De ideale mens

Het woord ideaal is iets dat al aangeeft waar het over gaat. Een ideaal is namelijk een droombeeld. Het is het droombeeld van de mens in zijn volmaaktheid waarmee we ons vanavond moeten bezighouden.

Dat beeld is in de loop der tijd nogal eens veranderd, maar één filosofie heeft het heel lang volgehouden, dat is de z.g. biseks mens: de zichzelf bevruchtende mens zou men kunnen zeggen. Kortom, de mens die een geheel is. Het klinkt een beetje vreemd als ik dat zo zeg in het begin, maar de voorstelling is al betrekkelijk oud. In de tijd van de Grieken en de Romeinen kende men al een analogie tussen het menselijke lichaam en de stand van de sterren. Men geloofde, dat het menselijke lichaam net als het hemelrijk kon worden verdeeld in een aantal sferen waarin 7 hoofdsferen of hoofdtermen aanwezig waren en een aantal secondaire sferen: dat ging tot 49, soms zelfs tot 63. Hier probeerde men duidelijk te maken dat de mens in zichzelf een kosmos is. Maar de kosmos is vanuit het oude standpunt zelfvernieuwend. Het is een wereld waar geen grenzen aan zijn, waarin het perfecte evenwicht heerst en waarin alles altijd in de juiste volgorde volgens de wil van God of van de goden verloopt. Dit is het beginbeeld van de ideale mens kun je wel zeggen.

Het zal u duidelijk zijn, dat men zich vroeger minder met de mens heeft beziggehouden. De mens was eigenlijk een soort appendix aan het gestoei der goden en de krachten der natuur. Eerst toen de mens zelf werd beschouwd als een afzonderlijk wezen, begon men zich langzaam maar zeker ook een beeld te maken van hetgeen die mens zou moeten zijn. Opvallend is ook dat in die periode de filosofen niet meer spraken over bepaalde mensen als directe afstammelingen van de goden, iets wat eens belangrijk was om aan te duiden dat men als vorst bv. recht had op een troon.

De ideale mens ziet er dan ongeveer als volgt uit: Hij heeft de kenmerken van beide geslachten. Een beetje moeilijk misschien…. maar zo staat het er. Hij is innerlijk perfect beheerst. In hem zijn rede, gevoel en daadkracht een drie‑eenheid die kan worden voorgesteld door een gelijkhoekige driehoek. In het geheel van zijn wezen reageert hij op alle krachten van de kosmos, maar is hij eveneens gelijkwaardig aan alle krachten die op hem inwerken. Hij is degene die God erkent en het beeld van God is, zo zal men later formuleren. Dat is dan ongeveer 800 á 900 na Chr. Zo bezien is er dus voor u niet veel kans. Hoe komt men dan eigenlijk aan die denkbeelden. Dan moeten we ons weer begeven in allerlei mystieke verhalen.

U kent wel het verhaal van de eerste Adam. De eerste Adam leefde eigenlijk buiten de tijd die wij kennen en hij leefde ook buiten de wereld die wij kennen. Hij was deel van een aparte harmonische sfeer en wereld. Op het ogenblik, dat hij contact kreeg met het boze of het demonische, verloor hij een deel van zichzelf. Zo gebeurde het dat alle delen van zijn wezen (alle cel­len van deze Adam) zelfstandige wezens werden die zochten naar de vervol­making door het vinden van het bij hen passend deel. Eerst wanneer deze Adam (de Rode Adam) weer alle delen tezamen heeft gevonden, zal hij kunnen terugkeren naar het paradijs. Nu hoort u wel, dat wij het hier nog steeds hebben over Adam. Eva komt er niet aan te pas behalve om hem de schuld te geven van de appel. Dat is be­grijpelijk in een wereld waarin de man nog steeds als een superieur wezen werd beschouwd, althans officieel. Waarschijnlijk omdat hij intern nogal eens onder de plak zat.

Als de voorstelling zich eenmaal verder gaat uitbreiden, zegt men: De mens is eigenlijk geen geheel. Een man kan niet voortbrengen zonder meer en ook een vrouw kan zich ook niet vervolledigen zonder meer. Zij hebben elkaar nodig. Het is dan ook in die tijd (dan zitten we wederom zo tussen 8 á 900 na Chr.) dat men begint het verhaal te vertellen van de tweelingzielen: de delen van één persoonlijkheid die in twee verschillende lichamen, beide een andere sekse bezitten, door de eeuwen heen elkaar voortdurend ontmoetend totdat zij die perfecte harmonie hebben gevonden waardoor ze versmelten tot één geheel. Dan krijgen we te maken met de androgyne mens. De mens die als uiting het kunstmatige product is van een volledige geest en daardoor alle eigenschappen van het stoffelijke in volledigheid tot uiting kan brengen. Maar we zijn dan nog niet verder, want het blijven verhalen.

Later gaat men proberen de zaak wat religieuzer te bekijken. Men zegt: Wij zijn deel van God. Als wij beantwoorden aan het deel Gods dat in ons is, vergeten wij onze eigen beperkingen en daardoor worden wij dan de ideale, de volmaakte mens. Dat is wel heel aardig, maar ik geloof niet dat je ineens kunt kiezen wat voor sekse je wilt hebben op het ogenblik dat je met God hebt gesproken. Misschien als je het met een chirurg doet in een van de Afrikaanse landen, kan dat nog, maar met God, neen. Dus ook hier blijkt de godsdienst heel veel te vertellen te hebben.

Zo verdonkeremaand men langzamerhand het kosmische beeld van de mens. Men probeert de mens te herleiden tot een ideale factor in een systeem dat men als ideaal beschouwt, of dat nu een religieus beeld is of misschien een meer staatkundig beeld. Als wij bv. horen spreken over de ideale mens kort na de revolutie in Rusland, dan blijkt de ideale mens een tractorbestuurder te zijn die technisch buitengewoon bekwaam is en door zijn bekwaamheid de aandacht heeft gekregen van een eveneens zeer technisch aangelegd meisje op de kolchoze dat bepaalde landbouwmachines bedient. Beiden brengen zij dan hun talenten samen in het nageslacht en ziet, de ideale socialistische mens is ontstaan. Een mens die niet vraagt naar beloning, die werkt totdat hij blauw ziet en daarbij alle technische kunsten beheerst die in het boerenland daar nogal zeldzaam waren.

Laten wij nu eens kijken wat de katholieken daarvan hebben gemaakt. Liduina van Schiedam bv. Het is een naam die zeer aangenaam klinkt. Wie was Liduina? Zij was iemand die bedlegerig was, die haar hele leven verzorgd moest worden, die ontzettende pijnen leed maar altijd geduldig haar lijden droeg en degenen die bij haar kwamen nog wist op te beuren. Dat is een heel mooi beeld van een mens. Maar kan die ideale mens dan niet iemand zijn met heel grote geestkracht en een groot geloof in een zwak lichaam? Trouwens wat dat betreft, men heeft wel eens gezegd: De ideale mens is altijd een paus. Dat wordt heel moeilijk, als we denken aan de Orsini, de Borgia of we mogen ook nog wel wat dichter bij huis kijken en zeggen: Dat ideaal van de mens zie ik daar niet in.

Het schijnt dat de ideale mens iets is dat niet kan bestaan. Of toch? Als we nu eens afstand doen van alle historische ontwikkelingen. U weet nu een beetje hoe men aan die verschillende beelden komt. Als we ons eens gaan afvragen, wat is ideaal voor de mens, dan komen we misschien een beetje dichter bij. Ideaal voor een mens is het beschikken over voldoende geestkracht om zijn lichaam te beheersen, zodat lichaam en geest een behoorlijke eenheid vormen. Die mens moet in staat zijn het geheel van zijn wezen te ontwikkelen. Dat houdt in dat hij zich niet laat bepalen of beperken door regels buiten hem, maar zelf voortdurend de juiste verhouding zoekt met de wereld en de omstandigheden waarin hij leeft. Dan zal die mens ongetwijfeld ook al zijn geestelijke kwaliteiten moeten kunnen overdragen op de stof. Hij moet dus voor zover het lichaam dit kan verwerken alle geestelijke energieën in zijn stoffelijk lichaam kunnen manifesteren. Omgekeerd moet hij in staat zijn alle gegevens, die zijn stoffelijk lichaam opneemt, onverkort zonder emotionele kleuring e.d. over te dragen aan zijn geest.

Waar een perfecte wisselwerking tussen stof en geest bestaat, heb­ben we in ieder geval een mens die voor zijn omstandigheden ideaal leeft, want een dergelijke mens heeft in de eerste plaats kracht. Dat wil zeg­gen, hij kan:

  1. zichzelf genezen, regenereren desnoods als het nodig is,
  2. zijn krachten naar buiten toe gebruiken, dus hij kan genezen,
  3. hij is in staat om op aarde waar te nemen, maar gelijktijdig ook geestelijk waar te nemen. Zijn waarnemingen zullen dus altijd een conclusie, zijn van stoffelijke en geestelijke factoren. Hierdoor zal hij de juiste weg onder alle omstandigheden in eigen leven kunnen vinden.

Daar kunnen we nog aan toevoegen: deze mens heeft ook nog het ideale vermogen om, als de stoffelijke wereld niet aanvaardbaar is, de geestelijke te betreden om vanuit die wereld, indien hij de noodzaak beseft zonder meer te incarneren. Dat is inderdaad heel wat en het komt practisch ook nooit voor. Dat is nu een mens, die vanuit mijn standpunt althans ideaal zou zijn.

Is het ook een menselijk ideaal? Ik denk het niet. De meeste mensen hebben een ontzettende hekel aan degenen die iets kunnen doen wat anderen niet kunnen begrijpen en waarvan ze geen profijt kunnen trekken. Bovendien hebben ze een reuze hekel aan mensen die a.h.w. je gedachten lezen voordat je ze hebt gedacht. Dus zo iemand zou wel ideaal kunnen vanuit zichzelf, maar als hij een beetje te eerlijk en te oprecht is, komt hij toch op de brandstapel terecht of in het gekkenhuis. Het ligt er maar aan in welke tijd hij wordt geboren.

Wat moeten wij ons dan nog afvragen? Wat ziet men op aarde als de ideale mens? O, laten we hier uitkijken. Er zijn mensen die de leiding hebben. Zij denken dat ze weten wat goed voor u is. Hun ideaal voor de mens is een volgzame consument die alle beslissingen aan wijzeren (daar bedoelt men zichzelf mee) overlaten en die volledig bereid is alles (have, goed, relaties en zelfs het eigen leven) te offeren, als daarom wordt gevraagd. Ik kan begrijpen, dat het voor een politiek leider ideaal is om zoveel stommelingen op die manier te kunnen beheersen. Maar het lijkt mij, dat het dan weer niet ideaal is voor degenen die worden beheerst.

Anderen zeggen: De ideale mens is de mens die eerlijk in opstand durft komen tegen alles wat hij rond zich ziet aan onrecht. Heel aardig, maar wat is onrecht? Dat is niet bepaalbaar. Onrecht is alleen vanuit een bepaald standpunt bepaalbaar. Er is nooit een algemene wet daar­ voor te vinden. Dan zou men kunnen zeggen: Een ideale mens zou een van de mensen van Greenpeace kunnen zijn, omdat hij probeert het leven te behouden dat er nog is en gelijktijdig te voorkomen dat de aarde onbewoonbaar wordt gemaakt door de industriële exploitatie. Maar die industriële exploitatie is voor een deel weer noodzakelijk, omdat de mensen ook nog moeten eten. Want als er iets is dat de mens niet wil, dan is dat geboortebeperking. Toch zou dat het enige middel zijn (O, Malthus zaliger, wat hebben ze je vaak miskent), waardoor men inderdaad op aarde voor iedereen een redelijke levensmogelijkheid kan scheppen. Ik denk niet dat men zo iemand ideaal kan noemen, omdat hij alleen maar in opstand komt. In feite schept hij strijd en daardoor conflicten die op zichzelf misschien net zo gevaarlijk zijn als hetgeen hij bestrijdt. Neen, dat zie ik ook niet zo zitten.

Iemand dan, die perfect alles registreert? Nu ja, als een computer dat doet, maakt hij ook fouten en een mens is zeker niet vrij van fouten. Misschien zou er een ideale mens kunnen bestaan die alle capaciteiten van een computer bezit zonder dat hij fouten maakt. Maar dan vraag ik mij af of hij nog mens is? Want om geen fouten te maken en zo te functioneren als een computer moet je weer geen gevoelens hebben. Gevoelens zijn wel een van de kostbaarste eigenschappen van de mens. U ziet het, praten over de ideale mens is moeilijker dan u wel had gedacht.

Natuurlijk, beelden kun je altijd opbouwen en ze worden vaak opgebouwd. Soms is het helemaal science fiction. Soms is het alleen maar fiction. Soms is het een intuïtieve kennis die door de wetenschap wordt ontkend. Er zijn natuurlijk wezens in de ruimte. Zij hebben andere vormen dan u, ze hebben andere kwaliteiten en mogelijkheden dan u. En vanuit een stoffelijk standpunt beschouwt men ze niet als ideaal. Maar let wel, dat komt alleen omdat u ze niet helemaal kent. Dat is trouwens zo met heel veel mensen, die als een ideaal worden vereerd. Als wij alles eens wisten omtrent alle sterren zoals voetbal, pop‑films t.v.‑presentatoren. Wij kunnen eenvoudig niet zeggen hoe of wat ze zijn. Daar gaat het namelijk juist om. Als wij ze helemaal zouden kennen, dan zouden ze ook niet ideaal zijn. Het enige dat we dan nog kunnen opbouwen is het beeld van een mens, die in de huidige wereld ideaal zou zijn onder de huidige omstandigheden. Ik geloof, dat ik dat in deze inleiding niet mag nalaten, anders krijgen we dadelijk misschien allerlei conflicten.

De huidige situatie is zo dat een ieder, die zich zonder meer voegt in het bestaande systeem niet ideaal kan functioneren. Hij kan namelijk ofwel niet ideaal als mens functioneren, dan wel hij zal maatschappelijk niet ideaal kunnen functioneren. Wij hebben dus iemand nodig die weinig of geen beroep doet op de maatschappij en binnen die normen en regels van de maatschappij voor zichzelf een plaats inneemt waarin hij krachtens zijn persoonlijkheid, zijn kwaliteiten, zijn eigenschappen kan bouwen.

De mens, die voor zichzelf een aangepaste weg bouwt, zal daarbij zijn leefwijze niet laten bepalen door de algemeen geldende drang. Je kunt hem duizend keer vertellen dat Croma zo heerlijk bruint, maar hij gebruikt gewone zonnebrandolie. Of om het anders te zeggen: Hij trekt zich van reclame geen steek aan, gaat af op zijn eigen bevindingen en vermijdt alle complexe producten, als hij gewone producten kan krijgen, vervaardigen of vinden. Het is iemand die teruggaat naar een mate van eenvoud van leven waar het hem mogelijk is. Het is iemand die ook probeert een beetje zelfstandig te zijn: dus zichzelf niet afhankelijk maakt van bv. elektriciteit. Als de elektriciteit uitvalt, dan is er nog wel wat anders te doen voor hem. Hij moet verder ook gevoel voor humor hebben, meen ik. Want een mens, die niet het belachelijke kan zien in de wereld, zal het niet lang kunnen uithouden. Hij wordt ofwel zo nijdig dat hij destructief wordt, dan wel hij wordt zo hopeloos dat hij zichzelf vernietigt. In geen van beide gevallen is hij ideaal.

Wat moeten we nog meer verwachten van die mens? Groot medegevoel voor de mensen met wie hij te maken heeft. Een mens die zich isoleert van de mensheid kan nooit ideaal functioneren. Hij moet er wel degelijk deel van zijn.

Hij moet vanuit het standpunt van deze wereld wel een geloof hebben. Maar dat geloof mag weer niet een geloof zijn dat hem beheerst: het moet iets zijn dat in hem bestaat. Dat houdt in, dat hij desnoods tot een of ander genootschap of kerk kan behoren, maar dat hij daar nooit geheel aan gebonden kan zijn. Als ik het dan probeer te zeggen vanuit mijn standpunt, zou ik eraan willen toevoegen:

Ideaal in deze tijd is de mens, die zijn geestelijke gevoeligheden en kwaliteiten invoegt in zijn stoffelijk bestaan alsof ze vanzelfsprekend zouden zijn. Op het ogenblik, dat je een te groot verschil gaat maken loopt het vast. En daar staat dan de mens, die zeker over honderd jaar niet meer ideaal is, maar die het nu zou kunnen zijn. Waarom? Waarschijnlijk omdat die mens voldoende besef van zichzelf heeft. Hij weet iets omtrent zichzelf. Ik wil niet zeggen, dat hij zichzelf perfect kent: welke mens kan dat wel. Dat is onbereikbaar. Maar hij weet voldoende over zichzelf om zich geen illusies te maken t.a.v. zichzelf en de wereld. Hij is zich voldoende bewust van de eventuele fouten of minder prettige kwaliteiten die hij bezit om deze onder appél te houden. Hij beheerst zich in zoverre dat hij optimaal kan reageren, ook als zijn eigenschappen niet optimaal zijn. Hij is volkomen bereid om met anderen samen te werken, maar zal nooit samenwerken met anderen aan een doel dat hij zelf niet als juist heeft erkend.

Hij zal ook nooit ingaan op gezagsverhoudingen, tenzij voor een zeer specifiek doel, voor een bepaalde tijd en dan nog uitgaande van zijn persoonlijke erkenning van de gezagswaarde. Hij kan dus niet politieagent worden, maar hij zou een uitstekende ordebewaarder kunnen zijn, wanneer hij op een bepaald moment nodig is. Hij zou nooit een sociaal werker kunnen zijn, want dan moet je werken met systemen. Maar hij zou zozeer sociaal voelend zijn, dat hij vaak de taak van de sociale werker kan opnemen op die momenten dat dat noodzakelijk is zonder zich te binden aan een verdere steunverlening aan anderen waarvan hij de noodzaak niet erkent. Het is dus eigenlijk een crazy mens.

Dan zeggen de mensen: Wat zie je nu verder als ideaal? Ik vind een mens ideaal, als hij het modernste toneel (ik denk bv. aan Pinter, ofschoon het wel niet het allermodernste is dat ik ken) evenzeer kan waarderen als de Twee Wezen. Hij is iemand die evenveel voelt voor de Dikke en de Dunne als voor de een of andere film van Pasolini. Iemand die ongetwijfeld geroerd kan luisteren naar een concert van Bach, maar die er helemaal niet tegenop ziet dit te doen volgen door bv. de Beach Boys. Kortom, een mens die veelzijdig is in zijn waardering.

Ik geloof, dat veelzijdigheid erg noodzakelijk is. Op het ogenblik, dat wij ons bepalen in onze smaak, in onze erkenning, in onze waardering, of het nu voor literatuur is, voor menselijke waarden of voor iets anders zijn wij onvolledig. Door de keuze die wij permanent maken ontnemen wij ons de mogelijkheid tot vernieuwing. De ideale mens zal in ieder geval wel in staat moeten zijn om zichzelf voortdurend te vernieuwen.

Heel veel systemen zeggen: Ik voer u tot het ideale mens‑zijn. De een doet het met een rozenkruis, de ander doet het met een voorschoot. In beide gevallen kun je door een graad te verwerven voorschot krijgen op de onsterfelijkheid die je nog niet waard bent. Een systeem is een leidraad, meer niet. Een leidraad kan voor mij alleen belangrijk zijn, als die mij helpt uit een doolhof te komen. Ik geloof, dat elk systeem voor een mens niet veel meer is dan de draad van Ariadne: een poging om terug te keren naar dat punt van waar je eindelijk naar buiten kunt kijken en zeggen: Zo, nu kan ik mijn eigen weg tenminste bepalen. En dan is elk systeem even goed. Of je nu te maken hebt met de een of andere oosterse Meester of naar de kerk gaat en luistert naar de dominee, naar de pastoor of misschien je laat leiden door de een of andere imam en de wijsheid put uit de put van de oelama, dat maakt ook niet veel uit. Wij hebben een geloof nodig, zeker. Maar dat geloof is een innerlijk vertrouwen dat moet voeren tot een innerlijke erkenning. Pas als die erkenningsmogelijkheid er is, moeten wij kiezen en dan pas begint de mogelijkheid om de ideale mens te worden.

Dan zijn er nog allerlei dingen die men geestelijk zou kunnen zeggen. Bijvoorbeeld: De ideale mens zou die lichamelijke kwaliteiten moeten bezitten en die gevoeligheden waardoor ook de hoogste geest zich door dat lichaam kan uiten. Maar zonder de geest is er geen lichaam en dus ook geen ideale mens. Ik denk dat wij alles kort samenvattend zouden kunnen zeggen: De ideale mens voor mij is iemand, die het beste maakt van zijn mogelijkheden zonder zich in enigerlei richting te binden: die bereid is een ieder te helpen, op zijn eigen manier verder te gaan en die daarnaast bereid is om een ander de kans te geven ook verkeerd te lopen, als hij dat met alle geweld wil. Wat moet ik daar nog aan toevoegen?

Ik heb u wat ideale mensen geschetst, maar dat heeft waarschijnlijk weinig te maken met uw ideaal. Vroeger had men zo zijn eigen idealen. Rudolf Valentino bv. Het ideaal van vele vrouwen. Of Brigitte Bardot van de mannen. Ideaalbeelden, zeker, Wij hebben ze allemaal. Maar is een ideaalbeeld scheppen eigenlijk niet een ontvluchten aan onszelf? Als wij ons te druk gaan bezighouden met het schetsen van de ideale mens, zijn we dan eigenlijk niet bezig te zeggen dat wijzelf er niet zo erg op aan komen, dat het meer een kwestie is van het imiteren van een ander. Maar als je iemand imiteert, dan ben je niet echt. En hoe kan iets dat niet echt is ideaal zijn? Je kunt alleen ideaal zijn, als je werkelijk jezelf bent.

Mensen drukken tegenwoordig vaak hun bereiking uit in datgene wat ze verdienen of niet verdienen. Ze drukken het uit in de auto waarin ze rijden, degenen met wie ze omgaan, de drankjes die ze drinken, kortom, in allerlei uiterlijkheden. Als een persoonlijkheid uiterlijkheden nodig heeft om door anderen te worden erkend, dan is hij geen persoonlijkheid. Die mensen zien niet u, maar uw bankrekening. Ze proeven niet uw geest, maar de uitstekende wijn die u serveert. Ze zien uw dolle manier van leven aan voor het tempo en de beslissingskracht, terwijl u zich alleen maar teveel laat drijven door ingevingen die verder geen zin hebben. Neen, ik denk dat de mensen tegenwoordig, vooral als het om idealen gaat te vaak de verkeerde kant uit kijken. Ik geloof net dat er een ideaal systeem bestaat op aarde op dit ogenblik. Dat betekent, dat iemand die zich geheel aan een systeem bindt nooit een ideaal mens zou kunnen zijn. Hij kan het misschien worden, maar hij is het zeker niet. Ik geloof ook, dat er geen beperkingen bestaan die altijd blijven gelden.

Er is iemand geweest ‑ nog niet zo lang geleden, het was in de tijd van Pius IX ‑ die sprak: “De ideale mens is de mens die niet zondigt.” Maar als je niet zondigt, dan bega je misschien een zonde omdat je door niet te zondigen anderen veel onthoudt waardoor het leven voor hen de moeite waard zou worden. Een mooie gedachte. Het is niet de kwestie van het niet zondigen, maar van het doen van alleen die dingen als zij ‑ hoe dan ook ‑ zinvol zijn. Dat is heel iets anders.

Een bank beroven kan ik tegenwoordig niet als een grote zonde zien. Ik beschouw namelijk een bank en het daartoe behorende personeel als degenen die werkelijk de grootste rovers zijn. Als u een bank berooft, dan zeg ik dat dat niet juist is. Maar als er geld nodig is en u kunt het niet op een andere manier krijgen, dan ben ik geneigd om ondanks alles het bestelen van een bank als een aanvaardbare zonde te beschouwen. Citeer mij niet tegen de politie, want dan denken ze dat ik gevaarlijk ben. Luister goed! Ik zeg dit nu over de bank, maar ik kan het ook zeggen over menselijke verhoudingen. Ik kan het zeggen over werkverhoudingen. Ik kan het op elk terrein zeggen. Het zondigen, zoals dat heet, het ingaan tegen het erkend juiste, kan soms beter zijn dan het vasthouden aan het principe.

Een principe is een richtsnoer dat alleen geldt zolang het de mogelijkheid schept om binnen de omstandigheden als mens tegenover mens zo goed mogelijk te leven. En dan zit je toch weer dicht bij wat ook een ideale mens is. Misschien zouden we heel eenvoudig moeten oplossen: De ideale mens is degene die in zich het vermogen heeft het juiste te doen voor zich en voor anderen ongeacht de regels, opmerkingen, geloofswaarden of wat dies meer zij dat zich daartegen schijnt te verzetten.

Om te besluiten: Een ideale mens is voor mij een blijde mens. Daar heb ik een religieuze reden voor. Ik zeg dit: God heeft de wereld geschapen met alles wat erop zit: licht en duister, goed en kwaad. Degene die weigert om het goede, dat God mogelijk maakt, te genieten en toch alleen bezig houdt met de zware lasten die hij als mens moet dragen, ontkent in wezen de goedheid Gods en verwerpt gelijktijdig de gave Gods. Dit te doen lijkt mij op zijn minst genomen dwaas en zeker in tegenstelling tot alles wat ik persoonlijk ook religieus als ideaal zou willen beschouwen.