De ideale mens

image_pdf

6 februari 1959

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Wij hopen dat u zelfstandig zult nadenken. Mijn onderwerp voor vanavond ligt misschien iets buiten het normale kader. Ik heb mijn betoog getiteld: De ideale mens.

De ideale mens is natuurlijk in deze zin een stofmens. Wij weten dat de doorsnee mens onvolmaakt is. Deze onvolmaaktheid schuilt in zijn onbewust zijn van de werkelijkheid, zijn onvermogen om zich bij de Goddelijke kracht en toestanden aan te passen. Wanneer wij een mens in deze condities plaatsen, zoals zij hier op aarde regelmatig voorkomen, lijkt mij, dat wij een aantal eigenschappen kunnen omschrijven die volledig beantwoorden aan elke eis, die gesteld kan worden aan het leven, of mens, op aarde.

In de eerste plaats moeten wij van onze mens een zekere mate van bewustzijn vragen. Dit bewustzijn zal te onderscheiden zijn in drie takken: Begrip, mede behelzende verdraagzaamheid en naastenliefde.

In de tweede plaats: Een weten, mede omvattende kennis, plus wil tot bewustwording.

In de derde plaats: Begrip voor schoonheid, tevens bevattende harmonie met al wat rond ons bestaat.

Deze eigenschappen zijn in elke mens – in meerdere of mindere mate – latent aanwezig. Gezien de huidige ontwikkelingstoestand van de totale mensheid mag zelfs worden gesteld dat elke mens, die oprecht zoekt en wil, in staat zal zijn vanuit zijn huidig bewustzijn, dit ideaal aanmerkelijk dicht te benaderen.

Voor die mens is natuurlijk een levensvorm noodzakelijk. Wanneer wij over een levensvorm spreken dan moet ik ook dit nader voor u uitleggen. Er zijn mensen die zich laten drijven door de gedachtegangen van de menigte, die de eenvoudigste en gemakkelijkste weg zoeken en de problemen – vooral wanneer zij niet met hun eigen welzijn op aarde samenhangen – gaarne terzijde schuiven. Dergelijke massamensen hebben een levenshouding die gebaseerd is op passiviteit, een schijnbare levendigheid, daarin hebben zij een innerlijke dood verborgen.

Daarnaast kennen wij de persoonlijke bewustwording van de mens. Dit is een individuele ontwikkeling die volledig vrij staat tegenover elke stelling en elke leer. De individuele mens is gerechtigd zijn eigen leraar, zijn eigen godsdienst, zijn eigen denkwijze en filosofie voor zich te bepalen. Er hoort echter nog meer bij om deze leefwijze, deze wijze van werken in het leven, aan te passen aan de ideale mens.

De ideale mens is zich bewust van zijn eigen verantwoordelijkheid ten overstaan van de wereld. Hij toetst deze verantwoordelijkheid aan zijn eigen innerlijk weten, aan zijn geweten en aan zijn kennis omtrent zijn omgeving. Dit impliceert, dat hij enerzijds zich volledig vrij zal stellen van de geldende moraal en zeden, anderzijds voor zichzelf tot zedelijke erkenningen zal komen die voor hem niet overschrijdbaar zijn. Hij houdt zich aan deze grens. In de tweede plaats zal hij ten opzichte van zijn omgeving moeten komen tot een absoluut harmonisch samenwerken. Dat betekent erkenning van alle wetten die buiten hem bestaan, erkenning van alle gezag dat op de wereld bestaat, zover dit vanuit zijn groep noodzakelijk en onvermijdelijk is.

Wij hebben nu een mens die met een zeker bewustzijn en zeker denken, voort kan gaan in persoonlijke ontwikkeling. Deze mens is geneigd – ondanks zijn persoonlijke richting van denken en ontwikkeling – elke andere richting van denken en ontwikkeling naast de zijne, te beschouwen als vruchtbaar, zoverre zij niet onmiddellijk strijdig is met wat hij zelf als goed erkent. Wanneer ik deze ideale mens zo voor u teken, dan doe ik dit niet zonder reden.

Er is een tijd geweest dat de mensheid passief was. Een tijd dat het denken van de mensheid als een soort van trage vloeistof in elk van die gedachten gemaakt zat, zich liet vormen en nauwelijks zich aanpassend aan elke nieuwe ontwikkeling van de gemeenschap. Dit betekent ook dat de massa, de groepsgeest overmachtig was, dat de mens, gedreven door zijn klein egoïsme, plus zijn hang in de grote menigte te passen, zijn eigen persoonlijke ontwikkeling verwaarloosde. Nu echter komt er een tijd, dat vuur en ook lucht – twee elementen – een nieuwe ontwikkeling gaan beheersen. Vuur is natuurlijk niet alleen de vlam, die bij versnelde oxidatie ontstaat. Onder vuur willen wij verstaan: De innerlijke vlam, de levenskracht, de vitaliteit, de drang tot werken en handelen. Daarnaast het element van de lucht. De lucht omvat alle bestanddelen die noodzakelijk zijn voor het leven. Zij bevat ook de enige stof waaruit het vuur zich voeden kan. Het vuur dat ook in u leeft – zij het misschien eerder als een schamele verwachting, als een stille hoop, als een gerealiseerde werkelijkheid – zal zich met de lucht, met de voortdurende aanvoer van nieuwe geestelijke krachten en ideeën kunnen voeden en als zodanig louterend werken op u en op uw omgeving.

Deze leerstellingen behoren bij de nieuwe tijd. De eisen die ik hier algemeen heb opgenoemd, zijn ongetwijfeld reeds langere tijd deel van verschillende groeperingen en genootschappen op aarde. Maar dat zij een noodzaak worden voor het leven zelf is niets. Het is alleen de ideale mens die in de toekomst de mogelijkheid heeft op aarde te bestaan. Het is alleen de ideale mens met zijn eerbied voor anderen, zijn trouw aan eigen beginselen en gedachten en zijn verdraagzaamheid t.o.v. heel de wereld, die zo dadelijk het geestelijk peil van de wereld kan verhogen, die de kosmische functie van deze ontwikkelingsdrang kan brengen tot een nieuw hoogtepunt, misschien zelfs tot een nieuwe voleinding.

In dit principe speelt ook de verdraagzaamheid een rol. Waarom stellen wij dan dat de ideale mens verdraagzaam moet zijn? Omdat begrip voor de wereld noodzakelijk is. Het is niet voldoende in een wereld te leven, je moet ze begrijpen. Begrijpen kun je de wereld slechts wanneer je elk vooroordeel opzij kunt zetten. De gedachtegang van vele mensen, van vele groepen, is die van broederschap. Wij vinden dit in het christendom en zijn verschillende richtingen, wij horen daarvan spreken bij de Boeddhisten, bij de Hindoes, bij de Moslims, praktisch overal vinden wij deze gedachtegang terug. De mens bestaat uit broeders en zusters.

Ware broederschap kan alleen gebaseerd zijn op een zekere tolerantie, plus begrip. Zij kan alleen gebaseerd zijn op een genegenheid die een ander zijn vrijheid van leven laat en hem niet smoort in een al zorgende en omringende liefde die hem de adem beneemt en hem maakt tot een slap, willoos, levenloos wezen, dat mee gesleurd wordt door elk element in de omgeving.

De nieuwe tijd, die zich thans aankondigt vraagt van de mens tolerantie, verdraagzaamheid, die niet alleen kan bestaan op het terrein van godsdienst of alleen op het terrein van politiek. Een tolerantie die overal en te allen tijde tot uiting moet komen. De ware verdraagzaamheid bestaat op het ogenblik dat men een ander begrijpt, een ander respecteert voor zijn persoonlijk denken, de gedachtegangen van een ander niet verwerpt als onredelijk en toch zo zichzelf, evenals een ander, beschermend tegen te grote dwaasheden, zo liefdevol mogelijk de ander helpt en geleidt tot een beter inzicht dat hij zelf dient te bereiken, getoetst aan de feitelijke omstandigheden die u helpt voor hem kenbaar te maken.

Hier is een criterium geschapen. Criterium van de nieuwe mens, criterium van de nieuwe tijd. Wat brengt dan deze nieuwe tijd? Waarom is dan thans de ideale mens zo opeens noodzakelijk geworden? Ik wil u thans kort en scherp duidelijk maken welke condities op het ogenblik heersen op aarde en aan welke veranderingen dezen onderhevig zullen zijn in de komende 500 jaar.

Een steeds sterker groeien van de groepsgedachte heeft geleid tot een minachting voor andere groeperingen en tot pogingen om anderen te verwijderen of te verdrijven en zo een vertekening van idealen, die, tot schijn geworden, hol zijn, en elke werkelijke inhoud gaan ontberen. Dit betekent dat er op het ogenblik in de naam van ideeën in feite alleen een strijd van belangen wordt gestreden, daar, waar wij grote groeperingen tegenover elkaar zien. Geen werkelijke samenwerking, geen werkelijk ten goede streven, doch alleen een pogen tegen elkaar af te wegen. Waar egoïsme de wereld regeert, komt strijd. Waar strijd komt, is vernietiging. Een vernietiging die niet voor zich enkele elementen van opbouw kan inhouden, is de ondergang van beschaving en misschien van het mensdom. Het is logisch dat een steeds sterkere differentiatie van verschillende groepen en steeds fellere strijd van de grootste tegenstellingen en steeds intensere belangengemeenschap van de ongeveer gelijk gerichte groepen, op de duur tot vernietiging zal moeten leiden, indien er niet een begrip gevonden kan worden voor de ander en verdraagzaamheid tegenover de ander.

Deze wereld ondergaat op het ogenblik een sterke wisseling van invloeden uit de kosmos. U kunt het zelf zien wanneer u naar de planeten kijkt, waarvan de trage langzaam maar zeker juist in deze honderd jaar hun loop gaan wenden. Zij gaan meestal van retrograde naar progressief toe. Daarnaast zien wij een verandering van beïnvloeding door middel van de sterrenbeelden. Dit zijn de uiterlijke tekenen van een veranderde situatie die er in het zonnestelsel zijn als gevolg van andere beïnvloedingen vanuit de totale kosmos. Slechts de mens met verdraagzaamheid, een mens met een zekere objectiviteit en met een zekere souplesse van denken, een zekere geschooldheid, ook in onderzoek, kan in deze wijzigingen een positief element ontdekken, zich daaraan aanpassen en ten volle daarvan gebruik maken. Degenen die zich tegen deze wijzigingen verzetten, zijn als mieren die zich tegen een watervloed willen verzetten. Zij kunnen niets bereiken.

Door de experimenten van de mensen, de veranderingen in de technische ontwikkelingen van de laatste tijd, zijn in de aarde wat veranderingen ontstaan. Deze zullen zich onder meer openbaren in wat aardbevingen, maar kunnen op den duur betekenen dat de mensheid tot zelfbeheersing moet komen, niet het totale gebruik van bv. atoomkracht verwerpen, maar deze slechts volledig overlegd met begrip voor het welzijn van de totale wereld en samenleving, in de praktijk brengen. Daarvoor is noodzakelijk een grote liefde voor de mensheid, een vermindering van het egoïstisch-egocentrisch standpunt, een steeds meer altruïstisch streven, waarbij het totaal van mensen, zoals op de wereld bestaat, moet worden gezien als één geheel. Op het ogenblik speelt zich rond de wereld een strijd af op een niet zuiver stoffelijk terrein. Dit is misschien voor sommigen een dwaze veronderstelling. Zij zeggen: Nu ja, engelen en duivelen hebben altijd met elkaar gevochten. Wat wilt u ons vertellen van demonen en astraal gebied?

Ik hoop dat u dit punt op gezag zult willen aannemen en later in eenzaamheid verder overdenken, opdat u kunt verklaren – t.o.v. uzelf – hoe uw houding verder zal zijn.

Een lange tijd hebben de sterk stijgende begeerten van de mens, de grotere welvaart die hij kon genieten en daarmee gepaard gaande stoffelijke overdaad, geleid tot een aantrekken van alle krachten die stof gebonden zijn. Dit betekent dat vanaf de 16de eeuw, een steeds dikker wordende laag van egoïstische gestalten de wereld begon te omgeven en wel in een gebied dat fijn-materieel is en dus op de materie een behoorlijke invloed kan uitoefenen.

Later is dit versterkt door de hartstochten die wakker zijn geworden in de grote oorlogen en revoluties. De revolutie van Frankrijk, de revoluties van de laatste tijd, twee wereldoorlogen en menige andere grote oorlog hebben gezamenlijk een groot aantal onbewuste geesten met honger naar aardse genietingen en haat tegen bepaalde groeperingen los gelaten, juist in dit schaduwgebied. Ook zij zoeken een zelfverwerkelijking in de materie te bereiken. Ook zij zullen – bewust of onbewust – al hun krachten en vermogens gebruiken om deze wereld te beïnvloeden.

Wanneer u enigszins vatbaar bent voor deze dingen, is de kans zeer groot, dat u geleid wordt tot een zich-laten-gaan op een egoïstische manier, met misschien tijdelijke voldoeningen, maar meer grote teleurstellingen, vooral een langzaam maar zeker wegvallen van elk geestelijk licht.

De tegenpartij, langzaam gegroeid uit verschillende wegen van inwijding der laatste tijd, bestaat uit lichtende geesten, bijgestaan zelfs door geesten die in deze cyclus van de wereld niet meer in de stof geleefd hebben. Zij zijn begonnen – zoals eens 2.000 jaar geleden – vrij baan te maken voor het licht. Zij worden daarbij geholpen door vele natuurkrachten. Wij zien vooral de luchtgeesten met buitengewone ijver trachtende te slechte uitstralingen in de ruimte uit te drijven, waar zij praktisch onschadelijk zijn. Hier ook kunt u het contact met het licht vinden.

Deze strijd, die zich om u afspeelt, komt tot een hoogtepunt. Wanneer het duister overwint, betekent dit chaos. Want zelfs in ordening van zeer laag gehalte, is uiteindelijk geen absoluut egoïstisch bestaan mogelijk. Een egoïstisch bestaan, zoals deze duistere krachten dit voor zich verlangen. Alleen zelfbevrediging. Anarchie zou niet alleen betekenen het wegvallen van elke ontwikkeling op aarde, maar ook een terugval van de mensheid tot een dierlijk peil.

Wij menen dat dit voorkomen kan worden. Maar dan is het ook nodig dat de ideale mens bewuster en sterker in dit leven al begint vanuit zichzelf, zonder organisatie, zonder grootse reclame, stil vanuit zichzelf, de taak van begripsversterking, van steun aan anderen te vervullen. Een daad, onzelfzuchtig, in stilte gesteld, betekent heel vaak de gebroken macht van 10 – 12 duistere krachten die hun hele gedachtesfeer doorkruist zien met deze ene daad en niet weten hoe zij moeten reageren. De ontwikkeling van deze strijd zal m.i. binnen 100 jaar beslist zijn met hoogtepunten over ongeveer 3 jaar, ongeveer 10 en ongeveer 45 jaar.

De mens die in verdraagzaamheid, in werkelijk broederlijk samengaan met de mensheid streeft naar een gemeenschappelijke opbouw, gebaseerd op individuele verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, zal ook ontvankelijk zijn voor elke lichtende kracht die hem nabij komt. Hij zal in staat zijn de uitwisseling van spanningen te ondergaan, waarin steeds weer de kosmische eenheid zich in de mens openbaart. Hij zal deze soms vinden in medemensen, soms in de natuur, soms in een taak, of in een gedachte. Deze weerklank betekent het vermogen om de nieuwe leer, de sleutel van een nieuwe en betere tijd in jezelf te begrijpen en te bewaren.

Wanneer voldoende mensen die sleutel bezitten, dan zijn zij in staat om voor zich, maar ook voor anderen, voortdurend sterker de lichtende krachten op deze wereld te openbaren en te uiten.

Wij weten, dat weet u ook, dat op deze wereld de kuddegeest, de groepsgeest, de massageest, het chauvinisme enz. nog hoogtij vieren. Wanneer een kudde schapen geleid moet worden door een smal dal naar een betere en nieuwere weide, dan moet de hamel met zijn bel voorop gaan.

Waar deze wereld thans behoefte aan heeft is duidelijk gezegd: Leiders. Niet leiders die regeren. Niet leiders die wetten stellen en dictatoriaal de zaak in de goede banen trachten te sturen, maar mensen van de daad, mensen die niet zeggen: Zo moet je doen…. maar die doen en – door hun voorbeeld alleen – duidelijk maken dat dit mogelijk is, dat dit kan. De wereld heeft behoefte aan leiders die de hogere gedachte, de inhoud van het leven, voor zich begrijpen en verwerken en in staat zijn degenen die om raad vragen, degenen die geen uitweg meer zien, een nieuw gezichtspunt te geven, een nieuw licht, een nieuwe kracht. Wij hebben behoefte aan leiders voor de mensheid. Leiders die in zich de harmonie met het Goddelijke en de Goddelijke kracht weten te vinden.

Wanneer een mens voor zichzelf komt tot een aanvaarding van God, Goddelijke kracht en Goddelijke liefde, dan heeft hij daardoor tevens elke zelfzucht uitgeschakeld, dan leeft in hem de hoge taak van het helpen, het schenken, dan vertegenwoordigt hij a.h.w. Aquarius, de heerser van een nieuwe tijd, die zijn levende wateren uitschenkt over de wereld, opdat er vruchtbaarheid weze, opdat er nieuw leven ontstaat, opdat uit de verdorven somberheid van een voorbije gegane era, thans het nieuwe Lichtend Bewustzijn kan ontwaken. Dergelijke mensen zijn er nodig die in harmonie met God, met de kosmos, met de wereld en met het leven, voor zich de eenvoudige problemen kunnen overwinnen, omdat in hen iets zegt dat er een grotere taak is, dan al dit onbelangrijke. Mensen die niet het kleine verachten, maar die alle kleine daden en feiten samenbouwen, totdat zij een harmonisch, orkestraal geheel worden van harmonische verbindingen met de kosmos.

Kort gezegd: Wil deze wereld voortbestaan, wil deze mensheid de mogelijkheden van een komende tijd uitbaten tot het uiterste, dan is er behoefte aan de ideale mens, behoefte aan degenen die boven het menselijk massabewustzijn zijn uitgestegen, voor zich aansprakelijk tegenover zichzelf en zijn God, de oprechte en eerlijke weg van de bewustwording zoekt. Dat is mijn betoog voor heden.

Ik meen niet, dat hier veel aan toegevoegd hoeft te worden. U hebt misschien veel bekende ideeën en gedachten ontdekt. Misschien dat u gezegd hebt dat u het ook zo aanvoelt, het is goed wanneer het zo is. Maar zin heeft dit pas, wanneer uw eigen persoonlijk streven uiting geeft aan deze dingen en zo verwerkelijkt, wat noodzakelijk is: Een persoonlijke band tussen mens en God, de erkenning van de persoonlijke aansprakelijkheid van de mens tot God.

 0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Le comte de Saint-Germain

 De Comte de Saint-Germain, de geheimzinnige magische figuur, die een tijdlang Frankrijk in zijn ban heeft gehouden. Wij moeten niet vergeten, dat de Saint-Germain een deknaam is. Het geslacht de Saint-Germain heeft bestaan. De nakomelingen ervan bestaan nog. Men kent zelfs straten en wijken die naar hen genoemd zijn. Denk eens aan de Faubourg de Saint-Germain.

Deze typische figuur, deze graaf, verschijnt, zegt relaties te hebben, wordt door het geslacht erkend, maar zijn juiste geboortedatum is niet te vinden, niet te bewijzen.

Waar komt deze mens vandaan? Waarom wordt hij geaccepteerd? Wanneer de Comte de Saint-Germain verschijnt, is alles weelde en overvloed. Hij strooit met dukaten rond zich, maar heeft de eigenaardigste liefhebberijen. Hij richt een diner aan, eenvoudig midden in de winter en zijn gasten, onder een hypnotische begoocheling, menen in een zomerse tuin aan tafel te zitten, omringd door bloemen en bomen die ontsproten zijn, en vogels die in de stralende zon zingen.

Vreemder wordt het nog wanneer wij zijn financiële verbindingen nagaan. Het blijkt namelijk, dat hij bij Ezechiël Cohen, een bankier uit Mainz, rekeningen heeft lopen die vreemd genoeg direct uit Polen komen. Nog opvallender misschien is, dat in Polen een wonderen doende monnik verdwijnt ongeveer 10 jaar, voordat de Comte Saint-Germain zich in het luxueuze Frankrijk met verblindende praal openbaart. Wanneer de Comte de Saint-Germain sterft, dan is het wederom typisch dat de kist geen lijk inhoudt, maar dat het schandaal van de begraven keistenen wordt gesust. Niemand weet waar hij is gebleven. De raadsels om deze figuur behelzen in de eerste plaats zijn werkelijke afkomst; in de tweede plaats zijn middelen; in de derde plaats zijn geheimzinnige vermogens en krachten die hij ook gebruikte voor genezingen en dergelijke; in de vierde plaats zijn geheimzinnige verdwijning.

Nu zullen wij eens proberen rijm en rede aan dit geval te geven. De pour soi Comte de Saint-Germain is, zover wij – aan onze kant – na kunnen gaan, identiek aan een Poolse monnik, die voor die tijd klaarblijkelijk via Hongarije uit de Duitse gebieden is gekomen. Althans, wij vinden een overeenstemmende figuur in de omgeving van Constantinopel. Sommigen menen dat wij de geschiedenis nog verder terug moeten vervolgen en dat de Comte de Saint-Germain bestaan moet hebben in een bepaald Indisch klooster – het Klooster van de Put des Levens, zoals het werd genoemd – ten tijde van Jezus geboorte en Diens bewustwording, een heel typisch verschijnsel. Zeker is wel, dat de Comte de Saint-Germain niet was, voor wie hij zich uitgaf.

Wanneer wij geestelijk de daaromtrent bekende punten na moeten gaan, kunnen wij daarnaast stellen dat hij ongetwijfeld lid was van de zogenaamde wereldomvattende Witte Broederschap.

De gaven, die hij ten toon stelt, zijn o.m.: Genezing, alchemie, hypnose en massahypnose, suggestie, daarnaast ook materialisatie, levitatie. Bekwaamheden, die wij bv. kunnen vinden bij de vergevorderde yogi’s en die – vreemd genoeg – als een vermogen worden genoemd van sommige ingewijden in de Himalaya.

De Comte de Saint-Germain spreekt met bijna iedereen in zijn eigen taal. Bepaalde verslagen daarover, die naar ik aanneem wel betrouwbaar zijn, vertellen dat hij een Russisch gezant in zijn eigen taal te woord staat, in het Nederlands onderhandelt met een koopman uit Delft, en dat hij daarnaast ook Spanjaarden en Italianen in hun eigen taal aanspreekt. Hij spreekt ook met een eigen bediende – een slaaf zoals men zegt – die hij meegebracht heeft uit de omgeving van Barbarije, en ook met hem in zijn eigen taal. Het spreken in alle talen is een wonder van ingewijden. Wij denken hierbij aan het Pinkstergebeuren, maar ook over de vaak gegeven verslagen over wijzen die in staat bleken, – waarschijnlijk langs telepathische weg – met iedereen in contact te treden en een ieder de illusie te geven dat hij in zijn eigen taal te woord werd gestaan. Conclusie: De Comte de Saint-Germain zal in de eerste plaats dus beschouwd moeten worden als een ingewijde van redelijk hoge graad, misschien zelfs van de hoogste graden.

Zijn geheimzinnig vermogen, de transacties die hij heeft uitgevoerd, zijn praktisch niet na te gaan. Een stoffelijk nagaan van de handel die hij bedreven heeft, zijn contacten met Holland, Engeland, met Duitsland, via Duitsland met Polen en Rusland, daarnaast met Venetië, Italië zijn dus klaarblijkelijk eerder een soort blinddoek. Bekend is echter ook de legende dat de Comte de Saint-Germain in een herberg afstijgende zonder geld, de volgende dag een kistje, wat leeg gezien was, vol met goud droeg. Dit waren echter zeer licht gestempelde stukken met allen dezelfde afwijkingen. Wij kunnen natuurlijk zeggen dat hij valsemunter was. Dat goud was wel echt, want anders had men het niet zo gemakkelijk geaccepteerd. Klaarblijkelijk was hij in het bezit van het geheim om goud te maken. Dit stemt overeen met een andere overlevering, dat hij in het bezit was van de twee poeders, het witte en het rode poeder, die tezamen elke transmutatie mogelijk maken, maar daarnaast ook levenskrachten wekken en zelfs het levenselixer zouden kunnen doen ontstaan. Conclusie: Via alchemie, mogelijkerwijze transmutatie van metalen, mogelijkerwijze ook door eenvoudige transporten van een van te voren aangelegde voorraad, is hij in staat over goederen en edelstenen te beschikken op een abnormale wijze. Dit is weer een kenteken van de magiër, of van de ingewijde. Wanneer hij verdwijnt, dan heeft dat een overeenstemming met zijn verdwijnen uit Polen. Wij horen daarna o.a. van zijn opduiken in Turijn, dus toen hij al dood was. Dit doet denken aan het contact dat hij gehad heeft in Mainz als Poolse monnik, nadat die monnik ook overleden en begraven was. Hieruit kunnen wij allereerst besluiten dat deze eigenaardige figuur zeker, indien wij hem au sérieux willen nemen en niet beschouwen als een samenvlechter van overleveringen, moet worden gezien als geheel verschillend van de doorsneemens. Doen wij dit en wilt u mij ook hierbij volgen, dan kunnen wij het beeld van deze figuur als volgt ontwerpen. In de inwijdingsleren der oude tijd zijn ingewijden zover gekomen dat zij in staat waren levensprocessen zo goed als stil te zetten. Verder bleken zij in staat om het opstapelen van gifstoffen in het lichaam, o.a. door bepaalde diëten en oefeningen, tot praktisch nul te reduceren. Zij verouderden niet. Er is niemand die deze wezens gezien heeft, dat kan ik u er bij vertellen, althans niemand die men gelooft. De wereld zou het niet willen geloven, immers, waarom zou dan een ander onsterfelijk zijn en ik niet? Neen, hoor, dat kan niet bestaan…… Dus een persoon die op zijn minst genomen een abnormaal lang leven heeft. Hij is als ingewijde op de hoogte van vele, ongetwijfeld grote geheimen van bewustwording op deze wereld en hetgeen daartoe noodzakelijk is. Zijn optreden in Polen ten tijde van een daar plaats vindende crisis, zijn optreden in Frankrijk, juist in een periode dat daar veranderingen zouden gaan komen, wettigt het vermoeden, dat hij als een soort vertegenwoordiger van hogere krachten of machten, dus op aarde buiten de uiterlijke verschijning om, een zekere taak heeft volbracht. Een van die taken schijnt geweest te zijn het stichten van loges, die echter toen nog niet verbonden waren met anderen. Dus eigenlijk moeten wij over lodges spreken, daarbij het Engelse woord voor “hut” of “keet” gebruikend. Dat waren plaatsen van samenkomst die meestal gelegen waren in priëlen, afgelegen hutten, rusthuisjes ergens in jachtterreinen e.d. Zijn verdwijnen doet veronderstellen dat er voor hem nog een verdere taak was weggelegd. Die taak is, zover wij na kunnen gaan, zeker geen taak meer in stoffelijke vorm, ofschoon hij ook sindsdien nog enkele malen als mens zich tussen mensen gemengd heeft.

Wij nemen aan dat de graaf de Saint-Germain identiek is met een meester, of misschien een oudere broeder die tezamen met vele anderen, een voortdurende bewustwording op aarde helpt bevorderen en door een persoonlijk ingrijpen, ja, zelfs een persoonlijk beleren, te enigerlei tijd inzicht tracht te verschaffen aan de mensheid, zodat zij zich binnen de condities, noodzakelijk voor een verdere bewustwording, zelf ook de rijke winst van geestelijke kracht en geestelijk licht kan verwerven die er als mogelijkheid in besloten ligt.

Dan stel ik op grond van het voorgaande: De Comte de Saint-Germain is de schuilnaam van een wit-magisch en wit-strevende, wit-geestelijke kracht, die in en buiten de stof werkzaam rond deze aarde, in deze vorm met de mensheid in contact kwam. Wat zich achter het masker verschuilt van deze graaf, zal blijken op heb ogenblik dat de mensheid rijp is, niet slechts de geheimzinnige leiding op afstand te ervaren, maar door een direct contact met dergelijke meesters, dan waarschijnlijk weer in stoffelijke vorm, te komen tot een nieuw concept van kosmos, van bestaan en van leven. Het is een figuur, waarvan wij de afkomst niet goed na kunnen gaan, noch het einde, maar die wel degelijk bestaan heeft en in de Franse maatschappij een grote rol heeft gespeeld, terwijl hij vele internationale verbindingen had.

  • Heeft de Saint-Germain iets gemeen met Pythagoras?

Met de figuur zelf niet, wel met de zogenaamde kring.

  • Is hij verwant met Shakespeare?

Ik zou hem niet de ongetwijfeld schone, maar vaak bombastische taal van Shakespeare willen toedichten. De schoonheid van Shakespeare ’s werken is gelegen in het woordgebruik, niet in de esoterische inhoud van zijn drama’s. Door een moderne filmproducer uitgebracht zou men dergelijke drama’s als B-Grade, blood and thunder-films rubriceren. Shakespeare werkte zeer op het publiek en zag er niet tegenop, zo nu en dan eens een paar bladzijden werk van een ander bij het zijne in te lijven. Dat betekende weer wat meer verdienste. Daarom kunnen wij hier zeker geen parallel in zien.

  • Beschouwt u de Shakespeare gelijk aan Homerus? Men beschouwt deze beide als de grootste dichters tot op heden.

Omdat zij beide door de drama’s die zij brengen, een grote indruk maken op de mensen, terwijl zij verder vaklui zijn die in woordgebruik, uitdrukking, het oproepen van sfeer, bijzonder knap zijn. Maar ik geloof dat ik Homerus iets hoger aansla, omdat deze in de eerste plaats historicus was, terwijl Shakespeare in de eerste plaats tragediën was. Hij schiep de tragedie, en gebruikte de historische figuren als een kapstok om daar zijn avontuurlijke verhalen aan op te hangen. Uit de vergelijking van zijn drama’s met de werkelijke historie zal dit wel kunnen blijken.

  • Buiten de Comte de Saint-Germain kennen wij in Frankrijk Joséph Balsamo en Cagliostro. Waren zij er om de wereld nog meer te onderwijzen?

Balsamo en Cagliostro zijn identiek.

image_pdf