan kun je je gemakkelijker tegen het leven verweren en tegen de verschijnselen ervan. U heeft dan wat minder medelijden met uzelf. Dat is het belangrijke. De gouden stilte is iets wat je kunt ondergaan, maar dan moet je jezelf a.h.w. verliezen. Ik heb getracht u een weg in die richting te tonen. Nogmaals, nadrukkelijk, het is zeker niet de enige weg. Het is wel een weg die volgens mij voor de meeste het best bruikbaar is. Probeer het. Denk niet, dat u ineens een heilige wordt, een ingewijde, of dat u plotseling ontwaakt begiftigd met paranormale krachten. Realiseer u, dat u door steeds weer in die richting te gaan en eventueel deze toch wel mystieke ervaring te doorleven uzelf maakt tot een wezen dat niet alleen meer een mens is, maar dat steeds meer ook kosmisch gedreven wordt en daardoor in zijn wereld meer betekenis krijgt en gelijktijdig uit zijn wereld meer bewustzijn verwerft. Daar laat ik het bij als inleiding.

Ik wil er alleen nog dit bij zeggen: Het is natuurlijk een onmogelijk onderwerp om over te praten. Ik heb getracht randgebieden te beschrijven. De werkelijkheid is met geen woord te vatten. Ik hoop u echter wel in staat te hebben gesteld om daar eens over na te denken.

MEDITATIE

Ik zou deze bijeenkomst willen beëindigen met een soort meditatie. Het is gewoon een poging om u althans in de eerste fase van het proces dat ik heb beschreven een beetje te laten thuis voelen.

U gaat heel gemakkelijk zitten. Wat kan het u schelen wat een ander denkt. Dat is niet belangrijk. Het gebeuren van het leven is niet belangrijk. Mensen maken zoveel van gebeurtenissen en ze beroeren je ook wel. Maar als je dan later terug kijkt, dan zijn er misschien in een heel mensenleven vier of vijf dingen van werkelijk en blijvend belang, al het andere kan voorbij gaan. Dus wij hebben helemaal geen reden om ons op het ogenblik druk te maken.

Laten we het leven maar even aan ons voorbij gaan. Voor die paar minuten kan dat. Laten we proberen om eens heel rustig diep in onszelf te verzinken. Ach, al die gedachten, laat ze maar. Het is niet belangrijk. Of je nu kucht of niet, maakt ook niets uit. Niemand stoort zich daaraan. Er blijft niet meer over dan gewoon die innerlijk wereld waar we in zijn.

Die innerlijke wereld is toch iets vaags. Zullen we zeggen: het is een heel klein beetje licht. Als u uw ogen dicht doet, dan heeft u het gevoel: He, daar schijnt wat rozig licht door in mijn wereld. Dat licht is er, dat werkt op je in. En als je nu gewoon denkt: ach, wat kan het mij schelen, dan kan het werken. Dan kunnen we nog wel even nadenken over mooie dingen of over God of over een mooi landschap. Maar waar komen we tenslotte terecht?

Wij staan op een strand. Een zandstrand met hier en daar wat steentjes. Het loopt in een flauwe bocht weg. Er ligt een eindeloos water. De golven kabbelen en klotsen wat. Het is geloof ik afgaand tij. Zo hier en daar kleine schuimkopjes van de brekers. De wind speelt een beetje. Achter ons is een begroeiing. het is helmgras, het zijn dennen. Je hoort vaag de wind en een enkele keer een hoge kreet van een vogel die overvliegt.

Daar sta je dan aan de oceaan … eindeloos. Ze beroert ons niet. Ze loopt niet echt van ons weg en ze komt niet echt op ons toe. Ze is eeuwig bewegend. Dat bewegen neemt langzaam maar zeker de vorm aan van iets wat in ons weerkaatst, alsof, we mee ruisen met de golven of dat we zelf iets zijn van de branding. Ja, of we zelf een symfonie zijn waarin zelfs de kreet van een vogel een soort contrapunt wordt tegen de achtergrond van het zich steeds herhalende. En terwijl wij daarin staan, ontspannen, is het net of de oceaan wat tegen ons zegt. Het is alsof in het ruisen ergens een roep is. En toch is het niet dat wij daar naartoe moeten gaan. Maar uit de verte komt iets op ons af. Wat is het? Is het licht? Eigenlijk niet. Je ziet het niet eens, je beleeft het alleen maar. En dan voel je haast niet meer, waar is de grens. Uit de verte schouwt de grens tussen water en licht. Je kunt die niet eens ontdekken. Is het nog wel land of is het oceaan achter ons? We weten het niet. Het interesseert ons niet. Alles is rust.

In ons speelt de melodie nog even verder tot ze zelf tot een gefluister wordt en er niets meer overblijft. Wij zijn de lucht. Wij zijn de wind. Wij zijn de golven. Wij zijn de aarde. Wij zijn alle dingen en we zijn niets. Het is goed niets te zijn .. … Alles wordt stil. Wij hebben geen schuld meer, geen verlangen dat ons drijft. Alleen nog maar die vreemde stilte die zo rustig is geworden dat wij ons voelen als een vlak rimpelloos water dat een zon weerkaatst die ik niet kan zien.

Nu begint de kracht op ons neer te dalen. Geen grote kracht misschien. Niet iets wat je kunt herkennen. Het siddert gewoon zo door je heen en langs je. Het is niet warm, het is niet koud, het is er. Voor een enkel ogenblik laden wij ons op met de kracht die om ons heen is. Voor één kort ogenblik zijn wij een met alle dingen.

Langzaam horen we weer liet ruisen van de zee. Wij worden ons bewust van de schaduw van een overvliegende vogel. De wind suist weer door helm en dennen. Wij draaien ons om. Wij zien het strand weer, het zand met hier en daar wat keitjes. We lopen langzaam weg, terug naar wat we zelf zijn, maar met de kracht van het ogenblik, met de rust die de stilte was, met die afstand. Voor een ogenblik hadden wij van alles. De afstand die we nu hebben zelfs t.a.v. onszelf, van onze problemen. En zo zijn we sterker, rustiger, bevrijd van al die tegenstrijdigheden voor een ogenblik.

Wij moeten de wereld weer in. Wij moeten weer mens zijn. Maar nu kunnen we dat beter. En als wij rusten op het ogenblik dat misschien de slaap ons nabij komt of dat wij denkend of mediterend even wegdrijven, dan zullen we weer het ruisen van de oceaan horen, het zingen van de wind, de kreet van een vogel. Wij zullen de glinstering zien en weten dat de kracht ons nabij is.

Zo zal het zijn ook voor u. De beelden van een fantasie grenzen weer aan de krachten van de werkelijkheid. Het zijn de krachten van de werkelijkheid waarvan u deel bent, die u zullen doordringen elke keer weer, wanneer u een ogenblik het ruisen van de zee hoort.

Wanneer u een ogenblik in een glinstering die op u toekomt vergeet te denken wie en wat u bent. Zo zult u de kracht vinden om te leven, maar ook de kracht en het inzicht om te rusten, om stil te zijn. Om stil te zijn tot de flonkering u omvangt en zelfs de oceaan, ja uw eigen wezen ophouden te bestaan en alleen nog overblijft een gouden zijn, een gouden stilte waarin zelfs het gefluister versterft. Waarin je één kunt zijn met de kracht waaruit je bent voortgekomen en zult kunnen terugkeren naar je beperktheid en je mensheid met die kracht, met die stille, zekerheid, met dat vermogen om te leven als mens en toch de grenzen van de oneindigheid voortdurend nabij te voelen.

Nu kunt u weer gewoon gaan zitten. Deze suggestieve meditatie beëindig ik hiermee.

U moet goed begrijpen, dit is maar een voorbeeld van honderdduizenden. Toch weet ik dat er onder u waren die voor één ogenblik werkelijk die siddering van kracht hebben gevoeld. De weg naar de gouden stilte is niet omschrijfbaar. De stilte zelf is beleefbaar en benaderbaar.

Als enkelen van u zo dichtbij zijn geweest, al was het maar voor een breukdeel van een ogenblik, dan betekent dit dat u haar kunt betreden, kunt beleven, kunt zijn. Daarmee wil ik deze bijeenkomst gaan sluiten.

Ik heb getracht u zij het door bepaalde suggestieve middelen duidelijk te maken dat de gouden stilte ook voor u benaderbaar, bereikbaar, beleefbaar is. Ik heb u geleerd ‑ hoop ik ‑ dat zij belangrijk is in velerlei opzichten. Mag ik dan eindigen met de wens, dat u allen ‑ hoe dan ook, waar dan ook, hoe vaak dan ook ‑ iets van de gouden stilte zult mogen beleven en daaruit de kracht zult mogen putten om harmonischer en ook bewuster verder te gaan en uw leven te maken tot een belangrijk punt op de lange lijn van bestaan die voor ons allen is bestemd.