De gulden snede

Als we die term gebruiken, proberen veel mensen om dat te herleiden tot oude bouwkundige regels. In feite zoeken ze dan naar een verhouding. Het is de relatie van hoogte tot doorsnede van bv. een kolom. Het is de lengte-, breedte- en diepteverhouding van bv. een waterbassin, een ark e.d.. Ga je kijken bij de Pythagoreeën, dan kun je inderdaad enkele stellingen vinden op grond waarvan de Gulden Snede in een formule kan worden uitgedrukt. Maar de grote moeilijkheid is meestal, dat men het dan ziet als een soort meetkundig regeltje en niet begrijpt, dat het eigenlijk direct samenhangt met de gehele psychische opbouw en mogelijkheden van de mens. Zeer vereenvoudig gezegd zou men het zo kunnen zeggen: Als een mens probeert zelf een tempel Gods te zijn, dan moet hij, indien hij voor één deel gefundeerd is in de aarde, voor 2,11 delen gefundeerd zijn in de geest. Het andere woorden: het is een samenwerking waardoor onderlinge belangrijkheden worden vastgelegd. Nu is dit een heel oude wetenschap. Wij kunnen haar terugvolgen tot de Atlanten. Deze Atlantiërs hadden een vorm van cyclopenbouw die sedertdien in hun hoogste beschaving niet meer zoveel is voorgekomen. Nu was het voor hen weer heel belangrijk dat men redelijke verhoudingen kreeg. Je zou kunnen zeggen, dat zij door een visueel effect bepaalde bedoelingen probeerden uit te drukken. Daarbij kwamen ze tot regels waarbij o.m. ons huidig getal Pi een rol speelt en tot verhoudingen die ongeveer zo waren: Als de lengte 2 is, dan is de hoogte 1 etc.. Daarnaast kwamen ze ook tot de helling waardoor het visuele effect ontstaat dat een kolom, hoger lijkt als ze versmalt naarmate ze de top nadert. Een deel van deze kundigheden is weer terecht gekomen in verschillende landen. Wij kunnen er iets van terugvinden ‑ zij het niet zo heel veel – in de oude steden van de Maya’s. Wij kunnen er ook iets van terugvinden – en voor de westerling duidelijker kenbaar ‑ in de tempelbouw van Egypte en later ook in Griekenland. Daar blijkt het echter een ontwikkeling te zijn. Wij hebben daar eerst de geheel rechte zuil, daarnaast krijgen we de enigszins gestapelde zuil. Dat zijn dus werkelijk al verschillen.

Waarom is die kennis eigenlijk alleen in de bouwkunde bewaard gebleven? De mens heeft in het verleden zijn filosofie, zijn denken, zijn weten in bouwwerken vastgelegd. We kunnen later allerlei mythen daaraan verbinden, zoals bv. omtrent de geheimen van de Grote Piramide. Maar zeker is dat samenhangen en verhoudingen in de bouwwerken vroeger een directe betekenis hadden. Wanneer men in een Egyptische tempel kwam, dan was de bouw en ook de oriëntatie daarvan zodanig dat een wetende, die daar doorheen liep, precies wist aan welke god die tempel was gewijd, welke parallellen er waren tussen de godenwereld en de mensenwereld, waar hij de kracht van de genade kon vinden en waar de kracht aan de god kon worden ontleend. Dat was daar allemaal gewoon bouwkundig in vastgelegd.

Als wij kijken naar onze eigen wereld en ons eigen leven, dan zien we dat die verhoudingen nog in de middeleeuwen hebben bestaan. Want als we kijken naar de verhoudingen zoals die met zeer grote kunst en met fantastische berekeningen zijn vastgelegd in de grote kathedralen, dan komen we tot de conclusie dat bouwen toch ook nog de uitdrukking is geweest van weten. Een gebouw en vooral een tempel is de uitdrukking van de kennis die de mens heeft omtrent de kosmos, de verhoudingen en wetten die daarin regeren en van de mens zelf zoals hij binnen dit geheel zichzelf kan plaatsen.

En daarmee hebben we eigenlijk een heel belangrijk punt gesteld. Wij hebben namelijk gezegd, dat de Gulden Snede niet alleen maar een foefje is of de een of andere mystieke berekening maar dat ze vooral de uitdrukking is van een kosmische relatie waarin de mens zelf een rol speelt en aan de hand waarvan hij zichzelf kan herkennen als een functioneel deel van een kosmisch geheel dat verder gaat dan de materie. Ik zou aan deze achtergrond nog een paar woorden willen wijden. Als een mens leeft vanuit de materie en hij blijft alleen bij de materie hangen, dan zal hij niet in staat zijn om zijn wezen waarlijk uit te drukken. Als de mens de rede inschakelt, dan komt hij al iets verder. Maar pas op het ogenblik, dat het gehele concept van het “ik” inclusief aanvoelen, innerlijke beleving, esoterisch erkennen en redelijke mogelijkheden zich a.h.w. in de stof manifesteren en op materiële, mogelijkheden zijn opgebouwd, vindt de mens de perfectie van zichzelf. Een bepaalde groep spreekt dan over een ‘welbehouwen steen’. Ik vraag mij wel eens af, of die er tegenwoordig nog zijn. Want heel veel mensen komen mij vanuit mijn standpunt als onbehouwen stenen voor. Een steen mag je soms nog vergeten, maar het onbehouwen zijn niet.

Welbehouwen steen wil zeggen: “beantwoorden aan mijn plaats in de kosmos”. Maar hoe kan ik beantwoorden aan mijn plaats in de kosmos, als ik geen middelen heb om de kosmos te erkennen? Als ik dat gewoon doe vanuit een humanistisch standpunt zonder verder iets erbij, dan heb ik het altijd over mijn plaats binnen de mensheid, mijn verantwoordelijkheid tegenover de mensheid. Maar als ik het goed ontleed, dan blijkt dat hier allerlei gevoelens een rol spelen, dat allerlei premissen een hoofdrol spelen ook in het gedrag van de zuiver humanist, die verder geen specifiek geloof aanhangt. Ga je echter kijken bij de gelovigen, dan zie je vaak het tegenovergestelde. Bij de gelovigen wordt het geloof dermate sterk doorgevoerd, dat hij wel komt tot een innerlijk beleven, maar dit niet meer kan uitdrukken in een voor hemzelf acceptabel redelijk kader en dus ook niet komt tot een bewust zelf conditioneren van zijn stoffelijk leven in overeenstemming met dit alles.

De werkelijkheid waarin wij leven bestaat nu eenmaal uit vele werelden en sferen. Als je op aarde op de juiste manier leeft, dan zul je ongetwijfeld innerlijk de geestelijke delen van je bestaan aanvoelen. Je kunt ze misschien niet duidelijk omschrijven, maar je beleeft ze toch wel. Ze manifesteren zich als gevoelens, maar ook als een soort preselectie t.a.v. waargenomen feiten, van denkprocessen en conclusies. Op het ogenblik, dat deze dingen samenvallen, zijn we ergens gekomen bij wat de occultist noemt: de werkelijke eenheid. Als we nu die werkelijke eenheid hebben benaderd, dan blijkt dat de basis van­ waaruit wij vertrekken met al haar mogelijkheden mede bepalend is voor de hoogste geestelijke invloed die zich in ons kan manifesteren. Maar dat omgekeerd de basis van ons materieel bestaan ook de ontladingsmogelijkheid bepaalt voor de geestelijke krachten waarmee wij te maken hebben. Leven wij op aarde harmonisch, dan leven wij in elke sfeer eveneens harmonisch. Is de werking, die wij op aarde erkennen, voor onszelf waarmaken en ook redelijk omschrijven juist volgens ons gehele wezen, inclusief dit innerlijk aanvoelen, dan zullen we datgene dat wij in onze eigen wereld presteren in elke wereld opbouwen maar dan in overeenstemming met de regels daarvan.

Dus eenvoudig gezegd: Als je een tempel bouwt op aarde, dan bouw je in vele sferen ook iets wat voor die sferen een tempel kan zijn. Maar daar op aarde het uiterlijk bepalend is en de essentie bijkomstig lijkt, blijkt dat in elke sfeer de essentie belangrijker wordt. De buitenkant vervalt (we krijgen dus weer een soort gestapelde kolom), maar de intensiteit neemt toe. Bij een optimaal leven op aarde wordt in de hoogste sfeer waarin het “ik” nog bewust kan bestaan een optimale uitings‑ en uitwisselingsmogelijkheid geschapen. In alle tussenliggende sferen zal dit in verhouding tot die sfeer en de mogelijkheden daarvan eveneens het geval zijn. Ik wilde dit wel even vermelden, want uw wereld is voor u belangrijk, mijn wereld is het voor mij. Ik heb nog geen geest ontmoet, die niet enigszins Chauvinist is t.a.v. zijn eigen wereld, behalve misschien een enkeling die in het duister doolt. Die denkt dat u het zo buitengewoon goed heeft en daar zult u het ongetwijfeld niet mee eens zijn.

De situatie waarin de kosmos wordt voorgesteld zou men misschien kunnen uitdrukken volgens diezelfde regel: de Gulden Snede. Wanneer de beweging in de gehele kosmos verandert (dus de kosmos naar stasis, stilstand toegaat), zal gelijktijdig de intensiteit van mogelijkheid in de geestelijke werelden groter worden waardoor op den duur een geestelijke wereld tot basis wordt van het kosmische bestel. Dit kunt u ook voor uzelf zeggen: Op het ogenblik, dat u in uw leven de juiste harmonie heeft weten te vinden tussen wat voor u dan meestal gevoelswaarde, mystieke beleving is en de eigen stoffelijke uiting, ontstaat een eigen wereld, die zodra u overlijdt a.h.w. plaatsvervangend wordt, zij wordt de nieuwe basis. De intensiteit ervan blijft behouden zoals ze ‑ behorend tot die sfeer ‑ juist is, maar tevens zal ze zich weerspiegelen in nog hogere werelden en sferen. Er is dus een voortdurende opbouw. Het is misschien wel aardig hier op te merken dat er heel veel van die gegevens zijn welke een mens meestal over het hoofd ziet. Wie van u weet nog de perfecte afmetingen van de Arke Noachs? Waren die niet 40 ellen bij 20 ellen? Er wordt verteld, die man heeft een ark gebouwd. Volgens de afmetingen is hoogst onwaarschijnlijk dat hij al die beestenparen erin heeft kunnen proppen. Maar wat zeggen die verhoudingen zelf? En daar komen we weer tot een eigenaardige conclusie:

A: de relatie, tot de Gulden Snede is in deze getallen duidelijk kenbaar.

B: op het ogenblik, dat deze juiste relatie is geschapen, ontstaat er een toevlucht waardoor degenen, die zich in deze perfecte relatie bevinden, worden ontrokken aan een wereldvernietigend geweld. Zij staan a.h.w. buiten de tijd van de rest van de wereld.

Het is dan natuurlijk nog veel vreemder als je je gaat bezighouden met de afmetingen van de Arke des Verbonds. Want zeker, het is erg belangrijk dat er twee Seraphim op waren (overigens niet helemaal mensachtige gestalten maar wel gevleugeld) waartussen de geest Gods zich placht te manifesteren. De afmetingen ervan worden soms ook vergeten. Die afmetingen zijn weer vergelijkbaar met die van de Ark. Met andere woorden: de Arke des Verbonds is, eigenlijk de Arke waardoor de geest zich kan redden. Zij is datgene waarbinnen de volmaaktheid kan bestaan en zal door haar wezen die volmaaktheid kunnen overdragen aan degenen die op aarde zijn.

Dan is er nog zo’n legende. U heeft wel gehoord van Salomo. Deze liet een Tempel bouwen. Hij was een groot vorst, maar was ook ontzettend eigenwijs. Salomo zei tegen de bouwmeester precies wat hij ervan dacht. Hij had allerlei wensen. Hij wilde een heel groot wijbekken laten gieten. Dat bekken is mislukt. Waarom? Omdat Salomo een verandering aanbracht in de ver­houdingen ervan. Dat bekken moest een relatie hebben tussen de diepte en de omtrek ervan. Als die perfect was geweest, dan was dat het perfecte bekken voor de geest geweest. Maar Salomo wist het beter. Hij zei: Het is veel mooier als het iets minder diep is. Met het gieten was het ook: Dat moeten jullie niet zus en zo doen, maar zo en zo. De zaak is dan ook mislukt, tenminste dat vertelt de legende. Zo wordt duidelijk, dat verhoudingen (de relatie tot verschillende dimensies) heel erg belangrijk zijn in het menselijk bestaan. Vooral als men zich realiseert dat naast de gekende dimensies er nog vele andere zijn die elk voor zich weer geestelijke betekenis en waarde hebben of misschien zelfs totaal andere parallelle werelden kunnen bevatten. De verhouding tussen die afmetingen is dus belangrijk. Maar als we dit niet alleen maar zien als een aanduiding van zuiver stoffelijke relaties en we gaan begrijpen dat dit eigenlijk ook de relatie is voor de mens, dan wordt ook duidelijk waarom de mens op een gegeven ogenblik ook bepaalde verhoudingen heeft. Zo moet de verhouding tussen de gestrekte armen en zijn totale lengte rechtop staand in een bepaald getal kunnen worden uitgedrukt. Dit vindt men o.a. bij bepaalde kabbalisten. In sommige schemata van de alchemie waarin de mens als kosmische figuur wordt voorgesteld, vinden we diezelfde verhouding. Bovendien wordt die verhouding ook nog uitgedrukt in de vijfpuntige ster, dit voor degenen die zich afvragen hoe wij, de Orde, aan die ster komen. Hier is het weer de kwestie: alles beantwoordt aan die verhoudingen.

Als het “ik” gewoon zou moeten uitgaan van de krachten die hier in het zonnestelsel een rol spelen, zoals de astrologen dat vertellen, dan zouden de juiste verhoudingen van de mens inderdaad een juiste beheersing maken van al die krachten en de werking van die krachten binnen de mens volledig bepalen. En dan zijn we eigenlijk nog niet ver weg. We zijn dan alleen nog in het zonnestelsel. Wij kunnen dan al zeggen: Hierdoor ontstaat een beheersbaarheid van krachten plus een juiste erkenning van inwerking, op de juiste plaats. Het is een kwestie van oriëntatie geworden. Zouden wij nog verder willen gaan, dan zouden we helaas de duisternis van de mystieke kabbala moeten ingaan.

In de mystieke kabbala vinden wij namelijk de structuur van de verschillende sferen of werelden uitgedrukt. Als wij nu zien hoe de getallen zich verhouden van de naam die voor elke wereld als heersend worden genoemd, dan blijkt dat er een piramide wordt opgebouwd die eindigt bij de mens of de ingewijde en die in het geheel van zijn getalsverhoudingen wederom de Gulden Snede uitdrukt. (Degenen die zich er zeer voor interesseren, moeten dat maar eens nagaan).

Wat wordt hiermede gezegd? Hiermede wordt gezegd, dat de mens, zodra hij zich onttrekt aan het stoffelijk mens‑zijn en dus geestelijk bewust niet slechts een basis vormt voor een totale hemelse rangorde, maar dat hij ook door zijn bestaan functioneel is in elke factor van de hiërarchie. Hij zal in elk getal zichzelf mede tot uitdrukking brengen en is daardoor direct verbonden met de totaliteit, met de Godheid. Als we dat vereenvoudigen, komen we aan de Levensboom. Dat betekent, dat de mens de band vormt tussen de Chaos en het verblindende Licht of de Kroon, maar dat hij gelijktijdig de verbinding vormt tussen de drie Wegen (het weten, de liefde en de schoonheid). Wat meer is, hij omvat dan alle knooppunten ofwel alle centra van kennis die er bestaan.

Bezie dit schema en u ziet dat zowel in de verhouding tussen de verschillende wegen en punten als in het geheel wederom de Gulden Snede van toepassing U kunt mij dan niet vertellen dat dat voor niets is, dat het alleen maar een rekenkundig foefje is dat eigenlijk meer te maken heeft met het berekenen van de hoogte van een driehoek aan de hand van één hoek en de basislijn, maar dat het werkelijk te maken heeft met kosmische verhoudingen.

Ik wil de inleiding besluiten met een stukje filosofie. Daarbij beroep ik mij op niemand. Een wijs filosoof doet dat niet, want naarmate een filosoof zich op meer deskundigen beroept, zal hij de zekerheid van zijn eigen bouwwerk van gedachten zien slinken. Ik stel: Daar volgens ons beseffen (of het waar is of niet, dat weet u dus niet) de kosmos één geheel is en een ieder deel is van deze totaliteit, onscheidbaar daarmee, verbonden, zullen de verhoudingen van de kosmische Kracht zelf moeten zijn uitgedrukt in alle delen daarvan. Wanneer wij nu de Gulden Snede gebruiken, dan is dit niet alleen maar de weg van het midden of iets dergelijks. Wij gebruiken werkelijk de kosmische maatstaf die ons is ingelegd. Wij hanteren die om daarmee onze eigen relatie met de wereld maar ook ons gedrag, het werken met ons begrip en onze vermogens op de juiste wijze te reguleren. Eerst als ik volledig de eenheid reflecteer waaruit ik ben voortgekomen, zal ik in staat zijn in mijzelf volmaaktheid te kennen, vanuit mijzelf de volmaakte kracht te openbaren en zal ik tijdloos zijnde: niet meer gebonden zijn aan de verandering van vorm en gestalte, aan de vloed van de tijd, maar ik zal mijzelf zijn als deel van het geheel. De wet, de regel is eigenlijk zo simpel. Het betekent dat tegenstellingen elkaar opheffen. Zo kun je het ook interpreteren.

Indien ik kies voor links of ik kies voor rechts, dan kom ik uit de baan die ik nu ga. Maar op het ogenblik, dat ik besef dat links en rechts bepalen waar ik ben, heb ik de kennis van mijn wezen (de positie op dit ogenblik) en behoud ik mijn gerichtheid op mijn doel. Op het moment, dat ik dingen extreem goedkeur of extreem afkeur, kom ik tot een eenzijdigheid van handelen die een eenzijdigheid van gevoelen en beseffen met zich brengt. Het is juist de volledige openheid voor de kosmos die belangrijk is voor de bewustwording. Wij kunnen het ons gewoon niet permitteren om eenvoudigweg te kiezen voor één waarde en alle andere te verwaarlozen. Wij kunnen niet zeggen dat bv. alle geestelijk werk goed en alle stoffelijk doen verkeerd is. We kunnen niet zeggen dat het verkeerd is in je blootje te staan en dat het goed is om jezelf te vermommen tot een vormloos wezen dat enorme balen stof met zich meedraagt. Er zijn mensen die dat doen. Maar wij moeten erkennen, dat al worden we op aarde naakt geboren, wij bekleed zullen zijn omdat dit past bij onze mogelijkheden en dat wij eens zullen eindigen in diezelfde naaktheid zonder enige behoefte aan verhulling of bekleding. Dan hebben wij een weg afgetekend. Dan zien we dat elke regel die wij stellen betrekkelijk is.

Misschien zouden we kunnen zeggen dat de Gulden Snede, ergens het bewijs is voor je doorgevoerde relativiteit van de kosmos voor zover deze beschouwd kan worden vanuit het menselijk denken. Ik ben er eerlijk van overtuigd dat niets volledig verwerpelijk en niets volledig goed is. Ik ben ervan overtuigd dat wij als door een ingebouwd kompas worden gestuurd naar onze bestemming en dat hetgeen wij zijn, doen en meemaken direct voortvloeit uit deze bestemming, maar dat wij die bestemming nooit zullen kunnen bereiken, indien wij in ons erkennen en bestaan onevenwichtig worden. De verhouding tussen de basis en de middellijn moet aanwezig zijn, opdat de perfecte driehoek kan ontstaan, opdat de perfecte verhouding tussen geestelijk en stoffelijk zijn haalbaar is, opdat er volledige uitwisseling tussen alle krachten, die in het wezen dat nu ‘mens’ heet, aanwezig zijn blijvend mogelijk zal zijn.

Dit is een filosofietje. Ik geloof erin. Of u erin gelooft, moet u zelf maar weten.

Slotrede:

Wij hebben geprobeerd om het een en ander te zeggen over het wezen van Gulden Snede.

Als u zich nu voorstelt dat uw eigen wezen in zich een perfectie draagt, dan kunt u zich misschien ook voorstellen dat deze verhouding (de Gulden Snede) bepalend is voor die totale piramide van mogelijkheden die zich in het gehele wezen bevindt. U kunt niet meer zijn dan u bent, maar u kunt wel harmonisch al datgene zijn wat u bent. Daarmee beantwoordt u dan aan de kosmos en weerkaatst u de kosmos zover dit maar voor u mogelijk is. Het feit, dat je zelf als mens behoort tot die oneindigheid en daarin past, is een van de belangrijke gegevens die een mens kan vinden. Daarbij gaat het niet om de vraag hoe wij de kosmos, die oneindigheid, interpreteren. De interpretatie is menselijk en als zodanig zo onvolkomen, dat zij op zichzelf reeds bedrieglijk wordt. De grootste leugen is een halve waarheid, zoals u weet. Wij liegen voortdurend tot onszelf omtrent de kosmos, omdat we maar een deel van de waarheid kunnen beseffen. Maar wij leven. En ons leven is: een voortdurend verbonden zijn met alle dingen.

De wijze waarop die band tot uiting komt, kan heel verschillend zijn. De verbinding op zichzelf is echter van groot belang. Want de verbondenheid met mensheid, met kosmos, met de geest, met alle krachten die we ons maar kunnen denken, met God zoals we Hem in ons proberen te ontmoeten, betekent voor ons het waarmaken van alle fasen van ons bestaan. Wij worden dan werkelijk deel van een wereld, die heel wat verder reikt dan het stoffelijk kenbare. Wij worden ons steeds meer bewust van die wereld. En vanuit die wereld wordt ons erkennen van een stoffelijke of geestelijke band anders beleefd, anders geïnterpreteerd. De wijze waarop wij namelijk die eenheid waarmaken, ‑ ongeacht de vorm waarin ze geschiedt ‑ is een bevestiging van onze band met de kosmos zelf. Wij zijn niet meer een punt in de oneindigheid, maar we zijn verbonden met die lijnen welke de oneindigheid omschrijven. Let wel, niet omgrenzen, maar omschrijven. Het kennen, het weten komt uit de veelheid van die beleving. Hoe meer u geestelijk in uzelf contacten vindt, hoe verder uw innerlijke contacten gaan en hoe meer u zult ontdekken dat die relatie ook buiten stof­felijke normen om kan bestaan. Om u een heel eenvoudig voorbeeld te geven:

Wanneer mensen een mate van resonantie of kosmische verbondenheid bereiken, dan blijkt opeens dat zij bv. telepatisch gevoelig worden voor elkaar, dat zij elkaar tijdens uittredingen ontmoeten, dat zij parallelle ingevingen en ervaringen hebben, ofschoon zij de bron daarvan misschien niet eens kennen. Dit bestaat niet alleen tussen mens en mens, maar ook tussen mens en geest in verschillende orde van grootte in de verschillende sferen. De verbondenheden die we opbouwen maken het ons mogelijk bewuster deel te nemen aan een groot gedeelte van het bestaan en zo in ons zelf een juistere afstemming te vinden.

Komen wij nu niet tot een veroordeling van het een en een verheerlijking van het ander, maar blijven wij uitgaan van een aanvaarding van alle facetten van het bestaan die zich openbaren, gelijktijdig antwoordend op alle gebondenheden die we in onszelf erkennen, dan zal ons kosmisch bewustzijn zich sneller ontplooien. En dan blijkt inderdaad dat ook voor ons de Gulden Snede wel degelijk betekenis heeft, want zij geeft aan: de basis van ons wezen in relatie tot de top van onze mogelijkheden. Als zodanig omschrijft zij tevens de piramide van krachten, die zich rond ons kan ontwikkelen en dus het gehele krachtveld dat ons ‑ levend in wereld of sfeer ‑ omhult en ons de mogelijkheden biedt uiting te geven aan de innerlijk erkende noodzaken en verbondenheden. U vindt het misschien een beetje vergaand. Ik zou het ook zo kunnen uitdrukken:

Ik heb mij een tempel gebouwd van de sterren.

Ik heb mij een altaar gebouwd uit de tijd.

En ik heb mijzelf nauw omschreven als één klein brokje eeuwigheid.

In die tempel aanzijn geven aan wat ik benen ook erken, is streven in de eeuwigheden, totdat ik één met al wat is ontdek, dat geen gemis bestaat en dat het Al zichzelf in mij voortdurende altijd kennen laat, terwijl ik leef in alle dingen en uitzweef boven alle tijd en waarheid word in alle vormen waarin het leven nog verglijdt.

Een idee en een waarheid. Maar een denkbeeld dat niet wordt beleefd, verliest zijn betekenis. Het is aan u wat u met deze gegevens wilt doen.

Houdt u zich echter bezig met de Gulden Snede en met datgene dat ze bouwkundig en anderszins betekent, vergeet dan niet dat u zelf deel bent van een kosmisch bouwwerk en dat ook voor u deze ideale verhouding en relatie noodzakelijk zijn om te komen tot de perfectie waarin de verschijningsvorm overbodig wordt.