De graven en de doden

image_pdf

10 oktober 1986

Ik maak u er op attent, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denkt u dus zelf na.

Graven zijn eigenlijk al van het vroegste begin af voor een bepaalde cultuur erg belangrijk geweest. U heeft zich allemaal ongetwijfeld beziggehouden met de raadselen van de piramiden; om  niet te vergeten een belangrijke koning die beroemd werd omdat zijn graf werd gevonden, een zekere Toetanchamon. U heeft ongetwijfeld ook gehoord van de geheimzinnige koepelgraven; om niet te spreken van hunebedden en wat er bij hoort.

Het is duidelijk, dat een dergelijke grafcultuur eigenlijk voortkomt uit een wijze van denken, een geloof zou je kunnen zeggen.

De meeste mensen namen aan dat je na de dood – vooral als het een krijgshaftige dood was of als je een voornaam mens was – terecht kon komen in een hemelse wereld. Nu is die in mijn ogen niet zo hemels. Denk eens bv. aan het Walhalla. Dat is wel zeer Germaans, om niet te zeggen Teutoons. Kom je na veel moeite eindelijk in een hemel terecht, wat doe je dan daar? De hele dag elkaar doodslaan. Als de zon ondergaat, sta je weer op en dan ga je eten en drinken. Dat doe je dan tot de zon weer opgaat en dan ga je weer vechten. Dan word je waarschijnlijk weer gedood. Een eigenaardige visie op de aantrekkelijkheden des levens zit er wel ingebouwd, denk ik.

Het voortleven van de doden is eigenlijk al heel oud. De eerste keren dat wij daar het een en ander over horen en van merken (daar zijn nog graven van over) is ongeveer 25.000 jaar v. Chr. Dat is een hele tijd. Je zal het maar moeten uitzitten. In die graven vinden we altijd weer grafgiften. Waarom? Daar was toen kennelijk ook al iets van een spiritistische overtuiging, namelijk dat je overgaat en aan de andere kant aankomt zoals je bent geweest. Alleen zeggen zij er wel bij: Alles wat je bij je hebt, dat houd je natuurlijk. Dus als je dienaren bij je had was je direct een voornaam man. Als je dan bovendien alle luxe artikelen bij je hield die je nodig had, dan zat je ook in de godenwereld er goed bij.

We weten het ook van China, waar ze een eigen vorm van voorouderverering hebben, waarbij ze aannemen dat de doden hun onderhoud wel moesten betalen. Omdat gewoon geld verbranden te kostbaar was, lieten ze dan geestengeld drukken, zodat in het hiernamaals voornamelijk vals geld in omloop was; althans bij hen.

Waarom geloven we dat de doden voortbestaan? Daar moet een reden voor zijn. De meest psychologische is natuurlijk: niemand gelooft graag dat alles is afgelopen. Hoe komt het dan, dat we overal weer horen van mensen die zich hebben gemanifesteerd? Dat we horen van het ingrijpen van doden en van geesten? Het is kennelijk toch wel zo dat er in het verleden, misschien, ook omdat men er meer voor open stond, nogal wat verschijningen en verschijnselen zijn geweest, die dat denkbeeld van voortbestaan toch wel onderstrepen. Eenvoudige mensen kunnen zich een hiernamaals niet voorstellen als dit verschilt van een menselijke wereld. Het is eigenlijk een beetje supermanachtig.

Neem de goden op de Olympus. Ze wonen in paleizen. Wel boven de wolken, maar in paleizen. Ze hebben hun eigen nectar en zij drinken ambrozijn. Ze genieten van de goede dingen der aarde. Zo nu en dan, als ze ondeugende neigingen hebben, gaan ze naar beneden. De oppergod dondert dan een beetje en flitst. Dan is hij weer een stier of een zwaan of wat anders.

Al deze verhalen maken duidelijk, dat de mens eigenlijk het hiernamaals beschouwt als een menselijke wereld zonder dood, zonder ziekte waarschijnlijk, met misschien nog wel straffende geesten of belonende geesten, maar daar blijft het bij. En dan is het duidelijk, dat het graf daaraan moet worden aangepast, want die mens gaat naar een andere wereld toe. Als hij altijd een goed ruiter is geweest, moet je hem toch een paard meegeven. Niet een of andere knol, maar het beste paard dat er is. Want als hij in het hiernamaals zo deftig voor den dag komt, dan heeft hij gezag en kan hij andere geesten er ook nog toe brengen om wat voor jou te doen.

Wanneer we verder gaan, zien we dat die grafgewoonten nog een hele tijd blijven bestaan; van 800 v. Chr. tot 150 v. Chr. zien we bij de Etrusken ook grafgiften. Maar kennelijk zijn dat niet meer goederen die je meegeeft om je elders goed in te richten. Het gaat veel meer om persoonlijke sieraden die worden meegegeven, datgene wat bij de persoon behoort. Men wil hiermee voorkomen dat de dode jaloers wordt en zegt: hé, wie loopt daar met mijn halsketting? en dan gaat spoken. Of iemand zegt: wie loopt daar met mijn wapen, mijn zwaard of zelfs mijn pot? Dat zou de geesten kunnen terugbrengen.

Dat is het terugkomen van de geesten, waarmee de mensen over het algemeen niet veel mee op hebben. Ik weet niet waarom. Wij zijn heel fatsoenlijk, maar toch worden we wat dat betreft, geloof ik, niet vertrouwd. Het is zelfs zo ver gekomen, dat men in bepaalde streken heel veel moeite doet om te zorgen dat de geesten de weg kwijt raken. Denkt u maar aan de Balinese begrafenissen. Maar dit kwam ook elders wel voor. Eerst moet er natuurlijk gewacht worden op de tijd dat het lichaam kan worden verbrand. Maar de geest blijft natuurlijk bestaan.

Dus, wat doe je? Zolang je boven de grond staat, zorg je dat de familie er regelmatig is om te vertellen, dat ze het toch zo jammer vinden dat hij weg is. En als dan eenmaal de draagstoel of het gevaarte waarin de dode ligt is omgevallen en naar de plaats van de verbranding wordt vervoerd, dan moet je eens opletten, ze draaien als tollen rond, ze gaan naar links, ze gaan naar rechts. Ze proberen alles te doen om die geest in de war te brengen, ze spelen blindemannetje. Als je maar lang genoeg draait weet je ook niet meer waar je bent. Dan kunnen ze natuurlijk het lichaam verbranden en zeggen ze de geest nog eens heel plechtig vaarwel. Ze gaan dan naar huis, maar de geest weet niet meer waar dat huis is.

Waarom toch eigenlijk altijd graven, begrafenissen en doden zo samengevoegd tot iets, wat gelijktijdig de menselijke gevoelens een beetje tegemoet komt en aan de andere kant de dode toch wel op een afstond houdt? Zelfs in het christelijk geloof worden wij geconfronteerd met graven. Waarom? Ja, dan hebben ze hun lichaam bij de opstanding.

Het is altijd weer een probleem, tenminste voor mij, want het lichaam valt in de aarde uiteen. Wat overblijft zijn hoogstens een paar knekels. Als je bij de opstanding alleen maar een paar knekels hebt, zie je er niet bepaald netjes uit. Alle andere materialen dat wordt gras. Misschien is er ook een boompje dat zich ermee voedt. Er komt misschien een geit of een koe die dat gras eet. Er is een vogel die de zaadjes eet. Het lijkt mij toch heel moeilijk om de hele zaak weer bij elkaar te halen, maar men gelooft dat zo. Dan zeggen ze natuurlijk: Dat is onzinnig. Maar wat wist men vroeger van die kringloop en alles wat er gebeurde? Ze hielden zich daar niet mee bezig. Wanneer het dan een keer ontdekt werd, zei men: Ja, maar God zal dat later goedmaken. Want dan kunnen we weer opstaan. Wij kunnen weer het lichaam hebben dat wij hebben gehad (verbeterd natuurlijk) en dan zullen wij eeuwig gelukkig leven!

Ik denk, dat een groot gedeelte van die grafculturen zijn voortgekomen uit een soort megalomanie; een behoefte om grootheid uit te drukken aan de ene kant en een enorme onzekerheid t.a.v. het hiernamaals aan de andere kant. Dat wordt duidelijker als je kijkt naar culturen waarin de mensen geloven in reïncarnatie. Daar maken ze lang niet zoveel drukte. Want die geest gaat toch naar een ander lichaam. En dan is het beter als dat lichaam maar meteen wordt verstrooid. Geef het aan de roofvogels, gooi het als voer voor beesten in de wildernis neer, verbrandt het, strooi de as maar in de rivier zodat het verdwijnt.

Heel eenvoudig, waar de mens maar de zekerheid heeft van voortbestaan is de grafcultuur over het algemeen maar miniem. Maar daar waar men eigenlijk niet helemaal zeker is van wat het leven na de dood zal zijn, vinden we uitvoerige grafculturen en zien we graven die gedenktekens worden.

Denk eens aan al die grote mausolea die in de loop der tijden door vorsten zijn opgericht, de verborgen graven zoals bv. het graf van Kublai Khan. Schatkamers zijn het en gelijktijdige legende. Ze houden a.h.w. het leven in stand door de naam in stand te houden. Het is alsof de mensen denken: zolang je op aarde herinnerd wordt, zul je leven. Als dat voorbij is zit je er maar ellendig bij. Misschien leef je voort, maar je hebt toch veel minder mogelijkheden.

Als u kijkt naar Egypte, dan zult u daar bepaalde Faraobeelden zien, waarvan bv. de cartouche door een ander is vervangen. Maar er zijn er ook die gewoon beschadigd zijn; het gezicht is weggeslagen en ook de naam is verwijderd. Waarom? Heel eenvoudig: elke gelijkenis was een rustplaats voor de Ba (astraal lichaam). Daardoor kon een vorst, die het misschien in het hiernamaals niet helemaal naar zijn zin had, nog eens een keer de wereld gaan bekijken en misschien via priesters of anderszins invloed uitoefenen op de mensen. Het is wel duidelijk: als je iemand dan misschien liever niet zag, was de eenvoudigste oplossing om de beelden te beschadigen of in ieder geval die beelden een andere naam te geven, zodat ze zich daarin niet meer konden thuis voelen. Heel krankzinnig eigenlijk, als je het zo bekijkt.

Al die geslachten, zo veel eeuwen lang, altijd maar bezig om te doen alsof de doden leefden, maar gelijktijdig bang voor de dood. Gelijktijdig zelfs bang voor de graven. Het is alsof de wereld van de doden een spookwereld is. Ik wil niet veel zeggen, maar op aarde heb ik meer spoken gekend dan na mijn overgang naar het hiernamaals. Hoe lang is het geleden, dat men vooral op het platteland bang was om in het donker ‘s avonds langs een kerkhof te lopen? Was er met die graven dan iets kwaadaardigs? Als een geest slecht is, zal hij heus niet via zijn graf allerlei dingen behoeven te doen; dan kan hij zo zijn invloed ook wel uitoefenen als hij wil.

Al deze verhalen bij elkaar zijn dus eigenlijk zinloos. Zo zullen die praalgraven zinloos zijn. O, een begrafenisplechtigheid kan zinvol zijn voor de nabestaanden. Maar is ze in zichzelf zinvol? Ik geloof het niet. Als je hoger gaat en je ziet ze aan je graf alles verzwijgen wat je verkeerd hebt gedaan en alles loven wat je goed hebt gedaan of zelfs niet hebt gedaan, dan krijg je, als je als geest een beetje lichter bent ingesteld, de eerste geestelijke lachkramp. Maar dan denk je: nou ja, als ze daarmee gelukkig zijn, laat ze.

De doden leven. Maar de doden leven in hun eigen wereld. Een mens moet niet denken dat hij terecht komt in een hemel, een hel of in het vagevuur zonder meer. Hij komt terecht in zijn eigen herinneringen. In die herinneringen ontmoet hij dan andere gedachten en langzaam maar zeker groeien ze uit tot ze een soort wereld zijn. In die wereld ben je gelukkig, 0f als je pech hebt en misschien onevenwichtig bent, minder gelukkig. Maar dan ga je toch niet speciaal naar de aarde toe.

De enige geesten, die op aarde voortdurend bezig zijn en die proberen daar a.h.w. overal nog wat van de mensheid mee te genieten, dat zijn aardgebonden geesten. Aardgebonden geesten zijn entiteiten die, om welke reden dan ook, hun eigen overgang niet kunnen aanvaarden. Datzelfde heb je in Nevelland, Schaduwland. Er zijn heel wat persoonlijkheden aanwezig, die gewoon niet accepteren dat ze dood zijn. Maar als je niet accepteert dat je dood bent, dan heb je toch ook niets aan een graf.

De grafcultuur is eigenlijk een pleister op de wonde van het menselijk bestaan; het feit dat je wordt geboren om te sterven. Maar als je eenmaal weet, dat sterven niets anders is dan pas wakker worden in het werkelijke leven, dan geloof ik niet, dat je je daarover zo druk hoeft te maken. Natuurlijk, het is leuk als de mensen aan je denken. Maar moeten ze dat nu speciaal doen om één keer per jaar een brandend kaarsje en een bloemetje op je graf te zetten? Laten ze die kaarsen allemaal voor het raam zetten, dan heb je er een gezellige straatverlichting bij. En die bloemen? Moeten die bloemen daar nu werkelijk voor komen op een plaats, waar ze dan even vroom samen zijn om dan weer heen te gaan? Voor mij mag het; ik heb geen bezwaar. Zouden die bloemen niet veel beter passen ergens in een ziekenkamer of bij mensen die de vrije natuur niet meer in kunnen? Ik denk, dat die daar meer aan zouden hebben.

Ja, graven.

Want de herinneringen aan wat is geweest is zo zinloos. Natuurlijk, je kunt nadenken over al die grote figuren uit het verleden. Dzjengis Khan. Weet u, dat deze grote man 1,10m mat? Hij was een dwerg! Als je eenmaal dit weet, dan wordt ook veel duidelijk van wat je hoort in de oude verhalen. Napoleon was ook niet groot, hij was 1,57m. Wat voor de begrafenis natuurlijk erg meevalt, want een standaardkist is nog te groot.

Zouden de mensen in hun graven en hun graftekens niet proberen vooral hun angst voor de dood te begraven? En zouden ze met hun dodencultus eigenlijk niet bezig zijn om zichzelf te beschuldigen dat ze geen raad weten met hun leven?

Dat is natuurlijk heel wat anders dan de vraag of de foetus de moeder beïnvloedt. Dat weet ik ook wel. Maar het typische hier is dat het graf de levende beïnvloedt, maar niet degene die daar in ligt; die heeft daar niets mee maken.

Nog eigenaardiger is misschien dat de doden zo intens leven, dat ze de levenden bijna als doden gaan beseffen en beschouwen. Wij kijken alleen naar geestelijke activiteiten en dat is natuurlijk op aarde niet altijd even intens aanwezig. Ik bedoel, de tafels van vermenigvuldiging zijn voor ons geen geestelijke activiteit. Te weten wanneer Karel de Kale heeft geleefd en wat Karel de Grote heeft gedaan, ach, dat maakt je ook niet beter of slechter. Het hoort gewoon bij het cultuurpatroon.

Te weten wat geestelijk leven is, betekent voor de mens op aarde deel hebben aan het geestelijk leven. Dat kun je alleen innerlijk. Je kunt aan bepaalde delen van ons bestaan deel hebben. Soms gewoon doordat je innerlijk opeens die lichtflits hebt en ineens de dingen anders ziet. Dat is beleven.

Soms denk ik wel eens, als ik al die zakenimperium zie vol mensen, die bijna met ambtelijke ijver uren bezig zijn om alleen de grootheid van eigen zaak te bevorderen: Kijk, daar heb je nu een massagraf in monumentale opbouw. Maar wat er in zit, is grotendeels bijna dood of dood. Het heeft geen spiertje geestelijk leven meer.

Geestelijk leven is erg belangrijk. Geestelijk leven kun je alleen omschrijven als een innerlijk beleven. Het is niet je herinneren’, niet uittreden en terugkomen met een verhaal: ik ben naar de bollenvelden in Zomerland geweest. Erg leuk, maar het kan een droom zijn. Het is een soort gevoel van vrede. Heel vaak een gevoel van blijdschap. Dromen zijn voor ongeveer tweederde onaangenaam, soms wel meer. Uittredingen, die onaangenaam zijn, kunnen deel uitmaken van je eigen geestelijke structuur, maar er is een grote kans, dat ze eerder in de klassering ‘nachtmerrie’ horen.

Als ik hoor dat iemand een onaangename uittreding heeft gehad, maar dat hij krab of kreeft heeft gegeten, dan denk ik er het mijne van. Zelfs wanneer u naar de patatboer bent geweest, dan vraag ik mij niet af: Bent u werkelijk in een sfeer geweest? maar eerst: Was de olie wel zuiver waarin gebakken werd? Begrijpt u wat ik bedoel?

De doden leven in een eigen wereld. Die wereld wordt vooral bepaald door iets, wat u voor een groot gedeelte alleen maar emotioneel kunt verwerken. Dat is een gevoel van rust, van kracht, soms een gevoel dat de stukjes allemaal opeens op hun plaats gaan vallen, dus dat je je wereld even anders ziet. Niet een wereld van huisje-boompje-beestje, het is er overal. Ik zou u alleen door u te laten toeren door de sferen een complete architectonische gang kunnen laten doormaken. Er zijn zelfs ideale Jugendstilgebouwen in bepaalde delen van wat we Zomerland noemen.

Elders kunt u weer heel statige kathedralen zien, alleen, er wordt geen mis gelezen, er is ook verder niets mis, maar het is a.h.w. een hologram, je kunt er niet eens ingaan. Het staat er alleen maar voor het mooie.

Dergelijke dingen zijn denkbeelden. Die denkbeelden zijn niet de essentie van het geestelijke bestaan. Als iemand in de geest, die eenmaal een wereld heeft waarin hij thuishoort (dat moet je eerst bereiken, dat is waar), als hij die heeft bereikt en zo volledig in die wereld opgaat als iemand, die door alle emoties tegelijk gestuurd op een ogenblik volledig eenzijdig is, dan kunt u misschien begrijpen, waarom graven in allerlei betekenissen zo weinig te zeggen hebben. Dan vraag je je ook nog eens af: Waarom eigenlijk altijd zo veel pomp en praal?

Neem bij voorbeeld de gangsterbegrafenissen vroeger; daar ging een 5 jaar inkomen voor een bloemist vóór en achter de wazen van iemand, die de leeddragenden zelf hadden doodgeschoten. En dan spraken ze over hem als een ontzettend goede man, die alleen maar goeds had gedaan. Want hij had in ieder geval gezorgd voor het inkomen van heren die het ook graag beter hadden. Daarna was het afgelopen en lag dat graf daar. Later kwamen ze kijken en zegden ze: Ah, daar ligt een Capo. Of misschien zegden ze alleen maar: Daar ligt de een of andere Italiaan of een Siciliaan begraven.

Waarom die hele vertoning? Was dat soms een demonstratie, een poging om duidelijk te maken dat het toch niet de echte dood was, dat het niet het einde was, maar iets dat hier lastig was en opgeruimd?

Je had niet echt iemand gedood. Welneen. Dat was belangrijk. Per slot van rekening, er kwam ook de dag dat je door ouderdom, door een kogel of op een andere manier naar het hiernamaals zult gaan. En dan was het heel belangrijk te geloven dat je toch nog in een hemel kwam.

Het is eigenlijk krankzinnig. Soms zijn graftekens niet eens werkelijk met graven verbonden zaken. Wat zou u bv. zeggen van de Nobelprijs? Een man die zich niet afvroeg, wat er mee zou gebeuren en die rijk werd door zijn patent. Toen hij zich realiseerde hoeveel ongelukken en hoeveel doden, welk een intensifiëring van oorlog hij eigenlijk allemaal op zijn geweten had, stichtte hij prijzen, opdat zijn naam zou blijven voortbestaan; opdat de mensen goed over hem zouden denken. Want dat zou toch wel invloed kunnen hebben als er misschien een hiernamaals was.

Laten we ons eens afvragen of we behoefte hebben aan een praalgraf. Ik wil hier niet een vriend helemaal citeren, maar hij zegt: Je zou dat eigenlijk omschrijven als wormenpakket.

Hebben wij behoefte aan dergelijke dingen? Als je werkelijk gelooft dat je voortleeft, dan heb je geen graftekens nodig, als je ervan overtuigd bent dat alles wat er na de dood kan bestaan gebaseerd is op de inhoud van je eigen bewustzijn, je eigen persoonlijkheid. Misschien leef je dromen. Maar het zijn jouw dromen die je leeft, met alle genoegens, met alle verschrikking, met alle strijd en angst, maar ook met alle vrede en alle geluk.

In de oudheid dacht men zover nog niet. Graven waren uitdrukkingen van waardigheid, zoals vorsten heel vaak goden werden genoemd of zonen van goden. Dat was helemaal niet om duidelijk te maken dat ze meer waren dan een ander. Het was alleen om hun hele commando, gezag, onaantastbaar te maken. En als een caesar zei: “Ik ben God”, dan probeerde hij precies hetzelfde te bereiken als de Paus, toen hij zich ex cathedra onfeilbaar verklaarde.

Het is misschien gemeen om het zo te zeggen. Maar er komt een tijd, dat u bij ons terecht komt. U bent welkom. U behoeft geen haast te maken. Wanneer u bij ons komt, dan is uw graf onbelangrijk. Belangrijk is wel datgene wat u in de wereld bent geweest voor anderen; dat blijft in uzelf bestaan. Belangrijk is wat u in de wereld zelf heeft voortgebracht en heeft ondergaan en de manier waarop u het heeft verwerkt. Die dingen bepalen het leven van de doden, de zogenaamde doden.

En de graven? Het zijn de molshopen, die worden opgeworpen door aardgebondenen die gewoon bang zijn. Bang voor het duister, omdat ze de geestelijke wereld niet kennen. Het is het resultaat van onzekerheid. Het is het resultaat van machtsuitdrukking. Waarom krijgen bv. presidenten en vorsten zo’n staatsbegrafenis? Je zou zeggen: het is misschien werkgelegenheid voor de stand. Maar dat valt meestal nogal tegen. Het is omdat in deze plechtigheid de waarde en waardigheid van het gezag wordt bevestigd. Daar behoeven wij ons verder niet druk over te maken. Het gaat niet om het graf. Het gaat om de mens die heengaat.

Wat dat betreft herinner ik mij dat uw Prins Hendrik (die overigens heel wat beter was dan hij volgens de verhalen moet zijn geweest) eigenlijk herdacht had moeten worden als een vaak bijna verlegen en gefrustreerd mens, die toch altijd behoefte had om goed en vriendelijk voor anderen te zijn. Dat is nu zijn hiernamaals. Dat is zijn leven na de dood. Niet de staatsbegrafenis. De begrafenis, die bovendien voor een deel werd bepaald door het schuldbewustzijn in zijn naaste omgeving.

Onthoudt altijd: de graven en de versieringen daarvan zijn pogingen om iets op aarde in leven te houden, omdat men geen begrip heeft voor of geen vertrouwen heeft in het hiernamaals. Als u werkelijk beseft, dat de doden leven (ook na uw dood), wanneer u werkelijk beseft, dat niets wat op aarde wordt gegeven u in het hiernamaals rijker kan maken, behalve misschien een gedachte met warme genegenheid, een gedachte met hoop dat het u goed gaat, dan zult u graven zien als een getuigenis van de voortdurende worsteling van de mensheid met haar angst voor de dood.

  • Vraag over het leven na de dood. Er is eigenlijk niet één leven, maar verscheidene enz.

Kijk, als u bv. een maaltijd heeft waarin u bepaalde groenten nuttigt, dan zijn ze de ene keer misschien te laf en alleen in water gekookt, of ze zijn voorzien van allerlei kruiderij met wat uien en knoflook, met een sausje erover. Het smaakt heel anders en u kunt het heel gewoon en goed klaargemaakt hebben. Is dat hetzelfde? Als u zegt: Het is steeds hetzelfde leven, dan heeft u gelijk, omdat hetzelfde bewustzijn zich in die levens uit. Maar als u nu even goed nadenkt, dan zult u ook begrijpen, dat het ene leven misschien heel florissant kan zijn en dat het andere eigenlijk een misbaksel vol mistroostigheid is, waarvan je vreugdig afscheid neemt.

Het is niet altijd hetzelfde leven. Je kunt hoogstens zeggen: Elke herincarnatie brengt met zich mee het doorlopen van die situaties, omstandigheden en invloeden, die je in een vorig leven niet juist hebt beantwoord of opgelost. Dan heeft u gelijk.

  • Als je in de geest zo veel leert, waarom ga je dan steeds weer terug naar de aarde?

U weet misschien wat vrije val is (in de ruimtevaart). Daar heb je geen gewicht. Daar wordt elke beweging oneindig versterkt a.h.w. Als je daar een vinger buigt, ga je kopje over. Zo simpel is dat. Op aarde kun je met een handje wuiven en dag zeggen en er gebeurt niets, behalve misschien dat iemand nijdig wordt omdat je ‘dag” met het handje zegt.

Op aarde worden omstandigheden veel sterker door anderen beïnvloed dan in de geest. Daarom is het op aarde eenvoudiger om bepaalde dingen te testen en op de proef te stellen dan in de sferen. Daarom is het niet altijd mogelijk om dingen op te lossen in de geest. Je kunt als geest zeker de ontwikkeling van kennis (zolang er gedacht wordt) op aarde wel volgen. Je kunt je daarmee bezighouden als het je interesseert, maar het helpt je niets; je kunt er niets mee doen. Maar je kunt niet eventjes ervaringen van de aarde afhalen zonder meer.

Wanneer ik met u praat, krijg ik reacties op wat ik zeg. Daardoor zie ik, dat de waardering ervoor toch een andere is dan ik daar zelf voor heb. Ik kan dus mijn zelfwaardering een beetje bijstellen. Verder leren? Neen. Ervaren kan ik de dingen niet. Ik kan hoogstens zien in hoeverre datgene, wat in mij bestaat, buiten mij werkelijkheidswaarde kan bezitten of niet. Verder kom ik niet. Daarom is de hergeboorte voor de meeste mensen enkele malen minste onvermijdelijk.

  •  Gaan aardgebonden geesten niet door een tunnel?

Ze gaan geestelijk gezien wel door de tunnel heen. Maar in plaats van de wereld te aanvaarden waarmee ze worden geconfronteerd of desnoods weg te vluchten voor zichzelf, blijven ze terugdenken aan de stoffelijke vorm. Het astraal bestaat nog wel enige tijd voordat het helemaal vervallen is. Wanneer ze dus met hun energie dat astraal bezielen, hebben ze weer het gevoel van bevoertuigd, belichaamd te zijn. Dan proberen ze dus op aarde verder te leven. Dat is vaak heel zielig. Daarom kun je niet op die manier terugkeren. Je ziet overal volle glazen, maar je kunt niet eens een borrel pakken. In de geest zou je dat kunnen doen, alleen word je er niet dronken van en ontdek je later, dat je alleen maar een slokje van je eigen herinnering hebt geconsumeerd.

Dus het is duidelijk, de aardgebonden geest kan op aarde zijn (dus zich teruggedacht hebben naar het astraal) omdat hij bepaalde dingen wil doen. Hij kan misschien nog iets afhandelen. Het kan net zo goed haat zijn. Het kan een enorm schuldbesef zijn, dat speelt ook een rol. Als je nu te maken hebt met herinneringen uit vorige incarnaties, dan komen er soms even fragmenten van een dergelijk bestaan tevoorschijn, wanneer men een tijdlang aardgebonden is geweest. Dan worden dus elementen ingevoegd, die niet meer behoren in de tijd dat die persoon zelf leefde.

Het Midden-Oosten

Ik zou zeggen, dat je de waarheid omtrent het Midden-Oosten eigenlijk beter in het midden kunt laten, want er wordt naar alle kanten gelogen, op een manier die hier onvoorstelbaar is. Als je kijkt naar de verklaringen, die in het Westen worden afgegeven, dan betekent dat heel iets ergs. Wat betreft de mensen daar, die zijn voor een deel opgegroeid in een voortdurende strijd en spanning.

Nu moet u niet denken: dat is allemaal zo eenvoudig. Neem bij voorbeeld de islamitische revolutie, op het ogenblik in alle landen actief. Waarom? Ja, die mensen hebben altijd gevochten voor hun geloof, omdat ze denken: Even een aanval en als je dood gaat: hup naar de hoeri’s. Bovendien komt daar nog bij, het idee om zich te moeten laten gelden. Dat doet men dan tegenover tegenstanders, op een manier die hier gewoon onvoorstelbaar is. Als je kijkt naar de christelijke acties zoals je die in Libië bv. hebt, in Syrië is op het ogenblik ook een soortgelijke groep een beetje actief, dan vraag je je af of deze mensen eigenlijk niet meer islamiet dan christen zijn. Hun plechtigheden verschillen een beetje, de mentaliteit is dezelfde. Daar zou je het volgende bij kunnen aantekenen:

De koloniale periode is door de meeste landen in Europa lang vergeten of blijft alleen een wat lieve herinnering. Wat men vergeet, is dat de mensen daar zich onderdrukt hebben gevoeld. Dat ze het gevoel hebben gehad, dat ze eerst zijn uitgebuit door een vreemd gezag en dat ze daarnaast, toen ze vrij werden, nog eens een keer zijn uitgebuit door allerlei handelsbelangen van het Westen. Ze hebben dus het gevoel, dat ze in opstand moeten komen, omdat hun waardigheid miskend is en omdat ze menen (het is niet waar, maar ze menen dat) dat als ze nu zelf maar met rust worden gelaten, ze het veel beter zullen doen dan welke westerse wereld het ook maar kan maken.

Ze hebben daarnaast – vooral in de landen waar we de Moren, de negers e.d. aantreffen – nog te maken met het idee: men heeft ons uitgebuit en nu zorgen ze maar voor ons. Ze moeten ons maar geven wat wij willen hebben. En als het dan niet gaat, grijpen ze maar naar sluipmoord e.d. U moet niet vergeten dat dat eigenlijk een beetje in de mode is. Lang voordat er zelfs maar sprake was van een verandering van het koloniale gezag, in de tijd dat Turkije Egypte nog regeerde, had je al de hadshihin (sluipmoordenaars). Het is gewoon een deel van de mentaliteit.

Denk aan de Arabische gewoonte van de zwervende  stammen, iemand, die in het dorp kwam en als gast werd geaccepteerd, was veilig voor alles. Ook al was men misschien verder zijn doodsvijand. Tot hij uit het kamp was, dan werd hij weer prooi. Maar de stam zou liever zichzelf opofferen dan een gast, die eenmaal was aanvaard, uit te leveren aan een ander. Maar diezelfde mensen overvielen karavanen, moordden de mensen uit, lieten ze midden in de woestijn achter zonder eten, drinken of vervoermiddelen, om in eenzaamheid te sterven. Dat vonden ze doodgewoon.

Er is sprake van een heel andere mentaliteit in het Midden-Oosten. Degenen, die dat niet begrijpen, zullen nog wel eens heel raar staan te kijken naar alles wat daar gebeurt. Dan zeggen ze:

Wat moeten wij aan met figuren als Gaddafi bv. Die man gaat doodgewoon van het standpunt uit: ik heb gelijk, jullie niet. Hij verdedigt zijn gelijk zoals dat gebruikelijk is. Als het moet met blufferij, met leugens, met sluipmoord en als het niet anders gaat met oorlog. Maar hij zorgt er voor, dat zijn eigen belangen toch enigszins gedekt blijven. Dat kun je van alle andere regeringsleiders ook zeggen.

Het is ook helemaal niet te verwonderen dat de militairen eigenlijk vaak de meeste zeggenschap hebben in die landen. Of er moet sprake zijn van een erfelijk koningshuis. Want een erfelijke koning is toch ook de generaal. Militairen zijn mensen, die de wapens hebben en die dus hun wil aan anderen kunnen opleggen. Maar omdat ze machtig zijn, krijgen ze de belofte van trouw van velen. Zodra die belofte bestaat, wordt er niet gezegd: Is dat goed of verkeerd, maar: Dat is mijn opperhoofd.

Dus als je het zo bekijkt zou ik zeggen: Het Midden-Oosten is een aardig rommeltje.

Misschien mag ik het zo zeggen: De situatie in het Midden-Oosten is te vergelijken met een wedstrijd tussen HSV en AJAX of FEYENOORD waarbij de supporters hun eigen visie zodanig met de vuisten proberen uit te dragen, dat de wedstrijd zelf bijna ongemerkt voorbij gaat. Zo is het daar ook. De onderlinge strijd, de denkbeelden zijn belangrijker dan de feiten. Dat is het.

Ik heb er veel problemen mee. Ik zit daar bij de beïnvloeding en zo nu en dan bij de afhaaldienst. Maar als je als geest naar hun toe komt en een waar gelovige is in de krijg gestorven (wij hebben daar op het ogenblik nogal eens de Irak-lran kwestie), dan zeggen ze: Ik moet jou niet hebben, waar zijn de hoeri’s? Als je zegt: Je moet het maar met mij stellen, dan denk je ook: waar ben ik terecht gekomen?

  • Komt hier niet naar voren dat gedachten gevaarlijk kunnen zijn?

Gedachten zijn heel vaak gevaarlijk, omdat de denkers hun gedachten belangrijker achten dan de werkelijkheid waarmee ze worden geconfronteerd. Idealisten zijn het meest gevaarlijke wat er bestaat op aarde, omdat ze zich bezighouden met een droombeeld en niet willen zien dat de werkelijkheid anders is.

Fanatici zijn mensen die zozeer geloven in hun eigen mening, dat ze hun oordeel opschorten zolang ze gelijk krijgen, maar voor de rest proberen eenieder aan te vallen, die volgens hen verkeerd reageert.

Je moet maar eens kijken in de terroristenkampen. Dan zie je hoe die mensen soms tegen elkaar tekeer gaan; doodgewoon omdat iemand iets heeft gezegd, waarmee zij het niet eens zijn. Als hij het één keer doet, krijgt hij alleen op zijn donder. Maar als hij het een keer of drie, vier heeft gedaan, heeft hij grote kans dat zijn medestanders hem even vermoorden. Want iemand met een afwijkende mening kan niet worden getolereerd.

Ja, u heeft gelijk: gedachten kunnen gevaarlijk zijn. En denkbeelden, vooral als het illusies zijn, zijn het gevaarlijkste wat er bestaat op aarde, omdat ze de mens van de werkelijkheid verwijderen zonder dat hij bereid is te aanvaarden dat de werkelijkheid bestaat.

  • Wanneer zal er weer rust en harmonie in het Midden-Oosten zijn?

Dat ligt aan het tempo waarin ze elkaar uitroeien. Een beetje cynisch misschien. Ik heb bovendien werk genoeg. lk zit niet te hunkeren naar overuren. Als je wilt zeggen: Wanneer kan dat opgelost zijn, dan zou ik zeggen: In de komende 5 à 6 jaren zou er het een en ander moeten veranderen. Als die veranderingen dan niet van verschillende kanten (Rusland en Amerika bv.) te sterk worden beïnvloed, dan heb je kans dat de rust in het Midden-Oosten terugkeert, een gokje, ongeveer 50 jaar in de volgende eeuw. Dat valt ontzettend mee. Als u weet dat wij in Europa ook een 80-jarige oorlog hebben gehad, zou je zeggen: Nou, ze maken het niet veel erger.

  • Uit uw woorden kan ik opmaken, dat als mensen daar vreedzame gedachten hebben, worden ze dan door mensen in hun eigen omgeving doodgezwegen?

Ja. Ze worden ofwel zodanig vervolgd dat ze naar het buitenland gaan, ofwel: ze worden vermoord. Of ze houden hun mond en mogen dan in vrede verder leven. Dat is geen wonder. Als je weet dat er grote staten zijn, waarin tegenstanders van het gouvernement terecht komen in gevangenissen of in gekkenhuizen, dan moet je je toch niet verbazen, dat ze daar in culturen die toch een beetje anders zijn daar ook een methode voor hebben.

Het is nog niet zo lang geleden dat mensen, die dingen wisten of die dingen zouden zeggen die niet helemaal strookten met de opvatting van democratie die men hier koestert, ook werden vervolgd. Ze kregen geen kans op een baantje, werden aan de tand gevoeld en wat dies meer zij. Nu is het bij u nog altijd zo, dat als je werkelijk gelooft in de heiligheid of de hoogheid van Nederland, er nog veel wordt getolereerd; dan mag je nog veel zeggen. Maar als je niet meer gelooft in de zin van de Nederlandse Staat, dan kunt u het een keer proberen, maar ik denk wel, dat u dan daar lang last van heeft, zelfs nu nog.

  • Kunt u zeggen waarom u in het Midden-Oosten  werkt?

Waarom ik dat doe? In mijn laatste leven heb ik op een nogal wat eigenaardige manier rond geschutterd. Er was reden voor. Een bocheltje uit een heel aardig gezin had het niet prettig in de tijd waarin ik leefde. Daardoor ben ik vaak scherper en vaak ook een beetje bedrieglijker geweest dan goed was. Nu zie ik hele volkeren die diezelfde kant dreigen uit te drijven. Als ik dan in dat gebeuren zo veel van mijn eigen fouten erken, dan probeer ik daar wat aan te doen, al is het alleen maar om daarmee mijn eigen fouten eigenlijk te overwinnen.

Mijn motivering is natuurlijk wel: ik wil de mensen helpen, uiteraard. Maar het is gelijktijdig ook: ik wil mijzelf waarmaken op de manier, waarop ik nu geleerd heb mijzelf te zien. Afrekenen met het verleden. Afrekenen ook met de herbergier, die ik in een ander leven ben geweest en met de abbé die ik ook een tijdje ben geweest. Dat was toch wel een leuke tijd. Toen had je nog biechtkamers. Daar gingen heel veel mooie dames te biechten, zeer intens. Soms vermoeiend ….

Maar goed, al die dingen uit het verleden, inclusief de marskramersgeschiedenis, moet ik toch een beetje gaan oplossen. Ik moet vanuit mijn eigen vijandigheid tegenover de wereld, mijn neiging de wereld te gebruiken op een egoïstische manier, toch langzaam maar zeker verder komen in de richting van bewust en werkelijk deel-zijn van een geheel, werken voor een geheel zonder gelijktijdig mij over te leveren aan een geheel.

Als ik nog terug moet naar de wereld, ze zeggen dat ik nog een kansje heb om me te redden, graag. Maar als ik nog terug zou moeten naar de wereld; dan kan ik door het werk wat ik nu doe, later de juiste richting vinden, de juiste houding, de juiste ervaring. Ik kan de juiste incarnatie leren kiezen. Dat is erg belangrijk voor mij.

Dus als je vraagt: Wat is je motivering?, dan zou ik zeggen: Het is een mate van zelfzucht die gelijktijdig toch berust op een behoefte meer deel te zijn aan het geheel.

  • Als u dan terugkomt en u kiest de juiste manier waarop u de juiste dingen kunt doen, bent u dan niet bang dat de gedachten nog troebel zijn?

Misschien dat ik er dan anders tegenaan kijk, maar op het ogenblik zou ik zeggen: Dat mag voor mij, want dan zit ik weer hier. Standpunten veranderen. Per slot van rekening is een mens een wezen, dat zo bang is voor alles wat hij niet kent, dat hij vergeet te beseffen wat hij weet en daardoor vele dingen denkt niet te kennen die hem zeer bekend zijn. Pas wanneer hij bekent wat hem bekend is, komt hij tot de kennis die het hem mogelijk maakt zichzelf te zijn.

Neem me niet kwalijk, ik had het niet over jullie. Maar natuurlijk had ik het wel over jullie. Jullie zijn ook mensen. Als ik dat niet zeg, dan moeten jullie de beest hebben uitgehangen en dat is ook de bedoeling niet. Wat ik zeg is eerlijk waar. Ik weet het voldoende uit eigen ervaring. Als mens ben je bang voor heel veel dingen, vaak ook voor jezelf. Het is die angst, die je brengt tot een vervalsen, niet alleen van de werkelijkheid, maar ook van jezelf.

Als je jezelf niet bent, is alles wat je doet namaak, waardeloos, het is imitatie. Als je dan in het hiernamaals terecht komt en je kijkt ernaar, dan zie je dat de diamanten, die je dacht te hebben, niet veel meer zijn dan glas. Dat is iets, dat wil ik voor mijzelf proberen te voorkomen. Het is voor jullie ook waar. Ik zeg niet: Wees eerlijk tegen je buren. Zij maken er toch maar misbruik van. Maar wees eerlijk tegenover jezelf, dan zul je tegen je buren niet oneerlijker zijn dan onvermijdelijk is.

Ik zeg tegen u helemaal niet: waardeer uzelf als zondig of deugdzaam, want dat is toch maar de mening die gebaseerd is op regels die anderen hebben neergeschreven, terwijl ze er ook niets van wisten.

Ik zeg u alleen maar: Probeer eerlijk te zijn tegenover jezelf. Wat doe ik? Waarom doe ik het? waar ben ik bang voor? Wat wil ik? Kan ik wat ik wil? Is mijn angst rechtvaardig? Wat kan de oorzaak daarvan zijn? Dan komt u verder.

In een wereld, waarin zo hier en daar geestelijke bewusteloosheid de mode begint te worden, zou ik enige geestelijke waakzaamheid toch wel willen aanbevelen. Nu moet ik wel uitkijken, anders krijg ik van mijn collegae (van je vrienden moet je het hebben) te horen: Jo, je hebt weer zitten preken. Als je nu weet dat ik altijd de pest heb gehad aan preken …. Ik heb in mijn leven heel wat preken gehoord. Als je in een dorp was en je moest overnachten en de zondag overblijven, dan ging je naar de kerk. In mijn tijd waren er nog mensen, die drie à vier en een half uur preekten. Dat was: hel en verdoemenis, een paar citaten, weer hel en verdoemenis, licht, belofte voor zaligheden als je je overgaf. Dan spraken ze zich de tong lam over het Lam, om de zaak weer te bekronen met de toorn des Heren.

Ik heb dat heel wat keren meegemaakt. Ik moet eerlijk zeggen als ik ooit zo zou preken, zou ik toch het gevoel hebben, dat ik mijzelf en mijn gehoor (als ik er een daarvoor kan vinden) zit te belazeren. Dus ik wil niet preken.

Er zijn heel veel dingen ernstig in het leven. Jullie zijn druk bezig met wat er allemaal op de wereld gebeurt Weet u, heel veel mensen zijn zo druk bezig met de fouten van anderen in de wereld om hun eigen misgrepen te kunnen verontschuldigen. Iedereen zal zijn zelfzuchtigheid tooien met een onbaatzuchtige leus als vaandel. Heel veel mensen vluchten weg in de vaagheid, omdat ze weten dat ze de helderheid, de zalf, er veel te vervaagd hebben voor staan. Heel veel mensen preken aan anderen waarheden, waaraan ze zelf niet geloven, omdat de predicatie hun gezag geeft dat ze voor zichzelf niet geloven waardig te zijn. Zet ze maar eens op een rijtje.

Soms zijn de namen zelf zeer veelbetekenend. Heeft u wel eens nagedacht wat lubber betekent? Een lubber is geen lubbe, zoals u misschien denkt. Een lubbe, een lub, dat is zo’n ding dat hier hangt. Een lubber is een schlemiel. Als u dus de naam van uw ministerpresident (Ruud Lubbers nvdr.) vertaalt: is het schlemielen, meervoud.

Thatcher bv. is ook zo’n mooie naam. Thatcher, betekent dakdekker. Zij bedekt dan ook alles met de leuze van welwillendheid. Thatcher is iemand, die zelf de orde uitmaakt omdat zij denkt dat het om het dak gaat, terwijl zij vergeet dat er een huis onder zit. Dat is Maggie. Maggie vind ik ook een heel mooie naam. Want wat is maggie? Maggie is een concentraat van veel zout en wat plantensappen, zodanig samengevoegd dat het lijkt of het vlees is. Je moet eigenlijk zeggen: Imitatie-aftreksel van een dakdekker.

Er zijn namen bij die me ook werkelijk iets doen. Wat denkt u van Kohl? Stooft hij er nu een voor een ander of wordt hij gestoofd? Er is een deuk in de zaak. Nu zitten ze te denken: wat moet je nu van Reagan zeggen? Reagan is oorspronkelijk, dus in de tijd van de eerste Trek, reigen geweest. Reigen was de naam van een dans. Dus je zou moeten zeggen: Reagan is eigenlijk een politieke dansmeester op een slap koord, dat hij zelf niet ziet.

Wat zit ik hier eigenlijk namen uit te leggen. Jullie hebben toch zelf enig taalkundig gevoel, dan kun je dezelfde stommiteiten debiteren als ik. Dat vind ik nog steeds mooier dan de moderne mens. Ze steken alles op zak, zelfs dat. Ik hou me maar aan de gaande mode, waarom niet? Moet er nog een begrip omschreven worden?

TRADITIE
Traditie is het voortdurend volgen van de fouten der voorvaderen, om zo hun heiligheid en eigen rechtvaardigheid te verenigen.

KAARSLICHT 
Een zacht licht, dat in zijn flakkering veel verhult en daarom doet denken aan vele figuren, die ook maar een klein lichtje zijn, maar anderen zeer aangenaam beroeren.

INWIJDING:
Is de term die wordt gebruikt door mensen, die denken dat zij door een ander meer kunnen denken en beter kunnen weten. Een werkelijke inwijding is echter in jezelf gaan en zo de wijding ervaren van het een-zijn met het Al.

KRITIEK:
Is de deskundige omschrijving die iemand, die het eigenlijk niet kan, geeft aan het werk van anderen die het goed kunnen.

HELDERHORENDHEID:
Is iemand die zijn geestelijke oren op tijd heeft schoongemaakt.

SPONTANITEIT:
Is de onmiddellijke uiting van een opwelling, die later weliswaar wordt betreurd, maar daarom toch eerlijk was.

HELDERZIEND:
Is iemand die geleerd heeft, dat wat zijn ogen zien maar de helft is van hetgeen hij waarneemt.

HARMONIE:
Is een orkest, waarin over het algemeen het koper zozeer domineert, dat de valse tonen bijna niet opvallen. Als zodanig is harmonie in vergelijking dus een moderne maatschappij, waarin het schijnbaar goed gaat.
Harmonie is een zodanig gevoel van eenheid, dat je daardoor de overeenkomst ervaart tussen jezelf en het andere.

HENRI:
Een naam voor iemand, die anders heeft geheten, omdat iedereen graag wil weten wie er zo hatelijk was.
Als jullie met mijn eigen naam beginnen te gooien, dan is het meestal afgelopen. Je zou dus kunnen zeggen: Henri is het slotwoord van degenen die ook niets meer weten. Dan moet ik er weer eens een eind aan gaan maken. Het medium zal het leuk vinden, ik niet.

Gelukkig heb ik nog een kansje. Ik heb een kleine Amerikaanse Kring (groter dan die van jullie) en daar is in de late ochtenduren ook een heel mooie bijeenkomst. Daar denk ik dan ook nog wel enige gelovige zielen enigszins te kunnen schokken. lk geloof dat dat de proef op de som is.

U bent de Orde van de Verdraagzamen. Als ik dus wat hatelijks zeg en jullie lopen weg, dan bewijzen jullie wat jullie zijn: niet verdraagzaam. Daar hebben ze de Broederschap van zus en zo. Dan ontdek je dat in dergelijke kringen bepaalde mensen broederschap hebben verward met de mogelijkheid tot een beroerte, die ze prompt krijgen in de naam van de H. Geest.

De Heilige Geest krijgt ook overal de schuld van. Als iemand onzin staat te vertellen en hij weet niet hoe hij het moet verantwoorden, dan zegt hij: ‘De Heilige Geest is op mij neergedaald’. Dan denk ik wel eens: ik hoop dat die Heilige Geest een olifant is, want dan zeggen ze niet zoveel meer in zijn naam.

Natuurlijk, voor godsdienstige zielen is het beter om niets te zeggen. Maar aangezien God tegenwoordig het handelsmerk is van je wil opleggen aan anderen, geloof ik, dat je dergelijke dingen wel een keer mag zeggen. Ik geloof in vrijheid. Maar weet u, wat de grootste vrijheid is? De grootste vrijheid is de erkenning van jezelf, waardoor je jezelf zodanig weet te beperken, dat niemand jou je vrijheid wil ontnemen.

Weet u wat de illusie is van vrijheid, die velen hebben? Het denkbeeld, dat als je alles kunt doen wat je wilt, je gelukkig bent. Weet u waarom dat niet waar is? Omdat de mens, die alles kan doen wat hij wil, alle stommiteiten tegelijk uithaalt en zich dan later afvraagt: hoe het mogelijk is dat het allemaal zo verkeerd is afgelopen.

Er zijn heel veel mensen die de wereld verwerpen, omdat zij de kans niet zien om er in te leven op de manier die zij goed achten.

Daarmee heb ik dan toch nog enige denkbeelden aan u kunnen overdragen. Het liefst gaf ik u allemaal zo’n plastic kaartje, dat u overal Henri zou kunnen ontvangen. Zo’n soort geestelijke betaalcheque. Aan de andere kant is het misschien goed voor u, dat u niet te veel met dergelijke dingen wordt geconfronteerd. Want het is heel moeilijk om met jezelf in het reine te komen, om de doodeenvoudige reden, dat je jezelf niet voldoende kent om te begrijpen wat je bent. Pas als je begrijpt wat je bent en erkent wat je moet zijn, kun je met jezelf in het reine komen door steeds meer jezelf te zijn en toch in overeenstemming te blijven met het denkbeeld van wat je wilt worden.

De meeste mensen worden wel wat, maar wat ze worden ontdekken ze pas als het te laat is. Er zijn mensen geweest die hebben gezegd: ‘Wij zullen de wereld vrede geven.’ Ondertussen begaan ze moorden bij de vleet. lk geloof, dat er in naam van de vrede meer onheil is gesticht dan in menige oorlog is geschied. Zoals ik geloof dat er meer dictatuur is uitgeoefend in naam van de democratie, dan er door dictators ooit tot stand is gebracht. Ook Hitler natuurlijk. Op dit ogenblik is hij nog de zondaar. Maar wees voorzichtig, mensen, anders is hij binnenkort Sint Adolf. Dan zeggen ze: ‘Elke heilige heeft zijn attribuut.’ Hij ook: een tandenborstel onder zijn neus.

Begrijp één ding goed: ik kom hier even een beetje spelen. Maar in een spelletje zit de droevige ernst van wat ik geweest ben, wat ik op aarde zie geschieden en wat ik probeer daar aan te doen. Natuurlijk slaag ik niet altijd. Ik zal meer mislukkingen moeten registreren dan gevallen waarvan ik zeg: Dat heb ik goed gedaan. Maar ik probeer het tenminste. Er zijn heel veel mensen die zeggen: Ach, waarom zou je het proberen, het lukt toch niet.
Als je iets wilt leren, zit je toch in de richting van een klein stukje inwijding. Dan geldt dit: of je slaagt of niet, proberen is noodzakelijk. Want alleen zij die voortdurend proberen om er te komen, zullen hun doel  bereiken.

Daar wil ik het dan bij laten. U zit allemaal zo geslagen te kijken. Onthoud dan maar één ding: Wat je bent is niet belangrijk. Aanvaard wat je bent. Besef wat je bent en probeer met wat je bent datgene te doen, waarvan je het gevoel hebt dat het goed is. Reken niet op een ander. Doe geen beroep op een ander. Misschien wel op God. En als jullie dat niet kunnen, dan kom ik nog wel eens een keer op de proppen. Daar zul je ook wel weer spijt van hebben, maar probeer het.

Zeg niet: Ik wil een ander zijn. Want dat kun je niet. Je bent jezelf. Maar probeer te beseffen wat je bent. Als er dingen zijn waarmee je geen raad weet in jezelf, probeer er dan achter te komen waarom en ga verder. Blijf proberen de dingen zo te beleven en zo te maken, dat ze voor jou goed zijn.

Als jullie dan overgaan, hoop ik voor jullie dat het tegen die tijd in het Midden-O0sten is afgelopen. Maar het is een prima leerschool. Degenen die haast hebben, kunnen zelfs als ze geluk hebben, onder mijn leiding meewerken. Dat leiden telt natuurlijk ook sterk voor de verdere bewustwording.

We gaan een slot er aan maken aan de hand van drie woorden die u mag zeggen.

  • Pepernoot – oorbel – goud.

Een oorbel van goud wordt zo vaak sterk begeerd,
Omdat men meent dat de waarde vermeert
Van de mens en hij voelt zichzelf dan groot.
Maar diezelfde waarde heeft diezelfde mens
Met aan zijn oren een pepernoot.
Want als de pepernoot als gaven worden rondgestrooid
Dan is het niet de Sint die gaven geeft,
Maar het kleine bijgeloof
Dat toch het leven weer vermooit.
Spreekt men van goud
Het is metaal waarvan de waarde nu nog stijgt.
Maar het grootste goud is het licht dat in je leeft,
Ook wanneer je zwijgt,
Een oorbel, een sieraad, wie heeft het van node.
Wanneer de glans in je wezen bestaat.
De glans van de parels en van diamanten,
Van goud en platina verre verslaat.
Mens, leef je leven.
Het goud je gegeven
Ligt in je wezen, ligt diep in je hart.
En maak het geen sieraad,
Geen leuze, geen vaandel,
Niet iets wat mensheid en wereld dan tart.
Maar leer zo te leven
Dat vrede van binnen met kracht
In je wezen, met hoop in je hart.
Strooi dan je gulheid van krachten en gaven
Als pepernoten op de wereld uit
Zelfs als ze jou dan daarin tart.
Want door te geven, leer je leven
En waarlijk leven dat is kracht.
Daar wordt het goud,
Daar wordt het wezen van licht
In het ik zelf voortgebracht.
En wanneer daar geschreven staat
De eenheid met het Al, de grote melodie,
Dan zul je steeds in vrede leven
Met in je wezen harmonie.

Die harmonie heeft u er van mij bij gekregen. Ik hoop, dat het zonder verdere fanfares mogelijk is om hier dan de bijeenkomst langzaam te besluiten.

Als ik u nog een kleine raad mag geven: Mens, erger je niet. Dat doen de anderen al aan u.

Zo, wees tevreden en ken vreugde in uw deel van het eeuwigdurend Nu.

image_pdf